Het online winkelen van de toekomst

Ik moest er even voor achter een windows-pc kruipen maar kreeg daarna zoveel mooie dingen te zien dat het mij wel waard was. Waar gaat het om? Het gaat om het online winkelen van de toekomst, tenminste in mijn ogen.

De winkel van Otto (www.otto.de/vista – werkt ook op XP met .Net 3.0) is werkelijk een snoepwinkel geworden. Als je op de site komt krijg je een model te zien en een kledinglijn die van links naar rechts op je scherm voorbij komt. Zie je iets leuks dan klik je op het kledingstuk. Per kledingstuk krijg je dan een kaart die je kunt bekijken (voor en achter) en die je extra informatie geeft over het artikel.

Vind je het een leuk artikel dan stop je het in je mandje. Als je dan het mandje bekijkt krijg je een nieuw model met de kleren aan die je hebt uitgekozen. Je kan dan heel gemakkelijk wisselen van bijvoorbeeld jas, of broek (en nee haar ondergoed kan zij niet uitrekken!).

Ook zijn er verschillende filmpjes op de site te vinden.

De site is gemaakt op basis van Windows Experience en de Windows Presentation Foundation.

Nu is het nog niet zo dat ik mijn eigen formaten kan invoeren en dat het model er dus uitziet zoals ik. Maar dat geeft (nog) niet. De site is gewoon een lust voor het oog met heel veel mogelijkheden die het online shoppen heel erg leuk maken.

Vind je het leuk om te lezen wat Microsoft de komende tijd van plan is, lees dan het blog van Martin Tirion (User Experience Evangelist bij Microsoft).

Rapport creëert buzz

Bij het doorlezen van mijn rss-feeds valt mij de afgelopen dagen op dat er veel is en wordt geschreven over het nieuwe PEW rapport (Information Searches That Solve Problems). Om een goed beeld te krijgen van wat nu voor de bibliotheek belangrijk is in dit rapport maak ik een overzicht (van nieuw naar oud) van wat er geschreven wordt en door wie.

[update: er is de laatste dag van 2007 zoveel geschreven over dit rapport dat ik het daarbij laat en alleen een paar links opneem van eerdere posts]

31 december 2007

Op de laatste dag van 2007 schrijft Library Garden de volgende post New Pew Report Looks at How America Solves Everyday Life Problems Using Libraries, the Internet, and Government Agencies. Hierin gaan zij in het kort in op de organisatie achter het rapport (Pew Internet & American Life Project (PIAL)) en wat de problemen zijn waar Amerikanen, van 18 jaar en ouder, tegenaan lopen die opgelost moeten worden. Zoals bijvoorbeeld: gezondheidsproblemen, veranderen van baan, overheidgerelateerde problemen zoals verzekeringen, gezondheidszorg en belastingen.

Library Garden is niet teleurgesteld over het rapport. Het is volgens hen een gedegen onderzoek geweest. Als je geen zin hebt om het hele rapport te lezen, lees dan de eerste zes pagina’s van de samenvatting. Library Garden geeft hiervan de hoogtepunten weer. Daarin staat onder andere dat bibliotheken, naast internet, hoog aangeschreven staan bij gebruikers als het gaat om een oplossing te vinden voor alledaagse problemen. Waarbij Generatie-Y (18-30 jaar) de bibliotheek het meeste bezoekt. Verrassend omdat je verwachte dat deze groep het internet meer zou gebruiken dan de bibliotheek.

The ReadWriteWeb benaderd de materie vanuit een andere invalshoek met de post Threatened by the Internet? Music Biz Should Rock Like Librarians. Marshall Kirkpatrick schrijft dat de jongste en meest beinvloedbare groep internetter in de VS waarschijnlijk ook de groep is die de fysieke bibliotheek het meeste bezoekt. Hij ziet de bibliotheek hiermee als voorbeeld voor andere industrieën en zegt dat er iets erg goed gaat in bibliotheekland. De muziekindustrie zou een voorbeeld moeten nemen aan de bibliotheek en in de gaten moeten houden wat daar nou precies gebeurd en hoe zij de jongeren verleiden om binnen te komen. Bibliotheekgebruik is het hoogste bij de gebruikersgroep die internet thuis tot hun beschikking hebben. En dit is opvallend omdat nog niet zo lang geleden er werd gesuggereerd dat toegang tot internet thuis de genadeklap voor de bibliotheek zou zijn. Marshall Kirkpatrick ziet dat de bibliotheek toegevoegde waarde heeft in het ondersteunen van de bezoekers bij het zoeken naar waardevolle informatie en dat de gebruiker de bibliotheek nodig heeft omdat deze nog erg veel te leren heeft als we het hebben over informatievaardig zijn.

