innovatie, inspiratie en discussie

De afgelopen week was ik bij twee bijeenkomsten die in het teken stonden innovatie, inspiratie en discussie. Ik bezocht deze twee bijeenkomst vanwege mijn interesse in mobiel en de toepassingen daarvan in het onderwijs.

De eerste was Innovatie door Inspiratie in Maarssen, georganiseerd door SURFnet & Kennisnet. De dag werd geopend met een presentatie van Christian van ‘t Hof en Jelte Timmer (beide van het Rathenau Instituut) die ging over hoe internet ons leven leidt en die een samenvatting is van een boek dat binnenkort (27 maart) verschijnt.

Van ‘t Hof legt uit hoe het zit met hoe internet ons leven leidt. Bijvoorbeeld als je de stemwijzer invult tijdens de verkiezingen. Deze site is gratis en makkelijk te gebruiken maar bepaald wel een belangrijke beslissingen in ons leven. Dit soort sites zijn voorgeprogrammeerd.

Voorprogrammeren geeft de gebruiker meer mogelijkheden maar ontneemt ze ook. Dat voorprogrammeren helpt merk je dagelijks. Op Twitter krijg je suggesties wie je kan volgen. Of Lexa, je krijgt suggesties van dames/heren die bij jou passen, doel van deze site is natuurlijk wel dat je lid wordt en betaald voor de dienst. Soms is voorprogrammeren verleiden maar soms ook misleiden. Als bijvoorbeeld het vinkje bij ja staat ingevuld onderaan een webformulier.

voorprogrammeren is nieuwe dimensie in het bevatten van internet

Met een team hebben ze voorgeprogrammeerde sites onderzocht op 3 niveau’s. De voorbeelden die van ‘t Hof liet zien (google, lexa, twitter, facebook etc.) is het microniveau – de interactie tussen de gebruiker en de interface.

Het mesoniveau zijn de organisaties die erachter zitten, de bedrijven, maar ook de overheid en de aanbieders, hiervan zijn de businessmodellen onderzocht. Meeste van de sites zijn gratis dus hoe zit dat nu precies. Inkomsten komen natuurlijk van (subtiele) reclames. Die reclames gaan steeds meer over jou, passen goed bij jou, want ze worden aangepast op jouw klikgedrag. En wat nu in opkomst is zijn de identity providers, je kan inloggen met je facebookaccount op andere sites. Je voorkeuren worden opgeslagen en hergebruikt en de provider geeft aan dat je een echt en betrouwbaar persoon zijn. Single-sign-on met een afhankelijkheid.

Ook op het macroniveau, het internet als geheel, zijn trends waar te nemen. Zoals commercialisering, monopolisering en personalisering.

de paradox van de massapersonalisatie

Van ‘t Hof legt uit. Als je een website ziet, dan zie je een gepersonaliseerde website, met reclames die bij jou passen, vormgegeven voor jou. Aan de andere kant van dat scherm zitten bedrijven die profielen maken, die hokjes samenstellen van gebruikers die voldoen aan meetbare variabelen. Soms past zo’n reclame of vormgeving bij jou maar soms ook helemaal niet. Blijkbaar hoor je in het laatste geval bij een profiel wat in grote lijnen bij je past, maar net niet helemaal goed is.

Voorprogrammeren reduceert keuzes, maar vergroot ze ook. En dat is een dilemma, want waar heb je meer keuze en waar niet? En let er eens op hoe persoonlijk internet wordt, steeds vaker zie je foto’s van (echte) mensen verschijnen terwijl het computers zijn die achter die accounts zitten.
Van ‘t Hof geeft als tip: check de default. Soms staan instellingen zo dat gegevens met elkaar gedeeld worden, zoals Google en Facebook doen. Je hebt ooit aangegeven dat het mag, maar later wil je dit misschien niet meer. Af en toe instellingen controleren kan geen kwaad.

