learning in context workshop

De afgelopen twee dagen was ik, samen met collega Willem, in Brussel voor Learning in Context Workshop. De organisatie van de workshop was in handen van (Open Universiteit) Centre of Learning Sciences and Technologies CELSTEC &  Network of Excellence STELLAR.

In this workshop current innovative practices on the use of mobile learning and research from the domain of Technology Enhanced Learning will be joint.  Contextualized learning will be addressed from different angles, including

  • case-studies from industry, Higher Education and Secondary Education
  • Current and future Research issues, and
  • Visions for the future of applying mobile learning in education and training.

In the 2-day event in Brussels a small group of experts has been invited to work with educational professionals from industry, formal education and CPD who have some experience in the application of Mobile Learning.

Vanwege vertraging met de trein kwamen we iets later binnen bij de presentatie van Marcus Specht met als onderwerp context. Specht begon met een uitdaging:

ontological challenge: what is context and can we conceptualize it to better understand learning in context?

# context is multidisciplinair
# context is er altijd
# context is dynamisch & gecreerd in de interactie
# context is sociaal
# context is verbindend

engineering challenge: what are the opportunities for technology to enhance learning in context ?

Met als uitgangspunt – als technologie verdwijnt omdat het ge-embed wordt, hoe verandert dit dan het leren?

#sensor technology can record data in a scalable way / sensors worden in allerlei apparaten opgenomen en kunnen veel data opslaan
#cloud technology can support seamless learning trajectories / als de data in de cloud wordt opgeslagen kun je er vanaf overal bij
#AR technology can augment your perception of a context …
#display technology can create feedback loops … / artikel in wired dat zeker de moeite waard is als je dit onderwerp interessant vindt
#display tech. can support awareness and reflection.
#visualisation technology can support personal sense making.

The plan: how to model and design this: ambient information channels -> AICHE

Artefacts, channels en users bevatten allemaal contextuele informatie, deze verzamelen, verrijken, synchroniseren en gebruiken voor leren. Oftewel:

AICHE brings together context-aware computing, semantic- web technologies, instructional design for adaptive and personal learning, HCI aspects as tangible computing and IOThings.

Samenvattend: 

#1 context is complex and always.
#2 engineering challenges need to focus then technology …
#3 … can enhance learning to be more dynamic, flexible, personal, social, connected … put in context.

John Traxler besprak de toekomst van mobiel en contextueel leren… als die er al is. Als Taxler terugkijkt op de experimenten die er zijn gedaan met contextueel mobiel leren dan ziet hij dure, geinstitutionaliseerde dingen maar ook dat het tegenwoordig veel goedkoper en eenvoudiger is geworden. De experimenten waren in het begin ook kleinschalig, gefixeerd op een kleine groep van veelal early adopters. Het waren de enthousiastelingen die de projecten deden. Als een project werd gesubsidieerd kreeg iedereen hetzelfde apparaat om mee uit te proberen. Er was ook niet veel anders.

Maar werd dan het artifact of de activiteit gesubsidieerd?

Tegenwoordig bezitten de gebruikers de technologie. Het is niet langer als voorheen waarbij je mensen hun leven verbeterd door technologie en na de test zegt dank je wel en nu het apparaat teruggeven. Traxler vraagt zich terecht af of dit wel ethisch verantwoord was.

Maar goed nu hebben gebruikers de technologie in handen en kun je dit gebruiken. Daarnaast is de technologie robuust en een onderdeel van het dagelijks leven. Je wilt niet dat commerciele partijen de rol van de onderzoekers overnemen maar hoe ga je dit voorkomen? En hoe ga je om met docenten die met verschillende soorten devices worden geconfronteerd (BYOD) en niet weten hoe hiermee om te gaan. En stel je eens voor een docent wordt door een student gecorrigeerd omdat die student met zijn mobiel toegang heeft tot internet en dus dingen op kan zoeken. Is dit dan een voorbeeld van disruptive learning en wat is dan de aard van de disruption. En Taxler vraagt zich ook nog af hoe het zit met de onderzoeken die worden gedaan, wordt alles wel verteld, welke informatie zien wij niet. En dan is er nog het dilemma van mobiel en contextueel leren, want dat betekent in Zuid-Afrika iets anders dan in Europa.

Norbert Pachler vertelde ons iets over the socio-cultural ecological approach to mobile learning. Het werk van de London Mobile Learning Group is in deze erg interessant om te volgen.

Mobiele technologie/devices worden steeds belangrijker. Lerenden maken deze technologie zich eigen door middel van:

  • identity formation
  • social interaction
  • meaning-making
  • entertainment
  • learning in informal contexts
Pachler vraagt zich af: en als dit dan is wat studenten doen waarom verbieden wij mobiele devices dan in het klaslokaal?

En er is een transformatie gaande. De wereld is niet langer stabiel, vast en voorspelbaar. Het individu is veel meer in controle en de wereld ligt aan zijn voeten. Zeker met de komst van mobiele technologie. Pachler ziet mobiele devices dan ook als culturele bronnen met een zeer belangrijke rol als het gaat om leren, grenzen en contexten worden overschreden.

the boundary and context crossing (user-generated contexts) mobile technologies enable in the context of learning; opportunities for learning in informal contexts

De lerenden willen hun kennis en hun begrip van de wereld op een eigen manier vormgeven. Dit heeft gevolgen voor geletterdheid. Tekst is multimodel, dynamic, fluid, contingent, multiply authored and ‘shared’ en consequently provisional.

‘text’’ making is being governed by new practices, aesthetics, ethics and epistemologies; the relationship between producers and users of artefacts is becoming increasingly blurred; the relationship of the user with the cultural artefacts they engage with in the process of knowledge production is frequently one of re-use underpinned by a fundamentally different attitude towards text

Hierna ging Pachler in op wat leren is, welke condities er nodig zijn om te leren en hoe die vorm te geven. Hij ging wat dieper in op de Circle of Knowing Building and Sharing van Brown & Adler uit 2007 en hij vraagt zich af waarom wij mobiele technologie hier niet voor gebruiken.

Om mobiele technologie vervolgens vanuit een sociaal-cultureel en ecologische standpunt te bekijken heb je die elementen nodig die interactief zijn met elkaar. Dit zijn structures, agency en cultural practices. Hier komen dan nieuwe manieren van leren uit:

  • learning as purposive work with cultural resources
  • seeing ones life-worlds framed both as a challenge and as an environment and a potential resource for learning
  • expertise is individually appropriated in relation to personal definitions of relevance
  • the world has become the curriculum populated by mobile device users in a constant state of expectancy and contingency
  • interrelationship between target-orientation, self-representation and play
Vervolgens gaat Pachler in op user generated context en de rol van mobiele devices hierin. Het is met de komst van mobiele devices dat verschillende contexten tegelijk binnengebracht kunnen worden. Voorheen was dit niet mogelijk. Maar wanneer is een app goed? Hij geeft een lijst met uitgangspunten om een app op te beoordelen. Pachler verwijst naar de weblog van learning in hand omdat hier – als het gaat om apps  voor het onderwijs – goede informatie te vinden is, zoals deze.