Marhall Kirkpatrick verwijst in zijn post naar een artikel van CNN met de titel Study: Web generation heaviest users of public libraries. Ook hier de nadruk op de groep die de bibliotheek het meeste bezoekt (18-30 jarigen). Het is niet alleen internet dat zij in de bibliotheek zoeken, ook naslagwerken, tijdschriften en kranten lokken deze groep het gebouw in. In het artikel van CNN wordt ook ingegaan op een rapport uit 1996 van The Benton Foundation (a nonprofit group that studies the digital age) zij waarschuwden toen namelijk dat:

Americans ages 18-24 “are the least enthusiastic boosters of maintaining and building library buildings. They are also the least enthusiastic of any age group about the importance of libraries in a digital future.”

Uit het PEW rapport blijkt nu dat die groep van toen, nu de groep is die veel minder dan de huidige 18-30 jarigen gebruik maakt van de bibliotheek. In de tien jaar, sinds de verschijning van het Benton rapport, heeft internet een belangrijke plaats ingenomen en je ziet dan ook dat bibliotheken de ruimtes aanpassen op dit nieuwe sociale gebruik van de bibliotheek.

Dorothea van Caveat Lector, een post met de titel Hype and the biblioblogosphere. Zij gaat niet in op de inhoud van het rapport maar richt zich op de organisatie die het onderzoek heeft gedaan. Blijkbaar heeft PEW een aantal bibliobloggers benaderd door middel van een email. Ook zij heeft zo’n email gekregen en zij is hiervan geschrokken. Omdat, ze van mening is dat de blogs die zij leest onderhouden worden door integere mensen met liefde voor het vak. Deze bloggers wordt niet verteld hoe zij moeten denken, hier worden zij ook niet voor betaald. En nu, door de email van PEW weet zij niet langer hoe zij over die andere bloggers moet denken en of zij ze nog kan vertrouwen (mede omdat niet alle bloggers laten weten of zij wel of niet zo’n email gehad hebben. Dorothea voelt zich door de email van PEW verplicht om over het rapport te schrijven en dat vertikt zij. Zij doet niet mee aan het creeren van de hype. Daarnaast roept zij bloggers op om aan te geven als zij een email hebben gekregen, zodat zij als lezer weet waar zij aan toe is.

David Warlick van 2¢ Worth begint zijn post met de titel Web Generation Uses Libraries… met de openingsparagraaf van een artikel dat verscheen in de Raleigh News & Observer. In dit artikel wordt geschreven dat jongeren naar de bibliotheek gaan voor onderwijs gerelateerde zaken zoals schoolkeuze en het zoeken van ondersteuning bij het vinden van een nieuwe baan.

Miranda van Edu-it linkt naar de post van David Walick in haar post Pew report on library usage. Zij vergelijkt het artikel van de Raleigh News & Observer met een ander artikel van Computerworld over hetzelfde rapport. Waarbij het eerste artikel vooral de nadruk legt op het percentage bibliotheekbezoekers en het laatste rapport schrijft over wat er dan met computers gedaan wordt zodra gebruikers in de bibliotheek komen. Het onderzoek gaat niet om bibliotheekbezoek in het algemeen en dus is het bijzonder te noemen dat artikelen hier wel over gaan.

The News & Observer Web generation uses libraries more than others.

ComputerworldGeneration Y biggest user of U.S. libraries, survey finds
Sixty-two percent of Gen Y respondents said they visited a public library in the past year

Bryan Alexander (Internet leads American information queries: new Pew study) geeft drie quotes uit het rapport om zijn uitspraken – when it comes to libraries, the leading users are younger (in their teens and 20s), but not for books en the digital divide strongly shapes information seeking – te ondersteunen.

