Bijeenkomst: Atelier Het Nieuwe Werken/Leren in het WO

Gister was ik bij een bijeenkomst met als thema: Atelier Het Nieuwe Werken/Leren in het WO – georganiseerd door PRC (vanaf 1 juli Arcadis). De bijeenkomst werd gehouden in het David de Wiedgebouw van de Faculteit Bètawetenschappen van de Universiteit Utrecht. Dit gebouw is net nieuw en dus was, naast het programma van de bijeenkomst, de rondleiding een reden om naar Utrecht af te reizen.

Helaas kwamen collega Saskia en ik iets later aan en hebben wij het begin van de bijeenkomst gemist. Wij vielen binnen bij de presentatie over Smart @ Work van de VU. Nu ben ik daar laatst op visite geweest maar had ik door een afspraak bij de bibliotheek deze presentatie gemist.  Het is goed om te zien dat de VU, net als de TU Delft, bezig is met een visie voor de universiteit in 2025.

Wat de VU Smart @ Work naast bricks, bytes en behaviour heeft toegevoegd is broadcast. Uiteraard omdat communicatie naar en tussen mensen heel belangrijk is.

Na de presentatie hebben wij gediscusieerd over verschillende stellingen zoals wat maakt het nieuwe werken voor universiteiten zo bijzonder en hoe ga je met ontwikkelingen als het nieuwe werken om in tijden van bezuingingen.

Ik was duidelijk een vreemde eend in de bijt. De overige deelnemers werkten of bij Vastgoed-afdelingen of bij Facilitaire Zaken. Het gaat dan ook al snel om gebouwen en inrichting. Terwijl je volgens mij ook het nieuwe werken kan invoeren in een oud gebouw met oud meubilair.

De rondleiding was ook zeker interessant te noemen. Ik heb echt mijn best gedaan om te begrijpen hoe het inrichtingsconcept past bij het nieuwe werken. En of het alleen de inrichting was die het nieuwe werken moet weergeven of dat er ook aan de cultuurkant iets is gedaan.

Ik zag kantoortuinen waar iedereen (AIO’s en tijdelijke werknemers/onderzoekers) een vaste werkplek had (inclusief plantjes en foto’s), ik zag kantoren zoals we die allemaal wel kennen (voor meerdere personen) en ik zag concentratiewerkplekken.

Concentratiewerkplekken met een tafel. Geen stoel. Er werd niet veel gebruik van gemaakt hoorden wij later.

Het kantoorgedeelte is afgesloten voor het publiek. In de publiek toegankelijke ruimte bevinden zich de overlegplekken en loungeruimtes waar de koffiemachine staat.Dat concept vind ik erg goed, de onderzoekers halen koffie in de ruimte waar de studenten zich bevinden. Ik zie het al helemaal voor me om dat in de bibliotheek waar ik werk ook te doen, gezellig samen koffiedrinken met de klant.

Na de rondleiding kregen wij het boekje Het Nieuwe Werken : 54 do’s en don’t’s van Arcadis. De do’s en don’t’s zijn gerangschikt op processtappen zoals het besluit, de directie, de projectorganisatie, het proces, het inrichtingsconcept, de communicatie en de ingebruikname.

Bij elke processtap worden eerst de do’s en don’t’s gegeven en vervolgens wordt er dieper op ingegaan.

Een paar mooie om te onthouden:

  • laat duurzaamheid een drijfveer zijn
  • inspireer door de juiste vragen te stellen
  • leg de leiding niet bij de facilitaire dienst
  • benoem een groep ambassadeurs
  • Het Nieuwe Werken is meer dan een project
  • benader het gebouw vanuit het werkproces
  • blijf niet te lang bezig met tegenstanders, steun de voorstanders
  • de echte cultuuromslag begint pas na de verhuizing

Deze week komt het projectteam van IKWERK! (zoals we de pilot rondom het nieuwe werken bij de TU Delft Library noemen) voor het eerst samen. Ik zal een aantal do’s en don’t’s hier zeker gebruiken. En daarom alleen al was dit bezoek de moeite waard.

 

 

 

Nederlands Internet Governance Forum

Vanmiddag bezocht ik met collega Willem het NLIGN event in Den Haag. Het thema van de middag was het internet als katalysator voor verandering. In de aankondiging stond het volgende:

De toekomst van internet is cruciaal voor onze samenleving. Maatschappelijke, economische en sociale vraagstukken die internet met zich mee brengt verdienen daarom aandacht. Hoe groot is de impact van sociale media? Hoe kunnen we het internet veiliger maken? Welke ethische en juridische kwesties komen kijken bij de regulering van het internet?

