MMRPG als basis voor een (universitaire) cursus

Volgens David van OpenContent.org is het nog niet eerder gedaan, een universitaire cursus aanbieden alsof het een MMRPG is. Dus waarom dan nu wel? David omschrijft het als volgt:

In addition to helping students gain a working knowledge of the field of open education (i.e., knowledge they can actually put to work), this course is a design experiment exploring the effectiveness of running a university course as a massively multiplayer role-playing game.

De studenten die de cursus volgen kiezen een karakter en ontwikkelen een expertise. Zij lossen individuele quests op, maar voegen zich ook bij een Guild om met anderen samen te werken. Omdat zij ook binnen een Guild moeten samenwerken kunnen zij quests oplossen die zij met de eigen vaardigheden onmogelijk op kunnen lossen.

Karakters die gekozen kunnen worden zijn:

  • Artisan – The Artisan has digital materials production skills in all the necessary Web 1.0 and 2.0 tools of open publishing and open education like HTML, video sharing, podcasting.
  • Bard – The Bard is the Master of Lore, and is versed in the history, people, and politics of the field of open education. The Bard knows what open educational resources are “out there” as well as what’s available within the university.
  • Merchant – The Merchant deals with short-term and long-term sustainability issues and business models relating to open education projects.
  • Monk – The Monk is a student of copyright and licensing arcana and defender of the university brand.

De karakters hebben de beschikking of vaardigheden die bij deze tijd horen, zoals web 2.0 vaardigheden, OER of auteursrecht.

Er zijn quests voor alle spelers (5) en quests speciaal voor de karakters (6).

De cursus staat open voor iedereen dus ben je nieuwsgierig en wil je meedoen dan kan dit gewoon.

Gebruikt beeldmateriaal is afkomstig van Flickr – Saw my first WOW hookup – Antigone 78

Uitproberen: Living Social

Tijdens de Onderwijsdagen vroeg Gerard mij om even naar zijn presentatie te kijken. Hij liet mij toen onder andere Living Social zien. Living Social is een social cataloging site voor onder andere boeken, video games, films, televisieshows en bier.


In eerste instantie dacht ik, nee he niet weer, niet weer zo’n site waar ik al mijn boeken in moet voeren om mee te kunnen doen. Maar hier hebben de makers over nagedacht. Ik kan namelijk mijn LibraryThing boeken importeren, maar ook een Amazon wishlist of een ISBNlijst.

Wat ik niet helemaal begreep is dat als ik op boeken klik op de homepage ik ook alleen maar boeken in kan voeren. Maar na even zoeken zie ik bovenin een balkje waar ik een nieuwe interesse kan toevoegen, bijvoorbeeld videogames. Bij het toevoegen kan ik bij een menuutje in de zijbalk aangeven of ik het spel gespeeld heb, wil spelen en of ik het in mijn bezit of geleend heb.

Ik heb even rondgesnuffeld op de site en wat boeken toegevoegd. Op zich gaat dat gemakkelijk maar vooralsnog zie ik nog niet echt voordelen van deze site. Misschien moet ik er iets langer rondhangen. Maar voor nu vind ik het even genoeg.

Te Punga, of hoe leer je de bibliotheek & de catalogus te gebruiken

Bij de bibliotheek van de Universiteit van Auckland hebben ze een wel heel bijzondere manier om studenten te leren hoe de catalogus werkt. Te Punga heet het en het ziet er zo uit:

Te Punga is an interactive graphic novel that follows three students working on an assignment, learning to use the Library and its Voyager catalogue.

Per hoofdstuk kun je door het verhaal scrollen (net als een film of stripverhaal, van links naar rechts) en hoor je achtergrondgeluiden als meeuwen en een ringtone van een telefoon.

In onderstaand filmpje legt Liz Wilkinson uit hoe en waarom zij op deze manier de cursus aanbieden:

Met 7 “buitenjekaderdenken” punten:

  • Literacy beyond text
  • Student centred, not library centred
  • Outside experts
  • Involve students
  • Use students’ environments
  • Learning by doing
  • Make students feel at home

En ik, ik kan het hier alleen maar heel erg mee eens zijn!

Ex-collega Te schreef ook al over Te Punga, waarschijnlijk omdat zij toen “down south” was op dat moment en het met eigen ogen heeft gezien. Toen is het mij niet opgevallen, best vreemd eigenlijk nu ik er zo over nadenk. Ik had namelijk een tip van Michael Stephens nodig om Te Punga nog eens nader te bekijken.

