SURFacademy: Onderwijsruimtes bepalen de didactiek: Next Generation Classroom

Vandaag was ik al blogger aanwezig bij het seminar Onderwijsruimtes bepalen de didactiek: Next Generation Classroom. Een volle Wim Crouwelzaal werd toegesproken door Piet van der Zanden (TU Delft) en Marij Veugelers (UvA). Vandaag ging het niet om het informele leren in studie landschappen maar om het formele leren: docent-student interactie in fysieke ruimtes. Piet vertelde ons over de zaal waar we zaten, een bijzondere ruimte die sinds vorig jaar december operationeel is. Het is een proefzaal die elke onderwijsactiviteit aan kan en dus ook elke werkvorm kan faciliteren. Al deze keuze zijn leuk voor het onderwijs, maar maken het voor de docent wel lastig. Hij/zij moet tenslotte wel alle techniek kunnen bedienen. De ruimte moet uitnodigen om onderwijs anders te beleven en docenten moeten anders onderwijs gaan geven. Piet is heel blij met de zaal en signaleert, samen met Marij, dat er in Nederland veel wordt gesproken en gedacht over het vernieuwen van onderwijszalen maar dat er maar weinig wordt uitgevoerd of geëxperimenteerd.

pietenmarij

Tijd voor een seminar dus. Om elkaar te leren kennen, van elkaar te leren en misschien samen op te trekken. In de zaal zijn ongeveer 12 vertegenwoordigers uit het onderwijs aanwezig, 18 vanuit de technische hoek en 14 facilitaire mensen. Een aantal van deze mensen heeft al wel iets gecreerd, zoals het Living Lab op de campus Den Haag en de Erasmus Universiteit die 222 zalen aan het inrichten is.

Na deze inleiding gaat Piet in een sneltreinvaart door zijn presentatie heen. Van eliteonderwijs, via de onderwijsfabriek naar co-creatie.

infographicpiet

Een mooie infographic van zijn verhaal zat in de map met presentaties. Kern van het verhaal van Piet is waarom je een flexibele onderwijszaal moet willen. Door massificatie wordt de studentpopulatie steeds groter waardoor je zou verwachten dat er steeds grotere collegezalen nodig zijn. Toch zie je aan de andere kant steeds meer toegepaste opleidingen die met kleine groepjes studenten willen werken en waarbij de studenten steeds meer samenwerkingsopdrachten moeten doen. Een voorbeeld daarvan zijn de Delftse DreamTeams waarbij studenten van verschillende opleidingen samenwerken aan een project. De behoefte aan andere onderwijsruimten wordt op deze manier gecreerd. Piet verteld ons dat er in Delft een trend waar te nemen is waarbij studenten steeds meer op zoek zijn naar samenwerkplekken of studieplekken op de campus. Dat is de reden waarvoor de studenten naar de campus komen.

En wat doe je dan? Richt je bestaande onderwijsruimten opnieuw in of besluit je tot nieuwbouw? Wat je ook kiest er zijn 3 uitgangspunten die belangrijk zijn bij de flexibilisering van onderwijsruimten.

  • maak het meubilair verplaatsbaar of convertibel
  • maak de doceeromgeving multifunctioneel
  • koppel de zaal virtueel

Op deze manier ontstaan er, volgens Piet, mogelijkheden voor werkvormen die daarvoor nog niet mogelijk waren. Let hierbij wel op hoe het beheer en de support van de systemen geregeld is en hoe de begeleiding van docenten wordt opgepakt. In de Wim Crouwelzaal zijn 2 soorten stoelen en tafels gebruikt. Er wordt gekeken welke stoel en tafel het beste werkt. De onderzoeksvragen wordt vanaf het komende studiejaar beschreven en onderzocht. Piet laat ons weten dat doordat er meerdere werkvormen in deze zaal toe te passen zijn de zaal ook beter wordt benut.

pietlegtuit

Het laatste gedeelte van zijn presentatie gebruikt Piet om ons de werking van de zaal en de schermen te laten zien. Twee grote schermen, een smartboard in het midden. Een groot scherm is in 4 vlakken te delen. Er hangen camera’s in de zaal. Veel is mogelijk.

Marij neemt het van Piet over. Zij vertelt over de onderwijszaal van de toekomst bij de Universiteit van Amsterdam. In Amsterdam lag er de vraag vanuit het bureau onderwijslogistiek voor een proeftuin, een labzaal, een plek om te experimenteren. Waar ze meer zicht op wilden krijgen waren de eisen en wensen voor de onderwijsruimten van de toekomst. En door het creeeren van een ruimte werden de antwoorden op die vragen gegeven. In 2009 begon Marij met een eerste idee en werden er algemene verkenningen gedaan, zoals literatuuronderzoek, werkbezoeken en een workshop. In 2011 was het plan klaar en is er verbouwd.

amsterdam

Gelukkig was er een ruimte beschikbaar, inclusief de hal om die ruimte heen.

hal

(bovenstaande foto’s zijn van Marij Veugelers)

Wensen voor de ruimte werden uit workshops duidelijk. Zo was er bijvoorbeeld behoefte aan een centraal punt voor de docent, een flexibele inrichting, een open sfeer, gebruik van kleur en was het fijn als er een thuisgevoel gecreëerd kon worden. In de ruimte zitten maximaal 30 studenten aan eigen tafels die in een groepje zijn opgesteld. Per groep hebben zij een scherm. De docent heeft een eigen tafel en scherm. Er kunnen gordijnen dichtgetrokken worden als studenten zich willen afsluiten om geconcentreerd te werken. Je kan de ruimte reserveren voor 2 tot 3 uur per keer. In de ruimte mag niet gegeten of gedronken worden, dit wordt gedaan in de gang. Hier zijn ook loungeplekken te vinden en kunnen studenten elkaar informeel ontmoeten en met elkaar samenwerken.

Na deze twee presentaties kreeg de groep een opdracht. Stoelen werden omgedraaid en in groepjes van 4 werd er een antwoord gezocht op de vraag: hoe ziet de onderwijszaal van de toekomst er uit.

groepswerk

Ik heb even rondgelopen en leuke dingen gehoord. De flipovervellen waarop werd getekend en geschreven hingen aan het einde van de middag op de muur zodat iedereen even kon kijken. Na de opdracht kwamen twee groepen studenten van de faculteit Industrieel Ontwerp een presentatie geven over een onderzoek en productontwikkeling die gebaseerd was op het gebruik van de Crouwelzaal. Omdat zij aanstaande dinsdag dit product moeten presenteren aan de docent kan ik er hier niets over vertellen. Ik mocht ook geen foto’s maken.

De laatste presentatie van vandaag was van Gert van Ginkel van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Hij had een prezi gemaakt die waarschijnlijk binnenkort beschikbaar komt. Als dat zo is, dan zal ik hem in deze post embedden. Gert vertelde dat er 222 zalen worden gecreerd die allemaal uitgerust worden met glasvezel, AVB-netwerk en een apart netwerk voor control. Ze zijn begonnen in het C-gebouw (de namen op de campus van de EUR hebben allemaal een letter). In dit C-gebouw is nu een technische ruimte aanwezig van waaruit alle ruimtes op de campus worden bedient. Gert laat zien hoe de infrastructuur voor ICT en AV is aangelegd. Een interessant verhaal wat wat lastiger is om na te vertellen.

