Baliemedewerker zijn in de bieb, dat kan toch iedereen

Een paar maanden geleden had ik een interessante discussie met een andere biblioblogger over wat voor soort mensen er wel of niet achter een informatiebalie van een bibliotheek mogen zitten. Degene waar ik de discussie mee voerde was heel stellig, alleen mensen met een bibliotheekdiploma mogen deze rol op zich nemen. Of zij klantvriendelijk zijn is van minder belang, zij moeten weten waar zij mee bezig zijn als zij een antwoord op een vraag voor een klant proberen te vinden. Door het vinden van het antwoord zijn zij al klantvriendelijk. Ik was minder stellig, ik denk namelijk dat iemand zonder bibliotheekdiploma gerust kan leren over het vak door het te doen. Mijn insteek is dat de klantvriendelijkheid het belangrijkste is. Wat mij betreft zou dus ook een stewardess of iemand met een soortgelijk beroep best achter een informatiebalie kunnen zitten. Ik denk namelijk dat het belangrijk is dat een gebruiker zich thuis voelt in de bibliotheek. Uiteraard kunnen baliemedewerkers met een bibliotheekdiploma zeer klantvriendelijk zijn, begrijp mij niet verkeerd. Maar om nu meteen iedereen zonder diploma af te serveren als zij in een bibliotheek willen werken gaat mij te ver.

In Nederland wordt op verschillende niveau’s het bibliotheekvak aangeboden. Zo start de ROC Midden in Utrecht in september met een mbo-opleiding tot Bibliotheekmedewerker of Medewerker Informatiedienstverlening Bibliotheken (het is dezelfde opleiding maar ze bieden allebei aan). Tijdens de opleiding ga je twee dagen naar school en loop je drie dagen stage. Leren in de praktijk dus. Op de site staat wat je tijdens de opleiding leert:

Verzorgen van het inlichtingenwerk en het klantencontact;
Verzorgen van presentaties en promotieactiviteiten;
Organiseren en beheren van het informatieaanbod;
Het toegankelijk maken van het informatieaanbod.

Naast contact met de klant wordt er ook van je verwacht dat je de collectie op peil houdt en deze toegankelijk maakt. Waarbij je bepaalt welke informatie moet worden geselecteerd en welke kan verdwijnen uit de collectie.

Op HBO niveau heb je de opleiding Informatiedienstverlening en Management (toen ik deze opleiding deed heette het nog Bibliotheek en Documentaire Informatie – BDI, nu heet deze opleiding soms Informatie Management of Informatie & Media). Saxion biedt de opleiding IDM aan met baangarantie voor 12 studenten, met de campagne Heb jij de I-factor? proberen zij jongeren aan te trekken voor deze opleiding. In de folder lees ik:

Hoe zet je informatie om in kennis? Hoe stem je deze kennis vervolgens af op de gebruiker?
Welke innovatieve technieken gebruik je hierbij? Wat is de beste strategie om de juiste informatie op een creatieve manier te ontsluiten voor verschillende doelgroepen? Dit soort vragen worden uitvoerig beantwoord tijdens de opleiding. Denk ook aan het ontwikkelen van professionele toepassingen met beschikbare technologieën als YouTube, Hyves, Google Earth en e-paper. Uitgangspunt hierbij is dat de mens altijd het startpunt vormt. Dit wordt gedaan door communicatie en menswetenschappen als belangrijke aandachtspunten in de opleiding te nemen en toegepaste techniek als hulpmiddel in te zetten. Verder is er veel aandacht voor vernieuwing, creatieve vormgeving en ‘ondernemen met informatie’.

Op zich lijkt het er dus op dat deze I-factor studenten zich bezig gaan houden met nieuwe technologie (vooral web 2.0) en het ontsluiten van informatie. Maar als ik kijk op de verschillende sites van de opleidingen die IDM (of een andere naam) aanbieden dan wordt je dus nog steeds informatiespecialist en informatiespecialisten zijn mensen die ook achter de informatiebalie terecht kunnen komen. Wat is dan het verschil tussen deze hbo-ers en de mbo-ers die voor hetzelfde worden opgeleid?  Mag een mbo-er dan de gemakkelijke vragen beantwoorden en de hbo-er de moeilijke. Of wordt de mbo opleiding in het leven geroepen om het dalende aantal studenten dat een bibliotheekopleiding doet te vergroten? Want als een mbo-er achter een informatiebalie straks hetzelfde gaat verdienen als een hbo-er, is die hbo-er dan nog wel nodig? Of is het zelfs mogelijk dat je zonder bibliotheekdiploma (mbo of hbo) ook achter een informatiebalie plaats kan nemen?

