Gelezen in de maand: november/december

Mannen die vrouwen haten / Stieg Larsson

Veel mensen zijn mij al voor gegaan en van de verhalen die zij mij vertelden begreep ik dat het moest gaan om een wel heel bijzonder boek en dat de kans bestaat dat ik naar de bibliotheek zou rennen om de overige delen uit de Millennium serie te halen. Nu lees ik wel vaker boeken van Scandinavische schrijvers en deze bevallen mij meestal erg goed. Toen ik mijn ereader bij Bol kocht zat dit boek er bij en dit werd het tweede boek dat ik met de ereader las.

Ik denk niet dat ik hoef te vertellen waar het boek over gaat maar ik wil wel iets zeggen van wat ik er van vond. Ik vond het wel aardig. Het was niet een boek dat ik niet weg kon leggen. Het was wel een spannend verhaal. De personages deden mij wel iets, zeker Lisbeth Salander. En ook Mikael Blomkvist vond ik wel aardig. En dus heb ik het boek wel met plezier gelezen. De overige delen zal ik vast ook wel lezen. Maar het is niet zo dat ik vind dat dat nu meteen direct onmiddellijk moet. Als ik op Google zoek dan zijn de recensies eigenlijk alleen maar positief en spreken sommige mensen zelfs van een hype. Het boek ligt ook al voor 10 euro bij de AH dus dat zegt ook wel iets. Misschien ben ik verwend en lees ik teveel mooie, en ook, spannende verhalen, waardoor ik niet snel tevreden of lyrisch ben. Maar in het geval van Stieg Larsson’s eerste deel uit de Millennium serie kan ik alleen maar zeggen dat het wel oké was.

Ook gelezen in de maand: november

De Amberzaal / Steve Berry

Het eerste ebook dat ik las op mijn nieuwe ebookreader was meteen een heel spannend boek. De Amberzaal bestaat uit vier wandpanelen van amber die tijdens de Tweede Wereldoorlog door de Duitsers zijn gestolen uit het Catherinapaleis in Sint-Petersburg. Sindsdien zijn veel mensen op zoek geweest naar deze zaal en vaak hebben zij deze zoektocht niet overleefd. Waar de zaal is verstopt door de Duitsers is onbekend en de verhalen hierover verschillen.

Twee schatzoekers, in dienst van twee hele rijke mannen die lid zijn van een organisatie die in de oorlog gestolen kunst terugstelen, zoeken ook. Net als Rachel en Paul Cutler, een rechter en advocaat uit de VS. Zijn zijn betrokken bij de Amberzaal door Rachels vader die tijdens de oorlog in een concentratiekamp hoorde over de zaal en later voor de Russen een zoektocht is begonnen. Na zijn verdachte dood pakken Rachel en Paul de draad op. Dat zij hierbij met gevaar voor eigen leven Europa rondreizen maakt het verhaal extra spannend.

De Amberzaal is na de oorlog weer opgebouwd. Meer informatie hierover vind je onder andere hier.

Het verhaal bestaat dus uit twee delen, de zoektocht en het verhaal over de Amberzaal zelf. De auteur heeft veel onderzoek gedaan maar zal op een moment toch de twee onderdelen samen moeten voegen. Het idee dat het zou kunnen wat hij schrijft is interessant. Niet zo spannend als Dan Brown’s de Da Vinci Code maar zeker de moeite van het lezen waard.

Gelezen in de maand: november

Niet een maar wel drie boeken las ik in de eerste weken van november.

Ik begon met Familie / Ann Patchett, een boek dat ik meenam uit de bibliotheek. Waarom weet ik eigenlijk niet, ik denk dat de sneeuw op de voorkant mij wel aansprak. Verrassend genoeg greep het verhaal mij van het begin tot het einde en had ik moeite om het weg te leggen. Het verhaal beschrijft maar een twee avonden, met aan het einde een sprong naar een aantal jaren later. Op de eerste avond gaat oud-burgemeester Bernard Doyle (de vader in het verhaal) met zijn twee geadopteerde donkere zonen Tip en Teddy, naar een lezing van een politicus. Het sneeuwt, het is koud. En na de lezing gebeurd er een ongeluk waarbij Tip gewond raakt. Een beetje gewond maar, omdat een donkere vrouw hem voor de naderende auto wegduwt waardoor zij zelf zwaar gewond raakt.  De vrouw blijkt later niemand minder te zijn dan de echte moeder van de twee broers. Hun zusje is met de moeder ook naar de lezing geweest en achteraf blijkt dat de twee erg veel van de broers weten. Ze hebben ze niet gestalkt in de afgelopen jaren, alleen maar gevolgd en alles onthouden wat ze hebben gezien en gehoord. In de eerste nacht in het ziekenhuis wordt er veel gesproken en nagedacht over de consequenties van het ongeluk en het feit dat de beide broers hun moeder en zusje hebben ontmoet. Maar vooral de vraag hoe nu verder wordt erg belangrijk. Zeker als de volgende dag de moeder komt te overlijden. Familiebanden zijn erg belangrijk in dit verhaal en hier wordt uitvoerig over geschreven. Op deze manier kan je je als lezer verbinden met de personen en krijg je sympathie voor zowel de broers als het zusje.
Een erg mooi en intrigerend verhaal waarbij, zoals ik al zei, moeite had om het niet in 1x uit te lezen.

