Zijn we klaar voor de Free Agent Learners?

Deze column heb ik naar aanleiding van het bezoek aan Educause geschreven voor SURFspace.

In Nederland zijn er legio voorbeelden. Docenten die wiki’s, blogs, twitter, flickr, hyves en andere sociale media inzetten in het onderwijs. Als je weet waar je moet zoeken, vind je ze. Nederlanders schreeuwen het alleen niet van de daken als ze vinden dat ze briljant zijn of als ze iets nieuws bedacht hebben om in het onderwijs in te zetten. Amerikanen doen dat wel. De kleinste overwinningen worden gedeeld met de rest van de wereld. Zo trots als zij zijn op hun onderwijs en de inzet van sociale media….. Maar is het eigenlijk genoeg? Studenten vinden van niet.
Dat blijkt uit een grootschalig onderzoek Unleashing the Future: Educators “Speak Up” about the use of Emerging Technologies for Learning van Julie Evans (2010). Ze presenteerde de resultaten tijdens de Educause-conferentie 2010. Studenten zijn aan het wachten. Aan het wachten op een leeromgeving die tegemoet komt aan hun persoonlijke leerstijlen en interesses. Evans vroeg 300.000 studenten naar hun visie op het onderwijs van de 21e eeuw. Wat blijkt? Het is allang niet meer de vraag of mobiele telefoons ingezet moeten worden binnen het onderwijs. Studenten gebruiken hun mobiel al in het onderwijs: op hun eigen manier en buiten de kaders van de traditionele onderwijsomgeving. Dat wel. Ze zijn Free Agent Learners die 24/7 technologie gebruiken om hun onderwijsbeleving te personaliseren. Logisch dus dat studenten verschillende manieren van leren in de klas wensen. In hun visie op hoe het 21e eeuws leren eruit moet zien, stellen zij drie eisen: leren moet social based, un-tethered en digitally rich zijn. Een korte toelichting is op zijn plaats.

Social-based learning

Studenten willen innovatieve communicatiemiddelen en samenwerkingstools gebruiken om expertnetwerken te creëren, te personaliseren en te voeden.

Un-tethered learning

Studenten willen een op technologie gebaseerd onderwijs dat grenzeloos is en niet beperkt wordt door de muren van een klaslokaal, traditionele onderwijsmethoden, geografie of de kennis en competenties van de docent.

Digitally-rich learning

Studenten zien het gebruik van relevante digitale tools, content en bronnen als een sleutel voor de leerproductiviteit en niet alleen maar als een manier om hen tegemoet te komen in hun leren.

Overigens, niet alleen de ondervraagde studenten, maar ook de schoolleiding omarmt deze visie. Helaas, de beren op de weg zijn enorm. De technologie is er, studenten willen die gebruiken, maar worden tegengehouden door docenten, ICT-afdelingen en een niet werkende ICT-infrastructuur. Schokkend is de conclusie niet: Wij (het onderwijsveld), hebben nog een lange weg te gaan om te komen waar de student ons verwacht te zijn.

Kan Cloud Computing helpen die lange weg wat sneller te doorlopen of is Cloud Computing slechts een hype? David Cealey vindt dat laatste. Cloud Computing is niets nieuws, het is een groeimodel. En dan is het de vraag wat jouw onderwijsinstelling ermee wil. Toen Cealy begon te praten op Educause, was er geen houden meer aan. Benieuwd? Ga er eens rustig voor zitten en laat de inhoud tot je doordringen. Moet je als onderwijsinstelling mee willen doen aan deze hype?  Of maak je alleen gebruik van die dingen die voor jouw instelling nuttig zijn?

Als je gaat rondkijken, ontkom je niet aan de twee grote spelers in de markt: Google Apps en Microsoft Live@edu. Eric Pierce van de University of South Florida is erg te spreken over Google Apps. Natuurlijk zijn er verbeteringen wenselijk en willen de studenten altijd meer. Maar er zijn ook voldoende gratis alternatieven die je los van elkaar kunt gebruiken. Ik zie het werken in de Cloud als een onontkoombaar iets. Zeker als we altijd, overal en met elk device bij onze content willen.

Zijn wij in Nederland klaar voor de Free Agent Learners en Un-tethered learning? Voor de student die zijn eigen onderwijs wil inrichten, 24/7, gebruik makend van een mobiel en niet gebonden aan institutionele grenzen? Nee, ik denk het niet. Maar mocht het wel zo zijn, laat dan van je horen. Schreeuw het van de daken, laten we een voorbeeld nemen aan de Amerikanen!

Liesbeth Mantel is als productonderzoeker werkzaam bij de afdeling Innovations van de TU Delft Library.

De gebruikte afbeelding is van Mike Baird en te vinden op Flickr.

De Onderwijsdagen – dag 2 – 10 november

De dag begint met Toine Maes (directeur Kennisnet) in gesprek met Steven de Jong (voorzitter LAKS). De centrale vraag is: moeten we het onderwijssysteem omgooien? Het antwoord: waarschijnlijk niet. Maar ICT maakt het wel mogelijk om het talent van een individu aan te spreken.