Na deze 3 wat meer algemene visionaire presentaties was het tijd voor de projecten. Agnes Kukulska-Hulme van de Open Universiteit in de UK vertelde over context in mobile language learning. Kukulska-Hulme haar presentatie bevatte een statement:

a proficient language user… creates or finds meaning not simply by relying upon what is spoken in an utterance or written in a text… but by depending on the contrast between what is spoken or written and what could have been but is not…

… [so] the mobile device can be seen as a means for rendering visible what is crucial but otherwise invisible to the uninitiated learner

een vraag:

will mobile technologies/ activities play a role in bringing language (learning) to life?

enkele uitdagingen:

learners’ distance from the teacher
learners’ discovery and capture of new language/experiences
resources to support coping strategies & development of competences in situ

en een conclusie van wat zij uit onderzoek geleerd hebben:

General
popularity of voice recording, video, taking photos
mobile devices used for planning, structuring, reflecting
good fit with daily routines such as on the way to work
games used to fill ‘deadtime’

Language learning
motivational–frequent practice
notable variety of mobile media–increasing opportunities for communication

What learners want
formal and informal learning combined in a cyclical way
facilities to capture their attempts at communicating
opportunities to find mobile study-buddies

Meer informatie op I AM LEARN.

Roland Klemke gaf ons een inkijkje wat mobiel leren betekent in het vakgebied van de logistiek. Waarbij logistiek een erg mobiel vakgebied is maar je wel wilt dat het veilig blijft. Je ziet het al voor je een vrachtwagenchauffeur die tijdens het rijden met zijn mobiel aan het leren is.

Volgens Klemke is het mogelijk bij de volgende setting:

mobile education always bound to the concrete task context
formal educational topics not yet allowed to be taught in mobile way
acceptance of mobile learning increases with additional services

En hij geeft voorbeelden van apps die gebruikt worden. Zijn conclusie is als volgt:

education in Logistics is usually intervoven with concrete requirements
educational processes have to be synchronized with logistic processes
education is highly individualised

Eric Slaats vertelde enthousiast over iFontys.  Ik schreef al een keer eerder over iPresent dus dat zal ik niet nog een keer doen. Op 10 april is er een iFontys evenement waar alle projecten worden gepresenteerd.

En Marco Kalz gaf alvast enkele conclusies die zij uit een pilot met iPads bij de Open Universiteit in Nederland hebben getrokken. De pilot bestond uit 6 maanden, 4 cursussen & 12 studenten met een gemiddelde leeftijd van 29,5. Elke maand vulden de studenten een vragenlijst in. En de algemene conclusie is dat studenten flexibeler zijn met een mobiel device, dat zij de tijd beter gebruiken en nieuwe manieren leren toepassen. Maar ook dat er weinig adoptie is en dat de studenten weinig andere dingen met de iPad deden dan het gebruiken voor de pilot.

Een vakgebied (defensie) waar ik niet zo veel mee heb was het onderwerp van Christian Glahn zijn presentatie. De presentatie is op slideshare te vinden en dus embed ik hem hier.

Voor de afsluitende sessie van Erik Duval vertelden Stefaan Ternier and Fred de Vries over het project Mobile Augmented Reality in Higher Education waar het tegenwoordig gaat over een gemengde realiteit.

De voorbeelden die zij lieten zien zijn terug te vinden op deze portal van de Open Universiteit.

En toen kwam Erik Duval, na een lange dag binnenzitten terwijl buiten de zon scheen, was dit zeker de moeite van het blijven waard. Ik zag Duval al eerder, op de Onderwijsdagen en was toen al erg onder de indruk en ook nu weer, Duval is een heuse verhalenverteller en heeft enorm veel humor. Zijn presentatie staat nog niet op slideshare maar zal daar snel verschijnen.

worlds is complex -> messy and personal

En als het dan gaat over Learning Analytics en mobiele devices dan is het eigenlijk heel eenvoudig. Mobiele devices zijn voor Learning Analytics belangrijk omdat:
  • ze hebben een sensor
  • ze staan altijd aan

Maar er zijn ook issues:

  • wat kun je meten als het om leren gaat? tijd, geproduceerde artefacts zoals blogposts, tweets, sociale interactie, locatie
  • wat is er geleerd
  • hoe zit het met big brother en hoe wordt er naar je gekeken

Tijdens het diner wordt er verder gediscussieerd over de sessies van vandaag. Interessante materie maar vooral ook veel vragen die er nog zijn. Het zijn de experimenten die er nu voor zorgen dat we dingen leren, te weten komen, tegenaan lopen. Maar vooralsnog weten we nog niet precies welke kant het op gaat.

De tweede dag begint met een presentatie van Volker Zimmermann. Ik vond deze presentatie iets te commercieel dus heb niet veel opgeschreven. Het enige dat ik de moeite waard vond en zeker nog wel wil onderzoeken is het enthousiasme van Zimmermann over ePub3 (interactiviteit in ebooks toevoegen).

Tijd voor de workshop! In 5 groepen dachten we na over de toekomst van mobiel onderwijs met vragen als: 2017 – het onderwijs vindt niet langer plaats in een schoolgebouw, hoe ziet het mobiele onderwijs er dan uit? Wat voor milestones zijn er en als we morgen beginnen wat gaan we dan doen? Ik zat in de groep die nadacht over (middelbaar) beroepsonderwijs en ik mocht na drie rondes discussie de presentatie doen.

Alle groepen hadden interessante issues. De groep beroepsonderwijs zag wel problemen als het gaat om het leren van vaardigheden waarbij je je handen nodig hebt zoals haren knippen, muurtjes metselen, schilderen, etc. Hoe je dit mobiel wilt leren bleef voor onze groep een grote uitdaging. Wel zagen we mogelijkheden bij beroepsonderwijs dat erg ICT gerelateerd is.

En wat neem ik mee naar huis na 2 dagen Brussel? Ik heb veel geleerd over onderzoeksprojecten die met mobiel onderwijs te maken hebben, ik heb nieuwe mensen ontmoet waarvan ik weet dat ik van sommigen op de hoogte wil blijven van wat zij doen, ik weet dat wij als TU Delft niet achter de troepen aanlopen aangezien de troepen ook nog niet goed weten welke kant het op gaat, ik heb inzicht gekregen in hoe ons beleid er uit moet gaan zien (geen beleid maar eerder uitgangspunten en criteria – je wilt flexibel blijven) en ik heb fijn samen kunnen werken met Willem, even weg van de TU Delft is dat gemakkelijker dan on campus.

innovatie, inspiratie en discussie

De afgelopen week was ik bij twee bijeenkomsten die in het teken stonden innovatie, inspiratie en discussie. Ik bezocht deze twee bijeenkomst vanwege mijn interesse in mobiel en de toepassingen daarvan in het onderwijs.

De eerste was Innovatie door Inspiratie in Maarssen, georganiseerd door SURFnet & Kennisnet. De dag werd geopend met een presentatie van Christian van ‘t Hof en Jelte Timmer (beide van het Rathenau Instituut) die ging over hoe internet ons leven leidt en die een samenvatting is van een boek dat binnenkort (27 maart) verschijnt.

Van ‘t Hof legt uit hoe het zit met hoe internet ons leven leidt. Bijvoorbeeld als je de stemwijzer invult tijdens de verkiezingen. Deze site is gratis en makkelijk te gebruiken maar bepaald wel een belangrijke beslissingen in ons leven. Dit soort sites zijn voorgeprogrammeerd.