Een ander verhaal dat eigenlijk ook maar over een korte tijd gaat was Het Diner / Herman Koch.Winnaar van de NS Publieksprijs verwacht je toch wel wat van het verhaal. En eigenlijk viel mij dat een beetje tegen. In eerste instantie gaat het verhaal over vier personen die met elkaar gaan eten. Deze vier personen zijn ouders van een stel kinderen en eigenlijk gaat het daarom. De kinderen hebben iets uitgespookt en de ouders moeten beslissen hoe daar mee om te gaan. Dat een van de ouders een beroemde politicus is, maakt het niet gemakkelijk. Een moreel dilemma dus waar je als ouder misschien wel eens over nadenkt hoe jij zou reageren als dit je overkomt. Mij deed het niet zo heel veel. Ik vond het vooral allemaal een beetje overdreven. Wel fijn om in precies 1 enkele reis Detroit-Amsterdam uit te lezen.

Twee is te veel / Mariette Middelbeek is in deze lijst een beetje een buitenbeentje. Een chicklit over een Amsterdamse vrijgezel. Tessa, de hoofdpersoon, heeft de man van haar dromen nog niet ontmoet en gaat, onder druk van haar twee vriendinnen, op cursus. Een flirtcursus welteverstaan. Niet dat zij hier veel aan heeft, want al op de eerste avond ontmoet zij in de trein op weg naar huis haar prins op het witte paard. Hij geeft haar zijn visitekaartje en als Tessa na weken dubben besluit om hem te bellen ontmoet zij hem in de Bijenkorf. Hem… ja dat denkt zij, maar eigenlijk is het zijn tweelingbroer. Het duurt even voordat Tessa dit doorheeft. De grapjes in het boek vond ik helemaal niet grappig. Het irriteerde mij dat het zo’n onwijs Nederlands verhaal was en dus lees ik voortaal alleen nog maar Amerikaanse chicklit. Zij weten tenminste hoe het moet.

(Afbeelding: Annais)

Gelezen in de maand: oktober

blondes

Echt waar, het was een heel slecht boek, maar omdat ik in de trein naar Parijs zat had ik niets anders te lezen bij me en moest ik wel. En tsja eenmaal begonnen maak ik het vaak ook af, zo ook dit boek. Maar ik ga er niet over schrijven hoor, echt niet.

Wel over het boek dat ik vanmiddag uit las. Het was Ik zal je leren van Melissa Nathan. Het verhaal gaat over Nicky, docente van groep 8 op een basisschool. Rob, haar ex-verloofde geeft ook les op de school en samen strijden zij voor de baan van schoolhoofd. En dan hebben we nog Oscar, een jongetje in groep 8 die wel een hele leuke pappa heeft. Op het oog lijkt het een chicklit met een goede afloop, met wat teleurstellingen en communicatie die misloopt. Dat er nog een enorme intrige in het verhaal zit kom je eigenlijk pas op de laatste pagina achter. En dat is fijn, een beetje voorspellend en toch weer niet. Vandaar dat ik wel over dit boek wil schrijven. Gewoon een fijn boek om te lezen.

Gelezen in de maand – augustus

De Magische Cirkel / Katherine Neville

Drie jaar geleden alweer las ik de Acht van deze auteur. Ik was overdonderd, ik vond het een geweldig boek, verbaas mij erover waarom ik zolang heb gewacht om een ander boek van haar te lezen. Maar na lang in de kast te hebben gelegen heb ik de afgelopen weken het boek toch in handen gehad en bijna in een ruk uitgelezen. Bijna… omdat dit boek bij lange na niet zo overtuigend was als de Acht. Ik had het al gehoord, ik wist al een beetje dat het misschien tegen zou vallen. Maar toen ik aan het verhaal begon en binnen no time erin gezogen werd dacht ik even dat het het niveau van de Acht zou halen. Totdat ik het boek vanmiddag uitlas en bijzonder teleurgesteld was over het einde. Maar al eerder ging mijn aandacht van het verhaal over in ongeloof. Hoe kon de auteur alles en iedereen bij het verhaal halen zonder de lijnen echt uit te werken. Het verhaal gaat over Christus en de Romeinse keizers, over de Druiden en Boudica, over Hitler en de jodenvervolging en over de hoofdpersoon Ariel Behn die in onze tijd leeft en een wel heel bijzondere familie heeft. Het zou geholpen hebben als er in het boek ergens een stamboom te vinden zou zijn want na veel gegoochel met namen was ik echt het spoor bijster. Wie was nu ook alweer getrouwd met wie en wie was ook alweer kind van wie?