Moet er op schoolniveau vaart gemaakt worden als het gaat om ICT in het onderwijs? De Jong ziet ICT als onderdeel van de les. Wat hem betreft moet er zeker versnelt ingevoerd worden want hij ziet veel mis gaan. Bijvoorbeeld, er zijn veel projecten met smartboards, maar het smartboard wordt vaak alleen gebruikt voor de open dag of als beamer om een powerpoint op te presenteren.
Hoe zorg je ervoor dat ICT ook voor didactiek wordt ingezet? De Jong vindt dat zij (LAKS) scholieren hierop moeten wijzen zodat zij docenten kunnen aanspreken om het gebruik van ICT. Maar niet alleen aanspreken, ook helpen zou een oplossing kunnen zijn.

(registratie/filmpje)

Christiaan Alberdingk Thijm / hoe sociaal zijn social media?

Indrukwekkende intro om je presentatie mee te beginnen en zeker een film die ik wil zien.

Wat Alberdingk Thijm opvalt (en volgens mij vele anderen) is dat er steeds vaker mensen hun Hyvesprofiel deleten. Eigenlijk is het niet vreemd. Wat moet je op Hyves, als je ook op Facebook aanwezig bent? Hyves is toch meer iets voor scholieren. Orkut is zo’n site waar eigenlijk niemand het meer over heeft. Terwijl in 2003 dit echt een site was waar je bij wilde horen. Net als MySpace, ook in de zaal weinig mensen die hier een account hebben.

Als we het over social media hebben hebben we het over de mogelijkheid tot communiceren. Als die mogelijkheid er niet is, is zo’n site gedoemd te mislukken. Van alle tijd dat wij online zijn besteden we 22% aan social media en dat betekent dat wij meer tijd aan social media spenderen dan aan email.

Soms gaat het wel eens mis. Zeker als het gaat om zelfpromotie. Zoals KPN op Facebook.

Er zijn maar 178 mensen die KPN liken. Is het dan verstandig om een Facebook pagina te hebben als maar zo weinig mensen je leuk vinden?

Volgens Alberdingk Thijm praten we steeds meer via social media. Denk aan #durftevragen. Mensen stellen een vraag en vreemden of followers geven een antwoord. Uitstekend voorbeeld als we het over praten hebben is natuurlijk Youp en de T-mobile actie. Luisteren naar je consumenten is dus geen slechte zaak. Maar dan ook echt luisteren.

De privacy paradox

  • we geven vrijwillig steeds meer van onze privacy op
  • de wettelijke bescherming van onze privacy is sterk en neemt toe

Maar de beste wetgeving is de gemeenschap, dus wij allemaal. Als wij het te ver vinden gaan dan is dat ook zo.

  • sociale normen zijn belangrijk
  • de gemeenschap bepaalt wat die zijn
  • de gemeenschap bepaalt wat oke is
  • sociale media zijn als mensen: overwegend goed, soms slecht

Ik denk dat ik wel kan concluderen dat op de vraag hoe sociaal zijn sociale media, het antwoord is dat wij dat zelf bepalen. En als je dat dan doortrekt naar het onderwijs. Hoe sociaal kan het onderwijs worden? Net zo sociaal als wij willen dat het is.

Deze sessie is gefilmd en staat online.

Eric Klopfer – Augmented Learning Through Playing and Creating Location-Based Games

Eric Klopfer is Associate Professor of Science Education & Director, Teacher Education Program at Massachusetts Institute of Technology (MIT) en omdat hij een van de weinige buitenlandse sprekers op de Onderwijsdagen was en omdat zijn sessie over games ging ben ik in de zaal gaan zitten.

Klopfer praatte over computersimulaties die je op een mobiel kan spelen en die voor een deel bestaan uit context die uit de echte wereld komt. Hij ziet een verschil tussen light augmentation  (small amount of augmented information with real information) en  heavy augmentation (de omgeving is gebruikt als een physical way of navigating through virtual space). Hierna ging Klopfer in op het begrip gaminess. En daarmee op de features die een een game structuur geven. Zoals beslissingen nemen in een game, de consequenties die aan de beslissingen hangen, de doelen van de game, de feedback en de regels van het spel. En zo bestaan er spellen met weinig en veel gaminess.

Stel: je laat studenten rondlopen in een bibliotheek. De ene student loopt wat rond en vindt niets, de andere gaat in de kast neuzen en vindt een interessant boek, en nog een, en nog een. De laatste student zal hier iets van leren, de eerste hoogstwaarschijnlijk niets (behalve dan dat het niet leuk is in de bibliotheek). Sommige studenten structureren het leren en maken connecties, anderen weten niet waar ze moeten beginnen. Deze laatste groep moet je eerst een vraag stellen zodat zij ergens kunnen beginnen. En het is juist deze structuur van leren die een game wel of niet interessant maakt.

a game helps structure an experience, and ideally includes open-ended play and structure and support for learning

Meer informatie over de games waar Klopfer over heeft gesproken vind je op  education.mit.edu/ar en educationarcade.org. Wil je de sessie van Klopfer in zijn geheel bekijken, dan is hier de video te vinden.

De sessie het internet der dingen van Rob van Kranenburg van dusdanig interessant dat ik hier een aparte blogpost over ga schrijven.

