Hoe eenvoudig wordt online informatie nu eigenlijk gevonden?

Die vraag stelde IDEA (het Institute for Dynamic Educational Advancement) zichzelf ook en dit resulteerde in een onderzoek waarbij gekeken is naar drie groepen en hoe zij online informatie eenvoudig vinden. De drie groepen zijn: non-profit organisaties en steden, web designers en bedrijfsleven en het algemene publiek.

Michael Douma (Executive Director IDEA) stuurde mij gister een email om mij op het onderzoek te wijzen en om te vertellen dat de resultaten online beschikbaar zijn. Daarnaast vertelde hij dat aan het einde van dit jaar er een tool wordt uitgebracht die ervoor zorgt dat online informatie nog eenvoudiger gevonden wordt. Ik begrijp nog niet helemaal wat hiermee wordt bedoeld maar als het goed is krijg ik een seintje als zij betatesters nodig hebben en uiteraard wil ik dan wel even helpen en kritisch naar het product kijken.

Maar goed het onderzoek en de resultaten. Die vind je hier. Een korte samenvatting voor hen die niet willen doorklikken, met wat aanvulling van mijzelf.

  • Designers onderschatten de waarde van een effectieve site.
    De ondervraagden vinden een site effectief als deze de behoefte vervult, als informatie soort van eenvoudig wordt gevonden en als zij nooit de weg kwijt raken op een site.

    Veelal zie je sites langskomen waarvan je weet dat het bedrijf of de organisatie niet echt heeft nagedacht over wat de bezoeker nu precies komt doen. Onlogische navigatie en teveel informatie spelen daarbij, naar mijn mening, een grote rol. Je hoeft niet alles online te vertellen. Als iemand meer wil weten vragen zij daar wel om. Dus houd het simpel en overzichtelijk. Ik heb ooit tijdens een sollicitatiegesprek tegen een sollicitatiecommissie van een bibliotheek gezegd dat de website niet oke was. Ik werd toen gevraagd wat ik zou veranderen. En ik zei: ik zou van de negen navigatie knoppen en zes weghalen….. Er volgde een diepe stilte. Ik legde uit. Wat bezoekers willen weten is hoe zij bij de catalogus komen, tot hoe laat de bibliotheek open is en wat het adres is en zij willen in contact komen met de bibliotheek. Drie knoppen dus, zoeken, wat/hoe/waar en contact. Dus geen informatie over de organisatiestructuur, links naar jaarverslagen en dat soort non-informatie. Gewoon eenvoudig en overzichtelijk. Ik heb de baan gekregen dus blijkbaar zag men iets in mijn idee, het is alleen nooit uitgevoerd en inmiddels werk ik ergens anders en houd ik mij niet langer bezig met webredactie of webdesign. Nog wel die van mijn weblog, maar voor weblogs gelden andere regels dan voor sites van bedrijven. Op weblogs mag het een onoverzichtelijk zooitje zijn omdat bezoekers vaak een kijkje nemen via een zoekmachine of een rss-feed. En daarnaast zijn tags en categorieën het middel om op blogs snel informatie te vinden.

  • Eenvoudige toegang tot complete informatie is het belangrijkste als het gaat om tevredenheid van site-bezoekers.
  • Een website moet er “goed” uitzien en up-to-date zijn. Investeer geld in een eenvoudige overzichtelijke site in plaats van fancy flashanimaties en multimedia. Nu zeg ik niet dat flashsites niet overzichtelijk kunnen zijn. Tuurlijk kan dat wel, maar springende en bewegende beelden schrikken de meeste sitebezoekers af en veelal raken zij het overzicht kwijt als zij de back-knop niet kunnen gebruiken.
  • Bezoekers willen snel informatie.Een traag geladen website met informatie dat net niet datgene is wat je zoekt is vreselijk frustrerend. Kijk dus kritisch naar je eigen site. Test deze op verschillende machines. Gebruik tools om te meten hoe snel een website laadt. Is deze te traag, pas hem dan aan. Laat de vormgeving niet leidend zijn als dit betekent dat de website hier sloom van wordt.
  • Bezoekers willen een breed scala aan onderwerpen. Dit spreekt bovenstaande natuurlijk tegen. Veel onderwerpen zonder onoverzichtelijk te zijn. Mhmhm, maar wat hiermee wordt bedoeld is dat sitebezoekers het op prijs stellen als zij onderwerpen te zien krijgen die zij niet hadden verwacht en op die manier op nieuwe ideeën worden gebracht. Sidebars met related links kunnen hierbij helpen. Of als je dit interessant vindt kijk dan ook hier eens naar meldingen doen het goed.
  • Designers zijn bijzonder optimistisch in hun aanname dat bezoekers hun weg op de site wel kunnen vinden maar het blijkt dat bezoekers het liefste nog aan de hand genomen willen worden. Blijkbaar raken bezoekers nog steeds de weg kwijt op websites. De bezoeker kent de site nu eenmaal niet zoals het bedrijf deze kent. De bezoeker komt niet elke dag op de site. Laat je oma de site bekijken en vraag haar of zij vindt wat ze zoekt…. is het antwoord nee… terug naar de tekentafel en opnieuw beginnen. Het is nu eenmaal zo dat bezoekers die de weg kwijtraken op de site niet terug komen om het nog een keer te proberen. Tenzij zij echt, maar dan ook echt, iets nodig hebben dat alleen op die site te vinden is.

