Out of our minds  van Ken Robinson is een boek over creativiteit. Over waarom het zo belangrijk is, waarom veel mensen denken dat zij niet creatief zijn en hoe scholen en bedrijven kunnen helpen om creativiteit te bevorderen. Het boek verscheen al eerder in 2001. In mijn handen heb ik de vernieuwde versie uit 2011.

Hoofdstuk 1 – out of our mind

Imagination: the process of bringing to mind things that are not present to our senses

Creativity: the process of developing original ideas that have value

Innovation: the process of putting new ideas into practice

Het uitgangspunt van Robinson is dat iedereen enorm creatief is omdat dit hoort bij het mens zijn. Creativiteit moet alleen bij sommige mensen meer ontwikkeld worden dan bij anderen. Het is niet zo dat creativiteit een uitzonderlijke gave is. Iedereen is creatief. Als tenminste de juiste omstandigheden aanwezig zijn. En als mensen weten wat er nodig is om creatief te zijn, ze moeten leren om creatief te zijn, net als dat je moet leren om te lezen en schrijven.

creativity is possible whenever we’re using our intelligence

Hoofdstuk 2 – facing the revolution

Nieuwe technologie verandert de manier waarop we denken, werken, spelen en interacteren met anderen. Daarnaast groeit de wereldpopulatie sneller dan ooit in de geschiedenis van de mensheid. De uitdagingen waar we voor staan komen hieruit voort. En de problemen waar we tegenaan lopen komen voort uit onze oude manier van denken, doen en handelen. We kijken het liefste achteruit in plaats van vooruit. Het resultaat is dat veel mensen en organisaties moeite hebben om met veranderingen om te gaan en het gevoel krijgen achter te blijven of te vervreemden. Om de uitdagingen het hoofd te bieden moeten we gebruik maken van onze capaciteit tot verbeelding, creativiteit en innovativiteit. Het is niet langer een optie, het is een noodzaak.

Robinson gaat vervolgens in op hoe vervoer, technologie en communicatie zich de afgelopen eeuwen heeft ontwikkeld. En als je er zo even bij stil staat is het natuurlijk absurd wat er de afgelopen 50 jaar is gebeurd. Robinson geeft ook een kijkje in de toekomst. Nanotechnologie. In geneeskunde, in vervoer en communicatiemiddelen. De mogelijkheden zijn eindeloos en soms niet eens voor te stellen.

Hoofdstuk 3 – the trouble with education

Een van de redenen dat mensen denken dat zij niet creatief zijn komt, volgens Robinson, door het onderwijs. Kinderen zijn heel creatief maar hoe zorg je ervoor dat zij deze kwaliteit niet verliezen als zij ouder worden. Robinson meent dat het onderwijs ervoor zorgt dat als wij opgroeien wij onze creativiteit verliezen. We ontgroeien het en het onderwijs is hier de schuld van.

Creativiteit kent verschillende facetten. Sommige daarvan zijn gewoon en anderen zijn meer gespecialiseerd. Deze vaardigheden en technieken worden gevoed door verschillende manieren van denken, een kritische blik, voorstellingsvermogen, intuïtie en soms gewoon onderbuik gevoel.

De afgelopen jaren is de toegang tot onderwijs verbeterd. Zoveel mogelijk jongeren krijgen de kans op een universitair diploma. De normen worden continu verhoogd. De normen die samenhangen met waar de maatschappij om vraagt en met het idee wat intellectueel kapitaal betekent. Maar waar houdt dit op? Veertig jaar geleden kon je met een universitair diploma op zak overal werken waar je wilde. Maar wat zegt het diploma in de huidige tijd. Als veel jongeren het hebben, wat is het dan waard? De waarde staat los van de academische normen, die blijven hoog. Het hangt samen met waar de maatschappij om vraagt en dat verandert continu.

Onderwijs wordt lineair opgebouwd. Kinderen van dezelfde leeftijd worden bij elkaar in een groep gezet en volgen dezelfde stappen. Net zolang tot zij alle logische opvolgende stappen hebben doorlopen en klaar zijn met school. Het is net als een lopende band. Als kinderen de band afrollen zijn zij klaargestoomd voor de grote wereld. In dit lineaire principe zit het idee dat onderwijs een voorbereiding is op iets dat later gaat komen. Dat onderwijs primair gericht is op kinderen en jongeren is hier een logisch gevolg van.

