meervoudig verantwoorden: de waarde van bibliotheekdiensten voor gemeenten

Gister was ik in Utrecht voor een bijeenkomst met de mooie titel: meervoudig verantwoorden: de waarde van bibliotheekdiensten voor gemeenten. Dit project dat al een aantal jaren loopt gaat over twee onderwerpen, namelijk effect meten en kosten toedelen. Projectleider/programmamanager Edwin van der Zalm was de dagvoorzitter en presenteerde zelf ook over verschillende onderdelen van het project.

Van de 100 mensen die zich hadden aangemeld was niet iedereen er, maar toch wel een man of 70 denk ik, dus het onderwerp leeft.
We willen meervoudig verantwoorden omdat dit helpt in de onderhandelingen met de gemeente, om te kunnen laten zien wat je bereikt hebt en om aan te kunnen geven wat de kosten zijn van de diensten die je aanbied. Er zijn 10 projecten gestart rondom effectmeting. Vier hiervan lopen er nog, 5 zijn er afgerond en 1 is er gestopt. Van de zes projecten die gestart zijn rondom kostentoedeling zijn er zes gestopt.

Marcel Ribbers (Bisc en Rijnbrink) gaf ons een inkijkje in hoe zo’n berekening van een dienst gaat.

Hij had twee slides, een met een project bijvoorbeeld een cursus digisterker en een met een dienst uit de staande organisatie. De slide voor de projectkosten was heel uitgebreid en ik moest even schakelen, wat zag ik nu precies? Waren het echt onder de streep de kosten voor een cursus digisterker (20 cursussen, 120 deelnemers) 1000 euro per deelnemer….. Dan ligt het dus heel erg aan welke kosten je allemaal meeneemt in de berekening. Hoe ver ga je? Reken je zaalhuur? Reken je afschrijving van de pc’s? Het ging allemaal net te snel om het goed te duiden voor mij. Vanuit de zaal gingen er een paar handen omhoog op de vraag wie heeft dit al eens gedaan voor zijn organisatie. De afgelopen maanden is Biblionet Groningen hard bezig geweest en is een productenboek het resultaat. Natuurlijk super interessant om die eens in te kijken en eventueel te vergelijken met het productenboek van ZOUT dat ik al eens eerder mocht ontvangen. Want ook al vraagt jouw gemeente er nu nog niet om, het zou zomaar binnenkort wel eens kunnen gebeuren. En wil je voor de interne organisatie niet eens weten wat iets nu kost en oplevert.

In de presentatie van Marcel ging het ook over de going concern dienstverlening en die bracht hij heel mooi onder in collectie, uitleen, activiteiten, educatie (samen als 1), de geïnformeerde burger en ontmoeting.

Voor de eerste groepsopdracht gingen we uit elkaar. We mochten nadenken over de gemeentelijke doelen en wat wij daar als bibliotheek voor doen om te helpen. Al snel ging het om preventie en bestrijden laaggeletterdheid en even later ook over voorkomen eenzaamheid.

Na de terugkoppeling van de groepsopdracht werden de praktijkvoorbeelden aan ons gepresenteerd. Jantine Jansen (HGH oftewel OB het groene hart) en Saskia Willems (AVV oftewel OB Angstel, Vecht en Venen) hebben de vaardigheden die geleerd zijn bij Klik & Tik en Digisterker gemeten.

We moeten niet vergeten dat een effectmeting niet hetzelfde is als een klanttevredenheidsonderzoek. Dus moet je veel tijd steken in het ontdekken wat je precies wilt meten. Om goed te kunnen meten wat het effect van de cursus was zijn zij begonnen met een 0-meting. Daarna hebben ze de vaardigheden gemeten door middel van een toets en konden ze zien wat het effect van de cursus was.

Edwin van der Zalm lichtte toe. Je hebt een direct en een indirect effect. De gemeente probeert je vaak te verleiden tot een discussie over de indirecte effecten, dit is een lastige en het advies is ook om hier ver vandaan te blijven. Edwin ging ook in op welke dingen je kan gebruiken in het vinden van antwoorden over effecten zoals landelijk onderzoek, jaarverslagen en het gebruik van meetinstrumenten. Ook liet hij een piramide zien van 4 lagen met:

  • onderste laag: mensen zorgen voor zichzelf
  • daarboven: mensen zorgen voor elkaar
  • daarboven: mensen maken gebruik van algemene voorzieningen
  • top: maatwerk

En hij liet ook een invulschema zien van gemeenten willen zelfredzaamheid, iedereen doet mee en iedereen werkt mee. De bibliotheken bieden …… aan, in de vorm van …… En als voorbeeld het raamwerk van de MLA met 5 typen educatieve effecten en 4 typen sociale effecten.
Deze piramide, invulschema of raamwerk kunnen prima gebruikt worden. De presentaties waar deze in staan komen binnenkort online op de site van de VOB.

Pieternel van Langeveld en Linda Vogelesang van Cultura in Ede vertelden over hun project rondom effectmeting.

Ook zij wilden weten of een cursus digisterker effect zou hebben op de deelnemers. Wat ik meeneem uit deze presentatie is:

  • blijf je eigen activiteiten uitvoeren maar gebruik de taal van de gemeente bij de terugkoppeling
  • je hoeft geen bureau in te huren, het hoeft niet wetenschappelijk te zijn
  • ga niet alles meten, maak keuzes

Tijd voor de 2e groepsopdracht. Nou daar dacht de zaal anders over. Na discussie vond Edwin het toch tijd voor de opdracht. We gingen uit elkaar. Ons groepje was gehalveerd maar we hebben toch een leuke discussie gehad. Niet over wat we moesten doen volgens de opdracht maar over het productenboek van Groningen. En over wat we wilden leren vandaag en hoe we willen samenwerken.

En toen iedereen de zaal weer terug in kwam waren er toch wel heel veel mensen ineens weg. Francine van Bohemen (VOB) en Peter van Eijk (Bisc) vertelden over het vervolg en sloten de dag af. De individuele opdracht die op het programma stond kwam te vervallen. De borrel stond immers al klaar.

Wat ik vandaag heb geleerd is dat als je met kostprijsberekening aan de slag gaat je hier heel veel tijd voor vrij moet maken. Dat het geen eenvoudige klus is en dat de onderzoeken in dit project ook sneuvelden vanwege die ingewikkeldheid. Dat als je effecten gaat meten je het klein moet houden, je vooral moet richten op directe effecten en je niet moet laten verleiden tot een discussie over indirecte effecten. En dat er veel bibliotheken dit een interessant onderwerp vinden en dat er vast binnenkort weer een bijeenkomst over is. En dat Rijnbrinkgroep zich vooral bezig gaat houden met kostenberekening en Bisc met effectmeting.

op bezoek in Keulen

Een paar maanden geleden mailde Ivette Sprooten van Cubiss aan de Limburgse bibliotheken de vraag wie er interesse zou hebben in een project met de oosterburen. Dit kon zijn een leesclub, een speciale collectie of iets anders. Ik mailde Ivette terug dat wij wel mogelijkheden zagen en op een mooie plek in Sittard bedachten wij een plan. De collectie en de leesclub komen er maar wij wilden meer. Een bezoek aan een Duitse bibliotheek bijvoorbeeld en misschien wel een tentoonstelling over het grensgebied dat soms Nederlands was en soms Duits. Voor het bezoek werd de Stadtbibliothek Keulen gekozen omdat ik al op een eerder moment contact had met hun directeur Hannelore Vogt en zij morgen een nieuwe locatie openen ingericht door Aat Vos.