Interessant onderzoek en ik kijk dan ook uit naar de uitnodiging voor het testen van de tool.

Gebruikt beeldmateriaal is afkomstig van Flickr – The Idea Guild van bealluc

Marketing & bibliotheken

Tijdens de bibliotheekopleiding heb ik enkele marketing vakken gevolgd en ik vond het leuk om te doen. Zo leerde ik over de lancering van het Magnumijsje en wat daar marketingtechnisch bij kwam kijken. Eigenlijk heb ik na mijn opleiding niet zo heel veel meer met marketing gedaan. Tijd voor een update van mijn kennis dus en waarom dit dan niet delen met de lezers van mijn blog.

Wat is marketing?

Voor het begrip marketing bestaan verschillende definities maar in de meeste gevallen staan de activiteiten die de goederen en diensten van de fabrikant naar de gebruiker brengen centraal. Met hierbij speciale aandacht voor het creëren, communiceren en leveren van waarde voor de klant en het onderhouden van klantrelaties. Maar eigenlijk gaat het gewoon om het stimuleren van de verkoop van diensten en producten. Nu ligt dat in de bibliotheekwereld misschien een beetje gevoelig. Van oudsher is de bibliotheek er niet op gericht om bakken met geld te verdienen. Wel is de bibliotheek er op gericht om een langdurige relatie met haar klanten/gebruikers aan te gaan. Ik heb het idee dat bibliotheken en marketing geen vanzelfsprekendheid zijn. Dat bibliotheken marketing misschien wel een vies woord vinden en er nog niet over na willen denken. Maar waarom niet? Is het niet eens tijd dat de bibliotheek commerciëler wordt en dus marketing gaat omarmen?

De 4 P’s

J. McCarthy heeft de activiteiten die onder het begrip marketing vallen ingedeeld in vier groepen die allemaal met een p beginnen, de vier p’s dus. Dit zijn het product, de prijs, de promotie en de plaats.

Het product

Het product is natuurlijk het ding dat verkocht moet worden, dit kan ook een dienst zijn. Sluit het product aan bij de wensen en de behoefte van de klant is een vraag die je je het beste van te voren kan stellen.

Een onderzoek naar bestaande klanten wordt in het openbare bibliotheekveld ook wel een KTO (klanttevredenheidsonderzoek) genoemd. Hierbij wordt onderzocht hoe de klant over de kwaliteit van de dienstverlening denkt. Deze informatie wordt daarna gebruikt om de dienstverlening te verbeteren. Ook wordt het KTO gebruikt om de doelgroepen van de bibliotheek in kaart te brengen. Op de website www.vlissingen.nl staat dat de Vereniging Openbare Bibliotheken de KTO als verplicht onderdeel heeft opgenomen in de Certificeringsnorm 2006-2009. Het standaardonderzoek dat de VOB gebruikt wordt ten minste 4x per jaar uitgevoerd, waarbij wordt gelet op de dienstverlening, het product (hier vallen verschillende dingen onder zoals de collectie, de informatiebemiddeling, de communicatie en de gebruikersvoorwaarden) en de locatie/accommodatie. Sinds 2002 heeft StadsMonitor Vlissingen voor ruim 200 bibliotheekvestigingen het klanttevredenheidsonderzoek uitgevoerd of gefaciliteerd. De StadsMonitor deed dit onderzoek voor bibliotheken die de expertise niet in huis hebben en het onderzoek willen uitbesteden. Uiteraard is het doen van het onderzoek niet gratis. En natuurlijk is StadsMonitor Vlissingen niet het enige bureau dat deze onderzoeken uit voert.

De universteitsbibliotheken en de Koninklijke Bibliotheek werken samen in het UKB-verband. Klanttevredenheidsonderzoeken worden niet gezamenlijk uitgevoerd, dit doen universiteitsbibliotheken ieder voor zich. Terwijl samenwerking op dit vlak zeer zinvol kan zijn, maar daarover later meer.

De prijs

De prijs geeft informatie over het product waarbij de prijs kwaliteitverhouding belangrijk is. Men is best bereid meer te betalen als een product of dienst het waard is.

De promotie

De derde p is de p van promotie, denk hierbij aan adverteren, promotieactiviteiten op locatie, publiciteit in kranten en tijdschriften en persoonlijke verkoop.

