nvb-congres 2011

Het jaarcongres van de NVB (Nederlandse Vereniging Bibliotheken) had dit jaar als titel een ander vak. Op de website staat het volgende:

Dat internet in rap tempo de wereld verandert, hoeft geen betoog. Dat die verandering zowel positieve als negatieve effecten heeft, wekt ook geen verbazing. Toch valt op dat veel grote onderwerpen die het nieuws bepalen, meer dan ooit (ook) internetonderwerpen zijn. En dus over informatie gaan. Denk aan de privacydiscussies rond bijvoorbeeld Google, Apple, Facebook en telecomproviders, denk aan twitterrevoluties en WikiLeaks, denk aan auteursrechtdiscussies en pay walls, denk aan andere manieren van werken en kennisoverdracht… en vraag je dan af wat hierin de rol van ‘de’ informatieprofessional is en in hoeverre die rol anders zal moeten worden ingevuld dan tot nu toe het geval is.

Een vol programma met veel debat. Misschien wel teveel zullen sommigen zeggen. Ik mocht ook een presentatie houden, in de track met het thema het nieuwe werken. Samen met Gerard Bierens en Philippe Vanhoutte. Jan Aleman was ook een van de sprekers maar helaas verhinderd dus aanpassingen in het programma waren nodig. Voor ons, als sprekers, aanleiding om de boel om te gooien. Geen debat aan het begin maar aan het einde. Eerst drie presentaties en dan daar met elkaar over praten. Het leek ons een veel beter plan. De organisatie vond het gelukkig prima en er werd zelfs tijdens de plenaire sessie uitgelegd wat wij gingen doen.

Die plenaire sessie in de ochtend bestond ook uit een debat. Drie sprekers legden eerst uit wie ze waren en wat ze deden, en terzijde maakten zijn een opmerking over ons vak. Hierna mocht Peter Jan Hagens het debat leiden. Stine Jensen sprak mij het meeste aan. Een duidelijk verhaal met een prikkelde uitspraak:

kom je in de toekomst alleen nog maar voor koffie naar de bibliotheek – JA!

Marleen Stikker en Geert Lovink konden mij minder boeien. En het debat, dat zou gaan over de veranderingen op internet en gevolgen voor ons vak, nog minder. Teveel open deuren, teveel oude koeien en te weinig beweging. Dat wij als bibliotheekmensen de gebruiker moeten helpen met het vinden en valideren van informatie. Alsof wij dat al niet jaren doen. Als ik mijn tweets nalees voel ik weer de frustratie opkomen. Erg blij was ik met Peter Becker die op stond en het panel toesprak. Stoere man die Peter Becker. Niet dat het daarna veel beter werd. Helemaal niet toen een meneer in de zaal met ons deelde dat hij sinds kort lid was van LinkedIn en eigenlijk geen idee had waar hij mee bezig was. Dat er voor werd geklapt liet mij bijna van mijn stoel vallen. Kom op zeg, we hebben toch allemaal 23 dingen gedaan, we leven toch op het sociale web. Maar misschien ben ik te optimistisch als het gaat om de bibliotheekmedewerkers en de online activiteiten.

Na de ochtendsessie en de lunch mocht ik presenteren. Volle zaal, enthousiaste mensen die graag wilden discussiëren over het nieuwe werken. Mijn presentatie vind je hieronder. Zo ook die van Gerard Bierens die sprak over het nieuwe werken, de kennis(ver)werker en sociale media. Philip Vanhoutte deed de inleiding. In een sneltreinvaart nam hij de zaal mee in het nieuwe werken, waarom we het moeten willen en wat we ervan kunnen verwachten.

Tijdens onze presentaties was er geen tijd voor vragen. Dat hadden we bewaard voor na de pauze als wij ons debat gingen voeren. Helaas had een groot aantal mensen dit niet meegekregen zodat de zaal na de pauze vol zat met nieuwe mensen die onze presentaties verwachten. En wat doe je dan. Overleggen en besluiten dat Gerard en ik onze presentatie in 5 minuten herhalen zodat er voldoende tijd over blijft voor vragen en discussie. Dit viel niet bij iedereen in goede aarde en na de presentatie werden wij hier dan ook op aangesproken. Mensen waren teleurgesteld. En hoe goed ik mij dat voor kan stellen het was in de ochtendsessie omgeroepen. Wij gingen het programma omgooien. De mensen die er voor de pauze bij waren hadden het tenslotte ook gehoord en begrepen.

