Doet mijn bibliotheeksite het goed? – ofwel heb ik de regels goed begrepen?

In 2004 schreef Chris Jasek van het Elsevier User Centered Design Group een artikel met guidelines en de pakkende titel: How to Design Library Web Sites to Maximize Usability.
In de introductie noemt Chris Jasek ook snel even Jakob Nielsen, een naam die je wel vaker tegenkomt als het gaat om website usability en die door de New York Times “the guru of Web page usability” wordt genoemd.

Benieuwd naar de guidelines die Chris Jasek met mij wil delen lees ik verder. De eerste open deur volgt vrijwel direct:1) zorg voor een help knop op elke pagina.
Met als toelichting: plaats een help link rechtsboven op elke pagina zodat de gebruiker – als hij de help knop zoekt – weet waar hij hem kan vinden. Dit geldt natuurlijk ook voor een help knop die consequent linksonder wordt geplaatst. Het zal wel met het van links naar rechts lezen van de mens te maken hebben dat de help knop het beste rechtsboven geplaatst kan worden. Geldt de help knop alleen voor bibliotheek websites? Nee natuurlijk niet, ik ken genoeg sites die wel een help knop kunnen gebruiken en die het niet doen (zoals bijvoorbeeld de nieuw ontworpen website van het Rijksmuseum). Ik ken ook wel sites die wel een help knop hebben maar waar de inhoud achter de knop verder niets toevoegt aan het gebruik van de site.

Dus wat zet je dan precies achter zo’n help knop? Wellicht een handleiding hoe de site het beste gebruikt kan worden en waar je wat kan vinden; wellicht een sitemap met commentaar. Of een A tot Z-lijst waar moeilijke termen worden uitgelegd, iets wat ik me wel voor kan stellen in bibliotheekland, er zijn tenslotte weinig gebruikers die mij vlekkeloos uit kunnen leggen wat nu precies een databank is. Even een uitstapje: guideline 14– gebruik geen terminologie – lijkt me in een bibliotheek bijna onmogelijk, maar ach we kunnen het wel een keer proberen.

De volgende guideline is wel wat beter dan bovenstaande. Nummer 2 is: wees consistent in het gebruik van (vorm)elementen en kleuren. Met andere woorden gebruik dezelfde lettertypes, lettergroottes en kleuren om zo een uniform en professioneel uiterlijk aan de website te geven. Deze consistentie geldt uiteraard ook voor woordgebruik en lay-out. Wel jammer dat de auteur geen rekening houdt met creatieve geesten die worden ingeschakeld om bijvoorbeeld de website van een jeugdbibliotheek te maken. Als ik de ontwerper zou zijn van een site waarbij in de doelgroep kinderen van 2-10 jaar zitten dan ga ik wel los met kleuren en lettertypes. Juist bij deze groep moet je de aandacht er op een andere manier bij houden en moet je wel terug vallen op die extraatjes die ervoor zorgen dat een site niet SAAI is. Want als bibliotheek ben je niet saai!

Ter aanvulling – guideline 7: gebruik maximaal drie of vier kleuren in het ontwerp en beperk je met afbeeldingen. Uiteraard ben ik van mening (net als de auteur) dat je geen circus van je site moet maken maar drie kleuren is wel heel weinig. Sommige sites hebben per navigatieknop een kleur gekozen om zo de gebruiker te laten weten waar hij is, een uitstekende oplossing om het geheel wat aantrekkelijker te maken naar mijn mening.

Ik dacht dat het artikel over bibliotheeksites ging maar de auteur maakt een uitstapje. Guideline 3: zorg dat op de homepage van het instituut (in dit voorbeeld een universiteit) een link staat naar de bibliotheek. Nu dacht ik dat dit vrij logisch is maar volgens het artikel kwam als conclusie uit een onderzoek uit 2000 dat van de 143 homepages die de onderzoeker in zijn survey had opgenomen er maar 57% ook direct een link naar de bibliotheek op de homepage had staan. Nu vind ik dat je als universiteit de bibliotheek niet echt serieus neemt als je ze niet eens een plaatsje op de homepage gunt.