Het contact met Hannelore werd gelegd. Erik Boekesteijn hielp ook graag mee omdat de KB dit ook een interessant onderwerp vindt. We hadden een datum, een programma en wilden dit graag delen met de andere Limburgse bibliotheken dus stuurde Cubiss een mail uit en regelde een bus. Met ongeveer 20 mensen gingen we dinsdag op pad.

We werden ontvangen door Hannelore die ons kort vertelde over het programma.

Sarah nam ons mee in aanbod van interculturele services van de bibliotheek. Zo is in 2015 het Sprachraum ingericht. Een plek waar je 6 dagen per week met mensen Duits kan spreken en bijvoorbeeld een discussie kan hebben over een bepaald thema. In de ochtend wordt het Sprachraum gebruikt door groepen en in de middag mag iedereen inlopen.
Ook is deze bibliotheek betrokken bij A Million Stories. Een EU-project waar verhalen van vluchtelingen worden verteld en gedeeld.

Ze hebben producten voor zowel eerste als tweede generatie nieuwkomers. Kinderen lezen bijvoorbeeld hardop in hun eigen taal voor aan de groep, hierbij gaat het niet om het verhaal maar om de cultuur en de taal. Hierbij wordt ook voorgelezen in het Keuls en in gebarentaal. Ook werken ze met Google Expeditions en hebben ze hiermee het product Von Olchi bis Oregano een culinaire reis rond de wereld ontwikkeld.

Melissa, een nieuwe college in Keulen, liet ons kennismaken met de participative and intercultural library services for Young Adults. Wat zij met deze diensten willen bereiken is:

  • mensen met een migratie achtergrond bekend maken met de bibliotheek
  • diversteit intern (dus staf)
  • openbare bibliotheek als model voor anderen als het gaat om diversiteit

Melissa hoort bij de nieuwe generatie medewerkers die geen bibliotheekachtergond heeft maar wel veel contacten met de doelgroep Young Adults. En iedereen weet dat dit niet de gemakkelijkste doelgroep is voor de bibliotheek.

Hannelore nam als laatste het woord en leidde ons rond. Ze vertelde over de jarige medewerkers die eens per maand worden uitgenodigd op haar kantoor voor een ontbijt. Over proefballonnen die ze uitzetten in de bibliotheek, zoals een VR station en een platenspeler die lp’s omzet naar digitaal. Kleine experimenten om te zien of het werkt en om het daarna breder uit te rollen.

Na de rondleiding vertelde een collega van HR nog kort iets over de bedrijfscultuur en de medewerkers. Een pakkende quote uit de presentatie wil ik jullie niet onthouden.

Changes are part of our culture; they shape us as an institution and form our strategy.

Na de presentaties en rondleiding gingen we naar de nieuwste vestiging van de bibliotheek in Kalk. Een buitenwijk van Keulen waar een aantal jaar geleden de bibliotheek sloot. Aat Vos deed de inrichting. De bibliotheek gaat morgen officieel open en wij mochten al even rondlopen. En vastzitten in de lift….. dat was wel even spannend!

Voor deze locaties zijn allemaal nieuwe mensen aangenomen. Uiteraard liepen zij ook rond en vertelden ons iets over de inrichting. 

Mooie poefjes van Fatboy die je wel meer terugziet in inrichtingen van Aat Vos.

De bankwagen is natuurlijk heel fijn als verplaatsbaar meubel.

De bibliotheek is gesitueerd in een gebouw dat van de gemeente lijkt, met loketten. Het zal een druk gebouw zijn waardoor de aanloop naar de bibliotheek ook goed zal zijn. Net naast de metro ingang. Het wordt vast een enorm succes.

een weekje Washington

Na een drukke zomer was het in september eindelijk tijd voor mijn vakantie. Ik wilde een weekje weg en toen Marjo vroeg waarom kom je niet naar Washington was ik na enige aarzeling om. Marjo had een beurs gekregen om een maand onderzoek te doen in het Holocaust museum. Ik was lang geleden al een aantal keren in Washington geweest voor Computers in Libraries en heb het altijd reuze naar mijn zin gehad in die stad. Dus ticket geboekt en plaats om te slapen geregeld en woensdag 12 september vloog ik die kant op.

Nu is vakantie houden leuk, maar als ik dan in een grote stad als Washington ben, ga ik ook graag op zoek naar inspirerende mensen om te ontmoeten en met elkaar van gedachten te wisselen. Ik vroeg Michael Edson om advies.  Hij kwam met een lijstje namen en de afspraken werden geregeld.

Larry Swaider was de eerste persoon die ik ontmoette. Hij is Director of Digital Strategy bij de American Battlefield Trust, een organisatie die als doel heeft het behouden van de slagvelden van de Amerikaanse Burgeroorlog en de Onafhankelijkheidsoorlog. Hiervoor kopen zij land op waar een slag heeft plaatsgevonden, slopen ze soms huizen die daar staan of renoveren ze bestaande huizen en leggen ze parken aan. Als bezoekers in een park wandelen en van de natuur genieten weten zij vaak niet eens wat zich daar heeft afgespeeld in het verleden. De American Battlefield Trust probeert hen dan iets over de geschiedenis bij te brengen. We hebben gesproken over hoe je zorgt voor de dialoog als bezoekers op het slagveld zijn geweest, je hebt tenslotte geen museum. We hebben ook gesproken over koppelingen die er te maken zijn met plekken in de stad, bijvoorbeeld Washington. Deze koppelingen zijn er zeker te leggen maar samenwerken is soms moeilijker dan gedacht en kost heel veel tijd om van de grond te krijgen. Herhaalbezoek was ook een onderwerp. Is het nodig, moet het, kan het en zo ja, hoe dan. En de koppeling van digitaal aan fysiek. Een mooi voorbeeld hiervan is de fotowedstrijd.

Na het bezoek aan Larry ging ik naar Effie Kapsalis (Chief of Content & Communications Strategy bij Smithsonian Institution Archives). Met een drukke agenda kon Effie een half uur voor mij vrijmaken, echt heel fijn en schoten we links en rechts door onderwerpen als Smithsonian als instituut, de kennis over de bezoekers (fysiek en digitaal), de onderlinge samenwerking binnen het instituut en het American Women’s History Initiative.

The American Women’s History Initiative will amplify women’s voices to honor the past, inform the present and inspire the future.

Momenteel is zij met collega’s een programma aan het ontwikkelen rondom dit thema en wordt er onderzocht of er mogelijkheden zijn om een museum te openen. Er zijn geen nieuwe mensen aangenomen voor dit project. Collega’s doen dit er bij. In de huidige collecties wordt gezocht naar hoe de geschiedenis van vrouwen vertelt kan worden en met welke voorwerpen. Een super interessant onderwerp waarvan ik me voor kan stellen dat dit in Nederland ook wel eens aan tafels is besproken. Ik heb alleen nog niet gehoord waar, dus mocht jij er van weten, geef even een seintje, ik heb interesse.

Van een gesprek met Michael Edson maak je geen aantekeningen. Daar luister je, word je geïnspireerd en probeer je na een uur de essentie te vatten van wat je hebt gehoord. Michael is momenteel bezig met UN Live – museum for the United Nations. Ooit hield hij hier ook een TEDtalk over.

UN Live wordt gebouwd op 3 platformen; online, een netwerk en een gebouw.

Waar het vooral om gaat (en is dat niet bijna altijd) is de connectie en de samenwerking. Mensen over de hele wereld mee laten praten over thema’s die belangrijk zijn voor de VN, zoals oorlog en vrede, milieu en duurzaamheid, onderwijs, eigenlijk alles gerelateerd aan de wereld.

Our mission is to connect people everywhere to the work and values of the United Nations and catalyze global effort towards achieving its goals.

