Escape Game in het Rijksmuseum

Gister hebben Judith en ik de Escape Game van het Rijksmuseum gespeeld. Judith deed al eerder verschillende Escape Rooms en de naam van de game van het Rijksmuseum suggereert ook iets met tijd en opgesloten worden. Spannend dus.

Even wat praktische informatie. Je boekt de game via de website van het Rijksmuseum. Je hebt ook nog een toegangsbewijs nodig. De game kost 17,77 euro of je het nu met 2 of met 5 mensen speelt. Per tijdslot van een half uur zijn er 50 plekken beschikbaar.

Als je de game hebt geboekt krijg je een bevestigingsmail en eigenlijk begint het dan al. In de mail staat de eerste aanwijzing.

Ben je klaar voor de Rijksmuseum Escapegame? De Escapegame start onder het museum. Houd je ogen goed open want in het Atrium vind je een aanwijzing.

De hele game moet je dit logo in de gaten houden en die kom je echt overal in het museum tegen.

Na een korte introductiefilm ontvang je een envelop met 3 opdrachten.

Het idee is dat je het kantoor van Bert gaat vinden. Je kan kiezen voor een gewoon of expert level. Natuurlijk gingen wij voor de moeilijke.

De vormgeving van de aanwijzingen zijn mooi. Er is veel aandacht besteed aan hoe het er uit ziet, ook op de zalen. Je kunt subtiel genoeg door het museum lopen met je envelop met kaartjes. Je ziet wel verschillende teams en soms sta je tegelijk op eenzelfde plek maar echt last heb je hier niet van. En gewone bezoekers hebben geen last van de mensen die de game spelen.

En je hebt voor het spel ook de plattegrond van het museum nodig. We gingen aan de slag. Bij de eerst opdracht kwam er gelijk een medewerker met op haar t-shirt het logo van de game op ons af om ons te helpen en dat was jammer. Ze benadrukte te veel wat wij moesten doen zodat wij niet de kans kregen om het zelf uit te vinden. Gelukkig bleven de andere medewerkers op afstand. Het duurde wel even voordat wij doorhadden wat de bedoeling was en op een gegeven moment kwamen wij op een zaal waar wel een aanwijzing was maar waar wij nog helemaal niet hadden kunnen komen.

We deden 2 uur over de eerste 3 opdrachten…… ja we deden rustig aan en dronken ook nog wat thee. Maar toen hadden we nog maar een uur voor de laatste 3 vragen. Enthousiast als wij zijn gingen we de uitdaging aan. We kozen weer niet voor eenvoudig maar gingen als een speer door het museum. En het lukte! We ontdekten de code en openden de deur.

We hebben een ontzettend leuke middag gehad. We struinden door het museum en kwamen op plekken waar je normaal niet komt. Aandacht voor dat wat er in de zalen staat is er niet want je bent veel te druk bezig met het spel. En dat is wel jammer want zo leer je er niet echt iets van. Het Escape gedeelte snap ik nog niet helemaal. Want er is geen tijdsdruk en geen opsluiten. Eigenlijk is het gewoon een leuke speurtocht door een mooi museum.

Mocht je in Amsterdam zijn, wil je een keer anders door het Rijksmuseum of heb je een bedrijfs- of familie-uitje dan is het zeker een aanrader. Ook met kinderen is het leuk om te doen. Maar wil je iets leren over de collectie boek dan een rondleiding met een gids.

op bezoek bij Google Amsterdam

Vandaag was ik met collega Yvette uit Maastricht op bezoek bij Google in Amsterdam. Deze plek stond al een hele lange tijd op mijn lijstje en Yvette wist dat gelukkig. Toen de kans zich voordeed mocht ik met haar groep van de Universiteit Maastricht mee. In de groep waren mensen van de bibliotheek, van Facilitaire zaken en docenten die betrokken zijn bij de ontwikkelingen van het Edlab. Een gemend gezelschap dus.

receptie_google_amsterdam

In het receptiegedeelte is een grote zaal voor presentaties te vinden, een lange tafel om koffie aan te drinken en verschillende zitjes.

receptie_google_amsterdam2

De receptiebalie is een uitgebouwde bakfiets en refereert naar het land waar we zijn.

Tim Knabben pikte ons om 11 uur op bij de receptie en nam ons mee naar de Loft. Een ruimte die voor verschillende doeleinden gebruikt kan worden en die een huiselijke sfeer uitstraalt.

loft_google_amsterdam5

Zo staat er een lange tafel die je voor vergaderingen kan gebruiken of koffie aan kan drinken.

loft_google_amsterdam3

Maar er staan ook chesterfield banken, met een scherm in de buurt, zodat je niet aan de tafel hoeft te zitten om een presentatie te kunnen volgen.

loft_google_amsterdam2

Je kan in deze ruimte ook even gebruik maken van een bureau. Of van het zithoekje met relax stoelen, genietend van het uitzicht over Amsterdam.

loft_google_amsterdam4

En wat mij meteen opviel is het verschil dat deze deur maakt. Het geeft het gevoel dat je niet op een kantoor bent.

loft_google_amsterdam

Tim vertelde over het bedrijf Google en de filosofie erachter. Yvette had het boek Work Rules van Laszlo Bock gelezen en ons een uittreksel gestuurd dus konden we het verhaal van Tim goed volgen.

De principes van innovatie volgens Google:

  • innovation is not instant perfection
  • think big (10x)
  • share everything you can
  • 20% time
  • ideas come from everywhere
  • data – not opinions
  • focus on users not on competition
  • dare to fail

En dat straalt de kantooromgeving ook uit. Hier worden dingen bedacht, hier wordt de wereld beter gemaakt en dat voel je.

Tim’s collega Vincent vertelde over waarom Google de kantoren zo inricht zoals ze dat doet. Het gaat namelijk om de werknemers. En er wordt alles aan gedaan om hen zo gezond en productief mogelijk te maken, en ja, dat mag ook leuk zijn.

People first

Het gaat om de wellbeing van de mensen. Heerlijk toch! Er is dan ook geen vast budget voor inrichting. Alles wat nodig is om het zo fijn mogelijk te maken voor de mensen. Dat betekent dus veel aandacht voor de omgeving. Het is een ecosysteem dat elke dag de connectie met je maakt. Vincent luistert naar iedereen die iets wil zeggen over de omgeving en probeert alle wensen in te willigen. Usergroups zijn in zijn werk superbelangrijk. En de vraag wat heb je nodig om te kunnen werken wordt vaak gesteld. Iedereen bij Google heeft een vast/eigen bureau. Deze staat in een open ruimte. Je denkt misschien, waar blijven de plaatjes, van de kantooromgeving mochten wij geen foto’s maken en dat heb ik dan ook niet gedaan.

De gezamenlijke ruimtes worden zo ingericht dat je er verschillende dingen kan doen:

  • focus
  • collaboration
  • learning
  • socialization

Bij het inrichten wordt ook rekening gehouden met de Google experience, health & wellbeing en sustainability. Data (vragen aan de mensen wat ze willen) zorgt ervoor dat men weet wat er goed gebruikt wordt en wat wel of niet werkt. Om de experience zo clean mogelijk te houden blijven ze bij de basics.

Op elke verdieping is een keukengedeelte waar je de hele dag door gezonde snacks kan halen, kan zitten om te werken of te overleggen en waar koffie en thee klaarstaat. En dan geen thermoskannen maar een heuse espressomachine met verse bonen om te malen.

keuken_gedeelte_google_amsterdam

Dit keukengedeelte zat aan een kant van het gebouw en om de medewerkers niet te ver te laten lopen zit er op elke vloer ook een pantry waar ook koffie en thee (ook ander drinken) beschikbaar is en kleine snacks zoals fruit. In het restaurant staat elke dag een maaltijd klaar. Warm of koud en altijd gezond.

restaurant_google_amsterdam2

Ik denk dat ik, als ik hier zou werken, kilo’s aan zou komen.

restaurant_google_amsterdam

 

Fijn dat er dan ook een sportschool aanwezig is om alle kilo’s er weer af te trainen. Naast de standaard apparaten worden er ook groepslessen aangeboden zoals Pilatus en Yoga.