Na de presentatie van Gert gingen we nog een keer in groepjes samenwerken. Dit keer moesten we een onderbouwing schrijven waarom instellingen hun onderwijszalen moeten vernieuwen en hierbij een stappenplan bij maken.

opdrachten

De dag afsluitend concludeerden Piet en Marij samen met de mensen in de zaal een aantal dingen:

  • bepaald de onderwijsruimte de didactiek? Uit de zaal komt het commentaar dat de praktijk anders uitwijst, een hele dag kijken wij naar presentaties die frontaal aan ons gepresenteerd worden, als dit maatgevend is, moet je dan ruimtes wel inrichten met al die toeters en bellen? Piet geeft als antwoord dat je niet alle zo moet inrichten als de zaal waar wij vandaag zitten. Hoorcolleges doen het al heel lang en zullen het nog heel lang blijven doen. Wel moet je nadenken over zo efficient mogelijk gebruik maken van de ruimte en dat is in deze zaal goed gelukt. 
  • uit de zaal komt de opmerking dat we het vandaag niet gehad hebben over docentprofessionalisering. Nu is er vandaag over meer dingen niet gesproken, zoals techniek, andere vormen van didactiek. Wellicht is een tweede bijeenkomst in het najaar een goed idee. Er zijn een aantal mensen in de zaal die dit op gaan pakken.
  • een classroom is een gebied en niet een ruimte
  • je hebt lef en durf nodig om te experimenteren
  • begin met kleine stappen en een klein budget
  • de classroom van de toekomst bestaat niet, er zijn teveel variabelen om 1 lijn te trekken
  • er is behoefte om kennis rond dit onderwerp te delen. Hoe gaan we dat doen, wordt het een surfspace, een linkedingroep – hier kwam nog geen antwoord op
  • er is behoefte aan een richtlijnendocument – we hebben al veel kennis in huis rondom systemen en inrichtingen, kunnen we dit ergens delen

 

waar wil jij dat ik over blog tijdens de Onderwijsdagen

Elk jaar, zo ongeveer in oktober, begint de discussie in mijn hoofd. Ga ik wel of niet naar de SURF Onderwijsdagen  Belangrijkste vraag is natuurlijk wat ga ik er doen? Ga ik iedereen weer ontmoeten, zijn er interessante sessies die ik echt niet kan missen. Maar dit jaar speelde er nog meer. De Onderwijsdagen zijn dit jaar niet in Utrecht maar in Rotterdam. Voor mij een thuiswedstrijd. Maar dat alleen is niet voldoende reden om mij ook echt in te schrijven. Het programma dan. De laatste tijd houd ik me steeds minder met onderwijsdingen bezig. Ik heb wel wat aan mobiel gedaan dit jaar, maar dat was het dan ook wel. Geen grassroots begeleid, geen learning centre ingericht. Maar wel bezig geweest met sociale innovatie en het nieuwe werken. Nieuwe thema’s die misschien in de verte ook wel iets met onderwijs te maken hebben, maar dan moet ik wel even zoeken naar de connectie. Met nog wel een belangrijkere vraag, vind ik die connectie op de Onderwijsdagen. Ik zag het niet voor me en dus besloot ik om niet naar de Onderwijsdagen te gaan.

Punt.

Niet dus. De discussie in mijn hoofd werd weer geopend toen ik werd gevraagd om tijdens de Onderwijsdagen te komen bloggen. En deze discussie was nog lastiger dan enkel de vraag ga je wel of niet. Want schrijven over sessies, sfeerimpressies geven, zelfs een introblogpost werd gevraagd. Kun je het maken om te gaan bloggen als je al hebt besloten om niet te gaan. Het programma werd nog een keer kritisch bekeken. Er werd over en weer gemaild met SURF. De punt werd een komma. Ik ga naar de Onderwijsdagen. Op woensdag.

En dan de volgende vraag. Naar welke sessie ga je? En dat wil ik graag aan jou overlaten. Vind jij dat ik een bepaalde sessie echt moet volgen en er over moet schrijven, vertel het me in de comments. Ik beloof aan jou een eerlijk verslag terug. Het kan dan dus voorkomen dat ik ergens naar toe ga waar ik zelf niet voor zou kiezen. Dat geeft niet, ik laat me graag verrassen.

(Dit jaar wordt er ook volop geblogd tijdens de Onderwijsdagen, lees de bijdragen van Frank, Raymond, Willem, Wilfred, Joel, Erwin, Pierre, Karin en mijzelf op het Onderwijsdagenblog)

learning in context workshop

De afgelopen twee dagen was ik, samen met collega Willem, in Brussel voor Learning in Context Workshop. De organisatie van de workshop was in handen van (Open Universiteit) Centre of Learning Sciences and Technologies CELSTEC &  Network of Excellence STELLAR.

In this workshop current innovative practices on the use of mobile learning and research from the domain of Technology Enhanced Learning will be joint.  Contextualized learning will be addressed from different angles, including

  • case-studies from industry, Higher Education and Secondary Education
  • Current and future Research issues, and
  • Visions for the future of applying mobile learning in education and training.

In the 2-day event in Brussels a small group of experts has been invited to work with educational professionals from industry, formal education and CPD who have some experience in the application of Mobile Learning.

Vanwege vertraging met de trein kwamen we iets later binnen bij de presentatie van Marcus Specht met als onderwerp context. Specht begon met een uitdaging:

ontological challenge: what is context and can we conceptualize it to better understand learning in context?

# context is multidisciplinair
# context is er altijd
# context is dynamisch & gecreerd in de interactie
# context is sociaal
# context is verbindend

engineering challenge: what are the opportunities for technology to enhance learning in context ?

Met als uitgangspunt – als technologie verdwijnt omdat het ge-embed wordt, hoe verandert dit dan het leren?

#sensor technology can record data in a scalable way / sensors worden in allerlei apparaten opgenomen en kunnen veel data opslaan
#cloud technology can support seamless learning trajectories / als de data in de cloud wordt opgeslagen kun je er vanaf overal bij
#AR technology can augment your perception of a context …
#display technology can create feedback loops … / artikel in wired dat zeker de moeite waard is als je dit onderwerp interessant vindt
#display tech. can support awareness and reflection.
#visualisation technology can support personal sense making.

The plan: how to model and design this: ambient information channels -> AICHE

Artefacts, channels en users bevatten allemaal contextuele informatie, deze verzamelen, verrijken, synchroniseren en gebruiken voor leren. Oftewel:

AICHE brings together context-aware computing, semantic- web technologies, instructional design for adaptive and personal learning, HCI aspects as tangible computing and IOThings.

Samenvattend: 

#1 context is complex and always.
#2 engineering challenges need to focus then technology …
#3 … can enhance learning to be more dynamic, flexible, personal, social, connected … put in context.