In almost all industrial systems there is the same hierarchy of disciplines in hogh schools. At the top are mathematics, languages and sciences; some way down are the humanities – history – geography and social studies – and physical education; at the bottom are the arts.

Als je naar schoolsystemen kijkt zie je, volgens Robinson, een opmerkelijk onderscheid. Er zijn nuttige disciplines zoals talen, wiskunde, wetenschap en technologie (science and technologie). En niet zo nuttige disciplines zoals geschiedenis, aardrijkskunde, kunst, muziek en toneel. Als er bezuinigd moet worden zijn het vaak de niet zo nuttige disciplines die verdwijnen.
Robinson vraagt zich terecht af waar het onderscheid vandaan komt en waarom de nuttige disciplines de meeste aandacht krijgen. In zijn beleving heeft dit alles te maken met economische oorzaken. Sommige disciplines zijn relevanter voor het werk dat gedaan moet worden dan anderen. Als je iets met kunst doet kom je namelijk niet aan de bak. Ook ik heb dat vaak genoeg gehoord toen ik kunstgeschiedenis studeerde. Dat ik iets deed wat ik echt leuk vond maakte niet zoveel uit. Heb ik geluk gehad met het werk dat ik de afgelopen jaren heb gedaan of heb ik dankzij mijn kunstgeschiedenis achtergrond kwaliteiten ontwikkeld waar een werkgever iets aan heeft? Ik denk dat Robinson verderop in het boek hier nog wel antwoord op gaat geven.

Maar niet alleen economische oorzaken zorgen voor het onderscheid. Ook culturele oorzaken spelen mee. Het gaat hier dan om kennis en intelligentie en hoe daar tegenaan wordt gekeken.

Robinson beschrijft de drie rollen van onderwijs als volgt:

  • individual – to develop individual talents and sensibilities
  • cultural – to deepen understanding of the world
  • economic – to provide the skills required to earn a living and be economically productive

Het is belangrijk om deze rollen niet uit het oog te verliezen, om ze alle drie evenveel aandacht te geven en de relatie met elkaar te behouden. Als we begrijpen hoe deze drie rollen met elkaar verbonden worden dan is het mogelijk om het onderwijs te veranderen in een onderwijssysteem waarin creativiteit en innovatie een centrale rol krijgen.

De problemen in de maatschappij zijn duidelijk zichtbaar. Bedrijven klagen dat zij niet de juiste mensen kunnen vinden en als zij ze gevonden hebben zij ze bang dat ze snel weer weggaan. Afgestudeerden komen niet aan het werk, want er zijn niet genoeg banen. Het aantal jongeren dat met school stopt wordt ook steeds groter. Doorgaan op de manier zoals we dat al jaren doen lijkt niet langer houdbaar.

Hoofdstuk 4 – the academic illusion

Hoe intelligent je bent is moeilijk te beoordelen. Het lijkt een eenvoudige vraag totdat je gaat proberen intelligentie te definiëren dan heb je een probleem. Iedereen gebruikt een andere definitie, of het nu gaat om psychologen, neurologen of het mensen uit het onderwijs. Er zijn twee stromingen die populair zijn, namelijk IQ en het kunnen onthouden van feitelijke informatie.

Robinson laat zien hoe intelligentie in de loop der eeuwen is gebruikt en beschreven. Van de oudheid, via de Verlichting, de Renaissance en van de uitvinding van de boekdrukkunst, kompas en de klok. Wat is kennis is de belangrijkste vraag die beantwoord moet worden.

Het was tijdens de Verlichting dat de exacte wetenschap en kunsten van elkaar verwijderden. Kon tijdens de Renaissance nog iemand bestaan als Leonardo da Vinci die zowel in de exacte wetenschap als de kunst uitblonk. Na deze periode zie je dat soort mensen bijna niet meer. Tijdens de Verlichting kwam de dominantie van rationele wetenschappers en filosofen zoals Hume, Locke en Descartes. De tegenbeweging, de Romantiek, werd geleid door kunstenaars, dichters en muscici zoals Beethoven, Schiller, Byron en Goethe.