De komende tijd gaan we vast meer horen van dit initiatief.

Darren Milligan sprak ik over het Learning Lab van Smithsonian. Darren is Senior Digital Strategist bij het Smithsonian Center for Learning and Digital Access.

Het Learning Lab is ooit begonnen als ondersteuning voor docenten in de gehele VS. Van de 154 miljoen objecten die het museum heeft zijn er 3 miljoen gedigitaliseerd. Deze objecten kun je terugvinden in het Learning Lab. In feite kan iedereen een account aanmaken en op zoek gaan naar objecten.

Deze kun je vervolgens in collecties samenbrengen en deze collecties kun je weer delen met bijvoorbeeld leerlingen/studenten. Ook kun je zelf content in de collecties toevoegen.

Omdat iedereen zijn gemaakte collecties kan delen kun je ook gebruik maken van een collectie van iemand anders.

Zelf maakte ik een account aan en een collectie flowers. Als je zoekt op flowers krijg je natuurlijk een enorme hoeveelheid afbeeldingen waar je een keuze uit kan maken voor je eigen collectie.

Maar de afbeelding kun je ook delen, printen, downloaden en citeren. De collectie kun je ook delen op verschillende mogelijkheden. Je kunt natuurlijk ook leerlingen/studenten vragen om een collectie aan te maken rondom een onderwerp waar zij onderzoek naar doen. Onder het dashboard (klik op zonnetje rechts) zie je nog meer opties. Je begrijpt dat de mogelijkheden eindeloos zijn en ik raad dan ook aan om eens een kijkje te nemen op de site.

Debra Louison Lavoy ontmoette ik op de meest regenachtige dag. Het kwam echt met bakken uit de hemel. Maar het koffietentje waar we zaten was gezellig en de koekjes die ze daar hadden waren overheerlijk. Debra is CEO van Narrative Builders en zij helpt bedrijven om hun WHY te ontdekken (als zij dat nog niet precies weten). Dit gesprek ging dus vooral om wie ben je (als bedrijf), wat heb je te bieden aan de klant/bezoeker en doe je dan wat je hebt beloofd.

Natuurlijk bezocht ik naast deze inspirerende mensen ook musea, maar daar maak ik een aparte post over.

Escape Game in het Rijksmuseum

Gister hebben Judith en ik de Escape Game van het Rijksmuseum gespeeld. Judith deed al eerder verschillende Escape Rooms en de naam van de game van het Rijksmuseum suggereert ook iets met tijd en opgesloten worden. Spannend dus.

Even wat praktische informatie. Je boekt de game via de website van het Rijksmuseum. Je hebt ook nog een toegangsbewijs nodig. De game kost 17,77 euro of je het nu met 2 of met 5 mensen speelt. Per tijdslot van een half uur zijn er 50 plekken beschikbaar.

Als je de game hebt geboekt krijg je een bevestigingsmail en eigenlijk begint het dan al. In de mail staat de eerste aanwijzing.

Ben je klaar voor de Rijksmuseum Escapegame? De Escapegame start onder het museum. Houd je ogen goed open want in het Atrium vind je een aanwijzing.

De hele game moet je dit logo in de gaten houden en die kom je echt overal in het museum tegen.

Na een korte introductiefilm ontvang je een envelop met 3 opdrachten.

Het idee is dat je het kantoor van Bert gaat vinden. Je kan kiezen voor een gewoon of expert level. Natuurlijk gingen wij voor de moeilijke.

De vormgeving van de aanwijzingen zijn mooi. Er is veel aandacht besteed aan hoe het er uit ziet, ook op de zalen. Je kunt subtiel genoeg door het museum lopen met je envelop met kaartjes. Je ziet wel verschillende teams en soms sta je tegelijk op eenzelfde plek maar echt last heb je hier niet van. En gewone bezoekers hebben geen last van de mensen die de game spelen.

En je hebt voor het spel ook de plattegrond van het museum nodig. We gingen aan de slag. Bij de eerst opdracht kwam er gelijk een medewerker met op haar t-shirt het logo van de game op ons af om ons te helpen en dat was jammer. Ze benadrukte te veel wat wij moesten doen zodat wij niet de kans kregen om het zelf uit te vinden. Gelukkig bleven de andere medewerkers op afstand. Het duurde wel even voordat wij doorhadden wat de bedoeling was en op een gegeven moment kwamen wij op een zaal waar wel een aanwijzing was maar waar wij nog helemaal niet hadden kunnen komen.

We deden 2 uur over de eerste 3 opdrachten…… ja we deden rustig aan en dronken ook nog wat thee. Maar toen hadden we nog maar een uur voor de laatste 3 vragen. Enthousiast als wij zijn gingen we de uitdaging aan. We kozen weer niet voor eenvoudig maar gingen als een speer door het museum. En het lukte! We ontdekten de code en openden de deur.

We hebben een ontzettend leuke middag gehad. We struinden door het museum en kwamen op plekken waar je normaal niet komt. Aandacht voor dat wat er in de zalen staat is er niet want je bent veel te druk bezig met het spel. En dat is wel jammer want zo leer je er niet echt iets van. Het Escape gedeelte snap ik nog niet helemaal. Want er is geen tijdsdruk en geen opsluiten. Eigenlijk is het gewoon een leuke speurtocht door een mooi museum.

Mocht je in Amsterdam zijn, wil je een keer anders door het Rijksmuseum of heb je een bedrijfs- of familie-uitje dan is het zeker een aanrader. Ook met kinderen is het leuk om te doen. Maar wil je iets leren over de collectie boek dan een rondleiding met een gids.

KB-college – Global Librarianship, the Power of the Network

Met plezier stond ik gister om half 6 op om de trein van 6.17 uur te halen. Ik was hierdoor wel wat te vroeg in Den Haag bij de KB maar zo kon ik nog even kletsen met bibliotheekcollega’s en nieuwe mensen ontmoeten. Ik ging naar Den Haag voor het 1e KB-college met als onderwerp Global Librarianship, the Power of the Network. Belangrijkste spreker deze ochtend was Rolf Hapel van de Openbare Bibliotheek in Aarhus (Denemarken). Ik heb het geluk gehad dat ik tweemaal in Aarhus ben geweest. De eerste keer was in 2009. De bijeenkomsten van de Next Library (un)conference waren in de oude bibliotheek en bij de universiteit. Er werd wel gesproken over de nieuwe bibliotheek en het proces daarnaartoe maar de bibliotheek was nog niet af. In 2015 was de nieuwe bibliotheek wel klaar en het was geweldig om daar te zijn. De bibliotheek bruist, er zit leven in en iedereen is super enthousiast. Van beide bezoeken heb ik verschillende blogposts geschreven, die vind je hier, als je die nog eens terug wilt kijken. Foto’s van het bezoek in 2009 staan hier en die van 2015 hier.

En nu dat Rolf Hapel in Nederland was wilde ik hem graag weer horen spreken. Eerst vertelde hij iets over de bibliotheek, de kosten en de vierkante meters. Het gebouw staat op 9 kolommen om ook, als het water van de haven zou stijgen, als een buffer naar de stad te dienen. Maar waarom zou je zo’n enorme bibliotheek bouwen in een digitale wereld. Op welke vragen uit de samenleving ga je antwoorden geven? Hapel verdeelde deze in 3, het gaat om democratie, educatie en cultuur. Het gaat om de library as a space. Het gaat van informatie die overal gevonden kan worden naar iets dat alleen beleefd kan worden in de bibliotheek, van online naar on-site, van informatie naar betekenis en van het ontmoeten van informatie naar het ontmoeten van mensen. Van weten naar beleven en experimenteren. Van georganiseerde evenementen naar dingen die gebeuren.

