designing libraries 4 – de lokatie

jamesbhunt

Hoe begin je een fantastische bibliotheek te beschrijven. Ik kan niet alles noemen. De hoogtepunten dan maar. Wouw!

Omdat ze niet alle boeken in de bibliotheek wilden hebben bouwden ze een enorm magazijn met boeken in bakken en een robot die ze ophaalt. In 1 bak zitten 500 boeken. Een robotarm brengt het boek naar een balie als het wordt opgevraagd en dan ligt het 10 minuten later in de publieke ruimte om opgehaald te worden.

boekenrobot

De genius bar, net als in de Apple winkel, met allemaal spullen die je kan lenen in de bibliotheek.

uitleenspullen

En dit kon van alles zijn, oplaadsnoeren van alle mogelijke mobiele apparaten, laptops, ereaders, raspberry pi of makey makey. Ook een 3d printer hoort tot de mogelijkheden. Een ruimte met ASK US erboven waar studenten wachten om je te helpen met allerlei verschillende vragen.

Over techniek gesproken. Wat vind je van deze gamestudio.

gamestudio

Studenten kunnen deze ruimte reserveren. De ramen blinderen door van doorzichtig glas melkglas te maken (gaaf!) en een videogame spelen of een sportwedstrijd kijken. De medewerker die ons te tour gaf kan alle mogelijkheden van de ruimte regelen op haar mobiele telefoon. Alleen medewerkers mogen de hele ruimte blinderen ūüôā

En dan de kers op de taart. Een ruimte waar je 270 graden breed kan presenteren.

270graden

Misschien moet je erbij geweest zijn maar dit was enorm indrukwekkend. En dit is niet de enige ruimte. Er is nog een vergelijkbare waar je ook op de grond kan presenteren. In beide ruimtes hangen veel (4K) beamers.

Maar ook kleine dingen vallen op. Of de details zoals Marvin Malecha op maandag zei. Wat denk je van lockers in verschillende maten. Zelf een zo grote dat er een mens in past. Of de keuze voor mooi en bijzonder meubilair.

meubilair

De makerspace in James B Hunt was maar klein. Die in de Hill bibliotheek daarentegen heel groot. Grappig hoe beide bibliotheken leren van elkaar en dingen overnemen.

makerspacehill

En wat kan ik nog meer vertellen. Het gebruik van kleur, geel voor de trap en oranje voor de toiletten. Hoe de trappen op meerdere manieren gebruikt kunnen worden. Dat de geluidsstudios die je kan reserveren niet geluiddicht zijn en dat je dus soms iemand hoort zingen of een gitaar hoort bespelen.

Ze wilden in Raleigh een hypermoderne bibliotheek bouwen en daar zijn ze zeker in geslaagd. Een mooi voorbeeld voor ons allemaal. Wil je meer foto’s zien, kijk dan even hier. Wil je nog iets vragen of opmerken, de comments staan open. Ik ben heel benieuwd wat jullie vinden van deze bibliotheek.

designing libraries 4 ‚Äď dag 3

De laatste (halve) dag van de conferentie begon met sessie 7.

sessie 7: space to engage: building on the role of librarians in teaching and learning

Joan Lippincott (CNI) en Brain Mathews (Virginia Tech University) bespraken 3 grote thema’s die zij zien als het gaat om hoe de bibliotheek met de campus samenwerkt.

  • exporting expertise in library learning spaces to other campus buildings
  • new ways of thinking about exhibit spaces and making connections between exhibits and the institution’s research, teaching, and learning programs
  • developing new classroom configurations and supporting new pedagogies

mathews

De voorbeelden die werden gegeven spraken tot de verbeelding. Mooie tentoonstellingen van studentenwerk om de connectie met de campus te maken. Tools die gebruikt werden tijdens dit onderzoek dat tentoongesteld werd was ook aanwezig. Door dit te doen kreeg de universiteit beter contact met de studenten en de faculteiten. Maar ook het actief leren werd bevorderd.

Lippincott bepleitte voor het gebruik van de lege muren om dingen op te hangen omdat anders een learning commons net zo goed een computerzaal kan zijn. Het moet over leren gaan en bibliotheekmensen moeten opnieuw de connectie maken met leren. Die zijn zij een beetje kwijt geraakt in de afgelopen jaren. Als je tentoonstelling laat zien in de bibliotheek, laat je zien dat je begrijpt wat er op de campus gebeurd. Maar ook waren er voorbeelden van oude beelden met nieuwe media, oral history en image mashups.

Als het aan Mathews ligt worden alle bibliotheken incubators voor actief leren op de campus. Die rol kunnen we naar ons toe trekken. Probeer het uit in de bibliotheek en implementeer het later op de campus.

Het verschil tussen een library learning space en een zelfde soort ruimte op de campus is:

  • de bibliotheek richt zich op academisch werk in connectie met de content
  • de bibliotheek is open voor iedereen van elke discipline
  • de diensten die de bibliotheek aanbiedt dragen bij aan het academische werk, integratie van content en gebruik van technologie

sessie 8: designing great environments for library staff

Het leuke aan deze sessie was dat het over de werkplekken van medewerkers ging. Dat maak je niet vaak mee op conferenties. Een dag eerder had ik de werkplekken van de medewerkers van de James B. Hunt bibliotheek gezien en dat waren grote open ruimtes met – staj hoe noem je dat – kijk zelf maar.

kantoor

Als het buiten zou zijn, zou je het zonneschermen noemen ūüôā

Elliot Felix (Brightspot) en Gwen Emery (NCSU) vertelden over hun aanpak. In het geval van Felix gaat het om ruimte, organisatie, diensten die alledrie een invloed hebben op de belevenis van de medewerkers. Voor hem zit het verschil in samenwerken of alleen werken en hij heeft een nieuw woord om fysiek en digitaal te combineren = phygical. Hij pleitte voor het voor het gebruik van persona’s, ook voor de medewerkers. Nu hebben wij dat in Delft al dus kan ik zijn verhaal alleen maar ondersteunen. Persona’s helpen om diensten en producten te ontwikkelen, ook als het gaat om de werkplekken van de medewerkers.

Emery begon met de geschiedenis van de werkplek. Met mooie afbeeldingen van een bibliotheek van Lloyd Wright. In het geval van NCSU kreeg het personeel hetzelfde meubilair als de studenten. Emery eindigde haar verhaal met de link naar Imagine the next, een idee van haar vriendin Janine James. Een concept waar ik op een later moment zeker nog eens in ga duiken.

sessie 9: organizational and service models

Voor mij was de koek inmiddels op. Er zat teveel in mijn hoofd en er kon niets meer bij. De mooie plaatjes van Madeleine Lefebvre (Ryerson University in Toronto) bleven nog net hangen omdat ik, de laatste keer toen ik er was in een oud gebouw was. Het nieuwe gebouw is nu klaar en als Lefebvre volgend jaar een bezoek brengt aan Delft wil ze hier graag over vertellen. Het gebouw is van dezelfde architect als de James B. Hunt bibliotheek. En net zo indrukwekkend.

lefebvre

‘s Middags mocht ik met twee nieuw gemaakte vriendinnen mee naar de Universiteit van North Carolina, Chapel Hill. Ik zag hier al de schermen van in een sessie op zondag. De schermen worden de Liquid Galaxy genoemd en kunnen alleen Google Maps en Streetview laten zien.

liquid

Maar dat is voor deze studenten genoeg. De verdieping waar de schermen staan was net opnieuw ingericht. In mijn beleving niet heel speciaal of bijzonder maar als je de rest van de bibliotheek zag wel een hele verbetering. Hierna gingen we naar een ander gebouw met een undergraduate bibliotheek, die een geluidstudio hebben en bezochten we een makerspace. En van dit laatste bezoek neem ik mee, begin klein maar begin wel gewoon. Kijk wat er gebeurd, pas aan waar nodig en hala mensen binnen om te experimenteren. Bij jou hoeven ze niet bang te zijn als het mislukt, bij jou mogen ze beginners zijn.

designing libraries 4 ‚Äď dag 2

Een lange dag vandaag die al om half 8 begon toen we bij het hotel werden opgehaald door de shuttle. Samen ontbijten en om 9 uur beginnen met de conferentie.

sessie 1: dreaming big

Susan K. Nutter introduceerde Marvin Malecha, Dean of the College of Design NC State University en architect. Hij was tijdens het hele ontwerpproces de rechterhand van Nutter. Hij adviseerde haar en hielp haar om fouten te voorkomen. Malecha heeft een duidelijk beeld van wat architectuur moet zijn. Je wilt met je gebouw invloed hebben, er toe doen, het gebouw moet inspireren en het leven van de gebruiker beter maken. Maar het moet ook een ikonisch gebouw zijn.

malecha

Voor het nieuwe gebouw van de James B. Hunt bibliotheek zijn een 5tal architecten gevraagd om een weekend lang te werken op de campus aan het programma voor het gebouw en de interactieve ruimten. Tijdens het werk kregen zij bezoek van mensen van de bibliotheek en de selectiecommissie. Aan elk team werden 5 architectuurstudenten toegevoegd. Na dit weekend is de selectie gemaakt. De architect die de opdacht kreeg is Snohetta. En het is een enorm succes. Het gebouw werkt. De studenten komen van de andere (main) campus naar deze nieuwe bibliotheek. Hier is het speciaal – hier maak je het verschil. Studenten willen onderdeel van het succes zijn en komen graag.