Our present world view has been shaped by the extraordinary scientific, technological and cultural revolutions that emerged from this paradigm shift from the medieval to the modern world from the Elightement onwards. In the process, the explanatory powers of logic and of scientific evidence, and the intellectual authority of science as a whole have become firmly implanted as the accepted mode of thought. They are part of modern ideology and they interact powerfully with how we think and create theories in every field.

De ontwikkeling van het onderwijssysteem laat zien dat in de afgelopen eeuwen onderwijs is geschoold op klassieke vaardigheden. Deze zijn uitgebouwd met vaardigheden die op dat moment wenselijk waren, of waar onder andere de industriële samenleving om vroeg. Veel aandacht ook weer voor technische wetenschappen en rationaliteit. Hierdoor is het zo dat in de tegenwoordige tijd onderzoek op de universiteit is gebaseerd op logica en analyse. Je onderzoekt bijvoorbeeld als kunsthistoricus de geschiedenis van de kunst. Je maakt zelf geen kunst, dat is namelijk niet academisch, maar je doet er wel onderzoek naar. Als je kunst wilt maken ga je naar een kunstacademie en krijg je in Nederland hiervoor een HBO diploma. Als je onderzoek doet naar kunst wordt dat gewaardeerd met een universitair diploma.

Robinson vervolgt en stelt een paar vragen. We vragen ons af hoe we intelligentie kunnen meten, omdat we aannemen dat intelligentie kwantificeerbaar is. We vragen ons af hoe we academische vaardigheden kunnen verhogen maar stellen niet de vraag of wat we afleveren op een universiteit datgenen is om in de toekomst te kunnen overleven. We vragen ons af waar we talentvolle mensen kunnen vinden maar we negeren de talenten in mensen om ons heen. We kijken, volgens Robinson, zonder te zien.

because our traditional common-sense assessment of abilities distracts us from what is actually there

We zoeken naar manieren om creativiteit en innovatie te verhogen maar zorgen niet voor de optimale condities. We blijven geloven in massa onderwijs ook al zijn er bewijzen dat dit niet werkt. Kinderen wordt niet geleerd om te kijken en te onderzoeken wat zij allemaal kunnen. Er wordt alleen gekeken naar wat nodig is om onderwijs te kunnen volgen. Op deze manier worden talenten onderbenut en kan het idee ontstaan dat een persoon te dom is. Terwijl deze persoon best andere kwaliteiten kan hebben die niet aangeboord worden.

Hoofdstuk 5 – knowing our mind

In onze hedendaagse filosofie bestaat het idee dat we leven in twee werelden. De ene wereld is de wereld om ons heen, die bestaat of jij er nu wel of niet bent, het is de wereld van materiele objecten, evenementen en andere mensen. De andere wereld is jouw wereld. Jouw gedachten, jouw gevoelens en belevenissen. Het verschil tussen deze twee werelden begrijpen is onderdeel van het begrijpen van jouw persoonlijke identiteit.

Hoe we de wereld om ons heen beleven komt voort uit hoe wij als mens zijn, wat wij kunnen horen, zien en voelen. Naast deze fysieke kenmerken zijn er ook culturele factoren die meespelen in ons beeld van de wereld. Robinson komt daar in hoofdstuk 8 op terug omdat dit zij belangrijk zijn in de ontwikkeling van creativiteit.

Howard Gardner: intelligence is the ability to solve problems in a given context.

Hoe de hersenen werken, wat er gebeurd met de hersenen als we opgroeien en hoe we de hersenen kunnen stimuleren wordt in dit hoofdstuk beschreven. Robinson geeft inspirerende voorbeelden van dove musici tot jonge criminelen die door dans positief naar zichzelf gaan kijken.

Hoofdstuk 6 – being creative

Verbeelding is de bron van creativiteit, maar verbeelding en creativiteit zijn niet hetzelfde.

imagination is the ability to bring to mind things that are not present to our senses

We kunnen ons dingen verbeelden die bestaan of dingen die niet bestaan. Denk bijvoorbeeld aan jouw oude school, een olifant of je beste vriend. De beelden die dan opkomen komen van dingen die je hebt meegemaakt. Meestal denken we niet aan deze beelden of echte belevenissen als we denken aan verbeelding. We denken eerder aan dingen die niet bestaan of niet kunnen bestaan. Maar die je wel kan bedenken. We gebruiken verbeelding om een andere kijk op de wereld om ons heen te hebben, om ons te verplaatsen in een ander en om mogelijke toekomsten of uitkomsten te visualiseren.

