UGame – ULearn – een symposium over Nieuwe Media, Marketing en Mediawijsheid

UGame - ULearn - symposium poster

Uitnodiging UGame – ULearn Symposium

Meer info: www.ugame-ulearn.com

En Annemarie van Gaal heeft er ook zin in!

Het woord ‘bibliotheek’ is misschien wel het meest ouderwetse woord wat ik ken en ‘communicatie’ is een platgeslagen begrip. Maar in mijn voorbereiding op deze dag ben ik er van overtuigd geraakt dat deze twee woorden samen met ‘UGame – ULearn’ een revolutie gaan creëren. Een nieuwe wereld met nieuwe regels, inzichten en kansen. Ik kijk, net als u, enorm uit naar 23 april.

Het 24e ding

Gister was ik samen met Gerard en Jeroen te gast bij een brainstorm over wat te doen na 23 dingen, oftewel wat is het 24e ding. De brainstorm was georganiseerd door Biblioservice Gelderland (Yvonne Sinkeldam) en vond plaats in Elst. Er waren ongeveer 15 mensen uitgenodigd.

Wat mij opviel tijdens het voorstelrondje was dat er veel mediacoaches aanwezig waren (is dit een hype in opleidingenland, wat gaan al die mediacoaches straks allemaal doen, bij de kick-off van het Mediawijsheid Expertisecentrum waren er ook al zoveel aanwezig). Wat ook opviel is dat een mevrouw liet weten een soort van buiten de boot te vallen omdat zij de opleiding nog niet had gedaan. Waarbij ik mij dan afvraag wat leer je nu precies als mediacoach (een onderzoekje dat ik vast nog wel een keer ga doen).

Een paar opmerkingen die ik heb opgeschreven:

  • het kost zoveel tijd om met 23 dingen bezig te zijn
  • is weten wat social software en web 2.0 is voldoende voor medewerkers in de front-office
  • wordt 23 dingen voor de juiste redenen ingezet
  • is er een alternatief voor de term 23 dingen, het zijn zoveel dingen en dat schrikt af
  • sommige deelnemers worden verplicht om mee te doen maar over consequenties als je niet meedoet is nog niet gesproken

De eerste opmerking kwam meerdere keren langs. Gelukkig mochten Gerard en ik ons als laatste voorstellen. Het kost gerust tijd om met nieuwe toepassingen bezig te zijn maar het levert ook veel tijd op, ik zie het dus meer in kansen en mogelijkheden. Ik benadruk graag het positieve in plaats van het negatieve. Als je al begint met het kost veel tijd, hoe overtuig je collega’s dan dat het goed is om aan het programma mee te doen.

Na het voorstelrondje gingen we in groepjes van 3-4 personen brainstormen. Na de brainstorm mocht elk groepje 1 ding uitkiezen die wij wilden uitleggen aan de rest.

  • de digitale en fysieke biblioheek is een samenspel – het is niet tegen elkaar maar met elkaar (naar aanleiding van gemaakte opmerking dat sommige bibliotheekmedewerkers bang zijn voor hun (vaak traditionele) takenpakket als zij nieuwe dingen (moeten) uitproberen)
  • omdat de meeste mensen die aanwezig waren het gevoel hebben dat er na 23 dingen niets gebeurd is het idee geopperd om nieuwe toepassingen te blijven communiceren met de groep die het programma hebben doorlopen. Ik wees de groep op de na 23 dingen wiki waar nog niet iedereen het bestaan van kende.
  • Ook werd het idee gelanceerd om een paar mensen uit de organisatie verantwoordelijk te maken om de ontwikkelingen in de gaten te houden en nieuwe programma’s te lanceren. Daag medewerkers uit om nieuwe dingen/toepassingen voor de bibliotheek te bedenken en schrijf een prijsvraag uit. Ik dacht even door nadat de term ambassadeur werd genoemd. Stel nu dat je medewerkers ambassadeur laat zijn van jouw bibliotheek. En dat deze ambassadeur de bibliotheek op internet een plaats geeft (dit heeft weer te maken met online aanwezigheid). Deze ambassadeur kan elk jaar een andere medewerker zijn. Dan kun je een landelijke wedstrijd uitschrijven voor ambassadeur van het jaar (niet informatieprofessional van het jaar omdat niet iedereen zich verbonden voelt met die term). De ambassadeur werkt met 23 dingen of met meer dingen, het is in ieder geval iemand die nieuwe media en toepassingen inzet om de bibliotheek op de kaart te zetten.

