TU Delft gaat mobiel

Afgelopen dinsdag was het eindelijk zover, de lancering van de TU Delft op iTunesU en de iPhone app.

One More Thing maakte een video-impressie van de lancering van iTunesU.

One More Thing #178 from One More Thing on Vimeo.

Ik was, samen met Willem, betrokken bij de iPhone app. Maanden geleden spraken wij al met de mensen van Blackboard Mobile in Denver en laatst was Kayvon ook in Nederland om iets over de app te vertellen. Van de weekend kwam de app in de iTunes Store en ik heb hem natuurlijk direct gedownload.

Je kan een aantal dingen met deze app.

Zo staan de events er in, gerangschikt op verschillende categorieen als cultuur, debat, sport en feest.

Als je op alle evenementen kijkt dan zie je dat er vandaag een promotie is en een massage.

Als je op maps klikt krijg je de kaart van de campus met de gebouwen met de gebouwnummers. In de nieuwe bewegwijzering die binnenkort op de campus wordt geplaatst en waarvan je nu al een voorproefje kan zien in de bibliotheek worden deze gebouwnummers ook gebruikt. Het gebouw met de rare vorm is de bibliotheek.

Video’s gaat naar het YouTube kanaal van de TU Delft. Hier vind je onder andere een filmpje over hoe je iTunesU moet gebruiken.

Het nieuws is ook gecatagoriseerd en bevat zowel Engels- als Nederlandstalige nieuwsberichten.

Uitermate content ben ik natuurlijk met de catalogusknop. Uit de enquete – ingevuld door ongeveer 2300 studenten – kwam de catalogus van de bibliotheek hoger uit dan het nieuws. Altijd fijn om zoiets te horen.

Zoals je ziet zijn de afbeeldingen van de boeken nog niet te zien in deze versie van de app maar daar wordt aan gewerkt.

Eigenlijk laat de app precies genoeg informatie over een boek zien. Wie is de auteur, uitgever en is het boek beschikbaar of niet. En zo ja, waar staat het boek dan.

Natuurlijk zou je willen dat een gebruiker vanaf hier ook het boek kan reserveren. En dat hij met de app zijn boeken kan verlengen, misschien ook boetes betalen. Ideeen zijn er genoeg, ze moeten alleen nog even uitgevoerd worden. De eerste release is er en er zullen er zeker vele volgen.

De lancering heeft in de pers de nodige aandacht gekregen. Zo schreef de Volkskrant er al over, maar ook de iPhoneclub en Mobielbieuwsnet pakten het nieuws op. En natuurlijk schreef Willem ook een aantal posts op zijn blog.

Op m.tudelft.nl vind je de komende tijd meer informatie over de app. De (gratis) app downloaden ga dan hier naartoe.

Iphone app voor TU Delft

Afgelopen woensdag was ik bij de presentatie van mTU Delft, de nieuwe mobiele applicatie van de TU Delft. Geïnitieerd door Willem van Valkenburg omdat Kayvon Beykour, de oprichter van TerriblyClever in Nederland was. De TU Delft heeft in november 2009 contract gesloten voor het platform Blackboard Mobile. De applicaties die ontwikkeld zijn komen oorspronkelijk van het bedrijf TerriblyClever, dat bestaat uit een aantal studenten van Stanford, wat vorig jaar is overgenomen door Blackboard.

Willem opende een filmpje over de ontwikkeling van mobiele telefonie van de afgelopen 25 jaar.

Leuk om te zien welke telefoons ik zelf ook allemaal heb gehad en soms wel en soms niet lang heb gebruikt. In het begin nam ik namelijk altijd een jaarcontract en had ik dus elk jaar een nieuwe mobiele telefoon. De laatste tijd doe ik langer met mijn telefoons, ook omdat de aanbieders niet meer zo stunten met gratis toestellen. Wel jammer. Ik vond het altijd wel leuk om een nieuw toestel in te richten en te ontdekken hoe hij werkt. En als het niet beviel hoefde ik hem maar een jaar te gebruiken.