Het bezoek aan Google was een langgekoesterde wens die uitgekomen is. Was het zoals ik het had verwacht. Ja! Wat neem ik mee uit dit bezoek. De medewerker voorop stellen bij het inrichten van de ruimte. Aandacht hebben voor de omgeving en dingen mooi maken. Of het nu om collega’s gaat of om studenten. Iedereen verdient een mooie werkomgeving. En dat kan al in kleine dingen zitten, een lampje extra om sfeer te maken of een poster aan de muur met een mooie inspirerende afbeelding.

op bezoek bij de UvA

Hij stond al even op mijn lijstje, het Roeterseiland van de UvA. Robin van Schijndel vertelt er altijd heel enthousiast over en de foto’s die ik zag van de opening van de brug waren spectaculair. Dus vorige week vrijdag ging ik samen met een aantal collega’s op bezoek.

de-groep

We begonnen bij de brug, een mooi ingerichte ruimte zonder computers en stopcontacten. Je weet dat het geen officiële studieplekken zijn omdat op studieplekken goede bureaustoelen staan. Op de brug verblijf je een korte tijd.

debrug

De ruimte is ingedeeld in 9 vlakken. Per vlak zijn er zes inrichtingsvoorstellen aan de stakeholders gepresenteerd en is er gekozen. Als metafoor voor de inrichting is de stad gebruikt. Waarbij de inrichting op basis van functionaliteit is gedaan.

De ronde tafel direct bij de ingang is het meeting point. Ons viel het bordje vooral op.

meetingpoint

Het plein staat voor de verplaatsbare tafels, waarbij oranje meubels ook echt weg kunnen en groen vast zitten in de ruimte.

oranje

Rechts op de foto zie je nog grote houten elementen. Deze worden de podia genoemd. De blauwe banken in de ruimte worden gebruikt voor het forum. Hier wordt nog een scherm geplaatst. En de groene elementen vormen het park.
hetpark
Hier kun je bij de raam zitten aan een tafel of meer hangen op een bank.
hetpark2
De brug gaat om 9 uur ‘s ochtend open en is toegankelijk tot 10 uur ‘s avonds. Omdat het een mooie plek is geworden willen mensen ook graag evenementen organiseren. Dat kan, maar dan na 4 uur in de middag en niet tijdens tentamenperioden of de week voor de tentamens. In het midden staat een groot meubel voor de catering.
De sfeer in de ruimte is fijn. Je hebt hier super uitzicht en kan kiezen wat voor soort plek je nodig hebt. Ik vond het, toen wij er waren, heel stil, terwijl bijna alle stoelen bezet waren.
Hierna keken we nog even bij het Library Learning Centre in het andere gebouw. Hier is in het voorjaar verbouwd.
llc
Op de begane grond vind je hier plekken om te eten en te drinken. Maar deze worden net zo makkelijk gebruikt als studieplekken.
beganegrond
Op de etages erboven vind je lange houten tafels die in verschillende hoogten worden aangeboden. Hier vind je ook de bureaustoelen. Van buiten zie je al of er plek is door het gebruik van glas.

studieplekken

Op de gang, met het open trappenhuis in het midden, zijn ook bankjes geplaatst zodat je overleg kan voeren. Ik kan me voorstellen dat studenten het een beetje te wit vinden en snap dan ook heel goed dat er nu mensen nadenken over kleur, planten en het eventueel toevoegen van erfgoed om sfeer te brengen in de ruimtes. Robin heeft heel goed rond gekeken in de wereld en de successen gebuikt om deze ruimtes in te richten. Hij is hier erg goed in geslaagd. Je voelt een buzz als je door de gebouwen loopt, de sfeer is super.
Meer foto’s staan op flickr.

googles fysieke hangout in amsterdam – een feel good kantoor

Dutch Cowgirls zette me op het spoor van het nieuwe Google kantoor in Amsterdam. En het is er weer een om jaloers op te zijn. Dichter bij huis, dat wel, en dus wordt de kans steeds groter dat ik hier een keer binnen mag kijken. Geen idee hoe ik dat voor elkaar ga krijgen dus als je nog tips hebt, of mensen kent, ik houd me aanbevolen.

google-amsterdam(afbeelding D/DOCK)

De inrichting van dit Amsterdamse kantoor is gedaan door D/DOCK. Een ontwerpstudio van interieurs en totaal concepten. Hun ontwerpen zijn innovatief en inspireren kennisoverdracht. Maar ook staan in hun ontwerpen de mens centraal. Voor het ontwerp van dit kantoor maakte zij gebruik van typische Hollandse elementen zoals stroopwafels aan het plafond en een bakfiets als balie bij de receptie. De garage van Larry Page en Sergey Brin diende als inspiratiebron.

Elke verdieping in het kantoorgebouw heeft een eigen cave. Dit is het gebied waar alle openbare faciliteiten samen komen zoals vergaderruimtes en keukentjes. Hier om heen zijn de werkplekken gesitueerd. In deze omgeving wordt communicatie gestimuleerd en is er tegelijkertijd ruimte voor concentratie. Als je een snoertje nodig hebt ga je even naar de Febo automatiek, dan trek je er zo een uit de muur. En de caravan op de 15e etage, dat is een informele vergaderplek.

google_caravan

Volgens Coen van Dijck van D/DOCK is het kantoor van Google een feel good kantoor.

Het is een plek die mensen beter laat functioneren door een werkomgeving te creëren die aan ieders behoefte voldoet. Geluk, comfort, flexibiliteit, ontspanning, beweging, daglicht, frisse lucht, visuele stimulans en een uitgebalanceerde catering zijn fundamentele elementen die dit kantoor een gezond kantoor maken.

De enige manier voor mij om nu binnen te kijken is met Google Streetview. Je kan dan een kijkje nemen op drie verdiepingen. En dat is beter dan niets.

 

Regiobijeenkomst Sfeer en Samenwerking

Vanmiddag organiseerde het Centre for People and Buildings de eerste van drie lustrum bijeenkomsten. Het thema van vanmiddag was Sfeer en Samenwerking. Om half 3 werden we ontvangen in het gebouw van Steelcase in Amsterdam.

The company designs and manufactures architecture, furniture and technology products, with deep and long-term commitment to cradle to cradle and sustainable development.

We are dedicated to helping

  1. people work more effectively
  2. organisations use space more efficiently
Ik kende het bedrijf niet maar was gelijk onder de indruk van de inrichting en de slogan LOVE HOW YOU WORK die op de balie en de postvakjes geplaatst is.
Ook de grote posters met quotes doen het goed. Zoals deze of deze:

 

you can’t create fresh thinking in an ordinary office
you need an inspiration office

Na de koffie was het tijd voor twee korte presentaties. Wim Pullen (CfPB) opende de middag. Annemieke Garskamp en Nick Willemse vertelde iets over Steelcase (bij Steelcase Amsterdam noemen ze de showroom work life en de medewerkers werken hier ook echt) en over de trends die zij waarnemen als het gaat om samenwerken. Volgens hen wordt samenwerken belangrijk en dat heeft alles te maken met de ontwikkelingen rondom het nieuwe werken. Maar het nieuwe werken is niet nieuw, voorheen noemden we het alleen anders (flexwerken, innovatieve kantoorinrichting). 80% van al het werk dat we doen, doen we met iemand anders. We doen steeds minder werk alleen. Terwijl individueel werken overal en altijd kan als je beschikt over de juiste tools en een internetverbinding. Dus als je al naar kantoor komt doe je dat om samen te werken en te ontmoeten. Het werk dat wij 10 jaar geleden nog zelf deden is nu gedigitaliseerd of geoutsourced naar Azië. Het werk dat wij nu nog doen is niet te digitaliseren omdat je er creatief voor moet zijn. Momenteel werken we vaak samen op individuele werkplekken. De inrichting van de kantoren moet dus veel meer gericht zijn op het belang van het werkproces, en dat is samenwerken. En dus stappen steeds meer bedrijven over naar ontmoetingsplekken en samenwerkplekken in plaats van individuele werkplekken.

