Veldcommissie Digitaal Erfgoed presentatie advies digitalisering

Gister ging ik naar een bijeenkomst in Heerlen waar de Veldcommissie Digitaal Erfgoed het eerste advies presenteerde rondom digitalisering. Het advies kreeg de vorm van een brief en vandaag werden de 4 principes en 9 aanbevelingen hieruit gepresenteerd. Per jaar wil de veldcommissie 1 brief uitbrengen.

De veldcommissie bestaat uit 8 mensen:

  • Mijke Harst- van den Berg (collectiemanager De Domijnen)
  • Remko Helms (hoogleraar informatiesystemen OU)
  • Wilbert Helmus (netwerkmanager Netwerk Digitaal Erfgoed)
  • Dirk van de Leemput (Maastricht Universiteit)
  • Marieke van Meer (manager collecties Limburgs Museum)
  • Sandra Welters (museumconsulent Huis voor de Kunsten)
  • Lita Wiggers (directeur RHCL)
  • Martijn Hermans (directeur Betawerk)

De veldcommissie is in het leven om bij te dragen aan een nieuwe koers voor de digitalisering van Limburgse Erfgoedcollecties. Duurzaamheid en hergebruik spelen hierbij een belangrijke rol (een van de aanbevelingen is dan ook enkelvoudige opslag / meervoudig gebruik). De veldcommissie ontwikkeld een nieuwe koers en geeft gevraagd en ongevraagd advies aan de provincie en aan organisaties die actief zijn in het erfgoedveld.

De digitaliseringsopgave is geslaagd als over 5 jaar blijkt dat er in Limburg op een duurzame manier wordt omgegaan met digitaal erfgoed, dat het gedigitaliseerde erfgoed en de digitale collectieregistratie eenvoudig overdraagbaar en herbruikbaar zijn, op een gestandaardiseerde manier. De 4 principes kunnen hierbij helpen:

  1. behoud van erfgoed staat voorop
  2. duurzaam digitaliseren bereik je met een integrale aanpak
  3. eigenaarschap ligt daar waar het hoort, bij de organisatie
  4. samenwerken en samen leren

Martijn Hermans legde uit dat het de bedoeling is dat wij (de mensen in de zaal en in het veld) deze principes adopteren. En dat wij in 2019 een start maken met de 9 aanbevelingen:

  1. steunpunt voor kleine organisatie. Gedeputeerde Koopmans die de eerste brief in ontvangst mocht nemen liet weten dat hij wil dat dit steunpunt voor 1 april is opgericht. Dit provinciale steunpunt kan gebruikt worden door kleine (vrijwilligers-)musea, historische- en heemkundeverenigingen. Ook landelijk worden er erfgoedsteunpunten opgericht of zijn al bestaand en het is dan ook logisch om hierbij aan te sluiten.
  2. enkelvoudige opslag, meervoudig gebruik
  3. organiseer kennisdagen
  4. geef ruimte aan nieuwe ideeën (bijvoorbeeld in een erfgoedlab)
  5. zet in op context en kwaliteit (Koopmans wil hiervoor ook in de beschikkingen opnemen dat je hier aan moet voldoen wil je subsidie krijgen)
  6. belang van continuïteit
  7. ICT-oplossingen vanaf nu volgens een gedistribueerd model (past ook goed bij de DERA-principes)
  8. stimuleer het gebruik van persistent identifiers
  9. DERA is een nieuwe afspraak die gebruikt kan worden (meer informatie over DERA vind je hier)

Na de lunch was er ruim tijd voor vragen. Kirsten Paulus van L1 was de dagvoorzitter en zij had een fijne manier van iedereen de ruimte geven, goed samen te vatten en scherpe opmerkingen te maken.

Shannon van Muijden – datamanager bij het Zuiderzeemuseum vertelde ons over URI’s (uniform resource identifier) en hoe deze in te zetten bij het beschrijven van de collectie.

De Zuiderzeecollectie is een mooi voorbeeld hoe iedereen samen toch zijn eigen identiteit kan bewaren. Shannon schreef  samen met Inge van Stokkom (Netwerk Oorlogsbronnen) en Ykje Wildenborg (MoMu) Verbind je termen (link je Adlib-thesaurus in exel aan de AAT), die handleiding vind je hier.

De bijeenkomst werd gehouden op de Brightlands Smart Services Campus in Heerlen. Een fantastische plek met nog mooier uitzicht. Een plek met goede energie.