Creativiteit gaat een stap verder dan verbeelding. Verbeelding doe je in eigen gedachten, niemand hoeft er ooit van te weten, de wereld om je heen al helemaal niet. Creatief zijn betekent iets doen. De wereld zal ervan weten. Je bent creatief in iets, dit kan wiskunde, schrijven of zakelijk zijn. Als je creatief bent laat je je verbeelding de vrije loop, met andere woorden creativiteit is toegepaste verbeelding. Weer een stap verder is innovatie. Innovatie is het in de praktijk toepassen van nieuwe ideeën. Innovatie is dus toegepaste creativiteit.

Alles om ons heen is een symbool. Sommige symbolen zijn persoonlijk en anderen met elkaar afgesproken (formeel). Systematische symbolen zijn woorden en getallen. Voor systematische symbolen gelden regels. De regels zorgen ervoor dat bijvoorbeeld taal op zo’n manier wordt geschreven dat het iets betekent. Je hoeft niet alle woorden in een zin te kennen om de betekenis te begrijpen, de context helpt hierbij.

Schematische symbolen zijn afbeeldingen. We zijn in staat om gedachten die niet in woorden te vatten zijn visueel weer te geven. Schematische symbolen kunnen uiteraard gebruik maken van systematische symbolen.

creativity is the process of having original ideas that have value

In alle creatieve processen verleggen we grenzen van wat we weten, we ontdekken nieuwe manieren om iets te doen, we grijpen terug op vaardigheden die we al hebben en ontwikkelen deze zodat het werkt binnen het nieuwe idee. Creatief zijn betekent iets doen. En om te doen heb je een vorm van media nodig. Dit kan papier zijn, hout, licht, woorden, getallen of iets anders.

Whatever the media, there is an intimate relationship between the ideas that form and the media through which they take shape. …… Creativity is a dialogue between the idea and the media in which they are being formed.

Maar creativiteit gaat niet alleen om het bedenken van nieuwe ideeën. Het gaat ook om het beoordelen ervan. Sommige ideeën zijn nog niet goed genoeg, soms moet er meer over nagedacht worden en soms moet een idee losgelaten worden zodat er ruimte ontstaat om andere ideeën uit te werken. Het proces is belangrijk. Je kan niet in een keer een nieuw product bedenken dat af is. Als je niet begrijpt dat het proces erbij hoort, dat je soms op de verkeerde weg zit en opnieuw moet beginnen, dat je afgeleid kan worden of teveel tegelijk wilt doen, dan kun je denken dat je niet creatief bent.

Nieuwe ideeën hoeven niet altijd ideeën te zijn waar nog niemand eerder aan heeft gedacht. Het idee kan iemand persoonlijk helpen, of een groep, of de gehele mensheid. Zolang het idee maar origineel is.

Robinson maakt onderscheid tussen algemene en persoonlijke creativiteit. Bij algemene creativiteit lossen we een probleem op met onze normale manier van denken. Deze manier van denken kunnen we trainen en ontwikkelen zodat we ook op andere manier naar een probleem kijken en een originele oplossing bedenken.  Bij persoonlijke creativiteit gaat het om talent en passie. Persoonlijke creativiteit komt, volgens Robinson, vanuit de liefde voor een bepaald materiaal. Een beeldhouwer wordt creatief als hij een steen of stuk hout ziet, een danser als hij muziek hoort en een wiskundige als hij een formule ziet.

when people find there medium, they discover their real creative strenghts and come into their own

Dus creativiteit is niet iets wat je hebt of niet hebt. Creativiteit vraagt om verschillende mentale functies, combinaties van vaardigheden en persoonlijk kunnen. We zijn allemaal creatief, maar sommigen hebben nooit geleerd hoe of hebben weinig oefening gehad.