Vertel jouw verhaal aan de bibliotheek

Dat bibliotheken de plaats zijn waar verhalen centraal staan behoeft geen betoog. Dat deze verhalen een rol kunnen hebben in de marketing van de bibliotheek is misschien niet iets waar je snel aan denkt. Ik geef hier graag voorbeelden van, zoals mijngelderland.nl, een site vol verhalen van Gelderlanders, of de wiki van de OB Deventer, met verhalen over de stad waar ik ooit 4 jaar woonde. Op de blog van Helene Blowers lees ik over een Amerikaans initiatief.

Op de website Solving Life Problems vind ik meer informatie over deze campagne:

The New Jersey State Library is partnering with the New Jersey Library Association to launch a statewide campaign for libraries to collect stories and create multimedia pieces that will portray libraries as transformative and librarians as people in the community who are passionate and involved in the community and making a difference.

Libraries will engage communities, customers, businesses and students in telling authentic stories about their library experiences and will then translate them into moving multimedia stories of inspiration. We will share these stories through traditional and new media outlets to create a powerful word of mouth initiative.

Door het verzamelen en beschikbaar stellen van de verhalen van de gebruikers kunnen bibliotheken leuke prijzen winnen.

Weet je niet precies hoe je het beste de verhalen kunt verzamelen, ontsluiten of opnemen? Ook hier biedt de website uitkomst. Je leest hier namelijk ook over trainingen (en ja de mannen van DOK spelen ook hier een rol), workshops en hoe je het beste een verhalenbank kan opzetten.

BlijfBij bibliotheek

Via Infocaris werd ik getipt over een nieuwe nieuwssite. Hij beschreef vandaag in beeld, een initiatief van BlijfBij.nl.

In beelden wordt het nieuws van vandaag gepresenteerd. In verschillende categorieen, waaronder internet. Als je over een afbeelding gaat krijg je een mouseover te zien met de titel van het bericht. En door op een afbeelding te klikken kom je bij het nieuwsartikel. Mooi gedaan van BlijfBij.

Maar na even doorklikken kom ik erachter dat dit niet het enige interessante dat BlijfBij doet. Ze hebben namelijk op de nieuwssite een site voor bibliotheken. Met nieuws en een agenda over, je raadt het al, bibliotheken. Kopjes als UKB, OB en weblog. En het leuke aan die laatste is dat hier berichten staat die komen van de Bibliotheek 2.0 ning. Als bronnen gebruiken zij bekende bibliobloggers en sites van bibliotheken.

Nu kan ik bedenken dat deze site voor bibliotheekmensen interessant kan zijn omdat het op een mooie manier een overzicht geeft van het laatste nieuws (inclusief rss-feed). Maar om nu als eerste een subsite te maken voor deze doelgroep… zou er soms iemand uit de bibliotheekwereld achter dit initiatief zitten?

Kennisbuffet in TU Delft Library

Al uren voordat het begon was het rommelig in TU Delft Library. Er werd gebouwd en opgetuigd en dat alles voor het Kennisbuffet dat op dinsdag 25 november plaatsvond. Mijn baas heeft er op het managementteam weblog al een stukje over geschreven. Ik mocht op deze middag op twee stands staan; Dark Ink en het Library learning Centre.

Collega Jan maakte foto’s waaronder deze:

Hier laat ik Hans Tonino (opleidingsdirecteur Technische Informatica en Media & Knowledge Engineering) Dark Ink zien. Vorig jaar bezocht ik hem om te vertellen over het UGame – ULearn project. Niet wetende dat het zo’n succes zou worden waar ook studenten van zijn faculteit aan mee zouden werken. Extra leuk voor hem dus om het eindresultaat een keer te zien.

Wat mij opviel was dat de bezoekers zeer geinteresseerd waren en duidelijk kwamen om geinformeerd te worden. Ik kwam in gesprek met iemand van de HvA die mij vertelde dat zij Dark Ink had gespeeld maar niet goed wist wat zij nog meer moest doen dan inktmonsters neerslaan. En toen besefte ik mij dat wij dit misschien niet heel goed hebben uitgelegd. Door het neerslaan van de inktmonsters verzamel je namelijk informatie die je nodig hebt om de raadsels bij de riddlemaster op te lossen. De informatie wordt opgeslagen in een eigen digitaal vriendje, I.N.G.E. genaamd (tab-toets gebruiken om bij I.N.G.E. te komen). Dus het doel van Dark Ink is niet zoveel mogelijk monsters verslaan, maar zoveel mogelijk informatie te vinden. Ik hoop dat deze dame nog een keer gaat spelen om te ontdekken hoe I.N.G.E. werkt.

Met Harald (de technisch projectleider van Dark Ink) heb ik laatst een artikel geschreven voor de Surfspace-site. Ik zal deze ook nog plaatsen op de UGame – ULearn site. In het artikel leggen wij uit hoe het proces is gegaan en hoe wij de studenten begeleid hebben.