Na een plenaire aftrap bezocht ik de debatsessie de invloed van nieuwe media op het publieke debat onder leiding van Bart Drenth. Naar aanleiding van een aantal stellingen debateerde Arjan van Dixhoorn, Mirko Tobias Schafer en Marietje Schaake samen met de zaal. Er werden drie stellingen aan ons voorgelegd maar wij bleven hangen bij de eerste:

wie zich niet kan laten horen online, heeft ook geen recht van spreken. Het recht van de sterkste geldt vooral op internet.

Naar aanlelding van deze stelling werd een uur doorgepraat en werden nieuwe stellingen geponeerd. Soms was het onderhoudend en soms dwaalde ik af. Ik had graag de andere stellingen (over omgangsvormen en privacy) behandeld gezien.

De keuze voor de tweede debatsessie was eigenlijk sociale media in contact met de klant. Maar toen ik naar boven liep zag ik een bordje met de tekst slacktivisme strategieen: hoe ga je als organisatie om met aanvallen via sociale media? Nu had ik tot aan vandaag nog niet eerder gehoord over slacktivisme dus wilde ik hier graag meer van weten.

Op wikipedia wordt slacktivisme omschreven als:

Slacktivism (sometimes slactivism or clicktivism) is a portmanteau formed out of the words slacker and activism. The word is usually considered a pejorative term that describes “feel-good” measures, in support of an issue or social cause, that have little or no practical effect other than to make the person doing it feel satisfaction. The acts tend to require minimal personal effort from the slacktivist.

Met andere woorden het activisme wordt in de jaren ’80 gekoppeld aan het woord slack wat lui betekent. In die tijd was het dragen van een t-shirt met een tekst die provoceerde of je mening weergaf een voorbeeld van slacktivisme. Nu wordt hiervoor sociale media ingezet. Dus van een luie manier van actie voeren die weinig impact heeft wordt nu online een massa bereikt en is de impact van acties veel groter.

TNO doet onderzoek naar de effecten van slacktivisme. Tijs van den Broek en Gijs Hendrix van TNO zijn dan ook gespreksleiders in deze sessie.

Als eerste voorbeeld wordt Essent / Greenpeace aangehaald.

De energieleverancier kwam met een reactie. Greenpeace gaf onjuiste informatie. Uiteindelijk is de leverancier gestopt met de bouw van de kolencentrale. Of de website stopofikzegop.nl hiermee te maken heeft gehad is niet duidelijk te zeggen. Het is ook lastig te meten. Zeker omdat het wisselen van energieleverancier niet gemakkelijk is en mensen misschien niet zitten te wachten op de administratieve rompslomp.

Hierna volgt de case van Fonterra – een melkproducent in Nieuw Zeeland. We krijgen een filmpje te zien (waarschuwing: bevat misschien voor sommigen schokkende beelden).

Na het zien van het filmpje kregen wij een aantal stellingen voorgelegd waar wij op moesten stemmen met stemkastjes. Wij hebben nagedacht over of wij het filmpje af zouden kijken en of wij het zouden doorsturen aan vrienden, of wij de melk wel of niet kopen na het zien van het filmpje en of wij vrienden overtuigen om het product niet meer te kopen.

Na een goede discussie werd ons getoond hoe Fronterra reageerde op deze slacktivisme campagne. Een van de dingen die wij zagen was dit filmpje.

Hadden ze nu wel of niet een Facebookpagina en als het niet van Fronterra was van wie dan wel? De vragen op de Facebooksite werden in ieder geval niet beantwoord. En wie haalde de filmpjes offline.
Daarna werd ons gevraagd of wij na deze informatie de melk wel of niet gaan kopen. De meningen waren gewijzigd ten opzichte van eerder. Mede vanwege de knullige reactie van Fronterra.

Duidelijk werd dat het goed is als je als bedrijf nadenkt over wat je wilt doen als een slactivisme campagne je overkomt. Ik ben van mening dat je dit kan voorbereiden. Misschien niet tot in detail maar wel voor de eerste momenten. Je wilt niet stil blijven, je moet reageren, hoe en waar, daar kun je op een rustig moment voor gaan zitten. In het heetst van de strijd lijkt dat mij lastiger.