 Hoofdstuk 7 – feeling better

Creatief zijn is niet alleen een intellectueel proces. Het gaat ook om gevoel, intuïtie, verbeelding, onderbewustzijn, kennis en vaardigheden.

Vanuit de Verlichting en de Romantiek bestaan er aannames over het verschil tussen wetenschap en kunst. Wetenschap gaat over kennis, feiten en objectiviteit. Kunst gaat om emoties, zelfexpressie, zijn en subjectiviteit. Wetenschappers worden voorgesteld als methodologisch, klinisch en objectief. Kunstenaars als expressief, gepassioneerd en creatief. Toch zijn er, volgens Robinson, veel overeenkomsten tussen wetenschappers en kunstenaars als het gaat om het creatieve proces. Beide groepen gebruiken objectieve en subjectieve elementen, beiden gebruiken kennis en gevoelens, intuïtie en niet-logische onderdelen. Beiden gebruiken hun persoonlijke passie en beiden kunnen enorm creatief zijn. Wetenschap en kunst hebben beiden invloed op hoe wij de wereld zien en beleven.

Kunst kan over van alles gaan, zo ook wetenschap. Kunstenaars en wetenschappers kunnen geïnteresseerd zijn in dezelfde onderwerpen. Zoals een schilder en een geograaf interesse kunnen hebben voor het landschap, schrijvers en psychologen voor menselijke relaties en dichters en biologen voor het onderbewuste. Het is dus niet wat de kunstenaar of wetenschapper interesseert dat hen scheidt maar hoe het hen interesseert. Het verschil zit in hoe zij het begrijpen, de functies hiervan binnen het proces en hoe het zich uiteindelijk uit.

It is a Renaissance based on a more holistic understanding of human consciousness; of the relationship between knowing and feeling; and of how all that we think and feel is part of the creative process of making sense of the world around us and of the world within us.

Een wereld zonder gevoel is niet mogelijk. En toch is binnen het onderwijssysteem weinig ruimte voor gevoel. Jezelf begrijpen, maar ook gevoelig zijn voor emoties van anderen is een kwaliteit die hard nodig is in de hedendaagse maatschappij, maar ook in het persoonlijke leven. Door gevoel en redeneren vinden we onze werkelijke creatieve kracht.

Hoofdstuk 8 – you are not alone

Individuele creativiteit is bijna altijd gestimuleerd door het werk, ideeën en prestaties van anderen.

We each have our own lives, but much of what we create is in common with each other. What we create in common is our culture.

Het woord cultuur wordt op verschillende manieren gebruikt. Sinds de late 18e eeuw wordt cultuur gebruikt om intellectualiteit of sociale vaardigheden te beschrijven. Iemand kan dan worden beschreven als cultureel. Wat vaak betekent dat zo iemand kunst waardeert. Maar cultuur wordt ook omschreven als een artistieke of intellectuele activiteit. Je ziet dan het onderscheid ontstaan tussen high art en popular culture. High art betekent dan opera, klassieke muziek, ballet, fine art en toneel. Popular culture verwijst naar popmuziek, bioscoop, televisie, mode en design. Cultuur wordt ook wel gebruikt om een manier van leven van een groep te beschrijven. Deze beschrijving gebruikt Robinson.

by culture I mean the values and forms of behaviour that characterize different social communities

Hoe wij de wereld om ons heen zien is voor een deel cultureel bepaald. Verschillende culturen hebben een verschillende wereldbeleving. Sommige culturele verschillen zijn duidelijk waar te nemen, zoals de taal die iemand spreekt, de kleding die hij draagt en het eten en drinken dat hij gebruikt. Andere culturele verschillen zijn minder snel zichtbaar, bijvoorbeeld de beleving van tijd.

