Educause 2010 – Purdue University met Hotseat

De sessie Classroom engagement in the age of cell phones and social media van Hans Aagard en Kyle Bowen van Purdue University was een van de interessantste sessies van het congres.

Bowen begon te vertellen over twee jonge Australische meisjes die verdwaald waren in een tunnel. Zij hadden hun mobiele telefoon bij zich. Bowen geeft mogelijke oplossingen van hoe de meisjes deze telefoon konden gebruiken. Zij kunnen hun facebook status aanpassen, of een tweet plaatsen met een geotag, of met google maps aangeven waar zij zijn, maar beter is om op foursquare de locatie door te geven omdat zij dan meteen mayor worden. Wat de meisjes deden was aandacht vragen via de sociale netwerken, ervan uitgaande dat hun vrienden de politie wel waarschuwden. En dat gebeurde ook. Ze gebruikten de telefoon dus niet on zelf te bellen.

Deze anekdote geeft meteen mooi weer waarom Bowen en Aagard social media willen inzetten om de betrokkenheid van studenten in de les te vergroten.
Docenten willen graag dat studenten hun mobiele telefoon op laptop uitzetten in de les. Bowen spreekt over de Cone of Distraction, de kegel om een persoon heen op het moment dat hij met een mobiel of laptop bezig is. De docent kan deze persoon dan niet langer bereiken en weet dat hij met andere zaken bezig is dan het onderwijs dat op dat moment wordt gegeven.

Bowen en Aagard deden onderzoek naar de uitdagingen die zij zagen om dit probleem op te lossen.

Zo is er de technology challenge:

  • long tail – Chris Anderson
  • run what you brung – als het een signaal heeft moet je het gebruiken
  • hotseat – op website en via sms

De access challenge:

  • niet nog een support probleem creëren , one source of information in your choice of access
  • dus hotseat in twitter, text, facebook, website

In de zaal waren op dat moment weinig mensen die wisten wat Hotseat is. Ik was een van hen. Hotseat is een systeem waar je online een vraag kan stellen, anderen kunnen hierop reageren of een vote uitbrengen. De docent ziet de vragen binnen komen en kan hierop inspelen. Het lijkt op twitter maar is net anders. De vragen kunnen binnenkomen op verschillende manieren en studenten kunnen zich aanmelden via hun Purdue account, via Facebook of Twitter. Ook is het mogelijk om anoniem een vraag te stellen maar ook al verschijnt deze dan anoniem op de website – de mensen van Purdue weten altijd wie het zijn.

En dan heb je nog de social challenge:

  • the creepy treehouse, studenten zijn in onaangename positie, als docent vrienden wil worden op facebook bijvoorbeeld of als het onderwerp van de les sexualiteit is
  • Anonymity versus accountability – studenten willen vragen stellen door anoniem te blijven
  • Studenten kunnen anoniem posten – binnen hotseat

Dat anoniem vragen stellen gebeurd ongeveer met de helft van de vragen. Soms stelt een student een vraag anoniem om de volgende vraag weer met naam te stellen.

En als laatste dan de assessment challenge:

  • data turns fun into fundamental – het Purdue account wordt gekoppeld aan facebook en twitter dus als zij via die kanalen een vraag stellen dan weet Purdue wie ze zijn.

Tijdens de sessie konden de luisteraars in de zaal met Hotseat spelen via http://purdue.edu/hotseats/open (link werkt inmiddels niet meer!)

Via Google kon ik inloggen en ook in een veld mijn twitternaam doorgeven. Ik kon posten, voten en replyen. Binnen enkele minuten kwamen er al veel vragen en opmerkingen binnen.

Purdue gebruikt Hotseat in grote klaslokalen. Daar waar actief leren bijna onmogelijk is en de docent toch graag interactie wil. Omdat studenten in deze setting elkaar niet kennen vertonen zij vaak onacceptabel gedrag, zoals het lezen van een krant of dingen opzoeken op internet. De docent kan toch niet iedereen een vraag stellen dus ben je als student veilig. De docent doet zijn ding en de student doet er alles aan om de docent niet te storen. Maar de studenten verwachten wel entertainment. Het doel is dan om Hotseat in te zetten en het gevoel te geven dat je als studenten 1:1 met de docent in gesprek bent. Je weet dat grote lokalen niet weggaan omdat ze handig zijn en vooral goedkoop zijn.

Hotseat is een community building tool. Een docent kan een vraag stellen om te zien of de stof is begrepen en studenten kunnen vragen stellen als zij iets niet begrijpen. Meetbare uitkomsten zijn moeilijk te geven. De motivatie van de studenten gaat omhoog, maar zijn zij meer betrokken? Duidelijk is wel dat studenten de tool graag gebruiken.