De visitekaartjes met uitsneden van de persona’s (slide 21)verdwenen als warme broodjes. Ik heb niet iedereen gesproken die er een (of meer) heeft meegenomen maar ik ben wel erg benieuwd wat er mee gebeurd. Ga je ook iets doen met persona’s, ben je op een andere manier door de kaartjes geïnspireerd, laat het me weten. De tekeningen komen van ons, de kaartjes van Moo.

Goed. De NVB dag is voorbij. Het was mijn eerste keer in de Reehorst in Ede. Het voelde als een reünie met al die bekenden. Dat ik niet eerder een NVB dag heb bezocht heeft een reden. Ik voel me niet verbonden met de vereniging en het programma van de jaarcongressen sprak me niet aan. Waarom ik er dan nu wel was moge duidelijk zijn. Of ik er volgend jaar weer bij ben, ik denk het niet. Het is gewoon niet de plek waar ik inspiratie op doe of met heel veel energie en nieuwe ideeën vandaan kom.

Nederlands Internet Governance Forum

Vanmiddag bezocht ik met collega Willem het NLIGN event in Den Haag. Het thema van de middag was het internet als katalysator voor verandering. In de aankondiging stond het volgende:

De toekomst van internet is cruciaal voor onze samenleving. Maatschappelijke, economische en sociale vraagstukken die internet met zich mee brengt verdienen daarom aandacht. Hoe groot is de impact van sociale media? Hoe kunnen we het internet veiliger maken? Welke ethische en juridische kwesties komen kijken bij de regulering van het internet?

Na een plenaire aftrap bezocht ik de debatsessie de invloed van nieuwe media op het publieke debat onder leiding van Bart Drenth. Naar aanleiding van een aantal stellingen debateerde Arjan van Dixhoorn, Mirko Tobias Schafer en Marietje Schaake samen met de zaal. Er werden drie stellingen aan ons voorgelegd maar wij bleven hangen bij de eerste:

wie zich niet kan laten horen online, heeft ook geen recht van spreken. Het recht van de sterkste geldt vooral op internet.

Naar aanlelding van deze stelling werd een uur doorgepraat en werden nieuwe stellingen geponeerd. Soms was het onderhoudend en soms dwaalde ik af. Ik had graag de andere stellingen (over omgangsvormen en privacy) behandeld gezien.

De keuze voor de tweede debatsessie was eigenlijk sociale media in contact met de klant. Maar toen ik naar boven liep zag ik een bordje met de tekst slacktivisme strategieen: hoe ga je als organisatie om met aanvallen via sociale media? Nu had ik tot aan vandaag nog niet eerder gehoord over slacktivisme dus wilde ik hier graag meer van weten.

Op wikipedia wordt slacktivisme omschreven als:

Slacktivism (sometimes slactivism or clicktivism) is a portmanteau formed out of the words slacker and activism. The word is usually considered a pejorative term that describes “feel-good” measures, in support of an issue or social cause, that have little or no practical effect other than to make the person doing it feel satisfaction. The acts tend to require minimal personal effort from the slacktivist.

Met andere woorden het activisme wordt in de jaren ’80 gekoppeld aan het woord slack wat lui betekent. In die tijd was het dragen van een t-shirt met een tekst die provoceerde of je mening weergaf een voorbeeld van slacktivisme. Nu wordt hiervoor sociale media ingezet. Dus van een luie manier van actie voeren die weinig impact heeft wordt nu online een massa bereikt en is de impact van acties veel groter.

TNO doet onderzoek naar de effecten van slacktivisme. Tijs van den Broek en Gijs Hendrix van TNO zijn dan ook gespreksleiders in deze sessie.

Als eerste voorbeeld wordt Essent / Greenpeace aangehaald.

De energieleverancier kwam met een reactie. Greenpeace gaf onjuiste informatie. Uiteindelijk is de leverancier gestopt met de bouw van de kolencentrale. Of de website stopofikzegop.nl hiermee te maken heeft gehad is niet duidelijk te zeggen. Het is ook lastig te meten. Zeker omdat het wisselen van energieleverancier niet gemakkelijk is en mensen misschien niet zitten te wachten op de administratieve rompslomp.

Hierna volgt de case van Fonterra – een melkproducent in Nieuw Zeeland. We krijgen een filmpje te zien (waarschuwing: bevat misschien voor sommigen schokkende beelden).