Guideline 4 & 10) Gebruik 1 navigatiebar en gebruik deze altijd op dezelfde plaats. Gebruik breadcrumbs om de gebruiker te helpen zijn weg terug te vinden (en niet zoals vaak gebeurd broodkruimels gebruiken om een niet consequente navigatie te verbergen). Wat ik vaak merk is dat broodkruimels te goed ge?ntegreerd zijn in een website en daardoor moeilijk te vinden. Daarnaast gebruiken veel mensen nog steeds de back knop, of zoals ik zelf de mousegestures van Opera. In mijn geval zijn de broodkruimels dan overbodige luxe en nemen zij ruimte in beslag die voor iets anders gebruikt kan worden. Als een site niet meer dan drie lagen diep is werkt de back knop uitstekend en zijn broodkruimels zeker niet nodig. Als een website veel meer lagen diep is kun je je ook afvragen of je niet eens kritisch na moet denken over de structuur van de site en deze versimpelen. Informatie die 5 of 6 lagen diep te vinden is zal vaak niet interessant zijn voor de gebruiker en net zo goed weggelaten kunnen worden.

Uit onderzoek blijkt verder dat de gebruiker het erg op prijs stelt als de databanken, tijdschriften en catalogi direct vanaf de homepage bereikbaar zijn.

En dan komt een hele mooie (tenminste dat vind ik).
Guideline 5: denk aan de heersende conventies als je links aanmaakt. Oftewel links zijn onderstreept en hebben een andere kleur als je er al een keer op hebt geklikt. **Grinnik** Sorry maar ik weiger te geloven dat de gebruiker tegenwoordig verwacht dat websites op deze manier opgebouwd worden. Uiteraard helpt het gebruikers om te weten of zij al ergens geweest zijn als een link van blauw naar zwart is gekleurd (misschien geldt dit meer voor mensen die maar wat doen dan voor mensen die gericht op zoek zijn naar informatie zoals in een bibliotheek). Maar om dit nu als guideline op te nemen?. dat gaat mij een beetje te ver.

Guideline 6, 8, 9 & 11:
Zorg dat de content goed zichtbaar is, geef logo’s en banners zo weinig mogelijk ruimte en laat de gebruiker zo weinig mogelijk scrollen. Hier hou ik bij het maken van websites altijd veel rekening mee – ik ben geen scroller, ik heb het liefst dat alles in een oogopslag te zien is. Als ik veel moet scrollen verdwijn ik vaak snel van een website, tenzij ik een artikel lees uiteraard – dan hoort scrollen er gewoon bij.

Presenteer en sorteer het materiaal dat je op de website laat zien naar type. Dus maak onderscheid in elektronische tijdschriften, databanken, boeken, working papers, etc. Op deze manier kan de gebruiker sneller vinden wat hij zoekt.
Uiteraard is het onderscheid aanbrengen veel minder nodig als je een zoekmachine op de site gebruikt die gelijktijdig kan zoeken in allerlei soorten bronnen. Helaas is dit nog even een wens voor de toekomst. Het aan elkaar linken van bestanden en bronnen is dan een wens die meteen meegenomen kan worden.

Omschrijf voor de gebruiker wat er te vinden is in de verschillende bronnen en maak een korte handleiding voor de gebruiker zodat deze direct weet waar hij aan toe is.
Zorg dat voor de gebruiker duidelijk is dat als hij zoekt op de site of hij dan de site doorzoekt of de bronnen die op de site aanwezig zijn (guideline 13).

Guideline 12:
Zeker de beste van het hele stel en ik citeer:

Organize your library Web as a “one-stop-shop” to meet users’ research needs and not to reflect the administrative structure of the library.

Dus 4 knoppen in de navigatie:

  • ingang naar de bronnen
  • ingang naar digitale leeromgeving
  • ingang naar het wat en hoe in de bieb (wanneer zijn we open en dat soort dingen)
  • ingang naar een help-functie of een Vraagbaak of een FAQ

De eerste prioriteit van de bibliotheek is uiteraard de gebruiker en de dienstverlening. De website is een gereedschap om de gebruiker te helpen. Het is daarom ook logisch om de gebruiker als uitgangspunt te nemen.

Een interessante verhandeling – een leerzame ook wel ook al weet je veel dingen ook wel – het is altijd goed om het weer eens te lezen.

Bron: How to Design Library Web Sites to Maximize Usability / Chris Jasek, 2004

Leave a Reply

Your email address will not be published.