John Traxler besprak de toekomst van mobiel en contextueel leren… als die er al is. Als Taxler terugkijkt op de experimenten die er zijn gedaan met contextueel mobiel leren dan ziet hij dure, geinstitutionaliseerde dingen maar ook dat het tegenwoordig veel goedkoper en eenvoudiger is geworden. De experimenten waren in het begin ook kleinschalig, gefixeerd op een kleine groep van veelal early adopters. Het waren de enthousiastelingen die de projecten deden. Als een project werd gesubsidieerd kreeg iedereen hetzelfde apparaat om mee uit te proberen. Er was ook niet veel anders.

Maar werd dan het artifact of de activiteit gesubsidieerd?

Tegenwoordig bezitten de gebruikers de technologie. Het is niet langer als voorheen waarbij je mensen hun leven verbeterd door technologie en na de test zegt dank je wel en nu het apparaat teruggeven. Traxler vraagt zich terecht af of dit wel ethisch verantwoord was.

Maar goed nu hebben gebruikers de technologie in handen en kun je dit gebruiken. Daarnaast is de technologie robuust en een onderdeel van het dagelijks leven. Je wilt niet dat commerciele partijen de rol van de onderzoekers overnemen maar hoe ga je dit voorkomen? En hoe ga je om met docenten die met verschillende soorten devices worden geconfronteerd (BYOD) en niet weten hoe hiermee om te gaan. En stel je eens voor een docent wordt door een student gecorrigeerd omdat die student met zijn mobiel toegang heeft tot internet en dus dingen op kan zoeken. Is dit dan een voorbeeld van disruptive learning en wat is dan de aard van de disruption. En Taxler vraagt zich ook nog af hoe het zit met de onderzoeken die worden gedaan, wordt alles wel verteld, welke informatie zien wij niet. En dan is er nog het dilemma van mobiel en contextueel leren, want dat betekent in Zuid-Afrika iets anders dan in Europa.

Norbert Pachler vertelde ons iets over the socio-cultural ecological approach to mobile learning. Het werk van de London Mobile Learning Group is in deze erg interessant om te volgen.

Mobiele technologie/devices worden steeds belangrijker. Lerenden maken deze technologie zich eigen door middel van:

  • identity formation
  • social interaction
  • meaning-making
  • entertainment
  • learning in informal contexts
Pachler vraagt zich af: en als dit dan is wat studenten doen waarom verbieden wij mobiele devices dan in het klaslokaal?

En er is een transformatie gaande. De wereld is niet langer stabiel, vast en voorspelbaar. Het individu is veel meer in controle en de wereld ligt aan zijn voeten. Zeker met de komst van mobiele technologie. Pachler ziet mobiele devices dan ook als culturele bronnen met een zeer belangrijke rol als het gaat om leren, grenzen en contexten worden overschreden.

the boundary and context crossing (user-generated contexts) mobile technologies enable in the context of learning; opportunities for learning in informal contexts

De lerenden willen hun kennis en hun begrip van de wereld op een eigen manier vormgeven. Dit heeft gevolgen voor geletterdheid. Tekst is multimodel, dynamic, fluid, contingent, multiply authored and ‘shared’ en consequently provisional.

‘text’’ making is being governed by new practices, aesthetics, ethics and epistemologies; the relationship between producers and users of artefacts is becoming increasingly blurred; the relationship of the user with the cultural artefacts they engage with in the process of knowledge production is frequently one of re-use underpinned by a fundamentally different attitude towards text

Hierna ging Pachler in op wat leren is, welke condities er nodig zijn om te leren en hoe die vorm te geven. Hij ging wat dieper in op de Circle of Knowing Building and Sharing van Brown & Adler uit 2007 en hij vraagt zich af waarom wij mobiele technologie hier niet voor gebruiken.

Om mobiele technologie vervolgens vanuit een sociaal-cultureel en ecologische standpunt te bekijken heb je die elementen nodig die interactief zijn met elkaar. Dit zijn structures, agency en cultural practices. Hier komen dan nieuwe manieren van leren uit:

  • learning as purposive work with cultural resources
  • seeing ones life-worlds framed both as a challenge and as an environment and a potential resource for learning
  • expertise is individually appropriated in relation to personal definitions of relevance
  • the world has become the curriculum populated by mobile device users in a constant state of expectancy and contingency
  • interrelationship between target-orientation, self-representation and play
Vervolgens gaat Pachler in op user generated context en de rol van mobiele devices hierin. Het is met de komst van mobiele devices dat verschillende contexten tegelijk binnengebracht kunnen worden. Voorheen was dit niet mogelijk. Maar wanneer is een app goed? Hij geeft een lijst met uitgangspunten om een app op te beoordelen. Pachler verwijst naar de weblog van learning in hand omdat hier – als het gaat om apps  voor het onderwijs – goede informatie te vinden is, zoals deze.

Na deze 3 wat meer algemene visionaire presentaties was het tijd voor de projecten. Agnes Kukulska-Hulme van de Open Universiteit in de UK vertelde over context in mobile language learning. Kukulska-Hulme haar presentatie bevatte een statement:

a proficient language user… creates or finds meaning not simply by relying upon what is spoken in an utterance or written in a text… but by depending on the contrast between what is spoken or written and what could have been but is not…

… [so] the mobile device can be seen as a means for rendering visible what is crucial but otherwise invisible to the uninitiated learner

een vraag:

will mobile technologies/ activities play a role in bringing language (learning) to life?

enkele uitdagingen:

learners’ distance from the teacher
learners’ discovery and capture of new language/experiences
resources to support coping strategies & development of competences in situ

en een conclusie van wat zij uit onderzoek geleerd hebben:

General
popularity of voice recording, video, taking photos
mobile devices used for planning, structuring, reflecting
good fit with daily routines such as on the way to work
games used to fill ‘deadtime’

Language learning
motivational–frequent practice
notable variety of mobile media–increasing opportunities for communication

What learners want
formal and informal learning combined in a cyclical way
facilities to capture their attempts at communicating
opportunities to find mobile study-buddies

Meer informatie op I AM LEARN.

Roland Klemke gaf ons een inkijkje wat mobiel leren betekent in het vakgebied van de logistiek. Waarbij logistiek een erg mobiel vakgebied is maar je wel wilt dat het veilig blijft. Je ziet het al voor je een vrachtwagenchauffeur die tijdens het rijden met zijn mobiel aan het leren is.

Volgens Klemke is het mogelijk bij de volgende setting:

mobile education always bound to the concrete task context
formal educational topics not yet allowed to be taught in mobile way
acceptance of mobile learning increases with additional services

En hij geeft voorbeelden van apps die gebruikt worden. Zijn conclusie is als volgt:

education in Logistics is usually intervoven with concrete requirements
educational processes have to be synchronized with logistic processes
education is highly individualised

Eric Slaats vertelde enthousiast over iFontys.  Ik schreef al een keer eerder over iPresent dus dat zal ik niet nog een keer doen. Op 10 april is er een iFontys evenement waar alle projecten worden gepresenteerd.

En Marco Kalz gaf alvast enkele conclusies die zij uit een pilot met iPads bij de Open Universiteit in Nederland hebben getrokken. De pilot bestond uit 6 maanden, 4 cursussen & 12 studenten met een gemiddelde leeftijd van 29,5. Elke maand vulden de studenten een vragenlijst in. En de algemene conclusie is dat studenten flexibeler zijn met een mobiel device, dat zij de tijd beter gebruiken en nieuwe manieren leren toepassen. Maar ook dat er weinig adoptie is en dat de studenten weinig andere dingen met de iPad deden dan het gebruiken voor de pilot.

