Gestart: 2e seizoen DROPSTUFF

Op 29 augustus werd in Rotterdam het tweede seizoen van Dropstuff officieel geopend. Met een mobiele kunstopstelling (inclusief beeldscherm van 60m²) wordt door Nederland gereisd, langs steden als Rotterdam, Den Bosch en Amsterdam.

Op het grote beeldscherm worden van 9.00 uur ‘s morgens tot 10.00 uur ‘s avonds kunstwerken getoond van professionele kunstenaars, maar ook van werken van jongeren, games en stellingen en meningen van bezoekers komen langs. Rondom het thema communicatiecultuur (en dan specifiek kunst en de vrijheid van meningsuiting) wordt de bezoeker uitgedaagd om vragen te stellen en stellingen achter te laten. Door het sturen van een sms-je, email naar U@dropstuff.nl of het sturen van live webcambeelden kun je meedoen aan deze kunstmanifestatie.

Enkele stellingen die nu al online staan:

Games = Art?
Mag de CIA gamers controleren op gedrag?
Wanneer ben je Nederlander?

Om Dropstuff in Rotterdam te laten landen is nauw samengewerkt met Museum Boijmans van Beuningen. Dit museum heeft aan hedendaagse kunstenaars gevraagd hun visie op communicatiecultuur en vrijheid van meningsuiting in een interactief en experimenteel kunstwerk samen te vatten.

Maar het grote beeldscherm is niet het enige dat te zien is. Wat Dropstuff mede interessant maakt is dat er op het paviljoen rondom het beeldscherm kunstwerken van middelbare scholieren te zien zijn. Zij maken namelijk, als onderdeel van het eduactieprogramma, in een workshop video’s rondom het thema censuur en manipulatie. Deze video’s zijn ook te zien op YouTube. Maar ook is er op het paviljoen een programmering met onder andere open podium avonden te zien. Voor het programma, klik hier.

Om een zo groot mogelijk publiek te bereiken zal Dropstuff in de komenden maanden op allerlei verschillende lokaties (musea, kunstacademies, bibliotheken, jongerencafes en scholen) beeldschermen van 6×3 meter ophangen. De programmering hiervoor wordt live gedaan vanuit het mobiele paviljoen. De bedoeling is dat ook hier kunstwerken, jongerenfilms, games en stellingen en meningen te zien zullen zijn.

In bibliotheken, dat is leuk. Komt er ook een scherm in de OB van Rotterdam?

Met dank aan: Young Marketing

Leefbaar Rotterdam vindt het aanbieden van een 4YOUplein in de bieb naïef

Afgelopen woensdag stond er een artikel in het AD over gamen in de bibliotheek en de reactie van Leefbaar Rotterdam daarop. LR vindt het namelijk naïef om te denken dat door middel van games en makkelijk lezen boeken de drempel om te bibliotheek in te komen wordt verlaagd en dat de bibliotheek een eventuele taalachterstand bij jongeren hiermee helpt te voorkomen.

De medewerker van de bibliotheek Bloemhof zegt dat de bibliotheek dicht bij de belevingswereld van jongeren wil komen en dat zij dit doen door boeken en tijdschriften aan te bieden die deze groep aanspreekt. Deze boeken en tijdschriften zijn namelijk toegankelijk voor slechte lezers. Vervolgens zegt de medewerker dat de Wii en de Playstation worden gebruikt om jongeren naar binnen te lokken.

Een andere medewerker zegt vervolgens dit:

“Die jongens komen alleen om te spelen,’’ zegt medewerker Dolf Rijkeboer. „Ik raad ze wel eens aan om een boek te pakken als ze moeten wachten op de Playstation, maar dan krijg ik steevast te horen dat ze niet van lezen houden.”

Tsja en dan heeft Leefbaar Rotterdam kritiek op deze hangplekken in de bibliotheek en stelt daarover vragen aan de burgemeester en wethouders. Leefbaar Rotterdam noemt het initiatief naïef omdat zij menen dat als je ergens een computer neerzet jongeren echt niet meer in een boek duiken.