Malecha pleit er voor om bij een herinrichting eerst op zoek te gaan naar het originele verhaal van het gebouw. Wat maakte het gebouw speciaal in de tijd dat het gebouwd is? Dan zoek je naar de beeldtaal van je eigen tijd en probeer je deze samen te voegen op een manier die goed voelt, of past. Op deze manier heb je een continue conversatie tussen oud en nieuw. En vergeet de details niet! En een tip: huur voor een renovatie/herinrichting geen beginner in. Je hebt iemand met ervaring en verschillende competenties nodig.

sessie 2: creating a vision

In deze sessie spraken Susan K. Nutter, Joe Lucia (Temple University), Mary Ann Mavrinac (University of Rochester) en Carol Shepstone (Mount Royal University) over het belang van het hebben van een visie voordat je gaat herinrichten of renoveren. Alle dames waren van mening van de visie wel bij je moet passen en dat hij dus voor niemand gelijk kan zijn. Spreek iedereen die jouw verhaal wil horen, bereik zoveel mogelijk mensen en spreek met 1 stem. Zowel de architect als de bibliotheekmedewerkers, iedereen vertelt hetzelfde verhaal. Iedereen heeft tenslotte hetzelfde doel.

lippincott

De herinrichtingen hoeven helemaal  niet groot te zijn. Voor Mavrinic ging het om een ruimte. Maar wel een ruimte die als incubator moet dienen voor studenten en waar zij ideeen kunnen bedenken die sociaal of cultureel impact hebben. Over een andere ruimte zei zij, het moet voelen als Trafalgar Square. Iedereen kan zich hier iets bij voorstellen.

Na de presentaties stelde Joan Lippincott vragen aan de sprekers. Zoals hoe zou je een kleine renovatie aanpakken? Antwoorden als blijf groot dromen, noem het geen renovatie maar een transformatie werden gegeven. En er werden tips gegeven als de relatie met de studenten moet je al veel eerder opbouwen als je wilt dat ze met je meedenken over de transformatie. Er moet vetrouwen zijn. Neme studenten mee naar gesprekken met donoren/geldschieters. En laat studenten iets bedenken in de visie wat je ook uit gaat voeren.

sessie 3: communicating the vision

En dan heb je die mooie visie en dan wil je dat iedereen het weet. Hoe pak je dat dan aan?

argentati

En hier kreeg ik verschillende wouw momenten. Alexander Isley (designer) maakte voor de James B. Hunt allerlei verschillende uitingen, van een boek tot een leaflet, van de keuze van kleuren in het meubilair tot het lettertype op de muur. Hier was zo ontzettend goed over nagedacht dat je alleen maar bewondering kan hebben. Het nadenken over het verhaal en de passende uitingen heeft ontzettend goed geholpen in geld bij elkaar brengen voor het gebouw.

awareness / engagement / commitment

In 4 jaar tijd zijn er 200 communicatieuitingen gedaan. Dit kon een nieuwsbericht zijn of een film. Ook zijn er diverse wedstrijden gedaan zoals een instagram wedstrijd waar 1500 unieke gebruikers meer dan 3000 foto’s uploaden. Isley wachtte niet met het delen van beelden van het gebouw tot het af was. Hij maakte gebruik van gerenderde beelden van de architect. Een tip: nomineer je voor alle wedstrijden die er zijn. Zo krijg je veel aandacht als je wint.

leaflet

Het motto van de bibliotheek (learn / think / do) kwam in alle uitingen terug. Net als everything you can imagine and more.

boek

Een grappig detail. De sponsors van dit gebouw staan op een glazen wand. Er zijn regels voor hoe groot de namen mogen zijn, ze moeten allemaal gelijk zijn, ongeacht hoeveel geld je hebt gedoneerd. Isley vertelde ons dat het meeste geld kwam van de mensen wiens naam het dikste is.

Philip Dolin maakte een film over de bibliotheek. Hij liet ons een klein stukje zien. Hieronder de hele film.

sessie 4: new research and visualization spaces

Deze sessie leek een beetje op die van gister toen het ook over visualisaties ging en de diensten daaromheen, inclusief de ruimte. Nu spraken Joel Herndon (Duke University), Bryan Sinclair (Georgia State University) en Renee Reaume (University of Calgary).

hemmasi

The Edge is ontwikkeld door Duke University.

The Edge extends Duke University Libraries’ mission by providing a collaborative space for interdisciplinary, data-driven, digitally reliant or team-based research. Located on the renovated first floor of Bostock Library, the Edge brings together resources and expertise to help Duke researchers innovate, in a space that invites discovery, experimenting, and collaboration.

In de laatste jaren zijn de diensten rondom research support verandert, vertelt Herndon. De data analyse en visualisatie heeft ze verrast. Dus in 2012 bedachten ze een ruimte voor researchers waar zij konden samenwerken en de nieuwste technologie kunnen gebruiken en in 2015 was de ruimte klaar.

Het verhaal van de Curve van Sinclair had ik gister al gehoord dus daar niets nieuws. En Reaume vertelde over ruimte in haar universiteit waar faculteiten hun eigen spullen ook mee naartoe mogen nemen en die zij voor een week mogen gebruiken. Je mag ook eten en drinken in deze ruimte dus worden er veel events georganiseerd want zo’n enorm scherm waar je mooie dingen op kan laten zien spreekt iedereen enorm aan.

sessie 5: the role of makerspaces in academic libraries

De verhalen uit deze sessie spraken mij een voor een erg aan. Ik heb vaker nagedacht over een makerspace in mijn bibliotheek maar me altijd laten weerhouden om verschillende redenen. Maar als ik de succesverhalen van David Woodbury (NCSU), Jay Schafer (University of Massachusetts) en Glenn Kneebone (University of Montana) hoor dan denk ik waarom ook niet. Het hoeft niet allemaal high end te zijn, ook met enkele 3d printers, een naaimachine en wat andere dingen kom je al een heel eind. Het gaat er om dat je iets aanbiedt wat studenten thuis niet hebben. Als je er dan vanuit gaat dat je er geen geld mee gaat verdienen en dat je de apparaten snel moet vervangen kun je een realistisch voorstel schrijven voo rhet management. Kneebone vertelde dat zij in het eerste jaar 680 uur printtijd voor klanten hebben gefaciliteerd, 66% van de dingen die geprint werden waren voor eigen gebruik en 19% voor educatieve uitingen. Maar dat geeft niet, je voorziet in een behoefte die duidelijk aanwezig is.

hill

Dit is de makerspace in de Hill Library. Gister mochten wij hier tijdens de tour even kijken. Deze makerspace is elke dag open van 10-10 en wordt veel gebruikt. Wat ze ook bij Hunt en Hill hebben is een uitleenprogramma. En hier kun je denken aan van alles. Camera’s, apple watches, 3D scanners, laptops, etc. Een geweldig idee. Bij Hunt is het 3D printen een service en bij Hill leer je om het zelf te doen.

sessie 6: recent academic library projects: the role of architects and computer-based planners

Elaine Molinar (Snohetta), Ruth Baleiko (Miller Hull) en Maryellen Fitzgibbon lieten voorbeelden zien van een nieuwe bibliotheek en een renovatie. De nieuwe bibliotheek is de James B. Hunt, maar ook de Ryerson bibliotheek in Toronto (ik zag deze bibliotheek een paar jaar geleden en de plaatjes van hoe het ging worden).

libraries create communities & communities create innovation

De renovatie is de Odegaard bibliotheek in Washington. Een betonnen bak met een enorme trap die door een waanzinnig idee van de architect een open en lichte omgeving werd. Een enorm inspirerend project.

substract – re-imagine – insert

Deze bibliotheek is 24/7 open en wordt waanzinnig goed gebruikt. De renovatie is een groot succes. Het is een studentengebouw geworden.

Ook vandaag weer verrassende dingen gehoord en gezien. Leuke nieuwe mensen ontmoet en interessante gesprekken gehad over de rol van de bibliotheek in leren en onderzoek en de inrichting van ruimtes. En ook al had ik beloofd om te schrijven over het gebouw, het gaat niet lukken. Wil je alvast mijn foto’s zien, kijk dan hier.

designing libraries 4 – dag 1

Vandaag startte de Designing for Libraries 4 conferentie in de James B. Hunt Library in Raleigh. De ondertitel van de conferentie is Designing Libraries for the 21st century. Dit is de 4e keer dat deze conferentie wordt gehouden en ik heb al eerder naar presentaties van sprekers zitten kijken. Erg inspirerend en dus supergaaf dat ik er dit jaar in het echt bij mag zijn. Daarnaast is de James B Hunt een waanzinnig mooie bibliotheek, maar daarover later meer.