Als ik een proefabonnement op een tijdschrift of krant neem weet ik van te voren al wanneer men mij gaat bellen. Vaak begint het gesprek voorzichtig maar eigenlijk heeft het maar een doel. Ik heb een proefabonnement gehad nu moet ik een echt abonnement nemen en wel direct. Als je dan nee zegt is men vaak teleurgesteld, zeker als je zegt dat je het tijdschrift te duur vindt of niet interessant genoeg. Na een nee wordt er gelukkig dan snel opgehangen. Veel blijer zijn de reacties als je wel toehapt en een jaarabonnement neemt. Gelukkig kan je deze veelal online weer opzeggen, ook vaak maanden van te voren. Dus niet langer abonnementen vergeten en onnodig doorbetalen, maar meteen opzeggen zodra het abonnement is ingegaan.

De plaats

De laatste p is de p van plaats. Het gaat hier om de locatie waar het product of de dienst verkocht wordt. Dit kan de bibliotheek zijn, een buurthuis, een school of een bibliotheekbus.

De vier p’s zijn duidelijk. Maar wat doe je nu met marketing als je in een bibliotheek werkt? En wat is er de laatste jaren verandert? Zijn de standaard promotieactiviteiten (folder, persbericht, nieuwsbericht, speciale evenementen, etc.) nog wel voldoende om het product of de dienst aan de man/vrouw te brengen?

Sommige bibliotheken werken al met een PR/Marketingmedewerker en anderen niet. Voor hen die nog niet eerder serieus naar marketing hebben gekeken heeft Cubiss een 8-marketing-stappenplan ontwikkeld en online beschikbaar gesteld. Doen! is hierbij de duidelijke boodschap. Maar wel eerst onderzoek doen naar doelgroepen, statistieken en nog wat andere dingen. Meer ondersteuning nodig, volg dan een cursus marketing en de bibliotheek.

Het merk: bibliotheek!

Traditioneel gezien is de PR/Marketing-medewerker van de bibliotheek degene die zorgt voor de marketing en PR. Er is een nieuwe dienst/product die gelanceerd wordt en de PR/Marketing-medewerker gaat aan de slag. Tegenwoordig, met internet en de opkomst van web 2.0 is het beïnvloedingsmodel, waar voorheen de PR/Marketing-medewerker verantwoordelijk voor was, een model geworden waarbij peer-to-peer-communicatie belangrijk wordt.

In het tijdperk voor web 2.0 werd internet gezien als een extra medium om de traditionele marketing op los te laten. Je kreeg in de vroege jaren vaak websites voor je neus die leken op folders, met informatie die niet echt geschreven was voor het web. Of van de vreselijke bewegende banners bevatte die je natuurlijk nooit weg kon klikken.

Momenteel is het zo dat elke bibliotheekmedewerker een keuze heeft om zich aan te melden bij een online community of mee kan doen aan een web 2.0 toepassing. Stel nu dat een bibliotheekmedewerker een blog begint en duidelijk aangeeft bij een bibliotheek te werken, dan is het mogelijk dat bezoekers van die bibliotheek dit lezen. Hiermee wordt die medewerker een bron (of peer) die betrouwbaar is. Hij of zij werkt tenslotte in de bibliotheek en weet waar hij/zij over praat. Hetzelfde geldt natuurlijk voor de bibliotheekmedewerker die op Hyves te vinden is of bij Flickr, YouTube of LinkedIn.

Voor de traditionele marketing is dit een enorme verandering te noemen. Niet langer is het eenrichtingsverkeer, maar tweerichtingverkeer op een medium waar je als bibliotheek misschien niet eens de controle over hebt. Nog even het voorbeeld van die bibliotheekmedewerker met een weblog. De PR/Marketing-medewerker van deze bibliotheek weet misschien niet eens dat deze blog bestaat en ook als hij/zij dat wel weet, heeft hij/zij dan controle over de inhoud? Waarschijnlijk niet. En stel nu dat het niet de bibliotheekmedewerker is die iets schrijft over de bibliotheek maar zomaar iemand, iemand die een boek wilde lenen dat niet in de bibliotheek aanwezig was. Als je al geen invloed hebt op de content die een bibliotheekmedewerker online plaatst, hoe wil je dan invloed hebben op de content van de internetgebruiker?

Ik vraag mijzelf regelmatig af of er bibliotheken zijn die bijvoorbeeld google alerts hebben ingesteld op de naam van hun bibliotheek, gewoon om te kijken hoe zij online verschijnen. Egosurfen voor de bibliotheek dus. En als de alerts dan al ingesteld zijn, wat doet een bibliotheek dan met die informatie? Zijn er medewerkers die het web afstruinen en in commentaren vertellen over de bibliotheek en de diensten die zij aanbiedt of negatieve verhalen een positieve draai proberen te geven. Vindt een bibliotheek het belangrijk hoe zij online gepositioneerd wordt?