Na Willem nam Kayvon het over. Ik had Kayvon afgelopen jaar al in Denver tijdens Educause gesproken maar wat hij toen vertelde moest ik voor me houden. Ik heb toen erg interessante dingen gezien die vast in de komende tijd voor het grote publiek toegankelijk worden. De app die hij heeft ontwikkeld is niet alleen voor de iPhone maar ook voor de Blackberry beschikbaar. De reden om de app te ontwikkelen was omdat Kayvon zag dat op de campus van Stanford, waar hij studeerde, studenten vaak met hun mobiel in hun handen liepen. Zij waren dan aan het internetten of aan het bellen of sms-en, maar hadden geen interactie met de universiteit. Toen de mogelijkheid zich aanbood heeft hij samen met een paar andere studenten een app ontwikkeld die die interactie met de universiteit wel mogelijk maakt. En in oktober 2008 was de eerste release van de Stanford app een feit (gratis en te vinden in de iTunes appstore). Al snel volgden andere universiteiten waaronder Duke.

Maar hoe zorg je er nu voor dat het grote publiek weet dat de app bestaat? Hiervoor maakten zij een tweetal filmpjes:

iStanford Commercial – Stanford iPhone Apps from Kayvon Beykpour on Vimeo.

iStanford Commercial, Version 2.0 from Kayvon Beykpour on Vimeo.

Inmiddels is de iStanford app 60.000 keer gedownload terwijl er maar 12.000 studenten op de universiteit rondlopen. Dus wie gebruikt de app nog meer? Kayvon denkt aan Alumni en aan studenten die zich nog niet hebben ingeschreven bij de universiteit maar hier wel willen gaan studeren. Maar ook toeristen (gebruiken de plattegrond), ouders en omwonenden gebruiken de app vermoed Kayvon.

Als laatste presenteerde Willem de resultaten van een enquête die in december is gehouden onder de studenten van de TU Delft. Wij waren erg tevreden over de respons van ruim 2300 in een week tijd. Wat ik ook interessant vond om te zien dat de catalogus van de bibliotheek meer gewenst is dan het nieuws.

In de eerste release, die snel zal komen, zitten de volgende onderdelen:

  • evenementen
  • video’s (YouTube kanaal van de TU Delft)
  • nieuws (onder andere TU nieuws, Delta, OCW en ICT onderhoud)
  • Discover (catalogus van de bibliotheek)
  • plattegrond campus

De iPhone app is dus zo goed als af maar moet nog in de app-store worden opgenomen en dat duurt een aantal weken. Zodra hij er is zal ik dat hier natuurlijk melden.

Kijken naar vroeger en straks

Vorige week stond in het AD een artikel over een nieuwe dienst van het Nederlands Architectuur Instituut, SARA genaamd. Met behulp van augmented reality is het binnenkort mogelijk om met een mobiele telefoon te kijken naar wat was en wat nog moet komen. Loop je in Rotterdam over de markt, richt je mobiele telefoon op de bouwplaats en kijk naar de nieuwe markthal die pas over een aantal jaren klaar is. Of wil je weten hoe het vroeger was in de buurt van de Laurenskerk, ook geen probleem. Het NAI wil met deze app (voor iPhone en Android) de Google van de Nederlandse architectuur worden.

Op de website van het NAI iets meer informatie, zoals dit filmpje:

En deze uitleg:

SARA is vanaf december beschikbaar binnen Layar. Vanaf februari 2010 is de applicatie zelfstandig te downloaden via de Android Market en App store van Apple. In de eerst versie zal heel Rotterdam via Augmented reality ontsloten zijn, in oktober de vijf grote steden. In de komende jaren zal SARA verder uitgebreid worden met meer steden en meer objecten. Daarnaast kunnen gebruikers zelf objecten aan SARA toevoegen, bijvoorbeeld hun eigen huis of ander bijzonder gebouw. Dit is gratis en werkt als Wikipedia: gebruikers voegen content toe en werken zo mee aan de uitbreiding van de database. Gebruikers kunnen elkaar ook corrigeren.

Op mijn nog te downloaden app-wensenlijstje zetten want dit is wel heel bijzonder.

Auteurs lezen voor (iPhone app)

lezenapp

Wie wil dat nu niet, voorgelezen worden? En dan ook nog vanaf je iPhone, geweldig toch. Op de website van zehnSeiten (Duits voor 10 pagina’s) lezen auteurs 10 pagina’s voor uit hun nieuwste werk. Geen fancy filmpjes, maar strak en simpel. Zwart-wit opnamen van de auteur zittend achter een tafel. De video’s zijn verschillend in lengte, van 10 tot 30 minuten. Elke week worden er nieuwe filmpjes online gezet.

lezenapp2

Ik denk niet dat het nodig is om te vragen, maar doe het toch. Kan dit in Nederland ook?