Het welkomswoord was van Susan K. Nutter (vice provoost and director of libraries, NS State University). Zij introduceerde Donald J. Waters (the Andrew W. Mellon Foundation) en Deanna Marcus (Ithaka S+R) die beiden gingen bepleiten waarom bibliotheken belangrijk zijn. Volgens Waters heeft dit vooral te maken met een intrinsieke waarde van het verzamelen, ontsluiten en bewaren van materiaal/content EN de bibliotheken die er toe doen zijn degenen die extravert zijn, de bibliotheken die naar buiten kijken en die zich aanpassen.
waters

Marcus ging in op de bibliotheekmedewerker en hoe deze opgeleid wordt. In het kort, de opleiding past niet bij de praktijk en het zijn niet langer mensen met een bibliotheekdiploma die in de bibliotheek werken. Zij is ook van mening dat je naast bibliotheekkennis, kennis moet hebben van een vakgebied om de wetenschappers te begrijpen die met onderzoek bezig zijn. Zij vraagt zich af hoe de bibliotheken hun medewerkers trainen om nieuwe skills te leren. Zij ziet mogelijkheden in online learning programma’s die samen ontwikkeld worden. Dus niet ieder voor zich maar samenwerken en specialiseren.

In de discussie die na deze presentaties plaatsvond zei Nutter dat bibliotheken geen studiecentra zijn, het zijn intellectuele omgevingen. En iemand uit de zaal vertelde dat studenten vaak er naar hebben uitgekeken om in de universiteitsbibliotheek te mogen studeren, ze doen er dan toe als ze daar mogen zijn. Wat ik vooral meeneem uit deze discussie en het begin van de dag is een uitspraak van Waters; om extravert te zijn, om je te presenteren naar buiten en nieuwsgierig te zijn naar de ander. Ook vraag ik me af hoe het in NL is gesteld met de opleidingen. Ik heb werkelijk geen idee en kan dus ook niet beamen of ontkennen dat het in NL anders is dan in de VS.

Sessie 2: infrastructure that scales across interdisciplinary groups
In deze sessie liet Tom Hickerson (University of Calgary) hun research platform zien. Door deze platformen in te richten komen er nieuwe rollen voor de bibliotheekmedewerkers beschikbaar. Hij realiseerde zich dat om deze nieuwe rollen te begrijpen Рwe must change the way we change. Verandering is niet lineair, maar het is verandering in een dynamische omgeving waarbij het nadenken over ruimten en het managen van de ruimte in constante transitie is.

hickerson2
Zij ontwikkelden visualization studios die flexibel zijn, 100% wireless en 100% cellular.  Ik wilde nog vragen wat dat laatste precies betekent maar daar ben ik niet aan toegekomen. In deze studios wordt op een nieuwe manier samengewerkt en werken zij samen met het research data centre van de universiteit.

Ray Siemens hield zijn presentatie op afstand. Hij is op dit moment in Brussel en dus had hij zijn presentatie opgenomen. Het was een interessant verhaal over het INKE project. Dit project heeft zich in de afgelopen 7 jaar beziggehouden met de vraag hoe verandert het internet de manier waarop wij lezen. En hoe gebruiken we informatie in nieuwe digitale omgevingen. DIt project staat een beetje ver van mij af dus ik merk aan mijn aantekeningen dat ik niet veel heb opgeschreven. Als je meer wilt weten is de website een bron van informatie en dit project heeft ook een twitteraccount (@inkeproject). Ik denk dat de visualisatie tools die op de website te vinden zijn interessant kunnen zijn als dit je onderwerp is.

Sessie 3: training research librarians for transformed libraries

Christopher Erdmann (Harvard-Smithsonian Center for Astrophysics) is zo aardig geweest om zijn presentatie online te zetten. Hij wilde het research proces begrijpen en is er helemaal ingedoken. Naar aanleiding van zijn bevindingen heeft hij een trainingsprogramma ontwikkeld voor bibliotheekmedewerkers die met data gaan werken.

hickerson

Het deed mij heel erg lijken op de research data management training die in NL is ontwikkeld.

In deze sessie was ook Greg Raschke (NCSU Libraries) een spreker maar ik heb geen aantekeningen bij zijn verhaal gemaakt. Maar hij zei wel een ding om te onthouden:

if you want to be innovative you need time to experiment

sessie 4: supporting the research enterprise: centralization, compartmentalization, diffusion and clustering

Drie sprekers in deze sessie. Jon Bath (University of Saskatchewan), Barbara Rockenbach (Columbia Univeristy) en Steve Morris (NCSU Libraries).

Bath vroeg zich af: can you create a one-stop-shop for “digital research” that meet the needs of faculty and students? Zijn antwoord is nee, maar je kan wel een first stop zijn. Waar hij ook een punt heeft is als hij zegt dat iedereen data gebruikt en dat je je dus op methodologie moet richten en niet op discipline. Daarnaast is hij van mening dat je niet goed bezig bent als bibliotheekgebruikers altijd bij je terug komen met dezelfde vraag. Je moet ze leren om het zelf te doen. Als je met ze samenwerkt ben je onderdeel van de research agenda in plaats van onderdeel zijn van de support agenda. En dat is iets wat je moet willen.

rockenbach

Rockenbach vertelde over 3 digital centers die zij hebben ontwikkeld. Deze zijn wel gebaseerd op discipline maar Rockenbach gaf toe dat zij ook nadenken over methodologie in plaats van discipline. In de centers hebben ze computers, scanners, 3D printers, oculus rift, etc. Zij noemen deze centra geen makerspaces maar ze zijn het wel. De software die op de computers draait wordt gezien als collectie en dus is het in de catalogus opgenomen. Er worden in de centra workshops georgansieerd rondom nieuwe methoden en emerging technologies. Ze hebben hackatons, researchatons, open lab en unbox-IT. Bij deze workshops worden verschillende wetenschappers bij elkaar gebracht zodat er crossovers kunnen ontstaan.

Norris nam ons mee in de nieuwe ruimtes van de James B. Hunt Library. Hierover later meer als ik de rondleiding heb gedaan (en dat is morgen, er staan wel al foto’s online voor het geval je niet kan wachten). Zij hebben makerspaces, visualization studios, creative studios, game labs, etc. En het is supergaaf. Morgen meer.

sessie 5: library as research, teaching and learning platform: interactive spaces

Het aantal sprekers werden er steeds meer. Vier in deze sessie. E. Patrick Rashleigh (Brown University), Bryan Sinclair (Georgia State University), Jill Sexton (NCSU Libraries) en Joe M. Williams (University of North Carolina at Chapel Hill).

Rasleigh zijn universiteit ontwikkelde een flexibele en gemakkelijk toegankelijke ruimte waar wetenschappers kunnen komen om te werken aan datavisualisatie door middel van een enorme videowall/displaywall. Waanzinnig mooie voorbeelden van hoe de ruimte gebruikt wordt werden getoond. En dan opeens bedenk je, als je dit wilt aanbieden heb je ook medewerkers nodig die het gebruik kunnen ondersteunen. En dan word ik altijd een beetje stil, want dit vraagt wel iets van je medewerkers. En dit zijn competenties die je niet zomaar in huis hebt. Is dat dan een reden om het niet te doen, nee, maar je moet er wel goed over nadenken hoe je het aan gaat pakken. Rashleigh gaf ook aan elk contact met een wetenschapper aan te grijpen om de ruimte te laten zien en de mogelijkheden te tonen. Je moet het wel goed verkopen want dat doet het niet vanzelf. Rashleigh helpt wetenschappers om de content er mooi uit te laten zien op het scherm, dus hij ontwikkelt templates en doet soms resizing van de content.

sessie5

Sinclair is de bedenker van de curve.

CURVE: Collaborative University Research & Visualization Environment is a technology-rich discovery space supporting the research and digital scholarship of Georgia State University students, faculty, and staff.  A service of the University Library, CURVE’s mission is to enhance research and visualizations by providing technology and spaces that promote interdisciplinary engagement, collaborative investigation, and innovative inquiry.

De grap is dat curve helemaal geen gebogen schermen heeft ūüôā

curve_rendering3_10-25-2013a

Maar wel een hele mooie ruimte is met een meters brede videowall met touch screens met een capaciteit van ongeveer 66 personen. Meer afbeeldingen van het gebruik van de ruimte en informatie over de gebruikte technologie vind je hier.

De laatste sprekers van deze sessie waren Sexton en Williams. Ook zij hebben een groot scherm en noemen dit de Liquid Galaxy. Dit scherm is verplaatsbaar en staat in de open ruimte van de bibliotheek. Je hoeft het scherm niet te reserveren dus weet de bibliotheek vaak pas dat het scherm gebruikt wordt als studenten er voor gaan zitten. Dit scherm kan niet zo heel veel, eigenlijk alleen Google Maps en Google Streetview maar daarom is het gemakkelijk in gebruik. Het scherm is geinstalleerd door de leverancier en wordt ook door hen onderhouden. Ze hebben zelf geen ICT ervaring die een scherm als dit kan ondersteunen.

Hierna ben ik op bezoek gegaan bij twee sessies die gehouden werden in de creative studio en de visualization lab. Mooie grote ruimtes met rondom schermen (whiteboards) en een heleboel beamers om rondom te kunnen projecteren. Ik denk dat ik morgen bij de rondleiding meer hierover ga horen dus wacht ik nog even met de ruimtes hier beschrijven.