 

 

Praktijkdag Waardeer Limburgs Erfgoed, ontdek je (nieuwe) natuurlijke doelgroepen

Afgelopen dinsdag was ik in Roermond voor de praktijkdag Waardeer Limburgs Erfgoed, georganiseerd door het Huis van de Kunsten. Het onderwerp van de middag was je publiek vergroten door doelgroep denken. Aan tafel zaten medewerkers van verschillende musea, erfgoedinstellingen en andere erfgoed geïnteresseerden.

De workshop werd verzorgd door Ingrid van der Sterren. Zij heeft haar eigen marketing en communicatie bureau en doet veel voor culturele instellingen in de regio, waaronder bijvoorbeeld ook het helpen bij subsidieaanvragen.

Tijdens de workshop kwamen de volgende onderwerpen aan de orde:

  • Wat zijn doelgroepen en wat is een doelgroepenbeleid?
  • Waarom is het denken in doelgroepen belangrijk voor de toekomst van jouw museum?
  • Hoe kunnen musea denken in doelgroepen en daarmee hun publiek vergroten?
  • Hoe kun je je publiek vergroten door verbindingen te leggen met populaire vrijetijdsbestedingen als wandelen, fietsen en eten & drinken?
  • Hoe kun je een aantrekkelijk aanbod verzorgen voor specifieke recreatiemomenten, zoals familiedagen, scholen, buitenschoolse opvang, vrouwenverenigingen, bedrijfsuitjes etc.?
  • Hoe communiceer je met je doelgroepen en hoe verzorg je promotie op maat richting jouw doelgroepen?
  • Daarnaast wordt een aantal succesvolle praktijkvoorbeelden behandeld waarbij ‘out of the box-denken’ en handelen in doelgroepen centraal stond:
  • Schoolklassen als vaste klant: Kantklosmachines/technieklessen van Museum de Kantfabriek in Horst;
  • Lespakket De Slag om Gelre voor 1000 schoolkinderen;
  • Fanfaremuziek voor een breed publiek;
  • Stadswandelen in de voetsporen van Cuypers
  • Storytelling over opgravingen bij het Kasteel van Wittenhorst / Eten en drinken

Na het voorstelronde gingen we aan de slag. We gebruikten 5 strategieën om anders over doelgroepen na te denken zoals ontrafel. Denk eens goed na over wie, wat, waar, wanneer, hoe en waarom. Ingrid gaf als voorbeeld een tentoonstelling over borduurpatronen in museum de Kantfabriek en hoe zij dit gekoppeld hebben aan hedendaagse technieken, werken met inkleuren/schilderen, bloemschikken. Maar ook een koppeling vonden met een persoon uit de regio die heel veel met borduurpatronen deed en door het persoonlijke verhaal ook weer een bepaalde groep mensen aansprak. Op verschillende lagen kan een tentoonstelling dan verschillende soorten mensen aanspreken.

Een andere strategie is verbinden. Daarmee bedoelend veel losse elementen samen tot een verhaal maken. Een avondje High Society bij het Rijksmuseum in Amsterdam diende als voorbeeld. Na sluitingstijd een drankje en een dansje in het museum met, als je wilt, een rondleiding. Een mooi thema wat aan een bijzondere avond wordt gekoppeld. De thema’s die je kunt bedenken zijn natuurlijk eindeloos.

De derde strategie ging over er op uit momenten. Kant en klare oplossingen voor bijvoorbeeld bedrijfsuitjes, vriendinnendagen, familieweekenden, etc. Veelal gaat het dan om een rondleiding, iets zelf doen en een hapje en drankje. Dit soort arrangementen zijn voor elk museum wel te doen zonder al te veel inspanning. Je hoeft tenslotte niet alles zelf te organiseren. Voor het hapje met drankje kun je met lokale ondernemers werken.

De vierde strategie was haak aan bij populaire activiteiten in de vrije tijd, zoals wandelen, fietsen, winkelen of eten & drinken. Dit doen Nederlanders namelijk erg graag in de vrije tijd. Als voorbeeld gaf Ingrid hier ‘t Bakhuuske en de kapschuur van de molen in Meterik. Zij hebben de molen in ere hersteld en een houtgestookte steenoven erbij gemaakt. Hier kun je dan feestjes organiseren en mensen zelf bijvoorbeeld een pizza laten bakken.

En de laatste strategie waar we over nadachten was gewoon is niet gek genoeg. Denk hierbij aan nachtelijke activiteiten zoals slapen in het museum. Lijkt me geweldig om dat eens te organiseren.

Naast de strategieën voor doelgroepen werd er ook nog iets verteld over een subsidie van de provincie die je in kan zetten voor het toekomstbestendig maken van jouw museum. Je hebt dan, naast de provincie, nog een externe geldschieter nodig en je moet lid zijn van de Federatie van musea in Limburg.