In Canada ontstond ophef toen een Engels bedrijf communiceerde dat zij een 1-daagse medewerker informatiebalie cursus ging aanbieden. De doelgroep, medewerkers die al in een bibliotheek werken en die wel eens gevraagd wordt om ingewikkelde zoekvragen te beantwoorden. Niet slecht toch, leer in een dag hoe het moet en je kan achter een informatiebalie plaatsnemen. Overigens leer je hier niets over klantvriendelijkheid.

En daarmee ben ik weer bij mijn beginpunt. Is het voor een informatiebaliemedewerker nodig om een diploma te hebben in het bibliotheek- of informatievak of kom je met doen (leren in de praktijk) en vooral klantvriendelijkheid als een heel eind. Is het in deze tijd nog nodig om de gebruiker direct een antwoord te kunnen geven op een ingewikkelde informatievraag of accepteert de gebruiker dat het zoeken naar dit soort specifieke informatie tijd kost en daarmee achter de schermen gebeurd? Want als dat zo is, en is het beantwoorden van eenvoudige vragen geen probleem dan is de rol van de informatiebaliemedewerker meer iets in de trant van gastvrouw/man. En dan is een bibliotheekdiploma dus niet langer nodig om achter een informatiebalie plaats te nemen.

Gebruikt beeldmateriaal is afkomstig van Flickr –reference desk van Squid

12 seconds – twitter maar dan met video

Heb mij vreselijk vermaakt met 12seconds, een soort twitter maar dan in videovorm. Want maak maar eens een video van 12 seconden, dat is nog best lastig.

Poppy vertelt in haar 12seconden filmpjes over van alles, het weer, wat hamsters eten en wat haar opticien tegen haar zei. Op haar pagina zie je alle filmpjes die zij heeft gemaakt en de mensen die zij volgt en haar volgen. Net als bij twitter dus.

Sommige 12seconds gebruikers maken filmpjes met de webcam, anderen met de mobiele telefoon en weer anderen met de computers die in een Apple Store staan.

Erg grappig. Nu heb ik een webcam op mijn laptop die ik eigenlijk nooit gebruik…. misschien… of toch maar niet…..

Tieners en sociale netwerken

Als social softwareminded persoon kan ik mij altijd maar moeilijk verplaatsen in mensen die ik ontmoet en die niets hebben met het nieuwe web. Vaak is dit omdat ik niet begrijp dat zij niet begrijpen dat web 2.0 en social software toepassingen ontzettend handig zijn en veel kunnen toevoegen in het dagelijks leven. Dan denk ik alleen maar aan het leggen van contact en het (online) ontmoeten van interessante mensen. Dat missen zij dan allemaal en ik vind dat toch jammer.

Interessant in deze vind ik dan ook het onderzoek dat onlangs is gedaan onder Engelse tieners en hun gebruik van sociale netwerken. Voor het onderzoek zijn 1004 tieners gevraagd in de leeftijd van 13 tot 17 jaar. Naast het feit dat zij tech savvy zijn, zijn zij ook voorzichtig met het achterlaten van digitale voetstappen:

Social ‘not’ working – Majority prefer ‘face-time’ than Facebook; 78% not posting personal information online; are more concerned about internet security or have stopped using social networking sites – savvy and secure!

Opvallend is dat zij liever face-to-face contact hebben dan online contact. Wacht even, ik lees even verder. In het artikel over het onderzoek staat ook:

Research commissioned by international IT solutions provider Logicalis, has revealed that today’s 13-17 year olds are becoming far savvier about managing their digital fingerprint, preferring instead to mix and match their use of mobile gadgets and social networking sites with traditional methods such as face-to-face communications, according to formal or informal correspondence. In fact, the majority (29%) would prefer to have face-time with, for example, prospective universities, than any other communications or technology medium.

In de laatste zin. De meerderheid (29%) heeft liever face-to-face contact met bijvoorbeeld de universiteit waar zij willen studeren dan contact door middel van een andere technologisch medium (ik neem aan dat zij hier internet mee bedoelen). 29% – een meerderheid…. Lees ik het nu verkeerd?