KNVI congres – mijn verslag

Afgelopen dinsdag bezocht ik met een kleine 1000 andere Informatieprofessionals¬†het KNVI congres. Normaal gesproken zie je mij hier niet. Dit is niet een plek voor mij om inspiratie op te doen en misschien weet ik nu waarom, maar daarover later meer. Het is wel een heel gezellig congres, je ziet op zo’n dag namelijk heel veel bekenden. Ook ontmoette ik iemand die ik in 1998 voor het laatst zag en dat was wel heel bijzonder.

KNVIcongres-overview

Michel Wesseling, de voorzitter van de KNVI, opende het congres. Hij vertelde wat de stand van zaken in het land was, wat hij de afgelopen 2 jaar had gedaan en wat er nog moet gebeuren. Wat erg dringend is, zijn het aantal leden. Er is weinig aanwas van jonge mensen en met het groot aantal 65-jarigen in het verschiet moet er wel iets gebeuren. Michel riep op tot actie. Tijd om te moderniseren van binnenuit met een nieuwe structuur. Maar dat is niet voldoende. Leden werf je ook door enthousiast over de KNVI te vertellen.

ledenwerven

En dat ga ik nu ook doen. Ik ben dan wel geen lid, maar als er iemand door mijn verhaal toch lid wil worden draag ik wel mijn steentje bij. Ik heb overigens geen idee hoe de leeftijdsopbouw van mijn lezersgroep is. Maar als er jonge mensen bij zijn. Laat je inspireren door de KNVI!

Frank Huysmans deelde  de Victorine van Schaickprijs uit. Hanna Jochmann-Mannak kreeg hem voor haar promotieonderzoek hoe kinderen informatie zoeken, het Frysk Fablab vanwege de innovatie en Eline Coree voor haar scriptie over Erfgoed Leiden en omstreken.

prijsuitreiking

En toen was het tijd voor Hans de Zwart, directeur van Bits of Freedom. Zijn betoog ging om het recht om te lezen en de verantwoordelijkheden van de informatieprofessional. Voor dat betoog gebruikte hij een essay van Richard Stallman. Het is een verhaal uit 1997 dat gaat over een jongen en een meisje die leven in een wereld waar elk boek een copyright monitor heeft. Voor Stallman was het een toekomstbeeld. Nu 16 jaar later is het al werkelijkheid.

hansdezwart
Het is een derde partij die als digitale intermediair optreedt. Zoals bijvoorbeeld een Amazon die alles logt wat je met de Kindle doet. Of Google die voor jou bepaald welke route het gunstigste is. Maar is dat wel zo. De Zwart gaf het voorbeeld van Amsterdam en dat hij door Google nooit over de grachtengordel wordt gedirigeerd. Je kunt je af vragen waarom maar ook waarom Google hier niet transparant over is. Of Netflix, die precies weet wat je kijk, wanneer, hoe vaak je teruggaat in een film of serie, etc.

Hans de Zwart maakte de sprong van dat verhaal naar de ethiek die hackers hebben en vraagt zich af of informatieprofessionals ook ethiek kennen. En zo ja, hoe ziet dat er dan uit. In Amerika gaat deze code of ethics veel verder dan bij ons in Nederland. Voor de informatieprofessional wordt het steeds ingewikkelder om de privacy van je gebruikers te waarborgen want eigenlijk wil je ook wel weten wat je gebruiker doet zodat je de systemen en producten beter op ze af kan stemmen. De Zwart pleit er voor om alles wat je niet nodig hebt niet op te slaan. Als er dan om gevraagd wordt, kun je het niet tonen. Hij pleit ook voor privacy by design. Hierbij denk je al bij voorbaat na over het gebruik van persoonsgegevens en de bescherming daarvan binnen jouw organisatie. En toen zei de Zwart iets geks. Hij wil alle catalogi achter een slotje. Ik vroeg hem via twitter hoe hij dat bedoelde in combinatie met open access en open data.

Gelukkig is hij een voorstander voor open toegang.
Na Hans de Zwart was het tijd voor Tineke Netelenbos.
tinekenetelenbos
Zij introduceerde nieuwe websites als digitaalhulpplein.nl en veiliginternetten.nl. Wat mij altijd opvalt (en dat is ook bij de ECP/EPN waar Netelenbos voorzitter van is) is dat het bij mediawijsheid altijd gaat over kleine kinderen en oude mensen. De groep daartussen, de studenten van de universiteit waar ik werk, mijn vrienden en collega’s, worden vergeten. Alsof die allemaal zo enorm mediawijs zijn. Ik vind dat reuze jammer en heb een keer hier iets aan willen doen. Heb toen best snel opgegeven. Dat was 4 jaar geleden maar blijkbaar is er nog niet veel veranderd ten opzichte van toen.
Marcel Becker (filosoof en ethicus) mocht de discussie tussen Tineke Netelenbos en Hans de Zwart leiden. Het ging over privacy en transparantie en over de verhoudingen overheid en burgers.
Michel Wolf sloot de dag af met stand op comedy. Ik heb op twitter al laten weten wat ik hiervan vond. Ik zal het niet herhalen. Ik zag dat er mensen waren die het leuk vonden.

persona’s en customer journeys

Het middagprogramma bestond voor mij uit twee keer dezelfde workshop die Muzus gaf. De workshop ging over persona’s van de bibliotheekgebruikers die voor de FOBID zijn ontworpen en met die persona’s maakten we een customer journey. Na een korte inleiding van Sanne Kistemaker¬†gingen we in groepjes aan de slag.
workshop2
Sommige mensen kozen een persona die dicht bij de eigen doelgroep lag, maar anderen wilden gewoon ervaren wat het is om met deze methodiek te werken.
workshop1
De dynamiek was beide keren erg goed. Er werd veel gelachen. Sommigen groepen raakten bevriend met de persona en anderen kregen bijna een hekel aan het type. Ik heb niet iedereen gesproken maar degenen die nog even gedag kwamen zeggen lieten weten het fijn te vinden om echt aan de slag te zijn gegaan.
Wil je meer weten over de persona’s, ze gebruiken of er onder begeleiding mee aan de slag, houd dan de site van FOBID in de gaten en let op GO-opleidingen. Binnenkort vanuit beide organisaties meer informatie over dit onderwerp.
En toen mocht ik aan de borrel, lekker kletsen met (oude) bekenden. En met een paar een hapje eten daarna. Het werd een spontaan clubje van 4. De discussie die ik met hen had ging over de KNVI, waarom ik lid zou moeten worden, wat het me op ging leveren. Met Ronald de Nijs reisde ik met de trein terug naar Rotterdam en discussieerden we verder. En ineens ging het lampje bij mij branden. Tijdens de KNVI congressen gaat het over bibliotheekdiensten en producten met een voorkeur voor digitaal. En ik ben iemand die zich vooral met inrichting en gebouwen bezighoudt. En dat matcht dus niet. Netwerken en mensen ontmoeten is leuk maar daarvoor hoef ik niet naar het KNVI congres. EN dus ben ik er uit. Inhoudelijk voel ik me niet verbonden met deze groep, maar als vriend of als fan zou ik er wel iets mee kunnen. Ik denk er nog even iets langer over na.
meer foto’s van de dag vind je hier.

kom je ook naar Helsinki voor het Liber Architecture Group Seminar

Van 6 tot en met 9 mei vindt in Helsinki het Liber Architecure Group Seminar plaats met dit keer als thema Designing the Future: From Concepts to Library Buildings. Het seminar wordt gehost door de Universiteit van Helsinki en vindt plaats in het nieuw verbouwde bibliotheekgebouw Kaisa House aan de Fabianinkatu 33.

Het programma begint op 6 mei met het bezoek aan drie bibliotheken:

De dag erna zijn er bibliotheekbezoeken in de ochtend (The Sibelius Academy Library and Helsinki Music Centre OF¬†The Helsinki University Library, Behavioural Sciences Library Minerva OF¬†The Library of Parliament)¬†en start ‘s middags het lezingenprogramma met sessies over learning spaces, trends in werkomgevingen voor medewerkers en technische aspecten van een bibliotheekgebouw. De derde dag staat in het teken van concept naar realisatie, waar loop je tegenaan, hoe gaan de processen, wat gebeurt er als je nieuwe of heringerichte gebouw een aantal jaren open is. ‘s Middags is het tijd voor de architecten, zij vertellen over hun projecten. De laatste dag wordt afgesloten met de veranderende rol van de (universiteits)bibliotheek.

Het is een inspirerend programma waar je zowel in vogelvlucht als in diepte bijgepraat wordt over de (universiteits)bibliotheek/learning centre van nu.

Meer informatie over het programma vind je hier. Deelname aan het seminar voor Liber leden is 250 euro of 300 euro als je geen lid bent van Liber of je na 15 april registreert. Ga je mee met de bibliotheekbezoeken op de eerste dag dan betaal je 60 euro extra.

Vorig jaar mocht ik al een kijkje nemen bij de te bezoeken bibliotheken. Mijn foto’s van deze trip staan hier.

Congres Intranet 2013

Afgelopen dinsdag was ik op het Congres Intranet. Ik heb dit congres al jaren op mijn ooit-misschien lijstje staan en toen ik een toegangskaartje won bij een Facebookactie van e-office was ik uiteraard enorm blij.

Screen Shot 2013-03-23 at 9.50.04 PM

De eerste keynote was van Euan Semple en had als titel the future proof intranet, business as usual?