Tot zover één biblioblogger, wat zeggen de anderen?
Free Range Librarian (K.G. Schneider) in Breaking news: the Internet is useful, people still use libraries doet een poging om te filteren wat nu echt belangrijk is in het rapport. Sommige teksten zijn volgens haar fuzzy en soms een beetje misleidend geschreven. Zij legt in haar post uit waarom zij dat vindt en waarom je zelfs, als je de data bekijkt, zou kunnen zeggen dat jongeren de bibliotheek helemaal niet willen gebruiken als zij op zoek zijn naar informatie. Daarnaast heeft zij problemen met de woorden “gebruik van de bibliotheek”. Betekent dit dat gebruikers langskomen in de bibliotheek, dat zij een email sturen of dat zij opbellen. En wat te denken van de groep die niet naar de bibliotheek gaat, deze percentages zijn namelijk nog steeds erg hoog.

Resource Shelf (New From Pew Internet: Information Searches That Solve Problems; Where are the Social Networks?) geeft een aantal quotes uit de samenvatting en zegt dat het vreemd is dat het rapport is verschenen in de vakantieperiode, de tijd dat mensen met andere dingen bezig zijn en dus weinig aandacht hebben voor een belangrijk rapport als deze. Daarna hebben zij voornamelijk vragen rondom het rapport en vragen zij zich bijvoorbeeld af of er gekeken is naar online diensten van de bibliotheek of naar sociale netwerken waarbinnen de bibliotheek te vinden is.

En dan de eerste Nederlandse bloggers in de dit overzicht. Wilfred Rubens (Internet dé informatiebron bij problemen) wijst erop dat de bevindingen voor Nederland wel eens anders kunnen liggen, het gaat tenslotte om een Amerikaans onderzoek. En ook hij vraagt zich dingen af bij dit rapport, zoals wat er wordt bedoelt als er wordt gezegd het raadplegen van experts.

Edwin Mijnsbergen (ZB Digitaal) Onderzoek Pew: hoe mensen internet, bibliotheken en overheidsdiensten gebruiken als ze hulp nodig hebben – vindt het rapport een rapport waar hij mee uit de voeten kan en die zeker een plaatsje krijgt in zijn archief. Hij richt zich voornamelijk op de Generatie-Y en schrijft dat je deze groep pro-actief moet benaderen op de plaatsen waar zij zich bevinden. Daarbij mag het faciliteren van internet, vindt Edwin, een prominentere plaats in de bibliotheek krijgen.

ACRLog (Where People Turn When They Need Information) bekijken het rapport vanuit de academische-bibliotheek-hoek. Er is namelijk aan de respondenten niet gevraagd de bibliotheek te specificeren. Zij menen, de conclusies van het rapport doorlezend, dat de universiteitsbibliotheek en de faculteiten een positief effect hebben op het zoekgedrag van Generatie-Y. Ook menen zij dat de bibliotheek een plaats moet zijn waar je wilt vertoeven, niet alleen omdat je dat moet omdat je iets zoekt. Daarom denken veel bibliotheken, naar hun mening, na over de user experience binnen de bibliotheek. ACRLog ziet 2008 als het jaar om met het oog op de user experience veranderingen in de bibliotheek te realiseren.

LibraryCrunch (Michael Casey) – Generation Y and Libraries vindt de conclusies over Generatie-Y en bibliotheekgebruik niet verrassend. Michael Casey schrijft:

Library use by Gen Y should come as no surprise to anyone who has been following library trends over the past three years, but perhaps this will be a wakeup call for those who haven’t been following the discussions regarding technology and our users.

CASLIS OttawaNew Pew Report: Information searches that solve problems – How people use the internet, libraries, and government agencies when they need help geeft zes hoogtepunten uit het rapport met korte uitleg.

omnium-gatherumInformation Searches That Solve Problems schrijft een kort bericht over het rapport en waarom de conclusies positief zijn voor bibliotheken.

30 december 2007

E-learnspaceWhere do you go for information?

Information Wants to be Free (Meredith Farkas) – Pew report on Information Searches That Solve Problems

The Distant Librarian (Paul R. Pival) – New Pew Report: Information Searches That Solve Problems

mélangeinformation searches that solve problems

Linux ElectronsMost Americans Turn to the Internet to Solve Problems Says Report

Ik nam aan dat als ik een overzicht zou maken van wat erover het rapport is geschreven ik een duidelijker beeld zou krijgen van wat dit rapport voor de bibliotheek betekent. Niets is minder waar. Ik heb alleen nog maar meer vragen gekregen (net als een aantal andere bloggers) wat betekent dat, als ik iets zinnigs wil zeggen over het rapport, ik het eerst zelf moet lezen. Maar dan, het is een Amerikaans rapport en zoals Wilfred Rubens terecht opmerkt, hoeveel waarde heeft dit voor het Nederlandse bibliotheekveld? Misschien dat het tijd is om zo’n soort onderzoek ook in Nederland uit te voeren…. en als dat rapport er dan is zal ik het zeker gaan lezen.

