Het mobiele verschil

De laatste tijd kijk ik met zeer veel interesse naar de ontwikkelingen op het mobiele vlak. En dan met name de ontwikkelingen in de bibliotheekwereld. Vandaar dat ik laatst ook bij de CWIS dag was met de mobiel als thema. Direct valt dan ook het nieuwe onderzoek van PEW op met als titel The Mobile Difference (pdf). En ook al is dit een Amerikaans onderzoek. Wij kunnen hier van leren.

Kijk maar eens rond in een broodjeszaak, een station, een vliegveld of een bibliotheek. Als je dit doet dat zie je waarschijnlijk een aantal laptops waar op gewerkt wordt maar vooral ook mobiele telefoon waar mensen van alles mee aan het doen zijn. Met veel gemak wordt informatie uitgewisseld via wireless netwerken. Maar niet iedereen houdt van het altijd maar online aanwezig zijn. En toch, is het mogelijk dat met het gemakkelijker toegankelijk worden van internet op de mobiel ook zij overstag gaan?

PEW verdeelde de groep ondervraagden in verschillende subgroepen. Erg origineel zijn zij met de keuze voor de namen van de subgroepen. Kijk maar hieronder in de twee schema’s.

typology-summary-1

typology-summary-2

Ik ben er nog niet uit tot welke subgroep ik zou behoren als ik ondervraagd was, maar ik denk dat ik in de buurt zou komen van de Digital Collaborators. De groepen in het eerste schema staan gelijk aan 39% van de volwassen Amerikanen. PEW noemt deze groep de Motivated by Mobility. De andere groep (61%) noemen zij de Stationary Media Majority. Uiteraard zitten in de eerste groep de mensen die echt houden van hun mobiel en geen dag zonder kunnen. In de tweede groep is dat gevoel er wellicht ook maar lang niet bij iedereen. In deze groep zitten namelijk ook de mensen die geen mobiele telefoon gebruiken.

Nu is het zo dat PEW dit onderzoek al eerder heeft uitgevoerd en dus vergelijkingen kan geven van de resultaten van toen en die van nu.

Cell phones: In 2006, 73% of adults had a cell phone, a number that grew to 79% in 2007.
Broadband at home: In 2006, 44% adults had a high-speed connection at home, a number that increased to 56% in 2007.
Laptop computers: 31% of adults had a laptop in 2006, and 36% had one by the end of 2007.
MP3 players: 19% of adults had an MP3 player or iPod in 2006 and 26% had one in 2007.

Naast de vergelijking met eerder jaren gaat PEW erg diep in op de groepen. Vertellen zij over wie zij zijn (demografisch gezien), welk gedrag zij vertonen, welke wensen zij hebben en wat hun houding is ten opzichte van mobiele telefoons en internet. PEW laat zien dat sommige groepen de verhouding met digitale bronnen zal verdiepen, maar dat er ook een grote groep is die afwacht. En dit heeft consequenties.

Mobile access to the internet constitutes an inflection point in technology adoption.
The bar of what qualifies sophisticated tech behavior has changed.
The cost of not having little or no access rises in a multiplatform world.
Mobile access creates demand for capacity on wireless and wireline networks.
Heavy use of ICTs is mainly a young person’s game, but older Americans are minority members in good standing of even some of the most ardent tech groups.

Zoals ik al zei, het onderzoek is Amerikaans. Maar op zich is dat niet erg. Ik denk namelijk dat Nederland redelijk vergelijkbaar is met Amerika in deze. Misschien dat de aantallen en percentages verschillen. Dus mocht je interesse hebben in gebruik van mobiel internet dan is dit onderzoek zeker een aanrader. Als uitgangspunt, om de verschillende groepen beter te begrijpen en om jouw diensten beter op de verschillende groepen aan te kunnen passen.

Met dank aan: Stephen’s Lighthouse

Gebruikt beeldmateriaal is afkomstig van Flickr – mobile phone van Milica Sekulic

Leave a Reply

Your email address will not be published.