En toen was het tijd voor Sugata Mitra. Wat een fantastische man en wat een mooi verhaal. Veel is er al over geschreven dus ik laat het hierbij. Ik verwijs alleen naar de filmopnamen die zijn gemaakt en naar dit nieuws:

Wil je erbij zijn:

On the 6th of January, Sugata Mitra will be our guest at the TPM faculty, and will give a lecture providing you with the opportunity to discuss with him afterwards. Because of limited capacity, we kindly ask you to register in advance by sending an email to Thieme Hennis. You will receive an update about the location. Please use as mail-subject “Interest in Sugata Mitra talk”.

Ik heb mij al aangemeld. Misschien zie ik jou ook in de zaal. Want wie wil deze man nu missen als hij zo dichtbij is.

De Onderwijsdagen – dag 1 – 9 november

Een paar weken geleden werden de Onderwijsdagen in Utrecht gehouden. Dit jaar een iets andere opzet, meer pauzes en tijd om te netwerken, geen beursvloer en geen feest. Toch kan ik tevreden terug kijken op het congres dat begon op de avond ervoor met het Edubloggersdiner. Ik heb heerlijk gegeten en bijgepraat met (on)bekenden. En nu heb ik 12 pagina’s aantekeningen voor me en moet ik besluiten. Maak ik er een lange post van of knip ik hem op, geef ik de sessies waar ik echt enthousiast van werd meer ruimte op mijn blog? Ik zal het tijdens het schrijven besluiten.

Wim Liebrand (directeur SURF) opent de Onderwijsdagen en heeft even een babbeltje met Sander Breur (voorzitter LSVb). Sander is echt een student van deze tijd. Hij gebruik Google en Ctrl F als hij een online tijdschrift leest. Hij heeft drie mobiele telefoons en zoekt met layer de dichtstbijzijnde pinautomaat tijdens een avondje stappen. Hij praat over docenten die verslagen per post willen krijgen terwijl Sander niet eens weet waar hij postzegels moet kopen. En dus zit in zijn beleving het probleem aan het begin, dus bij de docent als het gaat om onderwijs. Een beetje kort door de bocht maar ach, hij is nog jong zullen er veel zeggen. Zijn opmerking over twitter en dat anderen daar iets aan moeten hebben stoorde mij meer. Zeker als je deze tweet van Sander bekijkt.

Vertel eens Sander, wie heeft er iets aan deze informatie….

(registratie/filmpje)

Curtis Johnson – senior partner Education Evolving

Het boek dat Johnson schreef Disrupting Class, Expanded Edition: How Disruptive Innovation Will Change the Way the World Learns is nog steeds verkrijgbaar. Maar wat is disruptive innovation? Johnson legt uit dat het oude niet wordt verlaten maar dat het voor andere doelen wordt gebruikt, bijvoorbeeld paarden die nu worden gebruikt voor recreatie in plaats van handel.

wat zou Gutenberg denken als hij een ipad vast mag houden

Maar hoe zit dat dan in het onderwijs? Het onderwijs is geen industrie, waarom daar dan disruptive innovation inzetten. Johnson ziet het onderwijsmodel dat niet van deze tijd is. De politiek is niet het probleem. Het probleem is dat kinderen nog steeds achter elkaar in rijen zitten met een docent ervoor. Als je die situatie bekijkt lijkt het alsof onderwijs een schaars goed is maar niets is minder waar.

Jongeren van nu nemen kennis in zich op, ze verbinden het, maken mash-ups en als studenten niet mee gaan worden ze gestraft. Werkt dat? Johnson meent van niet.

Als studenten willen leren kunnen wij ze niet stoppen en als ze niet willen kunnen wij ze niet overtuigen. Standaardiseren helpt volgens Johnson niet, het is ook niet van deze tijd, maar het is wel handig voor de docent. In de optiek van Johnson is radical personalisation het enige dat helpt bij de groep die nu buiten de boot valt.

Johnson verwijst naar de S-curve die in de industrie vaak wordt gebruikt om vooruit- en achteruitgang te kunnen bepalen. Het onderwijs zit momenteel onderaan de S-vorm. In 2018 zal de meerderheid aan het plafond zitten. Maar stel dat dat gebeurd. Pas dan gaan scholen er volgens Johnson anders uitzien. En als voorbeeld geeft hij een school met 180 leerlingen die allemaal achter een pc zitten. Het ziet er niet naar uit alsof dit een onderwijsomgeving is, maar dat is het wel en alle leerlingen leren op hun eigen manier.

Moet je als onderwijs lijdzaam toezien terwijl je weet dat dit er aan zit te komen? Johsnon vindt van niet, hij meent dat het onderwijs disruptive innovation moet omarmen. Zoals bijvoorbeeld IBM heeft gedaan. Zij spenderen geld, ruimte en mensen aan disruptive innovation. Deze groep is autonoom en beslist zelf over innovatie. Zoiets hebben wij in Nederland niet.

by 2018 the majority of learning will be learning online

(registratie/filmpje)

Wilfred Rubens – vormt motivatie de sleutel tot leren in 2011?