Op zich kan ik de reactie van Leefbaar Rotterdam nog begrijpen ook. Als je een Wii en een Playstation in de bibliotheek neerzet om jongeren te trekken en daaromheen boeken plaatst die een leesachterstand tegen gaan dan sla je wellicht de plank mis. Wat ik mij dan ook afvraag is of de medewerker van de bibliotheek niet aan de krant heeft verteld dat het spelen van een game vergelijkbaar is met het lezen van een boek. Een game is tenslotte ook een verhaal. Jongeren met een taalachterstand leren ook de taal door het spelen van games. Alleen misschien niet op een manier die wij gewend zijn. Daarnaast leren zij natuurlijk ook andere vaardigheden waar al veelvuldig over geschreven is. Het plaatsen van een 4YOUplein is natuurlijk niet voldoende als je er verder niets mee doet. Dus als je hier geen activiteiten omheen organiseert. Wellicht dat als Leefbaar Rotterdam beter geinformeerd zou zijn, zij niet zou zeggen dat het een naïef initiatief is. Want dit is weer net de publiciteit die je niet kunt gebruiken. En kunnen de burgemeester en wethouders het voldoende uitleggen aan Leefbaar Rotterdam waarom zij zoveel geld uitgeven aan dit initiatief? Ik hoop het maar. Anders is het initiatief nu al gedoemd te mislukken en dat zou jammer zijn.

Natuurlijk gebruik ik zelf ook wel eens het argument dat gamen in de bieb goed is, want dan komen de jongeren binnen en als zij eenmaal binnen zijn dan zien zij dat er nog voldoende andere leuke activiteiten te doen zijn in de bibliotheek. Maar dit argument wordt dan wel onderbouwd met andere argumenten, met name degene waarin wordt uitgelegd dat gamen goed is en dat je er veel van kan leren. Maar ook het argument dat een game een verhaal is. En om dat te ondersteunen is dit filmpje toch wel heel erg goed.

Gebruikt beeldmateriaal is afkomstig van Flickr – gaming @ your library van ALA staff

Opgewonden standje of kort door de bocht

Misschien wel deze middag maar bij het doorlezen van mijn feeds bekruipt mij toch een gevoel van…. jeetje wat een (sorry voor de uitdrukking) getrut en gemuts.

Waar het om gaat. Om afgelopen woensdagmiddag toen Stephen Abram en Marshall Breeding de moeite namen om naar Rotterdam te komen om een groep mensen toe te spreken die niet de financiële middelen of tijd of weet ik veel hadden om naar de Ticer Summer School te gaan. En waar ik mij dan aan stoor bij het lezen van de feeds en comments is de indruk die wordt gewekt dat deze mannen niets nieuws te vertellen hadden of dat de masterclass zoals deze op woensdag werd genoemd niet toegankelijk zou zijn voor de gewone bibliotheekmedewerker.

Bah!

Deze mannen hebben misschien niets nieuws te vertellen voor hen die bovenop het vak zitten, zoals Edwin ook schrijft, voor hem is het lastig om nieuwe dingen te horen omdat hij al van heel veel dingen op de hoogte is. Maar het gaat niet om het horen van die nieuwe dingen. Het gaat om het krijgen van inspiratie tot het doen van nieuwe dingen, of oude dingen of datgene dat er voor zorgt dat de bibliotheek weer de place to be wordt met medewerkers die weten wat er speelt rondom de verschillende generaties die op bezoek komen. En dat inspireren dat kunnen beide mannen meer dan voldoende. En alleen daarom al is het de moeite waard om ze te horen spreken. Dat zij hiervoor naar Nederland komen vind ik nog steeds bijzonder. Sommigen vinden het overdreven…. maar vertel mij eens een naam van een Nederlandse bibliospreker die op eenzelfde manier een inspirerend verhaal neer kan zetten. De directeur van DOK misschien. Ook hij zat in de zaal, te genieten van de manier waarop de Amerikanen de presentaties neerzetten. Want je kan hoog of laag springen maar de Amerikanen weten wel hoe zij hun verhaal moeten verkopen. Daar kunnen veel Nederlandse bibliosprekers nog een puntje aan zuigen en daar schaar ik mijzelf, als groentje op presentatiegebied, ook onder.

Je kunt natuurlijk denken dat Nederland het centrum van het universum is en dat alles hier gebeurd. Dat wij voorlopen op bibliotheekgebied. Ach, laat ik het zo stellen. Als iemand van over de oceaan komt om zijn verhaal te vertellen dan geeft je dat inzicht in je eigen vak. Want ook al gaat het over Amerika, het gaat vooral over het vak en de bibliotheek. De bibliotheek met dezelfde problemen, generatiekloven en ongemakken als dat wij hebben in de Nederlandse situatie. En als je niet verder wilt kijken dan Nederland, nee dan heb je op zo’n middag niets in de bibliotheek van Rotterdam te zoeken. Trouwens, hoeveel bibliotheekmedewerkers krijgen ooit de kans om naar een Amerikaans congres te gaan? Of zelfs een congres dat in Europa plaatsvindt.