Is de naam belangrijk als het werkt?

Wat zou het toch handig zijn als ik mij aanmeld bij sociale netwerksites en de nieuwe sites weten wie mijn vrienden zijn en deze vrienden dan koppelen deze aan mijn account. Wat zou dat toch handig zijn.

Dat hier meer mensen over nadenken en er ook iets mee doen, blijkt na het lezen van het artikel van Brad Fitzpatrick van 17 augustus. Fitzpatrick schrijft in dit artikel:

There are an increasing number of new “social applications” as well as traditional application which either require the “social graph” or that could provide better value to users by utilizing information in the social graph.

Maar wat is het Social Graph? Eenvoudig gezegd is het een wereldwijde verzameling van (gegevens van) mensen en hoe zij aan elkaar verbonden zijn. Als je het woord op Wikipedia opzoekt staat daar dat het Social Graph een Social Network is (niet te verwarren met social network services of virtual community). De uitleg van Wikipedia is als volgt:

A social network is a social structure made of nodes (which are generally individuals or organizations) that are tied by one or more specific types of interdependency, such as values, visions, idea, financial exchange, friends, kinship, dislike, conflict, trade, web links, sexual relations, disease transmission (epidemiology), or airline routes.

Fitzpatrick schrijft dat er op dot moment veel Social Graphs bestaan, maar een centrale Graph ontbreekt. Hij is daarom momenteel bezig te voorzien in de mogelijkheid om er een te maken. Een probleem hierbij is dat je niet wilt dat de er iemand eigenaar wordt van deze centrale Graph. Volgens Fitzpatrick ligt de oplossing dan ook in een niet commercieel en open source oplossing. De software moet de mogelijkheid bieden om data te verzamelen, samenvoegen en ter beschikking te stellen.

In eerste instantie gaat het Fitzpatrick alleen om vrienden en laat hij foto’s, geboortedata, woonplaats en dergelijke buiten beschouwing. Die data kan eventueel in een tweede fase opgepakt worden. Inmiddels heeft Fitzpatrick van vijf grote sociale netwerken data gekregen en deze in de graph opgenomen. En is hij begonnen met een plugin voor MySpace.

Op 12 september wordt het artikel van Fitzpatrick opgepikt door Alex Iskold van The Read/WriteWeb. Hij gaat in dit artikel in op de concepten en de problemen van het Social Graph.

Een probleem dat Iskold ziet is de relatie tussen mensen. Want het kennen van mensen betekent niet dat je in alle netwerken aan elkaar gekoppeld wilt worden. Iskold gebruikt het voorbeeld van LinkedIn en Shelfari. Want dat je elkaars collega’s bent wil niet zeggen dat je van dezelfde boeken houdt. Daarnaast ziet Iskold een probleem met het afstaan van de gewenste gegevens. Als bijvoorbeeld Facebook die gegevens niet wil afstaan heeft de gebruiker een probleem. Een mogelijke oplossing zou zijn om de data te mogen exporteren, maar ook dit is voor de gebruiker niet optimaal.

Op 21 november komt op de weblog van Tim Berners-Lee (grondlegger van het world wide web) een reactie op het artikel van Fitzpatrick.

Berners-Lee gaat in op het volgende:

So The Graph word has been creeping in. BradFitz talks of the Social Graph as does Alex Iskold, who discusses social graphs and network theory in general, points out that users want to own their own social graphs. He also points out that examples of graphs are the Internet and the Web. So what’s with the Graph word?

Maar legt daarbij eerst het verschil uit tussen het Web en het Net.

Om vervolgens uit te komen bij:

So the Net and the Web may both be shaped as something mathematicians call a Graph, but they are at different levels. The Net links computers, the Web links documents.