Daarnaast is mij ook duidelijk geworden dat de coaches zo belangrijk voor het proces zijn dat het voor mij niet anders kan dat zo’n coach zich als een vis in het water moet voelen met web 2.0 en social software. Deze coach moet veel toepassingen vaak of in ieder geval regelmatig gebruiken om de waarde ervan in te kunnen schatten. De coach moet een bekende zijn in het netwerk en weten wie zich waar mee bezig houdt. Hij/zij moet van te voren in kunnen schatten welke vragen er uit de groep komen en het antwoord al weten voordat de vraag gesteld wordt. Wat mij betreft kan dus niet iedereen zomaar 23 dingen coach zijn.

En dan het management. Het management is al veel over gezegd en geschreven. Als zij zelf niet meedoen aan 23 dingen, als zij de tijdsinvestering belangrijker vinden dan het spelen van de medewerkers en als zij geen visie hebben over hoe verder na 23 dingen dan kun je op je vingers natellen dat 23 dingen leuk is om te doen maar dat er daarna niets mee gebeurd.

Gebruikt beeldmateriaal is afkomstig van Flickr – 24 van internets diary

Is de kermis aan mij voorbijgegaan?

Misschien wel, misschien niet. De deadline voor het meedoen aan de blogkermis is voor 16 januari februari maar ik denk dan, ach 16 januari februari mag toch ook nog wel. Toch?

De blogkermis dit keer komt van Astrid en gaat over jongeren en het gebruik van oude en nieuwe media. Maar eigenlijk gaat het over jongeren die niet weten hoe zij oude of traditionele media goed moeten gebruiken en genoegen nemen met onbetrouwbare nieuwe media. En of dit erg is.

books

De waarde van internet is voor bepaalde doeleinden ongeëvenaard. Diepere en bredere informatie verschijnt in print of moeilijk toegankelijke databanken. Moeten die klassieke media weer op het netvlies van de leerlingen komen of moet die verdiepingsinformatie goed leesbaar en vindbaar op het net komen te staan? En kán internetinformatie wel net zo’n rijk, compleet en genuanceerd beeld geven van een onderwerp als een goed onderbouwd boek? Gezien het verschil tussen beeldscherm (vluchtig, snel, actueel) en kwaliteitsprint (diepgravend, achtergronden, ingewikkelde afwegingen van voor- en tegenargumenten).

Tsja eerlijk gezegd maakt het niet eens zoveel uit of jongeren oude media (lees maar even voor het gemak boeken en tijdschriften) wel of niet gebruiken want achter deze vraag ligt natuurlijk de vraag of jongeren de media (oud en nieuw) wel op een juiste manier gebruiken. Of zij de informatie die zij vinden op bijvoorbeeld internet kritisch beoordelen. Dit is overigens niet eens een probleem van jongeren, ook sommige ouderen nemen wat zij op internet lezen voor waar aan.