Semple pleit ervoor dat we terug moeten naar de karakteristieken van een intranet die we vergeten zijn. Hij merkte dat het eenvoudiger was om met collega’s te verbinden via systemen buiten de organisatie zoals LinkedIn, wiki’s en blogs. En hij ziet het intranet als een internet binnen de firewall.

semple

Als je je dan beseft dat de mobiele telefoon een lifeline is naar productieve en leuke tools buiten het werk dan lijkt het logisch om deze systemen binnen de werkomgeving te brengen. Maar dan wel op een manier waarop de werkomgeving zich gedraagt, dus geen schreeuwende baas maar een baas die zijn best doet om interessant te zijn.

there is no point being 2.0 outside the firewall if you are not even 1.0 inside

Semple’s blog in zijn omgeving, ook al schrijft hij hier over werk. Hij vertelt dat de beste relaties zijn opgebouwd via zijn blog. Twitter is voor Semple een filter, hier wordt het internet voor hem gefilterd en krijgt hij alleen te zien wat interessant is. Semple laat via deze kanalen digitale voetsporen na. Hij schrijft tijdens in plaats van achteraf. Mensen kunnen je volgen en dus moet je mensen toestaan om dingen te vertellen die misschien nog niet verteld mogen worden.

De presentatie van Euan Semple vind je hier.

Luis Suarez vertelde over the evolving knowledge web worker.

Werk is allang geen fysieke plek meer waar je naar toe gaat maar een mentale staat waarin je verkeerd. En dus zijn er nieuwe vaardigheden nodig.

suarezZoals:

Openness – we moeten veel meer open zijn, onze comfort zone verlaten en kennis delen. Maar ook:

  • transparency – wat hebben we te verbergen
  • publicy
  • authenticity
  • honesty
  • leadership – een leider is iemand die volgers heeft
  • learning by doing – ¬†als je iets probeert dan pas weet je of het iets voor je is
  • autonomy
  • motivation
  • ownership
  • responsibility
  • sense of belonging
  • purpose
  • meaning
  • caring – we lopen extra hard voor externen/klanten, maar niet voor onze eigen mensen/collega’s
  • empathy

De grootste uitdaging voor bedrijven is het verbinden van medewerkers aan het bedrijf. Volgens Suarez vinden 7 van de 10 Amerikanen het werkt dat ze doen oninteressant en zijn ze niet gemotiveerd. En onderzoek uit China toont aan dat je verbondenheid kan verhogen door sociale netwerken. Dan lijkt de oplossing niet lastig zou je denken. Want denk er maar eens over na. Doe je wel eens iets voor iemand uit je sociale netwerk (denk twitter/facebook vrienden) terwijl je diegene nog nooit ontmoet hebt? En doe je wel eens iets voor een collega die je niet kent?

making businesses more human – do not manage the resources but manage the relations

In de breakout sessies luisterde ik naar Mark Morrell die vertelde over digital workplace strategy. En naar Margriet de Jong die onderstaande prezi maakte en ons vertelde over hun intranet implementatie.

Luis Suarez ging in zijn breakoutsessie in op hoe zijn dag er uit ziet en beantwoordde ondertussen vragen uit de zaal. Hierdoor werd het niet een heel helder en duidelijk gestructureerd verhaal maar wel een inspirerende sessie met een boodschap. Namelijk stop met e-mailen. Hij gaf ons tips en als wij zijn tips volgens en over 3 maanden weer e-mailen neemt hij je mee uit eten.

Ondertussen las ik via twitter over andere sessies en kreeg ik enthousiaste meldingen door van de Coca-Cola sessie.

De dag werd afgesloten door Steven Van Belleghem en zijn centrale vraag was hebben we eigenlijk wel een intranet nodig. Want wees nu eerlijk, er zijn veel bedrijven waar nog steeds wordt ge-emailed en waar het intranet niet wordt gelezen.

belleghem

Laten we het hebben over communicatie. Van Belleghem neemt Tupperware als voorbeeld. Mond-op-mond reclame ligt aan de basis van dit product (er wordt geen reclame voor Tupperware gemaakt, vertegenwoordigers en klanten zijn ambassadeurs en Tupperware start vanuit sterke merk cultuur) en Van Belleghem stelt dat mond-op-mond reclame is de meest impactvolle manier van communicatie in de wereld en we weten dat maar we managen en faciliteren het niet. En hij ziet dat als de grote paradox in de zakenwereld. Daardoor bestaat er onderbenut conversatie-potentieel.

De bedrijfscultuur bepaald wat er wel en niet gezegd kan worden. Ons gedrag intern bepaald onze positionering extern, het zijn geen geschieden werelden. Neem als voorbeeld Tomorrowland. De dingen die zij doen gebruiken ze in de communicatie. Zij delen alles. Zij laten iedereen ambassadeur zijn. De experience begint al in het vliegtuig. Het is een goed doordachte manier van communiceren en delen.

Transparantie is een sterkte en de beste manier om transparant te zijn is via de eigen medewerkers. En wat mogen onze medewerkers vertellen? Het liefste dat wat via het internet bij hen komt. We willen van communicatie naar conversatie gaan. Medewerkers zijn vaak heel trots op het bedrijf waar ze werken maar ze weten niet wat ze wel en niet mogen zeggen en dus zeggen ze niets. Een idee is om verhalen van medewerkers te maken, van die verhalen die je vaak ziet in interne magazines. Van Belleghem ziet iedere medewerkers als een ambassadeur die getraind moet worden.

Als we medewerkers en klanten zien als ambassadeurs dan zijn er verschillende manieren waarop zij bereikt en betrokken kunnen worden met centraal de conversaties. Als bedrijf zijn er, volgens Van Belleghem, vier touwtjes waar aan je kan trekken: experience, conversatie, content en samenwerking – maar het begint bij hoe we de dingen doen, hoe behandelen we de klanten en de medewerkers, dat zijn conversaties-starters.

Screen Shot 2013-03-23 at 10.13.21 PM

(afbeelding copyright Steven Van Belleghem)

Maar het is vaak zo dat wij anders doen naar klanten met veel volgers dan naar klanten met minder volgers. Daarnaast is het vaak zo dat medewerkers volop actief zijn op Facebook en twitter maar niet op het intranet. Van Belleghem vraagt zich af hoe dat komt en komt tot 2 conclusies. De eerste conclusie is dat je meer feedback krijgt op sociale netwerken dan op het intranet en de tweede conclusie is dat het intranet als een extra handeling wordt gezien als je al iets hebt gepost op Facebook/twitter. Betrek de gebruikers bij je communicatie. Als de content en de context goed is dan is de communicatie/conversatie eenvoudig. Het gaat om luisteren en zenden. En om samenwerking.

Presentaties van andere sessies staan verzameld op deze pagina.¬†Het was goed om het Intranet Congres eens te bezoeken. Ik heb weer inspiratie opgedaan, voornamelijk bij de keynote sessies. De locatie was, wat mij betreft, minder geschikt. Ik vond het te druk om relaxed rond te lopen tijdens de pauzes en de stands hadden niet veel ruimte gekregen waardoor je ook niet even op je gemak ging kijken. Maar om toch positief te eindigen. Ik was erg blij met de toegangsprijs die ik heb gewonnen, ik kan weer een ooit-misschien congres van mijn lijstje schrappen en heb¬†idee√ęn¬†opgedaan voor ons eigen intranet.

liber architecture group – seminar – praag

De Liber Architecture Group houdt om het jaar een conferentie over nieuwbouw en herinrichtingen van (wetenschappelijke) bibliotheken. Het volgende seminar vindt plaats van 17-21 april in Praag. In de mooie kleurenbibliotheek, zoals sommigen hem noemen. Het (voorlopige) programma ziet er als volgt uit:

Reshape, refurbish, reorganise: designing the sustainable library

17 april: pre-seminar visits (Liberec, Hradec Králové)
Meeting 9:00 a.m. – return to Prague at 7:30 a.m.