Ik kan een samenvatting geven van Wilfreds presentatie maar je kan hem ook gewoon bekijken.

Wilfred gebruikte – zoals al eerder – een twitter backchannel om de mensen in de zaal en thuis mee te laten doen. Hij schreef erover op zijn blog.

Wat zijn de factoren om intrinsieke motivatie te bevorderen:

  • autonomie – eigenaarschap – geef studenten autonomie over eigen leren, laat ze de keuze hebben over gebruik van technologie – geldt ook voor docenten
  • doelgerichtheid – betekenisvol en authentiek – discussies worden ingezet binnen ELO maar staan vaak los van het curriculum – wat is dan het doel van de discussie
  • meesterschap = betrokkenheid – meesterschap krijg je vaak pas door betrokkenheid te creëren – geef je door feedback en niet door het afnemen van toetsen – anders motiveer je niet om de lat hoger te leggen, geef zelf het voorbeeld van een goede meester te zijn
  • sociale verbondenheid en social presence – je doet het met anderen samen – dat leren – gevoel van vertrouwen en onderlinge verbondenheid
  • perceptie van interactie – gevoel dat studenten hebben dat zij in omgeving zitten waarin zij beroep kunnen doen op anderen (docenten en medestudenten) – skype als voorbeeld – mocht je wat willen vragen dan zijn vrienden online – geeft fijn gevoel
  • mogelijkheid om te delen met anderen = motiverend – gaat beter zijn best doen om kwaliteit te leveren – wij maken gesloten omgevingen
  • privacy – leerlingen zijn bereid om te publiceren maar willen ook dingen voor zichzelf houden
  • progressie zien – speelsheid – is arbeidsintensief maar levert wel veel op – geven feedback – wel voorstander van formatieve toetsen, voortgangstoetsen – play bevorderd motivatie – moeten we massaal gamen – nee – maar wat maakt game aantrekkelijk
  • gebruikersvriendelijkheid

Houd daarbij in gedachten dat:

  1. mensen/studenten gebruiken de eigen meegebrachte technologie
  2. social media met eigenschappen in relatie tot gebruik – eigenschappen die appelleren aan groot aantal factoren die eerder zijn genoemd
  3. server based computing – centraal beheerde en geïnstalleerde applicaties, gepersonaliseerde werkomgeving (mac, windows, linus, eigen applicaties) – voor lerenden en docenten werkt dit motiverend, ICT beheer is niet perse meer nodig – binnen beheersomgeving gebruik maken van de technologie

Wilfred eindigde met een bijzonder mooi initiatief.

EenTweeTien Documentaire from Jeroen Diks on Vimeo.

Op de website www.eentweetien.nl vind je meer informatie.

(registratie/filmpje)

Pierre Gorissen – meten is weten

Ik had even gemist dat Pierre aan het promoveren is en in deze sessie werd ik in drie kwartier bijgepraat.

In het kort – de resultaten van een onderzoek onder studenten:

  • studenten kijken thuis
  • technische problemen zijn er soms wel maar niet prominent in de antwoorden
  • studenten weten de opnames te vinden
  • studenten willen dat de opnames blijven en bij voorkeur voor alle vakken

23% kijkt nooit
21% kijkt minder dan 5 x

Waarom  studenten wel kijken:

  • inhalen gemist college
  • voorbereiden voor tentamen
  • verbeteren tentamenresultaten
  • verbeteren onthouden van de stof
  • verduidelijken van het materiaal

Waarom  studenten niet kijken:

  • al naar college geweest
  • geen tijd
  • hebben niet het gevoel iets gemist te hebben

68% kijkt ¾ van de opname

H.P Stuive / het gebruik van next generation e-readers en ipads in het hoger onderwijs

En wat ging meneer Stuive de mist in toen hij een productpresentatie van een idee dat hij zelf in de markt zet.

Als je achteraf zijn presentatie bekijkt dan is het geen slechte.

Maar de spreker maakte geen vrienden toen hij zei dat studenten voor onderwijscontent moeten betalen, dat bibliotheken onhandig zijn (wist hij wel dat zij vaak het materiaal al in huis hebben en dat studenten er dus niet voor hoeven te betalen) en dat je met een laptop niet in de trein gaat zitten (maar met een iPad wel).
Ik heb het niet afgewacht en ben weggegaan. Had beter een andere sessie kunnen kiezen.

Michiel Muller / oprichter route mobiel

Wat een feest om tijdens de laatste sessie van de dag te mogen luisteren naar Michiel Muller. De oprichter van Route Mobiel gaf ons een kijkje in dit bedrijf en wat zij er aan hebben gedaan om ANWB-leden te trekken. De voorbeelden waren grappig, interessant en leerzaam.

Hoe zij de creatiespiraal van Marinus Knoope hebben gebruikt en alle fasen hebben doorlopen.