Na de debatsessies sloten wij de dag af met een presentatie van Mendi Njonjo (coordinator van the African Technology ans Transparency Initiative in Kenia) en een korte samenvatting van alle debatsessies.

Bij de borrel heb ik staan praten met collega Willem en Chris Bannink van Logica. Het was een goed gesprek over studeren in Leiden en sociale media. Een interessante middag waar ik in ieder geval weer 1 nieuw woord heb geleerd.

 

Studiereis NVB-WB-HB – Canada – dag 5

Vanmorgen waren we op bezoek bij Ryerson University in Toronto. Wij kregen een supersnelle maar o-zo interessante presentatie van Bob Jackson over het nieuwe Student Learning Centre dat in 2014 klaar zal zijn. Een gebouw zonder boeken!

Transforming the vibrant intersection of Yonge and Gould streets (on the former site of retail landmark Sam the Record Man), the Student Learning Centre will give the entire Ryerson community an outstanding environment in which to study, collaborate and share ideas. Designed by two renowned architectural firms, the building will be accessible, digitally connected and ready to adapt to the newest modes of discovery.

De (gerenderde) afbeeldingen die Bob liet zien waren heel erg mooi, het licht en de ruimte komen je als kijker bijna tegemoet.

flexibel, informal, comfortable spaces for students is essential

Naast samenwerkplekken komen er ook plekken om in stilte te studeren. Deze laatste worden op de bovenste etages gesitueerd.

De architect zegt het volgende over het ontwerp:

En een laatste quote van Bob:

play as the social basis for learning

En net zo’n interessante, maar een heel ander onderwerp, presentatie kregen wij van Sally Wilson en Graham McCarthy. Het onderwerp was mobiel, voor meer dan alleen de catalogus.

In 2007 werd al een mobiele service voor de catalogus ontwikkeld namelijk het kunnen sms-en of emailen van een zoekresultaat. Superhandig en dus ook veel gebruikt (14.000 keer). Het percentage sms-en gaat nog steeds omhoog, emailen blijft gelijk.

Om te weten wat de studenten voor mobiel gebruiken en waarvoor zij deze gebruiken werd in 2008 en 2009 een enquete gehouden. In beide jaren reageerden ongeveer 800 studenten. In 2008 was het smartphone/internet enabled device percentage nog maar 20%, inmiddels is dit opgelopen tot 65% en Sally verwacht dat dit aantal alleen nog maar zal stijgen.

Bij Ryerson wilden ze niet alleen een mobiele versie van de website maken dus hebben ze in de laatste jaren extra diensten toegevoegd. Zoals zoeken in de catalogus, reserveren van ruimtes en een bibliotheekrondleiding. Per jaar wordt er 38.000 keer gebruik gemaakt van het online reserveren van ruimtes, waarvan 10% met een mobiele telefoon.

En een van mijn favoriete diensten, kunnen zien waar pc’s vrij zijn.

QRcodes worden gebruikt voor het kunnen luisteren naar een audiotour van de bibliotheek, of op papieren boekenleggers van boeken om gebruikers direct de link te geven naar het ebook. Ook hebben ze QRcodes toegevoegd aan de catalogus, dus per record een code.

In 2010 hebben Sally en Graham een iPhone en Android app gelanceerd. Inmiddels is de iPhone app 2660 x gedownload en de Android app 529 keer. Voor de Blackberry is de app in ontwikkeling.
In de app vind je zoeken naar medewerkers op trefwoord of afdeling. Als je degene die je zoekt vindt dan krijg je zijn telefoonnummer en locatie en een routebeschrijving naar die locatie toe.

Het rooster van college’s bevindt zich ook in de app en ook een barcode scanner.

Wat natuurlijk heel bijzonder is, is dat de bibliotheek dit allemaal ontwikkeld en dat inmiddels faculteiten naar hen toekomen om te vragen of zij voor hen ook apps willen ontwikkelen. Zo is Graham nu bezig met een app voor een architectuuropleiding waarin door middel van layers gebouwen worden getoond. ICT doet niet moeilijk en dat is echt heel speciaal!

Meer foto’s van de studiereis zijn op Flickr te vinden.

 

 

Studiereis NVB-WB-HB – Canada – dag 4

Op donderdag bezochten we McMaster University in Hamilton. Mijn speciale interesse ging uit naar het Lyons New Media Centre. Na de koffie kregen wij presentaties van een tweetal PostDocs die in dienst zijn bij de bibliotheek. Ook Stefan Sinclair was aanwezig en vertelde iets over het nieuw te bouwen Sherman Centre for Digital Scholarship. Voor dit nieuwe centrum kreeg de bibliotheek 2,5 miljoen aan subsidie van de Sherman familie. Een idee was er nog niet, het geld wel. Inmiddels is er ook een idee en een plan.