Best handig dat Google meteen suggesties doet bij je zoekterm. Of vind je het vooral irritant? Waarom heeft Facebook alleen een knop voor ‘vind ik leuk’ en niet ‘vind ik stom’? En die pop-up met “gaat u akkoord met de Algemene Voorwaarden?”. Klik je altijd “ja” of klik je hem weg?

Klikken is kiezen op internet. Dat kan handig zijn, maar soms word je tot iets verleid waar je niet om heb gevraagd. Of soms zijn de knoppen en teksten vooral grappig of irritant. Met deze prijsvraag zijn we op zoek naar ervaringen van internetgebruikers.

Zie je dit soort voorprogrammeringen (handig, irritant, grappig, etc) meld ze dan aan op www.rathenau/nl/webstrijd. Je kan er 199,99 euro mee winnen. Op 27 maart wordt de winnaar bekend gemaakt.

Jelte Timmer vertelt vervolgens nog iets over de aanpak waarbij 7 cases met 20 experts werden benaderd. Zij keken naar Google, Facebook/Hyves, datingsites, foursquare, gezondheidssites, stemhulpen en twitter. Ook werkten zij samen met de Haagse Hogeschool, met studenten van de minor Human Technology. De zogeheten Haagse Hackers.

Zij stelden zichzelf in het onderzoek drie vragen:

  • hoe worden we gestuurd
  • welke partijen sturen vanuit welke motieven
  • welke maatschappelijke trends en lange termijn effecten

hier werd een analyse op 3 niveau’s (micro, meso, macro) van gemaakt.

De presentatie van Christian van ‘t Hof staat hier, die van Jelte Timmer hier. Meer informatie over het onderzoek/project voorgeprogrammeerd is hier te vinden.

Vanuit de zaal kwam de tip om de RamBam uitzending van 13 februari te kijken.

Get Microsoft SilverlightBekijk de video in andere formaten.

De rest van de dag stond in het teken van presentaties van innovatieprojecten. Ik luisterde voor de lunch naar Akke Faling (Pabo Leiden) die vertelde over het (iPad) project Coach in the Pocket.

Naar Paul Dirckx (Fontys) die vertelde over synchroon coachen met videocommunicatie en naar Anne-Petra Rozendal en Monique Orlemans van de Universiteit Utrecht die iPads hebben ingezet in de praktijklessen.

Wat mij is bijgebleven aan de twee iPad projecten is dat het niet zozeer om de iPad ging (of misschien juist wel). Dat wat het doel was van de projecten had ook met andere devices gerealiseerd kunnen worden. In sommige gevallen zelf beter. En dan vraag ik mij af, waarom de iPad? En wat is de toegevoegde waarde van de iPad geweest? Waarom niet met een ander device? Eventueel met twee verschillende om de voor- en nadelen naast elkaar te kunnen zetten. Het leek er op alsof eerst de iPad er was en er daarna een project bij bedacht is.

Na de lunch leerde ik meer over Augmented Reality bij de Vrije Universiteit en over wiki’s bij het vak levensbeschouwing.

Tijdens de borrel heb ik nog nagepraat met oude (en nieuwe) bekenden. Het SURFnet/Kennisnet innovatieprogramma, waar deze dag de afsluiting van was, is nu ook echt afgesloten. Het geld is op.

Afgelopen woensdag was ik bij de SIG Unwired (SIG = Special Interest Group) bijeenkomst.  Er waren twee presentaties en er stond een discussie over het jaarplan op de planning.

Frank Thuss vertelde over Learning on the GO bij de HAN.

Wat ik meeneem uit zijn presentatie is het idee om in een soort van Grassroots – pilots te doen om op die manier te onderzoeken waar de meerwaarde ligt van mobiele toepassingen. Dat ze bij de HAN uitgaan van bestaande technologie en apps vind ik ook heel slim. En dat het erg lastig is om concrete opbrengsten te formuleren. En misschien is het daar ook gewoon nog te vroeg voor. Misschien is dit juist de tijd van de experimenten en gaan we over een paar jaar pas grootschalig mobiel toepassen in het onderwijs.

Pierre Gorissen blogde live mee, hier vind je zijn verslag.