Maar waar het nu om gaat zijn niet de documenten die belangrijk zijn en die gedeeld worden, het meest belangrijke is waar die documenten over gaan. Berners-Lee ziet de pagina’s in sociale netwerken als documenten van jouw vrienden.

The separate Web sites, separate documents, are in fact about the same thing — but the system doesn’t know it.

Volgens Berners-Lee is de semantische-web technologie in staat om de relaties tussen mensen aan te geven en om boven de documentenlaag uit te komen.

Goed de technologie bestaat al en er wordt aan gewerkt. Dat is fijn. Maar wat nu met dat woord, het Social Graph (ik heb bewust dit woord niet proberen te vertalen). Dave Winer vindt het Social Graph gewoon een social network en wil het daarom zo noemen. Hij schrijft:

So if you don’t want to sound like an idiot, call a social graph a social network and stand up for your right to understand technology, and make the techies actually do some useful stuff instead of making simple stuff sound complicated.

Robert Scoble reageert op het artikel van Winer door te stellen dat:

The Social Graph is NOT my social network.
My Social Network is my friends list.
But the Social Graph shows a LOT more than that.

En wie er nu gelijk heeft, dat maakt niet uit. Het gaat om het woord Social Graph, dat loopt niet lekker, is te ingewikkeld en is verwarrend. Wellicht zelfs nietszeggend. Waar het over gaat is wel belangrijk, het koppelen van mensen op een eenvoudigere manier dan nu mogelijk is. Waarschijnlijk duurt het nog even voordat dat dit werkelijkheid is. Dus is er ruim voldoende tijd om te discussieren over de naam. Ook in het Nederland.

Met dank aan: Bryan Alexander

Depri Libelle

Een maand geleden schreef Molblog over een artikel in de Libelle met als titel Internet – een tragisch kwaad is onder ons!. Ik, de trouwe Libelle lezer, liep gruwelijk achter en had pas deze week de tijd om het bewuste artikel te lezen, maar was ondertussen wel nieuwsgierig naar de uitspraken van psychologe Pieternel Dijkstra.

In de kop van het artikel:

Ruim 95% van de Nederlandse gezinnen heeft toegang tot internet. Dat heeft grote voordelen, vinden de meesten, maar internet heeft ons dagelijks leven en de maatschappij ook ingrijpend veranderd. En niet alleen ten goede. Psychologe Pieternel Dijkstra maakt de balans op.


Iedereen online – en… zijn we nu blij?

Het artikel staat in Libelle nummer 39 en heet Iedereen online – en… zijn we nu blij? Dijkstra legt in de inleiding uit dat de wereld aan het veranderen is omdat wij nu relaties op een andere manier kunnen onderhouden. Chat en email vervangen in deze nieuwe wereld het menselijke contact. Zij vraagt zich af of dat goed is en stelt dat communicatie via email en chat de individualisering van de maatschappij versterkt omdat je typend in je eentje achter de computer steeds meer geisoleerd raakt.
Daarnaast schrijft zij dat wij niet langer ingebed zijn in sociale verbanden maar in virtuele verbanden en zij vraagt zich af of deze van dezelfde kwaliteit zijn als de relaties met mensen die lijfelijk aanwezig zijn.

Virtuele netwerken

Waar zij in mijn ogen aan voorbij gaat is dat door die virtuele verbanden mensen steeds beter op de hoogte zijn van hoe het met de ander gaat, of wat de ander aan het doen is. Een voorbeeld. Niet zo heel lang geleden verloor Michael Stephens zijn twee honden Jake en Charlie. Hij schreef hierover op zijn weblog en plaatste foto’s bij Flickr. Vanuit alle hoeken van de wereld kwamen steunbetuigingen. Van mensen die Michael tijdens congressen had ontmoet, maar ook van mensen die hij alleen virtueel kent. Hij schreef hierover, hoe fijn hij het had gevonden dat iedereen met hem meeleefde en dat hij blij was met de sociale netwerken waarin hij verkeerde. Voor mij betekent dit dat ook al staat er niemand naast je om een arm om je schouder te leggen je toch je verdriet kan delen en dat de virtuele steunbetuigen van net zoveel waarde kunnen zijn als degene die in het echte leven plaatsvinden.