18 april: pre-seminar visits (Prague)
Five libraries to visit in Prague on Wednesday 18 April in the morning (choose 1 of 5):
A. Faculty of Arts Library, Charles University
B. National Archives
C. Strahov Monastic Library
D. Smichov Municipal Library
E. Academy of Sciences Library

seminar programme
12:00 p.m. Р1:30 p.m. / Registration; Buffet lunch available

1:30 p.m. – 2:00 p.m.
Official opening of the Seminar / Chair: Martin Svoboda, National Technical Library, Prague
Ivan Wilhelm (Deputy Minister, Ministry of Education, Youth and Sport)
Ulrich Niederer (Chairman, LIBER Architecture Group)

2:00 p.m. – 3:00 p.m.
Keynote speaker
Chair: Martin Svoboda, National Technical Library, Prague
Helle Juul (Juul and Frost, Architects, Copenhagen)

3:00 p.m. – 3:30 p.m.
Coffee break

3:30 p.m. – 5:00 p.m.
Session 1: Setting the scene
Chair: Liesbeth Mantel, Delft University of Technology
Higher education and libraries in the Czech Republic / (Speaker from the Conference of Rectors or Higher Education Council)
Putting students first: Learning and libraries / Graham Bulpitt, Kingston University London
Research: Overview / (Hans Geleijnse, Library Strategy Consultant / Past President of LIBER)

19 april
9:00 a.m. – 10:30 a.m.
Session 2: Sustainability
Chair: Karen Latimer, Queens University, Belfast
The role of the building envelope in the sustainable architectural conception: building envelope design, energy efficiency and renewable energy
Anna Wagner, architect
Czech project to refurbish theatre

10:30 a.m. – 11:00 a.m.
Coffee break

11:00 a.m. – 12:30 p.m.
Session 3: Refurbishment of buildings
Chair: Philippe Marcerou, Sorbonne, Paris
Modena project /¬†Alessandro Bertoni, Universit√† Ca’ Foscari, Venice
Ghent project / David van Severen, University of Ghent
Refurbishment of the National University Library, Strasbourg / Christophe Didier

12:30 p.m. – 2:00 p.m.
Lunch and poster session

2:00 p.m. – 3:30 p.m.
Session 4: Re-organising and re-purposing space
Chair: Inken Feldsien-Sudhaus, Technical University, Hamburg-Harburg
Freiburg University Library / Dr Antje Kellersohn, Albert-Ludwigs-University Freiburg
Royal Library, Copenhagen /Steen Bille Larson (Deputy Director General)
Introduction to visit to National Technical Library / Architect /Designer

3:30 p.m.
Visit to National Technical Library

Evening
Conference dinner

20 april
9:00 a.m. – 10:30 a.m.
Session 5: Technical aspects of buildings
Chair: M√°rta Vir√°gos, University of Debrecen, Hungary
A crash course into acoustics / Jan David Hanrath, hanratharchitect BV/ H2 interactive BV
The O.A.S.E. – an example of modern, well-designed learning spaces /¬†Ulrike Brunenberg-Piel, Heinrich-Heine-University, D√ľsseldorf

10:30 a.m. – 11:00 a.m.
Coffee break

11:00 a.m. – 12:30 p.m.
Session 6: Preservation
Chair: Sylvia Van Peteghem, Ghent University, Belgium
Hilversum audio-visual repository / Strategies at the Bodleian for storing special collections: the Book Storage Facility and the Weston Library
Richard Ovenden, Bodleian Libraries, Oxford

12:30 p.m. – 1:00 p.m.
Conclusion / Ulrich Niederer (Chairman, LIBER Architecture Group)

20-22 april: post-seminar trip

Inschrijven kan hier. Kosten voor het seminar zijn 250 euro voor Liber-leden. De bibliotheekbezoeken op 17/18 april kosten 50 euro (inclusief lunch) en het bezoek aan zuid-Bohemen ongeveer 150 euro.

Meer informatie vind je op de website van NTK in Praag.

Over Het Nieuwe Werken ‚Äď congres ‚Äď het vervolg

Na de keynote van Wessel Ganzevoort ging ik naar de sessie De toekomst van het kantoor van Roel van der Palen (manager business development РAhrend) & Marloes Pomp (free agent РDigital Action).

 

Roel van der Palen begon. Zijn eerste vraag was waarom gaan we nog naar het kantoor? Hebben we nog een fysieke plek, als een kantoor, nodig? Behoort het kantoor tot de oude tradities?
De wereld is in beweging en er bestaan al hybride kantoren, de in-betweens. De plekken waar je elkaar kan ontmoeten of even onderweg kan werken.

Van der Palen begint met wat feiten en cijfers. Er is veel leegstand als het gaat om kantoorruimte en dit getal wordt de komende jaren steeds groter. Maar ook de werkomvang is aan het veranderen, er is minder behoefte aan vierkante meters. Een tendens die hij ziet is dat de normale werkplek naar 11,5 m2 zal gaan in 2015. Daarnaast ziet hij een tendens dat de werkplek duurder wordt als het gaat om inrichting.  Dus per medewerker wordt de werkplek goedkoper maar per werkplek duurder.

celkantoor -> hybride kantoor -> dynamisch kantoor
De kwaliteit van het kantoor zal beter aansluiten bij de manier waarop er gewerkt wordt. Hierbij speelt human comfort (ergonomie) een belangrijke rol.
  • de gebruiker wil meer persoonlijk comfort
  • intelligente gebouwen worden intelligente werkomgevingen
  • inspiratie en identiteit (design)
  • zintuigen positief prikkelen
  • ik identificeer mij met mijn omgeving
  • gezonde werkomgeving (duurzaamheid)
  • inrichting die de lucht zuivert en licht dat energie geeft
Nu zijn de kantoren ingericht op generiek comfort in plaats van persoonlijk comfort.
Marloes Pomp sprak over de digitale werkplek. Haar prezi presentatie staat online maar de link die ik via twitter van haar kreeg werkte niet. Zodra ik de goede link krijg zal ik de prezi hier embedden.
Marloes Pomp ziet een aantal trends die ervoor zorgen dat de digitale werkplek verandert.
  • digital natives – met als voorbeeld we quit mail (#wqm)
  • integratie van publieke en private cloud
  • facebook is niet¬†priv√©
  • location based – gebouw is meer dan een kantoor
  • more is more – online wordt meer gedeeld waardoor meer mensen meer hebben, met als voorbeeld deelstoel
  • transparantie – delen, delen, delen – via facebook laten weten welke artikelen je leest, via spotify laten weten welke muziek je luistert
Ik verbaasde me over de beide presentaties. Van van der Palen had ik verwacht dat er inspirerende voorbeelden werden getoond van nieuwe werkomgevingen en waarom Ahrend denkt dat dit wel of niet werkt. Van Pomp’s presentatie begreep ik niet zo veel. In mijn beleving gooide zij webcare (hoe ga je online met klanten/gebruikers om), online presence en het digitale kantoor door elkaar. Leuk dat je samenwerkt via facebook maar ik zie onze¬†financi√ęle¬†administratie dat nog niet zo snel doen. Er is ook nog zoiets als afhankelijkheid van servers die niet in Nederland staan, zowel als het gaat om toegankelijkheid als om de juridische aspecten rondom de content.

feiten over het nieuwe werken / peter van baalen

Hierna ging ik naar een presentatie van Peter van Baalen met als titel de feiten over het nieuwe werken. Hij presenteerde de resultaat van een onderzoek (Erasmus@work) dat zij al enige tijd doen.

Misschien moeten we niet langer praten over het nieuwe werken maar over het goede werken. Er is een grote¬†vari√ęteit¬†aan (nieuwe) werkpraktijken,¬†vari√ęrend¬†van gebruik van nieuwe technologie, slim organiseren, empowerment, open office, telewerken, flexibele werk arrangementen, etc. Het nieuwe werken is een begrip dat te veel omvat en waar¬†critici gemakkelijk gaten in schieten.

Van Baalen vraagt zich af waarom het nieuwe werken zo traag wordt¬†ge√Įmplementeerd. Hij heeft daar een antwoord op. Het oude werken is te slim, te¬†effici√ęnt, het is te eenvoudig te controleren en daarmee dus lastig te veranderen. De arbeidstevredenheid in Nederland is erg hoog als je het vergelijkt met andere Europese landen. Dus waarom zou je dan willen veranderen.

Erasmus@work onderzocht 13 organisaties. Zij deden grote surveys en soms kwalitatieve case studies om zo de antwoorden te verzamelen van 6000 respondenten.

De resultaten:

  • Aanzienlijke variatie per organisatie van factoren die performances/outcomes (productiviteit, werknemerstevredenheid, innovativiteit, work life-balance) verklaren
  • Vrij sterk causaal verband tussen empowerment en performances/outcomes.
  • Correlaties verbeteren indien datasets worden samengevoegd
  • Vertrouwen correleert in meeste gevallen met werknemerstevredenheid en productiviteit
  • Sterk verband tussen empowerment en vertrouwen (zie ook Spreitzer, 2008)
  • Geen/zwak verband tussen empowerment en work life-balance
Zijn er risico’s als je het nieuwe werken invoert. Het onderzoek toont aan van wel.

HNW als een ‚Äėreflexive ‚Äėpractive‚Äô waarin werkgevers en werknemers gezamenlijk betekenis geven aan situaties in een voortdurend veranderde omgeving:

  • Reflexiviteit ‚Äď t.a.v. welke activiteit op welke locatie
  • Reflexiviteit ‚Äď t.a.v. gebruik van technologie
  • Reflexiviteit ‚Äď t.a.v. work life balance
  • Reflexiviteit ‚Äď t.a.v. duurzaam reisgedrag
Interessante maar taaie materie. Een presentatie om op een later moment nog eens rustig te bekijken en de cijfers tot mij door te laten dringen.

de mens centraal bij het nieuwe werken / krijn nagtzaam & chantal eberson

De derde sessie die ik bezocht was van  Krijn Nagtzaam (365/zin)  & Chantal Eberson (USG People) en heette de mens centraal bij het nieuwe werken.