Voorprogrammeren geeft de gebruiker meer mogelijkheden maar ontneemt ze ook. Dat voorprogrammeren helpt merk je dagelijks. Op Twitter krijg je suggesties wie je kan volgen. Of Lexa, je krijgt suggesties van dames/heren die bij jou passen, doel van deze site is natuurlijk wel dat je lid wordt en betaald voor de dienst. Soms is voorprogrammeren verleiden maar soms ook misleiden. Als bijvoorbeeld het vinkje bij ja staat ingevuld onderaan een webformulier.

voorprogrammeren is nieuwe dimensie in het bevatten van internet

Met een team hebben ze voorgeprogrammeerde sites onderzocht op 3 niveau’s. De voorbeelden die van ‘t Hof liet zien (google, lexa, twitter, facebook etc.) is het microniveau – de interactie tussen de gebruiker en de interface.

Het mesoniveau zijn de organisaties die erachter zitten, de bedrijven, maar ook de overheid en de aanbieders, hiervan zijn de businessmodellen onderzocht. Meeste van de sites zijn gratis dus hoe zit dat nu precies. Inkomsten komen natuurlijk van (subtiele) reclames. Die reclames gaan steeds meer over jou, passen goed bij jou, want ze worden aangepast op jouw klikgedrag. En wat nu in opkomst is zijn de identity providers, je kan inloggen met je facebookaccount op andere sites. Je voorkeuren worden opgeslagen en hergebruikt en de provider geeft aan dat je een echt en betrouwbaar persoon zijn. Single-sign-on met een afhankelijkheid.

Ook op het macroniveau, het internet als geheel, zijn trends waar te nemen. Zoals commercialisering, monopolisering en personalisering.

de paradox van de massapersonalisatie

Van ‘t Hof legt uit. Als je een website ziet, dan zie je een gepersonaliseerde website, met reclames die bij jou passen, vormgegeven voor jou. Aan de andere kant van dat scherm zitten bedrijven die profielen maken, die hokjes samenstellen van gebruikers die voldoen aan meetbare variabelen. Soms past zo’n reclame of vormgeving bij jou maar soms ook helemaal niet. Blijkbaar hoor je in het laatste geval bij een profiel wat in grote lijnen bij je past, maar net niet helemaal goed is.

Voorprogrammeren reduceert keuzes, maar vergroot ze ook. En dat is een dilemma, want waar heb je meer keuze en waar niet? En let er eens op hoe persoonlijk internet wordt, steeds vaker zie je foto’s van (echte) mensen verschijnen terwijl het computers zijn die achter die accounts zitten.
Van ‘t Hof geeft als tip: check de default. Soms staan instellingen zo dat gegevens met elkaar gedeeld worden, zoals Google en Facebook doen. Je hebt ooit aangegeven dat het mag, maar later wil je dit misschien niet meer. Af en toe instellingen controleren kan geen kwaad.

Best handig dat Google meteen suggesties doet bij je zoekterm. Of vind je het vooral irritant? Waarom heeft Facebook alleen een knop voor ‘vind ik leuk’ en niet ‘vind ik stom’? En die pop-up met “gaat u akkoord met de Algemene Voorwaarden?”. Klik je altijd “ja” of klik je hem weg?

Klikken is kiezen op internet. Dat kan handig zijn, maar soms word je tot iets verleid waar je niet om heb gevraagd. Of soms zijn de knoppen en teksten vooral grappig of irritant. Met deze prijsvraag zijn we op zoek naar ervaringen van internetgebruikers.

Zie je dit soort voorprogrammeringen (handig, irritant, grappig, etc) meld ze dan aan op www.rathenau/nl/webstrijd. Je kan er 199,99 euro mee winnen. Op 27 maart wordt de winnaar bekend gemaakt.

Jelte Timmer vertelt vervolgens nog iets over de aanpak waarbij 7 cases met 20 experts werden benaderd. Zij keken naar Google, Facebook/Hyves, datingsites, foursquare, gezondheidssites, stemhulpen en twitter. Ook werkten zij samen met de Haagse Hogeschool, met studenten van de minor Human Technology. De zogeheten Haagse Hackers.

Zij stelden zichzelf in het onderzoek drie vragen:

  • hoe worden we gestuurd
  • welke partijen sturen vanuit welke motieven
  • welke maatschappelijke trends en lange termijn effecten

hier werd een analyse op 3 niveau’s (micro, meso, macro) van gemaakt.

De presentatie van Christian van ‘t Hof staat hier, die van Jelte Timmer hier. Meer informatie over het onderzoek/project voorgeprogrammeerd is hier te vinden.

Vanuit de zaal kwam de tip om de RamBam uitzending van 13 februari te kijken.

Get Microsoft SilverlightBekijk de video in andere formaten.

De rest van de dag stond in het teken van presentaties van innovatieprojecten. Ik luisterde voor de lunch naar Akke Faling (Pabo Leiden) die vertelde over het (iPad) project Coach in the Pocket.

Naar Paul Dirckx (Fontys) die vertelde over synchroon coachen met videocommunicatie en naar Anne-Petra Rozendal en Monique Orlemans van de Universiteit Utrecht die iPads hebben ingezet in de praktijklessen.

Wat mij is bijgebleven aan de twee iPad projecten is dat het niet zozeer om de iPad ging (of misschien juist wel). Dat wat het doel was van de projecten had ook met andere devices gerealiseerd kunnen worden. In sommige gevallen zelf beter. En dan vraag ik mij af, waarom de iPad? En wat is de toegevoegde waarde van de iPad geweest? Waarom niet met een ander device? Eventueel met twee verschillende om de voor- en nadelen naast elkaar te kunnen zetten. Het leek er op alsof eerst de iPad er was en er daarna een project bij bedacht is.

Na de lunch leerde ik meer over Augmented Reality bij de Vrije Universiteit en over wiki’s bij het vak levensbeschouwing.

Tijdens de borrel heb ik nog nagepraat met oude (en nieuwe) bekenden. Het SURFnet/Kennisnet innovatieprogramma, waar deze dag de afsluiting van was, is nu ook echt afgesloten. Het geld is op.

Afgelopen woensdag was ik bij de SIG Unwired (SIG = Special Interest Group) bijeenkomst.  Er waren twee presentaties en er stond een discussie over het jaarplan op de planning.

Frank Thuss vertelde over Learning on the GO bij de HAN.

Wat ik meeneem uit zijn presentatie is het idee om in een soort van Grassroots – pilots te doen om op die manier te onderzoeken waar de meerwaarde ligt van mobiele toepassingen. Dat ze bij de HAN uitgaan van bestaande technologie en apps vind ik ook heel slim. En dat het erg lastig is om concrete opbrengsten te formuleren. En misschien is het daar ook gewoon nog te vroeg voor. Misschien is dit juist de tijd van de experimenten en gaan we over een paar jaar pas grootschalig mobiel toepassen in het onderwijs.

Pierre Gorissen blogde live mee, hier vind je zijn verslag.

Floor Grouw van Saxion Hogescholen vertelde over hun project. Zonder gebruik van de beamer. Ouderwets, geen afleiding van beeld. In het project bij Saxion Hogescholen gaat het vooral om de juiste omgeving, dus de juiste infrastructuur, voldoende stopcontacten, overal wifi, maar ook kennis van zaken. Floor zag een grote behoefte aan best practices. Maar hij zag ook een verschuiving van netbooks naar tablets en van windows naar apple.

Het project mobile@saxion staat voor/onderzoekt:

  • gebruik van mobiele apparaten zo goed mogelijk faciliteren
  • onderzoeken wat goede tools zijn en adviseren – approved by …
  • als docenten tablet krijgen dan krijgen ze bedrag erbij om apps te kopen
  • hoe zorg je dat docenten geen stapels papier hoeven mee te nemen, gesprekken met uitgevers
  • docenten onderhouden zelf laptops maar tijd die hen dit kost is zo klein mogelijk

Pierre Gorissen blogde live mee, hier vind je zijn verslag.