Na een korte pauze werd de zaal opnieuw ingericht zodat wij konden discussiëren met elkaar. De stellingen werden gegeven door Wim Pullen waarna eerst het panel (Annemieke Garskamp, Thijs Edelkoort (adviesbureau AT Osborne), Theo der Voordt (CfPB/TUDelft) en Nick Willemseruimte kreeg om te praten, maar al snel haakte de deelnemers in de zaal aan.

Stelling 1: in een sfeervolle omgeving werken mensen beter samen

Een aantal antwoorden:

  • de inrichting van de kantooromgeving is een teken van aandacht die je geeft aan mensen, iedereen is gevoelig voor aandacht
  • sfeer = design – is een gevaar omdat je voorbij gaat aan functionaliteit
  • vrijheid is belangrijker dan sfeer of de omgeving
  • je moet diversiteit aanbrengen
  • sfeer gaat niet alleen om fysieke aspecten maar zeker net zo goed om psycho-sociale aspecten (sfeer van vertrouwen, vrijheid, samen, identiteit)
  • identiteit van een persoon of van een groep/team
  • contrast tussen de inrichting van je eigen huis en van het kantoor is erg groot

Stelling 2: in een activiteitgerelateerde werkomgeving zonder vaste werkplekken komen mensen tot betere resultaten

Een aantal antwoorden:

  • er  wordt te veel gestandaardiseerd
  • denk na over de inrichting, hoeveel laat je vrij – laat je de medewerker zelf inrichten of geef je beperkte keuze
  • in plaats van iets afpakken (je hebt geen eigen werkplek meer) krijg je meer keuze (je kan kiezen uit heel veel verschillende vrije werkplekken)
  • bestaat een verschil tussen individuele- en team productiviteit (het individu wil een stilteplek, het team een samenwerkplek)
  • iedereen probeert zijn leven zo optimaal mogelijk in te richten zodat het bij hen past en een kantoorinrichting is vaak een eenheidsworst
  • vraag aan de gebruiker wat zij wil – laat eigen meubilair uitkiezen – bring your own furniture
  • waar liggen de grenzen van chaos
  • waarom 1 concept voor iedereen – doe iets met de diversiteit

Stelling 3: het is een managementillusie dat je samenwerking kunt sturen

Dit was een lastige discussie, zo aan het einde van de middag, met de borrel in zicht. De discussie ging vooral om het begrip sturen.

Wim Pullen concludeerde de discussie mooi met de woorden:

We kunnen allemaal appeltaart bakken maar hij zal bij iedereen anders smaken

De volgende lustrumbijeenkomsten zijn in Zwolle (3 november – thema Creatief & Comfortabel) en Hoofddorp (7 december – thema Rust & Ruimte). Aanmelden voor deze gratis bijeenkomsten is nog mogelijk. Ik zal ook bij de andere twee bijeenkomsten zijn dus misschien kom ik je daar tegen.

Meer foto’s van deze bijeenkomst zijn in deze Flickr set te vinden.

Apple Seminar Leren met mobiele devices: The New Classroom

Afgelopen maandag was ik met collega Willem bij het Apple Seminar Leren met mobiele devices: The New Classroom in Amsterdam. Bill Rankin had ik vorig jaar ook al horen spreken maar deze man is zo inspirerend dat een tweede keer luisteren zeker niet als vervelend kan worden bestempeld. We mochten geen foto’s maken dus ik heb dit keer geen begeleidend beeldmateriaal.

Bill Rankin: the New classroom – how Information Technology is transforming Educational space

Volgens Rankin wacht momenteel iedereen op iedereen als het gaat om het radicaal wijzigen van het onderwijs met behulp van mobiele technologie. Hij ziet het als baanwielrenners die ook op elkaar wachten, totdat iemand los gaat en probeert te winnen. Als diegene in het onderwijs los gaat zal er, volgens Rankin, veel veranderen. Hij geeft een paar cijfers; 80% van de 0-5 jarigen gebruikt eens per week internet, 70% van deze leeftijdsgroep gebruikt dagelijks een mobiele telefoon (maar misschien heb ik dit verkeerd opgeschreven want het lijkt een beetje veel voor kinderen). Met dit in ons achterhoofd vraagt Rankin zich af hoe een nieuw klaslokaal er uit moet zien. Hij neemt de ruimte waarin wij zitten als voorbeeld. Netjes in rijen, hij staat voor ons en levert informatie. Na een paar uur zitten deze stoelen echt niet lekker meer. Er is weinig licht. Stoelen verplaatsen is niet mogelijk. Het leren is in deze ruimte passief.

Rankin heeft vijf onderdelen waarop hij een ruimte beoordeeld.

  • structuur (hoe is de ruimte opgebouwd, licht, ramen, etc.)
  • oriëntatie (hoe zit iedereen, waar staat de docent)
  • flexibel (kun je dingen verplaatsen)
  • gereedschap (wat voor soort gereedschap is er, staan er pc’s, kun je het licht dimmen, temperatuur verlagen, etc.)
  • infrastructuur

Rankin laat ons vervolgens nadenken over – wat hij noemt – de power differences. Aan de ene kant van de zaal zitten de nooduitgangen, dat is een verschil. Rankin heeft een microfoon, ook een verschil met de rest van de aanwezigen. Zijn deze verschillen erg? Hebben wij Rankin nodig om informatie te vinden over een bepaald onderwerp. In dit geval, het voorbeeld, Sugata Mitra. De conclusie, wij hebben Rankin niet nodig. Sugata Mitra zegt dat je voor onderwijs toegang en community nodig hebt. In de zaal waar wij nu zitten doen we niet aan community vorming, we zitten naast elkaar, neuzen dezelfde kant op. Maar tijdens de koffie en de lunch hebben we wel mogelijkheden, dan kunnen we met elkaar kennis maken, bijpraten en discussiëren. Rankin trekt de lijn door naar het onderwijs. In de manier  waarop wij onderwijsruimten inrichten houden wij geen rekening met communityvorming.

Vervolgens maakt Rankin de stap naar mobiele devices. Is het – als je gebruikt maakt van deze technologie – belangrijk waar je je bevindt. Rankin ziet de mobiele device als een productiestudio. Wij gaan van een consumptie- naar een creatiemodel. Wij creëren content en delen dit met anderen in een community. Het informatiemodel is gewijzigd en daarmee ook de inrichting van de ruimte.

Rankin ziet het als volgt

more access yields more participation -> more participations yields more custodianship -> more custodianship yields more diversity – more diversity yields more access.

We kregen een nieuwe opdracht van Rankin, namelijk het antwoord vinden op de vraag hoe je vuvuzela geluid uit een bestaande opname van een voetbalwedstrijd kan filteren. Hoe deden we dit, we discussieerden met de persoon naast ons, misschien zelfs met die daarnaast. Draaiden we ons om? Nee. Verplaatsten we onze stoelen? Nee. Toch weten we dat het niet optimaal is om naast elkaar te zitten als je zo’n opdracht krijgt. De mensen met een laptop of tablet waren in het voordeel. Zij zochten het antwoord gewoon op.