Een vakgebied (defensie) waar ik niet zo veel mee heb was het onderwerp van Christian Glahn zijn presentatie. De presentatie is op slideshare te vinden en dus embed ik hem hier.

Voor de afsluitende sessie van Erik Duval vertelden Stefaan Ternier and Fred de Vries over het project Mobile Augmented Reality in Higher Education waar het tegenwoordig gaat over een gemengde realiteit.

De voorbeelden die zij lieten zien zijn terug te vinden op deze portal van de Open Universiteit.

En toen kwam Erik Duval, na een lange dag binnenzitten terwijl buiten de zon scheen, was dit zeker de moeite van het blijven waard. Ik zag Duval al eerder, op de Onderwijsdagen en was toen al erg onder de indruk en ook nu weer, Duval is een heuse verhalenverteller en heeft enorm veel humor. Zijn presentatie staat nog niet op slideshare maar zal daar snel verschijnen.

worlds is complex -> messy and personal

En als het dan gaat over Learning Analytics en mobiele devices dan is het eigenlijk heel eenvoudig. Mobiele devices zijn voor Learning Analytics belangrijk omdat:
  • ze hebben een sensor
  • ze staan altijd aan

Maar er zijn ook issues:

  • wat kun je meten als het om leren gaat? tijd, geproduceerde artefacts zoals blogposts, tweets, sociale interactie, locatie
  • wat is er geleerd
  • hoe zit het met big brother en hoe wordt er naar je gekeken

Tijdens het diner wordt er verder gediscussieerd over de sessies van vandaag. Interessante materie maar vooral ook veel vragen die er nog zijn. Het zijn de experimenten die er nu voor zorgen dat we dingen leren, te weten komen, tegenaan lopen. Maar vooralsnog weten we nog niet precies welke kant het op gaat.

De tweede dag begint met een presentatie van Volker Zimmermann. Ik vond deze presentatie iets te commercieel dus heb niet veel opgeschreven. Het enige dat ik de moeite waard vond en zeker nog wel wil onderzoeken is het enthousiasme van Zimmermann over ePub3 (interactiviteit in ebooks toevoegen).

Tijd voor de workshop! In 5 groepen dachten we na over de toekomst van mobiel onderwijs met vragen als: 2017 – het onderwijs vindt niet langer plaats in een schoolgebouw, hoe ziet het mobiele onderwijs er dan uit? Wat voor milestones zijn er en als we morgen beginnen wat gaan we dan doen? Ik zat in de groep die nadacht over (middelbaar) beroepsonderwijs en ik mocht na drie rondes discussie de presentatie doen.

Alle groepen hadden interessante issues. De groep beroepsonderwijs zag wel problemen als het gaat om het leren van vaardigheden waarbij je je handen nodig hebt zoals haren knippen, muurtjes metselen, schilderen, etc. Hoe je dit mobiel wilt leren bleef voor onze groep een grote uitdaging. Wel zagen we mogelijkheden bij beroepsonderwijs dat erg ICT gerelateerd is.

En wat neem ik mee naar huis na 2 dagen Brussel? Ik heb veel geleerd over onderzoeksprojecten die met mobiel onderwijs te maken hebben, ik heb nieuwe mensen ontmoet waarvan ik weet dat ik van sommigen op de hoogte wil blijven van wat zij doen, ik weet dat wij als TU Delft niet achter de troepen aanlopen aangezien de troepen ook nog niet goed weten welke kant het op gaat, ik heb inzicht gekregen in hoe ons beleid er uit moet gaan zien (geen beleid maar eerder uitgangspunten en criteria – je wilt flexibel blijven) en ik heb fijn samen kunnen werken met Willem, even weg van de TU Delft is dat gemakkelijker dan on campus.

innovatie door inspiratie

Een mooie titel voor een seminar – innovatie door inspiratie. Het seminar wordt georganiseerd door Kennisnet en SURFnet op 15 februari.

Leren via filmpjes en 3-dimensionale beelden, zien wat zich onder de grond bevindt aan aardlagen en hoe oud die lagen zijn, met behulp van een webcam als het ware door je eigen lichaam heen kijken om te zien welke organen zich daarin bevinden, op je stage gebruik maken van een iPad om je ervaringen daar te delen met je medestudenten en je begeleider, kijken naar een video over paleis Soestdijk waarbij je kunt inzoomen op alle details zonder scherpte te verliezen: het zijn maar enkele voorbeelden van de projecten die het afgelopen jaar in het kader van de Innovatieregeling 2011 zijn uitgevoerd door onderwijsinstellingen in Nederland.

Tijdens de dag worden de resultaten van bovenstaande projecten gepresenteerd. Dus wil je meer weten over AR, nieuwe videotoepassingen, leren op afstand, online samenwerken of 4K video meld je dan aan.

De dag staat in het teken van uitwisseling en inspiratie: hoe kan het onderwijsveld gebruik maken van de projecten die door deze voorhoedespelers op het gebied van ict en onderwijs zijn uitgevoerd?

Het seminar Innovatie door Inspiratie vindt plaats in Meetingplaza in Maarssen. Een routebeschrijving is te vinden op http://bit.ly/meetingplazamaarssen. Het seminar is – na aanmelding en zolang er plaatsen beschikbaar zijn – gratis toegankelijk voor iedereen die in het onderwijsveld werkzaam is. De hashtag die gebruikt zal worden op Twitter is #snkninspiratie.

Meer informatie en aanmelden: http://www.surf-academy.nl

De TU Delft presenteert haar project ook op deze dag.

Voor studenten die met ontwerpen bezig zijn, zijn erfgoedcollecties bijzonder belangrijk. De student moet kennishiaten op dit vlak zich min of meer op eigen houtje eigen maken.

De TU Delft bezit een niet onaanzienlijke collectie erfgoed. De ontsluiting hiervan is problematisch. Er worden sporadisch tentoonstellingen opgezet rond deze collectie(s) maar het grootste deel van de tijd bevindt het erfgoed zich in verschillende opslagruimtes bij verschillende diensten en faculteiten. Deze ruimtes zijn weliswaar goed beheerd maar het betekent wel dat de stukken beperkt en alleen op verzoek toegankelijk zijn en daardoor in het onderwijs weinig worden ingezet.

In het project Virtuele collectie-ontsluiting TU Delft wordt de erfgoedcollectie met behulp van hard- en software-oplossingen (deels) vastgelegd in 3D en ontsloten voor de samenleving in het algemeen en studenten van de TU Delft in het bijzonder. In het project zal eerst een database van 3D-filmpjes worden aangelegd van voor studenten relevante stukken. De volgende stap zal zijn het samenstellen van één of meer computerapplicaties waarmee het gemaakte 3D-materiaal zichtbaar wordt gemaakt waardoor het erfgoed wordt ontsloten, bijv. op een iPod of iPad.

de onderwijsdagen

Afgelopen dinsdag en woensdag was ik bij DE Onderwijsdagen van SURF. Een vol programma stond klaar en was vanuit huis al te bekijken via de speciale iphone app die kort voor het congres was gelanceerd. Enige nadeel van de app was dat je niet je eigen programma kon bewaren dus was ik nog steeds elke sessie aan het kijken waar ik daarna naar toe zou gaan en op welke verdieping ik moest zijn.