Kisten Veelo vertelde nog iets over de vernieuwde SURFspace website waarna we onder leiding van Frank discussieerden over de eerste versie van het jaarverslag. Het lastige is dat in het jaarverslag het thema is opgedeeld in subthema’s. Toch merk je dat bijna iedereen die aanwezig is, interesse heeft voor alle subthema’s. En waarvoor kies je dan? Daarnaast staan we aan het begin van de ontwikkelingen van mobiel in het onderwijs. Er zijn voorbeelden van, zoals wij het in Delft noemen, educatie en informatie. Maar niemand weet nog precies welke kant het opgaat.

Het komende jaar informeren de leden van de SIG Unwired elkaar op de SURFspace. Hier discussieren we ook over het jaarplan en die richting die we als SIG op willen gaan. Heb je een mening over mobiel in het onderwijs, wil je die delen en wil je mee discussieren, meld je dan aan bij de SIG. Iedereen is uiteraard van harte welkom.

TU Delft & mobiel

Al enige tijd heeft de TU Delft een mobiel app, iTU Delft genoemd. Deze is zowel voor android als iOS beschikbaar en voor de andere platformen is er een mobiele website. Om de app meer onder de aandacht te brengen is er promotiemateriaal gemaakt. Ik vind de poster zo mooi geworden dat ik hem graag hier plaats.

Zoals je ziet staat Bb learn in de app opgenomen, voor Android is dit zo maar voor iOS nog niet. Op Willem’s blog lees je waarom.

Apple Seminar Leren met mobiele devices: The New Classroom

Afgelopen maandag was ik met collega Willem bij het Apple Seminar Leren met mobiele devices: The New Classroom in Amsterdam. Bill Rankin had ik vorig jaar ook al horen spreken maar deze man is zo inspirerend dat een tweede keer luisteren zeker niet als vervelend kan worden bestempeld. We mochten geen foto’s maken dus ik heb dit keer geen begeleidend beeldmateriaal.

Bill Rankin: the New classroom – how Information Technology is transforming Educational space

Volgens Rankin wacht momenteel iedereen op iedereen als het gaat om het radicaal wijzigen van het onderwijs met behulp van mobiele technologie. Hij ziet het als baanwielrenners die ook op elkaar wachten, totdat iemand los gaat en probeert te winnen. Als diegene in het onderwijs los gaat zal er, volgens Rankin, veel veranderen. Hij geeft een paar cijfers; 80% van de 0-5 jarigen gebruikt eens per week internet, 70% van deze leeftijdsgroep gebruikt dagelijks een mobiele telefoon (maar misschien heb ik dit verkeerd opgeschreven want het lijkt een beetje veel voor kinderen). Met dit in ons achterhoofd vraagt Rankin zich af hoe een nieuw klaslokaal er uit moet zien. Hij neemt de ruimte waarin wij zitten als voorbeeld. Netjes in rijen, hij staat voor ons en levert informatie. Na een paar uur zitten deze stoelen echt niet lekker meer. Er is weinig licht. Stoelen verplaatsen is niet mogelijk. Het leren is in deze ruimte passief.

Rankin heeft vijf onderdelen waarop hij een ruimte beoordeeld.

  • structuur (hoe is de ruimte opgebouwd, licht, ramen, etc.)
  • oriëntatie (hoe zit iedereen, waar staat de docent)
  • flexibel (kun je dingen verplaatsen)
  • gereedschap (wat voor soort gereedschap is er, staan er pc’s, kun je het licht dimmen, temperatuur verlagen, etc.)
  • infrastructuur

Rankin laat ons vervolgens nadenken over – wat hij noemt – de power differences. Aan de ene kant van de zaal zitten de nooduitgangen, dat is een verschil. Rankin heeft een microfoon, ook een verschil met de rest van de aanwezigen. Zijn deze verschillen erg? Hebben wij Rankin nodig om informatie te vinden over een bepaald onderwerp. In dit geval, het voorbeeld, Sugata Mitra. De conclusie, wij hebben Rankin niet nodig. Sugata Mitra zegt dat je voor onderwijs toegang en community nodig hebt. In de zaal waar wij nu zitten doen we niet aan community vorming, we zitten naast elkaar, neuzen dezelfde kant op. Maar tijdens de koffie en de lunch hebben we wel mogelijkheden, dan kunnen we met elkaar kennis maken, bijpraten en discussiëren. Rankin trekt de lijn door naar het onderwijs. In de manier  waarop wij onderwijsruimten inrichten houden wij geen rekening met communityvorming.

Vervolgens maakt Rankin de stap naar mobiele devices. Is het – als je gebruikt maakt van deze technologie – belangrijk waar je je bevindt. Rankin ziet de mobiele device als een productiestudio. Wij gaan van een consumptie- naar een creatiemodel. Wij creëren content en delen dit met anderen in een community. Het informatiemodel is gewijzigd en daarmee ook de inrichting van de ruimte.

Rankin ziet het als volgt

more access yields more participation -> more participations yields more custodianship -> more custodianship yields more diversity – more diversity yields more access.

We kregen een nieuwe opdracht van Rankin, namelijk het antwoord vinden op de vraag hoe je vuvuzela geluid uit een bestaande opname van een voetbalwedstrijd kan filteren. Hoe deden we dit, we discussieerden met de persoon naast ons, misschien zelfs met die daarnaast. Draaiden we ons om? Nee. Verplaatsten we onze stoelen? Nee. Toch weten we dat het niet optimaal is om naast elkaar te zitten als je zo’n opdracht krijgt. De mensen met een laptop of tablet waren in het voordeel. Zij zochten het antwoord gewoon op.

In onze generatie en de generaties boven ons is het belangrijk om het antwoord te vinden. De generaties onder ons vinden gebruiken belangrijker dan vinden. Jongeren gebruiken het materiaal en gaan van daaruit verder. Vreemd is het dus wel dat we klaslokalen ontwerpen die gericht zijn op vinden, terwijl de jongere generaties vragen om omgevingen waarin zij kunnen gebruiken. Rankin gaat nog een stap verder. Vroeger ging informatie naar 1 punt – de docent – hier werd de omgeving voor gebouwd. Nu – denk aan het internet – hebben wij toegang tot een informatie matrix. Maar onze klaslokalen zijn nog steeds hetzelfde ingericht. Er zijn veel voorste rijen, veel schermen, veel groepsplekken en er is flexibel meubilair. Maar de wereld is ons klaslokaal geworden.

In the digital age Information is a commodity -> informational delivery -> the architecture of creation and participation

En nu is het wachten op de eerste wielrenner die het lef heeft om harder te gaan rijden.

(Bron afbeelding Bill Rankin)

Martijn Luijks – Thieme Meulenhoff

Na Bill Rankin kwam Martijn Luijks van Thieme Meulenhoff aan het woord. Het is best erg maar wat mij het meest is bijgebleven is dat hij continu zijn laptop en iPad wisselde (met de wisseling van kabel naar de beamer). Niet dat wat hij liet zien op de iPad ook niet als een slide in powerpoint getoond kon worden. En dat leidde dus af, maar ik heb wel wat aantekeningen gemaakt.