Na het zien van het filmpje kregen wij een aantal stellingen voorgelegd waar wij op moesten stemmen met stemkastjes. Wij hebben nagedacht over of wij het filmpje af zouden kijken en of wij het zouden doorsturen aan vrienden, of wij de melk wel of niet kopen na het zien van het filmpje en of wij vrienden overtuigen om het product niet meer te kopen.

Na een goede discussie werd ons getoond hoe Fronterra reageerde op deze slacktivisme campagne. Een van de dingen die wij zagen was dit filmpje.

Hadden ze nu wel of niet een Facebookpagina en als het niet van Fronterra was van wie dan wel? De vragen op de Facebooksite werden in ieder geval niet beantwoord. En wie haalde de filmpjes offline.
Daarna werd ons gevraagd of wij na deze informatie de melk wel of niet gaan kopen. De meningen waren gewijzigd ten opzichte van eerder. Mede vanwege de knullige reactie van Fronterra.

Duidelijk werd dat het goed is als je als bedrijf nadenkt over wat je wilt doen als een slactivisme campagne je overkomt. Ik ben van mening dat je dit kan voorbereiden. Misschien niet tot in detail maar wel voor de eerste momenten. Je wilt niet stil blijven, je moet reageren, hoe en waar, daar kun je op een rustig moment voor gaan zitten. In het heetst van de strijd lijkt dat mij lastiger.

Na de debatsessies sloten wij de dag af met een presentatie van Mendi Njonjo (coordinator van the African Technology ans Transparency Initiative in Kenia) en een korte samenvatting van alle debatsessies.

Bij de borrel heb ik staan praten met collega Willem en Chris Bannink van Logica. Het was een goed gesprek over studeren in Leiden en sociale media. Een interessante middag waar ik in ieder geval weer 1 nieuw woord heb geleerd.

 

UGame ULearn UDebate 2010 – Meet the Author, Publisher, Bookseller, (ereader) Producer, Teacher & Librarian

Op 1 april zijn Marina en ik debatleiders bij het UGame ULearn UDebate 2010.

We hebben al een keer eerder iets samen gedaan en dat was goed bevallen dus wilden wij wel weer eens iets samen oppakken. Het debat gaat over ebooks/ereaders en wat deze voor het onderwijs en de bibliotheek kunnen betekenen.

In het panel zitten:
Kees Holierhoek / voorzitter stichting LIRA
Paul Sebes / literair agent/auteur
Jurriaan Dunnebier /  Marketing Manager Benelux Sony
Erik Oltmans / Senior Consultant  Thaesis
Marcel de Leeuwe / Leerbeleving
Eppo van Nispen tot Sevenaer / directeur DOK

We beginnen om 12.45 uur in Commissiekamer 3.

Je hoeft je niet van te voren te registreren voor het debat. Van te voren kun je wel al stellingen bij ons aanleveren. Dit kan via mail of via twitter (gebruik dan de hashtag #ugulud10). De hashtag zal ook tijdens het debat gebruikt worden om stellingen uit de zaal (of van de mensen die niet fysiek aanwezig zijn) te projecteren op het scherm en de reacties van het publiek aan de panelleden te laten zien. Wij hopen natuurlijk op veel interactie!

Is online lezen ook echt lezen?

Sommige mensen lezen graag een boek, anderen lezen liever op een andere manier, bijvoorbeeld online. Maar zeg nou zelf, dat is toch gewoon hetzelfde, lezen is toch lezen, onafhankelijk van de device?

Lezen in het digitale tijdperk wat betekent dat nu eigenlijk? Momenteel is er een debat gaande tussen beleidsmensen uit het onderwijs en lees-experts. Zij discussiëren over wat lezen nu eigenlijk is en wat lezen dus niet is. Sommigen zijn namelijk van mening dat het urenlang afstruinen van internet de vijand van lezen is. Zij zeggen dat dit surfgedrag funest is voor geletterdheid, aandachtig ergens mee bezig kunnen zijn en daarnaast de leescultuur om zeep helpt.

Anderen zijn van mening dat het internet voor een nieuwe manier van lezen heeft gezorgd. Zij vinden dat het web jongeren juist inspireert om te lezen en schrijven (online) in plaats van voor de televisie te gaan hangen. Jongeren die online lezen, schrijven, commentaar geven of zich verdiepen in verschillende visies van anderen, verbinden zich net zo veel met teksten die zij tegenkomen dan diegene die een boek lezen.