De bibliotheek is een ruimte voor ontwikkeling en interactie, het opdoen van ervaringen, leren, innovatie, perceptie, overpeinzing en inspiratie.

Hoe zij tot deze bibliotheek en inrichting zijn gekomen is met dank van het publiek. Heel veel, maar dan ook heel veel sessies met gebruikers. Jarenlang, steeds opnieuw, steeds beter begrijpen wat nodig is. Op verschillende manieren mensen mee laten denken, in bijvoorbeeld idea pitches, world cafés, etc. Het gaat om citizen cooperation, user driver innovation, co-production en co-creation. Op de ladder van participatie van Sherry Arnstein uit 1969 (zie ook wikipedia) zijn zij bewogen naar delegated power (samenwerken met burgers als grootste belanghebbende) in plaats van informing en consulting. Als je hier nu ook mee aan de slag wilt kijk dan even bij de toolkit die is ontworpen voor bibliotheken, de Design Thinking for Libraries. Bij deze manier van ontwerpen staat de gebruiker centraal (user centered design). Als je hulp nodig hebt van een bedrijf die je hier bij kan helpen dan raad ik Muzus aan.

de trend movement of citizen engagement is groter dan alleen voor bibliotheken

Een van de ideeën voor deze bibliotheek kwam uit Engeland. Een mash-up (iets creëren uit meerdere onderdelen, soms is dat een website die met widgets opgebouwd wordt) werd vertaald naar een fysieke plek. De mash-up library was een feit. Er werd gezocht naar partijen om samen mee te werken, zij organiseren iets in de fysieke ruimte van de bibliotheek en onderhouden dit. Zijn er vrijwilligers voor nodig dan regelen zij dit ook. De bibliotheek programmeert romdom deze activiteiten ook en zij helpen met de marketing en PR. Inmiddels zijn er 3 jaar na de opening 130 partijen die samen met de bibliotheek deze mash-up library een gezicht geven. Daardoor kunnen er weken zijn dat er 42 activiteiten in de bibliotheek plaatsvinden. De meeste georganiseerd door de partners.

Bij DOKK1 speelt play een grote rol. Op allerlei plekken in de bibliotheek zie je dit terugkomen. Bijvoorbeeld op de interactieve vloer. Of bij de oude consoles waar de vaders vaak weggestuurd moeten worden omdat de kinderen willen spelen. Maar het is ook de enorme glijbaan buiten en de gong binnen de afgaat als er een kindje in het ziekenhuis wordt geboren. Het gaat ook om het niet helemaal inrichten van de ruimte. Iets wat Hapel in Nederland was opgevallen. Wij bedenken alles, wij laten niets vrij. In Aarhus zijn ruimtes die de mogelijkheid hebben om zelf in te richten. Om daar dingen te doen die jij wilt. En ja, soms wordt het dan vies.

Het laatste waar Hapel ons iets over vertelde was Smart City Aarhus. Overal in de stad hangen sensoren en wordt er data verzameld. De bibliotheek helpt mee om deze data te gebruiken in evenementen en activiteiten en de IT afdeling helpt ook met het toegankelijk maken van de data. Momenteel werken zij een een online plek voor de samenwerking tussen politiek en burgers, ze noemen het digital citizen involvement. En Hapel vertelde over de nieuwste medewerker van de bibliotheek, ze heet Norma en is een humanoid robot. Zij verteld verhaaltjes aan kinderen maar luistert ook als de kinderen voorlezen en geeft feedback. Het idee is om haar te koppelen aan Watson zodat zij slimmer kan worden.

Zo’n bibliotheek ontwerpen, inrichten en blijvend innoveren vraagt natuurlijk iets van de medewerkers. Zij worden steeds meer een facilitator, een docent, een projectleider en een professionele host. De oriëntatie van de bibliotheek is gericht op relaties en niet langer op het boekenproces. Hapel zegt ook dat de medewerkers veel meer dan vroeger moeten weten wat er in de samenleving speelt, hoe zij hierop in willen spelen, dat zij veel meer sociale competenties nodig hebben maar dat er ook collega’s moeten zijn die kunnen programmeren en snappen wat ICT kan doen voor de bibliotheek.

Hannah Gent vertelde ons iets over Public Libraries 2020, library advocacy, Europe Loud & Proud en de dingen die zij geleerd heeft in de afgelopen jaren.

Het gaat allemaal om relaties, wie ken je, waar kom je binnen bij de EU en hoe zorg je ervoor dat zij ook bij jou op bezoek komen. Bibliotheekmensen zijn uitstekende ambassadeurs. Niet alleen op managementniveau maar ook aan de balie.

Er is een groep MEP Library Lovers. Esther de Lange is een van de leden van deze groep. Deze groep stelde de lijst 60 boeken voor de zomer samen en op de website van de groep vind je per land een factsheet over libraries and skills in relatie tot Europa.

Naast deze groep is er een groep bibliotheekmensen die samenwerken om de MEP’s meer kennis te geven over bibliotheken, zij noemen zich Library Advocacy Lab.

2019 wordt een belangrijk jaar voor de EU. Er zijn verkiezingen, Brexit en het MFF proposal moet worden goedgekeurd. Nu in contact komen met de MEP uit jouw land heeft heel veel zin.

Gerald Leitner (Secretary General IFLA) nam als laatste spreker het woord. Hij liet ons zien wat er de afgelopen tijd is gedaan, in samenwerking met de leden, aan het tot stand komen van een wereldwijde toekomstvisie. Veel workshops, veel deelnemers en veel input. Deze hebben geresulteerd in 10 highlights:

  • we are dedicated to equal and free access to information and knowledge
  • we remain deeply committed to supporting literacy, learning and reading
  • we are focused on serving our community
  • we embrace digital innovation
  • we have leaders who see the need for strong advocacy
  • we see funding as one of our biggest challenges
  • we see the need to build collaborations and partnerships
  • we want to be less bureaucratic, inflexible and resistent to change
  • we are guardians of the memory of the world
  • our young professionals are deeply committed and eager to learn

Bij deze 10 highlights horen ook 10 kansen die beschreven zijn. Meer daarover vind je op de website van IFLA.

de bibliotheek en communitybuilding

Het is helemaal hip en iedereen doet het, of toch niet? Communitybuilding. Wat is het en hoe doe je het was de vraag die gister beantwoord werd tijdens de voorjaarsbijeenkomst BNB-VLB in Eindhoven. Locatie, het supermooie Student Hotel. Voor hen die niet weten van BNB-VLB is dat zijn de Brabantse en Limburgse Openbare Bibliotheken samen. Het ontbijt stond voor ons klaar, dus je begrijpt, we begonnen vroeg.

Fanny van het Student Hotel vertelde ons over het concept en het doel van het hotel: a complete connected community. Er is een mix van studentenkamers en hotelkamers aanwezig en er worden activiteiten georganiseerd waar iedereen welkom is om zo de synergie en de samenwerking een boost te geven. Nieuwe mensen leren kennen die je niet had ontmoet als je geen kamer in het hotel had gehad.

Voor de medewerkers betekent dit dat zij een aantal kernwaarden heel goed moeten begrijpen en dat zijn:

  • connect
  • be you
  • share & discover
  • with a blink (denk ik, weet ik niet meer zeker)

En dit voel je als je binnenkomt om je heenkijkt en er gelijk iemand je komt helpen. De medewerkers hebben heel goed door hoe het moet en wat werkt en je voelt je welkom en dat is fijn.

Hierna vertelde Robin Verleisdonk van het innovatieteam van de Openbare Bibliotheek Eindhoven over een aantal projecten.