Het is niet dat ik niet inhoudelijk in wil gaan op het verhaal (als ik het al na zou kunnen vertellen) maar als ik dat doe verklap ik teveel. Net als met de boeken van Dan Brown. Want ja, ook de graal speelt in dit verhaal een rol en ook Maria Magdalena.

Nu schijnt Neville een echte opvolger van de Acht te hebben geschreven te hebben, het Vuur. Uiteraard staat ook die nog op mijn te lezen lijstje en als ik de recensies zo lees gaat die niet tegenvallen. De Magische Cirkel dus snel vergeten en op zoek gaan naar een goedkope versie van het Vuur of even opzoeken in de catalogus van de bibliotheek.

Gelezen in de maand: juli

Op de valreep van de maand toch nog twee boeken gelezen. Twee boeken met hartjes op de zijkant, daar scan ik op als ik langs de kasten van de bibliotheek loop. Hartjes betekenen namelijk een happy end. Maar niet in dit geval.

De peettante / Carrie Adams
Tessa King, de hoofdpersoon in dit boek, lijkt alles te hebben, een goede baan, leuke vrienden en fijne ouders. Toch wordt zij gestalkt door haar baas, neemt ontslag en gaat op zoek naar zichzelf. Als single vrouw met vrienden waar zij jaloers op is geen makkelijke opgave. Voor vrienden en familie is Tessa de ideale peettante, altijd aanwezig en nooit te beroerd om midden in de nacht op de stoep te staan om te helpen. Maar in plaats van dat het leven van Tessa lachwekkend is, zoals vaak het geval is met chicklit, is het eigenlijk heel treurig en pijnlijk. Ziekte, veel alcoholgebruik, verloren liefdes en moord vullen de hoofdstukken. Nu zou je denken dat dit een boek is dat je niet uitleest omdat het te triets is maar dat is niet het geval. Ergens is het ook wel een heel spannend boek en wil je toch wel weten hoe het afloopt. Niet positief zoals vaak het geval als er hartjes op de zijkant van het boek staan, maar gewoon, het verhaal houdt gewoon op midden in het leven van Tessa. En eigenlijk is dat ook wel prima.

Waarom had ik ook alweer een man nodig? / Claudia Carroll
Wat doe je als je een geweldige carrière hebt in de televisiewereld, veel hele goede vrienden hebt, maar geen man? Juist, je gaat op zoek. Niet naar een one-night-stand, maar een echte man, die nog met je wil trouwen ook. De jurk heb je al uitgezocht, maar die man, waar is die man toch? Amelia Lockwood weet niet mee hoe zij verder moet zoeken, haar biologische klok tikt en dan doet zij iets waarvan haar vrienden de wenkbrauwen optrekken. Amelia gaat op een cursus die haar op basis van marketingprinicpes leert binnen een jaar een man te vinden waar zij mee gaat trouwen. En voor deze cursus moet zij op bezoek bij al haar exen om te leren waar het mis is gegaan. Hilarisch! Maar leert Amelia hier nu iets van of houdt zij vast aan haar oude patroon en vindt zij haar vrienden belangrijker dan haar aanstaande echtgenoot?


Gelezen in de afgelopen maanden

Niet 1, niet 2, maar 3 boeken van een en dezelfde schrijfster las ik de afgelopen maanden. Ik zag ze staan in de bibliotheek en ik dacht als het 1e deel nu leuk is, heb meteen het vervolg ook in huis. Toen wist ik nog niet dat er inmiddels ook een 4de deel is verschenen maar die hebben ze nog niet bij mijn bieb (zoals wel vaker ze iets niet hebben of ik iets niet kan vinden…. – misschien moet ik eens lid worden van een andere bieb…)

swendson_in

Maar goed de boeken die ik las zijn van Hanna Swendson en gaan over Katie Chandler die in New York woont. Op zich niets spannends zou je denken maar Katie werkt bij de firma Betovering, Bezwering & Illusie. Want zoals je al snel merkt, magie is overal, ook in New York. Katie is een van de weinige mensen die immuun is voor tovenarij en dat helpt haar bij het ontmaskeren van verborgen leugens, namaaktovertrucs en gevaarlijke banvloeken.