De wens was:

  • een alternatief bieden voor ANWB
  • zonder hoge investeringen (gebruik bestaand netwerk, landelijke en internationale dekking)
  • met de beste partners
  • en uitbestede operaties

Verbeelden:

  • publiek kunnen overtuigen dat alternatief bestaat
  • prikkelend en confronterend
  • effectief

Geloven & uiten

  • 4 miljoen anwb leden
  • recessie
  • sleeping giant
  • tango ervaring
  • intuïtie (laatste 20% is gewoon een gok)

Onderzoeken en plannen

  • marktonderzoek
  • marketing plan
  • communicatieplan
  • pr plan
  • financiering
  • operaties

Conclusie:

De samenwerking is cruciaal geweest – je hoeft niet alles zelf te doen. Ideeën van buiten de organisatie binnen brengen, stap over not invented here en ideeën van binnen naar buiten brengen en een ander het laten doen.

(registratie/filmpje staat helaas niet online)

Je kent het wel. Het bedrijf waar je werkt zit op punt A en iedereen draait rondjes om dit punt. Er zijn collega’s die veel mogelijkheden zien buiten punt A maar die worden belemmerd door het systeem om hier iets mee te doen. Totdat iemand gewoon besluit om naar punt B te gaan. Ook al is dit niet altijd even succesvol. Je hebt vanaf punt B wel weer meer mogelijkheden. Zo zie je ineens punt C, die je niet zag vanaf punt A.  Dus, innoveer, doe om verder te komen, open nieuwe perspectieven door los te laten en gewoon te gaan.

Er zijn video’s van een aantal van bovenstaande sprekers, die vind je hier. En de presentaties van alle sprekers van dag 1 staan op slideshare.

Het Nieuwe Werken bij de TU Delft

Op 4 november spraken ongeveer 60 mensen van de TU Delft over het Nieuwe Werken en de consequenties daarvan voor onze universiteit. De groep genodigden bestond uit leden van het CvB, de OR, decanen, directeuren en medewerkers die al pilots doen, zoals wij in de bibliotheek. Centraal stond de vraag: wat moeten we met het Nieuwe Werken?

Dagvoorzitter Hugo Priemus (Hoogleraar TBM) is een man van het Oude Werken, hij gebruikt voornamelijk pen en papier. In een korte inleiding vertelt hij over het Nieuwe Werken en verwijst naar een artikel uit Trouw van 16 oktober.

Hij geeft aan dat het tijdens deze bijeenkomst er deelnemers zullen zijn die enthousiast worden, of al zijn, maar dat er ook aandachtspunten zijn waar we bij stil moeten staan. Ook ziet hij deze bijeenkomst niet als een startschot maar als een versnelling aangezien er al initiatieven binnen de TU Delft zijn gestart, zoals het flexwerken bij Bouwkunde, de HR strategie bij P&O en de BPOS pilot bij ICT.

Nynke Jansen (directeur HR) vertelt over haar ervaringen met werken in een groep die elkaar weinig irl zag. Via msn, email en teleconferencing was deze groep een goed werkend team. Verspreid over de hele wereld zagen zij elkaar misschien 1x per jaar. Maar dat was geen probleem. Nynke vraagt aan de deelnemers: waarom willen wij het Nieuwe Werken? Maar ook waarom niet? De reacties uit de zaal zijn verschillend. Van de wetenschap leent zich er goed voor en de nieuwste generaties verwachten dit van ons, tot, niet iedere medewerker voelt zich hier goed bij, of sommige collega’s raken geïsoleerd.

Rene Hoogland

Rene Hoogland van het PM Collectief vertelt over ervaringen bij de Rabobank.

  • loslaten van ingesleten werkpatronen
  • slim(mer) samenwerken en communiceren
  • minder regels
  • vertrouwen
  • eigen verantwoordelijkheid
  • bewuster omgaan met informatie, kennis, plaats (kantoorruimte) en tijd
  • betere balans zakelijk/privé
  • maatschappelijk verantwoord handelen

Maar ook:

  • mondige klanten en medewerkers
  • nieuwe generatie
  • 24/7
  • steeds meer vraag naar maatwerk
  • ict maakt tijd en plaatsonafhankelijk werken mogelijk

Bij de Rabobank maakte men gebruik van kernbegrippen. Zoals de werkplek als management instrument voor prestatie, any place, any time, kennisomgeving, feeling environment, kantoor als branding/identiteit, sociaal centrum en werkomgeving als stimulans voor kennisdelen en nieuwe ideeën.

Volgens Hoogland is de moeilijkste groep de managers tussen 30-45 die net een eigen kantoor hebben gekregen. De gedragsveranderingen zijn belangrijk en voor iedereen betekent dit iets anders. Sommige mensen zullen zich kwetsbaar opstellen, anderen gebruiken hun stem om gehoord te worden. Het gaat om inspireren, passie en het ondersteunen van ideeën.

Hoogland geeft nog een aantal tips:

  • werk holistisch – benader het totale plaatje – kijk naar mens en proces
  • stuur op harde en zachte indicatoren
  • wees zo transparant mogelijk
  • kijk per afdeling wat je wilt en wat je kunt doen met bestaande middelen

Ook vertelt Hoogland nog iets over het ministerie van Buitenlandse Zaken. Ook zij keken naar mens en proces, hebben het Nieuwe Werken niet gezien als een techno push, maar ook niet een one size fits all. Zij begonnen laagdrempelig en hebben de mensen er zelf voor laten kiezen. Om anderen te overtuigen zetten zij ambassadeurs in die laten zien hoe het werkt. Belangrijkste les – blijf realistisch.