En of het nu een masterclass, een workshop een seminar of weet ik veel genoemd wordt. Het is een bijeenkomst. En als je je verdiept in je vak, omdat het vak belangrijk voor je is, dan weet je op een gegeven moment wie belangrijke maar vooral inspirerende sprekers zijn en wie wat minder. En als je het niet weet dan zoek je het op. Deze sprekers zijn geen onbekenden en hun digitale sporen zijn te vinden. En als er zich dan een kans voordoet om voor een minimaal bedrag deze mensen te ontmoeten dan grijp je die kans met beide handen aan. Daarnaast weet je op een gegeven moment ook dat als er bepaalde bloggers schrijven over een bijeenkomst of een aankondiging van een bijeenkomst doen dat je die bloggers dan kan vertrouwen op hun informatie. Je leest de blogs toch ook, dat doe je ook met een reden. Waarschijnlijk omdat de informatie op die blogs waardevol voor je is.

Op de uitnodiging staat dan weliswaar masterclass maar ook bijeenkomst. En vooral belangrijk is de tekst: Laat je inspireren. Ook staat er dat Stephen Abram vragen stelt maar ook antwoorden geeft. En dat is iets wat je niet vaak meemaakt. Veelal kom je uit een sessie van een seminar of symposium met nog meer vragen in plaats van met antwoorden. Antwoorden waar je in dit geval vervolgens direct mee aan de slag kan. Tenminste als je dat wilt, als je het aandurft om in de bibliotheek je op te stellen als voorloper, inspirator of diegene die verandering wenst of eist.

Overigens regelmatige congresbezoekers weten allang dat het vaak niet gaat om de presentaties maar om wat er daarna gebeurd, bij de borrel of de lunch. Het netwerken. Want dat netwerk heeft er ook voor gezorgd dat Marshall Breeding zelf vroeg of hij naar Delft/Rotterdam kon komen, nadat hij in Tilburg zijn presentatie had gegeven. Hij was namelijk heel erg benieuwd hoe wij dat in Nederland doen, hij is geïnteresseerd in het vak en kijkt verder dan zijn landsgrenzen. Hij wilde door Nederland geïnspireerd worden en dat is ook gelukt. Hij vond het fantastisch in Delft en Rotterdam. En die inspiratie neemt hij mee naar huis. Net als dat de mensen in de zaal op woensdag de inspiratie meenemen naar huis.

Inspiratie = (re)actie!

En als dat hetgeen is dat de mannen op woensdagmiddag hebben gerealiseerd – dan mogen zij van mij blijven komen.

De presentatie van de mannen is online te vinden, kijk bij WoW!ter voor de link en bij Marina voor het inhoudelijke verslag. Of bij Edwin als je wilt lezen over de middag en weerstand, of bij Jan omdat die zich heeft laten inspireren.

Ben jij een kei?

Op 2 oktober wordt onder de titel Jij bent een kei, een seminar georganiseerd over de kwaliteit en het imago van de informatieprofessional. Locatie: Koninklijke Bibliotheek te Den Haag. Start van de dag: 10.00 uur. Kosten: 65 euro, voor studenten geldt een gereduceerd tarief van 35 euro.

Aan het einde van deze dag moet er een aanzet komen tot een erkend systeem voor Competentie Kwalificatie & Kwantificering en een Certificatie van de informatieprofessional. Wouw, een certificatie van de informatieprofessional… En wat heb je dan als je een bibliotheekopleiding hebt gedaan, geen certificaat. Of is het de bedoeling dat de informatieprofessionals met een bibliotheekdiploma zich nog meer kunnen onderscheiden als zij ook nog een ander, meer bijzonderder, certificaat op zak hebben.

Op de website staat:

Met kei wordt dit straks allemaal een stuk makkelijker

  • kei wordt de norm waaraan de informatieprofessional zich kan meten en waaraan de informatieprofessional valt te herkennen.
  • kei wordt voor de informatieprofessional het middel zich te onderscheiden en voor de werkgever het middel snel de juiste man/vrouw op de juiste plaats te krijgen.
  • kei moet duidelijkheid scheppen in de uiterst veelzijdige wereld van de informatieprofessional.
  • kei staat voor Kwaliteit En Imago en wil door kwaliteit van het werk het imago van het vak vestigen.