En dan is er natuurlijk ook nog een superknappe tovenaar die Katie helpt bij haar werk.

1e deel: De tovenaar op het witte paard
2e deel: Op vleugels
3e deel: Als bij toverslag

En nu maar wachten op deel 4……

Boeken in het publieke domein

Ooit wel eens nagedacht hoe boeken in het publieke domein worden omgezet naar e-books? Ik ook niet hoor. Maar bij het opruimen van links bij Delicious kom ik deze website tegen die ik vorig jaar een keer bewaarde. De site is Distributed Proofreaders. En dit is wat zij doen:

Distributed Proofreaders provides a web-based method to ease the conversion of Public Domain books into e-books. By dividing the workload into individual pages, many volunteers can work on a book at the same time, which significantly speeds up the creation process.

Vrijwilligers die zich hebben aangemeld krijgen een gescande pagina (afbeelding) en de bijbehorende OCR-tekstfile op een webpagina aangeboden. Op deze manier kunnen de vrijwiligers de tekst en de afbeelding met elkaar vergelijken en als deze klopt terugsturen aan de site. Een tweede vrijwilliger controleert dan nogmaals de afbeelding en de tekst. Als alle pagina’s deze stappen zijn doorgelopen wordt het boek als een ebook samengesteld en wordt het aan het Project Gutenberg archief aangeboden. Door de software die gebruikt wordt is het mogelijk dat verschillende mensen tegelijkertijd aan een boek werken waardoor de ebooks sneller beschikbaar komen.

De boeken die deze groep doet zijn allemaal boeken waar geen copyrights meer op zitten. Zij vinden de boeken bij antiquariaten, bibliotheken of mensen sturen de boeken aan hen op. Zij scannen de boeken nadat zij hebben gecontroleerd of deze niet al als ebook bestaan of op het punt staan om in de Gutenberg bibliotheek opgenomen te worden.

dp

Het vreemde is dat deze groep al vanaf 2000 bestaat en dat ik er nog niet eerder van had gehoord. En dat terwijl zij zo goed werk doen. Aanmelden als vrijwilliger kan altijd. Je wordt dan wel aangemoedigd om tenminste een pagina per dag te beoordelen. En je weet natuurlijk niet welk boek je krijgt…

Het verhaal van…

Een aantal jaren geleden schreef mijn moeder samen met haar drie zussen het verhaal van de Tweede Wereldoorlog voor ons op. Mijn moeder dacht, nu wij allemaal nog leven en het verhaal nog kennen is dit het moment om het te doen. En ze had gelijk. Voor ons, de kinderen en kleinkinderen, is het bijzonder om na te lezen hoe iedere zus de oorlog heeft beleefd. De een ouder dan de andere, de een dus meer bewust dan de andere. Ook de mannen van de zussen kwamen aan het woord. Mijn moeder heeft wel een redactieslag op de verhalen gedaan. Immers, hoe belangrijk is het voor de 2e en 3e generatie om te weten wie er fout waren in de oorlog. Wij weten dat die mensen ook in de geboortstad van mijn ouders aanwezig waren, maar om ze met naam en toenaam te noemen, dat ging mijn moeder te ver. Het document bestaat op papier (kopietjes met een ringbandje erdoorheen) en in een oude versie van Word en ineens berkuipt mij het gevoel dat als wij het niet bewaren, deze bijzondere verhalen voor het nageslacht verloren zullen gaan. De zussen worden ouder en wie kan het ons straks nog navertellen.

hetboekvan

Rinske Hillen zal ook zo’n moment hebben gehad en nagedacht hebben over al die verhalen van familieleden. Zij ondernam actie en maakte een website om haar diensten aan te  bieden. Het boek van, noemt zij het. Zij schrijft de boeken, met input (vragenlijsten en interviews) van degene die het verhaal wil vertellen. In het verhaal worden afbeeldingen opgenomen, een stamboom en bijzondere documenten zoals rapporten en brieven. Ieder boek is uniek en wordt ingebonden. Een basisboek bestaat uit ongeveer 120 pagina’s en 20 illustraties en documenten. En dit voor nog geen 2000 euro.

In deze tijd lijkt dat misschien onnodig en duur, zo’n boek. Je kan toch ook jouw verhalen op een weblog zetten of zelf jouw boek laten drukken bij Lulu. Maar voor mijn moeder is dat geen optie. Zij weet bijvoorbeeld niet hoe zij een computer aan moet zetten of hoe zij haar verhaal moet typen in word of op een weblog. Misschien dat het boek van voor haar een mooi cadeau is. En met Moederdag om de hoek is dat wel iets om over na te denken. Ik zou het namelijk erg bijzonder vinden om het verhaal van mijn moeder in een mooi ingebonden boek in de boekenkast te hebben staan.

