Interactieve tijdlijn van de British Library voor docenten en studenten

Het is alweer bijna 2 maanden geleden dat de British Library een interactieve tijdlijn voor docenten en studenten online zette. Met deze tijdlijn is het mogelijk om collectiestukken van 800 jaar geschiedenis chronologisch te bekijken en in context te plaatsen.

In het nieuwsbericht:

View these sources and hundreds more, in the context of other historical documents from the time. Use thematic timelines, such as ‘everyday life’ and ‘politics, power and rebellion’, to make fascinating comparisons, both within time periods and across time. Save or print individual timeline items or add them to your own timeline of favourites.

Als je de website opent duurt het even voordat alles geladen is maar wat je dan te zien krijgt is het wachten meer dan waard.

Als je een periode hebt gevonden die interessant is kun je op een van de ikonen klikken (sneller door de eeuwen, gebruik dan de knop onder aan waarmee je een eeuw vooruit kan springen).

Als je op een van de ikonen geklikt hebt krijg je een popup met meer informatie. Je kan de tekst en de afbeelding printen, downloaden of bewaren in de favorieten.

Ook kun je de afbeelding in detail bekijken. Of wat denk je van een eigen tijdlijn maken, of twee bestaande tijdlijnen met elkaar vergelijken. Het is allemaal mogelijk.

Het ziet er natuurlijk waanzinnig mooi uit en ik kan mij zeker een avondje of wat vermaken op de site. Maar waarom is deze tijdlijn nu speciaal voor het onderwijs gemaakt? Het gaat om het vergelijken van verhalen en het ontdekken van historische connecties.

Roger Walshe, BL’s head of learning, said: Students will be able to trace a variety of stories in one space. For example, an early advert for curry powder from the 18th century reflects the changing tastes of East India Company workers and reveals tales about the politics, trade, culinary and cultural exchange of the time.

Bron: IWR

En wat Roger Walshe ook zegt:

Finding innovative ways of engaging with the past is increasingly crucial for students and teachers alike. This timeline demonstrates how we can mesh traditional historical sources with new technologies to support future teaching methods, allowing users to engagingly pursue their own research.

Bron: British Library News

De British Library staat er om bekend voorloper te zijn als het gaat om toegang bieden tot de bibliotheekcollectie voor het onderwijs en met deze tijdlijn bewijzen zij die rol zeker te verdienen.

Een beetje historie, of een manier om verhalen te vertellen

Vorige week schreef ik al over mijn moeder en haar verhaal van de Tweede Wereldoorlog. Gister vertelde zij mij iets nieuws. Er is namelijk een website gemaakt, vol met verhalen over de oorlog van mensen uit Enkhuizen. En mijn tante deed ook mee, ze is te zien in een filmpje over kinderspel.

Als je website Ooggetuigen – de stad en de oorlog opstart (in Flash gemaakt door een oud-docent geschiedenis die ik had op de HAVO) dan zie je de plattegrond van Enkhuizen.

enkhuizen_kaart

Als je op een van de thema’s aan de linkerkant van de kaart klikt dan zie je waar op de kaart dit thema plaatsvond om vervolgens naar een nieuwe pagina te gaan met afbeeldingen en filmpjes.

enkhuizen_afbeelding

De meeste afbeeldingen komen uit het archief van de Vereniging Oud Enkhuizen.

En dit is dan mijn tante die vertelt over hoe er puzzels gemaakt werden door de onderduikers en waar zij dan mee speelde.

enkhuizen_puzzels

Deze tante is dol op (familie)geschiedenis en verhalen vertellen. Zij schrijft zelfs boeken die worden uitgegeven. Als ik aan deze tante denk en aan het persoonlijke archief dat zij thuis heeft dan kan ik mij wel eens zorgen maken. Want wie gaat het voor dat archief zorgen als zij er straks niet meer is. Mede daarom vind ik het erg fijn dat deze website nu is gemaakt omdat er zo nog iets van haar verhaal blijft bestaan.

Waarom blog ik eigenlijk?

Ik ben blij met de vraag van WoW!ter omdat ik nu eindelijk eens een goed excuus heb om te schrijven waarom ik blog, wie ik wil bereiken en over de posts die mij het meeste bij zijn gebleven.

Mijn allereerste post schreef ik op 8 december 2004 en ging over de verschillende generaties zoekmachines die bestaan en die je als alternatief kan gebruiken voor Google.