Ik vind het vreemd dat de meerderheid liever face-to-face contact heeft, mede omdat verder op in het artikel staat:

Whilst the Realtime Generation is able to better manage its use of technology, it still expects and demands the availability of mobile gadgets and the latest social technologies in order to best communicate, study, and work. Businesses and education establishments will therefore need to consider multi-channel communication policies that support the use of formal and informal practices.

De generatie 13-17 jarigen (ze worden hier de Realtime Generatie genoemd) verwacht en eist dat er mobiele gadgets en de laatste technology aanwezig is op onder andere de universiteit waar zij gaan studeren. En een suggestie wordt gedaan dat de universiteit daarom maar door middel van verschillende kanalen moet communiceren. Terwijl, eerder gezegd, de meerderheid de behoefte heeft aan face-to-face contact.

Het onderzoek zelf heb ik niet kunnen vinden, alleen verwijzingen er naartoe. Misschien dat het hele onderzoek meer duidelijk zou maken, want nu snap ik niets van de resultaten en de combinaties van aanwezig zijn op sociale netwerken, privacy en de universiteit waar je zou willen studeren.

Gebruikte bronnen: Global Security Mag, Real Wire
Met dank aan: Dutch Cowgirls

Gebruikt beeldmateriaal is afkomstig van Flickr –teens read van circulating

Gamen en de bibliotheek – wat ik tegenkwam de afgelopen week

Deze maand kun je nog tot de 23e, bij de openbare bibliotheek Maassluis Olympisch kampioen worden op de Wii. Je moet hiervoor lid zijn van de bibliotheek, ouder dan 9 jaar en na 15 minuten spelen de wii-mote over geven aan de volgende deelnemer.

Al twee dagen achter elkaar is Bas van de Maas winnaar lees ik op AD.

Leuk initiatief OB Maassluis! Ben overigens erg benieuwd naar de evaluatie die jullie vast nog wel gaan doen. In de openbare bibliotheek Den Hoorn ook spelletjes maar dan de nadruk op bordspellen, ook al hebben zij ook een Wii.

Op de Educause website een nieuwe zeven dingen die je moet weten over, dit keer de Wii.

Op de Wii-nieuwslog twee interessante berichten. Een gaat over de zorgen van ouders die groter zijn als het gaat om games dan als het gaat om alcoholgebruik van kinderen. De vraag op What they play was:

What would you be MOST concerned about your under-17 year old child having indulged in while sleeping over at a friend’s house?

Het antwoord:

Het is niet echt een onderzoek te noemen maar het geeft wel een beeld van waar Amerikaanse ouders zich nu echt zorgen om maken.

Een ander bericht op Wii-nieuwslog is wat vrolijker van aard en gaat over bejaarden die in actie komen met de Wii. Het gaat om ouderen in Engeland die in het bejaardenhuis genieten van een spelletje wii-bowlen. In eerste instantie om in beweging te blijven, maar ook vinden zij het spelen een leuke manier om de leefwereld van jongeren beter te begrijpen. Meer info op 50plus blog.

Op weetwatzegamen een bericht over gratis gamen in de bibliotheek – de voorbeelden komen uit Brabant waar zij ook plannen hebben om jongeren samen met de ouders games te laten maken. De bron van dit bericht is BN De Stem geweest. Volgens dat bericht liep het nog niet echt storm maar waren de kids die aanwezig waren wel erg fanatiek aan het gamen.

Op de weblog The Shifted Librarian het bericht Libraries Got Games met een verwijzing naar een bericht van Brian Mayer (Why Games belong in the Libraries). Een citaat uit dat bericht:

Libraries hit a turning point when they made the decision to start including popular media in their collections. By doing so, they shifted their collection development practices to be more inclusive of what their patrons want, embracing the desires of the community. They also opened the door to more non-traditional resources. And by continuing to develop a more inclusionary collection development policy, libraries are laying the foundation for building a collection of ideas.

En ook op het weblog The Shifted Librarian een aankondiging met een link naar het programma van de 2008 ALA TechSource Gaming, Learning, and Libraries Symposium. Jammer dat het zo ver weg is want het programma en de sprekers ziet er, net als vorig jaar, fantastisch uit.