Dag 1 begon met een keynote van Erik Duval (hoogleraar computerwetenschappen van de Katholieke Universiteit Leuven). Zijn presentatie is te vinden op slideshare en dus te embedden in deze post.

En zijn presentatie is opgenomen en staat op YouTube.

Interessant aan de presentatie van Duval is om na te denken over de consequenties van learning analytics. Waarbij analyse-instrumenten worden ingezet tijdens het leren om een betere kijk te krijgen op, hoe de efficiëntie is, welke materiaal er wordt gebruikt, etc. Trek dan de analogie door van een dashboard. Hoe snel of hoe traag ga je, hoe staat het met de brandstof (denk hierbij aan energieniveau), welke bronnen gebruik je – dit wordt gereduceerd naar een wijzer die laat zien of je nog op schema ligt. Zijn studenten maakten hiervoor de app Streamy. Voor studenten en docenten kunnen deze tools helpen. Maar helpen de tools ook? Duval onderzoekt dit met zijn studenten. Conclusie tot nu toe is dat docenten en studenten een betere grip krijgen op hoe het nu gaat. Interessante materie dus zeker kijken deze keynote.

Hierna ging ik naar de presentatie van Ronald van den Hoff die vertelde over Society 3.0 en de impact hiervan op het onderwijs.

Een boeiend verhaal over veranderende systemen en samenlevingen. Met de volgende conclusie:

ga experimenteren, probeer niet het bestaande van binnenuit te veranderen maar probeer iets nieuws naast het bestaande. Het oude wordt dan steeds kleiner en het nieuwe groeit er in verder. Laat mensen die niet willen of kunnen het oude doen, laat de anderen zich met het nieuwe bezig houden. Je leert alleen van dingen die fout gaan, laat die fouten zien, leer ervan. We moeten elkaar helpen om weer te leren lopen. Als we geen fouten maken groeit het systeem niet.

toegang is belangrijker dan bezit

Voor de volgende sessie koos ik voor de sessie over Creative Labs in het HO van Frank Kresin (Waag Society). Kresin liet de zaal zien wat je nodig hebt aan faciliteiten en methoden om een creative lab te maken in de eigen onderwijsinstelling. Een paar kernbegrippen kwamen voorbij, als mensgericht ontwerpen, bouwen om te leren en interdisciplinair samenwerken. Kresin gaf ook voorbeelden van Creative Labs in Nederland (Hogeschool Utrecht – Concept Space, Rijkswaterstaat – LEF Future Center, TU Delft – ID studio Lab, Universiteit Twente – Smart Xplab, Leeuwarden – Gameship, Fablab in Arnhem en VU Amsterdam – C@mera)

bouwen om te leren / denken door te maken

Een Creative Lab is een omgeving die creativiteit stimuleert, die flexibel in te richten is en waar je kan samenwerken in multidisciplinaire teams. In een Creative Lab zijn technologisch mogelijkheden voorhanden die je niet elders zo gemakkelijk vindt.  In het onderwijs kan een Creative Lab gebruikt worden om samen te werken, te brainstormen, te ontwerpen, te bouwen, te programmeren, te implementeren, te onderzoeken, te verpakken of te ondersteunen. De mogelijkheden zijn eindeloos en dus vraag ik mij af, waarom zijn er niet veel meer Creative Labs in Nederland te vinden. Misschien kan ik de TU Delft Library ervan overtuigen om er een in het gebouw in te richten.

Na de lunch ging ik naar de sessie Weg met de computer! Lang leve de tablet! van Michael van Wetering (Kennisnet) en Kees Versteeg (Hondsrug college). Van de Wetering liet ons nadenken over het tablet eco systeem, welke soorten zijn er, hoe ga je online (onderweg, thuis, werk), waar bewaar je je content. Hij ziet drie mogelijkheden voor de tablet binnen het onderwijs.

  • consumptie / lezen van boeken en tijdschriften
  • interactie / browsen, nieuws lezen en games
  • creatie / samenstellen, maken, schrijven en presenteren

Voor het laatste is het de tablet misschien nog niet het meest geschikte apparaat maar leveranciers van software pakketten denken wel steeds meer na over toepassingen van hun product op een tablet. Het kost nog een paar jaar of we weten niet beter en gebruiken de tablet net zo makkelijk voor creatie als voor consumptie.

Kees Versteeg vertelde over het iPadproject bij het Hondsrug College in Emmen. Zijn verhaal had ik al eerder gehoord maar het blijft inspirerend. Een mooi voorbeeld van het gewoon doen.

Bas Haring sloot de dag af met een reflectie op het thema van de dag.

Op dag twee werd  de ochtendkeynote van Hans Aarsman verplaatst naar de middag en dat was fijn want het was mijn laatste sessie van de dag en zorgde ervoor dat ik met een glimlach naar buiten vertrok, wat een leuk verhaal!

Verder zag ik op dag twee een presentatie van Peter Stadhouders en Yvette van den Bersselaar over Augmented Reality in het groen onderwijs.

Na een uitleg over hoe AR in het groen onderwijs wordt ingezet werd uitgelegd wat AR is en wat je ermee kan. Ik vond het jammer dat het om een project ging dat net nieuw is, waar nog geen conclusies getrokken kunnen worden en wat eigenlijk nog een experiment is. Maargoed leerlingen vinden het fantastisch en de docenten zijn inmiddels ook om. Volgens Stadhouders zijn de voordelen voor het onderwijs als volgt:

  • versnelling in het proces, je bent sneller bij de kern
  • kan individueel, zelfstandig kunnen studenten door werken
  • je zet een stap in de belevingswereld van de leerling, ze vinden dit leuker dan een boek lezen, Stadhouders denkt dat de stof beter beklijfd maar hier is nog geen onderzoek naar gedaan

Over de sessie Leren van de toekomst zal ik niet veel vertellen. De opname spreekt voor zich.

3 weken – 2 klassen – 30 innovatieve toepassingen – in gebruikelijke les – een experiment.

De laatste keynote van de dag, van Russell Prue zag ik vanuit huis. De verbinding was niet helemaal perfect dus wil ik deze keynote op een later moment terugkijken.

Het lastige aan de Onderwijsdagen is het diverse aanbod aan sessies. De ene sessie is inhoudelijk veel beter dan de andere, soms zijn titels verkeerd gekozen en zit je echt fout, soms is de zaal vol en moet je je haasten om een alternatieve sessie te kunnen volgen. Dit jaar was ik minder geïnspireerd dan vorig jaar. Wat dat betreft was vorig jaar wel een topjaar, ik denk nog steeds na over dingen die ik daar heb gehoord en ik heb nog steeds niet geschreven over een sessie over het internet der dingen waar ik toen bij aanwezig was.
Het is te makkelijk om te zeggen dat de formule van de Onderwijsdagen misschien een update kan gebruiken zonder met een alternatief te komen. Maar op de een of andere manier bruist het niet, er is geen buzz op de beursvloer, de energie mist.
Wat ik ook mis zijn de echt innovatieve sessies, de spannende zaken, de bijzondere experimenten. Maar misschien zijn de onderwijsdagen daar niet voor, het gaat tenslotte om ICT in  onderwijs en daar proven technology meestal leidend. Laat ik afsluiten met iets positiefs, de app was mooi vormgegeven en werkte goed.