Maargoed het Lyons New Media Centre. Op de website staat het volgende:

A wide variety of new media editing and creating tools are available at the Lyons New Media Centre. Several Mac computers are available complete with the iLife suite and Adobe Creative Suite 3. A consultation room for group project viewing, as well as a gaming & media centre, a media classroom and two edit suites are available and bookable. There is also a laptop bar with plenty of plugs and chairs – use your own or borrow one of ours at the Library Services desk downstairs. Come in and relax on comfortable couches and chairs while seeing what we’re featuring on the video wall!

In het Centre werken vier fulltime medewerkers waarvan niet een een bibliotheekmedewerker is. Dit zijn mensen met speciale competenties die studenten met vragen over pc’s en games kunnen helpen. Studenten die met mediaprojecten bezig zijn krijgen voorrang als het gaat om toegang tot het Centre.

Het Lyons New Media Centre is op 10 september van vorig jaar geopend en nu al een succes.

‘s Middags hadden wij vrij en bezochten we de Niagara Watervallen. Wilma en ik moesten onze presentatie voor vrijdag nog voorbereiden dus na een rondje water doken wij een Starbucks in. Geen free wifi in dit filiaal omdat het was gekoppeld aan een hotel. Vreemd, wat Starbucks staat toch gelijk aan free wifi?

Meer foto’s van de studiereis zijn op Flickr te vinden.

 

Studiereis NVB-WB-HB – Canada – dag 3

York University stond op de derde dag op het programma. Deze universiteit is redelijk jong (50 jaar). Tijdens het ochtendprogramma kregen wij presentaties van Andrea Kosavic, Kent Murnaghan, Mark Robertson en Sarah Coysh die vertelden over informatievaardigheden, samenwerkingsverbanden, open access en learning commons. Op weg naar de luch liepen wij door de Scott Library met een waanzinnig mooi ingerichtte Learning Commons.

Wat opviel:

  • Pods – twee stoelen die tegenover elkaar staan waar een soort van huisje omheen is gemaakt om geluid te dempen (het kan heel druk zijn in die ruimte).
  • Een balie en een kamer zijn te formeel – studenten durven niet over de drempel te stappen, Pods zijn informeler en worden dus veel gebruikt. Een medewerker van de bibliotheek kan in de Pods korte college’s geven, vragen beantwoorden en als zij niet gebruikt worden mogen studenten ze gebruiken als studieplek.
  • De rij wachtende in de ruimte kan soms erg lang zijn, hiervoor zijn de pijl-banken neergezet, studenten kunnen hierop zitten terwijl ze wachten. Studenten vinden de banken mooi maar snappen het concept er achter niet.

  • Computers aan de zijkant worden gebruikt voor guerilla-training of snel iets opzoeken. Als een bibliotheekmedewerker de rij wachtende studenten afgaat en merkt dat veel vragen over hetzelfde gaan, geeft hij een korte training achter een computer. De rij wordt hierdoor korter, studenten worden snel geholpen en kunnen na zo’n spoedcursus van een paar minuten weer verder studeren.
  • De stoelen en banken in de collaboration-area worden constant verschoven. Maar dat is in Nederland ook zo.
  • Er zijn te weinig stilteplekken.
  • Ze hebben geen beveiligers rondlopen maar de medewerkers doen dit en spreken studenten aan op gedrag. De medewerkers worden hiervoor niet ingeroosterd, zij doen het dus als het uitkomt. Het is geen constant process.

En dan het eten en drinken in de bibliotheek….. wat zal ik er verder van zeggen. Oordeel zelf maar:

Fase 2 van de herinrichting is in grote lijnen bedacht, maar er is geen geld om het uit te voeren. Hiervoor worden sponsors gezocht.

Op dezelfde campus was ook Seneca College gevestigd. Na de lunch liepen wij hierheen en kregen wij een presentatie over informatievaardigheden. Nu had ik dit niet vanuit het programma begrepen dus voor mij was dit bezoek minder interessant. Het Learning Lab was een grote ruimte met veel computers en een helpdesk. Het meubilair en de aankleding was duidelijk aan vervanging toe.