Wil je de code van Hotseat kopen dan kan dat. Kosten: ongeveer 2000 dollar.

Educause 2010 – David Cearley over Cloud Computing

Vandaag was ik bij een sessie van David Cearley (Gartner) over Cloud Computing. Hij begon meteen goed toen hij meldde dat Cloud Computing een hype is, iedereen heeft het erover en iedereen wil er iets mee. In de Gartner Hype Cycle is Cloud Computing op zijn hoogtepunt en zal binnen nu en twee jaar over deze piek gaan en heel diep vallen.

Maar wat wil je je van Cloud Computing herinneren of gebruiken als de hype over is?

In een paar vragen geeft Cearley een outline van zijn presentatie:

  • what is cloud computing, and how does it differ from what we have been doing for the last 40 years – can you say timesharing
  • what are its risks and challenges, and what are the ideal targets and best practices for using it – does it matter, is it safe
  • what long-term impact will it have on the market and vendors – who wins?

Cloud Computing is geen nieuw fenomeen maar onderdeel van een groeiend model. De ontwikkelingen op onder andere het web zoals web 2.0, mashups, subsidized applications, googleplex, web platforms, global-class consumer apllications, saas, data center design, virtualization, automated provisioning, real time infrastructure, grid en utility models zorgen voor de ontwikkeling van Cloud Computing.

Cloud Computing bestaat door ontwikkelingen uit het verleden.

Voor Gartner is Cloud Computing:

a style of computing where scalable and elastic it-related capabilities are provided “as a service” to customers using internet technologies.

Cloud Computing kun je op verschillende manieren inzetten, bijvoorbeeld door het aanbieden van services voor consumenten, cloud omgevingen binnen bedrijven, of door het ontwikkelen van cloud gebaseerde apllicaties en oplossingen. Cearley geeft de tip om te focussen op de services in plaats van op de hard- en software.

Nadat Cearley het begrip Cloud Computing had uitgelegd ging hij in op de verschillende modellen die er bestaan. Hij benoemde:

  • infrastructure as a service
  • platform as a service
  • software as a service
  • information services
  • business services

Als je deze modellen bij elkaar gebruikt heb je een mooi palet om oplossingen mee te bouwen.

Daarnaast zijn er delivery models die gaan van private cloud computing (closed private) tot aan open public.

Closed private:
implementing a cloud service
manage the implementation
may be outsourced or delivered as a managed service

Open public:
consuming a cloud service
no hardware, sw or datacenters
manage the service
may use brokers to facilitate use of or add value to the service

Tussen deze twee extremen zijn er vijf andere modellen zoals aan de open kant:

  • public cloud – bijvoorbeeld Amazon
  • community cloud – voor groepen zoals het onderwijs waar alleen bepaalde groepen bij de content mogen
  • exclusive cloud – dedicated hardware resources for different users. Dus verschillende onderwijsinstellingen die aan elkaar gekoppeld worden.

En aan de gesloten kant:

  • packaged private cloud
  • custom private cloud

Volgens Cearley is de Public Cloud hoopgevend, er is veel aandacht voor alhoewel IT-afdelingen hier bang voor zijn. De Packaged Private Cloud en de Exclusive Cloud krijgen steeds meer aandacht, de IT-afdelingen worden hierdoor aangetrokken maar er is nog weinig onderzoek naar gedaan. Cearley noemt deze variant de business sweet spot.

Cearley noemt nog wat voor- en nadelen van Cloud Computing:

  • Agility – reduce time to market
  • on demand delivery and user self-service
  • temporary or volatile workloads
  • rapid development and deployment
  • cost – capital and operational
  • reduce operational complexity
  • leverage provider innovation
  • new busness solutions

Nadelen of problemen die zullen blijven bestaan:

  • security and compliance
  • transparancy and control
  • service assurance
  • integration and portabiliteit across the cloud
  • software licensing issues

Dus – ook al is het een hype en ook al wil iedereen er tegenwoordig iets mee, kun je er niet omheen dat er ook goede dingen inzitten. Waar moet je op letten als je Cloud Computing wil implementeren.

1. doe een business impact analysis (denk ook aan timing en scope – wanneer levert het iets op)
2. wat heeft het bedrijf nodig, identify opportunities and constraints
3. evaluate impact by use case or workload
4. bepaal de kosten en impact op de organisatie
5. onderzoek best practices
6. betrek verschillende partijen bij het vooronderzoek zoals procurement, financien, legal, etc.
7. bepaal van te voren de strategie (exit, extension, migration, integration, interop)

Als laatste ging Cearley in op de bedrijven die nu al iets doen met Cloud Computing zoals Microsoft, Google, IBM, Oracle, Amazon, SAP, Cisco, etc. Allemaal doen zij iets anders, de een zit meer aan de provider kant en de ander aan de enabler kant. Vraag je af, doen ze aan IAAS, PAAS of SAAS. Bieden zij public services aan of zijn het exclusive services. Gebruik deze informatie als je met aanbieders praat.