Met dank aan: Springwise

De bibliotheek als werkplaats

Werk is veranderd, het is niet de plaats waar we naartoe gaan maar het ding wat we doen. En met het mobiele tijdperk kan het overal en altijd. Neem nou deze handige, op augmented reality gebaseerde, app voor de iPhone 3GS, nog niet in de appstore maar snel wel. En kijk eens in het filmpje wat zij als voorbeeld geven… juist ja DE BIBLIOTHEEK!! Ik vind het geweldig.

Met dank aan: Springwise

Het mobiele verschil

De laatste tijd kijk ik met zeer veel interesse naar de ontwikkelingen op het mobiele vlak. En dan met name de ontwikkelingen in de bibliotheekwereld. Vandaar dat ik laatst ook bij de CWIS dag was met de mobiel als thema. Direct valt dan ook het nieuwe onderzoek van PEW op met als titel The Mobile Difference (pdf). En ook al is dit een Amerikaans onderzoek. Wij kunnen hier van leren.

Kijk maar eens rond in een broodjeszaak, een station, een vliegveld of een bibliotheek. Als je dit doet dat zie je waarschijnlijk een aantal laptops waar op gewerkt wordt maar vooral ook mobiele telefoon waar mensen van alles mee aan het doen zijn. Met veel gemak wordt informatie uitgewisseld via wireless netwerken. Maar niet iedereen houdt van het altijd maar online aanwezig zijn. En toch, is het mogelijk dat met het gemakkelijker toegankelijk worden van internet op de mobiel ook zij overstag gaan?

PEW verdeelde de groep ondervraagden in verschillende subgroepen. Erg origineel zijn zij met de keuze voor de namen van de subgroepen. Kijk maar hieronder in de twee schema’s.

typology-summary-1

typology-summary-2

Ik ben er nog niet uit tot welke subgroep ik zou behoren als ik ondervraagd was, maar ik denk dat ik in de buurt zou komen van de Digital Collaborators. De groepen in het eerste schema staan gelijk aan 39% van de volwassen Amerikanen. PEW noemt deze groep de Motivated by Mobility. De andere groep (61%) noemen zij de Stationary Media Majority. Uiteraard zitten in de eerste groep de mensen die echt houden van hun mobiel en geen dag zonder kunnen. In de tweede groep is dat gevoel er wellicht ook maar lang niet bij iedereen. In deze groep zitten namelijk ook de mensen die geen mobiele telefoon gebruiken.

Nu is het zo dat PEW dit onderzoek al eerder heeft uitgevoerd en dus vergelijkingen kan geven van de resultaten van toen en die van nu.

Cell phones: In 2006, 73% of adults had a cell phone, a number that grew to 79% in 2007.
Broadband at home: In 2006, 44% adults had a high-speed connection at home, a number that increased to 56% in 2007.
Laptop computers: 31% of adults had a laptop in 2006, and 36% had one by the end of 2007.
MP3 players: 19% of adults had an MP3 player or iPod in 2006 and 26% had one in 2007.

Naast de vergelijking met eerder jaren gaat PEW erg diep in op de groepen. Vertellen zij over wie zij zijn (demografisch gezien), welk gedrag zij vertonen, welke wensen zij hebben en wat hun houding is ten opzichte van mobiele telefoons en internet. PEW laat zien dat sommige groepen de verhouding met digitale bronnen zal verdiepen, maar dat er ook een grote groep is die afwacht. En dit heeft consequenties.

Mobile access to the internet constitutes an inflection point in technology adoption.
The bar of what qualifies sophisticated tech behavior has changed.
The cost of not having little or no access rises in a multiplatform world.
Mobile access creates demand for capacity on wireless and wireline networks.
Heavy use of ICTs is mainly a young person’s game, but older Americans are minority members in good standing of even some of the most ardent tech groups.

Zoals ik al zei, het onderzoek is Amerikaans. Maar op zich is dat niet erg. Ik denk namelijk dat Nederland redelijk vergelijkbaar is met Amerika in deze. Misschien dat de aantallen en percentages verschillen. Dus mocht je interesse hebben in gebruik van mobiel internet dan is dit onderzoek zeker een aanrader. Als uitgangspunt, om de verschillende groepen beter te begrijpen en om jouw diensten beter op de verschillende groepen aan te kunnen passen.

Met dank aan: Stephen’s Lighthouse

Gebruikt beeldmateriaal is afkomstig van Flickr – mobile phone van Milica Sekulic