Wat ik meeneem van dit bezoek is dat zij een User Experience Service hebben, een team dat zich bezighoudt met de UX van de klant. De klant/gebruiker/bezoeker moet op elk moment een goede UX hebben. Maar wat betekent dit nu precies? Toen wij rondliepen zagen wij medewerkers achter een balie (soms verstopt achter een beeldscherm). Is dit dan de beste UX? Toegangspoortjes om binnen te komen en op bijna alle muren briefjes van wat je allemaal niet mag in de bibliotheek. Is dat dan een goede UX? Het beeld dat zij schetsen en wij wat zien lijkt niet helemaal met elkaar te kloppen. Maar een UX-service is natuurlijk wel gewoon een heel goed idee.

Meer foto’s van de studiereis zijn op Flickr te vinden.

Studiereis NVB-WB-HB – Canada – dag 2

Op de tweede dag van deze studiereis bezochten wij Waterloo University en Conestoga College.

Waterloo is een redelijk grote universiteit met 30.000 studenten en twee bibliotheken op de campus. De eerste bibliotheek, Dana Porter, bestaat uit tien verdiepingen waarvan alleen de main floor (eerste etage) is gerenoveerd. Wat opviel was dat op deze main floor (waar de hoofdingang ook zit) een hele mooie coffeecorner aanwezig is maar geen toiletten. Die bevinden zich wel op de verdieping onder en boven de main floor. Het is voor mij lastig te begrijpen dat als je een verbouwing doet, die vervolgens 3 miljoen kost, je geen toiletten laat plaatsen. Maar zij zullen hier vast een hele goede reden voor hebben.

De Dana Porter bibliotheek heeft ook een aantal projectruimten. Zij hebben studenten gevraagd wat voor soort technologie zij hierin wilden hebben en de studenten gaven aan het zo sober mogelijk te houden. Dus geen smartboard of touchscreens maar gewoon een tafel met wat stoelen.

Wat viel nog meer op in deze, voor de rest traditioneel ingerichte bibliotheek? Er staan visitekaartjes van de leden van het managementteam en de directeur op de informatiebalie. De kaartjes worden meegegeven aan gebruikers als dat nodig is.

Wat toch wel heel anders is dan in Nederland is dat alles gesponsord lijkt te zijn. Alle ruimtes hebben de naam van de sponsor en vaak worden verbouwingen in fasen opgedeeld. Fase 1 wordt dan uitgevoerd terwijl nog wordt gezocht naar geld voor de volgende fasen.

Na de rondleiding in Dana Porter bibliotheek kregen wij een presentatie van Nancy Collins over outreach en engagement.

Outreach is about:

  • Finding common ground
  • Engaging students their relationship with the library
  • Developing events and activities

Met vrij eenvoudige tools en weinig budget hebben zij ontzettend leuke en succesvolle campagnes gecreëerd. Bijvoorbeeld why do you love the library – een filmwedstrijd of de buttoncampagne om aan gebruikers uit te leggen dat de bibliotheek meerdere locaties heeft. Binnen 7 maanden zijn er 25.000 buttons door studenten op de verschillende plekken opgehaald, de set compleet krijgen was het doel.

Studenten die filmpjes hebben ingestuurd wordt gevraagd of de bibliotheek het materiaal mag hergebruiken om nieuwe eerstejaars te laten weten wat de bibliotheek doet en kan. En studenten die al eerder aan een campagne hebben meegedaan komen vaak in andere campagnes terug. Soms worden ze zelfs een bekendheid op de campus, wat niet vreemd is als jouw gezicht op posters overal te zien is.

Davies Central is de tweede bibliotheek op de campus van Waterloo. Deze bibliotheek is zo druk dat studenten, maar ook medewerkers, klagen over geluidsoverlast. Toen wij er waren viel dat wel mee, ik kan me dan ook moeilijk voorstellen wat zij bedoelen met geluidsoverlast.

Na de luch vertrokken we per bus naar Conestoga College, een rit van ongeveer een half uur. De inrichting van deze bibliotheek is traditioneel en sober. Ze willen wel verbouwen maar hebben hier geen geld voor. De Learning Commons zit in een ander gedeelte van het gebouw, zij zouden het graag binnen de bibliotheek onderbrengen. Nu zijn er 500 studieplekken in de bibliotheek en 9 ruimtes om samen te werken. AV-middelen kun je lenen bij het AV-uitleen bureau. De bibliotheek en de Learning Commons zijn de enige studieplekken op de campus en met 6.000-8.000 studenten is dat niet echt veel.