Bovenstaande is gebaseerd op een artikel van de NY Times dat ongeveer twee weken geleden verscheen. Wilfred Rubens schreef er toen ook al over. Het artikel is natuurlijk doorspekt met Amerikaanse voorbeelden. Maar geldt hetzelfde niet voor de Nederlandse situatie?

Op de website van het taaluniversum vind ik een pdf waarin traditionele geletterdheid wordt vergeleken met digitale geletterdheid.

Traditionele en digitalegeletterheid zijn in hoge mate met elkaar verstrengeld en er is sprake van eenwederzijdse beïnvloeding. Vaak wordt opgemerkt dat de digitale geletterdheid niet alleen een nieuwe vorm van lezen en schrijven heeft gevormd, maar tegelijkertijd ook de traditionele geletterdheden beïnvloedt. Die traditionele geletterdheid kan niet meer los gezien worden van de ontwikkelingen in de nieuwe media. Wie vandaag een boek leest, houdt zich niet meer enkel bezig met papier. De leeservaring wordt vaak uitgebreid door het opzoeken van extra informatie op internet, het opzoeken van recensies, het discussiëren op fora, etc. Wie over literatuur of cultuur wil schrijven, blijft niet bij het boek, de cd, de film steken, maar betrekt gegarandeerd Google of een andere zoekrobot in zijn onderzoek. Lezen lijkt bijna onvermijdelijk aan te sporen tot surfen. In die zin is ook de traditionele geletterdheid interactief geworden.

Lezen is daarmee niet langer verbonden met alleen tekst. Lezen is een ervaring geworden, een belevenis, iets wat je kan voelen en zien. Iets ook, waar dankzij het internet, iedereen aan mee kan doen. Niet langer ben je afhankelijk van een uitgever om jouw verhaal te delen met het grote publiek.

Nadeel van terminologie is dat het soms de lading niet helemaal dekt of veel meer dekt. Voor mijn gevoel gaat digitale geletterdheid over meer dan alleen (online) lezen, maar ook mediawijsheid is meeromvattend, net als nieuwe geletterdheid. Maar ik dwaal af. Het gaat om online lezen en of dat wel het echte lezen is. Blijkbaar speelt deze vraag in Nederland nog niet zo want er is niet veel over te vinden. Dat de Amerikanen hier een debat van maken verbaast mij eigenlijk wel. Is het zo belangrijk dan of online lezen wel of geen lezen is? Worden jongeren er slechter van als zij wel online lezen en niet uit een boek? Blijkbaar denken er mensen van wel want er wordt onderzoek naar gedaan.

En ik denk dan, hebben we echt niets beters om ons druk om te maken? Waarom zijn we niet blij dat er in ieder geval gelezen wordt, ook al zijn het internetpagina’s en geen (wereld)literatuur. Sommige mensen (zowel jong en oud) houden nu eenmaal niet van boeken lezen maar wel van online lezen. Juist omdat het geen dikke boeken zijn, maar korte stukken tekst met afbeeldingen. En nee we hoeven ook geen oordeel te hebben over wat er gelezen wordt. Natuurlijk kunnen we jongeren leren over het vinden van betrouwbare informatie en hoe zij moeten zoeken. Laten we dat vooral blijven doen. En voor de rest, ieder zijn eigen ding en er vooral geen debat over voeren. Dat doen ze maar lekker aan de overkant van de plas.

Ook aandacht voor het NY Times artikel op Volkskrant Opinie.

Met dank aan: Weblogg-ed.

Gebruikt beeldmateriaal is afkomstig van Flickr – Day 14 – Visual Representation of a Reading List van Margolove

Het Nationaal Gaming Debat 2008

Gister in de nieuwsbrief van ECP.nl de aankondiging van Het Nationaal Gaming Debat 2008, dat op 11 februari wordt gehouden in De Balie in Amsterdam (van 19.00 tot 21.30 uur).

Tijdens dit debat wordt er gesproken en gediscussieerd over de invloed van Games (verslaving, geweld, racisme), het belang van Gaming voor Nederland en de toekomst van Gaming.

Inschrijven voor deze avond (gratis zo te zien) kan op de website van digibewust.

Deze avond lanceert Digibewust ook een nieuwe website speciaal voor ouders/opvoeder over gaming.