Maar om even terug te komen op het kennisbuffet. Het was een leuke, gezellige en interessante middag waar ik veel nieuwe mensen heb ontmoet die graag op de een of andere manier bij UGame – ULearn betrokken willen worden. Het project zou na dit jaar eindigen maar ik kan nu al vertellen dat dat dus niet het geval is. Wij gaan gewoon door. Met game-avonden in december, januari en februari en een symposium op 23 april.

Het verslag van een dagje Arnhem

Al ruim voor de zomervakantie kreeg ik het verzoek om een presentatie te geven over social software voor de OR en een aantal medewerkers van de Biblioservice Gelderland in Arnhem. Een aantal van de mensen in de zaal deed de cursus 23 dingen werd mij verteld. En een vraag die leefde was hoe verder na 23 dingen? Geen gemakkelijke opgave en ik heb ook lang zitten broeden hoe ik de presentatie in zou steken. Toen de presentatie redelijk op orde was heb ik hem aan Gerard gestuurd en hij vertelde wat mij waar ik al bang voor was. Er zat geen kop en staart aan. Dus husselen, slides toevoegen en weghalen en een lijn zoeken.

De presentatie heb ik gisteravond al online gezet (gewoon als backup, je weet maar nooit of de trein rijdt). Vanmorgen om 7.15 uur zat ik in de trein op weg naar Arnhem. De organisatie was goed geregeld, ik werd opgehaald op het station van Arnhem. Maar wat een bouwput is dat zeg en dan schijnt het ook nog jaren te duren voordat het beter wordt. Ik heb medelijden met de Arnhemse treinreizigers. Maar dat terzijde.

Aangekomen bij de Biblioservice Gelderland stond alles al klaar. Ik mocht niet meteen beginnen maar moest even wachten totdat het OR-verslag was gegeven. Om 10 uur was het zover.

In een uur heb ik mijn presentatie gegeven en leuke gesprekken gehad met de mensen in de zaal. Waaronder onder andere een lid van het managementteam (cool!) en de chauffeur van de bibliobus. Deze laatste meneer liet mij weten veel nieuwe termen gehoord te hebben maar verder weinig online te doen.

De lijn die ik aan wilde houden in mijn presentatie was de volgende. Ik ben van mening dat het bij het nieuwe web (verzamelnaam voor web 2.0 en social software) gaat om twee dingen die voor bibliotheken of bibliotheekorganisaties interessant zijn; online aanwezigheid en communities. Nu is de bibliotheek een community voor gebruikers die van verhalen houden. Een online community is niet veel anders, hier vertellen gebruikers ook verhalen (belevenissen, verslagen, etc.), geven zij hun mening (ook een verhaal) en laten zij commentaar achter (ook een verhaal). De perfecte plek dus voor een bibliotheek om te kijken of zij iets met die (al dan niet bestaande) communities wil doen. Daarnaast is online aanwezigheid belangrijk en daar ben ik mee begonnen. Ik moest wel een beetje grinniken toen ik tijdens de voorbereiding zag dat de website van de Biblioservice Gelderland het alleen maar doet met IE en dat ook Edwin dit al was opgevallen. En ik moet toegeven dat ik tijdens mijn presentatie een foutje heb gemaakt. Bij mij deed de website het namelijk ook niet met IE, maar ik had natuurlijk de link uit FF gekopieerd en dat was de link van de pagina met de foutmelding.

Ik houd er van om af en toe een bommetje te laten vallen en had ook wel reactie verwacht op de opening. Natuurlijk wordt er hard aan de website gewerkt en is er laatst een fusie geweest. Ik snap dit allemaal, maar de klant niet, de klant ziet een website die het niet doet. Iets om over na te denken naar mijn idee en zeker iets om wat aan te doen. Ook gaf ik het voorbeeld van mijngelderland.nl – een interessante website met verhalen van mensen uit Gelderland. In mijn voorbeeld van Zijlmo deed de link naar de website het niet omdat er geen www voor stond. Wat een presentatie al niet teweeg kan brengen, de link zonder www doet het nu wel. Interessant in deze is het voorbeeld van Flickr the Commons en het aantal bezoekers (300.000) dat het Nationaal Archief kreeg in de eerste week dat zij de foto’s online bij Flickr toegankelijk hebben gemaakt. Nu kan ik mij zo voorstellen dat die foto’s al heel lang op de website van het Nationaal Archief staan maar dat het aantal bezoekers veel groter wordt door deze foto’s op verschillende kanalen te verspreiden. Misschien een ideetje voor mijngelderland.nl.

Ik liet nog wat meer voorbeelden zien van communities, onder andere de weblog van de directeur van de OBA (eigenlijk een nieuwskanaal zonder commentaarmogelijkheden) en de wiki van de Openbare Bibliotheek Deventer.