Puberbrein binnenstebuiten

Tijdens het UGame – ULearn symposium had ik het standje met de grappige kijkdozen al gezien. En ook een enorme stapel boeken. Wist toen nog niet wat het precies was, dat kwam later op de middag toen ik weer langs de stand liep en even een praatje maakte met de standhoudster Hanneke van Youngworks. Hanneke was naar Delft gekomen om het nieuwe boek van Huub Nelis en Yvonne van Sark te verkopen en om natuurlijk reclame te maken voor het bedrijf waar zij werkt.

kijkdoos

Wat opvalt aan het boek Puberbrein is dat het mooi is vormgegeven en dat op bijna iedere pagina een quote staat van een jongere. In negen hoofdstukken gaat het boek vervolgens in op hoe het puberbrein werkt, opvoeding, onderwijs (het puberbrein in de klas), de peergroep, overige opvoeders, verleiders en voorlichters, opleidingen banen, maatschappij en de multiculturele samenleving. In het boek staan ook afbeeldingen van de kijkdozen die op de stand werden gepresenteerd. Nu weet ik niet zeker of dit zo is, maar het lijkt alsof de jongeren die aan het boek hebben meegewerkt ook verantwoordelijk zijn voor de kijkdozen en ik vraag mij dan direct af… hoeveel van die kijkdozen zijn er dan wel niet?

Vragen die als uitgangspunt voor dit boek hebben gediend zijn:

  • hoe weet je wat jongeren echt bezighoudt
  • hoe dring je tot ze door
  • en als je dit weet: wat kun je met die kennis

Pubers – 10 tot 25 jaar oud

puberbrein_voorkant

Voor het boek zijn jongeren gevolgd in de leeftijd van 10 tot 25 jaar. Puberbrein geeft dan ook aan dat de hersenen van jongeren zich tot hun 25e jaar ontwikkelen. De auteurs van het boek zien de afgelopen jaren twee opvallende ontwikkelingen: jeugdcultuur is de dominante cultuur in onze samenleving en jongeren lijken steeds sneller volwassen te worden. Maar wacht, overschatten wij de pubers niet, is het niet zo dat zij heel veel dingen nog niet kunnen? De auteurs vinden dat pubers van nu nog hetzelfde zijn als pubers van 30 jaar geleden. Alleen de vorm is anders, pubers kunnen nu 24 uur per dag online zijn, ze hebben meer geld te besteden en meer vrijheid dan voorgaande generaties. En in plaats van een puber loslaten als hij/zij de leeftijd van 12 heeft bereikt moeten opvoeders deze jongeren veel beter begeleiden in de ontdekkingstocht naar volwassenheid. Want ook jongeren hebben structuur en kaders nodig, misschien zelfs wel meer dan jonge kinderen dat nodig hebben. Dat dit niet mogelijk is in de huidige samenleving snappen Nelis en van Sark ook wel en dus moeten we zoeken naar nieuwe wegen om jongeren grenzen en structuur te bieden.
Al direct in het eerste hoofdstuk lees ik iets wat blijft hangen: het menselijke brein is pas rond het 25e levensjaar volgroeid EN de verschillende hersengebieden rijpen niet tegelijkertijd en in hetzelfde tempo. En dan is het ook nog zo dat de fysieke en sociaal-emotionele ontwikkeling niet synchroon lopen. Wacht even…. is het dus zo dat een 16-jarige volwassen overkomt maar zich soms als een kind gedraagd? Ja dus! Is het daarom ook zo dat jongeren altijd alles NU willen? Ja, dat ook. Ze willen zelf bepalen wat zij doen maar maken nog geen doordachte keuzes, zij willen instant bevrediging. Later is te laat is daarmee wel de zin die het het beste omschrijft.

Omdat de ontwikkeling van de verschillende hersengebieden zich niet tegelijkertijd voltrekt komt het dus voor dat jongeren wel graag iets nieuws doen en uitproberen maar dat de remmende werking, het controlegebied oftewel de prefrontale cortex nog lang niet klaar is in de ontwikkeling. Ook verloopt de communicatie tussen de verschillende hersendelen niet optimaal. Dit maakt het gedrag van jongeren onvoorspelbaar. Maar het zorgt er ook voor dat jongeren het lastig vinden om sociale tekens van anderen te beoordelen. Zij denken al snel dat zij geen respect krijgen en dat een ander ze agressief aanspreekt waardoor zij zich moeten verdedigen. Ik maak het maar al te vaak mee als ik hangjongeren aanspreek op hun gedrag. Zelfs als je op een aardige manier vraagt of ze weg willen gaan krijg je een grote bek terug en opmerkingen als waar bemoei jij je mee, ik mag zitten waar ik zit. Misschien helpt het als ik de volgende keer denk, zij kunnen er niets aan doen, hun hersenen kunnen mijn vraag om weg te gaan gewoon nog niet aan en daarom reageren zij zo. Overigens helpt koeienpoepkorrels in de plantenbakken strooien ook, heb al weken geen hangjongere meer gezien.