Gebruikt beeldmateriaal is afkomstig van Flickr – Tully Community Branch Library – San Jose (CA) PL van Chrisabo

Faber Finds, voor boeken die niet langer gedrukt worden

Ben je al jaren op zoek naar een boek dat niet langer gedrukt wordt, neem dan eens een kijkje bij de Engelse uitgeverij Faber & Faber en misschien dat je daar het boek wel vindt. Zij drukken namelijk op aanvraag boeken die niet langer door uitgeverijen gedrukt worden.

Of zoals Faber & Faber het zelf zegt:

Faber Finds is shifting the emphasis from survival to revival – making good books available once more.

Faber Finds heet de dienst en deze start met een selectie van 100 boeken die in de loop van de tijd uitgebreid wordt. De voorkanten van de boeken zijn ontworpen door Marian Bantjes die speciaal voor Faber vier ontwerpen maakte. PostSpectacular (een Londens ontwerpbureau) maakte vervolgens de software die ervoor zorgt dat elke voorkant uniek is.

A year ago Faber & Faber commissioned me to help with the design of a software system to generate complete & print ready book covers for their new imprint. The challenge proved to be more of a creative than a technical one, as the task given was to build a “design machine” which would be flexible enough to generate a very large (theoretically infinite) number of unique designs, one for each single book ever printed in this range, within the agreed boundaries set by the art direction(s) of Faber design team.

Omdat Faber & Faber de boekenselectie wil blijven uitbreiden vragen zij de lezer om tips:

For the launch list Faber has canvassed its editors and authors for their suggestions. As we continue to grow the list, we’ll be asking both writers and readers to nominate forgotten favourites. So we’d like now to hear from you, the reader – books can be fiction, memoir, poetry, autobiography, criticism, history, anthologies, science fiction, thrillers, and books for children. Let us know by emailing us.

Afhankelijk van de mogelijkheden wordt het boek dan gedrukt. Als het niet gedrukt kan worden kan dit betekenen dat het boek bij een andere uitgever op de plank staat en moeilijk te vinden is of dat de rechten van het boek niet aangekocht kunnen worden. In ieder geval is het moeite van het proberen waard. Dus heb je een boek dat echt nergens meer te vinden is mail dan naar Faber & Faber en misschien heb jij dan binnenkort het boek gewoon in huis. Of kijk even in de catalogus, misschien behoorde het boek al bij de eerste 100 gelukkige boeken die herdrukt zijn.

Het idee van boeken opnieuw drukken is natuurlijk niet nieuw. Sinds 2006 doet Vantoennu het in Nederland. Verzoeken voor boeken kun je bij hen kwijt in het gastenboek. Niet zo netjes is dat ze het ingevoerde emailadres gewoon tonen in het gastenboek.

Met dank aan: Springwise

Uitproberen: Freepath

Freepath is een gratis te downloaden programma dat je helpt bij het maken van presentaties. Niet zomaar presentaties, maar presentaties met gebruik van live online muziek, film, foto’s, etc.

Je maakt een speellijst aan met informatie die je wilt delen met anderen. Overigens hoef je niet de hele speellijst te delen, je kunt ook een selectie van die speellijst publiceren.

Ik heb het programma gedownload en geïnstalleerd en de userinterface is intuïtief. Ik heb een filmpje van YouTube gelinkt, een foto geplaatst en mijn weblog als item opgenomen. Ik ben er nog niet helemaal achter hoe ik een en ander moet exporteren maar dat komt wel. In ieder geval een leuk progje om mee te experimenteren.

Met dank aan: Jane’s E-learning pick of the day

Zoeken binnen Twitter

Nu dat ik zo een paar dagen met Twitter bezig ben en al iets meer begrijp van het enthousiasme van anderen over de tool ben ik wel benieuwd wat er zoal wordt getwitterd over een aantal, voor mij interessante, zoektermen.

Ik kan bij Twitter zelf zoeken naar bijvoorbeeld bibliotheek (bovenin zoekbalk):

Ik krijg dan de Twitterdeelnemers die de term bibliotheek in de korte biografie hebben staan. In dit geval maar vier mensen/organisaties. Ik zie geen rssfeed van deze zoekvraag dus kan ik niet op de hoogte blijven van nieuwe deelnemers die iets met de bibliotheek hebben. Ik kan wel met degene met wie ik nog niet geconnect ben een connectie bouwen.