In onze generatie en de generaties boven ons is het belangrijk om het antwoord te vinden. De generaties onder ons vinden gebruiken belangrijker dan vinden. Jongeren gebruiken het materiaal en gaan van daaruit verder. Vreemd is het dus wel dat we klaslokalen ontwerpen die gericht zijn op vinden, terwijl de jongere generaties vragen om omgevingen waarin zij kunnen gebruiken. Rankin gaat nog een stap verder. Vroeger ging informatie naar 1 punt – de docent – hier werd de omgeving voor gebouwd. Nu – denk aan het internet – hebben wij toegang tot een informatie matrix. Maar onze klaslokalen zijn nog steeds hetzelfde ingericht. Er zijn veel voorste rijen, veel schermen, veel groepsplekken en er is flexibel meubilair. Maar de wereld is ons klaslokaal geworden.

In the digital age Information is a commodity -> informational delivery -> the architecture of creation and participation

En nu is het wachten op de eerste wielrenner die het lef heeft om harder te gaan rijden.

(Bron afbeelding Bill Rankin)

Martijn Luijks – Thieme Meulenhoff

Na Bill Rankin kwam Martijn Luijks van Thieme Meulenhoff aan het woord. Het is best erg maar wat mij het meest is bijgebleven is dat hij continu zijn laptop en iPad wisselde (met de wisseling van kabel naar de beamer). Niet dat wat hij liet zien op de iPad ook niet als een slide in powerpoint getoond kon worden. En dat leidde dus af, maar ik heb wel wat aantekeningen gemaakt.

Bron afbeelding: schooltas.q42.com

Luijks sprak over SCHOOLTAS, een (gratis) iPad app van de uitgever. Sinds de komst van de iPad vragen docenten en directies aan de uitgever om na te denken over een app. Werkt dat een boek op de ipad? Werkt een ipad in de klas? Om deze vragen te kunnen beantwoorden onderzocht Thieme Meulenhoff de mogelijkheden en ontstond SCHOOLTAS 1.0, die vanaf januari 2010 in de appstore beschikbaar was. Met deze app kun je de schoolboeken lezen en gebruiken. Dit grijpt minimaal in op het onderwijsproces. Iedere leerling heeft een eigen device waardoor er een nieuw speelveld voor leren ontstaat, met als veilig vangnet het boek.

Op 6 domeinen wil Thieme Meulenhoff nog ontwikkelen:

  • samenwerken
  • social networks (delen met het netwerk)
  • interactie (werken met werkboeken en audiofragmenten)
  • intelligentie
  • augmented reality
  • gamification.

Kees Versteeg – Hondsrug College

Kees Versteeg (rector Hondsrug College) vertelde een mooi verhaal over de digitiek van de toekomst – leren op maat via de iPad. Het project heet Leren op Maat waarbij iedere leerling op deze school een iPad krijgt. Niet omdat het een leuk device is maar omdat de school het onderwijs wil veranderen. Hier wordt onderwijs iets dat persoonlijker is, met persoonlijke content en organisatie op maat. De rol van de docent verandert hiermee ook. Hij wordt iemand die de leerling helpt iets te vinden. En dat spreekt eigenlijk het verhaal van Rankin tegen waarin het vinden niet het belangrijkste is, maar het gebruiken. Deze nieuwe vorm van onderwijs wordt niet alleen toegepast op de iPad maar ook op andere mobiele devices. Versteeg gaf mooie voorbeelden van het gebruik van een roosterapp (inclusief jaarrooster) en het volgen van studievoortgang en behoefte van een student.

Eric Slaats – Fontys

De laatste spreker van de middag was Eric Slaats van Fontys. Hij sprak over mobiele interactieve non-lineaire presentaties. Vorig jaar deed Fontys een breed experiment met smart mobile Learning (looptijd sept 2010 – april 2011, 160 ipads, 120 studenten, 35 docenten, 10 instituten, 3 diensten). Slaats, zelf ook docent, heeft veel content die je vaker wilt hergebruiken.Hij maakte een ipad app waarbij het eenvoudig is om tijdens een presentatie te kiezen voor de slides die je wilt gebruiken. Aan het einde van de les krijgen de studenten een pdf van de slides die zijn gebruikt.Tijdens de les kunnen studenten anoniem vragen stellen en links doorgeven (die de docent met een preview kan zien). De docent heeft op zijn scherm de slides (links onder elkaar), de actieve slide groot in het midden, een timer en kan hij notes toevoegen. Er is samengewerkt met …. (heb zijn naam niet meegekregen) om video’s van de colleges te maken. Recording box heet deze app. KI zorgt ervoor dat de video doorzoekbaar is.

De app heet iPresent en zal binnenkort aanwezig zijn in de app store (gratis – zowel voor ipad als android tablets). Meer achtergrond over iFontys waar iPresent onderdeel van is vind je hier.

Misschien komt het niet over in deze post maar de app is werkelijk waanzinnig. Erg jammer dus dat we niet mochten fotograferen en dat Apple het zo lastig maakt om een app te laten testen. Binnenkort wellicht meer (als de app te downloaden is en ik hem heb kunnen testen).

Frank Thuss was ook aanwezig (las ik op twitter en hij zat bijna naast mij) en zijn verslag van de dag lees je hier.

Op bezoek bij de VU – Smart@Work

Vorige week vrijdag mocht ik met een aantal TU Delft collega’s op bezoek bij de Rechtenfaculteit van de Vrije Universiteit in Amsterdam. Deze TU collega’s vormen samen het projectteam 2FLOW dat het nieuwe werken bij de TU Delft gaat ondersteunen en coördineren. Wij bezochten de VU omdat daar de rechtenfaculteit als eerste in Nederland het nieuwe werken binnen het onderwijs heeft geïntroduceerd onder de naam Smart@Work.

Ik was erg nieuwsgierig. Als ik denk aan een rechtenfaculteit vol met juristen dan denk ik aan papier, heel veel papier. En aan eigen kamers om geconcentreerd te werken. In mijn hoofd wilde het nieuwe werken en een rechtenfaculteit niet samen. Maar het bezoek bracht hier verandering in en nu snap ik het wel. Anders dan ik had verwacht, maar wel mooi en goed doordacht.

Sinds 3 januari 2011 zit de faculteit in dit nieuwe pand dat Initium is genoemd. De aanleiding was er een die je vaker ziet in het onderwijs, de faculteit groeide zodat de medewerkers en studenten niet langer in het pand pastten. Er moest nieuwbouw komen van 10.000 m2. De faculteit zat hiervoor in het hoofdgebouw, verdeeld over vijf verdiepingen. De inrichting was donker, lange gangen met dichte deuren. Je wist niet of iemand aanwezig was of niet. Van deze indeling wilden ze af, ze wilden meer open zijn. Maar ook meer samenwerken en meer samen doen. De faculteit moest een hart krijgen.
De faculteit kreeg de opdracht om een pand neer te zetten waar zij het mee moeten doen, ook al groeit de faculteit, het pand wordt niet groter. De 10.000 m2 is dus het maximum. En dat is een enorme uitdaging. Er werd gekozen voor op activiteit gerichte werkplekken en deze niet persoonsgebonden te maken.

Vrij vroeg in het project is aan medewerkers gevraagd wat zij het allerbelangrijkste vinden. Dit is geconcentreerd kunnen werken en de boeken. Zonder de boeken geen identiteit, de boeken zijn dag en nacht nodig. Maar aan de andere kant zijn bezuinigingen een feit, kun je bijna niet anders dan meegaan met de trend van het nieuwe werken, maar je wilt het wel samen doen.

