learning in context workshop

De afgelopen twee dagen was ik, samen met collega Willem, in Brussel voor Learning in Context Workshop. De organisatie van de workshop was in handen van (Open Universiteit) Centre of Learning Sciences and Technologies CELSTEC &  Network of Excellence STELLAR.

In this workshop current innovative practices on the use of mobile learning and research from the domain of Technology Enhanced Learning will be joint.  Contextualized learning will be addressed from different angles, including

  • case-studies from industry, Higher Education and Secondary Education
  • Current and future Research issues, and
  • Visions for the future of applying mobile learning in education and training.

In the 2-day event in Brussels a small group of experts has been invited to work with educational professionals from industry, formal education and CPD who have some experience in the application of Mobile Learning.

Vanwege vertraging met de trein kwamen we iets later binnen bij de presentatie van Marcus Specht met als onderwerp context. Specht begon met een uitdaging:

ontological challenge: what is context and can we conceptualize it to better understand learning in context?

# context is multidisciplinair
# context is er altijd
# context is dynamisch & gecreerd in de interactie
# context is sociaal
# context is verbindend

engineering challenge: what are the opportunities for technology to enhance learning in context ?

Met als uitgangspunt – als technologie verdwijnt omdat het ge-embed wordt, hoe verandert dit dan het leren?

#sensor technology can record data in a scalable way / sensors worden in allerlei apparaten opgenomen en kunnen veel data opslaan
#cloud technology can support seamless learning trajectories / als de data in de cloud wordt opgeslagen kun je er vanaf overal bij
#AR technology can augment your perception of a context …
#display technology can create feedback loops … / artikel in wired dat zeker de moeite waard is als je dit onderwerp interessant vindt
#display tech. can support awareness and reflection.
#visualisation technology can support personal sense making.

The plan: how to model and design this: ambient information channels -> AICHE

Artefacts, channels en users bevatten allemaal contextuele informatie, deze verzamelen, verrijken, synchroniseren en gebruiken voor leren. Oftewel:

AICHE brings together context-aware computing, semantic- web technologies, instructional design for adaptive and personal learning, HCI aspects as tangible computing and IOThings.

Samenvattend: 

#1 context is complex and always.
#2 engineering challenges need to focus then technology …
#3 … can enhance learning to be more dynamic, flexible, personal, social, connected … put in context.

John Traxler besprak de toekomst van mobiel en contextueel leren… als die er al is. Als Taxler terugkijkt op de experimenten die er zijn gedaan met contextueel mobiel leren dan ziet hij dure, geinstitutionaliseerde dingen maar ook dat het tegenwoordig veel goedkoper en eenvoudiger is geworden. De experimenten waren in het begin ook kleinschalig, gefixeerd op een kleine groep van veelal early adopters. Het waren de enthousiastelingen die de projecten deden. Als een project werd gesubsidieerd kreeg iedereen hetzelfde apparaat om mee uit te proberen. Er was ook niet veel anders.

Maar werd dan het artifact of de activiteit gesubsidieerd?

Tegenwoordig bezitten de gebruikers de technologie. Het is niet langer als voorheen waarbij je mensen hun leven verbeterd door technologie en na de test zegt dank je wel en nu het apparaat teruggeven. Traxler vraagt zich terecht af of dit wel ethisch verantwoord was.

Maar goed nu hebben gebruikers de technologie in handen en kun je dit gebruiken. Daarnaast is de technologie robuust en een onderdeel van het dagelijks leven. Je wilt niet dat commerciele partijen de rol van de onderzoekers overnemen maar hoe ga je dit voorkomen? En hoe ga je om met docenten die met verschillende soorten devices worden geconfronteerd (BYOD) en niet weten hoe hiermee om te gaan. En stel je eens voor een docent wordt door een student gecorrigeerd omdat die student met zijn mobiel toegang heeft tot internet en dus dingen op kan zoeken. Is dit dan een voorbeeld van disruptive learning en wat is dan de aard van de disruption. En Taxler vraagt zich ook nog af hoe het zit met de onderzoeken die worden gedaan, wordt alles wel verteld, welke informatie zien wij niet. En dan is er nog het dilemma van mobiel en contextueel leren, want dat betekent in Zuid-Afrika iets anders dan in Europa.

Norbert Pachler vertelde ons iets over the socio-cultural ecological approach to mobile learning. Het werk van de London Mobile Learning Group is in deze erg interessant om te volgen.