Op de website expeditie-anton.nl vind je meer informatie over de projecten waar zij momenteel mee bezig zijn. Robin vertelde over 3 projecten.

De eerste was een applicatie voor boeksuggesties gebaseerd op het uitleengedrag van bibliotheekbezoekers. Het prototype wordt nu getest en zoals het er naar uit ziet kan de koppeling gemaakt worden met het datawarehouse van de KB. Vanaf komende maand wordt de applicatie in de bibliotheek getest.
Het tweede project was de verkoop van afgeschreven boeken via bol.com, onder de naam re-library. Momenteel gebeurd en nog veel in dit proces met de hand maar als het geautomatiseerd kan worden is dit wel een geweldig idee.
Het idee van Verse Leeswaren was fantastisch maar in de praktijk werkte het toch niet. En dat kan en mag ook, dingen uitproberen en als het niet werkt gewoon mee stoppen, niet eindeloos doorgaan, stekker er uit en weer aan iets nieuws beginnen. Het idee zou volgens Robin kunnen werken als het landelijk wordt uitgerold.

Kirsten Wagenaar vertelt al jaren over het ontwikkelen van communities. Zij had dan ook een ijzersterk verhaal waar ze in zo’n 2 uur ons doorheen nam.

Laten we beginnen met wat een community is.

on- en offline platform(en) waar mensen met gemeenschappelijke interesses regelmatig bijeen komen om ervaringen te delen en activiteiten te ondernemen om zo elkaar te leren kennen

Je kan een community best wel vergelijken met een Engelse tuin. Het duurt wel even voordat de community is zoals je hem wilt hebben, het vraagt veel aandacht en zorg en het is continu in ontwikkeling.

En dan heb je nog de cirkel van betrokkenheid. Want je kan best vinden dat je iets leuks doet en dat iedereen lid moet worden van jouw groep maar niet iedereen doet dat vanuit dezelfde basisbehoefte.

  • er is altijd een harde kern
  • je moet dus niet teveel actieve mensen in je groep hebben
  • de achterdeur naar deze harde kern moet open staan en je mag altijd mee doen maar het hoeft niet, de meeste mensen willen ook niet actief meedoen

Ook als het gaat om de participatie zijn hier niveaus in te herkennen. Iedereen gebruikt de groep op zijn eigen manier en met zijn eigen motivatie.

  • informeren (blog, nieuwsbrief, social media)
  • raadplegen (stemmen, waarderen, delen)
  • betrekken (evenement, brainstormen)
  • samenwerken (wiki, blog, schrijven)
  • aansturen (leiding laten nemen, ambassadeurs)

Maar het gaat altijd om 2-richting verkeer en het opbouwen van een sterke band met je organisatie.

Als je met een community wilt beginnen moet je even nadenken over wat voor soort community je wilt maken. Is dat:

  1. een community of interest
  2. community of practice
  3. community of action
  4. community of circumstance
  5. community of location
  6. community of purpose

Kirsten heeft al een aantal trajecten in verschillende bibliotheken gedaan en zij zegt dat de programmering zo leidend is dat de eerste stap is om die los te laten en te beginnen met het individu. Zij spreekt over een persona en dan ben ik even in de war. Want een persona gaat in mijn beleving over een groep gebruikers die worden gerepresenteerd door een fictief persoon. Na een korte discussie en nog een vraag in de pauze kom ik er erachter waar de verwarring zit. Ik heb in het verleden gebruik gemaakt van persona’s vanuit het user centered design principe. Ik heb ook meegeholpen met persona’s voor het hele bibliotheekveld (wil je ze een keer zien of gebruiken klik dan hier). Kirsten gebruikt persona’s als de omschrijving van een individu. Beiden gebruiken we niet de persona’s zoals ze gebruikt worden in de communicatie/marketing hoek.

Voor de persona’s die gemaakt zijn voor het hele bibliotheekveld hebben we gebruik gemaakt van de assen ik kom iets doen/ ik kom iets halen en specifiek doel/ serendipiteit. De persona zoals hierboven uitgewerkt komt iets halen en weet nog niet precies wat dat is. Op deze manier zijn er 8 persona’s uitgewerkt die voor iedereen vrij te gebruiken zijn.

Maar goed terug naar het verhaal van Kirsten. Voordat je met een community start moet je onderzoek doen, wil je weten wie je gaat bedienen, hoe, welke strategische doelen je wilt bereiken, welke middelen je in wilt zetten (als een groep mensen elkaar elke maand ontmoet dan hoef je online echt geen plek te creëren want wat gaan zij daar dan doen, als het geen toegevoegde waarde heeft zoals samen de content bepalen, of een agendaplanning maken, etc.), hoe gaat je eigen organisatie mee en hoe ga je de groep activeren. Start met een kleine groep, maar laat hem wel telkens een beetje groeien. Je hoeft echt niet met Facebook aan de slag, er zijn voldoende andere pakketten die hetzelfde doen maar die niet je data verkopen. En als je een community manager in je organisatie hebt zet deze dan in.

Bedenk wel dat je om een community te managen een aantal taken moet verdelen zoals het modereren, het leiden van de groep, het organiseren van activiteiten, de analyse van het gebruik, werving en selectie maar ook relatiebeheer, etc. Daarnaast heb je rollen als de gastheer, de schrijver, de expert, de netwerker, de projectmanager, de curator, de evangelist. Je snapt, dit kan niet 1 iemand doen, dus beleg de taken voor het onderhouden van de community bij meerdere collega’s.

Is een community nieuw? Nee. vroeger had je bijvoorbeeld de vereniging en nu heet het een community. Uit de zaal komt de opmerking dat bibliotheken door de opschaling het gevoel voor de gemeenschap kwijt zijn geraakt en dat we terug moeten naar de mensen. Ik denk dat bibliotheken nog steeds het gevoel voor de gemeenschap wel hebben. Zeker de baliemedewerkers die de gemeenschap elke dag ziet langskomen. Hoe je een rol pakt als bibliotheek in het opzetten van een community daar ben ik nog niet uit, is dit faciliteren, is dit leiden. Waar zit de behoefte zou mijn eerste vraag zijn. En van daar uit verder redeneren. Niet nu ineens allemaal communities opzetten omdat het hip is. Kirsten Wagenaar praat al 10 jaar over communities. En dat zegt ook al wat.

Wil je de hele presentatie van Kirsten zien, deze staat op slideshare.

Praktijkdag Waardeer Limburgs Erfgoed, ontdek je (nieuwe) natuurlijke doelgroepen

Afgelopen dinsdag was ik in Roermond voor de praktijkdag Waardeer Limburgs Erfgoed, georganiseerd door het Huis van de Kunsten. Het onderwerp van de middag was je publiek vergroten door doelgroep denken. Aan tafel zaten medewerkers van verschillende musea, erfgoedinstellingen en andere erfgoed geïnteresseerden.

De workshop werd verzorgd door Ingrid van der Sterren. Zij heeft haar eigen marketing en communicatie bureau en doet veel voor culturele instellingen in de regio, waaronder bijvoorbeeld ook het helpen bij subsidieaanvragen.