Eerst moesten we met zijn allen voor in de zaal gaan staan om te stemmen met onze voeten. De stellingen waren het nieuwe werken is een hype en over een paar jaar horen we er niets meer van, het nieuwe werken leidt tot meetbare winst,  het nieuwe werken leidt tot meer werkplezier en bevlogenheid. Hierna vertelde Chantal Eberson over de implementatie van het nieuwe werken bij Unique.
De redenen om dit te doen waren:
  • vergroten commerciele slagkracht
  • positionering als aantrekkelijke en eigentijdse werkgever
  • behoud van personeel en terugdringen voortijdig verloop
  • het vergroten van de positieve externe Unique exposure (onder andere door innovatieve vormen van dienstverlening)
Dat ziet er in de praktijk dan zo uit:
  • de mens staat centraal, onderkennen van verschillen en situationeel afwegen in welke mate het nieuwe werken past bij de medewerker
  • draagvlak bottum-up creeren
Met als resultaat:
  • plaats- en tijdsonafhankelijk werken
  • regelruimte bieden aan de medewerker
  • sturen op resultaat in plaats van op input
  • sociale cohesie bevorderen
Een vraag uit de zaal vond ik heel terecht. Waarom heet de sessie de mens centraal als door de presentaties dat niet echt blijkt. Eberson vertelde hierna iets over verschillende scans (organisatie, medewerkers, leidinggevenden) die zijn uitgevoerd als 0-meting en die later zijn herhaald. Bij Unique hoeft niets en alles mag, als je niet nieuw wilt werken hoeft dat niet. Medewerkers hebben om de 3 maanden intervisiesessies. Het invoeren van het nieuwe werken bij Unique zorgde voor een stijging in productiviteit van 12% in de eerste 6 maanden, 30% verlaging huisvestingskosten, 2% minder ziekteverzuim bij eenzelfde verloop. Maar zijn de medewerkers nu meer bevlogen (bevlogenheid: combinatie van betrokkenheid en werkplezier)? Dat wordt nog gemeten en het onderzoek hierna volgt nog.

ach het is maar een spelletje! / maarten korz

De afsluitende sessie van de dag was van Maarten Korz (@korz) en had de titel Ach het is maar een spelletje! Met heel veel energie vertelde Korz over gamification van werk.

Belangrijk hierin is:
  • helder doel
  • korte cyclus
  • rustig aan met de rewards
  • community
  • teamwork
  • intrigerend
  • uitdaging
  • status
  • beloning
  • fun!
Het was weer een dag vol inspiratie, nieuwe mensen ontmoeten en goede gesprekken met oude bekenden. De locatie in Nieuwegein is goed gekozen, zowel voor openbaar vervoer en mensen met de auto goed te bereiken. Het enige minpuntje (en dat is dan ook echt de enige) is dat ik zaalvoorzitters mis die de tijd in de gaten houden en opletten wie er een vraag wil stellen. Nu was er een sessie die flink uit de tijd liep en dan chaotisch wordt als er mensen weglopen omdat ze graag willen lunchen.
Dit jaar had ik een vrijkaart gekregen van een collega die moest spreken en won ik een toegangskaart met een twitteractie. Deze kaart ging naar een collega die ook volop inspiratie heeft opgedaan. Of ik er volgend jaar bij ben. Ik denk het niet. Heeft te maken met kosten…. je snapt het wel. Maar dat wil niet zeggen dat ik dit geen goed congres vind. Ik zou zeker, maar helemaal als je met het nieuwe werken aan de slag wilt gaan, dit congres bezoeken. Het is een dag vol informatie, inspiratie en energie om aan de slag te gaan of te blijven.
Het verslag van de keynote van Wessel Ganzevoort lees je hier.

Over Het Nieuwe Werken ‚Äď congres ‚Äď Wessel Ganzevoort

Op dinsdag 29 november bezocht ik in Nieuwegein het Over het Nieuwe Werken congres. Net als vorig jaar werd de dag geopend door een inspirerende keynote. Dit keer kwam deze van professor drs. Wessel Ganzevoort van de Universiteit van Amsterdam.

zinvol werken werk waar we zin in hebben

inleiding

Het verhaal van Ganzevoort begint bij zingeving. Hij vindt dat het Nieuwe Werken moet gaan om een andere manier van organiseren en leidinggeven maar vooral om zingeving. Dus vinden we ons werk zinnig?
Stel dat je morgen een miljoen wint in de Staatloterij. Ga je dan naar je werk? En overmorgen, kom je nog terug. Dus waarvoor werk je eigenlijk, heb je lol in je werk? Er zijn veel vrijwilligers in Nederland, die werken niet voor het geld. Geld is niet het belangrijkste. Een zinnige bijdrage leveren wel. Dit is een hele belangrijke motivatie voor mensen om te werken. Je kent ze vast wel, van die mannen van in de vijftig die aan elkaar vragen, hoe lang moet jij nog? In dit voorbeeld is werken sterk geassocieerd met moeten. Werken is in hun beleving iets heel ergs. Als je de deur van het kantoor dicht doet ben je vrij. Je hebt ook zoiets als een work-life balance wat suggereert dat je leven en werken hebt. Dat werk of leven zou kunnen zijn is tegenstrijdig, je moet ze gescheiden houden. Want werken betekent on-vrije tijd. Ganzevoort geeft nog een voorbeeld die gaat over organisaties. We gaan er van uit dat mensen in de organisatie zitten (onze taal wijst ons hierop). Hoeveel mensen zitten er in jouw organisatie? De organisatie is kennelijk een hok of  een ding. En we beschrijven functies en zoeken hier mensen bij om in dat hok te plaatsen.

geschiedenis

Even een stukje geschiedenis. Ganzevoort legt uit. We komen uit een economie waar de handen van belang zijn, je organiseert het zo dat er zo weinig mogelijk mensen naar binnen komen, het liefste wil je alleen maar handen. In de gezondheidszorg noemen we dat nog steeds de handen aan bed. Dit is een merkwaardige opvatting van mensen. De¬†industri√ęle¬†revolutie zorgde voor de machines en we bedachten organisaties die op machines leken, in Den Haag noemen ze het nog steeds het ambtelijk apparaat. Nog steeds hebben we opvattingen en gebruiken we taal vanuit dat verleden. Tegenwoordig praten we over een kennis- en informatie economie. En bij de inbreng van de kennis en informatica hanteren we nog steeds de principes van de handen- en machine economie. De gedachten van Taylor zie je in de automatiseringswereld nog steeds terug. We kijken nog steeds op dezelfde manier. Er is wel iets verandert toen de samenleving massaal overging op dienstverlening van professionals omdat hier de output niet langer te controleren is. Die professionals produceren in samenhang en samenwerking met de klant en de baas heeft hier geen controle op. We kunnen niet zomaar meer output meten. Een nieuwe economie is de beleveniseconomie. We gaan steeds beterbegrijpen dat de ervaring van de consument de emotie is die we nog minder onder controle hebben. En dan komt er weer iets nieuws, naar aanleiding van het boek Whole new Mind van Daniel Pink, we noemen het de rightbrain economie. Dit is een economie waar de rechterkant van het brein belangrijk is (het creatieve, scheppende, artistieke, het gevoelsmatige, gehelen zien, samenhangen zien). Bij de voorgaande¬†economie√ęn¬†waren het analytische, het structurerende, het organiserende en ordenen belangrijk. Deze¬†economie√ęn¬†verhuizen naar het oosten. Om te voorkomen dat ook de nieuwe¬†economie√ęn¬†verhuizen naar het oosten moeten we inzetten op de rechterhersenhelft, op de economie van de beleving. Ganzevoort zet de oude en de nieuwe economieen naast elkaar en laat ons zien dat wij denken dat nieuw goed is en oud fout. Dus je moet het oude loslaten en het nieuwe omarmen. Maar Ganzevoort bekijkt het ook vanuit de sociale wetenschappen en zegt dan dat het ook en en kan zijn. Oude economieen worden in de nieuwe economieen gevat. Het nieuwe gaat over het oude heen (it includes and transcends). En in zijn beleving hebben we dus nog steeds veel aan het oude denken van Taylor. Naast het nieuwe denken van onder andere Pink. Als we van beide¬†economie√ęn¬†maar houden wat toepasbaar is en het overige laten gaan.

de mens en de organisatie

Ganzevoort stelde in de inleiding al de vraag. Hoeveel mensen zitten er in jouw organisatie? Maar hij heeft nog nooit een organisatie gezien. Ganzevoort ziet gebouwen, mensen, producten maar nog nooit een organisatie. Het gaat dus niet om de organisatie maar om de mensen die daar aan deelnemen. Organisaties hebben in zijn beleving geen menselijke kant. Mensen kunnen niet centraal staan in de organisatie. Als we morgen allemaal thuisblijven heb je geen organisatie meer. Mensen ZIJN de organisatie. Menselijk kapitaal bestaat dan ook niet voor Ganzevoort. Je hebt geen mensen, je mag blij zijn als ze komen. Mensen zijn geen apparaten, je kunt ze niet stroomlijnen of bij ze aan knoppen draaien. Dit is het oude beeld dat wordt vastgehouden. Organisatie zijn, in tegenstelling tot vroeger, grenzeloos geworden. Dus stelt Ganzevoort de vraag opnieuw. Hoeveel mensen werken er in jouw organisatie? Als je dat eerst bij P&O/HR moet vragen heb je geen idee. Want wie horen er eigenlijk bij de organisatie. Zijn dat de beveiligers, de toeleveranciers, catering, callcenter, etc. Waar ligt de grens van jouw organisatie? Ganzevoort meent dat als we over het nieuwe werken praten en we alleen kijken naar de juridische eenheid van de organisatie we zeker iets gaan missen.Mensen hebben een ziel. Dat maakt, volgens Ganzevoort, dat we op een andere manier naar leidinggeven en organiseren moeten kijken. We willen mensen die met hart en ziel voor ons aan het werk zijn. Mensen willen een zinnig leven leiden en zinnig werk doen. In dat soort organisaties is structuur niet zo belangrijk. Dus herstructureren om te verbeteren helpt niet. Structuur is een obsessie en een achterhaald principe, meent Ganzevoort. Waar je wel naar wilt kijken zijn de processen. Processen verbinden terwijl structuren hokjes maken. Er is al veel onderzoek gedaan naar wanneer organisaties succesvol zijn. En het blijkt dat organisaties succesvol zijn als zij snel leren. En dus is leren een levensvoorwaarde voor succes. Deze organisatie verbeteren en leren voortdurend, zij kopen innovaties van anderen en doen niet aan spronginnovaties.