Op zich kun je niet zoveel doen aan content die online over de bibliotheek verschijnt. Maar je kan wel actief deelnemen aan de discussie. Laten zien dat je er bent en daarmee ook laten zien dat geïnteresseerd bent in de mening van de gebruiker (ook al is dit iemand die al jaren niet in de bibliotheek is geweest). Om deel te kunnen nemen moet je natuurlijk wel weten waar men het over heeft. Dus verdiep je in de web 2.0, social software ontwikkelingen en denk na over hoe je hierin wilt deelnemen, actief of passief. 23 dingen is een uitstekend startpunt om kennis te maken met weblogs, wikis, foto-sharing sites, etc. Laat de bibliotheekmedewerker hiermee spelen en maak daar tijd voor vrij. Maak ook tijd vrij om na het spelen het met elkaar te bespreken en te bedenken hoe je op een creatieve manier gebruik kan maken van de kracht van het web.

Inspiratie nodig, bekijk onderstaande slideshow. Met een Amerikaans tintje maar zeker bruikbaar voor de Nederlandse markt.

De PR/Marketing-medewerker die vasthoudt aan zijn traditionele marketingmanieren ziet deze ontwikkelingen wellicht liever niet. Laat hem/haar maar fijn een folder maken, dat is wat hij/zij kan en waar hij/zij goed in is. De marketingmedewerker die inmiddels overtuigd is van de kracht van web 2.0 en social software kan een web 2.0 marketingplan schrijven. Want als bibliotheek is het gemakkelijk om je aan te melden bij 100 verschillende social sofware sites, maar dan? Denk daarom na over hoe nu verder. Het bijhouden van verschillende sites en accounts kost tijd maar levert ook veel op, als je het maar serieus aanpakt en er over durft te schrijven. Om het web 2.0 marketingplan vorm te geven kun je bijvoorbeeld gebruik maken van de kennis van de eigen medewerkers maar ook van die van de gebruikers. Hoe denken zij hoe de bibliotheek online zich kan positioneren? Wat laten zij zien als zij een promotiefilmpje van de bibliotheek maken? Denk ook voor het schrijven van het web 2.0 marketingplan alvast na hoe je het gebruik wilt monitoren. Het aantal bezoekers op een site is bij lange na niet meer voldoende. Je wilt bijvoorbeeld meten hoe snel een bericht wordt opgepakt of een nieuwe dienst wordt beschreven op andere sites dan die van de bibliotheek.

Neem bijvoorbeeld het voorbeeld van boeken- of leeslijsten. Deze lijsten en de communities die er omheen ontstaan zijn gemakkelijk over te zetten van fysieke bijeenkomsten in de bibliotheek naar online bijeenkomsten. Gebruik makend van bestaande sites en bijvoorbeeld een webcam of skype.

Een voorbeeld

Een goed voorbeeld vind ik Bookspace van Hennepin County Library. Op deze pagina kun je zien wat de medewerkers van de bibliotheek lezen en wat zij van die boeken vinden. Maar ook leeslijsten van bibliotheekgebruikers en links naar boekenclubs waar je aan kan sluiten. Uiteraard kun je jouw recensie van een boek gewoon achterlaten in de catalogus zodat iedereen hem kan zien. Om de bibliotheekcontent meer leven te geven dan het leven dat zij hebben bij de bibliotheek zou je bijvoorbeeld de leeslijsten die aangemaakt worden op de bibliotheeksite gemakkelijk kunnen laten exporteren. Op die manier kan ik bijvoorbeeld op mijn weblog laten zien wat ik lees en wat ik van een boek heb gevonden. Ik kan mij voorstellen dat ik de leengegevens van de openbare bibliotheek online kan opvragen en kan hergebruiken. Ik kan dan bijvoorbeeld de gegevens uit de catalogus koppelen aan een afbeelding van het boek bij Bol of Amazon. Momenteel zie ik als ik inlog bij de bibliotheek alleen de boeken die ik nu te leen heb. Ik zie geen leengeschiedenis en dus maak ik op mijn weblog een eigen leeslijst aan. Ik voeg het boek dat ik lees toe en schrijf er een recensie over. Maar als ik dat nu kan doen met mijn gegevens van de openbare bibliotheek ben ik sneller, zorgvuldiger, completer en vul ik tegelijkertijd de catalogus met recensies. Een win-win situatie dus. Daarnaast kunnen lezers van mijn weblog zien wat ik bij de openbare bibliotheek heb geleend. Als zij mij een betrouwbare bron vinden die dezelfde smaak heeft als zij dan lenen zij die boeken waarschijnlijk ook. Op die manier kan de bibliotheek met content die wel van hen is maar op andere sites te zien is het bereik vergroten en hun diensten promoten zonder dat direct duidelijk wordt dat zij de afzender is. Probeer ook als bibliotheek aan te haken bij succesvolle sites zoals LibraryThing, die site biedt een widget aan die ik kan gebruiken op mijn blog.