Meer foto’s van de studiereis zijn op Flickr te vinden.

Studiereis NVB-WB-HB – Canada – dag 1

De studiereis begon officieel op maandag toen wij in de ochtend de Robarts bibliotheek van de University of Toronto bezochten.

De betonnen buitenkant van het gebouw beloofde weinig goeds. Hoe kun je van deze betonbak met weinig ramen een inspirerende studie-omgeving maken? De entree stemde mij niet vrolijk, laag plafond, weinig licht, niet heel uitnodigend. Gelukkig liepen we al snel door naar het gedeelte van de bibliotheek dat al verbouwd is. Hier is echt moeite gedaan om het gebouw open te breken, meer ramen, meer licht en ruimte. Mooi ingerichtte vitrines en grote beeldschermen om te laten zien wat zij aan diensten en producten aanbieden. Ik was onder de indruk van de schermen, de afbeeldingen boeiden mij en dus bleef ik even hangen terwijl de rest van de groep al een zaaltje in liep. Hier werden wij ontvangen door de directeur Carole Moore.

Meer dan 30 bibliotheken zijn er op de drie campussen gevestigd en daarmee heeft deze bibliotheek een van de grootste collecties in Noord Amerika. De bibliotheek is in 1973 geopend en sinds een aantal jaren wordt er hard gewerkt om het gebouw te upgraden naar betere studiefaciliteiten met meer natuurlijk licht. Toen het gebouw gebouwd werd ging het meer om de architectuur en boeken dan om de gebruikers van het pand. Nu is dat vaak omgekeerd. De bibliotheek heeft heel veel m2 die voor een groot deel wordt gevuld met studieplekken. De boeken zijn verdwenen naar een externe opslag of er worden ebooks gekocht (neemt ook minder fysieke ruimte in tenslotte).

Fase 1 van de herinrichting is inmiddels klaar en het verschil is duidelijk te zien. Voor deze herinrichting werd betaald door sponsors iets wat wij ons in Nederland moeilijk voor kunnen stellen. Voor fase 2 zijn ze nog aan het sparen, nog maar de helft van het gewenste bedrag is binnen. Uiteindelijk moet de herinrichting zorgen voor meer studieplekken. Met 18.000 bezoekers per dag geen overbodige luxe. Van september tot april is het gebouw voor studenten 24/7 open. Na 11 uur ‘s avonds gaan de deuren dicht en kom je alleen nog binnen met een studentenpas van de universiteit. Er mag in de bibliotheek niet gegeten en gedronken worden (afgesloten koffiebekers mogen wel) en overal hangen A4-tjes om te wijzen op de huisregels. Uiteindelijk worden deze (en ook de bewegwijzering) vervangen door beeldschermen.

Wat ik erg interessant vond is het beschikbaarheidssysteem voor computers dat zij hebben ontwikkeld. De volgende stap is het inzichtelijk maken welke stoelen nog vrij zijn. Hoe zij dit gaan doen werd niet uitgelegd maar spannend is het wel. Misschien krijgen de studenten wel een RFID-chip zodat de stoel weet dat deze bezet is.

Chatten met klanten die op die manier een vraag kunnen stellen doet deze bibliotheek binnen een consortium.

Na de rondleiding kregen wij een presentatie over OCUL – een consortium van universiteitsbibliotheken. Dit consortium bestaat al 40 jaar en samenwerken doen zij erg goed – kunnen we in Nederland nog wat van leren.

collaborate – innovate – deliver

Online leren of e-learning staat hoog op de agenda voor de komende jaren, mede omdat het aantal studenten blijft groeien en de gebouwen niet groter worden.

In een aantal slides werd ingegaan op de volgende onderwerpen:
Research, teaching and learning support -> member service -> digital collections -> preservation services.

AGO & OCAD

Na de lunch in de Faculty Club ging een deel van de groep lopend naar AGO Art Gallery of Ontario en OCAD Ontaria College of Art & Design, Sharp Centre for Design and OCADU library learning zone. Deze twee gebouwen waren zeer inspirerend.

Vooral de hangende trap en de blauwe titanium buitenkant van AGO waren spectaculair. Van OCAD zal ik nooit de learningzone vergeten.De Zine Library bestond uit magazines gemaakt door studenten van de kunstacademie. Een voor een bijzondere uitgaven en unieke stukjes werk.

Meer foto’s van de studiereis zijn op Flickr te vinden.