Tijdens de workshop kwamen de volgende onderwerpen aan de orde:

  • Wat zijn doelgroepen en wat is een doelgroepenbeleid?
  • Waarom is het denken in doelgroepen belangrijk voor de toekomst van jouw museum?
  • Hoe kunnen musea denken in doelgroepen en daarmee hun publiek vergroten?
  • Hoe kun je je publiek vergroten door verbindingen te leggen met populaire vrijetijdsbestedingen als wandelen, fietsen en eten & drinken?
  • Hoe kun je een aantrekkelijk aanbod verzorgen voor specifieke recreatiemomenten, zoals familiedagen, scholen, buitenschoolse opvang, vrouwenverenigingen, bedrijfsuitjes etc.?
  • Hoe communiceer je met je doelgroepen en hoe verzorg je promotie op maat richting jouw doelgroepen?
  • Daarnaast wordt een aantal succesvolle praktijkvoorbeelden behandeld waarbij ‘out of the box-denken’ en handelen in doelgroepen centraal stond:
  • Schoolklassen als vaste klant: Kantklosmachines/technieklessen van Museum de Kantfabriek in Horst;
  • Lespakket De Slag om Gelre voor 1000 schoolkinderen;
  • Fanfaremuziek voor een breed publiek;
  • Stadswandelen in de voetsporen van Cuypers
  • Storytelling over opgravingen bij het Kasteel van Wittenhorst / Eten en drinken

Na het voorstelronde gingen we aan de slag. We gebruikten 5 strategieën om anders over doelgroepen na te denken zoals ontrafel. Denk eens goed na over wie, wat, waar, wanneer, hoe en waarom. Ingrid gaf als voorbeeld een tentoonstelling over borduurpatronen in museum de Kantfabriek en hoe zij dit gekoppeld hebben aan hedendaagse technieken, werken met inkleuren/schilderen, bloemschikken. Maar ook een koppeling vonden met een persoon uit de regio die heel veel met borduurpatronen deed en door het persoonlijke verhaal ook weer een bepaalde groep mensen aansprak. Op verschillende lagen kan een tentoonstelling dan verschillende soorten mensen aanspreken.

Een andere strategie is verbinden. Daarmee bedoelend veel losse elementen samen tot een verhaal maken. Een avondje High Society bij het Rijksmuseum in Amsterdam diende als voorbeeld. Na sluitingstijd een drankje en een dansje in het museum met, als je wilt, een rondleiding. Een mooi thema wat aan een bijzondere avond wordt gekoppeld. De thema’s die je kunt bedenken zijn natuurlijk eindeloos.

De derde strategie ging over er op uit momenten. Kant en klare oplossingen voor bijvoorbeeld bedrijfsuitjes, vriendinnendagen, familieweekenden, etc. Veelal gaat het dan om een rondleiding, iets zelf doen en een hapje en drankje. Dit soort arrangementen zijn voor elk museum wel te doen zonder al te veel inspanning. Je hoeft tenslotte niet alles zelf te organiseren. Voor het hapje met drankje kun je met lokale ondernemers werken.

De vierde strategie was haak aan bij populaire activiteiten in de vrije tijd, zoals wandelen, fietsen, winkelen of eten & drinken. Dit doen Nederlanders namelijk erg graag in de vrije tijd. Als voorbeeld gaf Ingrid hier ‘t Bakhuuske en de kapschuur van de molen in Meterik. Zij hebben de molen in ere hersteld en een houtgestookte steenoven erbij gemaakt. Hier kun je dan feestjes organiseren en mensen zelf bijvoorbeeld een pizza laten bakken.

En de laatste strategie waar we over nadachten was gewoon is niet gek genoeg. Denk hierbij aan nachtelijke activiteiten zoals slapen in het museum. Lijkt me geweldig om dat eens te organiseren.

Naast de strategieën voor doelgroepen werd er ook nog iets verteld over een subsidie van de provincie die je in kan zetten voor het toekomstbestendig maken van jouw museum. Je hebt dan, naast de provincie, nog een externe geldschieter nodig en je moet lid zijn van de Federatie van musea in Limburg.

het nationale bibliotheekcongres – deel 3

Als je denkt dat ik er al was, dan had je de sessies gemist. De laatste post over het nationale bibliotheekcongres. Ik maakte het mezelf makkelijk. Ik koos voor de Engelsen zoals ik ze omdoopte. Zij zaten in verschillende thema’s maar in 1 zaal dus kon ik blijven zitten. Voor 1 spreker stond ik op om te verplaatsen en dat was Aat Vos maar daarover later meer.

De eerste Engelsman die ik hoorde spreken was Alex Clifton van Storyhouse in Chester.

Wat een enthousiasme heeft deze man. In sneltreinvaart leerde hij ons dat het gebouw van het Storyhouse 37 miljoen had gekost. Dat er een theater, een bibliotheek, een bioscoop en een restaurant in zit. Maar dat het hart van de filosofie erachter en het gebouw de bibliotheek is. Dat er 50.000 boeken in de open opstelling staan en dat de deuren niet op slot gaan. Dus als het restaurant open is kun je ook boeken lenen. En als je naar de film kan kun je ook eten.

Belangrijke vragen in het proces van het Storyhouse waren:

  • what is real
  • what is good
  • what is normal
  • who are we
  • how should we live

Deze vragen zijn belangrijk als je wilt weten wat de community wil en welke rol je als gebouw/instelling kan spelen. Het grote doel is het verbinden van mensen met elkaar. Zij willen creativiteit stimuleren en vieren. Er zijn 111 community groepen per maand die gebruik maken van het gebouw en dit kan echt van alles zijn. De mensen van Storyhouse cureren alles, maar organiseren niets. Zij geven gebruikers de ruimte om zelf iets te organiseren.

Een interessante…. Er zijn geen beveiligingspoortjes. Dus als je iets mee wilt nemen kun je dat doen. Ook interessant…. blended service. Iedereen weet alles en kan iedereen helpen. Het concept van het Storyhouse is zo goed, dat bezoekers niet naar de bioscoop of de bibliotheek gaan, nee ze gaan naar Storyhouse. En dus zijn er 1 miljoen bezoekers in een jaar en wil Alex Clifton het liefste nog meer Storyhouses in de wereld.

In Nederland zie je ook steeds meer multifunctionele accommodaties ontstaat. Vaak is een bibliotheek hier onderdeel van. Ik ken er nog niet voldoende om te weten of het bij ons net zo succesvol is als in Chester. Dus heb je een voorbeeld voor mij, laat het me weten. Vanuit De Domijnen kijk ik ook naar voorbeelden van culturele organisaties, onder 1 vlag, maar in verschillende gebouwen. Bijvoorbeeld zoals in Sittard, de bibliotheek, de schouwburg, het filmhuis, het poppodium, het archief en musea onder 1 naam en in 1 organisatie maar in meerdere gebouwen verspreid over de stad en het verzorgingsgebied.

Nigel Spencer van de British Library vertelde over user experience.

a fuller understanding of our users current experience is the key to developing succesful future services

Hiervoor gebruikte hij het business model canvas en heeft hij gekeken naar wat komen ze doen in plaats van wat bieden we aan. Uit eigen ervaring weet ik dat deze methode goed werkt omdat je een ander inzicht krijgt in de gebruiker. Het gaat er niet om dat je denkt het wel te weten. Of dat je over de gebruiker kan praten in plaats van met ze.

just look for evidence to support what we hope is correct

Voor de verschillende soorten van betrokkenheid van gebruikers hebben ze verschillende soort gebruikersprofielen. Ze doen elk kwartaal een enquête onder dezelfde mensen. Maar deze vragen zeggen nog niets over toekomstig gebruik dus moesten ze meer de diepte in. Hiervoor gebruiken ze idea spotlight als idee management platform. De ideeën die hier ontstaan zijn van de gebruikers. En of het nu iets nieuws is of niet, dat maakt niet uit. De gebruiker heeft aan de wieg gestaan en dat is belangrijk.

every point of contact with a customer is a potential learning experience

Neil MacInnes vertelde over het Manchester Renewal Programme.