Voor mij staat vast dat informatie op internet net zo rijk, complete en genuanceerd kan zijn als een goed onderbouwd boek. Als je maar moeite doet om de informatie te vinden en geen genoegen neemt met de eerste hits die je tegenkomt. Hoor en wederhoor geldt ook voor internetinformatie. Lastig is alleen dat nu iedereen gemakkelijk prosument kan worden dat hoor en wederhoor moeilijker wordt. Dus moet je er meer tijd in steken. Maar zeg nu zelf, is alles wat in een boek staat dan zomaar maar waar. Moesten wij bij opdrachten op school ook niet verschillende meningen van auteurs naast elkaar leggen omdat zij wel eens van elkaar konden verschillen. Trouwens toen ik in 2002 mijn scriptie inleverde over Computerkunst in Nederland en hier in die tijd nog niet zoveel boeken over geschreven waren kon ik mijn eigen verhaal maken. Iemand anders mocht dat dan onderbouwd omver schoppen. Maar als er niemand is om die opdracht op zich te nemen, wordt daarmee mijn verhaal dan de waarheid. Nee dus. (Daarmee niet zeggende dat ik een onbetrouwbare scriptie heb geschreven).

En omdat er in de tijd dat ik mijn scriptie schreef weinig gedrukte bronnen te vinden waren over computerkunst nam ik mijn toevlucht tot internet. Daar vond ik wat ik zocht. Gelukkig dacht mijn docente er ook zo over. Het zou toch vervelend geweest zijn als zij had gezegd dat ik geen internetbronnen had mogen gebruiken, dan had ik een ander scriptieonderwerp moeten kiezen. Ik heb geknipt en geplakt en de teksten zo herschreven dat zij als citaat gelezen konden worden. Uiteraard altijd met bronvermelding. En dus ja, wij moeten docenten wijzen op hun verantwoordelijkheid. Niet door hen studenten/scholieren te wijzen op traditionele/oude media alsof dat zaligmakend is. Maar door ze te wijzen op de mogelijkheden die alle soorten media bieden. Zolang de student/scholier maar leert over hoe met deze bronnen om te gaan en hoe deze te gebruiken. De eisen die wij stellen aan oude media gelden ook voor nieuwe media, dus onderzoek doen, (kritisch) vergelijken en bronvermelden. En is het dan erg als klassieke media vergeten wordt (waarvan ik overigens geloof dat dit nooit gebeurd) – NEE – want daarvoor komt heel veel moois en interessants voor in de plaats, het ziet er misschien alleen anders uit. Het is dus gewoon een kwestie van EN EN!

Gebruikt beeldmateriaal is afkomstig van Flickr – books, books, books, books, books and books van kennymatic

Geef kinderen iets dat zij nog niet hebben: boeken!

Sinds ik aan het Rondom Tien(ers) debat over gamen en laaggeletterdheid heb meegedaan vallen berichten over leesbevordering en lezen in het algemeen mij meer op. Zo ook deze met de titel Our children won’t succeed if they don’t read books dat onlangs verscheen in de Times Online. Het artikel begint met een anekdote van de auteur. Een van zijn dochters leest aan een jonger kind uit de familie een verhaal voor in de bibliotheek. Binnen korte tijd luisteren meer kinderen mee en ouders kijken stilzwijgend toe. Waarom iedereen zoveel aandacht voor het meisje had, omdat zij vol vuur en enthousiasme aan het voorlezen was. Niet omdat het moest (zoals vaak op school) maar omdat zij het leuk vond.

En dat voorlezen (of lezen) is volgens onderzoek ook nog ergens goed voor.

Unesco, the United Nations educational and cultural arm, has produced a report which shows that reading for pleasure is the single best indicator of social mobility.

De auteur vraagt zich dan ook terecht af waarom bibliotheken worden gesloten en budgetten op scholen om boeken aan te schaffen worden verkleind. De aankoop van boeken moet het vaak afleggen ten opzichte van de aanschaf van computers en de auteur begrijpt dat niet.

So why are we chucking so much at a system with such a short shelf-life (lees IT-middelen), when we could be buying the content in a form that ages well, never crashes and can be taken everywhere, for next to nothing?

Bijna alle jongeren hebben tenslotte een computer thuis, dus geef ze dan iets dat zij thuis niet hebben: BOEKEN.