Pubers opvoeden

In het hoofdstuk (2) over opvoeding wordt het al snel duidelijk dat er thuis wel het een en ander is verandert in de afgelopen jaren. Niet langer geldt dit moet, maar kan over alles gepraat worden. Gepraat maar ook onderhandelen mag. Vreselijk vind ik dit. Mag ik dit zeggen, ik die geen kinderen heeft, misschien wel niet maar ik doe het toch. Het lijkt mij ook dat je als ouders helemaal geen zin hebt in dat onderhandelen en altijd maar praten. Technologische ontwikkelingen zoals televisie en internet hebben in deze cultuuromslag een hele belangrijke rol gespeeld. Een rol die eigenlijk niemand kon vermoeden. Jongeren hebben met de komst van televisie en internet toegang gekregen tot een wereld die eerst alleen het domein van volwassenen was. En dit was ook nog een ongecensureerde wereld vol sex en geweld. En als die jongeren zich dan opsluiten op hun kamer om te gaan internetten, gamen of televisie te kijken. En als de ouders dan geen idee hebben wat hun kids uitspoken. En als die kids dan alle informatie die ze nodig hebben vinden via internet. Dan gaan ouders die kids overschatten. Ouders hoeven hun kinderen echt niets meer uit te leggen hoor. Zij kunnen het allemaal best zelf. Maar is dat wel zo? Nee dus!
Maar de nieuwe technologie is niet het enige dat de machtsverhoudingen tussen jongeren en ouderen onderuit heeft gehaald. Wat ook een grote rol speelt is dat in deze tijd van vooruitgang je je als oudere nog steeds jong kunt voelen, door kleding, plastische chirurgie, het kopen van gadgets en gewoon hip zijn. Ouders willen wat hun kids hebben: jeugd! En dit is eye-opener nummer 2 voor mij:

De dominantie van de jeugdcultuur plaatst volwassenen op een achterstand. Het is een omgekeerde peergroup-relatie: niet het lidmaatschap van de leeftijdsgroep boven je, maar onder je is begerenswaardig.

Volgens de auteurs willen ouders het liefst de beste vriend(in) van hun kind zijn in plaats van de politieagent. Maar dat dit niet kan is al duidelijk geworden in een eerder hoofdstuk in het boek. Ouders moeten de plaatsvervangende prefrontale cortex voor het puberbrein zijn. Geen leuke rol misschien, maar iemand moet het doen. En dus zeg je als ouder nee en ben je misschien niet populair, maar je doet je kind hier wel een heel groot plezier mee.

Gamende pubers

En nu wordt het leuk. Vanaf pagina 47 gaat het even over gamen. Over hoe de kloof tussen ouders en kids enorm groot is. Over verslaving en over het leren van vaardigheden, over de interesse die ouders zouden moeten hebben voor de games die hun kind speelt en over TE veel is nooit goed. Interessant zijn de opmerkingen van onderzoekers zoals die van Marianne van den Boomen (UU) en Wijnand IJsselstein (TU Eindhoven).
Via gamen gaan de auteurs naar het online leven van jongeren, geld, voedsel en alcohol. Waarbij voor het laatste verbieden het devies is, naast zelf het goede voorbeeld geven.
Gelukkig worden er aan het einde van het hoofdstuk een aantal tips voor ouders van jongeren gegeven. Anders zou je als ouder dit boek lezen en denken leuk, en nu?

Pubers in het onderwijs

Laten we eens naar het onderwijs kijken. Terwijl ik altijd dacht dat er genoeg jonge docenten in het onderwijs aanwezig zijn blijkt de gemiddelde leeftijd van een docent in het voortgezet onderwijs net boven de 40 jaar te liggen. En deze docenten zijn vaak even oud als de ouders en hebben vaak zelf ook puberende kids. En is het dan makkelijker om als docent gewoon net te doen alsof je het niet ziet, om leerlingen gewoon maar tegemoet te komen en ze tevreden te houden, dan heb je tenminste ook geen last van ze maar houd je wel contact met ze.
De leerling staat centraal. Hij bepaald zelf hoe hij wil leren en de school stelt zich dienstbaar op, wordt hiermee meer een facilitator. Dat school de leerling overschat als zij hem/haar zelfstandig laten werken begint gelukkig door te dringen en op sommige plekken ook teruggedraaid. En het is ook logisch, de frontaalkwab van de puber is nog in ontwikkeling en de puber moet nog leren om te plannen, organiseren, prioriteiten stellen en problemen oplossen.