Marc Jetten

Marc Jetten (ViaValue) geeft ons een inkijkje bij Interpolis die het project Helder Werken hebben genoemd. Hij noemde ons parkeerterrein net een werkplek, allemaal zijn ze bezet.

In een negental punten vertelde hij het verhaal:
0 resultaat als levend bewijs (zonder resultaat geen waarde – het zijn de percepties van klanten en medewerkers die een reputatie bezorgen – vertrouwen en openheid zijn centrale begrippen)
1 kenmerken van succes
2 visie als fundament (helder werken is onlosmakelijk verbonden met vertrouwen! visie van 1995 is nu nog steeds de visie – de ambities zijn bijgesteld – bieden mensen een open uitdagende werkomgeving – met kansen voor individuele ontplooiing en ruimte voor actief ondernemerschap – draait het om HNW of staat de identiteit van de organisatie centraal – is HNW een concept dat de identiteit versterkt? Visie-cultuur-identiteitsontwikkeling.
3 geef voorrang aan cultuur boven efficiëntie – en boven huisvesting en ICT
4 cultuur vraagt om verdieping
5 geef vertrouwen en je oogst vertrouwen
6 binnen is buiten
7 verwachtingen overtreffen
8 trektocht of geplande reis
9 …

Omdat er te weinig tijd was heeft Jetten niet alle punten kunnen behandelen. Maar is het een proces of een project is wel een uitspraak die mij is bijgebleven.

Wim Pullen

Als laatste spreker kwam Wim Pullen (Directeur Center for People and Buildings) aan het woord. Ik had al eerder een gesprek met hem gehad en vind hem een inspirerende man. Hij vindt het belangrijk als mensen verhalen blijven vertellen omdat verhalen soms belangrijker zijn dan feitenmateriaal. Maar hij is wel een feitenman, zeker als het om het Nieuwe Werken gaat.
Pullen heeft onderzocht wat een wetenschapper/onderzoeker nu nodig heeft. Wat doet een onderzoeker nu eigenlijk een hele dag? Dat zijn verschillende dingen, van bureauwerk (lezen, schrijven, overleggen, telefoneren) tot onderweg zijn.

Een onderzoeker heeft hiervoor nodig:

  • werkruimte voor geconcentreerde arbeid en klein overleg
  • ontmoetingsruimte voor groot overleg
  • verrassende ontmoetingen en bergruimte voor “mijn” boeken
  • lab
  • vrijheid om te gaan en te staan!

Pullen rekent waar het kan. Dus hoeveel m2 zijn er, wat is er nodig en hoe kom je hier achter. Hij ontwikkelde het werkplekspel maar zet ook medewerkertevredenheidsonderzoeken in om hierachter te komen. Hij laat ons weten dat kantoorruimte vaak voor ongeveer 50% leeg staat en dat 6m2 het wettelijke minimum is voor een werkplek. Maar vooral het eerste hakt er wel in, want als dat zo is, wat kun je dan allemaal nog meer doen met die lege ruimte. Ik heb wel een paar ideetjes.

Na een korte pauze ging de groep uit een. Van te voren mochten wij een kaartje kiezen. De keuze was:
Virtueel samenwerken – Papierloos kantoor – Cultuur: generatiemanagement – Cultuur: Living Lab – Het kantoor van de toekomst – De nieuwe medewerkende.

Ik koos voor Living Lab omdat dit begrip bij mij niet bekend was. Maar als je op het begrip Googled kom je er achter dat er ook in Nederland verschillende Living Labs zijn.
Onze groep bestond uit 7 mensen en werd begeleid door Marc van Seters (organisatie-adviseur, creativiteitscoach en -facilitator, Avijf, Living Labs).
Centraal stond de vraag: hoe kom je tot een optimale samenwerking.
Binnen het Nieuwe Werken zie je een verschuiving naar de ICT kant en naar individualisering, dus moet daarnaast iets komen om nog gerichter te praten waar het over gaat. Gaat het om het Nieuwe Samenwerken, high tech gecombineerd met high touch, moeten wij op zoek gaan naar andere manieren om elkaar te ontmoeten, wanneer worden mensen enthousiast om bij elkaar te komen en samen te werken? Hierover discussieerden wij met ons groepje met als onderwerp de wij kant (teams), de ik kant, de zij kant en de het kant (procedures, regels). Wij moesten de perspectieven inbrengen, dus wij brachten alle verschillende kanten samen om daarna te focussen en te verbinden.

wij – ik – het
rondom het nieuwe werken
wat betekent het voor ons

IK
WIJ
HET
heb aandacht voor mensen die angst hebben voor nieuwe dingen
vooroordelen als je niet mee wilt gaan in de stroom – laat mensen in hun waarde
meer aandacht voor elkaar
hoe leggen wij afspraken vast, met welke systemen

Conclusies

De conclusies van de verschillende groepen:

