Expertiseseminar Grensverleggend samenwerken

Vanmiddag was ik bij SURFnet voor het Expertiseseminar Grensverleggend samenwerken, stand van zaken en toekomstbeeld. In de aankondiging stond het volgende:

Enkele instellingen vertellen over hun eigen uitdagingen om ICT-voorzieningen aan te bieden voor studenten en medewerkers, waarbij de bronnen en applicaties niet alleen vanuit de instelling maar ook vanuit diverse externe leveranciers komen.

Daarnaast presenteert SURFnet de voortgang van het innovatieve project Collaboration Infrastructure (COIN) die een instellingsoverstijgende infrastructuur voor samenwerking in het hoger onderwijs beoogt. Op deze samenwerkingsinfrastructuur, gebaseerd op open standaarden, kunnen samenwerkingsdiensten worden aangeboden, gedeeld en gebruikt.

Ik was vooral erg geinteresseerd in het verhaal van Bert Kremer van ArtEZ maar eerst vertelde Andres Steijaert  iets over SURFnet en hoe zij aankijken tegen samenwerking. De opmerking – online samenwerking van monolitisch naar modulair is mij bijgebleven.

Hierna kwam Fred Gaasendam – informatiemanager dienst ICT van de Tu Eindhoven aan het woord. Hij vertelde over hun DLWO-project waarbij hij vanaf fase 2 bij betrokken is. Om met een DLWO te beginnen werd eigenlijk gepushed door de komst van de 3TU-federatie. Voor studenten moest doorstroom van de ene TU naar de andere TU gemakkelijk zijn. Maar ook waren er vier verschillende systemen waar de studenten van de TUE op in moesten loggen. Single logon was wenselijk.

– processen houden zich niet aan systeemgrenzen
– student moet iedere keer inloggen en uitloggen
– informatie is niet overal gelijk en actueel

En dus waren er wensen:

– uitwisseling van informatie in 3tu verband
– single logon
– gegevens actueel en real time
– gepersonaliseerde informatievoorziening
– 1 userinterface
– eenvoudige uitbreiding voor toekomstige functionaliteit

Het project is onderverdeeld in vier fasen:
Fase 1: single logon = portal
Fase 2: geintegreerde omgeving met toegang tot 4 onderliggende systemen
Fase 3: toevoegen functionaliteit uit oude interfaces, verbeteringen, toevoegen nieuwe functionaliteit
Fase 4: toeoegen nieuwe bronsysteem en nieuwe zoeksysteem (is even opzij gezet en wordt misschien later nog opgepakt)

In de nieuwe omgeving zijn een aantal uitgangspunten:
– gebruiker staat centraal
– SOA is het enige uitgangspunt
– gebruik van algemeen erkende standaarden
– meerder afdelingen met een aandachtsgebied DLWO
– geen synchronisaties meer nodig (uitfasering)

Met een DLWO dat is opgebouwd uit drie lagen:
GUI
Service Bus
Legacies

Waarbij de uitwisseling tussen de TU’s op Service Bus niveau plaatsvindt.

Gaasendam vertelde verder over de uitdagingen die zij tegen zijn gekomen:
– afdelingen die apart werkten moeten nu onder regie werken (moeten onder architectuur werken)
– keuzes uit het verleden staan ter discussie
– belevingswerelden synchroniseren (OTAP)
– bewustwording onderlinge afhankelijkheden, afdelingen en diensten (geen eilanden)
– een communicatiemiddel (de ESB)
– contracten voor iedere applicatielaag
– methodisch testen op elk niveau
– patches en migraties moeten worden afgestemd met meer systeem eigenaren

In het proces moest men wennen aan elkaar en werden culturele verschillen tussen afdelingen zichtbaar. De TUE heeft deze verschillen niet bestreden maar naar de sterke kanten van elkaar gezocht. Ook is het besef dat programmeurs hun eigen systeem moesten inleveren iets geweest wat aandacht vroeg.

Momenteel is het project in de eindfase gekomen en wordt het aan het einde van het jaar afgerond.

Gaasendam geeft ons nog een aantal tips:
– creeer commitment bij systeemeigenaren en belanghebbenden (van te voren doen!)
– zorg dat nieuwe beheerorganisatie staat zodra de bouw begint
– begin klein en doe geen nieuwe dingen, de oude dingen zijn al moeilijk genoeg, het hoeft ook niet ineens (SOA)
– afstemmen, afstemmen, afstemmen!!
– SOA is net een huwelijk, kies de juiste partner(s)
– de voordelen van SOA komen later, qua investering alsook qua functionaliteit

Hierna vertelde Bert Kremer (hoofd ICT van ArtEZ) over hoe zij Sharepoint inzetten. ArtEZ is een Hogeschool voor de Kunsten met 3000 studenten en 860 medewerkers. Zij hebben ervoor gekozen om een website (www.artez.nl) aan te bieden waar studenten en docenten inloggen om in de digitale leeromgeving te komen. Binnen deze omgeving kunnen zij kiezen uit zes componenten:

– studenten portfolio (student blogt over voortgang)
– leeromgeving – primaire communicatieplatform voor onderwijsproces (studiemateriaal, proefopdrachten)
– digoport III (digitaal en kwaliteits instrument)
– student network (onofficiele informatie van studenten onderling)
– teamsites
– ArtEZ organisatie (voorheen intranet)

Het systeem is puur functioneel, je wisselt informatie uit, het is dus niet mooi in de vormgeving maar puur functioneel.

Deze zes componenten zijn allemaal apart geïnstalleerd (aparte instances) zodat als een systeem uitvalt de rest het gewoon nog doet.

Het afgelopen jaar hebben zij geëxperimenteerd met WordPress en Sharepoint voor de studentenportfolios.
– sharepoint ziet er saai uit, inhoud boven vorm, werkt wel efficient voor docent, sjablonen van te voren te definieren
– wordpress veel grafische vrijheid, student heeft beheerrechten, navigatie voor docent is lastiger, vaste onderelen niet af te dwingen
De docent gaf aan dat voor hem Sharepoint beter werkte en dus zijn zij gestopt met WordPress.

Wat interessant was maar los stond van het onderwerp is dat de communicatieafdeling van ArtEZ alle tweets waar ArtEZ in staat op de teamsite zien verschijnen.

Als laatste spreker vanmiddag vertelde Frank Pinxt iets over COIN. De vorige keer hoorde ik hier al over en heb ik er ook over geschreven. Tijdens de relatiedagen die in december plaatsvinden zal de eerste versie van COIN worden gelanceerd. Wij kregen al even een voorproefje.

Leave a Reply

Your email address will not be published.