Bron afbeelding: schooltas.q42.com

Luijks sprak over SCHOOLTAS, een (gratis) iPad app van de uitgever. Sinds de komst van de iPad vragen docenten en directies aan de uitgever om na te denken over een app. Werkt dat een boek op de ipad? Werkt een ipad in de klas? Om deze vragen te kunnen beantwoorden onderzocht Thieme Meulenhoff de mogelijkheden en ontstond SCHOOLTAS 1.0, die vanaf januari 2010 in de appstore beschikbaar was. Met deze app kun je de schoolboeken lezen en gebruiken. Dit grijpt minimaal in op het onderwijsproces. Iedere leerling heeft een eigen device waardoor er een nieuw speelveld voor leren ontstaat, met als veilig vangnet het boek.

Op 6 domeinen wil Thieme Meulenhoff nog ontwikkelen:

  • samenwerken
  • social networks (delen met het netwerk)
  • interactie (werken met werkboeken en audiofragmenten)
  • intelligentie
  • augmented reality
  • gamification.

Kees Versteeg – Hondsrug College

Kees Versteeg (rector Hondsrug College) vertelde een mooi verhaal over de digitiek van de toekomst – leren op maat via de iPad. Het project heet Leren op Maat waarbij iedere leerling op deze school een iPad krijgt. Niet omdat het een leuk device is maar omdat de school het onderwijs wil veranderen. Hier wordt onderwijs iets dat persoonlijker is, met persoonlijke content en organisatie op maat. De rol van de docent verandert hiermee ook. Hij wordt iemand die de leerling helpt iets te vinden. En dat spreekt eigenlijk het verhaal van Rankin tegen waarin het vinden niet het belangrijkste is, maar het gebruiken. Deze nieuwe vorm van onderwijs wordt niet alleen toegepast op de iPad maar ook op andere mobiele devices. Versteeg gaf mooie voorbeelden van het gebruik van een roosterapp (inclusief jaarrooster) en het volgen van studievoortgang en behoefte van een student.

Eric Slaats – Fontys

De laatste spreker van de middag was Eric Slaats van Fontys. Hij sprak over mobiele interactieve non-lineaire presentaties. Vorig jaar deed Fontys een breed experiment met smart mobile Learning (looptijd sept 2010 – april 2011, 160 ipads, 120 studenten, 35 docenten, 10 instituten, 3 diensten). Slaats, zelf ook docent, heeft veel content die je vaker wilt hergebruiken.Hij maakte een ipad app waarbij het eenvoudig is om tijdens een presentatie te kiezen voor de slides die je wilt gebruiken. Aan het einde van de les krijgen de studenten een pdf van de slides die zijn gebruikt.Tijdens de les kunnen studenten anoniem vragen stellen en links doorgeven (die de docent met een preview kan zien). De docent heeft op zijn scherm de slides (links onder elkaar), de actieve slide groot in het midden, een timer en kan hij notes toevoegen. Er is samengewerkt met …. (heb zijn naam niet meegekregen) om video’s van de colleges te maken. Recording box heet deze app. KI zorgt ervoor dat de video doorzoekbaar is.

De app heet iPresent en zal binnenkort aanwezig zijn in de app store (gratis – zowel voor ipad als android tablets). Meer achtergrond over iFontys waar iPresent onderdeel van is vind je hier.

Misschien komt het niet over in deze post maar de app is werkelijk waanzinnig. Erg jammer dus dat we niet mochten fotograferen en dat Apple het zo lastig maakt om een app te laten testen. Binnenkort wellicht meer (als de app te downloaden is en ik hem heb kunnen testen).

Frank Thuss was ook aanwezig (las ik op twitter en hij zat bijna naast mij) en zijn verslag van de dag lees je hier.

Zite – net zoiets als Flipboard

Of toch niet. Vandaag (bij het opruimen van wat oude mail) kwam ik een aankondiging tegen van Zite. Zite wordt gezien als net even anders dan Flipbord omdat dit gepersonaliseerde magazine slimmer wordt naarmate je het vaker gebruikt.

Na het downloaden in de appstore kom je op de beginpagina. Je kan de keuze altijd nog aanpassen. Ik heb mijn GoogleReader gekoppeld.

Dit hoeft niet. Je kan ook meteen doorgaan met stap 2:

In deze stap kies je voor onderwerpen (secties) die je aandacht hebben. Je loopt een aantal pagina’s door en kan aan het einde ook zelfbedachte thema’s toevoegen.

En dan ben je al klaar.

Zoals je ziet zit er rechtsonderin een knop om de instellingen te wijzigen. Je kan dan nieuwe secties toevoegen of oude verwijderen. Ik wilde als sectie Het Nieuwe Werken toevoegen maar dat lukt niet, er worden geen secties gevonden.  Als ik zoek op HNW vind ik wel management.
Rechtsboven aan de pagina zie je de secties die ik heb gekozen. Als je een artikel hebt gelezen zie je aan de rechterkant van de pagina een aantal knoppen, waaronder like, give me more from en give me more about. Ook kun je het artikel direct delen via twitter, facebook, delicious en email.

Zite lijkt erg op Flipboard dus ik ben benieuwd hoe vaak ik het zal gebruiken. Daarnaast vraag ik me af hoe lang het duurt voordat de app snapt dat ik in Nederland woon en dus ook artikelen over Nederland wil lezen.

De app is gratis te downloaden in de appstore.

Meer informatie: Zite

De iPad en de Galaxy Tab – deel 2

Vorige week mocht ik een iPad en een (Samsung) Galaxy Tab ophalen om te testen voor een van de nieuwe projecten rondom mobiel.

Nadat ik de iPad had uitgepakt en geïnstalleerd was het tijd voor de Galaxy Tab, ook wel SGT genoemd. Wat meteen opvalt is dat de SGT veel kleiner is dan de iPad en gemakkelijk in een hand gehouden kan worden. Overigens doet dit niets af aan het scherm, ook al is het kleiner, het is scherp en geeft een mooi beeld.
Daarnaast is de standby tijd van de SGT korter dan die van de iPad. Ik denk dat dit komt omdat de SGT in standby modus nog gewoon een telefoon is en de iPad in standby modus dat niet is. Dit is wel iets om rekening mee te houden.
Je kan de SGT ook zonder simkaart gebruiken, dan kan hij alleen op internet via wifi.

Om in de market van Android apps te kunnen downloaden heb je een gmail account nodig. Dit gmail account kun je dan ook gebruiken voor de mail en agenda functie. In het mailprogramma dat standaard op de SGT zit kun je je mail laten binnenkomen, het nadeel is dat dit POP/IMAP/ActiveSync gebruikt. Je kan dus beter de gmail-app gebruiken die er ook standaard op de SGT zit als je van plan bent het gmail account optimaal te benutten.

De apps die ik geinstalleerd heb zijn:

  • NU
  • Elsevier
  • Teletekst
  • NYTimes
  • Flickr Free
  • TED Talks
  • TED Mobile
  • Evernote
  • Thinking Space
  • NASA Images
  • Street view in Google Maps
  • Twitter
  • Coolfacts
  • Dictionary
  • Today in history
  • Bb Mobile Learn
  • Factbook
  • Advanced Task Killer

Vooral deze laatste app is handig omdat alle active apps in een keer worden gesloten (kan ook op automatisch ingesteld worden).