Er is in Manchester een centrale bibliotheek en er zijn 15 vestigingen. Er wonen ongeveer 550.000 mensen in Manchester. De centrale bibliotheek onderging een transformatie en was in 2017 klaar. Zij ontvangen 1,5 miljoen bezoekers per jaar. Het is een ontzettend mooi oud gebouw met een moderne inrichting.
Nu is Manchester niet ver van Chester en volgens sommigen in 1 dag te doen. Ik denk dan fieldtrip, wie gaat er mee?

Zoals gezegd maakte ik voor architect Aat Vos een uitstapje naar een andere ruimte. Het rare is, dat ik in alle jaren dat ik bibliotheken bezoek, nog nooit een bibliotheek van Aat Vos heb bezocht. Ik heb een idee dat daar verandering in gaat komen in de komende jaren. De sessie had als naam de bibliotheek als krachtkern. En naast Aat Vos sprak ook Roxane van Acker (Bibliotheek Zuid Kennemerland) en Bas Pietersen (The Alignment House). Met zijn 3-en gaven zij een reisverslag uit Haarlem. Drie jaar geleden begon deze reis omdat zij in Haarlem op zoek waren naar een bibliotheek die past binnen de huidige samenwerking.

De kern van het verhaal zijn de mensen die die bibliotheek levend maken.

missie: uitblinken in ontwikkeling van burgers in werkgebied en het vergroten van het zelfbewustzijn.

Dit abstracte verhaal vertalen naar de praktijk komt er op neer dat ze op zoek zijn naar de bibliotheek als publieke huiskamer. En dat is ook de vraag die bij Aat Vos is neergelegd. Hij schreef er tenslotte ook een boek over, de bibliotheek als 3e plek. Een plek die veilig en bekend is, een plek voor datgene wat je wilt, met wie en voor zolang je wilt. En plek die gratis is, etc. Er is hier wel een probleem mee, want het publieke domein wordt steeds meer een plek die exclusief is voor mensen die dat kunnen betalen. En dus wil je de plek teruggeven aan het publiek door het aanbieden van een gemengd programma waarbij de mensen die komen betekenis geven aan de plek.

the place is always part of the story

En dus deden ze onderzoek. Gedegen onderzoek. Naar wat speelt er in het verzorgingsgebied. The Alignment House gebruikt hiervoor Mosaic. De gebruikersgroepen werden goed in kaart gebracht en de behoeften zijn duidelijk. En nu zijn er 3 schetsen voor 3 wijken in Haarlem gemaakt. Noord, Oost en Schalkwijk.

En nu is het zoeken naar financiering. En dan uitvoeren. De presentatie was een mooi voorbeeld van hoe gedegen onderzoek en de tijd nemen om de klant te leren kennen je helpt bij het vormgeven van de wens. Ik denk dat Haarlem geen probleem zal hebben met het uitvoeren omdat tegen een verhaal als dit moeilijk nee te zeggen is.

Nu is het zo dat ik binnenkort een vergadering in Kerkrade heb….. en laat dat nu net een bibliotheek zijn waar Aat Vos heel erg bij betrokken is.

De laatste sessie die ik kon volgen van David Fletcher. En was Alex Clifton al een enthousiaste spreker, David Fletcher stuiterde werkelijk door de zaal.

Hij had een idee om startups bij elkaar te brengen, zocht een ruimte, zag lege plekken in de bieb en ging samenwerken. Hij begon klein maar groeide in no-time uit en wordt nog steeds groter. Het enthousiasme en het hebben van een goed idee, David Fletcher laat zien dat je dan succesvol kan zijn. Als je jouw bibliotheek een plek wil laten zijn voor zzp-ers, hackatons of een innovatie hub, kijk dan even op de site van Wimbletech, misschien dat David je verder kan helpen.

stay local, grow local, support local

En toen was het tijd voor de prijsuitreiking van De Beste Bibliotheek van Nederland. De Domijnen Ligne was genomineerd en we zaten bij de laatste zes. Supertrots natuurlijk dat anderen ons hadden genomineerd. Compleet onverwachts ook. Mark Deckers maakte een foto van de de laatste zes.

Media preview

We mochten kort iets zeggen op de vraag van de jury. Ik mocht iets zeggen over de samenwerking met Zuyd Hogeschool. Want dat is wel uniek in Nederland. Een openbare bibliotheek samen met een Hogeschool bibliotheek waarbij onze collecties in elkaar over gaan en de verschillende collega’s samen aan de informatiebalie zitten. Naast natuurlijk het feit dat de bibliotheek onderdeel is van een grote culturele organisatie. Wij hebben dan ook een afdeling educatie die alle cursussen en workshops en de basiseducatie voor de hele organisatie organiseert. En (ja ik wil het toch even kwijt) als de jury dan schrijft dat wij, als bibliotheek, weinig organiseren dan denk ik, dat klopt als je dat bij de bibliotheek zoekt op de website. Want daar staat dat niet. Het staat bij educatie. Maar goed ik snap dat de constructie die wij hebben nieuw is in Nederland en dat iedereen hier aan moet wennen. Zwolle dus als winnaar. Ik moet er nog gaan kijken, net als bij de andere genomineerden. Ik zal mijn lijstje vast gaan maken. Heb je goede toevoegingen, bibliotheken die ik echt moet zien. Laat het me weten. Ik kom graag op bezoek.

het nationale bibliotheekcongres – deel 2 – het plenaire gedeelte

Op dinsdag 20 maart was het dan tijd voor het Nationale Bibliotheekcongres. Ik was hier nog niet eerder geweest, had er geen verwachtingen van, behalve dan dat ik veel bekenden zou tegen komen. De locatie (Theater de Kampanje) was fantastisch, mooi, groot en ruim. Vlak bij het station dus dat was ook fijn toen we aan het einde van de dag weer naar huis gingen. De catering was goed geregeld. Alleen het programma daaromheen maakte het lastig. Ik moest snel een broodje eten omdat mijn eerste sessie al begon. Later bleek dat er eigenlijk 2 uur lang hapjes en soepjes langskwamen in de grote ruimte maar dat heb ik gemist. Geen probleem hoor, begrijp me niet verkeerd, ik heb voldoende gegeten en gedronken en ik ben lekker bij de sessies gaan zitten.

Maar eerst het plenaire gedeelte. Dit werd begeleid door Lucas de Man. Ik kijk graag naar zijn televisieprogramma’s en in irl is hij net zo goed. Hij weet precies de juiste vragen te stellen.

De eerste vragen stelde hij aan Lily Knibbeler (directeur van de KB).

Je zal op de komende foto’s zien dat het decor de hele tijd wijzigt. Er komen objecten uit de hoogte, er worden attributen neergezet. Het plaatje verandert per spreker en die extra toevoeging maakte het mooi, heel erg mooi. Maar goed Lily legde uit waarom het congres het thema BRICKS, BITS & BOOKS!
Bouwen aan de Bibliotheek van overmorgen had gekregen en waarom het gebouw zo ontzettend belangrijk is. En dat was echt toeval, dat ik, die dol ben op bibliotheekgebouwen naar een congres mocht over gebouwen.

Maarten Hajer stelde het programma samen. Hij is faculteitshoogleraar Urban Futures aan de Universiteit van Utrecht. Zijn quote op de website van het congres:

“Hoe kunnen we tussen de stenen leven creëren?”

In april 2018 opent Maarten Hajer  ‘Places of Hope’, een tentoonstelling/manifestatie over de (ruimtelijke) toekomst van Nederland die hij samen met Michiel van Iersel cureert.

De belangrijkste vraag van vandaag was, wat zijn de ontwikkelingen in het publieke domein. En Maarten probeerde door hier zelf op te reflecteren en gasten uit te nodigen die met hem dit bespraken een beeld aan ons te schetsen.