Om te kunnen zoeken op bepaalde termen die in tweets moet ik gebruik maken Twitter Search. Hier voer ik ook de term bibliotheek in:

Ik krijg veel resultaten. Met aan de rechterkant in het beeld een rssfeed knop en een twitter-this-result knop. De eerste is handig, de tweede zie ik het voordeel nog niet zo van. Waarom zou ik deze resultaten van anderen willen twitteren? Je kunt niet alleen op zoektermen zoeken, ook zijn er andere mogelijkheden lees ik op de search operatoren pagina. En als ik de search plugin installeer (klik op de knop) dan staat twitter search vanaf nu ook in mijn zoekbalk van de browser.

Met TweetDeck kan ik mijn zoekvragen op een mooiere manier  presenteren en ook andere volgen.

Op de website van TweetDeck staat:

TweetDeck enables users to split their main feed (All Tweets) into topic or group specific columns allowing a broader overview of tweets. To do this All Tweets are saved to a local database. The far left column will always contain All Tweets. The GROUP, SEARCH and REPLIES buttons then allow the user to make up additional columns populated from the database. Once created these additional columns will automatically update allowing the user to keep track of a twitter threads far easier.

Voordeel van TweetDeck is dat je ook kan twitteren als je offline bent want zodra je weer online bent worden tweets automatisch geupload. Installatie is eenvoudig en scherm ziet er mooi vormgegeven uit. Zoeken kan door een zoekterm in te typen en te kiezen voor local of global. Ik kan verschillende kolommen gebruiken om zoektermen in te voeren. Als ik wil kan ik dus bijvoorbeeld de resultaten van zes zoektermen weergeven. Ook kan ik een timeframe van maximaal 48 uur instellen voor de tweets en de drie kolommen naar links of rechts verplaatsen. De kolom twitscoop laat mij zien waar momenteel de buzz over gaande is. En ik kan groepen aanmaken. Stel dat ik een aantal twitteraars volg die veel schrijven over social software dan kan ik deze tweets samenvoegen in een groep.

Momenteel gebruik ik Twhirl om iedereen te volgen maar misschien is het beter als ik overstap naar TweetDeck.

Monitter lijkt op TweetDeck maar vindt drie zoektermen voldoende. Het voordeel van Monitter is dat je niets hoeft te downloaden maar gewoon online kan kijken naar de zoekresultaten.

Monitter maakt, zoals gezegd, gebruik van kolommen, drie in dit geval. In de drie kolommen kan ik drie zoekvragen kwijt en kan ik aangeven in welke straal (kilometers) ik hierop wil zoeken. Ook kan ik de taal van de tweets invoeren. Een widget kan ik op mijn blog plaatsen, waarmee anderen dan kunnen zien waar ik op zoek op dat moment. Geen idee waarom ik dat zou doen, maar ach het is een leuke feature. Een nadeel van Monitter is dat ik alleen de laatste tweets zie langskomen, dus als ik even niet oplet, zie ik ze nooit (vooral als er veel over een onderwerp wordt geschreven). Maar er is wel een rssfeedknop dus kan ik deze overnemen en in mijn reader lezen.

Dus wil je snel even iets zoeken binnen twitter, gebruik kan twitter search. Wil je zoekresultaten met elkaar combineren en vergelijken, gebruik kan Monitter. En als je nog meer wilt dan is TweetDeck een goede oplossing.

Nieuw woord geleerd vandaag: whuffie

Ik had echt nog nooit eerde van het woord whuffie gehoord (zag het op Twitter langskomen vandaag) maar blijkbaar is het belangrijk genoeg om er een boek over te schrijven. Het boek is van Tara Hunt en de titel: The Whuffie Factor: The 5 Keys for Maxing Social Capital and Winning with Online Communities. Het boek komt pas volgend jaar op 21 april uit maar je kan het nu alvast bestellen bij Amazon.

Maar wat is whuffie of de whuffie factor nu precies. Op wikipedia staat:

Whuffie is the ephemeral, reputation-based currency of Cory Doctorow’s sci-fi novel, Down and Out in the Magic Kingdom. This future history book describes a post-scarcity economy: All the necessities (and most of the luxuries) of life are free for the taking. A person’s current Whuffie is instantly viewable to anyone, as everybody has a brain-implant giving them an interface with the Net.