De SGT wordt al met een groot aantal apps geleverd. Ik heb nog niet alles ontdekt maar dat zal ik de komende tijd zeker doen. Ook het gebruik van de camera moet ik nog beter onderzoeken.
Dymphie heeft ook al een poosje een SGT en schrijft hierover op haar blog, zeker de moeite waard als je wilt weten hoe een informatiespecialist de SGT gebruikt.

Wat me tot nu toe is opgevallen is dat niet alle apps in de iTunesstore ook automatisch in de Android Market te vinden zijn, soms moet je dus op zoek naar een alternatief. Ik denk dat dit de komende tijd wel zal veranderen, zeker als Android een groter marktaandeel krijgt en het betalen in de Market niet langer via een creditcard hoeft (lees hiervoor dit voorbeeld of kijk hier).

In de volgende posts wil ik apps met elkaar gaan vergelijken. Ook wil ik de SGT en de iPad tijdens het werk gebruiken en deze door collega’s laten testen.

De iPad en de Galaxy Tab – deel 1

Vorige week mocht ik een iPad en een (Samsung) Galaxy Tab ophalen om te testen voor een van de nieuwe projecten rondom mobiel.

Als eerste haalde ik de iPad uit de doos en ben ik ongeveer een dag bezig geweest met apps downloaden en installeren. Nu heb ik al eerder een iPad mogen inrichten, deze staat op de balie van de bibliotheek. De apps had ik er op gezet met de pc die op het werk staat. Die apps zag ik nu niet terug toen ik thuis deze tweede iPad inrichtte. Ik dacht altijd dat je iTunes-account informatie opgeslagen was in de cloud maar ik kwam er achter dat ik de apps die ik op mijn werk heb gekocht pas op mijn nieuwe iPad kan zetten als ik die ook heb gesynchroniseerd met de pc op het werk.

De apps die ik al heb geïnstalleerd zijn:

  • Flickit
  • TED
  • NU
  • Telegraaf
  • Elsevier
  • Teletekst
  • Volkskrant
  • Parool
  • Bright
  • Life
  • Flipboard
  • NYTimes
  • Inkling
  • Evernote
  • Dropbox
  • MindMeister
  • SoundNote
  • 7th Guest
  • TU/e Library
  • Duke Mobile
  • LibAnywhere
  • DCPL
  • NASA
  • HistoryMaps
  • GoSkyWatchP
  • CoolFacts
  • Dictionary
  • On this day…
  • Discover
  • Foursquare
  • iTU Delft
  • Bb Mobile Learn

Sommige apps zijn speciaal voor de iPad gemaakt, anderen alleen nog maar voor de iPhone. Deze laatste worden verkleind op de iPad weergegeven waarna je de keuze hebt om deze 2x te vergroten. In sommige gevallen werkt dat prima maar soms wordt de beeldkwaliteit er niet beter op, zoals bij de app van de Telegraaf.

De apps van de Volkskrant en het Parool werken prima. Als je de app hebt geïnstalleerd kun je 10x gratis een krant downloaden. Hierna betaal je door de weeks voor een krant 0,79 euro en in het weekend 1,59 euro. Een jaarabonnement is 149 euro. De app is eigenlijk gewoon de krant. De extra’s zitten er in dat je een foto uit de krant kan delen als je eerst hiervan een screenshot hebt gemaakt. Een keer klikken op een artikel vergroot deze in een nieuwe pagina, twee keer snel klikken vergroot het artikel op dezelfde pagina. Ook is er een knop overzicht, hiermee verschijnt de inhoudsopgave en kun je snel naar een artikel dat je wilt lezen. De knop live news laat het laatste nieuws zien.

In het menu onderaan de pagina zie je de knoppen kopen, mijn kranten, mijn account en help. Ik heb al twee gratis kranten gedownload (je kan tot een week terug kranten kopen). Als ik ze wil verwijderen dan kan dat eenvoudig met de knop bovenin het scherm.

Gisteravond heb ik met de iPad op schoot op de bank een krant gelezen. Je moet hem op schoot houden als je geen hoes hebt die je neer kan zetten. De iPad kun je niet met een hand bedienen dus je hebt twee handen nodig om hem vast te houden en door de krant te bladeren. En om dat te doen vind ik de iPad te zwaar. Al na een paar minuten beginnen mijn spieren te protesteren. En dus lees ik vandaag de krant met de iPad voor me op tafel. Ik hoef hem dan niet vast te houden en heb aan een hand genoeg om te kunnen bladeren.

Maar even terug naar de app van de Volkskrant. Een mooie app die doet wat hij moet doen. Maar de krant blijft gewoon de krant, het is alleen een digitale versie van het papieren exemplaar. En eigenlijk is dat jammer, er kan zoveel meer dan dat maar ik geloof dat uitbreidingen van de app snel volgen als ik dit bericht lees.

Ook heb ik al snel even gekeken naar de Blackboard Mobile Learn app (ik had hiervan een demo gekregen tijdens Educause). Omdat ik niet veel courses volg blijft mijn lijst een beetje leeg en kan ik nog niet zoveel met de app. Maar voor onze studenten lijkt het mij een prima app.

De overige apps moet ik nog uitgebreid gaan testen en bekijken.
Maar eerst de Galaxy Tab installeren en ook daarover zal ik een post schrijven.

Update: 28 december 2010
In iTunes ben ik ingelogd met het bibliotheekaccount, maar ik heb ook met mijn privéaccount even aan de iPad gezeten (maar niets gedownload). In de store op de iPad zie ik dat er updates zijn voor bepaalde apps. Ik kan deze bijwerken maar moet dan inloggen met mijn privéaccount, terwijl ik – als ik kijk onder uitgelicht bij accountinformatie – ben ingelogd met het bibliotheekaccount. Ook onder instellingen ben ik ingelogd met mijn bibliotheekaccount. Raar. Foutje van Apple?

TUe Library app

Toen ik laatst bij de TU Eindhoven een presentatie mocht geven aan bibliotheekcollega’s kreeg ik al een voorproefje van hun iPhone app. Vanaf vandaag is deze in de iTunes Store te vinden.

Het beginscherm laat het zoekvenster zien waarmee je in de catalogus kunt zoeken. Je kunt zoeken op alle woorden, of verfijnen naar titel of auteur.

Na het invoeren van een zoekterm kom je in de resultatenlijst. En zie je direct of een full-text van een artikel aanwezig is of dat je het boek kan lenen.

Een record ziet er zo uit.

Je kan dan een reservering plaatsen of de full-text bekijken (alleen als je TUe wifi gebruikt).

Onder in de balk zie je een aantal knoppen staan, zoals resultaten, favorieten, bibliotheekinformatie en my info.

In het lijstje met favorieten zie je de publicaties terug die je op een eerder moment hebt willen bewaren.

Onder de knop bibliotheekinformatie vind je nieuws, locaties en contactinformatie terug.

Met in het nieuws de laatste berichten die de bibliotheek ook op de website heeft geplaatst.

De knop my info is zeker interessant. Hier vind je informatie over je leengegevens, de reserveringen die je hebt uit staan en hoeveel boete je nog moet betalen.

Je overzicht van leningen ziet er dan zo uit:

En als laatste dan nog de plattegrond van de campus. Met de locaties van de bibliotheken.

Een mooie, eenvoudige app die doet wat hij moet doen. Gemaakt door Nick Veenstra (die ook zo aardig was om alvast wat screenshots aan mij te mailen).

Uiteraard te downloaden in de appstore.