Maar even terug naar de bibliotheek als merk. Iets waarvan ik vind dat de bibliotheekwereld dit te weinig uitbuit. Ook de universiteitsbibliotheek waar ik werk is dit nog niet heel erg actueel, tenminste het is niet zichtbaar voor mij. Van grote merken als Nike en Starbucks verwachten wij niet anders, maar waarom geldt dat niet voor DE bibliotheek. Stel nu dat de universiteitsbibliotheken en de KB samen een groot marketingoffensief starten. We hebben tenslotte overeenkomsten in doelgroepen, producten en diensten. Dan staan wij toch heel sterk als DE wetenschappelijke bibliotheek. Het gaat om de gebruiker die niet langer om de bibliotheek heen kan, of wil. Het betrekken van de gebruiker op een dusdanige manier dat hij van de bibliotheek gaat houden (of haten, negatieve aandacht is tenslotte ook aandacht). En het gaat om beleving. Die beleving begint al voor de voordeur van de bibliotheek, het begint in de trein of thuis als je iets wilt doen dat met de bibliotheek te maken heeft. David King verwoordde het ruim 2 jaar geleden op CIL heel bijzonder en binnenkort komt zijn boek over dit onderwerp uit. Een absolute aanrader dus.

De loyale gebruiker

Als ik het over belevenis heb dan heb ik het over gebruikers die de bibliotheek al kennen en bezoeken. Deze bezoekers zijn niet altijd even loyale bezoekers. En wat kun je doen om die gebruiker wel loyaal te maken?

Introductie van de WOUW-belevenis oftewel het verassingseffect dat de gebruiker heeft als hij/zij bij de bibliotheek binnenkomt (online of fysiek) en de belevenis start. Brandon Schauer schrijft in zijn artikel The Long Wow over het op lange termijn loyaal houden van de gebruiker door ze systematisch te overweldigen.

Schauer beschrijft vier stappen om deze lange wouw te realiseren.

Stap 1 is het kennen van de mogelijkheden van het brengen van het product of de dienst.

Select a small set of touchpoints across channels than can (a) be coordinated to demonstrate your capability to meet a customer’s needs and (b) be remixed to deliver new solutions to customers as you define them.

Maak gebruik van combinaties van diensten/producten van jezelf of in combinatie met anderen. Als voorbeeld neemt Sauer de Nike/iPod sport kit voor een nieuwe hardloop belevenis. Ik denk even hardop. Mijn openbare bibliotheek heeft een grote muziekcollectie. Als zij een programma samenstellen met muziek waarop ik kan hardlopen of skaten en deze elke week vernieuwen, waarbij de muziek aangepast wordt aan de vorderingen die ik maak. En als zij hier nu voor samenwerken met sportactiviteiten in de stad zoals de WednesdayNightSkate. Dan word ik daar toch helemaal gelukkig van. Een bibliotheekbelevenis zonder de bibliotheek te bezoeken. Gewoon de muziek downloaden van de website en op mijn iPod zetten.

Stap 2 is het onder de aandacht brengen van diensten/producten die al eeuwen bestaan maar waarvan iedereen is vergeten dat zij bestaan. Kijk kritisch naar de organisatie waar je werkt en evalueer het gebruik van diensten. Zijn de diensten die bijna niet gebruikt worden slecht of zijn zij gewoon vergeten? En als zij vergeten zijn, blaas er dan nieuw leven in, schenk er een nieuw sausje overheen en promoot het alsof het net nieuw is.

Stap 3 is het creëren en evalueren van bestaande processen die vaak herhaald worden. Waar zitten de sterke kanten van de organisatie als het gaat om het promoten van nieuwe dingen? Koppel deze sterke kanten dan daarna aan beleving. Dus breng twee processen samen die op het eerste oog niets met elkaar te maken hebben.

En dan de laatste stap (stap 4). Plan de wouw-beleving. Alle ideeën in een keer lanceren is niet heel slim. Overweeg daarom wat je wanneer wilt communiceren. Als je de gebruiker beter kent is het gemakkelijker om te beoordelen hoe zij op de wouw-belevenis reageren en hoelang je kan wachten met de volgende wouw-belevenis. Wanneer zeg jij wouw tegen een nieuwe dienst van de bibliotheek?