Floor Grouw van Saxion Hogescholen vertelde over hun project. Zonder gebruik van de beamer. Ouderwets, geen afleiding van beeld. In het project bij Saxion Hogescholen gaat het vooral om de juiste omgeving, dus de juiste infrastructuur, voldoende stopcontacten, overal wifi, maar ook kennis van zaken. Floor zag een grote behoefte aan best practices. Maar hij zag ook een verschuiving van netbooks naar tablets en van windows naar apple.

Het project mobile@saxion staat voor/onderzoekt:

  • gebruik van mobiele apparaten zo goed mogelijk faciliteren
  • onderzoeken wat goede tools zijn en adviseren – approved by …
  • als docenten tablet krijgen dan krijgen ze bedrag erbij om apps te kopen
  • hoe zorg je dat docenten geen stapels papier hoeven mee te nemen, gesprekken met uitgevers
  • docenten onderhouden zelf laptops maar tijd die hen dit kost is zo klein mogelijk

Pierre Gorissen blogde live mee, hier vind je zijn verslag.

Kisten Veelo vertelde nog iets over de vernieuwde SURFspace website waarna we onder leiding van Frank discussieerden over de eerste versie van het jaarverslag. Het lastige is dat in het jaarverslag het thema is opgedeeld in subthema’s. Toch merk je dat bijna iedereen die aanwezig is, interesse heeft voor alle subthema’s. En waarvoor kies je dan? Daarnaast staan we aan het begin van de ontwikkelingen van mobiel in het onderwijs. Er zijn voorbeelden van, zoals wij het in Delft noemen, educatie en informatie. Maar niemand weet nog precies welke kant het opgaat.

Het komende jaar informeren de leden van de SIG Unwired elkaar op de SURFspace. Hier discussieren we ook over het jaarplan en die richting die we als SIG op willen gaan. Heb je een mening over mobiel in het onderwijs, wil je die delen en wil je mee discussieren, meld je dan aan bij de SIG. Iedereen is uiteraard van harte welkom.

Mobiel… zijn we er klaar voor?

Dit was de titel van de CWIS-NL bijeenkomst van 17 maart. Vanwege de locatie (SURFnet) konden er niet zo heel veel mensen bij zijn dit keer en was het snel volgeboekt. Hopelijk volgende keer dus gewoon weer bij Mediaplaza.

kamphuis

De dag werd geopend met Toine Kamphuis van de Hogeschool Utrecht (centrum voor communicatie en journalistiek). Hij sprak over de uitdagingen en obstakels die je tegenkomt als je met mobiel aan de slag gaat. Nu is Kamphuis iemand die erg van het geschreven woord houdt en meent dat beelden subjectief zijn. Liever dus een korte tekst mobiel presenteren dan een afbeelding. Mijn nekharen gingen nog net niet overeind staan want kun je in een tijd waarin visuele geletterdheid naast “gewone” geletterdheid een belangrijke rol speelt nog vinden dat beelden niet zo belangrijk zijn? Is het niet zo dat jongeren meer met beelden hebben dan met tekst? En als het antwoord op de vorige vraag ja is, en als deze jongeren hun mobiel gebruiken om informatie te vergaren, moet je dan niet juist met beelden werken in plaats van met tekst?

Ik kan Kamphuis volgen als hij zegt dat het omzetten van webteksten naar mobiel niet voldoende is. Je moet eigenlijk nog meer knippen in de tekst en er nog kleinere brokken van maken om het op een mobiel leesbaar te krijgen. En ook begrijp ik dat je moet inspelen op de behoefte van de moderne informatieconsument die communicatie (netwerken) en nieuws updates en actualiteit belangrijk vindt en dat je mobiel op opnemen in de mediamix. Maar als Kamphuis dan aan het einde van zijn praatje zijn goeroepet op zet (zoals hij het zelf noemt) en zegt dat het eigenlijk nog te vroeg is om je met mobiel bezig te houden omdat het lastig is en veel geld kost, naast dat het tijdrovend en ondankbaar werk is om teksten over te zetten naar een mobiele versie. Sorry dan ben je mij dus gewoon kwijt.