Voor een aantal onderzoeken heeft de faculteit Laanbroek Schoemans Adviseurs ingehuurd. Zij deden onder andere een bezettingsgraadmeting. In piekuren was er 55% bezetting, maar meestal was rond de 40% van de werkplekken bezet (bruto bezetting). Dus wat ga je dan vormgeven, iets wat wordt gewenst op het idee dat iedereen er altijd is. Of kijk je kritisch naar de cijfers en baseer je het nieuwe concept hier op. Huisvesting durfde de vraag te stellen. Uiteindelijk werd het kloostergang idee met aparte kamertjes losgelaten en gekozen om deels persoonsongebonden te werken. Maar je wilt geen hierarchie in de kantoorinrichting, dus wie krijgt dan een eigen plek en wie niet? Er bestaat geen logische verantwoording om dit te realiseren dus uiteindelijk wordt het hele concept losgelaten. Er worden alleen maar persoonsongebonden plekken ingericht, behalve voor de secretariaten. Zij hebben een vaste plek gekregen in een open ruimte.

In het gehele proces heeft huisvesting een belangrijke rol gespeeld. Zij waren leidend. Maar de nieuwbouw, het experiment met het nieuwe werken, moest binnen budget en tijd worden gerealiseerd. Tijdens het proces werden veel dingen ontdekt, maar de projectleider liet weten dat dit nodig was om te kunnen wennen aan nieuwe ideeën en manieren van inrichting. Met andere woorden, het proces was nodig om tot het eindresultaat te komen.

Een gedeelte van het pand is afgesloten voor studenten. Docenten die een afspraak met een student hebben kunnen hen ophalen en meenemen naar het gesloten gedeelte. In het open gedeelte zijn wel ruimtes voor docent/studentcontact maar deze ruimtes worden vaak bezet door studenten. Studenten moeten er wel uit als er een afspraak is en de ruimte is gereserveerd.

Het gesloten gedeelte trekt enorm. Medewerkers zitten hier graag, soms is het zelfs te gezellig. Het hart van de faculteit wat een wens was vanuit de start van het project is gerealiseerd. Of er ook meer wordt samengewerkt is nog niet onderzocht, wel geven medewerkers aan elkaar vaker te ontmoeten en elkaar beter te leren kennen. In het gebouw zijn vlekken gevormd waar afdelingen elkaar opzoeken. Dat betekent niet dat anderen niet in die vlek mogen zitten. Iedereen is overal welkom.

Qua ICT worden er experimenten gedaan (bijvoorbeeld met iPads en laptops). Het is nog niet optimaal. Maar ze zijn op de goede weg. Nog lang niet al het papier is gedigitaliseerd en een papierloos kantoor bestaat nog niet maar VU-breed staat digitalisering op de agenda. Wel is er voor de verhuizing veel opgeruimd zodat er leegstand in de kasten is.

Wat betreft professionalisering is er een cursus efficiënter werken aangeboden maar deze is niet door iedereen gevolgd. Slimmer werken met social media, of de GTD methode is iets wat nog niet echt leeft maar misschien nog wel gaat leven.

Nog even wat cijfertjes. Er zijn vier verschillende soorten werkplekken:

  • 1-persoons werkplek – voor activiteiten die hoge concentratie vragen (aantal 68 werkplekken)
  • 2-persoons werkplek – voor semi-geconcentreerde activiteiten (aantal 60 werkplekken)
  • groepswerkplek – voor semi-geconcentreerde activiteiten (aantal 75 werkplekken)
  • loungeplek – voor activiteiten met gemiddelde concentratie (aantal 24 werkplekken)
  • Voor vergaderingen en overleggen kunnen ruimtes (voor 4, 12 of 30 personen) gereserveerd worden

Vanaf 0,5 fte krijgt een medewerker een eigen laptop en een locker. Medewerkers die minder dan 0,5 fte werken mogen een laptop en locker voor een dag lenen.

Er werd een positief verhaal verteld, met ups en down dat wel. En natuurlijk was er ook wel weerstand. Maar wat wil je, medewerkers die gewend zijn aan een eigen kamer die ineens moeten gaan flexwerken en de kasten met boeken moesten inleveren. Die weerstand viel uiteindelijk toch wel mee. De medewerkers wisten ook wel dat deze richting ingeslagen moest worden en ook al is het anders, je went er wel aan. En dat geeft hoop. Want als het lukt met juristen, dan moet het toch zeker lukken met techneuten.

Meer informatie over dit project en het nieuwe gebouw lees je hier en hier. Wat collega Rob van het bezoek vond beschrijft hij hier.

 

Apple seminar – Mobile Learning in Higher Education

Vanmorgen was ik in Amsterdam bij Apple om een seminar bij te wonen over mobile learning. In twee lezingen van een en dezelfde spreker werd ingegaan op het onderwerp. In de aankondiging stond het volgende:

Literacies: How Technologies Shape Teaching and Learning
Almost six centuries ago, when Gutenberg’s press first made printed information widely available, the world saw an explosion of creativity. Educational, political, and religious institutions were radically transformed as those who had once been excluded gained access and found new opportunities to participate. The resulting transformation unleashed the waves of invention that created the modern world. Unfortunately, some of that creativity has gone stale, and mechanisms have developed that once again leave many feeling alienated, disengaged, and overwhelmed… Yet a new generation of mobile technologies is emerging to reenergize the system. The first true digital books—books that are location-aware, media-rich, broadly-interlinked, and socially-connected—are just on the horizon, offering a new kind of access that could be just as disruptive and transformative as Gutenberg’s revolution. This presentation will explore the historical trajectory, describe some of the ways that books are metamorphosing, and consider the creative possibilities offered by the new age of information.

How to Envision (and Realize!) What’s Next for Your School
It’s often not really that difficult to develop a vision for using technology in education. However, getting faculty, technologists, administrators, and students to share that vision can be extraordinarily difficult. This problem is made worse by the fact that, in many cases, these groups simply don’t talk to one another, and the language they use about learning and technology is rarely the same. As you consider deploying or furthering new technology initiatives at your own institutions, it may be helpful to hear some of the ways one school worked to overcome the internal and external barriers as they developed a campus-wide mobility initiative based on the iPhone and iPod touch. This session will offer both a historical overview of Abilene Christian University’s Connected mobile initiative and will offer some practical steps for those wishing to develop a vision and realize it.

Nu heb ik vorig jaar tijdens Educause ook sprekers van Abilene Christian University gehoord en toen was ik erg onder de indruk van het project waarbij zij aan alle studenten iPhone’s en iPods uitdeelden.

Maar terug naar vandaag. Bill Rankin van ACU gaf vandaag twee presentaties. De eerste was een inleiding op ons tijdperk en hoe technologie daarin een rol speelt. Maar om over ons tijdperk te kunnen praten moeten we eerste kijken naar wat er in de geschiedenis heeft plaatsgevonden en wat de rol van technologie daarbinnen is geweest. Technologie is succesvol als het een probleem oplost, maar veelal wordt er tegelijkertijd een nieuwe cultuur ontwikkeld en worden er nieuwe problemen zichtbaar.
Rankin noemde als voorbeeld de technolgiecyclus (als ik goed heb van Marshall McLuhan):
innovating – building – solidifying – destabilising – innovating
Veelal bevinden opleidingen zich bij destabilising en studenten bij innovating.

Rankin neemt ons mee en legt uit welke gereedschappen wij hebben als het gaat om leren en hoe die de cultuur kunnen veranderen.

Het handen tijdperk

De middeleeuwen – is een tijdperk van handen. Handen maken informatie en degene die de informatie bezit geeft het met de hand over aan een ander. Locus (de plaats) is belangrijk.

