SURF Onderwijsdagen 2007 – zin en onzin van het nieuwe leren – een gesprek tussen geleerde heren

Prof. dr. Jeroen van Merriënboer (Open Universiteit Nederland) en Prof. dr. Luc Stevens (Universiteit Utrecht) praten over de zin en onzin van het nieuwe leren. Prof. dr. Paul Kirschner (Universiteit Utrecht) is de voorzitter van de sessie.

En deze sessie begon al goed. Merriënboer was te laat vanwege vertragingen met de trein waardoor de sessie een half uur later begon. De laatste sessie voor de lunch, een half uur uitloop, herinneringen aan vorig jaar, deden mij het ergste vrezen.

Maargoed, wist ik op dinsdag nog niet wie Kirschner was, nu wel. Zijn openingszin: we gaan een sessie niet in het Engels doen omdat er een iemand in de zaal zit die geen Nederlands spreekt (Downes was inmiddels alweer vertrokken). De zin erna: je valt een ander niet aan als je een heer bent. Daarmee uiteraard verwijzend naar de keynote van Downes, een dag eerder.

Tijd voor de stelling, waar zowel Merriënboer als Stevens op mogen reageren. Ook is er ruimte voor een korte presentatie van Merriënboer.

Stelling 1: aangenomen is dat de werking van het nieuwe leren wetenschappelijk bewezen is en is dus een zeer geschikte aanpak voor het NL onderwijs.

Volgens Stevens is deze stelling niet te verdedigen omdat het menselijk leren is gestandardiseerd. Er zijn vaste rollen, functies en verwachtingen voor leraar en leerling. Het mensbeeld is fundamenteel veranderd en er bestaat een ander zelfbeeld. De mens is in dit nieuwe beeld pro-actief waarbij het leren plaatsvindt door interactie. De kwaliteit van deze interacties zijn bepalend voor de kwaliteit van het leren. Leerlingen die in opstand komen (verwijzend naar het laatste nieuws in de media) hebben duidelijk te weinig kans. De rol van de wetenschap is om inzicht te bieden, de wetenschap kan de functie van het onderwijs spiegelen, doen wij wat wij beloven en zoals we het willen. We mogen daarom niet van wetenschappelijk kennis cuasale relaties vragen.

Hierna maakt Merriënboer een statement zonder op Stevens te reageren (mag nog niet van Kirschner). Merriënboer zegt dat er in februari een studie van het ministerie van OC&W is verschenen over het nieuwe leren. Hierin staan zes uitgangspunten, waarvan hij er drie behandeld.

– zelfverantwoordelijk leren
Hierbij gaat het om het geven van ruimte voor eigen verantwoordelijkheid. Naar dit zelfverantwoordelijk leren is al veel onderzoek gedaan, al vanaf jaren ’60. Volgens Merriënboer is het over het algemeen geen goed idee om studenten die eigen verantwoordelijkheid te geven omdat zwakkere leerlingen net de verkeerde taken en voorbeelden kiezen.

– leren in een authentieke leeromgeving
Ook hier is volgens Merriënboer al veel onderzoek naar gedaan. Volgens hem heeft een natuurgetrouwe omgeving vaak negatieve effecten op het leerproces.

– leren vindt plaats met behulp van ICT
ICT heeft dikwijls geen meerwaarde en soms zelfs een negatief effect op leerprocessen en leeruitkomsten.

Conclusie van Merriënboer op de vraag of er iets mis is met het nieuwe leren? Ja, omdat vaardigheden om verantwoordelijkheid met betrekking tot eigen leren te nemen onvoldoende wordt onderwezen en geoefend. Daarnaast heeft ICT gebruik soms negatieve effecten.

Merriënboer is van mening dat de polarisatie rondom het nieuwe leren is ingegeven door de media. Docenten trekken verkeerde conclusies op basis van verkeerde informatie. En dus is er een debat nodig om voor heldere informatie rondom het nieuwe leren te zorgen. Merriënboer wil niet terug naar het “oude leren” maar wil op een hoger niveau het debat voeren. De huidige uitgangspunten slaan de discussie plat. De gebruikte statements zijn een te sterke vereenvoudiging van werkelijkheid en zijn te simpel om over te debatteren.

Tijd voor vragen vanuit de zaal. Duidelijk wordt dat in deze sessie een gezelschap zit dat heel goed weet waar het over gaat en dat dit mensen zijn die elkaar vaker tegenkomen. Voornamen worden genoemd, zonder achternaam en zonder uitleg waar iemand vandaan komt. Voor een leek (zoals ik zelf) is dit vervelend. Ik heb namelijk geen idee wie die mensen zijn.

De voorzitter geeft een voorzet:

  • bestaat er zoiets als nieuw leren?
  • wat is er mis met oud leren?
  • kunnen wij “niet gestandardiseerd” onderwijs aan?
  • wat zou / kan dit inhouden?
  • heeft de wetenschap iets te melden?
  • moet nieuwe leren niet overboord gegooid worden?

Aanstichter Robert Jan Simmons zit in de zaal en geeft een reactie. Hij zegt dat het misverstand bestaat dat het “oude leren” fout is. Toen hij in 1995 over het nieuwe leren schreef had hij een ander idee dan het beeld dat nu is ontstaan en wat er in rapporten verschijnt. Wat is belangrijk als uitkomst van onderwijs in plaats van hoe je dat doet. Hoe je het doet is afhankelijk van wat je wilt.
Vraag aan
Merriënboer: hoe leer je iemand verantwoordelijkheid nemen?
Antwoord: door naar voorbeelden te laten kijken, te oefenen en feedback te geven. Wij kunnen docenten daarin ondersteunen door scenario’s te schrijven, blauwdrukken te geven. Docenten hebben gereedschappen nodig. Wij moeten instrumenten samen met docenten ontwikkelen.
Merriënboer ziet dit veel te weinig gebeuren.

Tijd om het nieuwe leren te begraven? Tijd om een rouwadvertentie in de landelijke dagbladen te plaatsen? Aangezien het nieuwe leren een aanvulling is op het “oude leren” zou je denken dat het antwoord hierop JA is. En misschien staat dan die advertentie binnenkort wel met een zwart randje er om in de krant.

En dan is het tijd voor de lunch….. beneden aangekomen waren de tafels leeg. En nu weet ik het zeker. Volgend jaar verheug ik mij niet langer op een lunch die er niet is, ik haal gewoon een broodje bij de LaPlace.

Leave a Reply

Your email address will not be published.