Zijn we klaar voor de Free Agent Learners?

Deze column heb ik naar aanleiding van het bezoek aan Educause geschreven voor SURFspace.

In Nederland zijn er legio voorbeelden. Docenten die wiki’s, blogs, twitter, flickr, hyves en andere sociale media inzetten in het onderwijs. Als je weet waar je moet zoeken, vind je ze. Nederlanders schreeuwen het alleen niet van de daken als ze vinden dat ze briljant zijn of als ze iets nieuws bedacht hebben om in het onderwijs in te zetten. Amerikanen doen dat wel. De kleinste overwinningen worden gedeeld met de rest van de wereld. Zo trots als zij zijn op hun onderwijs en de inzet van sociale media….. Maar is het eigenlijk genoeg? Studenten vinden van niet.
Dat blijkt uit een grootschalig onderzoek Unleashing the Future: Educators “Speak Up” about the use of Emerging Technologies for Learning van Julie Evans (2010). Ze presenteerde de resultaten tijdens de Educause-conferentie 2010. Studenten zijn aan het wachten. Aan het wachten op een leeromgeving die tegemoet komt aan hun persoonlijke leerstijlen en interesses. Evans vroeg 300.000 studenten naar hun visie op het onderwijs van de 21e eeuw. Wat blijkt? Het is allang niet meer de vraag of mobiele telefoons ingezet moeten worden binnen het onderwijs. Studenten gebruiken hun mobiel al in het onderwijs: op hun eigen manier en buiten de kaders van de traditionele onderwijsomgeving. Dat wel. Ze zijn Free Agent Learners die 24/7 technologie gebruiken om hun onderwijsbeleving te personaliseren. Logisch dus dat studenten verschillende manieren van leren in de klas wensen. In hun visie op hoe het 21e eeuws leren eruit moet zien, stellen zij drie eisen: leren moet social based, un-tethered en digitally rich zijn. Een korte toelichting is op zijn plaats.

Social-based learning

Studenten willen innovatieve communicatiemiddelen en samenwerkingstools gebruiken om expertnetwerken te creëren, te personaliseren en te voeden.

Un-tethered learning

Studenten willen een op technologie gebaseerd onderwijs dat grenzeloos is en niet beperkt wordt door de muren van een klaslokaal, traditionele onderwijsmethoden, geografie of de kennis en competenties van de docent.

Digitally-rich learning

Studenten zien het gebruik van relevante digitale tools, content en bronnen als een sleutel voor de leerproductiviteit en niet alleen maar als een manier om hen tegemoet te komen in hun leren.

Overigens, niet alleen de ondervraagde studenten, maar ook de schoolleiding omarmt deze visie. Helaas, de beren op de weg zijn enorm. De technologie is er, studenten willen die gebruiken, maar worden tegengehouden door docenten, ICT-afdelingen en een niet werkende ICT-infrastructuur. Schokkend is de conclusie niet: Wij (het onderwijsveld), hebben nog een lange weg te gaan om te komen waar de student ons verwacht te zijn.

Kan Cloud Computing helpen die lange weg wat sneller te doorlopen of is Cloud Computing slechts een hype? David Cealey vindt dat laatste. Cloud Computing is niets nieuws, het is een groeimodel. En dan is het de vraag wat jouw onderwijsinstelling ermee wil. Toen Cealy begon te praten op Educause, was er geen houden meer aan. Benieuwd? Ga er eens rustig voor zitten en laat de inhoud tot je doordringen. Moet je als onderwijsinstelling mee willen doen aan deze hype?  Of maak je alleen gebruik van die dingen die voor jouw instelling nuttig zijn?

Als je gaat rondkijken, ontkom je niet aan de twee grote spelers in de markt: Google Apps en Microsoft Live@edu. Eric Pierce van de University of South Florida is erg te spreken over Google Apps. Natuurlijk zijn er verbeteringen wenselijk en willen de studenten altijd meer. Maar er zijn ook voldoende gratis alternatieven die je los van elkaar kunt gebruiken. Ik zie het werken in de Cloud als een onontkoombaar iets. Zeker als we altijd, overal en met elk device bij onze content willen.

Zijn wij in Nederland klaar voor de Free Agent Learners en Un-tethered learning? Voor de student die zijn eigen onderwijs wil inrichten, 24/7, gebruik makend van een mobiel en niet gebonden aan institutionele grenzen? Nee, ik denk het niet. Maar mocht het wel zo zijn, laat dan van je horen. Schreeuw het van de daken, laten we een voorbeeld nemen aan de Amerikanen!

Liesbeth Mantel is als productonderzoeker werkzaam bij de afdeling Innovations van de TU Delft Library.

De gebruikte afbeelding is van Mike Baird en te vinden op Flickr.

Educause 2010 – Purdue University met Hotseat

De sessie Classroom engagement in the age of cell phones and social media van Hans Aagard en Kyle Bowen van Purdue University was een van de interessantste sessies van het congres.