– ict biedt de middelen aan om thuis te werken
– hoe weten medewerkers wat wel en wat niet kan
– de ict-afdeling moet duidelijker zijn over de mogelijkheden die je hebt als medewerker

papierloos kantoor:
– gebruik de juiste systemen
– ipad, tablet, vergaderingen waar iedereen achter de klep zit zijn geen fijne vergaderingen
– iedereen heeft eigen beeld bij het nieuwe werken, thuiswerken
– stap voor stap

Het Nieuwe Werken voor alle generaties:
– 4 typen generaties – protestgeneratie, generatie x, pragmatische generatie, generatie einstein – generatie x zijn bruggenbouwers – zoek waar mensen energie van krijgen – spreek mensen hierop aan – ideale organisatie is ideale mix van generaties – hoe wordt je dan een bruggenbouwer – interesse van oud naar jong en van jong naar oud – verbindingen maken – hoe blijven wij vitaal

Living Lab
– optimale samenwerking – jezelf – wij – systemen – vanuit deze drie gezichtspunten kom je tot resultaat – managementstijl is belangrijk – manager moet loslaten en coach worden – je ziet elkaar minder dus als je elkaar ziet moet je er een feestje van maken – quality time – het nieuwe werken is niet gelijk het betere werken

Kantoor van de toekomst
– werkplekspel – wanneer speel je het spel? aan het begin of juist aan het einde, zijn verschillende voorbeelden van – discussie helpt om vragen te beantwoorden zoals past het in onze organisatie, past het bij mij, hoe is de cultuur van de organisatie

De nieuwe medewerkende
nieuwe medewerker moet mediawijs zijn

Na de terugkoppeling uit de groepen hebben we nog wat gediscussieerd. Wat hieruit naar voren kwam is dat medewerkers zich vrijwillig moeten kunnen aanmelden als zij willen experimenteren met het Nieuwe Werken. Ook moet er een visie komen zodat elke pilot hieraan gekoppeld kan worden. Voor de visie werken ICT, FMVG en HR samen. Sleutelwoorden: vertrouwen, kwaliteit van leidinggeven, voorbeeldgedrag, cultuur boven efficiency. Ook moeten we nadenken over waarom willen we het Nieuwe Werken, wat willen we als organisatie bereiken.

Het Nieuwe Werken is net als thuis, als je elkaar ziet moet je er quality time van maken.

Nynke sluit af met:

schaadt het ons als we het niet doen
schaadt het ons als we het wel doen

Expertiseseminar Grensverleggend samenwerken

Vanmiddag was ik bij SURFnet voor het Expertiseseminar Grensverleggend samenwerken, stand van zaken en toekomstbeeld. In de aankondiging stond het volgende:

Enkele instellingen vertellen over hun eigen uitdagingen om ICT-voorzieningen aan te bieden voor studenten en medewerkers, waarbij de bronnen en applicaties niet alleen vanuit de instelling maar ook vanuit diverse externe leveranciers komen.

Daarnaast presenteert SURFnet de voortgang van het innovatieve project Collaboration Infrastructure (COIN) die een instellingsoverstijgende infrastructuur voor samenwerking in het hoger onderwijs beoogt. Op deze samenwerkingsinfrastructuur, gebaseerd op open standaarden, kunnen samenwerkingsdiensten worden aangeboden, gedeeld en gebruikt.

Ik was vooral erg geinteresseerd in het verhaal van Bert Kremer van ArtEZ maar eerst vertelde Andres Steijaert  iets over SURFnet en hoe zij aankijken tegen samenwerking. De opmerking – online samenwerking van monolitisch naar modulair is mij bijgebleven.

Hierna kwam Fred Gaasendam – informatiemanager dienst ICT van de Tu Eindhoven aan het woord. Hij vertelde over hun DLWO-project waarbij hij vanaf fase 2 bij betrokken is. Om met een DLWO te beginnen werd eigenlijk gepushed door de komst van de 3TU-federatie. Voor studenten moest doorstroom van de ene TU naar de andere TU gemakkelijk zijn. Maar ook waren er vier verschillende systemen waar de studenten van de TUE op in moesten loggen. Single logon was wenselijk.

– processen houden zich niet aan systeemgrenzen
– student moet iedere keer inloggen en uitloggen
– informatie is niet overal gelijk en actueel

En dus waren er wensen:

– uitwisseling van informatie in 3tu verband
– single logon
– gegevens actueel en real time
– gepersonaliseerde informatievoorziening
– 1 userinterface
– eenvoudige uitbreiding voor toekomstige functionaliteit

Het project is onderverdeeld in vier fasen:
Fase 1: single logon = portal
Fase 2: geintegreerde omgeving met toegang tot 4 onderliggende systemen
Fase 3: toevoegen functionaliteit uit oude interfaces, verbeteringen, toevoegen nieuwe functionaliteit
Fase 4: toeoegen nieuwe bronsysteem en nieuwe zoeksysteem (is even opzij gezet en wordt misschien later nog opgepakt)

In de nieuwe omgeving zijn een aantal uitgangspunten:
– gebruiker staat centraal
– SOA is het enige uitgangspunt
– gebruik van algemeen erkende standaarden
– meerder afdelingen met een aandachtsgebied DLWO
– geen synchronisaties meer nodig (uitfasering)

Met een DLWO dat is opgebouwd uit drie lagen:
GUI
Service Bus
Legacies

Waarbij de uitwisseling tussen de TU’s op Service Bus niveau plaatsvindt.