Apple seminar – Mobile Learning in Higher Education

Vanmorgen was ik in Amsterdam bij Apple om een seminar bij te wonen over mobile learning. In twee lezingen van een en dezelfde spreker werd ingegaan op het onderwerp. In de aankondiging stond het volgende:

Literacies: How Technologies Shape Teaching and Learning
Almost six centuries ago, when Gutenberg’s press first made printed information widely available, the world saw an explosion of creativity. Educational, political, and religious institutions were radically transformed as those who had once been excluded gained access and found new opportunities to participate. The resulting transformation unleashed the waves of invention that created the modern world. Unfortunately, some of that creativity has gone stale, and mechanisms have developed that once again leave many feeling alienated, disengaged, and overwhelmed… Yet a new generation of mobile technologies is emerging to reenergize the system. The first true digital books—books that are location-aware, media-rich, broadly-interlinked, and socially-connected—are just on the horizon, offering a new kind of access that could be just as disruptive and transformative as Gutenberg’s revolution. This presentation will explore the historical trajectory, describe some of the ways that books are metamorphosing, and consider the creative possibilities offered by the new age of information.

How to Envision (and Realize!) What’s Next for Your School
It’s often not really that difficult to develop a vision for using technology in education. However, getting faculty, technologists, administrators, and students to share that vision can be extraordinarily difficult. This problem is made worse by the fact that, in many cases, these groups simply don’t talk to one another, and the language they use about learning and technology is rarely the same. As you consider deploying or furthering new technology initiatives at your own institutions, it may be helpful to hear some of the ways one school worked to overcome the internal and external barriers as they developed a campus-wide mobility initiative based on the iPhone and iPod touch. This session will offer both a historical overview of Abilene Christian University’s Connected mobile initiative and will offer some practical steps for those wishing to develop a vision and realize it.

Nu heb ik vorig jaar tijdens Educause ook sprekers van Abilene Christian University gehoord en toen was ik erg onder de indruk van het project waarbij zij aan alle studenten iPhone’s en iPods uitdeelden.

Maar terug naar vandaag. Bill Rankin van ACU gaf vandaag twee presentaties. De eerste was een inleiding op ons tijdperk en hoe technologie daarin een rol speelt. Maar om over ons tijdperk te kunnen praten moeten we eerste kijken naar wat er in de geschiedenis heeft plaatsgevonden en wat de rol van technologie daarbinnen is geweest. Technologie is succesvol als het een probleem oplost, maar veelal wordt er tegelijkertijd een nieuwe cultuur ontwikkeld en worden er nieuwe problemen zichtbaar.
Rankin noemde als voorbeeld de technolgiecyclus (als ik goed heb van Marshall McLuhan):
innovating – building – solidifying – destabilising – innovating
Veelal bevinden opleidingen zich bij destabilising en studenten bij innovating.

Rankin neemt ons mee en legt uit welke gereedschappen wij hebben als het gaat om leren en hoe die de cultuur kunnen veranderen.

Het handen tijdperk

De middeleeuwen – is een tijdperk van handen. Handen maken informatie en degene die de informatie bezit geeft het met de hand over aan een ander. Locus (de plaats) is belangrijk.

Rankin geeft het voorbeeld van de scroll versus de codex, waarom heeft deze overgang eigenlijk plaatsgevonden? Dit was met name omdat de scroll een lineair product is. Een codex of een boek is een technologie waar je random toegang tot hebt. Daarnaast vereist een scroll een tafel, het is dus een device die om een bepaalde situatie vraagt. Een boek daarentegen is portable. En als je er goed over nadenkt dus een mobiel device. In de 3e eeuw was er vraag naar informatie die niet plaatsgebonden was. Mensen wilden informatie daar waar zij waren. En dus werd er technologie ontwikkeld die dat mogelijk maakte, het boek.
De afbeeldingen in een boek zijn, als je er verder over nadenkt, eigenlijk multimedia. Het voorbeeld dat wordt getoond is een afbeelding in een boek van datzelfde boek, een soort augmented reality, meent Rankins.
Het primaire doel van docenten is om anderen iets te leren. Als ik van mensen iets wil leren in dit tijdperk moet ik bij die mensen in de buurt zijn of de mogelijkheid hebben om te reizen. Een boek is iets wat je niet bij je hebt, je moet naar mensen toegaan die boeken bezitten. In dit tijdperk kunnen weinig mensen produceren en consumeren. Veel mensen kunnen niet participeren. Er worden dus veel mensen overgeslagen als het gaat om onderwijs en toegang tot informatie.
Het model van universiteiten in die tijd was een model van leerlingen die bij een docent wonen. De waardevolle context, het van hand naar hand overgaan van informatie is heel dichtbij. De relatie docent – student is heel hecht. De docent is een guide. Je herhaalt dingen totdat je het snapt. Als het niet goed gaat doe je het opnieuw. Niet iedereen leert hetzelfde en niet iedereen is even snel, maar dat is geen probleem.

Het zoeken naar informatie tijdperk

Het probleem is de toegang tot informatie die beperkt is. Gutenberg lost dit probleem op met de boekdrukkunst. Het geprinte boek is een gemechaniseerd en gestandaardiseerd iets. Je kan bibliotheken van boeken bouwen. Tot die tijd hadden bibliotheken misschien 100 boeken in de collectie. Nu kan de bibliotheek groeien.

En dit zorgt meteen voor een nieuw probleem. Als er zoveel informatie voorhanden is, hoe weet ik dan waar die informatie te vinden is. En dus wordt er iets ontwikkelt dat mij helpt bij het zoeken van informatie, het classificatiesysteem. In de tijd van de kaartenbak moest je eerst de onderwerpscode van een onderwerp zien te achterhalen, daarna ging je zoeken in de kaartenbak, vervolgens liep je naar de kast en vond je een boek. Nog steeds had je de informatie niet te pakken. Die vond je pas als je de juiste pagina had gevonden.

Rankin legt uit. In deze tijd zijn docenten primair de toegangverschaffers tot informatie, met de student als ontvanger. Er wordt in deze tijd veel aandacht besteed aan classificatie en catalogiseren. Als je niet weet hoe het werkt dan ben je nergens. In deze tijd is er ook veel aandacht voor het uit je hoofd leren van data, alleen al omdat je op deze manier sneller informatie kan vinden omdat het context geeft. Repetitie is het eerste dat je doet, de analyse komt daarna. Omdat iedereen hetzelfde boek gebruikt kan een docent zeggen, sla open op pagina 37. Iedereen is gelijk. En daarmee komt ook het besef dat mensen gelijk zijn en dus standaardiseerbaar zijn.

Niet langer speelt de locus een rol maar de nexus. Informatie kan naar mij toekomen vanuit verschillende plaatsen. Veel mensen kunnen participeren en nog meer kunnen creëren maar nog steeds vallen mensen buiten de boot dankzij het nieuwe probleem, het vinden van informatie.