Hierna ging ik nog even in op een aantal zaken waar je naar mijn idee over na moet denken voordat je verder gaat na 23 dingen. Het is niet vanzelfsprekend dat je als bibliotheek ook echt verder moet gaan, tenminste, als je niets extra toevoegt waarom zou je het dan doen? Als je als bibliotheek gelukkig bent met de website en je je niets voor kan stellen bij bijvoorbeeld een hyvespagina, een wiki of een ning voor de bibliotheek, doe het dan niet. Het is geen schande, het is geen kwestie van de boot missen, als je er maar wel over nadenkt. Daarnaast kost het onderhouden van een internetaanwezigheid in bijvoorbeeld social networking sites tijd, veel tijd als je het goed wilt doen. Ik begreep dat de mensen in de zaal die 23 dingen gedaan hadden of nog bezig waren hier twee uur per week van de baas voor kregen. Twee uur is meer dan niets, maar twee uur per week om te spelen is niet heel veel. En er zijn nu eenmaal mensen die als zij de deur om vijf uur dichtdoen lekker naar huis gaan en die computer niet meer aanzetten (kan het ze niet eens kwalijk nemen).

Wat naar mijn idee veel managers vergeten is dat het nieuwe web en de reactie daarop vanuit de organisatie vaak neerkomt op de mensen van de werkvloer en dat zij acties die uit plannen voortkomen doen naast de normale werkzaamheden. Als er geen ruimte wordt gegeven om bijvoorbeeld een weblog te onderhouden voor de organisatie dan is deze blog gedoemd te mislukken. Er zijn altijd werkzaamheden die tussendoor komen en die belangrijker zijn. Dus als je als managementteam geen tijd wilt investeren, doe het dan niet maar verwacht dan ook niet van de medewerkers dat zij zich enthousiast begeven op dit nieuwe web. Als je wel tijd geeft om te spelen, laat die medewerker dan ook spelen en af en toe onderuit gaan. Je leert door te doen en af en toe gaat dat wel eens fout. Dat is niet erg, je hebt het immers geprobeerd. Maar zorg er als managers voor dat je medewerker zich veilig voelt om te proberen en te doen. Leren in een goede foutencultuur heet dat, leerde ik laatst.

Opvallend is dat (maar ik kan er naast zitten) er maar weinig bibliotheekorganisaties zijn die richtlijnen hebben omschreven waar een medewerker zich aan moet houden als hij/zij zich begeeft op het nieuwe web. Bijvoorbeeld mag je schrijven over je werk, over de klanten die je ontmoet, over een falende organisatie? Omdat leden van de OR ook aanwezig waren kwam er een interessante discussie op gang. Je kan je namelijk voorstellen dat als een medewerker een berisping krijgt of wordt ontslagen door online activiteiten je als OR hier een mening over hebt. En hoe zit het met anonieme bloggers bijvoorbeeld. Meld je je als anonieme blogger bij de baas of blijf je lekker anoniem? En wat gebeurd er met een blog van de bibliotheek waar afbeeldingen op geplaatst zijn die eigenlijk niet mochten en er komt een claim. Betaald het management deze dan of wordt er aan de medewerker gevraagd een bijdrage te leveren.

Uiteraard was de afsluiting positief. Speel, ontdek en doen! Want op die manier leer je toch het meeste.

De reacties uit de zaal waren positief, interessant en betekenisvol. Ik heb een leuke ochtend gehad! Met dank aan de organisatie voor het presentje, het ophalen en wegbrengen en de warme ontvangst. En ook dank voor de reactie op de presentatie op Slideshare van Sinkelservice. Hoop natuurlijk nog veel meer van jullie daar bij Biblioservice Gelderland te zien en horen!

3D reclame of Augmented Reality Special van Totaal TV

Vorige week kwam ik thuis en duwde mijn vriend 3 geprinte pagina’s onder mijn neus. Moet je kijken dit is leuk.

Hij nam mij mee naar de computer en vroeg mij de geprinte pagina van Wall-E voor de webcam te houden. Wouw! Wat er toen gebeurde leek wel tovenarij.

Ik wilde zelf wel een filmpje maken maar dat lukte niet helemaal dus gebruik ik even het filmpje van BeyondReality1.

Om het 3D beeld te kunnen zien moet je wel even software downloaden. Als je de pagina voor de webcam houdt wordt er een 3D animatie gestart die op de geprinte pagina wordt getoond. Dit heet Augmented Reality oftewel het toevoegen van virtuele objecten of vooraf opgenomen beelden aan live beelden. Om dit te realiseren werd samengewerkt met Touching Media. Ik had bij Geekbrief.tv wel eens een fimpje van Augmented Reality gezien maar een filmpje kijken of het in het echt beleven is wel een verschil. Kan me helemaal voorstellen hoe deze ontwikkelingen marketingmensen gek maakt. Dit wil toch iedereen!