Select vendors that demonstrate a grasp of the new reality and a willingness to embrace it.

Tot slot:

  1. strategy: how are you approaching cloud computing
  2. governance – when, where, why and how will you consume public, community or private cloud services?
  3. security and compliance – what can be done to realistically access risk and mitigate the security, regulatory and compliance challenges
  4. aplication development: do you have a cloud application strategy
  5. infrastructure and operations: to what extent do cloud models drive design of your next-generation data centers?

Uitproberen: Popling

Als je opdrachten opbreekt in kleine stukjes is de kans op het succesvol vervullen van die opdracht groter. Tenminste dat denken ze bij Popling, een educatieve online tool. De gebruiker moet, om iets te kunnen leren, de desktop software wel even downloaden en installeren en vervolgens zich aanmelden bij specifieke popling, of onderwerpen waar hij iets over willen leren.

popling

Momenteel zijn er meer dan 150 poplings beschikbaar, waaronder 11 talen en onderwerpen als wiskunde, wetenschap en technologie. Tijdens de dag krijgt de gebruiker een popup in kaartformaat op zijn scherm te zien. Dit kan een nieuw woord zijn om te leren, of een quiz met vragen van dingen die je al moet kennen. Je kan de popup wegklikken of openen, als je dit laatste doet dan zie je de volledige versie van de kaart en het antwoord op de vraag die op de popup is gesteld. De frequentie van het aantal popups stel je zelf in.


Popling Screencast from rob rhyne on Vimeo.

Popling is gratis, tenzij je het wilt gebruiken zonder lastig gevallen te worden door reclame, dan moet je betalen.

Met dank aan: Springwise

162 tips en trics voor het werken met e-learning tools

Het eLearning Guild vroeg aan de leden tips met betrekking tot e-learning software. 122 leden reageerden en dit leverde 162 tips op in de volgende categorieen:

  • Courseware authoring and e-Learning development tools

  • Rapid e-Learning tools

  • Simulation tools

  • Media tools

  • Combining and deploying authoring tools

De eLearning Guild bundelde deze tips (met een minimale vorm van redactie) in een gratis eBook, dat hier te downloaden is.

Met dank aan: Derek

Educatieve podcasts voor teaching en learning

Op de website wordt de gebruiker als volgt aangesproken:

Welcome to educators, parents and carers everywhere. This is the first
and best UK directory to locate quality podcasts from over 390
carefully selected podcast channels for educational use – ideal for
teaching and learning activities with children, young people and
educational professionals.

In de navigatie aan de linkerkant staan verschillende categorieen door elkaar heen zoals school podcasts, college podcasts, subject podcasts en latest channels. De verschillende categorieen zijn goed gevuld wat deze bron een interessant startpunt maakt als je op zoek bent naar een goede podcast.

Meer info: Educational Podcasting for Teaching and Learning
Met dank aan: Stephen’s Web

De bibliotheek en onderwijsinnovatie – verslag Paul Miller

Het EURlib symposium werd afgesloten door Paul Miller die een presentatie hield onder de titel: Serving the user – rethinking the library with students at its heart?

Paul Miller liet eerste een aantal voorbeelden zien van Amazon en hoe zij met de gebruiker omgaan. Bij Amazon is het heel eenvoudig om op een snelle manier een boek in huis te krijgen.

Maar Amazon biedt meer:

  • wensenlijst – laat anderen weten welke boeken jij graag wilt hebben
  • wat vinden anderen van dit boek dat jij wilt bestellen
  • wat kochten anderen die ook dit boek kochten
  • andere edities worden genoemd, dus niet alleen het boek waar je op zoekt maar ook hardcover of paperback link wordt gegeven
  • in welke bibliotheek is dit boek te vinden. Als gebruiker kun je de bibliotheken waar jij toegang toe hebt selecteren.

Amazon is niet perfect maar als bibliotheek kun je wel leren van de manier waarop Amazon met de gebruiker om gaat.
Als je binnen de cataligus van de bibliotheek aan wilt geven wat anderen leenden die ook dit boek leenden dan heb je veel gebruikers nodig. Dit soort verwijzingen werkt alleen als de aantallen groot zijn. Voor een enkele bibliotheek zijn de uitkomsten misschien niet relevant, maar voor een groep bibliotheken (denk aan alle universiteitsbibliotheken in Nederlands samen) wel.