Slides van de presentaties staan op slideshare en de video’s van sommige sessies en keynotes op YouTube.

Van crèche tot campus – Mecanoo’s onderwijsgebouwen van nu en morgen

Afgelopen donderdag (27 oktober) was ik met collega Wilma bij de thema-avond onderwijsgebouw van/voor de toekomst – een perspectief van Mecanoo, georganiseerd door het ABC Architectuurcentrum in Haarlem. Voordat de lezing begon was er tijd om de tentoonstelling te bezoeken. Wanden vol foto’s van onderwijsgebouwen van Mecanoo. Uiteraard ook afbeeldingen van de TU Delft Library en de TU Delft campus.

Naast de fotowanden waren er ook wanden waar alle projecten aan elkaar verbonden werden onder een zevental thema’s, om zo de kruisbestuiving tussen de projecten te laten zien. Maar ook om de tijdlijn weer te geven. Deze manier van indelen is gebaseerd op het boek geen meter teveel van het Stimuleringsfonds voor Architectuur.

Ellen van der Wal en Paul Ketelaars verzorgden de presentatie. Per thema (van de verbindingswand) lieten zij voorbeelden van het werk van Mecanoo zien.

  • ontmoeten / centraal hart (doelgroep: 0-4 jaar) – Villa Knotz – locatie: Leidschenveen
  • bewegen / patio’s (doelgroep: 4-12 jaar) – Anne Frankschool – locatie: Kanaaleiland Utrecht
  • ontdekken / lineair (doelgroep: 0-18 jaar) – Droomschool – lokatie: Dordrecht
  • ervaren / landschappelijk (doelgroep: 12-16 jaar) – Sterrencollege – lokatie: Haarlem
  • synergie door proces (doelgroep: 18-22 jaar) – Fontys sporthogeschool – lokatie: Eindhoven
  • duurzaamheid (doelgroep: 18-25 jaar) – Amsterdam University college – lokatie: Amsterdam
  • verbinden / netwerk (doelgroep: studenten universiteit) – campus TU Delft – lokatie: Delft

Na de presentatie was er tijd voor een debat over de rol van de architect binnen onderwijsprojecten. De vraag was hoe behouden opdrachtgevers hun proces met architecten en adviseurs? Hoe behouden zij invloed op het ontwerp?

De titel van de presentatie suggereerde voor mij dat Mecanoo een visie zou laten zien op het onderwijsgebouw van de toekomst. Dit deden zij niet. Zij gaven een overview van de onderwijsgebouwen die zij maakten. Op zich een interessante avond waar ik iets meer van had verwacht. Was het daarom verloren tijd? Nee zeker niet, de tentoonstelling is mooi vormgegeven en geeft een goed beeld van de onderwijsgebouwen die Mecanoo de afgelopen jaren heeft ontworpen. De verbinding op thema’s was origineel. En het is altijd fijn om het gebouw waar je in werkt dan terug te zien komen in het geheel.

8e edubloggersdiner

Het duurt nog een paar weken maar je kunt je al aanmelden voor het 8e Edubloggersdiner. Traditiegetrouw op de maandagavond voor de Onderwijsdagen. Dit keer dus op maandagavond 7 november. In Utrecht (zoals altijd). Karin en ik zoeken nog naar een geschikte locatie (op de een of andere manier werken restauranteigenaren dit keer niet zo goed mee). Verschillende walking diner arrangementen heb ik in de mail langs zien komen. Walking diner  ja, want zittend eten vinden wij saai. Lekker rondwandelen, veel onderwijsmensen spreken, oude bekenden en nieuwe mensen ontmoeten, maar ook veel lol hebben.

wanneer: maandag 7 november
waar: nog niet duidelijk maar in ieder geval in Utrecht
aanmelden: hier
voor wie: iedereen die onderwijs een warm hart toedraagt, wel of geen edublogger is, wel of niet de onderwijsdagen bezoekt, eigenlijk is iedereen gewoon welkom!

Volg @edubloggerdiner voor de laatste updates (weet iemand nog een goede hastag? – misschien moeten we eens en voor altijd de naam goed afspreken – ik heb al langs zien komen edublogdiner, edubloggerdiner, edubloggersdiner)

 

Apple Seminar Leren met mobiele devices: The New Classroom

Afgelopen maandag was ik met collega Willem bij het Apple Seminar Leren met mobiele devices: The New Classroom in Amsterdam. Bill Rankin had ik vorig jaar ook al horen spreken maar deze man is zo inspirerend dat een tweede keer luisteren zeker niet als vervelend kan worden bestempeld. We mochten geen foto’s maken dus ik heb dit keer geen begeleidend beeldmateriaal.

Bill Rankin: the New classroom – how Information Technology is transforming Educational space

Volgens Rankin wacht momenteel iedereen op iedereen als het gaat om het radicaal wijzigen van het onderwijs met behulp van mobiele technologie. Hij ziet het als baanwielrenners die ook op elkaar wachten, totdat iemand los gaat en probeert te winnen. Als diegene in het onderwijs los gaat zal er, volgens Rankin, veel veranderen. Hij geeft een paar cijfers; 80% van de 0-5 jarigen gebruikt eens per week internet, 70% van deze leeftijdsgroep gebruikt dagelijks een mobiele telefoon (maar misschien heb ik dit verkeerd opgeschreven want het lijkt een beetje veel voor kinderen). Met dit in ons achterhoofd vraagt Rankin zich af hoe een nieuw klaslokaal er uit moet zien. Hij neemt de ruimte waarin wij zitten als voorbeeld. Netjes in rijen, hij staat voor ons en levert informatie. Na een paar uur zitten deze stoelen echt niet lekker meer. Er is weinig licht. Stoelen verplaatsen is niet mogelijk. Het leren is in deze ruimte passief.

Rankin heeft vijf onderdelen waarop hij een ruimte beoordeeld.

  • structuur (hoe is de ruimte opgebouwd, licht, ramen, etc.)
  • oriëntatie (hoe zit iedereen, waar staat de docent)
  • flexibel (kun je dingen verplaatsen)
  • gereedschap (wat voor soort gereedschap is er, staan er pc’s, kun je het licht dimmen, temperatuur verlagen, etc.)
  • infrastructuur

Rankin laat ons vervolgens nadenken over – wat hij noemt – de power differences. Aan de ene kant van de zaal zitten de nooduitgangen, dat is een verschil. Rankin heeft een microfoon, ook een verschil met de rest van de aanwezigen. Zijn deze verschillen erg? Hebben wij Rankin nodig om informatie te vinden over een bepaald onderwerp. In dit geval, het voorbeeld, Sugata Mitra. De conclusie, wij hebben Rankin niet nodig. Sugata Mitra zegt dat je voor onderwijs toegang en community nodig hebt. In de zaal waar wij nu zitten doen we niet aan community vorming, we zitten naast elkaar, neuzen dezelfde kant op. Maar tijdens de koffie en de lunch hebben we wel mogelijkheden, dan kunnen we met elkaar kennis maken, bijpraten en discussiëren. Rankin trekt de lijn door naar het onderwijs. In de manier  waarop wij onderwijsruimten inrichten houden wij geen rekening met communityvorming.