students

Afbeelding is afkomstig van Flickr – Untitled van Cooljinny

Kennis en vaardigheden moeten allebei geleerd worden op school en die balans moet gezocht worden. Het is misschien wel zo dat het kennisniveau dalende is maar het vaardighedenniveau stijgt. Waar we ons wel zorgen om moeten maken is de basiskennis van jongeren, die is over de gehele linie achteruit aan het gaan en dat is geen goede ontwikkeling. En waar volgens de auteurs ook aandacht voor moet zijn is de coachende docent, dat werkt toch minder goed dan gedacht. Pubers hebben iemand nodig die voor hen prioriteiten en grenzen stelt. Leermeesters zijn er nodig in plaats van procesbegeleiders.
En eigenlijk geldt voor school hetzelfde als voor thuis, ouders en docenten moeten streng maar betrokken zijn. En ook aan het einde van dit hoofdstuk (3) tips voor docenten en onderwijsmanagers.

De peers

Voor pubers zijn uiteraard andere pubers (vrienden) erg belangrijk. Veel belangrijker dan de ouders (behalve als het over school- en beroepskeuze gaat). En binnen die peers zijn drie verschillende relaties te onderscheiden:

  • ‘echte’ goede vrienden
  • romantische en seksuele relaties
  • brede kring van kennissen en bekenden

Geldt dit niet ook voor volwassenen vraag ik mij direct af. Geldt ook niet voor ons dat alle drie deze relatiesferen van belang zijn voor ons welbevinden. Volgens mij verschillen pubers en volwassen hier dus niet heel erg van elkaar.

Of toch wel? Jongeren tussen de 12-18 jaar hebben gemiddeld 6 à 7 echt goede vrienden en geven zij aan dat zij gelukkiger zijn als zij meer vrienden hebben. Als jongeren volwassen worden worden grote vriendengroepen vaak steeds kleiner en dat is niet erg, ze hebben elkaar steeds minder nodig omdat ze het nu alleen af kunnen. Wat ook anders is zijn de manieren van communiceren. Had ik maar een mobiel gehad toen ik opgroeide, of internet. Dan had ik ook alle details van mijn leven met de buitenwereld kunnen delen en verslaafd kunnen raken aan deze ‘zelfwereld’ (de plek waar jongeren uren kunnen doorbrengen en waar oudere mensen amper komen en nauwelijks weet van hebben). En als wij denken dat jongeren met iedereen op de wereld communiceren (the world is flat principe) dan hebben wij het mis. Vooral de peers die zij irl ook kennen zijn de peers waarmee zij communiceren. Offline en online zijn een verlengde van elkaar en het offline contact versterkt het online contact. En het online leven is belangrijk in het experimenteren met identiteit en de ontwikkeling van het zelfbewustzijn en zelfvertrouwen. Eigenlijk moet je dit jongeren niet eens kwalijk nemen. Wij waarschuwen voor de gevolgen voor later. Maar zij zijn hier absoluut niet bewust mee bezig. En dus is het niet eerlijk om 10 jaar later een puber aan te spreken op een foto die hij/zij uploade toen hij 16 jaar oud was. Niet eerlijk, maar het gebeurt wel.

peer

Afbeelding is afkomstig van Flickr – Peering van nathanborror

En dan eindelijk de bibliotheek en pubers

Naast ouders, school en vrienden leren pubers ook veel van de overige opvoeders zoals sportverenigingen, scouting en buurthuizen. Het lijkt er op dat de bibliotheek niet genoemd wordt in dit rijtje maar ik vergis mij. In de paragraaf van high trust naar low trust wordt een voorbeeld van een bibliotheek gegeven. Een bibliotheek in de randstad had advies nodig in hoe zij het beste jongeren aan kunnen trekken. Uit het onderzoek met de jongeren bleek dat zij crossmediaal denken, zij zien boeken niet los van cd’s en dvd’s, zij denken in thema’s en in activiteiten. Ook werd uit het onderzoek duidelijk dat de jongeren zich niet welkom voelen in die bibliotheek en dat er niet op een positieve manier met hen werd gecommuniceerd. De jongeren willen vanuit de high trust (vertrouwen) benaderd worden maar lopen aan tegen een low trust (wantrouwen) benadering, met als enige mogelijkheid laten zien dat zij niet zo zijn. Dat deze benadering bij sommige jongeren antisociaal gedrag uitlokt moge duidelijk zijn. Alles wat je denkt over een ander communiceer je ook in de interactie met die ander. Dit gebeurt zowel bewust als onbewust.