Gevisualiseerd zien de vier stappen er als volgt uit:

Dus…

Hoe bereik ik de gebruiker (oude en nieuwe, bekende en onbekende)? Hoe wil ik die gebruiker bereiken (online / offline)? Welke strategie ga ik als bibliotheek toepassen om mijn producten en diensten aan de man/vrouw te brengen? En hoe zorg ik voor de wouw-beleving? Een ding is mij duidelijk geworden, je moet het gewoon DOEN! Experimenteer, speel en wees creatief. Luister, participeer in het online gebeuren, laat het los – de content komt toch wel, inspireer en beïnvloed (niet te overheersend). Ga af en toe enorm onderuit en leer hiervan. Evalueer de successen en breid ze uit. Bedenk dat je niet de enige bent die over marketing en bibliotheken nadenkt en zoek elkaar op.

Gebruikt beeldmateriaal is afkomstig van Flickr – colorful mosaic of a rainy Istanbul van marielito

Update 5 augustus: David Lee King post vandaag een stuk over The Social Web and Libraries met daarin tips hoe je beter kan luisteren naar gebruikers. Naast gebruik van traditionele middelen (email, een vragenformulier) ook aandacht voor nieuwe middelen zoals Google Alerts, YouTube Alerts, en meer.

Teveel gelezen in de maand – juli

Dubbelklik / Jane Moore
Misschien heb ik de juiste keuze gemaakt in de bibliotheek een paar weken geleden want de boeken die ik in deze maand heb gelezen lazen allemaal als een trein, de een met een wat diepgaander verhaal dan de ander. Dubbelklik gaat over de liefde en voor mij een typisch voorbeeld van ChickLit met een beetje meer. Jessica Monroe (de hoofdpersoon) is een mid-dertiger en heftig op zoek naar de liefde van haar leven. Voor haar verjaardag krijgt zij een abonnement op een datingsite en omdat zij in de kroeg geen prins vindt probeert zij het online. Een aantal vreselijke dates volgen totdat zij Simon ontmoet. Een mooie sexy man, die jammer genoeg niet veel aandacht heeft voor serieuze zaken in het leven. Zoals het ziek worden van de zus van Jessica en haar ontslag bij het televisiestation waar zij werkt. Toch komt het allemaal goed (natuurlijk het is ChickLit) en vindt Jessica haar prins op het witte paard. Grappig en bij vlagen serieus, een prima boek voor een zomerse vakantiedag in de tuin.

Gebruikt beeldmateriaal is afkomstig van Flickr – loveX8 all you need is love!!! van jmsmytaste

Ik blijf maar lezen in de maand – juli

Affiniteit / Sarah Waters
Eigenlijk is het een heel raar verhaal, bizar soms en bij tijden voorspellend maar toch blijf je lezen omdat het zo vreemd is dat je wilt weten hoe het afloopt. Het verhaal gaat over Margaret Prior die de Millbank gevangenis in Londen bezoekt. Margaret leeft aan het einde van de 19e eeuw. In de gevangenis bevinden zich moordenaars, gifmengers en dieven maar ook een dame met de naam Selina Dawes. Selina zit vast op verdenking van moord en mishandeling. Een daad die zij pleegde toen zij als medium seances hield bij rijke Londenaren. Margaret raakt tijdens haar bezoekjes aan de gevangenis in de ban van Selina en wordt verliefd op haar. Zij helpt haar zelfs ontsnappen. Niet dat Margaret hier erg gelukkig van wordt, maar dat zie je als lezer al van verre aankomen. De hoofdstukken behoren om en om aan de twee vrouwen toe en zo vertellen zij allebei hun verhaal.

Nieuwe media die vraagt om een nieuw soort geletterdheid

Via Derek’s blog word ik geattendeerd op Inanimate Alice. Inanimate Alice is het verhaal van de achtjarige Alice, een meisje dat opgroeit in de beginjaren van de 21e eeuw. Het verhaal is opgebouwd uit multimediale interactieve episodes waarbij gebruik wordt gemaakt van tekst, geluid, beeld en games. Alice neemt de lezer mee op avontuur terwijl zij ouder wordt en zij het vak van Characterdesigner voor games leert.

Op de website van Inter Cultural Dialogue2008 wordt mooi omschreven hoe het verhaal in elkaar zit en hoe de gebruiker deel kan nemen aan het verhaal.

Er worden dia’s, pan- en zoombewegingen gebruikt om de indruk te geven van een stripverhaal, maar dan op een bijzondere manier die deels stripverhaal, deels animatie en deels film is. Het feit dat de bezoeker moet deelnemen om het verhaal af te maken stimuleert de betrokkenheid en creëert een interactieve deelname die niet te evenaren is met lineaire verhaallijnen. De deelname en interactiviteit van de kijker neemt toe als de serie vordert en geeft de groeiende carrière van Alice als animator weer. De originele soundtrack maakt lussen en strekt zich uit zodat de kijker het tempo van het verhaal kan regelen.

Bij elke aflevering neemt de complexiteit van het karakterontwerp, het spel en de interactiviteit toe. De kijker hoeft eerst alleen maar een paar bloemen te vangen en eenvoudige puzzels op te lossen, opgaven die overeenkomen met de leeftijd van Alice in de betreffende aflevering. Later gaan de puzzels steeds meer op games lijken tot de afleveringen zelf een game worden.