De volgende spreker was Joost Ligtvoet van Biggerworks. Hij zegt dat mobiel je content aanbieden effectief betere resultaten geeft dan op het web hetzelfde doen en vindt mobiel nog steeds een erg innovatief medium. Zeker vanwege de locatiebepaling die tegenwoordig mogelijk is kun je inspelen op de context van waar de gebruiker zich bevindt. Belangrijke doelgroep om je op te richten zijn dan toch wel de 15-35 jarigen. Ook geeft hij wat getallen als het gaat om iPhone gebruik. Ik wist bijvoorbeeld niet dat iPhone gebruikers 5x meer surfen op internet dan andere mobielgebruikers die ook internet op hun mobiel hebben. En dat iPhone gebruikers 8x meer downloaden. Maar ook dat zij 3x meer aan social networking doen. Als gevolg hiervan komen contentpartijen met applicaties voor de iPhone en komen andere fabrikanten met iPhone look-a-likes. Ligtvoet pakt vervolgens zijn iPhone en Google-phone uit zijn tas en laat deze rondgaan. De Google-phone ziet er ook mooi uit en ik heb de kans gehad om er al wat langer mee te spelen maar voor mij is de Google-phone het nog net niet. Oke als je het kompas gebruikt en hiermee op zoek gaat naar interessante dingen in de buurt van waar jij staat is dat leuk, zinnig en handig. Maar de iPhone blijft voor mij gewoon handiger in het gebruik en de app-store zorgt ervoor dat ik de applicaties vind die ik wil gebruiken.

Ligtvoet geeft in zijn presentatie nog wat voorbeelden zoals Blyk, een dienst die binnenkort in Nederland gelanceerd wordt.

blyke

Blyk is een dienst die jongeren verbindt met hun favoriete merken (na invullen van een profiel) en elke maand gratis belminuten en sms-jes daarvoor in ruil teruggeeft.

Of de Heineken campagne rondom introductie van het nieuwe merk Jillz.

jillz

Vrouwen die in de kroeg de bluetooth van hun mobiel aanzetten kregen een berichtje en een gratis Jillz drankje. 40% van de vrouwen voelden zich aangesproken door het schatje bericht en kregen een gratis drankje. Succesvol dus volgens Ligtvoet. De vrouwen in de zaal hadden het schatje gedeelte liever niet geweten geloof ik.

En als laatste het voorbeeld van het Filmfestival Rotterdam waar je via bluetooth gratis mobiele filmpjes opgestuurd kon krijgen.

Bluetoothreclame.nl lanceerde in samenwerking met NPS en filmfestival Rotterdam haar nieuwste innovatie. Een interactieve zuil waarvan festivalbezoekers NPS Micromovies konden downloaden op hun mobiel. Via een touchscreen kon de bezoeker een keuze maken en de film via bluetooth op zijn mobiel downloaden. De downloadmogelijkheid werd in zeven theaters geboden. Deze interactie tussen een touchscreen en bluetooth is uniek. De filmfestivalbezoekers ontvingen een bericht op hun telefoon waarin ze werd gevraagd of ze van deze mogelijkheid gebruik wilden maken, 90% accepteerde.

Bron: Admanager

En als je als merk of instelling nu wilt dat meer mensen gebruik gaan maken van jouw mobiele site dan kun je altijd sms 9009 gebruiken. De consumenten sms-en MERKNAAM naar 9009 en krijgen gratis de link van de mobiele website terug. Superhandig om te gebruiken in advertenties of tijdens open dagen van bijvoorbeeld een universiteit.