Mobiele technologie/devices worden steeds belangrijker. Lerenden maken deze technologie zich eigen door middel van:

  • identity formation
  • social interaction
  • meaning-making
  • entertainment
  • learning in informal contexts
Pachler vraagt zich af: en als dit dan is wat studenten doen waarom verbieden wij mobiele devices dan in het klaslokaal?

En er is een transformatie gaande. De wereld is niet langer stabiel, vast en voorspelbaar. Het individu is veel meer in controle en de wereld ligt aan zijn voeten. Zeker met de komst van mobiele technologie. Pachler ziet mobiele devices dan ook als culturele bronnen met een zeer belangrijke rol als het gaat om leren, grenzen en contexten worden overschreden.

the boundary and context crossing (user-generated contexts) mobile technologies enable in the context of learning; opportunities for learning in informal contexts

De lerenden willen hun kennis en hun begrip van de wereld op een eigen manier vormgeven. Dit heeft gevolgen voor geletterdheid. Tekst is multimodel, dynamic, fluid, contingent, multiply authored and ‘shared’ en consequently provisional.

‘text’’ making is being governed by new practices, aesthetics, ethics and epistemologies; the relationship between producers and users of artefacts is becoming increasingly blurred; the relationship of the user with the cultural artefacts they engage with in the process of knowledge production is frequently one of re-use underpinned by a fundamentally different attitude towards text

Hierna ging Pachler in op wat leren is, welke condities er nodig zijn om te leren en hoe die vorm te geven. Hij ging wat dieper in op de Circle of Knowing Building and Sharing van Brown & Adler uit 2007 en hij vraagt zich af waarom wij mobiele technologie hier niet voor gebruiken.

Om mobiele technologie vervolgens vanuit een sociaal-cultureel en ecologische standpunt te bekijken heb je die elementen nodig die interactief zijn met elkaar. Dit zijn structures, agency en cultural practices. Hier komen dan nieuwe manieren van leren uit:

  • learning as purposive work with cultural resources
  • seeing ones life-worlds framed both as a challenge and as an environment and a potential resource for learning
  • expertise is individually appropriated in relation to personal definitions of relevance
  • the world has become the curriculum populated by mobile device users in a constant state of expectancy and contingency
  • interrelationship between target-orientation, self-representation and play
Vervolgens gaat Pachler in op user generated context en de rol van mobiele devices hierin. Het is met de komst van mobiele devices dat verschillende contexten tegelijk binnengebracht kunnen worden. Voorheen was dit niet mogelijk. Maar wanneer is een app goed? Hij geeft een lijst met uitgangspunten om een app op te beoordelen. Pachler verwijst naar de weblog van learning in hand omdat hier – als het gaat om apps  voor het onderwijs – goede informatie te vinden is, zoals deze.

Na deze 3 wat meer algemene visionaire presentaties was het tijd voor de projecten. Agnes Kukulska-Hulme van de Open Universiteit in de UK vertelde over context in mobile language learning. Kukulska-Hulme haar presentatie bevatte een statement:

a proficient language user… creates or finds meaning not simply by relying upon what is spoken in an utterance or written in a text… but by depending on the contrast between what is spoken or written and what could have been but is not…

… [so] the mobile device can be seen as a means for rendering visible what is crucial but otherwise invisible to the uninitiated learner

een vraag:

will mobile technologies/ activities play a role in bringing language (learning) to life?

enkele uitdagingen:

learners’ distance from the teacher
learners’ discovery and capture of new language/experiences
resources to support coping strategies & development of competences in situ

en een conclusie van wat zij uit onderzoek geleerd hebben:

General
popularity of voice recording, video, taking photos
mobile devices used for planning, structuring, reflecting
good fit with daily routines such as on the way to work
games used to fill ‘deadtime’

Language learning
motivational–frequent practice
notable variety of mobile media–increasing opportunities for communication

What learners want
formal and informal learning combined in a cyclical way
facilities to capture their attempts at communicating
opportunities to find mobile study-buddies

Meer informatie op I AM LEARN.

Roland Klemke gaf ons een inkijkje wat mobiel leren betekent in het vakgebied van de logistiek. Waarbij logistiek een erg mobiel vakgebied is maar je wel wilt dat het veilig blijft. Je ziet het al voor je een vrachtwagenchauffeur die tijdens het rijden met zijn mobiel aan het leren is.

Volgens Klemke is het mogelijk bij de volgende setting:

mobile education always bound to the concrete task context
formal educational topics not yet allowed to be taught in mobile way
acceptance of mobile learning increases with additional services

En hij geeft voorbeelden van apps die gebruikt worden. Zijn conclusie is als volgt:

education in Logistics is usually intervoven with concrete requirements
educational processes have to be synchronized with logistic processes
education is highly individualised

Eric Slaats vertelde enthousiast over iFontys.  Ik schreef al een keer eerder over iPresent dus dat zal ik niet nog een keer doen. Op 10 april is er een iFontys evenement waar alle projecten worden gepresenteerd.