Vervolgens maakt Rankin de stap naar mobiele devices. Is het – als je gebruikt maakt van deze technologie – belangrijk waar je je bevindt. Rankin ziet de mobiele device als een productiestudio. Wij gaan van een consumptie- naar een creatiemodel. Wij creëren content en delen dit met anderen in een community. Het informatiemodel is gewijzigd en daarmee ook de inrichting van de ruimte.

Rankin ziet het als volgt

more access yields more participation -> more participations yields more custodianship -> more custodianship yields more diversity – more diversity yields more access.

We kregen een nieuwe opdracht van Rankin, namelijk het antwoord vinden op de vraag hoe je vuvuzela geluid uit een bestaande opname van een voetbalwedstrijd kan filteren. Hoe deden we dit, we discussieerden met de persoon naast ons, misschien zelfs met die daarnaast. Draaiden we ons om? Nee. Verplaatsten we onze stoelen? Nee. Toch weten we dat het niet optimaal is om naast elkaar te zitten als je zo’n opdracht krijgt. De mensen met een laptop of tablet waren in het voordeel. Zij zochten het antwoord gewoon op.

In onze generatie en de generaties boven ons is het belangrijk om het antwoord te vinden. De generaties onder ons vinden gebruiken belangrijker dan vinden. Jongeren gebruiken het materiaal en gaan van daaruit verder. Vreemd is het dus wel dat we klaslokalen ontwerpen die gericht zijn op vinden, terwijl de jongere generaties vragen om omgevingen waarin zij kunnen gebruiken. Rankin gaat nog een stap verder. Vroeger ging informatie naar 1 punt – de docent – hier werd de omgeving voor gebouwd. Nu – denk aan het internet – hebben wij toegang tot een informatie matrix. Maar onze klaslokalen zijn nog steeds hetzelfde ingericht. Er zijn veel voorste rijen, veel schermen, veel groepsplekken en er is flexibel meubilair. Maar de wereld is ons klaslokaal geworden.

In the digital age Information is a commodity -> informational delivery -> the architecture of creation and participation

En nu is het wachten op de eerste wielrenner die het lef heeft om harder te gaan rijden.

(Bron afbeelding Bill Rankin)

Martijn Luijks – Thieme Meulenhoff

Na Bill Rankin kwam Martijn Luijks van Thieme Meulenhoff aan het woord. Het is best erg maar wat mij het meest is bijgebleven is dat hij continu zijn laptop en iPad wisselde (met de wisseling van kabel naar de beamer). Niet dat wat hij liet zien op de iPad ook niet als een slide in powerpoint getoond kon worden. En dat leidde dus af, maar ik heb wel wat aantekeningen gemaakt.

Bron afbeelding: schooltas.q42.com

Luijks sprak over SCHOOLTAS, een (gratis) iPad app van de uitgever. Sinds de komst van de iPad vragen docenten en directies aan de uitgever om na te denken over een app. Werkt dat een boek op de ipad? Werkt een ipad in de klas? Om deze vragen te kunnen beantwoorden onderzocht Thieme Meulenhoff de mogelijkheden en ontstond SCHOOLTAS 1.0, die vanaf januari 2010 in de appstore beschikbaar was. Met deze app kun je de schoolboeken lezen en gebruiken. Dit grijpt minimaal in op het onderwijsproces. Iedere leerling heeft een eigen device waardoor er een nieuw speelveld voor leren ontstaat, met als veilig vangnet het boek.

Op 6 domeinen wil Thieme Meulenhoff nog ontwikkelen:

  • samenwerken
  • social networks (delen met het netwerk)
  • interactie (werken met werkboeken en audiofragmenten)
  • intelligentie
  • augmented reality
  • gamification.

Kees Versteeg – Hondsrug College

Kees Versteeg (rector Hondsrug College) vertelde een mooi verhaal over de digitiek van de toekomst – leren op maat via de iPad. Het project heet Leren op Maat waarbij iedere leerling op deze school een iPad krijgt. Niet omdat het een leuk device is maar omdat de school het onderwijs wil veranderen. Hier wordt onderwijs iets dat persoonlijker is, met persoonlijke content en organisatie op maat. De rol van de docent verandert hiermee ook. Hij wordt iemand die de leerling helpt iets te vinden. En dat spreekt eigenlijk het verhaal van Rankin tegen waarin het vinden niet het belangrijkste is, maar het gebruiken. Deze nieuwe vorm van onderwijs wordt niet alleen toegepast op de iPad maar ook op andere mobiele devices. Versteeg gaf mooie voorbeelden van het gebruik van een roosterapp (inclusief jaarrooster) en het volgen van studievoortgang en behoefte van een student.

Eric Slaats – Fontys

De laatste spreker van de middag was Eric Slaats van Fontys. Hij sprak over mobiele interactieve non-lineaire presentaties. Vorig jaar deed Fontys een breed experiment met smart mobile Learning (looptijd sept 2010 – april 2011, 160 ipads, 120 studenten, 35 docenten, 10 instituten, 3 diensten). Slaats, zelf ook docent, heeft veel content die je vaker wilt hergebruiken.Hij maakte een ipad app waarbij het eenvoudig is om tijdens een presentatie te kiezen voor de slides die je wilt gebruiken. Aan het einde van de les krijgen de studenten een pdf van de slides die zijn gebruikt.Tijdens de les kunnen studenten anoniem vragen stellen en links doorgeven (die de docent met een preview kan zien). De docent heeft op zijn scherm de slides (links onder elkaar), de actieve slide groot in het midden, een timer en kan hij notes toevoegen. Er is samengewerkt met …. (heb zijn naam niet meegekregen) om video’s van de colleges te maken. Recording box heet deze app. KI zorgt ervoor dat de video doorzoekbaar is.

De app heet iPresent en zal binnenkort aanwezig zijn in de app store (gratis – zowel voor ipad als android tablets). Meer achtergrond over iFontys waar iPresent onderdeel van is vind je hier.

Misschien komt het niet over in deze post maar de app is werkelijk waanzinnig. Erg jammer dus dat we niet mochten fotograferen en dat Apple het zo lastig maakt om een app te laten testen. Binnenkort wellicht meer (als de app te downloaden is en ik hem heb kunnen testen).

Frank Thuss was ook aanwezig (las ik op twitter en hij zat bijna naast mij) en zijn verslag van de dag lees je hier.

SURFspace – de stekker er uit of een andere stekker er in?

Een poosje geleden werd een oproep geplaatst op SURFspace om mee te doen aan een enquête. Deze enquête werd gehouden om de gebruikers van de site te vragen waar zij de site voor gebruiken, wat ze missen en wat zij graag anders zien. Ik heb de enquête ingevuld en toen aan het einde werd gevraagd of je een keer naar SURF in Utrecht wilde komen voor een bijeenkomst waar over de resultaten werd gediscussieerd zei ik geen nee. Op 8 maart was deze bijeenkomst.