Of lees voor. Zoals bijvoorbeeld Paul Vierboom die hiermee de Leesgoedprijs 2009 won. Over hoe hij leerlingen aan het lezen krijgt zegt hij het volgende:

Voorlezen, voorlezen en nog eens voorlezen. Veel vertellen over boeken en over schrijvers, schrijvers uitnodigen, dat helpt allemaal. We doen ons best om de frustratie die leerlingen oplopen bij het niveau-lezen en het begrijpend lezen te compenseren door veel aandacht te besteden aan de leuke kanten van lezen.

Volgens Vierboom moeten scholen boeken ademen, leerlingen moeten omringd zijn door boeken. En vooral, zonder voorlezen geen leesbevordering.

Gebruikt beeldmateriaal is afkomstig van Flickr – On the platform, reading van Moriza

Jij lijkt helemaal niet op iemand die in een bibliotheek werkt

Op de BDI had ik al het idee dat ik niet helemaal pastte binnen het idee dat men had van mensen die in een bibliotheek werken. Ik zag er uit als een soort punker, zwarte kleren, veel oorbellen (heb nog steeds 18 gaatjes in mijn twee oren) en heel kort haar. In de afgelopen jaren ben ik iets braver geworden maar voor mijn gevoel pas ik nog steeds niet echt in het beeld (gelukkig maar).

Maar wat is het stereotype dan van iemand die in een bieb werkt…… jaja ik weet het brilletje, knotje, niet al de vrolijke vrouw. Eigenlijk is er nog nooit echt onderzoek gedaan naar de impact van die vooroordelen en stereotypen. Tot nu.

Ruth Kneale schrijft al jaren op haar weblog over dit onderwerp en nu is er ook een boek – You Don’t Look Like a Librarian Shattering Stereotypes and Creating Positive New Images in the Internet Age.

youdontlooklikealibrarianLibrarian stereotypes have persisted for generations, yet their practical impact has rarely been studied. How pervasive are such stereotypes in the digital era, how are they changing, and how do they affect our daily work, our careers, and the future success of the profession? What can we do to defeat tired old perceptions and create positive new images?

Het boek is te bestellen via InfoToday voor nog geen $30.

De lerende van de 21e eeuw

21st_century

of deze dan:

21_century_1

De posters zijn afkomstig van de 21st Century Learners website, gemaakt door Peter H. Reynolds naar aanleiding van een brainstormsessie waarin de karakteristieken van de lerende van de 21e eeuw werden bediscussieerd. Op de website is nog veel meer te vinden dan de posters (en filmpjes van de sessie), dus neem een kijkje als je op zoek bent naar free educational resources.

Met dank aan: TLC

Storyville een interactive early literacy learning center

Storyville een interactive early literacy learning center is een van de prijswinnaars van de John Cotton Dana Award. Deze prijs wordt volgens de website uitgereikt aan:

outstanding library public relations, whether a summer reading program, a year-long centennial celebration, fundraising for a new college library, an awareness campaign or an innovative partnership in the community

En Storyville hoort daar dus bij. Storyville is ontworpen voor kinderen onder de vijf jaar en hun ouders. De omgeving en de activiteiten zijn speciaal ingericht voor ouders om hun kinderen op school voor te bereiden. In Storyville kunnen kids in zeven verschillende leeromgevingen kennis maken met boeken en andere materialen die taal en lezen bevorderen. De zeven omgevingen zijn onder andere een bibliotheek, een verhalenhuis, een theater, een winkel en een babytuin.

Babies and their caregivers can engage in peek-a-boo and play with sensory toys or read board books in their garden; toddlers can crawl through driftwood, read in a lighthouse, rock in a toy boat, fish or gaze up at the stars; preschoolers can play house in the home living area, present plays and puppet shows in the theater, shop in the store and practice building at the construction site. The library, stocked with a variety of children’s books and comfortable seating, invites reading together. Books, displayed in every area, as well as parent resource materials and themed take home kits, are available for checkout.

storyville
(Photo by R. Schaefer)

Storyville is ondergebracht in de Rosedale Library en is geopend als de bibliotheek ook open is. Bij ongeveer 60 personen is het druk in Storyville en om iedereen een kans te geven om lekker rond te kijken en dingen te doen wordt er een wachtlijst gemaakt als er meer dan 60 personen aanwezig zijn. Kinderen mogen alleen naar binnen onder begeleiding en eenmaal binnen mag je er net zo lang blijven als je zelf wilt.