En Marco Kalz gaf alvast enkele conclusies die zij uit een pilot met iPads bij de Open Universiteit in Nederland hebben getrokken. De pilot bestond uit 6 maanden, 4 cursussen & 12 studenten met een gemiddelde leeftijd van 29,5. Elke maand vulden de studenten een vragenlijst in. En de algemene conclusie is dat studenten flexibeler zijn met een mobiel device, dat zij de tijd beter gebruiken en nieuwe manieren leren toepassen. Maar ook dat er weinig adoptie is en dat de studenten weinig andere dingen met de iPad deden dan het gebruiken voor de pilot.

Een vakgebied (defensie) waar ik niet zo veel mee heb was het onderwerp van Christian Glahn zijn presentatie. De presentatie is op slideshare te vinden en dus embed ik hem hier.

Voor de afsluitende sessie van Erik Duval vertelden Stefaan Ternier and Fred de Vries over het project Mobile Augmented Reality in Higher Education waar het tegenwoordig gaat over een gemengde realiteit.

De voorbeelden die zij lieten zien zijn terug te vinden op deze portal van de Open Universiteit.

En toen kwam Erik Duval, na een lange dag binnenzitten terwijl buiten de zon scheen, was dit zeker de moeite van het blijven waard. Ik zag Duval al eerder, op de Onderwijsdagen en was toen al erg onder de indruk en ook nu weer, Duval is een heuse verhalenverteller en heeft enorm veel humor. Zijn presentatie staat nog niet op slideshare maar zal daar snel verschijnen.

worlds is complex -> messy and personal

En als het dan gaat over Learning Analytics en mobiele devices dan is het eigenlijk heel eenvoudig. Mobiele devices zijn voor Learning Analytics belangrijk omdat:
  • ze hebben een sensor
  • ze staan altijd aan

Maar er zijn ook issues:

  • wat kun je meten als het om leren gaat? tijd, geproduceerde artefacts zoals blogposts, tweets, sociale interactie, locatie
  • wat is er geleerd
  • hoe zit het met big brother en hoe wordt er naar je gekeken

Tijdens het diner wordt er verder gediscussieerd over de sessies van vandaag. Interessante materie maar vooral ook veel vragen die er nog zijn. Het zijn de experimenten die er nu voor zorgen dat we dingen leren, te weten komen, tegenaan lopen. Maar vooralsnog weten we nog niet precies welke kant het op gaat.

De tweede dag begint met een presentatie van Volker Zimmermann. Ik vond deze presentatie iets te commercieel dus heb niet veel opgeschreven. Het enige dat ik de moeite waard vond en zeker nog wel wil onderzoeken is het enthousiasme van Zimmermann over ePub3 (interactiviteit in ebooks toevoegen).

Tijd voor de workshop! In 5 groepen dachten we na over de toekomst van mobiel onderwijs met vragen als: 2017 – het onderwijs vindt niet langer plaats in een schoolgebouw, hoe ziet het mobiele onderwijs er dan uit? Wat voor milestones zijn er en als we morgen beginnen wat gaan we dan doen? Ik zat in de groep die nadacht over (middelbaar) beroepsonderwijs en ik mocht na drie rondes discussie de presentatie doen.

Alle groepen hadden interessante issues. De groep beroepsonderwijs zag wel problemen als het gaat om het leren van vaardigheden waarbij je je handen nodig hebt zoals haren knippen, muurtjes metselen, schilderen, etc. Hoe je dit mobiel wilt leren bleef voor onze groep een grote uitdaging. Wel zagen we mogelijkheden bij beroepsonderwijs dat erg ICT gerelateerd is.

En wat neem ik mee naar huis na 2 dagen Brussel? Ik heb veel geleerd over onderzoeksprojecten die met mobiel onderwijs te maken hebben, ik heb nieuwe mensen ontmoet waarvan ik weet dat ik van sommigen op de hoogte wil blijven van wat zij doen, ik weet dat wij als TU Delft niet achter de troepen aanlopen aangezien de troepen ook nog niet goed weten welke kant het op gaat, ik heb inzicht gekregen in hoe ons beleid er uit moet gaan zien (geen beleid maar eerder uitgangspunten en criteria – je wilt flexibel blijven) en ik heb fijn samen kunnen werken met Willem, even weg van de TU Delft is dat gemakkelijker dan on campus.