Omdat ik toen nog niet wist of het bloggen een blijvertje zou zijn gebruikte ik Blogger. Waarom ik toen begon met bloggen kan ik mij nog heel goed herinneren. Een toenmalige collega van mij (Henk Ellerman) blogde al, ik begreep dat toen nog niet zo goed. Want waarom zou je schrijven…? Het bloggen begon toen net een beetje in te komen. Ik twijfelde. In november bezocht ik de SURF Onderwijsdagen en zag ik Sybilla Poortman spreken. Ik kan mij de details niet meer goed herinneren maar ik mailde met Sybilla en vroeg haar hoe het was om een blog te hebben. Zij overtuigde mij om een blog te beginnen. En waarom ook niet, uiteindelijk kun je pas iets zeggen over een programma of feature als je het ook zelf gebruikt en ervaren hebt. Voorzichtig zette ik de eerste stapjes, onder een pseudoniem, Moqub.

Slecht een enkele lezer wist wie ik werkelijk was en dat was goed. Het voelde namelijk veilig. Niet dat ik over mijn werkplek ging schrijven, of over collega’s maar toch wilde ik niet dat iedereen wist wie ik was. In april 2005 was het over met de anonimiteit. InformatieProfessional mailde mij namelijk met de vraag of zij mij mochten interviewen voor een artikel over biblio-bloggers. Mijn ego won het van de anonimiteit. Wel heb ik eerst even met mijn toenmalige directeur gesproken of hij ermee akkoord ging dat ik uit de anonimiteit stapte. Zijn bibliotheek zou tenslotte ook genoemd worden en ik vond het wel netjes om hem van te voren in te lichten. Gelukkig had hij er geen enkel probleem mee. Wat ik in deze nog steeds bijzonder vind is dat sommige lezers denken dat ik een man ben (al wordt dat wel steeds minder) en dat anderen mij consequent Moqub blijven noemen (zowel op de blog als in real life). En dat is prima. Moqub is gewoon een andere naam voor mij en ik luister er ook naar. Waar Moqub vandaan komt, die vraag krijg ik vaak. Het is een verzonnen naam, die ik lang geleden heb bedacht (toen het world wide web nog voluit geschreven werd).

Over statistieken van mijn blog in de beginjaren weet ik niets. Ik kan wel zien aan de comments wie mijn blog leest en door op congressen te vertellen over mijn blog weet ik ook dat steeds meer mensen deze gingen lezen. In juni 2005 werd het daarom tijd om over te stappen naar een eigen domein, een eigen server (dank aan Mark) en nieuwe software (Nucleus). Met Nucleus heb ik even gewerkt maar merkte dat ik niet genoeg kennis had om alles te kunnen wat ik wilde. In overleg met Mark ben ik toen overgestapt naar WordPress, een keuze waar ik tot op heden geen spijt van heb. Sinds kort heb ik ook een statistieken plugin draaien zodat ik veel beter kan zien op welke zoektermen bezoekers binnenkomen en wie zij zijn. Ook kijk ik regelmatig bij Google Analytics maar de verschillen tussen beide statistiekenprogramma’s zijn groot. En eigenlijk maakt het ook niet uit hoeveel mensen je blog lezen. Alhoewel het leuk is om te zien dat de bezoekersaantallen omhoog gaan (toen ik over de brand bij Bouwkunde schreef schoten die omhoog naar 1454!). Als ik schrijf doe ik dit om mijn eigen gedachten te ordenen, om informatie te bewaren en als anderen plezier hebben in het lezen daarvan dan word ik daar alleen maar blij van. Soms schrijf ik wel eens een post die kort door de bocht is, soms is dat om frustratie kwijt te raken. Maar vaker schrijf ik over dingen die ik signaleer en die mij opvallen of schrijf ik over een nieuw dingetje dat ik heb uitgeprobeerd.

Zo schreef ik vorig jaar maart over twitter. Dat leek mij zo stom iets. Ik begreep er niets van. Hoezo zou ik iemand vertellen waar ik uithing en wat ik aan het doen was. Non-informatie leek het mij. En dat dan anderen dat gingen volgen. Tijdverspilling. Of toch niet? Practice what you preach zou je denken, maar niet in dit geval. Het heeft meer dan een jaar geduurd voordat ik twitter een kans gaf en sindsdien twitter ik er vrolijk op los. Om op deze manier over een paar maanden te vertellen wat ik er nu echt van vind, onderbouwd met argumenten natuurlijk.

De post die mij tot op heden het meeste bij is gebleven is de post die ik schreef naar aanleiding van de IP-lezing in 2006 en die ging over de workshop van Boyd Hendiks. Binnen no time had namelijk Boyd Hendriks op deze post gereageerd, oeps! Hij was het niet helemaal eens met mijn post. En wat doe je dan, dan schrik je even en denk je, ach het is mijn mening, daar mag iemand het niet mee eens zijn. Maar ik heb wel geleerd dat ook sprekers aan egosurfen doen of zelfs misschien een google-alert op hun naam hebben staan (bestonden die toen al?).