de ziel van de organisatie

En wat is dan de essentie (ziel) van een organisatie, wat maakt de organisatie uniek. Vroeger concurreerden we, we moesten¬†kosteneffici√ęnt¬†zijn, dat is oud denken. ¬†Het gaat er, volgens Ganzevoort, niet om dat je hetzelfde doet als anderen, maar dat je innoveert met¬†idee√ęn¬†van anderen en dan een stap vooruit denkt.
Markten is ook zo’n raar begrip. Ganzevoort legt uit dat markten niet bestaan. Nieuwe markten aanboren is dan ook een hele rare uitspraak. Er was nooit zoiets als een senseomarkt, die hebben Douwe Egberts en Philips ¬†samen gemaakt. Omgevingen worden wel gecre√ęerd. Strategie is dus niet het reageren, aanpassen en inspelen op maar wel het¬†cre√ęren¬†van omgevingen. Het oude idee van aanpassen op veranderende omstandigeheden is CEO taal.
Ganzevoort komt terug bij zijn eerdere vraag. Wat is de ziel, de essentie, het hart, de identiteit van de organisatie.
Sommige organisatie benoemen dat in de visie/missie. Ganzevoort weet allang het verschil niet meer omdat iedereen de twee begrippen door elkaar haalt. Maar de missie en visie bestaat lang, is niet iets wat elk jaar verandert. Mensen komen bij je werken, niet om het geld, maar om de ziel van de organisatie. De zin van de organisatie helpt ons, volgens Ganzevoort, na te denken over outcome in plaats van output. Een voorbeeld uit het verkeer. Output is bonnen schrijven, outcome is minder doden in het verkeer. Dus niet wat komen we halen is belangrijk, maar wat brengen we.
Ganzevoort geeft nog wat voorbeelden. Het gaat om hoe de waarden van een bedrijf worden overgebracht op de medewerkers. Vooral nieuwe waarden, zoals de klant centraal, duurzaamheid en integriteit. Hoe horen wij hierover als medewerkers, via mokken, screensavers, pyramides op het bureau, etc. Alsof de ziel van een organisatie te ontwerpen is.
first walk, then talk
Je moet, volgens Ganzevoort eerst kijken wat er is en dat door ontwikkelen. En vaak gaat dat mis bij waarden. Een waarde als integriteit kan, maar dan moet je als leidinggevende dit wel uitdragen en ook integer zijn. Waarden moeten altijd op de agenda staan, ze moeten elke dag geleefd worden. Het is niet iets van je even doet voor een kort moment. Wat, volgens Ganzevoort hierbij, kan helpen is het omzetten van waarden in principes. Je maakt een waarde dan concreet en je spreekt uit wat je er mee bedoelt.  Wat betekent dat, de klant centraal. Hoe heb je dat vandaag gedaan en hoe ga je het morgen beter doen. Als je de waarden koppelt aan feitelijk gedrag van mensen komt het beter over en blijft het langer hangen. Waarden zijn van essentieel belang als het gaat om het nieuwe werken want op de waarden coach je. En dat begint bij de poort. Eigenlijk is het heel eenvoudig. Als je niet met de waarden wilt werken, of het past je niet, dan hoor je niet in die organisatie thuis en dat kun je als leidinggevende uitleggen. Waarden moeten, meent Ganzevoort, overal zichtbaar, tijdens werkoverleggen, tijdens beoordelingsgesprekken, in de beloningssystematiek en op de website. En als je dan gaat sturen op waarden, stuur je op een hoger niveau. Dat betekent dat je je ver kan houden van procedures, regels en systemen. En dat is handig want professionals zijn allergisch voor regels, procedures en systemen. Je wilt hen daarom op waarden en principes sturen in plaats van op regels.

professionals

Terugkomend bij de vraag. Wat maakt ons uniek, wat maakt het dan mensen zich spontaan bij ons aanmelden om bij ons te komen werken. Wat is de uitstraling van de organisatie. Dit heeft zeker ook te maken met de waarden van een organisatie. Met andere woorden, wat is de core competence van de organisatie. Ganzevoort maakt vervolgens een uitstapje naar professionals.
Een professional kenmerkt zich omdat hij graag beter wil worden. Een professional doet niet wat de klant wil. Denk maar eens aan een dokter die als een klant zegt ik wil die en die pillen echt niet doet wat de klant wil. Een professional zoekt samen met de klant naar de beste oplossing. Een professional doet ook niet wat de baas wil. Een professional is daarom zeer lastig te managen. Professionals worden te vaak lastiggevallen met procedures terwijl ze ook andere dingen kunnen doen. Een professional stuur je op essentie, waarden en ziel. En als je ze al regels geeft probeer dan de minimale kritische specificaties, dus alleen die regels en procedures waarvan je kan bewijzen dat ze beschreven moeten worden. Een goed voorbeeld hiervan is als het gaat om veiligheid. En vergeet als leidinggevende de professional niet af en toe expliciet erkenning te geven. De tip van Ganzevoort is om de egootjes te aaien omdat de professional niet zonder kan.

vertrouwen

Vertrouwen heeft met projectie te maken. Vertrouw je iemand en ben je zelf te vertrouwen. Veelal worden organisaties ingericht op wantrouwen, alsof de organisatie denkt dat zijn medewerkers er bewust een potje van maken. Ganzevoort vindt dat raar omdat mensen bij het opstaan echt niet denken, laat ik er vandaag een puinhoop van maken. En toch zijn de regels zo gesteld alsof wij de mensen niet vertrouwen. Veiligheid is een kenmerk van een professionele organisatie. Mensen maken niet expres fouten. Maar als het een keer fout gaat, popel dan om mogelijkheden te bieden om hiervan te leren. Het is veilig genoeg om fouten te maken omdat we er van leren. Je hebt geen controle over het maken van fouten, dus laat iemand niet vallen als het gebeurt, heb vertrouwen, in plaats van een schuldige zoeken.
We kennen ze allemaal wel, de balance score card, het dashboard, etc. We hebben er allemaal mee te maken. Moet je dat doen? Ganzevoort meent van wel omdat je door de systematiek zingeving vertaalt in concrete resultaten. Belangrijkste voorwaarde voor een gezond sociaal systeem is feedback. Feedback moet je organiseren. Is systeem ingericht om te leren of om te controleren?
controleren = contra leren
En worden de systemen gebruikt om het leren op gang te houden. SMART is soms behoorlijk DOM, zegt Ganzevoort omdat heel veel resultaten niet simpel zijn.
En dan het nieuwe werken. Ganzevoort ziet dat als een manier om nu eindelijk ook iets te doen met de cultuur, de rituelen, artefacten en symbolen van een organisatie. In zijn beleving is dit te lang blijven liggen. Het zit vaak in de kleine dingen maar wil je als organisatie geloofwaardig zijn dan moeten ook de kleine dingen kloppen. Dus zeg niet dat de klant centraal on vervolgens een balie neer te zetten die er uit ziet als een fort. Of duurzaamheid, een loos begrip als de directeur nog steeds niet in een elektrische auto rijdt, of als je in de kantine geen biologische lunch kan bestellen. En dan vertrouwen.  Moet jij ook nog steeds afrekenen bij een mevrouw in de kantine?

nieuw leiderschap

Bij het nieuwe werken hoort ook nieuw leiderschap. Ganzevoort ziet het duidelijk. Is het voor de hele organisatie volstrekt helder wat onze waarden zijn, worden medewerkers hier op gewezen met concrete voorbeelden, krijgen ze erkenning als ze het goed doen, is leren een passie voor de organisatie, wordt er actief aan vertrouwen gewerkt. Echt leiderschap is uitgaan van wie je zelf bent. Mensen willen zin in hun leven, hechte waarde aan talent. Een nieuwe leider heeft hier aandacht voor. Een nieuwe leider weet wat hij mist als de mensen er niet meer zijn. Nieuwe leiders begrijpen dat het zichtbaar maken van dit soort vragen waarde geeft aan de mensen. Leiderschap heeft alles te maken met passie. Heb je dat niet in de organisatie dan wordt het nieuwe werken ook niets. Leiderschap begint niet bij schaal 14 maar bij schaal 1. Management moet werken aan geloofwaardigheid en betrouwbaarheid. Mensen worden integer als zij geleid worden door leiders die integer zijn.
Over het vervolg van de dag lees je hier.