Hoe leven en leren jongeren met nieuwe media

Na drie jaar van onderzoek heeft MIT onlangs een boek gepubliceerd over hoe jongeren leven en leren met nieuwe media.

Conventional wisdom about young people’s use of digital technology often equates generational identity with technology identity: today’s teens seem constantly plugged in to video games, social networks sites, and text messaging. Yet there is little actual research that investigates the intricate dynamics of youth’s social and recreational use of digital media. Hanging Out, Messing Around, and Geeking Out fills this gap, reporting on an ambitious three-year ethnographic investigation into how young people are living and learning with new media in varied settings—at home, in after school programs, and in online spaces.

Door te focussen op de praktijk in het gebruik van nieuwe media binnen de alledaagse context geeft het boek de relatie weer van jongeren en nieuwe media. Hiermee gaat het boek verder dan alleen te kijken naar media- en technologie trends en hoe jongeren hierop reageren.
Met behulp van 23 verschillende casestudies zoeken de auteurs naar groep dynamiek en verdieping in de analyses.

De hoofdstukken zijn onderverdeeld in:

  • Media Ecologies
  • Friendship
  • Intimacy
  • Families
  • Gaming
  • Creative Production
  • Work

Ik heb het boek nog niet gelezen, alleen door heen gebladerd, maar hij staat zeker op mijn toread lijstje. De voorbeelden die gegeven worden van jongeren die zijn geïnterviewd voor het onderzoek (bijvoorbeeld een dag in het leven van een 12-jarige, een msn-achtige conversatie, etc) geven een kijkje in het leven van de jongeren die verder gaat dan het alleen beschrijven.

Met dank aan: Ayman (waar ook een pdf van het boek te vinden is)

2020: de toekomst van het leren

Hoe ziet het leren van de toekomst er uit? De KnowledgeWorks Foundation doet samen met het Institute for the Future een aanzet met 2020 Forecast: Creating the Future of Learning.

Op de website lees ik:

A Radically Different World

If you think our future will require better schools, you’re wrong.

The future of education calls for entirely new kinds of learning environments.

If you think we will need better teachers, you’re wrong.

Tomorrow’s learners will need guides who take on fundamentally different roles.

As every dimension of our world evolves so rapidly, the education challenges of tomorrow will require solutions that go far beyond today’s answers.

De komende jaren zal volgens hen de innovaties die te maken hebben met onderwijs, zoals wij het kennen, vooral buiten de traditionele instituten plaatsvinden. De 2020 Forecast: Creating the Future of Learning geeft het dilemma weer waar de traditionele instituten mee te maken krijgen: hoe pas je namelijk bottom-up ontwikkelingen toe in een top-down hiërarchie van de organisatie. Deze omslag geeft volgens hen weer hoe leren en onderwijs opnieuw gedefinieerd moet worden. Dit samen met de vraag om verandering en de nieuwe stakeholders zorgt er voor dat er een nieuwe toekomst voor leren moet worden ontwikkeld. Iedereen kan meedoen om deze toekomst veilig te stellen. De website, die bij de publicatie hoort, helpt om nieuwe dimensies te ontdekken in deze tijd van verandering, maar helpt ook om mee te helpen aan de toekomst van leren.

De 2020 Forecast is een gereedschap om na te denken over, je klaar te maken voor en mee te helpen aan de vorming van de toekomst. Het laat de belangrijke factoren zien van het veranderende leerlandschap. De forecast is geen voorspelling voor de toekomst, maar meer een gids voor de ongeschreven toekomst. Het is ontworpen om te helpen om samenhang te zien in dingen die niets met elkaar lijken te hebben en helpt je na te denken over kansen en mogelijkheden die je vandaag de dag tegenkomt en deze te plaatsen in een groter geheel.

De 2020 Forecast maakt gebruik van vier soorten informatie: drivers of change, trends, signals en learning agents. De aandachtsgebieden zijn hieronder in een schema weergegeven:

2020toekomstleren

Als je meer wilt weten over een van de drivers of change dan kijk je bij learn more. Hier vind je informatie, trends, bronnen, maar ook acties die je nu al kunt ondernemen.

Zoals bijvoorbeeld Knowledge met Pattern Recognition als driver:

2020kennis

Hierbij is een van de trends Games as Practice. En wordt Games for Change als een van de voorbeelden gebruikt.

De 2020 Forecast: Creating the Future of Learning is ook in print te bestellen. Je moet dan alleen wel een account hebben of aanmaken om de bestelling te kunnen plaatsen.