Met dank aan: The M Word

Vrouwen en hun mobiel

Er zijn vrouwen (en natuurlijk ook mannen) die hun mobiel alleen maar gebruiken om te sms-en en te bellen. Maar er zijn ook vrouwen (en mannen) die wel iets meer verwachten van hun mobiel. Zelf ben ik wel een zo’n type dat alles op haar mobiel wil uitproberen en uitkijkt naar nieuwe modelletjes met nog meer features.

En hoe ik nu precies op de site kwam weet ik niet meer precies (vast doorgeklikt uit mijn feedlijst) maar deze groep vind ik zo interessant dat ik er graag bij wil horen. En dus heb ik mij aangemeld.

mobiladies

En misschien dat ik dan in augustus wel naar de conferentie ga – je weet maar nooit. En misschien wel met mijn nieuwe telefoon….. WAT?!?!? Ja een nieuwe telefoon van de baas….. Ik verklap nog niet welke…. Maar ik kijk er al enorm naar uit dat hij wordt afgeleverd….. Hopen dat het geen 4 weken gaat duren.

Gebruikt beeldmateriaal is afkomstig van Flickr – Woman in red van René Ehrhardt

Een e-card in plaats van een biebkaart

Ik kan mij vergissen maar volgens mij is het in Nederland niet gebruikelijk om e-card aan te bieden als dienst van de bibliotheek. Ik bedoel dan geen e-cards met leuke plaatjes die je aan iemand kan e-mailen, maar een e-card om toegang te krijgen tot de elektronische bestanden van de bibliotheek. In de bibliotheek waar ik werk en in degene waar ik werkte kon je wel een dagaccount krijgen om vervolgens achter een computer in de bibliotheek datgene te zoeken/printen dat je nodig had. Maar het is niet zo dat je vanuit huis een e-card aan kan vragen om daarna de online databases door te spitten. En waarom eigenlijk niet. Het is toch ontzettend handig voor de gebruiker die – als hij verder niets nodig heeft van de bibliotheek – om op deze manier wel lid te worden.

De openbare bibliotheek van San Fransisco leek het wel een goed idee en dus bieden zij voor iedere inwoner van de stad deze dienst aan. En als de gebruiker dan een boek wil lenen moet hij zijn e-card laten omzetten naar een echte biebkaart om vervolgens de geleende items op te halen. De e-card is vier jaar geldig en je kan er ook ebooks en muziek mee zoeken en downloaden.

Het is niets nieuws en veel andere bibliotheken doen het al (waaronder Contra Costa County Library, SNAP, BPL, etc.) Maar Nederlandse voorbeelden vind ik niet. Heeft dit te maken met de licentiemodellen van de uitgevers of hebben wij er gewoon nooit bij stil gestaan dat dit een mogelijkheid is.

Met dank aan: Librarian in Black

Gebruikt beeldmateriaal is afkomstig van Flickr – Card Catolog van a trying youth

Platte Wereld Kennis

Het is een beetje een kort door de bocht vertaling van Flat World Knowledge, maar FWK als titel vond ik ook weer zoiets. FWK zijn lesboeken in de zin dat zij mooi zijn vormgegeven, zijn geschreven door auteurs van wereldklasse en dat zij ondersteunt worden door alle mogelijke middelen zoals handleidingen, slides en tests.

Maar waar zij in uitblinken is dat zij een CC licentie hebben (BY-NC-SA) en dat zij gratis online te raadplegen zijn. Open Educational Resources op zijn best dus.

fwk

Great Minds
Are Evenly
Distributed.

Great
Textbooks
Are Not.

Until Now.

Met dank aan: Iterating Toward Openness