Whuffie has replaced money, providing a motivation for people to do useful and creative things. A person’s Whuffie is a general measurement of his or her overall reputation, and Whuffie is lost and gained according to a person’s favorable or unfavorable actions. The question is, who determines which actions are favorable or unfavorable? In Down and Out, the answer is public opinion.

Ik heb het boek niet gelezen en dus kende ik het woord ook niet (goed excuus, niet?).

Het gaat dus om de (online) reputatie zowel van personen als bedrijven, waarbij de publieke opinie de waarde bepaald.

In onderstaande presentatie legt Tara Hunt het begrip uit:

connecties + tijd = vertrouwen = basis van whuffie.

Om whuffie te realiseren moet je:

1) de boodschap niet naar buiten richten maar naar binnen en luisteren, goed luisteren naar gebruiker/bezoekers. Probeer de behoefte van de community te begrijpen en hierop in te spelen.

2) onderdeel uitmaken van de community die je bedient, maar niet om iets te verkopen.

3) zorg voor waanzinnige belevenissen voor de gebruiker – de wouw factor waar ik al eerder over schreef.

4) omarm de chaos en ontdek nieuwe dingen.

5) vind een hoger doel. Word bruggenbouwer, stel je open, geef liefde.

Whuffie is onderdeel van de economie van het gunnen, des te meer je geeft des te meer je ontvangt.

Tara Hunt’s definitie voor whuffie is:

The sum of the reputation, influence, bridging capital and bonding capital, access to ideas and talent, access to resources, potential access to further resources, saved up favors, accomplishments (resumes, awards, articles, etc.) and the Whuffie of those who you have relationships with.

Bibliotheken kunnen veel hebben aan veel (of een grote) whuffie. Juist met een goede reputatie, een wouw-belevenis en mond op mond reclame van gerespecteerde gebruikers kunnen bibliotheken wellicht dingen voor elkaar krijgen die eerder niet mogelijk waren in het non-internet tijdperk. Maar daarvoor moeten wij wel iets doen, we moeten zoeken naar mogelijkheden voor whuffie. Ik heb de antwoorden nog niet, ik ga op het boek wachten en het dan lezen en daarna (of misschien wel eerder) kom ik hier nog op terug.

Moo en LinkedIn – fijne combi

Erno Hannink tipte mij en ik heb direct besteld. 50 gratis visitekaartjes dankzij een actie van Moo en LinkedIn. Nu denk je dat foto’s uitkiezen bij Flickr niet moeilijk is en dat je zo klaar bent. Nou mooi niet. Ik heb gezocht, opgeslagen, meer gezocht en gewijzigd. En ook de tekst op de achterkant stond er niet 1,2,3 op. En nu zijn de kaartjes binnen……

Geweldig toch en helemaal voor niets!

De link om de kaartjes te bestellen is deze.

Mijn online aanwezigheid is verdeeld over het web

In april las ik een post van D’Arcy Norman die in mijn deliciouslijst verdween om op een later moment nog eens te lezen en over na te denken. Vandaag is zo’n dag om dat te doen, zeker omdat er ook andere berichten inmiddels langs zijn gekomen die in combinatie met de post van D’Arcy Norman voor mij een ingang zijn om wat bedenkingen op te schrijven.

D’Arcy Norman’s post heet scattered vs. individual publishing en gaat over de content die hij online plaatst maar die verdeeld is over het web. Hij schrijft:

I’ve been thinking a lot lately about publishing things individually, on my own, as opposed to scattering stuff across the various services out there. Partially, it’s because of some sense of wanting to retain control and ownership of what I do. Partially, it’s a thought exercise to help figure out what it would really mean for an individual to fully maintain their own digital identity as opposed to relying on any number of ephemeral third parties to enable that.

“Scattered” publishing involves a bunch of people navigating a bunch of services in order to find relevant bits published by the people they care about. “Individual” publishing involves individuals managing their content in one place, and letting the people they care about have access in any way they need.

Dus samenbrengen van de content die online verspreid is zodat mensen die jou volgen dit eenvoudig op een plaats terug kunnen vinden. Waarbij de maker van de content controle houdt over waar zijn/haar content terecht komt en hoe het wordt gepubliceerd. Maar ook het samenbrengen van mensen die op een eigen manier jouw content tot zich kunnen nemen.