Natuurlijk maakte Ligtvoet ook even reclame voor een mobiele site die zij gemaakt hebben en die binnenkort voor KFC wordt geïntroduceerd, maar dat was niet erg. Zijn presentatie was boeiend, interessant en leerzaam dus dat beetje reclame stoorde mij in ieder geval niet.

veelo

Kirsten Veelo van SURFnet liet vervolgens een aantal voorbeelden zien van mobiel en onderwijs. Zij vertelde over Mscape waarbij leerlingen met gebruik van een PDA buiten dingen doen. Zoals bijvoorbeeld rondlopen in Delft en ondertussen leren over Willem van Oranje waarbij de leerlingen meer leerden over geschiedenis dan dat zij dat doen met een boek in een leslokaal.
Mobiel leren gaat tenslotte over leren met mobiele techniek en kan dus meer zijn dan alleen een mobiele telefoon. Denk ook maar eens aan een Asus EEE of een Nintendo DS of een E-book reader.

Momenteel draaien er vijf pilots rondom mobiel leren bij het platform. Veelo noemt  WRTS.nl waarbij de leerlingen woordjes leren door gebruik te maken van een iPhone waarbij momenteel wordt getest welke groep (degene met of zonder iPhone) het beste de woordjes leert. Ook geeft zij het voorbeeld van het UMCG waarbij tijdens de college’s radiologie de studenten op een PDA rontgenfoto’s toegestuurd krijgen en door middel van het aanklikken van zones op de afbeelding op de PDA aan de docent laten weten of zij de stof goed begrepen hebben. De docent kan dan pas verder met het college als iedereen een antwoord heeft gegeven wat zorgt voor meer interactie en betrokkenheid. De studenten krijgen na het college de afbeeldingen mee op hun PDA zodat zij er thuis ook nog eens naar kunnen kijken.

Toch zijn er volgens Veelo nog technische drempels die ervoor zorgen dat implementatie niet zomaar uit te voeren is. Te denken valt aan kleine beeldschermen van de mobiel, traag internet, veilige netwerken zeker als het gaat om authenticatie van gebruikers, maar ook de veiligheid van de data. Ook zijn er onderwijskundige drempels, is mobiel wel een effectief en efficient leermiddel? Hier proberen zij antwoord op te krijgen door het doen van pilots.

Op de website mobielonderwijs.nl vind je meer informatie over de pilots en kun je ook het boek de wereld als leeromgeving downloaden.

Christian Hesselman van het Telematica Instituut liet ons een aantal voorbeelden zien van mobiel internet als extensie van de desktop. Waarbij hij twee trends waarneemt; een waarbij de mobiele telefoon als sensor dient en een waarbij de mobiele telefoon als interface wordt gebruikt voor andere diensten.

Voor de eerste trend gaf hij het voorbeeld IYOUIT oftewel een mobile 24×7 life recorder. Hierbij wordt de mobiel gebruikt als een apparaat dat alle informatie over je opneemt en deelt op internet en met vrienden.

iyouit

Volgens Hesselman wordt met IYOUIT rauwe sensordata naar een hoger niveau getilt. Het systeem herkend coordinatoen en vraagt aan de gebruiker of dit een plaats van betekenis is, hierna kan de gebruiker door middel van tags aangeven of dit zo is of niet. Bijvoorbeeld tags als kantoor, thuis, oma, etc. Het systeem kan ook automatisch taggen. Je maakt dan een foto en op basis van wat de camera ziet worden er tags aan het beeld gekoppeld. Momenteel wordt er gewerkt aan een holiday recorder waar locatie, weerconditie en foto’s samenkomen. Een digitaal vakantiealbum zeg maar. Geweldig speelgoed als je het mij vraagt, jammergenoeg niet beschikbaar voor andere telefoons dan de Nokia Series 60-terminal (2e en 3e generatie).

Voor een voorbeeld van de tweede trend liet Hesselman dit filmpje zien (een aanrader – helemaal afkijken dus!):

Aan het einde van de dag was er nog ruimte voor enkele praktijkvoorbeelden waarbij Stefan van den Dungen Gronovius (HAN) als enige het podium nam om te vertellen over de inzet van QR-code tijdens een open dag.

cwistwitter

Collega John vroeg op Twitter of iemand even een fotootje wilde maken en dat heb ik dus maar gedaan.