Binnen Aamzon is het ook mogelijk om reviews te geven. Als je dit wilt gebruiken binnen de bibliotheekwereld dan wil je misschien wel weten wat de rol is van degene die commentaar geeft, zoals bijvoorbeeld docent, student, AIO, etc. om met deze informatie de reviews beter te kunnen beoordelen.

Miller zegt niet dat wij als bibliotheken dit moeten doen, maar geeft wel aan dat het iets is om over na te denken.

Hierna ging hij in op de New Bubble, oftewel Web 2.0. Een weblog is niet heel speciaal, het is enkel een nieuwe manier van communiceren. Toen Miller wilde weten wie er in de zaal een corporate blog onderhouden gingen er veel vingers om hoog. Ik moet zeggen dat het beeld misschien een beetje vertekend is. Van de UB van de EUR zaten namelijk meer dan 10 mensen in de zaal en wij hebben sinds een week een weblog….

Miller gaf hierna een aantal voorbeelden van web 2.0 zoals:

  • Google docs
  • Google maps – met hele mooie toepassingen voor bibliotheken – zoals een zoekbalk van de catalogus als je op een pin van de bibliotheek klikt
  • Second Life

Wat belangrijjk is in de ontwikkelingen volgens Miller heeft hij als volgt samengevat:

  • data gets out
  • a move from passive to active
  • harnessing collective intelligence
  • advertising is not the only model!

Web 2.0 in het library

  • open the library
  • push the library everywhere
  • engage with actual and potential user communities
  • disaggregate library systems.. and bring them togethter
  • shared innovation

Miller merkte wel op in de traditionele bibliotheeksystemen er geen mogelijkheid is om web 2.0 toepassingen in te voegen. Misschien is het daarom denkbaar om onderdelen op te delen en voor sommige onderdelen open source toepassingen te gebruiken.

Denk hierbij aan de drie O’s:

  • open source
  • open data
  • open API’s en open standaarden

Miller gaf een aantal voorbeelden van Talis, het bedrijf waar hij werkt. Ik heb nog nooit echt goed op de website van Talis gekeken maar was erg onder de indruk van Aquabrowser Library, Cenote en Directory.

Millers conclusie:

  • Get the service to the user, not the user to the service
  • Make the data work much harder
  • Open, open, open – but within sustainable business model
  • Shared innovation – and a lot less partisanship

Think bigger than the Individual System
Think bigger than the Library
Think bigger than the institution
Think bigger than “higher education”
Think USER!

Een erg inspirerende presentatie die ook echt over de gebruiker ging. Mooie voorbeelden die ik zeker eens nader zal bekijken.
De presentatie van Paul Miller staat inmiddels online en is ook zonder het bijbehorende praatje zeker de moeite waard om eens te bekijken.

Andere verslagen van deze sessie:

De bibliotheek en onderwijsinnovatie

Vandaag vond het EURlib symposium plaats in Rotterdam, ter afsluiting van het project waarbij ik ruim een jaar intensief betrokken ben geweest. Honderdtwintig geinteresseerden uit onderwijsland waren erbij toen ik – samen met Wilco te Winkel – sprak over semantische technieken op basis van een thesaurus, toegepast op het structureren van onderwijscontent. Oftewel hoe wij de zoekmachine Collexis gebruiken binnen de digitale leeromgeving Psyweb. Een erg leuke dag met een closing keynote van Paul Miller. Binnenkort komen alle presentaties online.

Foto’s van de dag zijn hier te vinden.

En JD thanks voor de technische ondersteuning!

Update: een dag later al het eerste verslag online gevonden. Willem van Valkenburg schreef over het EURlib congres.

Web 2.0 in de klas

Solution Watch schrijft 3 “hoofdstukken” met als titel Back to School with the Class of Web 2.0. Deel 1 gaat over covering tools, deel 2 over covering office applications en deel 3 over real cases of Web 2.0 used in classrooms around the world.

Zeer uitgebreid en zeker de moeite waard om een aandachtiger te bekijken.

Meer info: Solution Watch – Deel 1, Deel 2, Deel 3.

Leren met de Hema

De Hema biedt sinds kort online cursussen aan. Onderwerpen die passen bij taal, computer, hobby en kinderen zijn opgenomen, zoals wijn herkennen en zo word ik DJ. Een basiscursus kost € 14-of 19,95, een uitgebreide cursus € 24,95.

Ik denk niet dat ik snel een online cursus zou volgen bij de Hema, maar aan de andere kant, waarom ook niet.

Meer informatie: Hema – online leren
Met dank aan: Trendwatching (spetember)