Cybersex en virtueel vreemdgaan
Vervolgens gaat Dijkstra in op het tragische kwaad zoals porno, cybersex en virtueel vreemdgaan en schrijft zij over online sex hebben in Second Life. Vervolgens schrijft zij dat 42% van de mensen die vaak online zijn wel eens aan cybersex heeft gedaan. Vooral mannen kunnen de verleiding, volgens haar, moeilijk weerstaan. Als je even snel Googled dan vind je dat 60% van de mensen virtueel vreemd gaat. Waar deze cijfers vandaan komen kan ik niet zo snel achterhalen. Dijkstra noemt ook geen bron. Ik vraag me af, als iedereen nu massaal vreemdgaat was dat dan niet zo voor het internet in beeld kwam. Konden mensen in het niet virtuele tijdperk wel braaf “de broek” aanhouden? Of was het toen alleen minder zichtbaar?
Dijkstra schrijft dat iedereen in de war is omdat virtueel niet echt is, dus niet bedreigend of juist wel. Waar zij wel een goed punt heeft is als zij zegt dat psychologen en therapeuten niet voldoende getraind zijn om met deze nieuwe relatieproblemen om te gaan. Daar kan ik mij zeker iets bij voorstellen. Als een therapeut nooit in SL is geweest hoe moet hij/zij daar dan over praten met clienten.

Plagiaat
En dan een heel ander onderwerp. Is de informatie die je vindt op internet waar of betrouwbaar? In haar werk ondervindt Dijkstra hiervan de problemen als zij verslagen van psychologiestudenten leest die het niet zo nauw nemen met bronvermelden. Zij is bang dat universiteiten en hogescholen studenten afleveren die uitstekend weten om te gaan met internet maar geen bal verstand hebben van hun vakgebied.
Ik citeer:

En dat zijn dan de mensen die straks onze maatschappij draaiende moeten houden en ervoor moeten zorgen dat ik een goede oude dag heb.

Hoezo stemmingmakerij. Hoezo alle studenten over een kam scheren. Hoezo docenten op een verkapte manier vertellen dat zij hun werk niet goed doen, zij leveren namelijk studenten af die niet goed zijn in het vakgebied. En zij, Dijkstra, leidt hier straks onder als zij van haar oude dag wil genieten. Bah!

Wat te doen met deze ellende?
Na deze persoonlijke onthulling gaat Dijkstra nog even door over ongewenste informatie op internet, zoals over hoe je een bom moet maken en sites die anorexiapatienten helpen. Zij vindt dat de overheid te weinig doet om deze informatie te verbieden. Volgens haar is het de hoogste tijd om af te wegen wat belangrijker is, het recht om alles op internet te zetten of ons geestelijk en lichamelijk welzijn. Zij kiest uiteraard voor het laatste. En betoogt daarna dat virtuele werelden als SL geen positieve omgeving zijn (alles is met een klik te krijgen, sex, een goede baan, een leuke man, geen zeurende baas).

Ik citeer nog maar een keer:

Wie denkt dat het allemaal meevalt met internet heeft ongelijk. Internet is zeer verslavend…. De informatie die mensen honderd jaar geleden in een heel leven te verwerken kregen, veroberen we nu in een dag. Steeds meer deskundigen zijn het erover eens: de technische vooruitgang is onnatuurlijk en gaat veel sneller dan ons brein aankan. Door internet hebben we dan ook steeds meer last van stress, relatieproblemen en verslavingsverschijnselen.

Honderd jaar geleden. Een tijd zonder machines, zonder auto, toen elektrisch licht een statussymbool was, een tijd waarin de kerk de dienst uitmaakte, er geen gelijkheid tussen mannen en vrouwen bestond, een tijd waarin armoede echt armoede was. Maar ook een tijd waarin pornografie al bestond. Dat wij nu zoveel informatie te verstouwen krijgen komt omdat wij leven in een informatiemaatschappij. Je doet daar niets meer aan, je kan niet terug. Je kan wel de mensen leren om te gaan met deze informatie en ze trainen en vaardigheden leren die zij kunnen gebruiken in deze virtuele maatschappij.

Een positieve zin schrijft Dijkstra in het artikel, het internet heeft ook grote voordelen schrijft zij. Om direct weer in het negatieve te schieten door te zeggen dat de overheid steviger moet optreden en de gebruiker en meer kritisch blik moet hebben.