Dus we hebben kei straks nodig om een informatieprofessional te herkennen. Wordt het voor een werkgever straks gemakkelijker om de juiste persoon aan te nemen. En alles wordt nog duidelijker. Want de wereld van de informatieprofessional is schijnbaar nogal onduidelijk.

Maar op de website staat ook:

Want hoe maak jij als informatieprofessional duidelijk welke kwaliteiten je hebt?

Volgens mij maak je als informatieprofessional duidelijk wat je kwaliteiten zijn door een indrukwekkende sollicitatiebrief te schrijven aan een bedrijf waar je graag wilt werken om daarna een nog indrukwekkender gesprek te voeren met je aanstaande baas over al die indrukwekkende dingen die je in het verleden hebt gedaan. Of door het onderhouden van bijvoorbeeld een weblog waarop je schrijft over het vak en jouw ideeën daarover. Misschien met een enkele post over zoektechnieken en nieuwe zoekstrategieën. Of je stelt je kwaliteiten tentoon op congressen door het geven van (poster)presentaties of je hebt een bijzonder uitgebreid netwerk.

Ik snap het werkelijk niet. Wat is nu het doel van dit seminar? Wordt de informatieprofessionals geleerd hoe zij zichzelf beter moeten verkopen omdat een bibliotheekopleiding je dat blijkbaar niet leert ofzo. Hebben de informatieprofessionals soms serieus last van een imagoprobleem?

De dag is er voor iedereen in het informatievak.

Het seminar is van belang voor zzp-ers in de informatiedienstverlening en alle informatieprofessionals in dienst van overheid, bedrijfsleven, onderwijsinstellingen, instituten, maatschappen, archieven en openbare bibliotheken. Dus alle documentalisten, content- , informatie- en kennismanagers, bibliothecarissen, desk-researchers, archivarissen en iedereen die zich professioneel met informatie bezighoudt en hun managers.

Voor een zzp-er kan ik mij voorstellen dat het seminar interessant kan zijn. Zij moeten zich elke dag weer verkopen aan potentiele opdrachtgevers. Maar voor de rest. Als het goed is hebben deze mensen een baan, worden zij al dan niet gewaardeerd door de baas en hebben zij een extra certificering naar mijn mening niet nodig. En trouwens stel nou dat die certificering heel belangrijk wordt, dan kun je het wel schudden als je deze niet op zak hebt. Leuk vooruitzicht als je net met de opleiding IDM begonnen bent.

Het seminar wordt mede mogelijk gemaakt door de KB en een aantal bedrijven zoals AlQuin Total Quality, InfoResearch, InfoAcademy en iNfORMEDiAN. Stuk voor stuk bedrijven die zich bezig houden met kennismanagement en de informatiehuishouding van organisaties. Waarbij AlQuin onderdeel lijkt te zijn van Informedian, maar dat terzijde. En op de een of andere manier krijg ik het idee dat deze bedrijven op zoek zijn naar geschikt personeel, zij deze niet kunnen vinden en daarom zich gaan buigen over een certificering, zodat zij in de toekomst sneller in contact komen met die werknemers die zij nodig hebben. Maar ik kan er naast zitten….. wie het weet mag het zeggen. Want zoals gezegd, ik snap er echt helemaal niets van.

Gebruikt beeldmateriaal is afkomstig van Flickr – Stones van bwillis

Mjammie, eten in de bieb

In veel bibliotheken mag het niet. En dat is best jammer, want een hapje eten en een boek lezen gaat prima samen. De NVB krant heeft in de afgelopen maanden een aantal bibliotheken bezocht waar je wel mag eten en een onderzoekje gedaan naar de kwaliteit van het voedsel. Gedaan zijn: OB Amsterdam (heerlijk eten bij de La Place = mijn toevoeging), UB Wageningen, KB Den Haag, OB Rotterdam, OB Haarlem, OB Groningen, OB Zeist en de British Library in Londen.

Maar wat vinden de NVB-leden nu zelf van al dat eten in de bieb? De NVB krant roept leden op om dit op te schrijven in maximaal 700 woorden, een foto van het eten te maken, dit te mailen en een diner bon van 100 euro voor de beste bijdrage te winnen. Dit alles voor 8 september. Voor voorbeelden van de rubriek leeshongereten in de bibliotheek, kijk in het archief van de krant.

In de mail die via de Nedbiblijst binnenkwam staat:

Voor degene die de beste bijdrage aanlevert over de restauratieve voorzieningen van zijn of
haar bibliotheek, ligt er een dinerbon te wachten van 100 euro.