Over sprekers gesproken. Ik ben dankzij mijn blog al enkele malen gevraagd om te komen spreken op congressen, workshops, themamiddagen en symposia. Leuk om te doen maar het geeft ook stress. Je moet je presentatie goed voorbereiden en in sommige gevallen is dat niet heel moeilijk. Als het bijvoorbeeld gaat over web 2.0 en social software dan weet ik wel wat ik wil vertellen. Het wordt anders als het gaat over een nieuw onderwerp waar ik mij mee bezig hou, zoals bijvoorbeeld gaming & bibliotheken. Omdat dit onderwerp nog zo nieuw is en toch wel wat weerstand met zich meebrengt vind ik het lastig om daar een presentatie over te geven. Ik doe het wel, omdat ik hier ook alleen maar van leer. Maar makkelijk is het niet. Leuker vind ik het om artikelen te schrijven. Zoals ik bijvoorbeeld deed met Gerard Bierens naar aanleiding van ons bezoek aan Computers in Libraries. Of het stuk dat ik schreef toen ik als Eduguide meemocht naar Educause in Dallas.

Het fijne van het hebben van een weblog is dat mensen je gaan herkennen en dat je makkelijker mensen ontmoet. Op congressen is dit handig, je hebt al snel een onderwerp om over te praten. Ik stap ook makkelijker op mensen af van wie ik het weblog lees. Vaak gewoon om even hoi te zeggen of te reageren op een post. Bijzonder vind ik dan ook het jaarlijkse edublogdiner, dat voor de onderwijsdagen wordt georganiseerd. Elk jaar komen er meer mensen bij en dat is goed om te zien. Het is een uitje waar ik zeker naar uitkijk. Ook omdat je sommige bloggers niet vaak in real life ziet. Het edublogdiner is dan de plek om even bij te kletsen.

Na bijna 4 jaar bloggen heb ik een aantal dingen geleerd:

  • van bloggen blijf je op de hoogte van ontwikkelingen in je eigen vakgebied
  • van bloggen leer je meer mensen kennen (je netwerk groeit erg snel) – mensen die je normaal gesproken nooit zou ontmoeten maar die wel in hetzelfde vakgebied werken als jij
  • bloggen kost energie, soms veel energie, soms energie die je eigenlijk niet meer hebt na een dag werken
  • soms wil je stoppen met bloggen omdat je je afvraagt waarom je het eigenlijk doet
  • bloggen hou je alleen vol als je er lol in hebt en het niet ziet als iets wat MOET
  • je lezers rekenen op je, dat voelt soms als een druk – zeker als je een congres hebt bezocht en je hebt er na een week nog niet over geschreven
  • de meeste spam komt binnen op de post Wikipedia imploft – een korte post met een comment waar ik nog steeds niet veel van begrijp
  • soms krijg je comments die niet aardig zijn
  • soms schrijf je posts die niet aardig zijn
  • ruzie heb ik nog niet gemaakt, maar misschien heb ik wel op tenen getrapt
  • soms krijg je helemaal geen comments, maar dit betekent niet dat mijn post niet wordt gelezen
  • ik hou ervan om de presentatie van mijn blog zo nu en dan aan te passen (dit jaar al 3x geloof ik)
  • soms zijn anderen je voor en schrijven zij over iets waarvan jij dacht de eerste te zijn
  • bloggen is geen wedstrijd, iedereen heeft een eigen manier waarop zij dingen benaderen en daarmee een eigen focus
  • als je blogt lees je veel (vooral rss-feeds in mijn geval)
  • het houdt niet op bij bloggen, als je blogt dan plaats je ook foto’s online, bewaar je misschien links bij delicious en ga zo maar door
  • bloggen is een manier van leven
  • bloggen leert je hoe anderen met content omgaan, zeker als zij tekst of foto’s zonder bronvermelding van je overnemen
  • als je blogt onder werktijd betekent dit dat je baas iets van je blog mag vinden (daarom blog ik niet onder werktijd)
  • MIJN BLOG DAT BEN IK!

Nu hoop ik natuurlijk dat WoW!ter van alle biblioblogs een verhaal krijgt en dat hij tijdens OCN hier een leuke, grappige, originele presentatie van kan maken. Uiteraard hoeft je post niet zo uitgebreid te zijn, kijk maar bij Gerard en Marina – die kunnen de essentie in veel minder woorden vatten.

WebMynd

WebMynd is een firefox extensie waarmee je je surfgeschiedenis kunt visualiseren. Of zoals ze het zelf zeggen:

WebMynd visual search lets you fly through a visual history of your websurfing. It is like a time machine for the web. Just hit rewind, you will never lose track of what you have seen on the internet.

OF

WebMynd creates a personal internet archive where you can keep the things you have seen on the internet and find them again using visual and full text search.