Bowen begon te vertellen over twee jonge Australische meisjes die verdwaald waren in een tunnel. Zij hadden hun mobiele telefoon bij zich. Bowen geeft mogelijke oplossingen van hoe de meisjes deze telefoon konden gebruiken. Zij kunnen hun facebook status aanpassen, of een tweet plaatsen met een geotag, of met google maps aangeven waar zij zijn, maar beter is om op foursquare de locatie door te geven omdat zij dan meteen mayor worden. Wat de meisjes deden was aandacht vragen via de sociale netwerken, ervan uitgaande dat hun vrienden de politie wel waarschuwden. En dat gebeurde ook. Ze gebruikten de telefoon dus niet on zelf te bellen.

Deze anekdote geeft meteen mooi weer waarom Bowen en Aagard social media willen inzetten om de betrokkenheid van studenten in de les te vergroten.
Docenten willen graag dat studenten hun mobiele telefoon op laptop uitzetten in de les. Bowen spreekt over de Cone of Distraction, de kegel om een persoon heen op het moment dat hij met een mobiel of laptop bezig is. De docent kan deze persoon dan niet langer bereiken en weet dat hij met andere zaken bezig is dan het onderwijs dat op dat moment wordt gegeven.

Bowen en Aagard deden onderzoek naar de uitdagingen die zij zagen om dit probleem op te lossen.

Zo is er de technology challenge:

  • long tail – Chris Anderson
  • run what you brung – als het een signaal heeft moet je het gebruiken
  • hotseat – op website en via sms

De access challenge:

  • niet nog een support probleem creëren , one source of information in your choice of access
  • dus hotseat in twitter, text, facebook, website

In de zaal waren op dat moment weinig mensen die wisten wat Hotseat is. Ik was een van hen. Hotseat is een systeem waar je online een vraag kan stellen, anderen kunnen hierop reageren of een vote uitbrengen. De docent ziet de vragen binnen komen en kan hierop inspelen. Het lijkt op twitter maar is net anders. De vragen kunnen binnenkomen op verschillende manieren en studenten kunnen zich aanmelden via hun Purdue account, via Facebook of Twitter. Ook is het mogelijk om anoniem een vraag te stellen maar ook al verschijnt deze dan anoniem op de website – de mensen van Purdue weten altijd wie het zijn.

En dan heb je nog de social challenge:

  • the creepy treehouse, studenten zijn in onaangename positie, als docent vrienden wil worden op facebook bijvoorbeeld of als het onderwerp van de les sexualiteit is
  • Anonymity versus accountability – studenten willen vragen stellen door anoniem te blijven
  • Studenten kunnen anoniem posten – binnen hotseat

Dat anoniem vragen stellen gebeurd ongeveer met de helft van de vragen. Soms stelt een student een vraag anoniem om de volgende vraag weer met naam te stellen.

En als laatste dan de assessment challenge:

  • data turns fun into fundamental – het Purdue account wordt gekoppeld aan facebook en twitter dus als zij via die kanalen een vraag stellen dan weet Purdue wie ze zijn.

Tijdens de sessie konden de luisteraars in de zaal met Hotseat spelen via http://purdue.edu/hotseats/open (link werkt inmiddels niet meer!)

Via Google kon ik inloggen en ook in een veld mijn twitternaam doorgeven. Ik kon posten, voten en replyen. Binnen enkele minuten kwamen er al veel vragen en opmerkingen binnen.

Purdue gebruikt Hotseat in grote klaslokalen. Daar waar actief leren bijna onmogelijk is en de docent toch graag interactie wil. Omdat studenten in deze setting elkaar niet kennen vertonen zij vaak onacceptabel gedrag, zoals het lezen van een krant of dingen opzoeken op internet. De docent kan toch niet iedereen een vraag stellen dus ben je als student veilig. De docent doet zijn ding en de student doet er alles aan om de docent niet te storen. Maar de studenten verwachten wel entertainment. Het doel is dan om Hotseat in te zetten en het gevoel te geven dat je als studenten 1:1 met de docent in gesprek bent. Je weet dat grote lokalen niet weggaan omdat ze handig zijn en vooral goedkoop zijn.

Hotseat is een community building tool. Een docent kan een vraag stellen om te zien of de stof is begrepen en studenten kunnen vragen stellen als zij iets niet begrijpen. Meetbare uitkomsten zijn moeilijk te geven. De motivatie van de studenten gaat omhoog, maar zijn zij meer betrokken? Duidelijk is wel dat studenten de tool graag gebruiken.

Wil je de code van Hotseat kopen dan kan dat. Kosten: ongeveer 2000 dollar.

Educause 2010 – David Cearley over Cloud Computing

Vandaag was ik bij een sessie van David Cearley (Gartner) over Cloud Computing. Hij begon meteen goed toen hij meldde dat Cloud Computing een hype is, iedereen heeft het erover en iedereen wil er iets mee. In de Gartner Hype Cycle is Cloud Computing op zijn hoogtepunt en zal binnen nu en twee jaar over deze piek gaan en heel diep vallen.