Robinson meent dat een goede manier om naar een cultuur te kijken is door te onderzoeken hoe kunst en technologie met elkaar interacteren. Hij geeft een paar voorbeelden waaronder Shakespeare. Als je je afvraagt waarom Shakespeare, een groot verhalenverteller, geen romans heeft geschreven is het antwoord eenvoudig. Romans konden pas ontstaan na de uitvinding van de boekdrukkunst. Fotografie heeft schilderkunst zeker beinvloed. Alles kon door een eenvoudige handeling en met een apparaat ineens visueel worden vastgelegd. Maakte dat schilderkunst overbodig? Nee, het zorgde er wel voor dat er anders naar schilderkunst werd gekeken en dat fotografie een eigen kunstvorm werd. Het gaat niet om het medium, het gaat er om wie het in zijn handen heeft. En pen kan zorgen voor een boodschappenlijstje of een mooi gedicht. Interessant om te zien is dat nieuwe technologie vaak werd ingezet om het oude te doen. Zo maakten de eerste fotografen afbeeldingen die leken op schilderijen. Totdat de technieken beter werden en fotografie werd ingezet om echte momenten vast te leggen waarvan een schilder dat niet kon, denk aan sportgebeurtenissen.

Culturen veranderen continu. Door gedachten, gevoelens en acties van de mensen die in de culturen leven. De veranderingen zijn dynamisch, organisch en complex en het is niet eenvoudig te voorspellen hoe een cultuur veranderd.

The creativity of a culture depends on how open the networks are and how easily we can access knowledge. Creativity is about making connections and more often than not, it is driven by collaboration as much as, if not more than, by solo effort.

Het is dus belangrijk om specialismen niet gescheiden te houden maar om ze juist te laten samenwerken. Met specialismen worden hier uiteraard wetenschap en kunst bedoelt.

Hoofdstuk 9 – being a creative leader

Wat moet een leidinggevende doen om creativiteit en innovatie in zijn organisatie te bevorderen? Robinson heeft negen principes ontwikkeld die een leidinggevende kunnen helpen.

Een cultuur van innovatie wordt gebaseerd op drie processen die elk aan elkaar gerelateerd zijn (zoals beschreven in hoofdstuk 1 – imagination, creativity, innovation).

Innovatie kan het doel zijn, maar het proces zal moeten beginnen met verbeelding en creativiteit.
Als je een cultuur van innovatie wilt creeren zal dit moeten beginnen bij de top van de organisatie. De leidinggevende hoeft niet met alle ideeen te komen maar moet wel de sfeer creeren waarin innovatie mogelijk is. Er bestaat vaak een angst dat creativiteit leidt tot chaos en controleverlies. Deze angst hoort heel erg bij de command & control mindset van leidinggevenden. Met het nieuwe werken wordt hierop ingespeeld, het loslaten van deze manier van leidinggeven zal leiden tot meer creativiteit en dus ook innovatie.
Een organisatie is geen machine, het is een netwerk van mensen en bestaat uit mensen, relaties en energieën.

they are living, breathing communities that exist only in the actions ans purposes of the people who populate them

Leidinggeven aan een innovatieve organisatie vraagt van de leidinggevende om om te kunnen gaan met zowel de interne als externe cultuur. De uitdagingen van de externe cultuur zijn technische innovaties, veranderingen in populatie, nieuwe economieen, vermindering van grondstoffen, veranderingen in politiek en hoe de samenleving en dus de klant hierop reageert. De interne cultuur gaat meer om gewoontes, gedrag, regels/procedures (zo doen we dingen hier) en hoe het gebouw is ingericht. De inrichting van een gebouw kan zeker invloed hebben op hoe een gebouw voelt.

Een creatieve leider is strategisch op drie niveaus: persoonlijk, groep en cultureel. Bij persoonlijk gaat het erom dat medewerkers de ruimte krijgen om creatief te zijn. Drie principes spelen hierbij een rol:

  • everyone has creative potential (1)
  • innovation is the child of imagination (2)
  • we all can learn to be more creative (3)

Vaak geldt dat creativiteit binnen een organisaties van teams komt. De teams zijn samengesteld uit verschillende mensen met verschillende achtergronden die als zij met elkaar in discussie gaan en ideeen bespreken in een creatieve flow komen. Het is aan de leidinggevende om dynamische teams samen te stellen en te faciliteren.

great creative teams model the mind: they are diverse, dynamic and distinct

Creativity thrives on diversity is principe 4. Creatieve teams zijn divers in samenstelling (denk aan leeftijd, geslacht, achtergrond, etniciteit, educatie, expertise). Een divers team kijkt vanuit verschillende perspectieven naar de veranderingen om ons heen en bedenkt oplossingen voor de problemen die je als organisatie tegenkomt.