Wie is die mevrouw?
Nu zul je misschien denken wie is Pieternel Dijkstra. Op haar website staat deze tekst:

Dr. Pieternel Dijkstra (1969) is psycholoog en schrijfster. Ze studeerde bestuurskunde (Noordelijke Hogeschool Leeuwarden) en sociale psychologie (Rijksuniversiteit Groningen). In beide studies studeerde ze cum laude af. Vanaf 1997 werkte zij 5 jaar voor de Rijksuniversiteit Groningen als docent en onderzoeker en promoveerde daar op onderzoek naar gevoelens van jaloezie binnen partnerrelaties.

Deze mevrouw is dus niet dom, zij is niet iemand die zomaar iets zegt of schrijft. Dit is iemand die gewend is om gedegen onderzoek te doen en daarover te publiceren in gerenomeerde tijdschriften. Waarom zij dan, in de Libelle, zo’n negatief, niet onderbouwd artikel, plaatst is mij een raadsel. Ik heb bijna medelijden met de Libelle-lezeressen die misschien niet gewend zijn te leven in de virtuele wereld of het internet misschien zien als iets positiefs. Zij nemen de uitspraken van Dijkstra voor waar aan. Dus misschien moet ik het anders zeggen. Wellicht dat het tijd wordt dat de Libelle-lezeres kritischer gaat kijken naar wat er allemaal in dat blad verschijnt. Dijkstra maakt de balans op, maar dit is een hele negatieve balans.

Voor hen die het artikel ook willen lezen en geen abo hebben op Libelle heeft Paul Blok van Molblog het artikel in twee delen online geplaatst (deel 1 en deel 2). Interessant om te melden is dat Paul Blok contact heeft gezocht met Dijkstra en dat zij laat weten een Libelle heeft gevraagd om een negatief stuk over internet te schrijven (zie comments). Maar als dat zo is, als je dan niet echt een balans op mag maken omdat er van te voren is gevraagd om een negatief stuk, dan doe je hier als wetenschapper toch niet aan mee?
In het commentaar van Dijkstra op Molblog het volgende:

“Het is helemaal waar dat het artikel een onevenwichtig beeld schetst van internet. De redactie had mij gevraagd een artikel te schrijven over de nadelen van Internet, en die zijn er zeker. Ik vind het nu jammer dat er blijkbaar een heel negatief beeld is ontstaan van Internet. Want Internet heeft ook grote voordelen, dat blijkt ook uit wetenschappelijk onderzoek, bijvoorbeeld als het gaat om geven en ontvangen van emotionele steun onder lotgenoten. Het was echter niet mijn opdracht om over die voordelen te schrijven, maar over de nadelen.”

En als ik dit zo lees dan heb ik maar een reactie, jammer mevrouw Dijkstra dat u zich voor dit soort praktijken heeft laten gebruiken.

Wim Veen, wat een man!

Gister keek ik Tegenlicht (met dank aan de tip van Wilfred Rubens). Het onderwerp van deze aflevering was Ik en het Web, over pubers, internet, ouders en onderwijs. Wim Veen (hoogleraar educatie en technologie aan de TU Delft) nuanceerde de uitspraken die door de pubers, hun ouders en docenten werden gedaan. Heerlijk zoals hij zei dat ook hij content knipt en plakt en kijkt wat anderen schrijven (net als de jeugd), alleen hij doet aan bronvermelden. Ook mooi vond ik de uitspraak dat de jeugd heel veel dingen leert van internet, zoals bepaalde vaardigheden die zij straks nodig hebben. En dan de laatste, Wim Veen zegt dat hij te vroeg geboren is. En dat kan ik mij zo goed voorstellen. Ook ik heb dat soms. Want zeg nou zelf, als je 10 jaar geleden geboren bent dan is internet zo’n vanzelfsprekendheid en wat voor leven heb je dan nog voor je, heerlijk toch!

Trouwens vond ik de uitspraken van sommige docenten, pubers en ouders in Tegenlicht kort door de bocht. Zoals docenten kunnen het gat dat tussen hen en de studenten ontstaat niet meer dichten (nee niet allemaal, maar sommigen wel hoor). Jongeren msn-en alleen maar (misschien wel, maar echt niet allemaal. In de aflevering wordt zelfs het tegendeel bewezen. Met het meisje dat het moeilijk vindt om sociale contacten te leggen maar via internet met mensen over de hele wereld praat over manga). En naast die algemeenheden waren de uitspraken van Wim Veen voor mij een verademing. Heerlijk, zo’n man!