Maar wat wil je je van Cloud Computing herinneren of gebruiken als de hype over is?

In een paar vragen geeft Cearley een outline van zijn presentatie:

  • what is cloud computing, and how does it differ from what we have been doing for the last 40 years – can you say timesharing
  • what are its risks and challenges, and what are the ideal targets and best practices for using it – does it matter, is it safe
  • what long-term impact will it have on the market and vendors – who wins?

Cloud Computing is geen nieuw fenomeen maar onderdeel van een groeiend model. De ontwikkelingen op onder andere het web zoals web 2.0, mashups, subsidized applications, googleplex, web platforms, global-class consumer apllications, saas, data center design, virtualization, automated provisioning, real time infrastructure, grid en utility models zorgen voor de ontwikkeling van Cloud Computing.

Cloud Computing bestaat door ontwikkelingen uit het verleden.

Voor Gartner is Cloud Computing:

a style of computing where scalable and elastic it-related capabilities are provided “as a service” to customers using internet technologies.

Cloud Computing kun je op verschillende manieren inzetten, bijvoorbeeld door het aanbieden van services voor consumenten, cloud omgevingen binnen bedrijven, of door het ontwikkelen van cloud gebaseerde apllicaties en oplossingen. Cearley geeft de tip om te focussen op de services in plaats van op de hard- en software.

Nadat Cearley het begrip Cloud Computing had uitgelegd ging hij in op de verschillende modellen die er bestaan. Hij benoemde:

  • infrastructure as a service
  • platform as a service
  • software as a service
  • information services
  • business services

Als je deze modellen bij elkaar gebruikt heb je een mooi palet om oplossingen mee te bouwen.

Daarnaast zijn er delivery models die gaan van private cloud computing (closed private) tot aan open public.

Closed private:
implementing a cloud service
manage the implementation
may be outsourced or delivered as a managed service

Open public:
consuming a cloud service
no hardware, sw or datacenters
manage the service
may use brokers to facilitate use of or add value to the service

Tussen deze twee extremen zijn er vijf andere modellen zoals aan de open kant:

  • public cloud – bijvoorbeeld Amazon
  • community cloud – voor groepen zoals het onderwijs waar alleen bepaalde groepen bij de content mogen
  • exclusive cloud – dedicated hardware resources for different users. Dus verschillende onderwijsinstellingen die aan elkaar gekoppeld worden.

En aan de gesloten kant:

  • packaged private cloud
  • custom private cloud

Volgens Cearley is de Public Cloud hoopgevend, er is veel aandacht voor alhoewel IT-afdelingen hier bang voor zijn. De Packaged Private Cloud en de Exclusive Cloud krijgen steeds meer aandacht, de IT-afdelingen worden hierdoor aangetrokken maar er is nog weinig onderzoek naar gedaan. Cearley noemt deze variant de business sweet spot.

Cearley noemt nog wat voor- en nadelen van Cloud Computing:

  • Agility – reduce time to market
  • on demand delivery and user self-service
  • temporary or volatile workloads
  • rapid development and deployment
  • cost – capital and operational
  • reduce operational complexity
  • leverage provider innovation
  • new busness solutions

Nadelen of problemen die zullen blijven bestaan:

  • security and compliance
  • transparancy and control
  • service assurance
  • integration and portabiliteit across the cloud
  • software licensing issues

Dus – ook al is het een hype en ook al wil iedereen er tegenwoordig iets mee, kun je er niet omheen dat er ook goede dingen inzitten. Waar moet je op letten als je Cloud Computing wil implementeren.

1. doe een business impact analysis (denk ook aan timing en scope – wanneer levert het iets op)
2. wat heeft het bedrijf nodig, identify opportunities and constraints
3. evaluate impact by use case or workload
4. bepaal de kosten en impact op de organisatie
5. onderzoek best practices
6. betrek verschillende partijen bij het vooronderzoek zoals procurement, financien, legal, etc.
7. bepaal van te voren de strategie (exit, extension, migration, integration, interop)

Als laatste ging Cearley in op de bedrijven die nu al iets doen met Cloud Computing zoals Microsoft, Google, IBM, Oracle, Amazon, SAP, Cisco, etc. Allemaal doen zij iets anders, de een zit meer aan de provider kant en de ander aan de enabler kant. Vraag je af, doen ze aan IAAS, PAAS of SAAS. Bieden zij public services aan of zijn het exclusive services. Gebruik deze informatie als je met aanbieders praat.

Select vendors that demonstrate a grasp of the new reality and a willingness to embrace it.

Tot slot:

  1. strategy: how are you approaching cloud computing
  2. governance – when, where, why and how will you consume public, community or private cloud services?
  3. security and compliance – what can be done to realistically access risk and mitigate the security, regulatory and compliance challenges
  4. aplication development: do you have a cloud application strategy
  5. infrastructure and operations: to what extent do cloud models drive design of your next-generation data centers?