Creativity loves collaboration (principe 5) is een van mijn favorieten. Natuurlijk is het zo dat een divers team niet altijd succesvol is. Soms werken de verschillen juist tegen. Maar als het team om kan gaan met de verschillen en op zoek gaat naar datgene dat hen sterker maakt dan is het team uitermate succesvol.

Collaboration involves people working together in a shared process in which their interactions affects the nature of the work and its outcomes.

Alle ideeën binnen het collaboratieve team zijn waardevol. Op de eerste ideeën wordt verder ontwikkeld en nagedacht. Daarnaast is het binnen een collaboratief team zinvol om de andere teamleden trots te laten zijn op wat zij bedacht hebben. Dus niet oordelen, afbranden of bekritiseren maar stimuleren om zo ideeen te perfectioneren.

Een groot leider weet wie hij in een team plaatst, welk werk zij moeten doen en wanneer het team weer opgeheven wordt.

Creativiteit kost tijd (principe 6) en daarmee is tijd een essentiële bron voor innovatie. Leidinggevende die dit begrijpen en tijd vrijmaken om te spelen worden beloond met creativiteit van de medewerkers.

Principe 7: creative cultures are supple. Sommige organisatie (zoals degene waar ik werk) hebben aparte teams die zich bezig houden met innovatie. Het gevaar hiervan is dat zo’n team de verbondenheid met de rest van de organisatie kan verliezen. Aan de andere kant kan het voordeel zijn dat zo’n team de rest van de organisatie niet belast met ideeën die nog niet af zijn. Met zo’n speciaal innovatie team kan het zijn dat anderen zich niet geroepen voelen nieuwe ideeen in te brengen omdat zij niet tot het team behoren.

Creative cultures are inquiring (principe 8). Innovatie gaat over uitproberen, soms falen en opnieuw beginnen en soms over succesvol zijn.

creativity in any domain is a balance of freedom and control

Het laatste principe (9) van Robinson is creative cultures need creative spaces. De fysieke omgeving helpt mee in het creatieve proces en laat de cultuur van een organisatie zien.

More flexible patterns of working time and the pervasive effects of information technologies mean that there is a blurring of boundaries between the home and office, work, play and personal time

Robinson ziet organisaties als organismen die in de ontwikkeling lijken op mensen. Het idee begint in het hoofd van iemand, totdat het begint te groeien. De meest creatieve fase van een organisatie is vaak de beginfase, er hangt een positieve energie, mensen zijn opgewonden, samen ontdekken en uitvinden, alles is mogelijk. Iedereen doet zijn best om het idee te laten slagen en de organisatie succesvol te laten zijn. Na verloop van tijd wordt een organisatie meer ingedut, meer conservatief en zijn er meer regels en procedures. Sommige organisaties worden dan oud en overlijden. Anderen ontdekken zichzelf opnieuw. Robinson meent dat dat gebeurd bij organisaties die investeren in de creatieve kracht van de mensen die er werken. Als je in de mensen investeert investeren de mensen in de organisatie. Dat is de kracht van innovatie en de belofte van creatief leiderschap.

Hoofdstuk 10 – learning to be creative

Robinson heeft in dit boek op verschillende momenten aangetoond dat de reden dat mensen denken dat zij niet creatief zijn het onderwijs is. In zijn ogen kunnen individuen en organisaties hier iets aan doen. Maar hij ziet ook een urgente behoefte om het onderwijssysteem te veranderen. Hij denkt dan niet alleen basisscholen, voortgezet onderwijs en universiteiten, maar aan iedereen die wil leren, jong of oud, vrijwillig of verplicht.

Though it is often forgotten, the core business of schools is to improve the quality of students’ learning. The principles of creative leiderschip apply in education at every level.

Leren is een persoonlijke keuze. Robinson pleit voor persoonlijk onderwijs omdat iedereen op zijn eigen manier leert. Hij heeft hiervoor twee redenen. De eerste is dat wij geen andere keus hebben.

education is personal or it is nothing

Hij ziet persoonlijk onderwijs als een investering en niet als een kostenpost. Het is de enige manier om het niveau op grote schaal te verhogen door gebruik te maken van de energie en verbeeldingskracht van elke student. Het tweede argument dat Robinson gebruikt is dat het mogelijk is. Hij ziet het creatief gebruik van nieuwe technologie als een van de dingen die het mogelijk maken. Hij geeft het voorbeeld van de School of One in New York.