Inmiddels staan er vier episodes online waarbij de laatste specifiek, erg interessant kan zijn voor het onderwijs. In deze episode maakt Alice kennis met een tool die zij kan gebruiken om verhalen te vertellen. De tool heet iStories. iStories geeft docenten en studenten de mogelijkheid om foto’s, tekst, muziek en effecten bij elkaar te voegen en TADA een eigen interactief verhaal is in enkele minuten gereed. Alice is uiteraard erg nieuwsgierig naar de verhalen van anderen, gemaakt met iStories.

Inanimate Alice is told in episodes, each one a complete story. However, we are excited by the possibilities for participation created by our tool, iStori.es. Alice can’t wait to see how you and your students mash-up and create your own stories! Join our growing community; selected stories created with our tool will be showcased on ‘What’s your story?’.

Voor scholen die iStories aan willen schaffen is het mogelijk om dit te doen voor £ 99 voor een levenslange campuslicentie. Een educatief pakket ter ondersteuning aan de serie is hier gratis te downloaden. Want vraagt dit soort van nieuwe media niet om een nieuw soort geletterheid?

Today educators face a quandary. On the one hand there are anxieties about the reliability of internet sites and concerns regarding how to educate students to make informed online decisions. On the other hand there are, for example, government initiatives like the National Curriculum in England and Media Literacy outcomes in Canada which emphasise the important role technological skills play in all sorts of learning environments. But how can teachers successfully integrate new media literacies into the classroom?

‘Inanimate Alice’ is easily assimilated into learning environments; its use of multimodality (images, sounds, text, interaction) enables students to see storytelling in a new, multi-sensory light. ‘Inanimate Alice’ is a new media fiction that allows students to develop multiple literacies (literary, cinematic, artistic, etc.) in combination with the highly collaborative and participatory nature of the online environment.

Op het Experienceblog is te lezen wat docenten van verschillende onderwijsinstellingen vinden van Alice.

Binnenkort komt ook de thuiseditie beschikbaar – leuk om met vakantiefoto’s een interactief verhaal te maken voor de thuisblijvers.

Inanimate Alice is beschikbaar in het Engels, Frans, Duits, Italiaans en Spaans, met dank aan het Europees jaar van de interculturele dialoog.

Eindelijk is hij dan te koop

Na eindeloos wachten is het dan eindelijk zover. De pop uit de Sultana reclame Mr. Jummy is te koop (met wat sparen van actiezegels).

Ik heb zelfs vorig jaar Sultana een mail gestuurd met de vraag of de pop ooit op de markt zou komen. Ik vind hem gewoon ontzettend grappig. Sultana mailde mij terug dat ze die vraag veel kregen en dat ze daarom een Hyvespagina hadden aangemaakt voor de pop maar dat de pop zelf nog niet gemaakt zou worden. En dan nu dus wel. Geweldig! Toch? Nou nee. Ik eet geen Sultana, ik vind Sultana vies. Dus hoever ga ik… ga ik Sultana’s kopen omdat ik de pop zo ontzettend graag wil of koop ik Sultana’s om die vervolgens uit te delen of zijn er misschien mensen die wel Sultana’s eten maar de pop niet willen….

Vooralsnog geniet ik van de reclame en de Mr. Jummy foto’s op Flickr. En ik lees op de Sultana website dat als ik mijn Hyvesfoto vervang door een foto van mijzelf samen met Mr. Jummy ik zelfs kans maak op een hele grote Mr. Jummy. Misschien moet ik dat dan maar doen, want dan kan het zomaar gebeuren dat ik binnenkort met een 150cm grote Mr. Jummy op de bank zit. Maar een wallpaper of ringtone downloaden kan natuurlijk ook.

FotoViewr – Flickr foto’s kijken maar dan op een andere manier

In drie eenvoudige stappen foto’s van Flickr bekijken kan met FotoViewr.

Kies het format waarin je de foto’s wilt laten zien.

Voer je gebruikersnaam in. Maak een keuze of je foto’s wilt gebruiken uit een bepaalde set en met een bepaalde tag. En klaar! Je krijgt de code om de presentatie op je weblog te presenteren of aan iemand te mailen. Uiteraard laat PhotoViewr alleen de foto’s zien die bij Flickr op public staan. In de presentatie op mijn blog zie je onderin twee knoppen, een om naar fullscreen te gaan en een (wereldbol) om de foto op Flickr te bekijken. Slim gevonden!!

Nu lijkt FotoViewr misschien veel op Piclens maar soms wil je wel eens kunnen kiezen.