Google Reader blijven of terug naar Bloglines?

Sinds enige tijd gebruik ik Google Reader en heb ik er al twee keer een soort van conclusie over het gebruik geschreven (hier en hier). Als absolute fan van Bloglines moest ik erg wennen aan Google Reader maar nu ik het een aantal maanden gebruik ben ik er aan gewend geraakt. Dus nee ik ga niet terug naar Bloglines, nog niet tenminste.

Maar uiteraard heb ik nog wel wat wensen ten aanzien van Google Reader en dus was ik erg blij met de post op Libraryclips met de titel Pimp up Google Reader with 15 Firefox hacks.
Ik ging meteen downloaden. Eerst Greasemonkey (een tool om webpagina’s vorm te geven dmv JavaScript), toen de Google Reader Preview Enhanced, de zoekfunctie om binnen Google Reader te kunnen zoeken, de auto-add feed, Blogthis2me en als laatste de integratie met Gmail.

Ik was helemaal blij. Tot ik FireFox opnieuw opstartte en het Google Reader scherm zag. Het was helemaal verpest. De zoekbox viel over de bovenkant van het scherm waardoor ik de buttons aan de linkerkant van het scherm niet meer zag. De navigatie aan de linkerkant (oftewel mijn logische indeling in mappen) was zo smal geworden dat ik niet meer kon lezen welke map nu welke was. Ik moet toegeven het lezen van de originele en volledige post binnen Google Reader was fijn, je hoeft dan niet op de titel te klikken om naar de website/blog te gaan. Blogthis2me en integratie met Gmail heb ik maar even gelaten voor wat het was.

Omdat niet alles onhandig was wilde ik per onderdeel dingen uitzetten. Helaas lukte dit niet. Dus Greasemonkey uitzetten en de plugin/addons van Firefox disabelen. Ik was er heel snel klaar mee. Wel  jammer want het had potentie.

Meer info en links naar de Firefox hacks: Libraryclips

Tip voor gebruik meerdere emailadressen

Zoals velen heb ik meerdere emailadressen. Deze komen allemaal in verschillende inboxen aan en soms is dat lastig. Voor mijn twee gmailaccounts heb ik standaard twee browsers open staan, de een voor het ene account, de andere voor het andere.

Omdat blijkbaar meer mensen hier last van hadden, heeft Guilherme Zühlke O’Connor een tutorial geschreven waarin je leert hoe je al je verschillende emailadressen met Gmail kan beheren. Heel eenvoudig en superhandig. Lees ook even de commentaren voor de problemen die men tegenkomt.

Meer info: Manage all your email accounts with Gmail
Met dank aan: Tim Lauer

80% actieve internetgebruikers in 2011 een “Second Life”

Tenminste dat zegt Gartner. Dat dit niet betekent dat zij een Second Life account hebben moge duidelijk zijn. Waar het Gartner om gaat is dat aan het eind van 2011 80% van de actieve internetgebruikers op de een of andere manier een avatar in een virtuele wereld heeft. Het advies: onderzoek en experimenteer, maar stop er niet al te veel geld in totdat de omgevingen stabiliseren en volwassen zijn.

Steve Prentice (vice president en analyst bij Gartner)

The collaborative and community-related aspects of these environments will dominate in the future, and significant transaction-based commercial opportunities will be limited to niche areas, which have yet to be clearly identified. However, the majority of active Internet users and major enterprises will find value in participating in this area in the coming years.

Gartner definieert 5 regels voor bedrijven die in virtuele werelden deelnemen:

  • First Law: Virtual worlds are not games, but neither are they a parallel universe (yet)
  • Second Law: Behind every avatar is a real person
  • Third Law: Be relevant and add value
  • Fourth Law: Understand and contain the downside
  • Fifth Law: This is a long haul

Dus probeer en sta open voor, motiveer enthousiastelingen in de organisatie die de virtuele werelden willen bewonen. Sta stil bij de implicaties op het moment dat je je begeeft in een virtuele wereld en negeer de trend vooral niet.

Meer info: Gartner
Met dank aan: Aggiornamento II

Overigens Aggiornamento II is een nieuw blog dat ik tegenkwam. Joop Zuhal schrijft over educatie en Second Life – interessante materie.