Rankin geeft het voorbeeld van de scroll versus de codex, waarom heeft deze overgang eigenlijk plaatsgevonden? Dit was met name omdat de scroll een lineair product is. Een codex of een boek is een technologie waar je random toegang tot hebt. Daarnaast vereist een scroll een tafel, het is dus een device die om een bepaalde situatie vraagt. Een boek daarentegen is portable. En als je er goed over nadenkt dus een mobiel device. In de 3e eeuw was er vraag naar informatie die niet plaatsgebonden was. Mensen wilden informatie daar waar zij waren. En dus werd er technologie ontwikkeld die dat mogelijk maakte, het boek.
De afbeeldingen in een boek zijn, als je er verder over nadenkt, eigenlijk multimedia. Het voorbeeld dat wordt getoond is een afbeelding in een boek van datzelfde boek, een soort augmented reality, meent Rankins.
Het primaire doel van docenten is om anderen iets te leren. Als ik van mensen iets wil leren in dit tijdperk moet ik bij die mensen in de buurt zijn of de mogelijkheid hebben om te reizen. Een boek is iets wat je niet bij je hebt, je moet naar mensen toegaan die boeken bezitten. In dit tijdperk kunnen weinig mensen produceren en consumeren. Veel mensen kunnen niet participeren. Er worden dus veel mensen overgeslagen als het gaat om onderwijs en toegang tot informatie.
Het model van universiteiten in die tijd was een model van leerlingen die bij een docent wonen. De waardevolle context, het van hand naar hand overgaan van informatie is heel dichtbij. De relatie docent – student is heel hecht. De docent is een guide. Je herhaalt dingen totdat je het snapt. Als het niet goed gaat doe je het opnieuw. Niet iedereen leert hetzelfde en niet iedereen is even snel, maar dat is geen probleem.

Het zoeken naar informatie tijdperk

Het probleem is de toegang tot informatie die beperkt is. Gutenberg lost dit probleem op met de boekdrukkunst. Het geprinte boek is een gemechaniseerd en gestandaardiseerd iets. Je kan bibliotheken van boeken bouwen. Tot die tijd hadden bibliotheken misschien 100 boeken in de collectie. Nu kan de bibliotheek groeien.

En dit zorgt meteen voor een nieuw probleem. Als er zoveel informatie voorhanden is, hoe weet ik dan waar die informatie te vinden is. En dus wordt er iets ontwikkelt dat mij helpt bij het zoeken van informatie, het classificatiesysteem. In de tijd van de kaartenbak moest je eerst de onderwerpscode van een onderwerp zien te achterhalen, daarna ging je zoeken in de kaartenbak, vervolgens liep je naar de kast en vond je een boek. Nog steeds had je de informatie niet te pakken. Die vond je pas als je de juiste pagina had gevonden.

Rankin legt uit. In deze tijd zijn docenten primair de toegangverschaffers tot informatie, met de student als ontvanger. Er wordt in deze tijd veel aandacht besteed aan classificatie en catalogiseren. Als je niet weet hoe het werkt dan ben je nergens. In deze tijd is er ook veel aandacht voor het uit je hoofd leren van data, alleen al omdat je op deze manier sneller informatie kan vinden omdat het context geeft. Repetitie is het eerste dat je doet, de analyse komt daarna. Omdat iedereen hetzelfde boek gebruikt kan een docent zeggen, sla open op pagina 37. Iedereen is gelijk. En daarmee komt ook het besef dat mensen gelijk zijn en dus standaardiseerbaar zijn.

Niet langer speelt de locus een rol maar de nexus. Informatie kan naar mij toekomen vanuit verschillende plaatsen. Veel mensen kunnen participeren en nog meer kunnen creëren maar nog steeds vallen mensen buiten de boot dankzij het nieuwe probleem, het vinden van informatie.

Het tijdperk van de data

En dan komen we in het derde tijdperk. Het tijdperk van de data. In deze tijd worden studenten gezien als machines (Pink Floyd the Wall laten studenten al zien als gestandaardiseerd product). Zo veel mogelijk studenten moeten door een studie gejaagd worden alsof zij allemaal op dezelfde manier studeren en kennis tot zich nemen. Is dit wat wij willen? Marshall McLuhan schrijft dat sommige dingen opvallen terwijl andere dingen naar de achtergrond verdwijnen. Elke nieuwe technologie legt een focus op iets, maar dingen die ook belangrijk zijn verdwijnen naar de achtergrond. Elk medium heeft hiermee zijn eigen ondergang in zich. Zodra het medium omvalt komen nieuwe problemen naar voren. De nieuwe media in dit tijdperk is data. Als je op Google bijvoorbeeld zoekt naar educational technologie krijg je in 0,2 seconden 64 miljoen hits. Dit is teveel informatie, meer dan mensen in hun gehele carrière in zich op kunnen nemen. Je verliest in dit tijdperk minder mensen, maar de wereld wordt er niet minder gecompliceerd op. Het is niet de locus of de nexus die hier belangrijk is maar de matrix. Het probleem in de film is dat je niet weet wat echt is en hetzelfde geldt voor informatie. Als je googled hoe weet je dan wat waar is en wat niet, welke informatie kun je vertrouwen? Dit probleem wordt alleen nog maar groter aangezien de snelheid waarmee informatie wordt toegevoegd toeneemt. Hoe leef je in een wereld die bol staat van de informatie en hoe zorg je ervoor dat je niet in een informatiecrisis belandt?
Als je als docent informatie geeft aan studenten is dat dan handig of maak je het probleem alleen nog maar groter?

Het onderwijs ziet er als volgt uit. Docenten werken met studenten, zij doen het voor en de student doet het na, de content wordt door de docent in de klas gemaakt, de docent geeft de context aan, studenten oefenen net zo lang totdat zij de stof begrijpen. Dit komt overeen met hoe er onderwijs gegeven werd in het eerste tijdperk dat Rankin heeft besproken.

Rankin wil in zijn onderwijs een onderzoekslaboratorium opzetten. Hij wil leren buiten het leslokaal en de iPhone en iPod spelen hierbij een belangrijke rol. Problemen die wij nu hebben is dat wij de connectie van dingen niet zien, Rankin geeft het klimaatprobleem als voorbeeld. Is dat een technologisch, economisch, esthetisch of cultureel probleem? Of is het het allemaal? Hoe krijgen wij die interconnectiviteit weer terug.

Dit tijdperk draait om de survival of the most connected.

Voor docenten heeft mobiel leren het voordeel dat zij niet in het klaslokaal hoeven te blijven. Zij kunnen context geven op een andere manier:

  • real world knowledge
  • service and field based learning
  • challenge based learning
  • hybrid courses emphasizing on site, online and in-class components
  • flexible teaching based on just-in-time student response

Als docent moet je de echte wereld opzoeken, deze niet simuleren, maar gebruiken om problemen op te lossen.

Voor de community heeft deze manier van onderwijs het voordeel dat alle informatie wordt gedeeld, studenten doen echte dingen voor hun omgeving (real world community services).

Rankin doet hier ook echt iets mee. Hij laat studenten informatie meenemen waaromheen hij een les bouwt. Hij bereid niets voor, laat het afhangen van waar studenten mee komen. Hij heeft hierdoor meer tijd om een persoonlijke relatie met zijn studenten op te bouwen. Studenten helpen lesmateriaal maken dus moeten zij het ook beoordelen. Docent en studenten samen maken er iets betekenisvols van. Rankin wilde dit eerst doen met drie groepen uit zijn klas, maar de gehele klas wilde meehelpen. Zij komen zelfs samen terwijl hij er niet bij is. Hij volgt ze dan via een blog en met andere online tools.

De tweede presentatie van Rankin ging voornamelijk over het iPhone/iPod project. Inmiddels hebben alle studenten een device en wordt het veel gebruikt. Zelf hebben zij apps hiervoor gemaakt waar de broncode van te downloaden is. Wat zeker helpt is als oude technologie overboord wordt gegooid, bijvoorbeeld de toegang tot vaste telefoonaansluitingen. Als je collega’s dus verplicht om de nieuwe technologie te gebruiken. Wat ook helpt is om het een experiment te noemen, dan mag je falen, dan mag je fouten maken en hoeft niet iedereen meteen mee te doen. Op een gegeven moment is de peer presure zo groot dat iedereen wel mee wil doen. Begin met de voorlopers die graag willen uitproberen.