Nadat je de extensie hebt geinstalleerd krijg je een opnamebutton onder in het browserscherm te zien. Hiermee kun je de sites die je wilt bewaren opnemen. Een kopie van de sites die je bezoekt worden op de harde schijf van de computer bewaard en er wordt een tekst naar de WebMyndserver gestuurd. Dit laatste wordt gedaan om de informatie te kunnen indexeren zodat je deze later eenvoudiger terug kan vinden.

Nu dacht ik dat WebMynd niet aanstond en was ik lekker aan het browsen. Oeps, nu werd alles ineens opgenomen en kan ik het nakijken in een grid die ik kan doorzoeken. Even opletten dus wanneer WebMynd wel en niet aanstaat of van te voren tegen WebMynd zeggen welke pagina’s echt nooit opgenomen mogen worden, geen idee hoe maar het schijnt te kunnen.

Naast het opnemen doet WebMynd nog iets en dat is extra knoppen toevoegen in de resultatenpagina van Google. Deze knoppen geven het resultaat van de zoekvraag in WebMynd en Delicious weer. Of dit handig is weet ik niet. Misschien is het wel heel storend dat de halve pagina wordt gebruikt door andere zoekresultaten dan die van Google.

Nu in de plugin makkelijk te de-installeren dus als hij je niet bevalt gooi je hem zo weer weg. En misschien doe ik dat ook wel. Ik vind de visualisatie mooi en misschien ook wel handig. Maar het idee dat er opgenomen (uiteraard alleen als ik op de knop opname druk) wordt zonder dat ik ergens een username of wachtwoord heb ingevoerd… wat gebeurd er allemaal met die data. Wordt die echt alleen maar gebruikt om de zoekresultaten te indexeren? En wie ziet mijn grid allemaal? Alleen ik, iedereen? Over privacy wordt wel iets op de WebMynd website geschreven en natuurlijk zullen ze nooit je IPadres of persoonlijke informatie doorgeven aan derden. Maar of ik dat zomaar blind vertrouw, ik denk het toch niet. Conclusie, leuk om even mee te spelen en dan heel snel weer van de pc afhalen. En dat ga ik nu dus ook doen.

Digitaal vrouwenlexicon van Nederland

Afgelopen weekend las ik in het Historisch Nieuwsblad (juni-augustus) over het Digitaal Vrouwenlexicon van Nederland. Het Vrouwenlexicon is een samenwerkingsproject van het Instituut voor Nederlandse Geschiedenis en het Onderzoeksinstituut voor Geschiedenis en Cultuur van de Universiteit Utrecht. In korte biografieën wordt het leven van de meest opmerkelijke vrouwen uit de Nederlandse geschiedenis tot 1850 geschetst. Inmiddels zijn er 650 biografieën geschreven en staan 170 biografieën op het punt om geplaatst te worden. De redactie zoekt nog steeds naar interessante voorbeelden en roept auteurs op om deze aan te leveren. Als het voorbeeld geselecteerd wordt mogen de auteurs, volgens een straks schema, de teksten schrijven. De vrouwen die worden beschreven zijn invloedrijk, beroemd of berucht geweest in de eigen tijd.

Onder aan elke pagina van een beschreven vrouw staat een knop reactie. En ik in mijn onschuld dacht dat ik daar een commentaar achter kon laten. Nu kan dat ook wel, alleen word ik doorgestuurd naar een formulier waar ik mijn vraag/opmerking kan plaatsen. Niemand die dat dus ziet, behalve dan de redactie. Jammer is dat wel, want met alle extra informatie kan niet alleen een redactie, maar ook andere lezers zichzelf informeren. Waarschijnlijk kost het bijhouden van de reacties teveel tijd om te modereren dat dit niet aanstaat en misschien komt dat wel in een volgende versie.

Maar ondanks dat een interessante site om af en toe eens een kijkje te nemen. Misschien toch abonneren op de nieuwsbrief – nee rss dat kennen ze nog niet.

Plaats van herinnering

Op de website Plaats van herinnering kunnen bezoekers herinneringen aan gebeurtenissen achterlaten en dat vind ik erg interessant.

Honderden plaatsen in ons land stonden in de twintigste eeuw in het middelpunt van de belangstelling, er werd geschiedenis geschreven. Herontdek die historie hier. Bekijk filmpjes en documentaires, beluister radiofragmenten en schrijf zelf geschiedenis door herinneringen toe te voegen.

Naast het klikken op de kaart, kun je ook zoeken op plaats (alfabetische lijst of via trefwoord). De site is een work in progress en dus zijn nog niet alle plaatsen van Nederland ingevuld. Maar jij kan hier verandering in brengen. Laat jouw herinnering achter op de site!