Dus wat is het publieke domein, wat is een goede plek? Samen op zoek naar plekken waar je je prettig voelt, waar je vindt waar je niet naar op zoek was, een plek waar iets nieuws kan ontstaan. Een plek waar je kan onderzoeken, voelen, denken, praten over wie wij zijn. Maarten Hajer geeft ons verschillende voorbeelden. Van plekken die het heel goed doen en waar mensen spontaan bij elkaar komen (Scheveningen om Pokemons te vangen of het kunstwerk in Chicago van de waterspugende mensen). Of plekken waar betekenisvolle frictie kan plaatsvinden (zoals een performance in Tate Britain met de titel Human Cost). Het publieke domein is nooit onomstreden en moet voortdurend worden bevochten. Maar hoe zorg je dat het publiek echt tot uitwisseling komt? Onder welke condities gaan we om met de frictie? We moeten zoeken naar plekken die ons mentale veerkracht geven.

Lucas de Man suggereert dat het publieke domein te braaf is geworden. Je hebt veel vergunningen nodig als je iets wilt organiseren in het publieke domein en dan is het vaak ook nog vermaak voor de massa of het is te heftig en dan word je opgepakt. Maarten Hajer reageert hierop en zegt: “mensen kunnen pas contact met anderen maken als de omgeving veilig is.”

Na een muzikaal intermezzo is het tijd voor twee architecten. Francine Houben en Michiel Riedijk.

Maarten Hajer vroeg hen:

neem een beeld mee van een publieke ruimte waar je jaloers op bent
en welk publiek domein heb je wel gemaakt maar is geen bibliotheek

Voor Francine Houben is de publieke plek van iedereen met meerdere verhalen en meerdere interpretaties. Zij nam als voorbeeld het Pantheon in Rome en de Rabobank in Sittard. Michiel Riedijk meent dat publieke gebouwen moeten spreken, herkenbaar en associatief zijn. Het gebouw moet je verleiden om er te willen zijn. Wat hij ziet is dat er overal toegangspoortjes ontstaan en dat het gemeenschappelijke en publieke deel niet langer meer vanzelfsprekend is. Zijn voorbeelden waren Temple Street in Hong Kong en Beeld & Geluid in Hilversum.

Als laatste voorbeelden kregen wij te zien Belvedere in Rotterdam, ook wel het Verhalenhuis genoemd. Deze plek is informeel ontstaan en een waanzinnig mooi voorbeeld van hoe een plek publiek kan worden. Hun missie is mensen en gemeenschappen in de hedendaagse stad zichtbaar maken middels kunst, cultuur en (persoonlijke) verhalen. Met als doel het geluk van mensen bevorderen, en zo werken aan een meer betrokken stad en samenleving.

Verhalenhuis Belvédère from Verhalenhuis Belvédère on Vimeo.

Ik vind het ontzettend jammer dat ik hier niet ben geweest toen ik nog in Rotterdam woonde.

En Nicole van Wessum vertelde over het theaterfestival De Parade.

Een belangrijke opgave voor veel theaters, bibliotheken en musea is de veelzijdigheid van hun gebouw te vergroten, zonder hun diepgang kwijt te raken.

Een festival dat tijdelijk in het publieke domein plaatsvindt. Maarten Hajer vindt dit voorbeeld de paradox van de openbaarheid. Door het plaatsen van een hek om het festival wordt het veiliger.

Het was een mooi begin van de dag. Genoeg om over na te denken. Hoe past de bibliotheek in dat publieke domein? Wat doen wij om een veilige plek te creëren, waar mensen echt contact met elkaar kunnen maken en samen kunnen zijn? Hoe maken we dat gebouw echt OPEN.

 

het nationale bibliotheekcongres – deel 1

Op 20 maart werd het Nationale Bibliotheekcongres gehouden in Den Helder en een dag eerder mocht ik al mee met een bustoer langs mooie en bijzondere bibliotheken. In de bus zaten collega’s van de KB, andere bibliotheken uit het hele land en mensen van de IFLA. Een leuke en gezellige groep dus. We begonnen om 9 uur in Den Haag bij de KB. De eerste stop van de bus was de bibliotheek van de TU Delft. Wilma van Wezenbeek (directeur) en Francine Houben (architect) hadden een presentatie voorbereid.

Het was leuk om terug te zijn maar ook gek. Want je werkt er niet meer en er zijn natuurlijk dingen veranderd. Toch was het goed om even koffie te drinken met collega’s en bij te praten.

Na een uurtje weer in de bus op weg naar Gouda.

Ook hier werden we opgewacht door de directeur (Erna Staal) en de architect (Jan David Hanrath). De chocoladefabriek waar de bibliotheek in zit is een bijzonder gebouw en tot stand gekomen door serieuze bezuinigingen. Alle locaties werden gesloten en er mocht een gebouw als bibliotheek worden ingericht. De focus in het gebouw is inspiratie, creatie, kennisdelen en participatie. Tijdens openingstijden vind je 2 personeelsleden op de vloer die klanten helpen (tussen 11.00 – 20.00 uur). In het nieuwe gebouw worden er veel meer boeken uitgeleend dan voorheen, ook al was dat niet een doel op zich. Het gebouw is 7 dagen per week open van 9.00 – 21.00 uur.


Ik werd blij van de huisregels. Maar ook van hun librarian in residence programma. En natuurlijk van het gebouw. Als je er nog niet geweest bent moet je zeker een keer langs gaan. En dan lekker gaan lunchen bij Kruim.

Zij maakten voor ons de lunchpakketjes voor in de bus. Tijd om even ergens te zitten was er niet. Hup op naar de volgende locatie, dat was Amsterdam.

Martin Berendse (directeur) en Thomas Offermans (architect) vertelden ons over de plannen en ideeën voor de toekomst, zoals de nieuwe bibliotheek op de zuidas, samen met de universiteit. Het plan is om hier 24/7 open te zijn. Een plan om in de gaten te houden dus. Momenteel wordt er veel verbouwd en opgeknapt in de OBA. De rondleiding was kort en snel maar gaf wel een goed beeld voor de mensen in de groep die er nog nooit geweest waren. We hadden nog wel een ritje voor de boeg dus snel in de bus en op naar Den Helder.

En dan kom je voor het eerst binnen in de beste bibliotheek van 2017, School 7 in Den Helder.

Wat een fantastisch gebouw met een supermooie inrichting. Marcel van der Veer ontwierp het interieur en vertelde over het proces. Het bibliotheekgebouw is een combinatie van oud en nieuw.

De boeken staan in het nieuwe gebouw, dit is vanwege het gewicht. Het oude gebouw zie je op verschillende plekken terug, zoals hier waar het dak en de oude ramen te zien zijn.

Maar ook hier in de doorkijkjes die je overal in het gebouw vindt.

Mooie doorkijkjes ook naar buiten. Ik kan me voorstellen dat bezoekers hier graag komen. Dat ze hun favoriete plekjes hebben. De ramen zijn omkleed met meubels waardoor een knusse sfeer ontstaat. De medewerkers zijn duidelijk herkenbaar door waanzinnig mooie bedrijfskleding (je snapt die staat op mijn wensenlijstje) en de koffiecorner heeft een mooi aanbod lekkere dingen. In oude wc’s zijn hoekjes gemaakt voor kinderen en dat vind ik een grappig detail.

Ik heb de overige kandidaten vorig jaar niet gezien maar ik snap wel dat Den Helder heeft gewonnen. Het is het totaalplaatje en dat was helemaal af.

Meer foto’s van deze bezoeken staan op flickr en die vind je hier.