Rankin geeft een lijstje van wat nodig is voor succes:

  • ubiquity of devices
  • killing old technologies and inititives
  • redesign of facilities for mobility and collaboration
  • infrastructure to support creation and participation
  • infrastructure for all-the-time everywhere learning
  • bulletproof, pervasive, high-bandwidth networking
  • extension of services and reach beyond campus

Sommige docenten gebruiken nog steeds papieren boeken in het onderwijs maar dat is omdat hiervoor geen goed digitaal alternatief is. Anderen gebruiken alleen YouTube als lesmateriaal.

Rankin heeft vanmorgen in zijn twee presentaties een helder verhaal neergezet waarvan ik hoop dat ik het goed verwoord heb. Meer informatie over het project is te vinden op de website van ACU. Het was zeker de moeite waard om naar Amsterdam af te reizen.

Een puntje van kritiek, niet voor Rankin, maar voor Apple. Het is niet handig als je moet wachten op een groepje voor je naar boven wordt begeleid. Zeker niet als er maar 20 minuten pauze is en je daarvan 10 minuten in de lobby zit te wachten. Die tijd had ik liever besteed aan nieuwe mensen leren kennen en napraten over de eerste sessie van Rankin.

Het UGUL promotieteam on tour

Gistermorgen vertrokken Jaap, Erik, Saskia en ik  om 9 uur vanuit Delft. We hadden een lange dag voor de boeg. Het idee was om langs een aantal bibliotheken te gaan (onaangekondigd!) om UGUL10 te promoten en te praten over User Experience. De eerste die wij overvielen was Anneke Dirkx (ben je al bijgekomen?) die zeer spontaan reageerde en het niet erg vond om even voor de camera geïnterviewd te worden.

Hierna door naar BplusC (de openbare bibliotheek) in Leiden. Hier werden wij opgevangen door Hélène Neerhoff (hoofd communicatie). Ik zeg opgevangen maar dat is natuurlijk niet helemaal waar. Wij hadden ons niet van te voren aangekondigd en dus is het erg bijzonder dat zowel Anneke als Hélène tijd voor ons namen.

Na het bezoek in Leiden snel door naar Amsterdam, daar hadden wij van te voren wel even naartoe gebeld. Maar eerst lunchen boven de weg vlak bij Schiphol en even skypen met Michael Edson. Hij had voor ons een filmpje opgenomen.

En toen dus naar de Hogeschool van Amsterdam (Media, Informatie & Communicatie), een locatie waar ook de IDM opleiding te vinden is. Het interview met Jelke Nijboer werd gedaan in de kantine en een aantal studenten luisterden nieuwsgierig mee. Toen wij de UGame – ULearn poster met de augmented reality lieten zien gingen zij toch wel uit hun dak. Dat hadden ze nog niet eerder meegemaakt, dat iets op papier ineens een filmpje wordt.

Ook mochten wij even bij Jan Jaap in de klas studenten vertellen over het symposium.

Inmiddels was het laat in de middag en hadden wij nog twee bibliotheken op ons lijstje staan. Almere en Lelystad. In Almere was zoveel te zien dat wij een keer terug moesten naar de parkeermeter om er extra geld in te gooien. Maar ja wat wil je ook, als je mag kijken in de nieuwe bibliotheek die nog niet eens open is voor het publiek. Ik heb veel foto’s gemaakt die op Flickr te zien zijn. En ik ga zeker nog een keer terug als de bibliotheek een aantal maanden open is. Het winkelconcept ziet er goed uit en ik ben benieuwd of het ook goed werkt.

Lelystad hebben wij uiteindelijk niet meer bezocht. Jammer, want ik heb hier goede verhalen over gehoord.

De filmpjes van de dag worden nu gemonteerd en als zij klaar zijn zal ik er zeker hier ook een paar laten zien.

Biebwatch – het verhaal van de toekomst

Afgelopen dinsdag vertrok ik al vroeg in de morgen richting Amsterdam om in het Bimhuis de Biebwatch bij te wonen. Het verhaal van de toekomst was het thema en in de vooraankondiging stond het volgende:

Bent u klaar voor de toekomst? En hoe ziet uw collectie er dan uit? De identiteit van uw bibliotheek bepaalt de inhoud van uw ‘kasten’. Maar die identiteit – wat u wilt zijn en voor wie – bepaalt u zelf. Het is dus van groot belang om te anticiperen op de wereld waarin uw bibliotheek zich bevindt. Het verhaal van de toekomst gaat over het wezen van de bibliotheek. Aan de hand van voorbeelden, trends en toekomstschetsen zetten we u aan het denken over het verhaal dat uw collectie straks vertelt. In vervolgsessies en workshops krijgt u handvatten om dit verhaal daadwerkelijk vorm te geven.

De bibliotheek als supermarkt of smart agent

Inspirerende sprekers stonden er op het programma. Zoals bijvoorbeeld de directeur van Total Identity. Het leek er even op dat de directeur er niet was want hij werd vervangen door Caro van Dijk. Zij begon sterk met de titel van haar presentatie de bibliotheek als supermarkt of smart agent?

Maar om bij haar titel uit te komen moest zij eerst aan de zaal uitleggen wat een merk kan doen voor een organisatie en hoe je je identiteit kan maken en gebruiken om je te onderscheiden. Hiervoor maakte zij onderscheid tussen een merkscenario (onderscheidend vermogen, merkpositie en branding, wil onderscheidend aanwezig zijn) en een identiteitscenario (transparantie aanbrengen, oorspronkelijkheid tonen in communicatie dus storytelling, maatschappelijk relevant opereren, wil verbanden leggen).

Maar welke rol speelt de bibliotheek hierin. Volgens van Dijk is de bibliotheek de expert in de 1:1 relaties. Zij beschreef drie scenario’s:

  • dinosaurus van de kenniseconomie
    basis = ambitie
    verheffing leidt tot mogelijkheden
    beheer is toegang verschaffen
    = visie op onze tijd is noodzakelijk, boeken zijn niet langer onze corebusiness
  • supermarkt van de informatiemaatschappij
    retailformule
    effectiviteit & efficiëntie
    optimalisatie van ruimte en tijd
    = bibliotheek als veredelde vakkenvuller
  • smart agent in open source omgeving
    1:1 contact
    bibliothecaris 2.0 is de expert
    betrokkenheid
    networking the networks
    gepersonaliseerd aanbod
    time as the source of value
    relatie en ontmoeting
    talent ontwikkeling

En de doelstelling van van Dijk voor de bibliotheek: jezelf in de actuele context steeds weer opnieuw uitvinden.

Misschien was ik nog niet helemaal wakker toen van Dijk begon maar mijn eerste indruk na haar presentatie was, waar ging dit in hemelsnaam over. Ik had vooral het gevoel dat ik niet aangesloten was. Of van Dijk niet aan het publiek, wanneer was zij ook alweer voor het laatst in een bibliotheek geweest…. Toen iemand haar dat vroeg gaf zij aan dat dat lang geleden was, tijdens haar studie, maar dat zij nu in de nieuwe OBA weleens ging werken. De directeur van Total Identity bleek wel in de zaal te zitten en roerde zich ook in het debat en ik vraag mij dan af, waarom hield hij de presentatie niet? En met een beetje een down gevoel luisterde ik naar de volgende spreker, hopend dat dit niet de toon van de dag zou zijn.

Hoe een klein museum groot kan zijn

En gelukkig was dat het niet. Dimitri van den Berg van het Nationaal Museum van de Psychiatrie het Dolhuys in Haarlem vertelde enthousiast over zijn museum. Hij heeft bijna dagelijks contact met de klant omdat hij die klant belangrijk vindt. Ik zal eens aan mijn directeur vragen wanneer zij voor het laatst de bibliotheek in is gelopen om zomaar een klant aan te spreken en te vragen wat hij van de bibliotheek vindt en wat er verbeterd kan worden.