Voor degene die SURFspace niet kennen.

SURFspace is een  portal vóór en dóór ICT Onderwijs- & Onderzoekprofessionals. Naast prikkelende columns, vacatures en de laatste nieuws- en agendaberichten biedt SURFspace actuele informatie over innovatieve thema’s.

Zelf heb ik ook wel eens een artikel voor SURFspace geschreven en ik ben lid van een zogeheten SIG (Special Interest Group). Ik bezoek nooit de site en in de trein op weg naar de bijeenkomst vroeg ik me af waarom. Ik lees wel de nieuwsbrief en soms klik ik door. Maar ik kom niet op de site omdat de informatie die hierop staat voor mij niet nieuw is. Ik lees nieuwe dingen liever op andere sites of krijg deze informatie via twitter. De Good practices bekijk ik ook niet, dat deed ik wel toen Eja Kliphuis ze nog per mail aan iedereen stuurde. Toen las ik ze bijna allemaal.

Nu is het misschien ook zo dat de thema’s op SURFspace niet de thema’s zijn waar ik me direct mee bezig houd. Maar aan de andere kant is de agenda met bijeenkomsten wel weer interessant. Ik kon dus niet echt mijn vinger er op leggen waarom SURFspace mij niet aanspreekt. Maar dat dat zo is, is een feit.

Tijdens de bijeenkomst waren er mensen van Fontys, Hogeschool van Amsterdam, Hogeschool Utrecht, Vrije Universiteit en de Hogeschool Leiden. Deze mededeelnemers hadden een duidelijke link met het onderwijs, zij zijn onderwijskundige of docent. En ik, als vreemde eend in de bijt, sta toch iets verder van het onderwijs af.
Hester Jelgerhuis begeleidde de discussie en Annette Peet van SURFfoundation maakte aantekeningen en discussieerde gezellig mee.

Alle deelnemers gebruiken SURFspace anders. Ik, waarvan gezegd kan worden dat ik de site niet gebruik, tot aan iemand die de nieuwsbrief tot in detail leest en stukjes doorstuurt aan collega’s en alles daar tussen in.

Als de sterke en minder sterke punten van SURFspace  werden genoemd:

  • wat is de site nu eigenlijk en wat kan ik ermee
  • onduidelijke navigatie
  • kraakheldere structuur
  • onduidelijk of je abonnee moet zijn
  • kwaliteit van artikelen is goed, zou iets meer wetenschappelijk mogen zijn
  • zeer actuele onderwerpen
  • zoekfunctie werkt erg goed
  • voel me niet verbonden met SURFspace, mis het gezicht van SURFspace

En dan komt al snel de vraag, waarom zou ik lid willen zijn van SURFspace? Als ik al lid ben van LinkedIn en daar collega’s ontmoet, waarom zou ik dat dan ook willen op SURFspace? Wat is de toegevoegde waarde?
En dan even doorredenerend,  wat kost het om de site te onderhouden en aan te passen, levert dat het ook op? Tien redacteuren die de site onderhouden en er tijd in stoppen. Is dat te verantwoorden als je het aantal bezoekers per maand bekijkt?

Moet de stekker er uit? Of een andere stekker erin?

Want als er al andere sites zijn die het communitygedeelte beter facililteren en de artikelen kunnen ook op een andere site van SURF geplaatst worden, waarom SURFspace dan onderhouden en updaten naar een nieuwe versie.

Al snel kwam de conclusie dat een portal met verschillende ingangen een optie zou kunnen zijn. Een portal waar alle SURF onderdelen een plek krijgen, dus SURFnet, SURFdiensten, SURFfoundation en SURFspot. Voor de gebruiker is het toch al onduidelijk hoe deze onderdelen zich tot elkaar verhouden. Maak er een smoel van, een gezicht naar buiten. Een gezicht waar je je mee verbonden kan voelen. Iemand waar je graag vrienden mee wilt zijn.

Daarnaast lijkt het logisch om voor de vulling van de portal gebruik te maken van bestaande initiatieven. Er zijn tenslotte veel edubloggers in Nederland. Aggregeer deze feeds en laat ze terugkomen in de portal. Doe hetzelfde met tweets van deze groep.

En wat de groep echt heel handig zou vinden is als op de site de agenda’s van de verschillende SURF onderdelen wordt samengevoegd tot een heldere en duidelijke agenda, met een aanmeldingsprocedure voor activiteiten. Dat je zelf artikelen kan toevoegen, of discussies kan starten, dit moet zo gemakkelijk gaan dat dat geen drempel hoeft te zijn. En natuurlijk moet de site toegankelijk zijn op allerlei soorten devices. Zorg voor een noodzaak om SURFspace te bezoeken.

Eigenlijk is het heel simpel. Er moeten keuzes gemaakt worden, een duidelijk doel/visie gecreëerd en dat er niet wordt gedaan wat anderen al doen en zelfs beter kunnen. Alleen dan is er de mogelijkheid dat SURFspace geen stille dood sterft. Kunnen we zonder SURFspace? De deelnemers in deze groep denken van wel. En dat is eigenlijk een conclusie die je als SURF niet zou willen horen. Werk aan de winkel dus!

Gadgets in het onderwijs – de touchatag

Een aantal weken geleden werd ik gewezen op een oproep op twitter van SURFnet -Kennisnet om mee te helpen gadgets te testen. Deze gadgets moesten getest worden op de meerwaarde die zij kunnen hebben in het onderwijs.

Devices in het Onderwijs is een project uit het SURFnet-Kennisnet Innovatieprogramma. Met dit project willen SURFnet en Kennisnet de meerwaarde van een device in het hoger onderwijs toetsen. SURFnet vraagt hierbij hulp van de eindgebruiker: Wat zien docenten, onderwijskundigen, ICT&O adviseurs of studenten voor toegevoegde waarde in het onderwijs van het gebruik van nieuwe devices?

Ik kon kiezen uit een touchatag en een Vizux Videobril die ik twee weken mocht uitproberen. Ik koos voor de eerste.
De touchatag is een RFID-lezer die geleverd wordt met een aantal tags. De vraag was of ik een kort filmpje wilde maken en een testrapport wilde invullen. Ik heb dat allebei gedaan. Het filmpje zie je hieronder.

Tijdens het testen kon ik via de website van touchatag een aantal apps gebruiken. Een mooie van Flickr had ik graag getest maar die gaf foutmeldingen dus bleef het bij het verwijzen van de tag naar een website.

Voor het onderwijs zie ik nog niet zoveel mogelijkheden. Het is leuk speelgoed daar niet van. Maar om het nu serieus in het onderwijs in te zetten, ik zie het nog niet voor me. Misschien dat op een lagere school je leerlingen bijvoorbeeld een boek met een tag op de lezer kan laten leggen en dat er dan een filmpje over het onderwerp start. Maar veel verder dan dat gaat het nog niet. Ik zie wel mogelijkheden in het ontwikkelen van apps. En daar zou het onderwijs zeker een rol kunnen spelen.