Met dank aan: Read/Write Web

Filtrbox – filteren van zoekresultaten

Toen ik een artikel las over Filtrbox moest ik meteen denken aan Martijn Aslander en zijn verhaal over zijn gebruik van Yahoo Pipes. Wat Martijn namelijk doet is Yahoo Pipes gebruiken om de content die aanwezig is en voldoet aan bepaalde zoektermen filteren. En dat is nu net wat Filtrbox ook doet. Ik heb mij nog niet echt verdiept in Yahoo Pipes dus kan ik de twee niet echt met elkaar vergelijken. Maar dit is wat Filtrbox doet.

Na het aanmelden kom je terecht op het dashboard.

Filtrbox laat je, zoals gezegd, op een eenvoudige manier bronnen doorzoeken met behulp van filters. Eerst maar een zoekterm invoeren waar op gezocht moet worden. Ik kies voor library. Een lekker brede term omdat er anders weinig te filteren valt.

In het midden van het scherm komen de zoekresultaten. Links een veld met gerelateerde termen die ik kan oppakken en laten vallen in de box AND of NOT. Op deze manier kan ik mijn zoekvraag verfijnen. Zodra mijn zoekvraag naar wens is bewaar ik deze. Ik kan in de accountpagina aangeven of ik wil dat het systeem ook twitter en friendfeed doorzoekt, of specifieke rssfeeds opgeven die ook doorzocht mogen worden. Van de bewaarde filters wordt dagelijks een mail verzonden naar mijn emailadres. Verschillende filters kan ik bewaren in groepen om het overzichtelijk te houden.

Tijdens het lezen van de resultaten kan ik het systeem zo instellen dat er alleen gezocht wordt naar artikelen met een bepaalde ranking of binnen bepaalde data (zeg artikelen van een week oud). Ook kan ik zoeken in mainstream of blogsphere aan of uit zetten. Naast het aanmaken van filters kan ik de filters ook analyseren.

Filtrbox is gratis voor 1 gebruiker die niet meer dan 5 filters wil gebruiken en die het niet erg vindt dat zijn zoekresultaten maximaal 15 dagen oud zijn. Wil je meer dan moet je betalen, $20 voor een pro-account. Misschien is dit wel het enige waar Yahoo Pipes een voordeel heeft. Yahoo Pipes is gratis.

Met dank aan: WebWorkerDaily

WebCite

Je kent het wel, je doet er alles aan om de url’s van je blogposts zo toekomstbestendig mogelijk te maken terwijl anderen het niet zo nauw nemen. Bij verwijzingen in een blogpost is dit niet zo’n ramp, het is nu eenmaal zo dat soms websites verdwijnen of url’s hernoemd worden. Vervelender is het als je bezig bent met een scriptie of een promotieonderzoek, de data die je dan gebruikt wil je misschien over vijf jaar op dezelfde manier en met dezelfde inhoud terugvinden.

WebCite biedt hiervoor de oplossing. WebCite werkt als TinyUrl, een social bookmarking site en een snapshottool gecombineerd. WebCite maakt voor jou een korte url en bewaard een kopie van de website die je wilt bewaren in een archief. Dit betekent dat de lezer van jouw scriptie of promotieonderzoek dezelfde tekst ziet als jijzelf toen je jouw onderzoek deed. Nu werkt WebCite niet optimaal als het gaat om het bewaren van css en layout van een pagina, maar de tekst (waar het vaak toch om gaat) wordt wel goed gearchiveerd.

Om gebruik te maken van WebCite is het niet nodig om je aan te melden maar dat kan wel. WebCite is gratis in gebruik. Om url’s te archiveren kun je gebruik maken van een bookmarklet of de invoerpagina. Naast de url is het mogelijk om metadata ook te bewaren.

WebCite is niet nieuw, het bestaat al een aantal jaren. Het verschil tussen WebCite en bijvoorbeeld Google en CrossRef is dat WebCite zich richt op academici die vooraf of achteraf hun werk willen behouden voor de toekomst. Of zoals zij het zelf zeggen:

Services such as the Internet Archive (Wayback Machine) or Google archive Internet documents in a shotgun-approach by a crawler, not focussing on academic references. The caching process cannot be initiated by authors, editors, or publishers wanting to archive a specific web reference as they saw it on a specific date when they quoted it. In contrast, WebCite® is a tool specifically designed to be used by authors, readers, editors and publishers of scholarly material, allowing them to permanently archive cited Internet references. It is now used by an increasing number of authors and journals, ensuring future availability of cited webreferences for scholars reading the citing article in 1, 3, 5 or 10 years from now. WebCite® has built a XML-based webservice architecture which enables for example publishers, webmasters, editors, institutions, and vendors of bibliographic software packages to exchange data (e.g. metadata) and to trigger an archiving request. As such, WebCite® can be seen as providing the “glue” between the scholarly community (authors/editors/publishers) and the digital preservation community.

Met dank aan: Fresh + New(er)
Gebruikt beeldmateriaal is afkomstig van Flickr – Text van Mr. Wright