Uiteraard komt creativiteit in dit laatste hoofdstuk terug, het is waar het boek om gaat. Creativiteit is geen onderdeel van het onderwijs. Vaak wordt creativiteit verbonden aan kunst en natuurlijk is kunst heel creatief. Maar om creativiteit alleen aan kunst te verbinden is verkeerd. Andere vakken zoals exacte wetenschap kunnen ook creatief zijn. Robinson heeft hier in een eerder hoofdstuk naar verwezen.

creativity is possible in every discipline and should be promoted throughout the whole of education

Robinson blijft met bijzondere voorbeelden komen, van jongeren die een galerie beheren, ouderen en jongeren die samen lezen, studenten die zelf beslissen over hoe, wanneer en waarover ze les willen krijgen. Voor Robinson is het duidelijk, scholen moeten uit hun getto’s komen. Om het onderwijs te kunnen veranderen moeten scholen samenwerkingsverbanden aangaan. Want iedereen heeft een rol in de toekomst van het onderwijs.

the task of education is not to teach subjects: it is to teach students

Geen enkele school is beter dan zijn docenten. Als je denkt aan je eigen schooltijd dan herinner je de mensen. De medestudenten en de docenten. Sommige docenten waren creatief, konden mooie verhalen vertellen en wisten een klas te boeien. Andere docenten gaven informatie over een onderwerp, zij hadden veel kennis. Zij hadden misschien iets minder met studenten.

Robinson zegt het als volgt. Goede docenten weten dat het hun rol is om studenten te motiveren en inspireren. Dit is een creatief proces op zich.

teaching for creativity is about facilitating other people’s creative work

Er zitten drie taken in creatief onderwijs verborgen. Dit zijn motiveren (laat studenten geloven in de eigen creatieve potentie), identificeren (help studenten ontdekken waar hun sterke kanten zitten als het gaat om creativiteit) en bevorderen (ontwikkel de creatieve vaardigheden van studenten, leer ze zelfverzekerd te zijn, een onafhankelijke houding te hebben en om zelf na te denken).

Na een korte uitleg over the Blue Man Group en de school die zij oprichtte besluit Robinson als volgt.

Whether in the public or the independent sector, in schools or at home, being creative in providing education and promoting creativity are not dispensable luxuries. They are essential to enable us all to make lives that are worth living and to sustain a world that is worth living in. …… We cannot meet the challenges of the 21st century with the educational ideologies of the nineteenth…….. transforming education is not easy but the price of failure is more than we can afford, while the benefits of success are more than we can imagine.

Ik had van te voren niet verwacht dat ik zo’n lange recensie/samenvatting zou schrijven maar het boek heeft me geraakt. Robinson schrijft zo natuurlijk dat het fijn is om zijn verhaal te lezen. De voorbeelden die hij geeft voegen zeker iets toe en de persoonlijke noot geeft je een kijkje in zijn leven. Creativiteit is iets wat ik mooi vind, waar ik blij van word en waarvan ik weet dat sommigen denken het niet te hebben. Ik heb nu geleerd dat wij allemaal creatief zijn. Als we vinden van niet moeten we gewoon leren hoe. Eenvoudiger kan bijna niet. Dat er veel creatieve potentie in organisaties zit besef ik me maar al te goed. Dat wij deze niet altijd aanspreken ook. Tijd dus om dat wel te doen. Iedereen laten nadenken over waarom hij het werk doet (omdat je er goed in bent, omdat het geld oplevert, omdat je er blij van wordt). Iedereen mee laten denken over wat er nodig is om onze klant/gebruiker tevreden te laten zijn. Wat kunnen wij doen om het beter te maken. En ik zal ook zeker vragen aan mijn managementteam om hoofdstuk 9 te lezen. Ik denk dat zij ook geïnspireerd zullen raken, net als ik.

Nog niet genoeg van Ken Robinson kijk dan naar deze TED talk (de 2e uit 2010 – de 1e uit 2006 staat hier)