Gaasendam vertelde verder over de uitdagingen die zij tegen zijn gekomen:
– afdelingen die apart werkten moeten nu onder regie werken (moeten onder architectuur werken)
– keuzes uit het verleden staan ter discussie
– belevingswerelden synchroniseren (OTAP)
– bewustwording onderlinge afhankelijkheden, afdelingen en diensten (geen eilanden)
– een communicatiemiddel (de ESB)
– contracten voor iedere applicatielaag
– methodisch testen op elk niveau
– patches en migraties moeten worden afgestemd met meer systeem eigenaren

In het proces moest men wennen aan elkaar en werden culturele verschillen tussen afdelingen zichtbaar. De TUE heeft deze verschillen niet bestreden maar naar de sterke kanten van elkaar gezocht. Ook is het besef dat programmeurs hun eigen systeem moesten inleveren iets geweest wat aandacht vroeg.

Momenteel is het project in de eindfase gekomen en wordt het aan het einde van het jaar afgerond.

Gaasendam geeft ons nog een aantal tips:
– creeer commitment bij systeemeigenaren en belanghebbenden (van te voren doen!)
– zorg dat nieuwe beheerorganisatie staat zodra de bouw begint
– begin klein en doe geen nieuwe dingen, de oude dingen zijn al moeilijk genoeg, het hoeft ook niet ineens (SOA)
– afstemmen, afstemmen, afstemmen!!
– SOA is net een huwelijk, kies de juiste partner(s)
– de voordelen van SOA komen later, qua investering alsook qua functionaliteit

Hierna vertelde Bert Kremer (hoofd ICT van ArtEZ) over hoe zij Sharepoint inzetten. ArtEZ is een Hogeschool voor de Kunsten met 3000 studenten en 860 medewerkers. Zij hebben ervoor gekozen om een website (www.artez.nl) aan te bieden waar studenten en docenten inloggen om in de digitale leeromgeving te komen. Binnen deze omgeving kunnen zij kiezen uit zes componenten:

– studenten portfolio (student blogt over voortgang)
– leeromgeving – primaire communicatieplatform voor onderwijsproces (studiemateriaal, proefopdrachten)
– digoport III (digitaal en kwaliteits instrument)
– student network (onofficiele informatie van studenten onderling)
– teamsites
– ArtEZ organisatie (voorheen intranet)

Het systeem is puur functioneel, je wisselt informatie uit, het is dus niet mooi in de vormgeving maar puur functioneel.

Deze zes componenten zijn allemaal apart geïnstalleerd (aparte instances) zodat als een systeem uitvalt de rest het gewoon nog doet.

Het afgelopen jaar hebben zij geëxperimenteerd met WordPress en Sharepoint voor de studentenportfolios.
– sharepoint ziet er saai uit, inhoud boven vorm, werkt wel efficient voor docent, sjablonen van te voren te definieren
– wordpress veel grafische vrijheid, student heeft beheerrechten, navigatie voor docent is lastiger, vaste onderelen niet af te dwingen
De docent gaf aan dat voor hem Sharepoint beter werkte en dus zijn zij gestopt met WordPress.

Wat interessant was maar los stond van het onderwerp is dat de communicatieafdeling van ArtEZ alle tweets waar ArtEZ in staat op de teamsite zien verschijnen.

Als laatste spreker vanmiddag vertelde Frank Pinxt iets over COIN. De vorige keer hoorde ik hier al over en heb ik er ook over geschreven. Tijdens de relatiedagen die in december plaatsvinden zal de eerste versie van COIN worden gelanceerd. Wij kregen al even een voorproefje.

Innovatieregeling Hoger Onderwijs – de projecten

Voor de zomervakantie kon het Hoger Onderwijs projectvoorstellen indienen voor de Innovatieregeling van SURFnet/Kennisnet. De voorstellen moesten voldoen aan een aantal eisen:

  • de innovatiekracht van het hoger onderwijs versterken;
  • onderwijskundig relevante problemen trachten op te lossen;
  • activiteiten omvatten die gebruik van één van de thema’s stimuleren.

De thema’s waren Weblectures, Serious Gaming of Mobiel Leren.

Binnen de Innovatieregeling zijn in totaal 35 projectvoorstellen ingediend: 11 binnen het thema Mobiel Leren, 11 binnen Serious Gaming en 13 voor Weblectures. In totaal zijn 15 voorstellen gehonoreerd; 5 binnen elk thema.

Momenteel worden de projecten uitgevoerd en kun je op de website www.innovatieregeling.nl lezen over de voortgang. Door middel van blogpost laten de deelnemers weten hoe het gaat, tegen welke problemen zij aanlopen en welke oplossingen hiervoor worden bedacht.

30 november worden de projecten afgerond en op 16 december zal er een slotbijeenkomst plaatsvinden. Op de website kan ik niet vinden of deze slotbijeenkomst open staat voor buitenstaanders. Ik hoop het wel want er zitten leuke projecten bij waar ik graag meer over zou willen weten.