Vooral medewerkers van openbare voorzieningen zoals bibliotheken, winkels, buurtcentra en verenigingen kunnen een flinke slag maken in het professionaliseren van hun communicatiestijl met deze doelgroep.

Met als tip aan het einde van het hoofdstuk (5):

Denk aan je uitstraling. Als je steevast negatief denkt over jongeren, straal je dat onbewust ook uit. Wees je bewust van vooroordelen en negatieve gevoelens en ga juist in gesprek met jongeren om na te gaan waar deze gevoelens vandaan komen.

De tweede schil

De eerste vier hoofdstukken in het boek Puberbrein maken inzichtelijk hoe zich rondom iedere jongere vier betekenisgevende kaders bevinden (eerste schil). Hieromheen zit nog een schil en dat is de schil van verleiders en voorlichters. Dit zijn partijen die verder van de jongere afstaan maar wel een boodschap aan hen willen overdragen. Dit kan zijn een ministerie, een bedrijf of een charitatieve instelling.
Jongeren identificeren zich door het kopen van bepaalde merken en onderscheiden zich ermee. Als je met een jongere zou praten over een bepaald merk zul je ontdekken dat er een hele wereld achter schuilgaat, een wereld van verhalen welteverstaan. Maar hoe bereik je die jongere dan? Er komen tenslotte steeds meer massamedia bij: meer adio- en televisiezenders, meer tijdschriften, meer kranten, meer websites en SNS-en. En dus moet je op zoek naar een mediun dat jongeren bereikt. Eenvoudig is dit niet. En als je die jongere dan bereikt, pikt hij de boodschap dan wel op en krijg je dan de respons die je wilt hebben? Er bestaan veel mythes (jongeren kunnen goed multitasken, jongeren doorzien media direct en jongeren vinden moeiteloos hun weg op internet). Als je het puberbrein begrijpt dan begrijp je ook dat als je jongeren echt wilt bereiken je de boodschap zo relevant moet maken dat ze er onderling over gaan praten. De boodschap moet van de bovenstroom in communicatie (hoe partijen de boodschap de wereld in sturen)zich naar de onderstroom in communicatie verplaatsen (de ontvangers creeren eigen verhalen met boodschappen en zenden deze door aan het netwerk). Voor de zender is het goed om te beseffen dat als de boodschap opgepikt is in de onderstroom je geen invloed meer hebt op hoe die boodschap verder gaat leven. Het werkt als je andere jongeren de boodschap over laat brengen, als de boodschap authentiek is wordt hij namelijk sneller opgepikt. Dus gebruik niet overal hetzelfde verhaal, maar maak voor elk kanaal een eigen verhaal.

Studeren en/of werken, het is maar lastig

Grappig, op pagina 151 wordt de TU Delft genoemd, met een uitval van 40% van de nieuwkomers… oeps! En verder gaat het in dit hoofdstuk om studiekeuze (zijn die jongeren echt nog niet toe in staat en kiezen dus vaak verkeerd) en werk (interessant om te lezen hoe een werkgever een jongere binnen kan krijgen en kan behouden op zo’n manier dat ook de ouderen het fijn vinden).

De laatste twee hoofdstukken van het boek gaan over de maatschappij en participatie en over de multiculturele samenleving. Deze twee hoofdstukken heb ik wel schuin doorgelezen maar deden mij niet zo heel veel. Het is ook niet het terrein waarbinnen ik opereer en dus sprak het mij het minste aan. Aan het einde van het boek worden nog een paar laatste gedachten van de auteurs beschreven. Opvallend: met de meeste jongeren gaat het gewoon goed!!

Het lezen van het dankwoord zorgt ervoor dat ik begrijp waar de illustraties vandaan komen. Aan jongeren is gevraagd om foto’s te maken van voorwerpen die belangrijk voor hen zijn. Zo gaven zij een kijkje in hun leven, als in een kijkdoos.

En wat vond ik er nu van?

Het boek leest lekker weg, geeft interessante informatie over het puberbrein en zorgt ervoor dat ik onze studenten aan de universiteit beter kan begrijpen. Hun brein is ook nog niet volgroeid, ook al denk ik vaak van wel. Interessant vond ik de verhalen uit de praktijk en de quotes. Zij maken het boek levendig.

Jammer, maar dat is een detail van een boekenliefhebber. Het boek is gelijmd en dus komt de kaft los als je het boek te ver open vouwt. Jammer, zonde, maar niets aan te doen. Misschien is er ook een gebonden versie te koop. Als dat zo is dan zou ik die kopen. Want dit is zeker een boek dat je er af en toe nog even bij pakt om te lezen hoe het ook alweer zit.