Wat mij vooral is bijgebleven aan de presentatie van van den Berg is dat je een rol kan spelen in de buurt. Hij wilde met het museum een rol spelen en dat is gelukt. Ik trek dat dan door naar mijn bibliotheek, welke rol spelen wij in de buurt, zijn wij er eigenlijk wel voor de buurt? Misschien wel niet omdat wij als universiteit ons erg richten op de interne klant, de student, de medewerker en de onderzoeker. Het is interessant om te onderzoeken of welke rol de buurt van ons verwacht en of wij daarin iets kunnen betekenen. Natuurlijk hoeven we geen buurthuis te worden maar we kunnen wel een fijne verblijfplaats zijn waar activiteiten worden georganiseerd.

De uitgever & de boekverkoper

Na de lunch betrad Sander Knol (algemeen directeur Uitgeverij Meulenhoff Boekerij) het podium. Zijn begin was sterk.

Wie zijn wij straks?

  • als iedereen een schrijver is
  • als iedereen een uitgever is
  • als iedereen een boekverkoper is
  • als iedereen deskundig is
  • als iedereen connected is

Tsja, dat is wel even iets om over na te denken. Als bibliotheekmens denk ik vaak na over de toekomst van de bibliotheek, maar de uitgevers die krijgen het misschien nog wel zwaarder dan wij. En hoe gaan zij dan met die toekomst om? Maar Knol wilde het met de zaal vooral hebben over de toekomst van de bibliotheek (dat was tenslotte ook het thema van de dag) en vroeg zich af:

  • wordt de bibliotheek straks een marktgerichte aanbieder
  • of retailer
  • wordt de bibliotheek marktleider in het segment (bijna) gratis
  • of wordt de bibliotheek exploitant van rechten?

en

  • waar zit dan de toegevoegde waarde van de bibliotheek in de informatieketen
  • partnership – maar met wie dan in de informatieketen, misschien met de uitgevers
  • auteursrecht – publiek is niet perse gratis
  • beleid: markt- of cultuurgericht – en met welke meetbare doelstellingen

Veel vragen en weinig antwoorden, maar wel iets om over na te denken. Ik denk dat de bibliotheek moet kijken naar samenwerking met de uitgevers en moet zoeken naar datgene waar zij elkaar kunnen versterken. Hoe dat precies moet weet ik ook nog niet maar het is wel iets waar ik over na wil denken in de komende tijd.

Dat samenwerken zie ik ook wel met de boekhandelaren, waar Caroline Damwijk van Libris vertegenwoordiger was. Zij vertelde over ondernemerschap en hoe Libris boekhandels samen sterk zijn. Zij vertelde ook over ebooks en dat zij die verkopen. Ebooks….. verkopen ….. ik zat voorop mijn stoel, waarom wist ik dit niet? Ik stelde die vraag aan het einde van Damwijks betoog, waarom wist ik, als inmiddels fervent ebooklezer, niet dat ik bij hen online ebooks kan kopen? Het antwoord stelde mij niet gerust, ik had namelijk de reclame hiervoor kunnen zien in onder andere de boekwinkel. Maar ik kom niet in een de boekwinkels van Libris. Ik wist niet eens dat die in Rotterdam zit (volgens de website zit er een op de Peppelweg, maar dat is Schiebroek!). Als ik al een boekwinkel bezoek is het Donner en dat is een Selexyz boekwinkel en die hebben volgens mij ebooks nog niet echt omarmd. Op de website hebben ze niet eens een knop ebooks. Inmiddels ben ik erachter dat Libris dat wel heeft.

Maargoed dan wil ik dus een ebook bestellen bij Libris en dan betaal ik nog steeds de hoofdprijs. Ik vind de belevenis van een ebook absoluut niet vergelijkbaar met een papieren boek en dus wil ik die hoofdprijs niet betalen. Een ebook kan ik niet uitlenen, ik kan hem in de kast zetten (soort van) maar het is meer een vluchtig boek dan een boek op papier dat je jaren kan bewaren. Wat gebeurd er overigens als mijn ereader te oud wordt en nieuwe versies mijn aangekochte ebooks niet meer ondersteund. De kans bestaat dat ik dan niet meer bij mijn ebook kan komen. En dus wil ik, zoals gezegd, die hoofdprijs niet betalen. Zolang de uitgevers en de boekverkopers hier niets voor gevonden hebben zal ik weinig tot geen ebooks aanschaffen. Wat ik dan doe. Ik doe nogal eens mee aan online enquêtes waar je BOL boekenbonnen mee kan sparen, ik spaar totdat ik genoeg heb zodat ik de ebooks gratis aan kan schaffen. Dat voelt toch net even beter. Dat ik daarvoor verbonden ben aan BOL is een gegeven, misschien niet mijn eerste  maar wel de goedkoopste keus. En ik leen ebooks bij de bibliotheek. Dat die collectie niet zo snel groeit als ik zou willen is ook een gegeven, maar dat is iets voor een andere keer.

Informatiewarenhuis

Terug naar Biebwatch voor de laatste presentatie van de dag. Pim van den Berg straatoloog neemt ons mee op ontdekkingstocht. Met een stortvloed aan foto’s en quotes sluit hij de dag  af.

Een aantal quotes:

  • jij bent voor mij de architect van informatie (bibliotheek) en jij mag dat zijn
  • ik ben een beelddenker, ik begrijp boeken niet (jongere generatie)
  • de bibliotheek is verleerd om verhalen te vertellen (ondersteund met een foto van slechte cappuccino als metafoor voor de bibliotheek)
  • vertel een ander verhaal dan dat je tot nu toe hebt gedaan
  • warenhuis aan informatie
  • wat staat er op het boodschappenlijstje van klanten
  • vers geperst, hoe vers is informatie
  • fantasiefabriek
  • vak van bibliothecaris is sexy, maar de naam is dat niet
  • huis der verloren dromen
  • beleving van de media

Ik voeg daar zelf nog even aan toe: boulevard van kennis.

En wat vond ik nu precies van de dag, of met andere woorden, wat neem ik mee. In ieder geval nieuwe connecties (heb met veel nieuwe en interessante mensen gesproken). Ik neem ook mee het inzicht dat het merk van de bibliotheek belangrijk is en dat we een nieuw verhaal moeten verzinnen. Dat wij misschien wel contact moeten zoeken met de uitgevers en boekverkopers en de samenwerking in gang moeten zetten. Zeker in het geval van ebooks is hier veel te winnen denk ik. Dat wij moeten blijven praten, nadenken, filosoferen, brainstormen over de toekomst. Maar dat wij ook moeten doen! Dat niet alle sprekers even aansprekend waren vergeet ik even. Dat de klant, de gebruiker en de nog niet klant weinig aan bod kwamen ook. Dat bibliotheken nog ontzettend hun best doen om jongeren binnen te halen en hier van alles voor verzinnen, ik dacht tijdens de Biebwatch waarom eigenlijk….. waarom zoveel moeite doen en trekken aan een dood paard? De jongeren willen niet naar binnen, dus waarom niet richten op de gebruikers die dat wel willen. Er wel voor zorgend dat de jongeren je weten te vinden als het nodig is.

Heeft Probiblio met deze Biebwatch zijn aankondiging waargemaakt? Misschien niet helemaal. Het ging wel over de identiteit van de bibliotheek (zijdelings) en over de collectie (heel soms). En ook werden de workshops aangekondigd, aparte sessies waar je dieper ingaat op het onderwerp. Maar hoe je het merk bibliotheek sterk neer moet zetten, daar had ik graag meer over willen weten. En ook de toekomstschetsen mistte ik. De locatie en de mensen maakte veel (zo niet alles) goed. En dus sluit ik niet negatief af, ik heb een leuke dag gehad!