Het tijdperk van de data

En dan komen we in het derde tijdperk. Het tijdperk van de data. In deze tijd worden studenten gezien als machines (Pink Floyd the Wall laten studenten al zien als gestandaardiseerd product). Zo veel mogelijk studenten moeten door een studie gejaagd worden alsof zij allemaal op dezelfde manier studeren en kennis tot zich nemen. Is dit wat wij willen? Marshall McLuhan schrijft dat sommige dingen opvallen terwijl andere dingen naar de achtergrond verdwijnen. Elke nieuwe technologie legt een focus op iets, maar dingen die ook belangrijk zijn verdwijnen naar de achtergrond. Elk medium heeft hiermee zijn eigen ondergang in zich. Zodra het medium omvalt komen nieuwe problemen naar voren. De nieuwe media in dit tijdperk is data. Als je op Google bijvoorbeeld zoekt naar educational technologie krijg je in 0,2 seconden 64 miljoen hits. Dit is teveel informatie, meer dan mensen in hun gehele carrière in zich op kunnen nemen. Je verliest in dit tijdperk minder mensen, maar de wereld wordt er niet minder gecompliceerd op. Het is niet de locus of de nexus die hier belangrijk is maar de matrix. Het probleem in de film is dat je niet weet wat echt is en hetzelfde geldt voor informatie. Als je googled hoe weet je dan wat waar is en wat niet, welke informatie kun je vertrouwen? Dit probleem wordt alleen nog maar groter aangezien de snelheid waarmee informatie wordt toegevoegd toeneemt. Hoe leef je in een wereld die bol staat van de informatie en hoe zorg je ervoor dat je niet in een informatiecrisis belandt?
Als je als docent informatie geeft aan studenten is dat dan handig of maak je het probleem alleen nog maar groter?

Het onderwijs ziet er als volgt uit. Docenten werken met studenten, zij doen het voor en de student doet het na, de content wordt door de docent in de klas gemaakt, de docent geeft de context aan, studenten oefenen net zo lang totdat zij de stof begrijpen. Dit komt overeen met hoe er onderwijs gegeven werd in het eerste tijdperk dat Rankin heeft besproken.

Rankin wil in zijn onderwijs een onderzoekslaboratorium opzetten. Hij wil leren buiten het leslokaal en de iPhone en iPod spelen hierbij een belangrijke rol. Problemen die wij nu hebben is dat wij de connectie van dingen niet zien, Rankin geeft het klimaatprobleem als voorbeeld. Is dat een technologisch, economisch, esthetisch of cultureel probleem? Of is het het allemaal? Hoe krijgen wij die interconnectiviteit weer terug.

Dit tijdperk draait om de survival of the most connected.

Voor docenten heeft mobiel leren het voordeel dat zij niet in het klaslokaal hoeven te blijven. Zij kunnen context geven op een andere manier:

  • real world knowledge
  • service and field based learning
  • challenge based learning
  • hybrid courses emphasizing on site, online and in-class components
  • flexible teaching based on just-in-time student response

Als docent moet je de echte wereld opzoeken, deze niet simuleren, maar gebruiken om problemen op te lossen.

Voor de community heeft deze manier van onderwijs het voordeel dat alle informatie wordt gedeeld, studenten doen echte dingen voor hun omgeving (real world community services).

Rankin doet hier ook echt iets mee. Hij laat studenten informatie meenemen waaromheen hij een les bouwt. Hij bereid niets voor, laat het afhangen van waar studenten mee komen. Hij heeft hierdoor meer tijd om een persoonlijke relatie met zijn studenten op te bouwen. Studenten helpen lesmateriaal maken dus moeten zij het ook beoordelen. Docent en studenten samen maken er iets betekenisvols van. Rankin wilde dit eerst doen met drie groepen uit zijn klas, maar de gehele klas wilde meehelpen. Zij komen zelfs samen terwijl hij er niet bij is. Hij volgt ze dan via een blog en met andere online tools.

De tweede presentatie van Rankin ging voornamelijk over het iPhone/iPod project. Inmiddels hebben alle studenten een device en wordt het veel gebruikt. Zelf hebben zij apps hiervoor gemaakt waar de broncode van te downloaden is. Wat zeker helpt is als oude technologie overboord wordt gegooid, bijvoorbeeld de toegang tot vaste telefoonaansluitingen. Als je collega’s dus verplicht om de nieuwe technologie te gebruiken. Wat ook helpt is om het een experiment te noemen, dan mag je falen, dan mag je fouten maken en hoeft niet iedereen meteen mee te doen. Op een gegeven moment is de peer presure zo groot dat iedereen wel mee wil doen. Begin met de voorlopers die graag willen uitproberen.

Rankin geeft een lijstje van wat nodig is voor succes:

  • ubiquity of devices
  • killing old technologies and inititives
  • redesign of facilities for mobility and collaboration
  • infrastructure to support creation and participation
  • infrastructure for all-the-time everywhere learning
  • bulletproof, pervasive, high-bandwidth networking
  • extension of services and reach beyond campus

Sommige docenten gebruiken nog steeds papieren boeken in het onderwijs maar dat is omdat hiervoor geen goed digitaal alternatief is. Anderen gebruiken alleen YouTube als lesmateriaal.

Rankin heeft vanmorgen in zijn twee presentaties een helder verhaal neergezet waarvan ik hoop dat ik het goed verwoord heb. Meer informatie over het project is te vinden op de website van ACU. Het was zeker de moeite waard om naar Amsterdam af te reizen.

Een puntje van kritiek, niet voor Rankin, maar voor Apple. Het is niet handig als je moet wachten op een groepje voor je naar boven wordt begeleid. Zeker niet als er maar 20 minuten pauze is en je daarvan 10 minuten in de lobby zit te wachten. Die tijd had ik liever besteed aan nieuwe mensen leren kennen en napraten over de eerste sessie van Rankin.

Mobiel in de bibliotheek

Vorig jaar schreef ik voor Digitale Bibliotheek twee artikelen over mobiel in de bibliotheek. Het eerste was naar aanleiding van een interview met Joost Ligtvoet van Biggerworks die ik had horen spreken tijdens de CWIS bijeenkomst over mobiel.

Op de mobiele toer – de uitdaging ligt in serviceverlening

Joost en ik bespraken toen de mogelijkheden om een discussie te hebben met mensen uit de bibliotheek over dit onderwerp. Voor hem zou dat input geven voor de ontwikkeling van nieuwe apps, voor de bibliotheekmensen zou het een interessant platform kunnen zijn om ideeën te ventileren. Digitale Bibliotheek dacht op dat moment net  na over de organisatie van een Digicafe en het onderwerp mobiel mocht als eerste.

Mobiel in de Bieb – discussieren in het Digicafe

Inmiddels zijn we een jaar verder en ik weet dat er in bibliotheekland wordt nagedacht over mobiele apps voor de bibliotheek. De TU Delft heeft laatst een iPhone-app gelanceerd en de bibliotheek heeft daar een plaatsje in gekregen. Maar er kan zoveel meer. Er werd tijdens het Digicafe ook gesproken over samenwerking….. maar dat is volgens mij nog niet opgepakt door de NVB, VOB, of een andere brancheorganisatie. Misschien dat wij tijdens het UGame – ULearn symposium een stapje verder kunnen komen met zijn allen. Dus wil je over dit onderwerp praten, geef dan even een seintje, dan faciliteren wij een plek. Ook zijn wij nog op zoek naar bedrijven die mobiele apps ontwikkelen, maar met The Mobile Convention in Amsterdam op dezelfde dag is dat nog lastig, wij doen in ieder geval ons uiterste best om een aantal partijen op de Beursvloer te krijgen. En daarvoor geldt ook, ken je bedrijven die zich willen presenteren op 1 april, geef het dan even door.

Afbeelding: DB Digicafe van DOK Delft (nu heb ik niet de gewoonte om een all rights reserved foto te gebruiken op mijn blog maar aangezien ik er zelf opsta denk ik dat het wel mag. Zo nee, dan hoor ik het vast wel van DOK Delft :))