D’Arcy Norman heeft natuurlijk gelijk, een blogger die foto’s plaatst, zijn links online bewaard, podcasts opneemt en publiceert en doet aan microblogging is daarmee op vijf verschillende plaatsen terug te vinden. Hij/zij kan natuurlijk op zijn/haar weblog links opnemen naar de sites waar ook content staat maar dat betekent dat de lezer extra moet klikken om die content te zien.

Het mooiste zou natuurlijk zijn als je gebruik kan maken van een systeem waar je alles tegelijkertijd kan doen. Dus een tool waar je foto’s kan uploaden, links kan bewaren en blogposts kan schrijven. Waarbij het systeem er dan voor zorgt dat mijn foto’s ook automatisch bij Flickr terecht komen en mijn links bij Delicious.

Als je het andersom zou doen, dus alle content die er van jou bestaat op een plaats samenbrengen dan kun je gebruik maken van tools als Netvibes waar je dan een eigen publieke pagina aanmaakt. Maar tegenwoordig zijn er ook plugins voor bijvoorbeeld WordPress die dat voor jou doen. Lifestreaming heet het principe van het samenbrengen van content.

Lifestreaming is niet nieuw, het bestaat al sinds 1996 en is bedacht door Eric Freeman en David Gelernter van de universiteit van Yale. Op de website van het onderzoek staat:

A lifestream is a time-ordered stream of documents that functions as a diary of your electronic life; every document you create and every document other people send you is stored in your lifestream. The tail of your stream contains documents from the past (starting with your electronic birth certificate). Moving away from the tail and toward the present, your stream contains more recent documents — papers in progress or new electronic mail; other documents (pictures, correspondence, bills, movies, voice mail, software) are stored in between. Moving beyond the present and into the future, the stream contains documents you will need: reminders, calendar items, to-do lists.

In die tijd werden rssfeeds nog niet veel gebruikt en stond bloggen nog in de kinderschoenen. Maar met het gebruik van social software en web 2.0 tool werd ook de vraag naar een persoonlijk overzicht groter. Superglu speelde hierop in, een site waar je jouw content van delicious, flickr en weblog kan samenbrengen.

In 2007 schrijven een aantal bloggers al over de problemen die zij tegenkomen bij lifestreaming, bijvoorbeeld Emily Chang en Jeremy Keith. Zij probeerden verschillende tools uit en bouwden tenslotte zelf een lifestreamingpagina. Het valt mij op dat lifestreampagina’s niet het toppunt zijn van mooie vormgeving. De meeste lifestreampagina’s zijn saaie lijsten van data en content. Maar meer hoeft het niet te zijn toch?

Of toch wel? Op de ReadWriteWeb stond vorige week het artikel The Future of Blogging Revealed, Edwin schreef hier ook al over. In dit artikel aandacht voor Julia Allison, die een wel heel mooi vormgegeven lifestreamingpagina heeft gemaakt in plaats van een weblog. De pagina lees je van links naar rechts zodat het idee van een tijdlijn ontstaat.

Volgens ReadWriteWeb zijn lifestreamingpagina’s de nieuwe blogs, de tools zijn tenslotte voorhanden en Julia bewijst dat zij succesvol is met haar lifestream. Nu denk ik dat het wel mee zal vallen. Niet iedere blogger wil zijn hele hebben en houwen samenbrengen op een pagina. Misschien wel voor zichzelf om het overzicht te houden en om af en toe eens te kijken naar wat hij/zij twee jaar daarvoor ook alweer deed. Ik weet dat ik het erg grappig vond om van de week door oude blogposts te gaan om deze te editen. Je komt zo leuke en interessante dingen tegen. Een pagina waar ik in een tijdlijn kan zien wat ik heb gedaan lijkt mij dan ook handig. Maar niet als homepage van mijn blog. Mijn blog is mijn blog en daar schrijf ik posts. Wat ik wel graag zou willen en al eerder zei, is een blogsysteem waar ik mijn foto’s en links ook kan bewaren en die deze dan omzet naar Flickr en Delicious. Naar mijn weten is dat er (nog) niet, maar als iemand een tip heeft dan hoor ik het graag.

Gebruikt beeldmateriaal is afkomstig van Flickr –let there be lights van mag3737