Dus het moet gaan over de eigen bibliotheek en dat is jammer want in mijn bieb mag je alleen een flesje water mee naar binnen nemen. Jaja ik weet het, hier wordt aan gewerkt 🙂

Gebruikt beeldmateriaal is afkomstig van Flickr –Miniature Food van Sk. PetitPlat

Bijeenkomstenserie: vertrouwen 2.0

Op donderdag 9 oktober aanstaande organiseert ECP een bijeenkomst die valt binnen een serie van bijeenkomsten rondom het thema vertrouwen 2.0. Deze bijeenkomst, met de titel Convergentie, creativiteit en copyright, wordt gehouden in Den Haag (Eden Babylon) en start om 13.00 uur.

In de nieuwsbrief die ik vandaag ontving staat:

Convergentie en ‘web 2.0’-achtige omgevingen bieden tal van kansen voor bedrijven en consumenten om creatieve werken te maken en te delen.

De gevestigde content-aanbieders kunnen via de ‘long tail’ meer films en muziek distribueren aan een breder publiek, terwijl de ‘prosument’ dankzij web 2.0 toepassingen zelf zijn ‘user generated content’ kan aanbieden aan de wereld. Maar deze ontwikkelingen verlopen niet zonder slag of stoot: piraterij en illegaal downloaden vormen een serieuze bedreiging voor de contentindustrie. Terwijl de roep om steeds strengere handhaving de positie van de consument bedreigt.

Meer informatie en de mogelijkheid tot aanmelden vind je hier. Deelname is gratis.

Flickr – The Commons – evaluatie

In juli van dit jaar schreef ik over The Commons, waarbij fotoarchieven van musea openbaar worden gemaakt met behulp van Flickr. Sindsdien haken meer en meer musea aan bij dit project. Maar wat levert het op voor een museum die hieraan meedoet? Wat hebben de andere musea de afgelopen maanden geleerd? Wat doen gebruikers wel of niet met de foto’s?

Het powerhouse museum doet een evaluatie na de eerste drie maanden en dit is wat zij onder andere geleerd hebben:

  • de target van het uploaden van 50 foto’s per week werd na week vijf overboord gegooid. Het bleek namelijk dat de foto’s die het meest bekeken werden en waar het meeste commentaar op kwam niet de foto’s waren waarvan het museum dit verwacht had. Zij gingen op zoek naar vergelijkbare foto’s in de collectie. Helaas waren deze vaak niet gecatalogiseerd of gedigitaliseerd. Omdat het digitaliseren en catalogiseren extra werk opleverde werd de nieuwe target op 25 foto’s per week gezet.
  • in de eerste vier weken werden de foto’s die op de commons-flickr werden geplaatst meer bekeken dan dezelfde foto’s op de eigen website van het museum. De eigen website wordt geïndexeerd door Google, de foto’s zijn te vinden via de catalogus en de foto’s zijn terug te vinden via een landelijke fotozoekmachine. Het is dus niet zo dat de foto’s op die site heel moeilijk terug te vinden zijn.
  • het powerhouse museum heeft ook een eigen flickraccount waar foto’s uit de collectie te vinden zijn. Toch gedragen bezoekers van de commons-flickr zich anders dan bezoekers van de eigen flickrsite, voornamelijk in hoe zij taggen en het commentaar dat zij achterlaten.
  • na een paar weken werd besloten dat iedereen die vrienden wilde worden met het museum werd geaccepteerd. Het museum keek daarna ook naar foto’s van de vrienden en voegde tags en commentaren toe. En ook al is dit een tijdrovend klusje het zorgt wel voor binding.
  • het museum merkt dat als nieuwe musea foto’s plaatsen er over geschreven wordt op blogs en dat de foto’s van hen dan weer even meer worden bekeken.
  • om foto’s te uploaden gebruikt het museum een aangepaste api. Op deze manier kunnen zij vanuit de eigen database op een eenvoudige manier de foto’s bij flickr plaatsen.

Het museum heeft naast het commons-flickr account en eigen flickr account. Maar ook zijn zij creatief in het maken van groepen (pools), zoals de Tyrrell Today Group en de Modern Times (modernism in Australia). Voor de eerste groep worden flickrgebruikers opgeroepen om eigentijdse foto’s te plaatsen van foto’s uit de collectie. Dus een foto uit de collectie van een kerk wordt opniew gemaakt in deze tijd en in de pool geplaatst. Voor de tweede groep worden gebruikers gevraagd om modernisme in Australie in beeld vast te leggen.

Met dank aan: Fresh + New(er)

Nu zijn er natuurlijk ook musea die niet in de Commons meedoen maar die wel een flickr account hebben. Sinds een jaar is ook de Nationale Bibliotheek van Australië met een fotocollectie op flickr te vinden. Zij schreven in juli een evaluatie van het eerste jaar. Opmerkelijk in deze evaluatie vind ik dat gebruikers het toevoegen aan favorieten het meeste doen, daarna commentaar geven en als laatste taggen.

Maar wat moet je nu als bibliotheek (met fotocollectie) of museum. Wel of niet meedoen met flickr, wel of niet meedoen aan de Commons? Duidelijk wordt na het lezen van beide evaluaties, is dat het zinvol is om van te voren een aantal dingen te bedenken. Zoals welke creative commons voeg ik toe of plaats ik de afbeeldingen in het publieke domein, welke foto’s zet ik online en hoeveel tijd heb ik om mij bezig te houden met de commentaren die worden achtergelaten? Als je alleen tijd hebt om content op flickr te zetten en niet om contact te leggen met gebruikers dan kun je het naar mijn idee beter laten. Flickrgebruikers nemen deel aan de community, ook als die community rondom een museum of bibliotheek gevormd wordt. Als je niet in deze community wilt investeren dan is het niet nodig om foto’s bij flickr te plaatsen. Dan kun je misschien beter de afbeeldingen gewoon via de eigen site beschikbaar stellen waarbij het achterlaten van commentaar vaak nog gebeurd via email.

Bridget McKenzie van weblog Cultural Interpretation & Creative Education heeft een worddocument geschreven over musea en flickr. Dus denk je er over na om foto’s bij flickr onder te brengen, dan is dit document zeker een goed startpunt.

Uitproberen: del.izzy

Delicious gebruiken om je bookmarks te doorzoeken kan. Maar wat delicious niet kan is de content van die bewaarde pagina’s ook doorzoeken. Del.izzy kan dat wel. Om te beginnen moet je je username en wachtwoord invoeren om de API te starten. Het wachtwoord wordt overigens niet bewaard.

Een zoekpagina ziet er dan zo uit (stukje content van de pagina staat onder de titel):

Nu kan ik mij zo voorstellen dat als je eenmaal in delicious bezig bent je ook zoekt met behulp van delicious. Maar als je een bookmark echt niet kan vinden, dan kan Del.izzy een uitkomst zijn. Of je kan wachten op het moment dat delicious inziet dat zoeken in de content van de bewaarde bookmarks ook handig is en zij komen met een nieuwe zoekfunctie.

Met dank aan: Jane’s E-learning pick of the day

Bijna verdwalen in Rotterdam, nou ja soort van dan

Rotterdam Durft heeft voor het nieuwe studiejaar IN10 opdracht gegeven om voor eerstejaars studenten een mobiele game te ontwerpen. Het spel heet Get Lost en spelen is eenvoudig. Je stuurt een sms naar 3010 waarna je een sms ontvangt waarmee je het spel kan downloaden (kosten maximaal € 1,50). Dit downloaden is het enige moment dat je iets online doet, het spel zelf speel je zonder online te hoeven gaan.

Doel van het spel is om door het volgen van verdwaalaanwijzingen de stad te ontdekken, om op plekken te komen waar je normaal gesproken niet komt en om mensen te ontmoeten die je normaal gesproken niet ontmoet. Opdrachten kunnen zijn vraag een Rotterdam naar de bekende weg en neem de bus twee haltes in deze richting of ren achter de eerste groene auto aan die je tegenkomt en houd dit 2 minuten vol.

En als je nu een bijzondere ontdekking doet dan kun je deze aanmelden op de site en leuke prijzen winnen. Maar ook in sommige games zit een winopdracht voor een prijs verborgen.

Met dank aan: Young Marketing

Gratis boeken – social media

Vind je social media een interessant onderwerp, neem dan eens een kijkje op deze lijst van Chris Brogan.

In de lijst noemt hij 20 e-books. Daarnaast roept hij zijn lezers op om tips in de comments achter te laten. Alle boeken zijn gratis te downloaden (eerste link in de lijst is de pdf, de tweede link is de bron).

Op mijn te lezen lijstje komen zeker:

How Blogs and Social Media are Changing Public Relations and the Way it is Practiced van Donald K. Wright & Michelle D. Hinson.

En drie boeken van Brian Solis:
Customer Service, The Art of Listening and Engagement Through Social Media

The Art and Science of Social Media and Community Relations

The Essential Guide to Social Media