Met dank aan: Derek’s blog

Uitproberen: Popling

Als je opdrachten opbreekt in kleine stukjes is de kans op het succesvol vervullen van die opdracht groter. Tenminste dat denken ze bij Popling, een educatieve online tool. De gebruiker moet, om iets te kunnen leren, de desktop software wel even downloaden en installeren en vervolgens zich aanmelden bij specifieke popling, of onderwerpen waar hij iets over willen leren.

popling

Momenteel zijn er meer dan 150 poplings beschikbaar, waaronder 11 talen en onderwerpen als wiskunde, wetenschap en technologie. Tijdens de dag krijgt de gebruiker een popup in kaartformaat op zijn scherm te zien. Dit kan een nieuw woord zijn om te leren, of een quiz met vragen van dingen die je al moet kennen. Je kan de popup wegklikken of openen, als je dit laatste doet dan zie je de volledige versie van de kaart en het antwoord op de vraag die op de popup is gesteld. De frequentie van het aantal popups stel je zelf in.


Popling Screencast from rob rhyne on Vimeo.

Popling is gratis, tenzij je het wilt gebruiken zonder lastig gevallen te worden door reclame, dan moet je betalen.

Met dank aan: Springwise

Mobiel… zijn we er klaar voor?

Dit was de titel van de CWIS-NL bijeenkomst van 17 maart. Vanwege de locatie (SURFnet) konden er niet zo heel veel mensen bij zijn dit keer en was het snel volgeboekt. Hopelijk volgende keer dus gewoon weer bij Mediaplaza.

kamphuis

De dag werd geopend met Toine Kamphuis van de Hogeschool Utrecht (centrum voor communicatie en journalistiek). Hij sprak over de uitdagingen en obstakels die je tegenkomt als je met mobiel aan de slag gaat. Nu is Kamphuis iemand die erg van het geschreven woord houdt en meent dat beelden subjectief zijn. Liever dus een korte tekst mobiel presenteren dan een afbeelding. Mijn nekharen gingen nog net niet overeind staan want kun je in een tijd waarin visuele geletterdheid naast “gewone” geletterdheid een belangrijke rol speelt nog vinden dat beelden niet zo belangrijk zijn? Is het niet zo dat jongeren meer met beelden hebben dan met tekst? En als het antwoord op de vorige vraag ja is, en als deze jongeren hun mobiel gebruiken om informatie te vergaren, moet je dan niet juist met beelden werken in plaats van met tekst?

Ik kan Kamphuis volgen als hij zegt dat het omzetten van webteksten naar mobiel niet voldoende is. Je moet eigenlijk nog meer knippen in de tekst en er nog kleinere brokken van maken om het op een mobiel leesbaar te krijgen. En ook begrijp ik dat je moet inspelen op de behoefte van de moderne informatieconsument die communicatie (netwerken) en nieuws updates en actualiteit belangrijk vindt en dat je mobiel op opnemen in de mediamix. Maar als Kamphuis dan aan het einde van zijn praatje zijn goeroepet op zet (zoals hij het zelf noemt) en zegt dat het eigenlijk nog te vroeg is om je met mobiel bezig te houden omdat het lastig is en veel geld kost, naast dat het tijdrovend en ondankbaar werk is om teksten over te zetten naar een mobiele versie. Sorry dan ben je mij dus gewoon kwijt.

De volgende spreker was Joost Ligtvoet van Biggerworks. Hij zegt dat mobiel je content aanbieden effectief betere resultaten geeft dan op het web hetzelfde doen en vindt mobiel nog steeds een erg innovatief medium. Zeker vanwege de locatiebepaling die tegenwoordig mogelijk is kun je inspelen op de context van waar de gebruiker zich bevindt. Belangrijke doelgroep om je op te richten zijn dan toch wel de 15-35 jarigen. Ook geeft hij wat getallen als het gaat om iPhone gebruik. Ik wist bijvoorbeeld niet dat iPhone gebruikers 5x meer surfen op internet dan andere mobielgebruikers die ook internet op hun mobiel hebben. En dat iPhone gebruikers 8x meer downloaden. Maar ook dat zij 3x meer aan social networking doen. Als gevolg hiervan komen contentpartijen met applicaties voor de iPhone en komen andere fabrikanten met iPhone look-a-likes. Ligtvoet pakt vervolgens zijn iPhone en Google-phone uit zijn tas en laat deze rondgaan. De Google-phone ziet er ook mooi uit en ik heb de kans gehad om er al wat langer mee te spelen maar voor mij is de Google-phone het nog net niet. Oke als je het kompas gebruikt en hiermee op zoek gaat naar interessante dingen in de buurt van waar jij staat is dat leuk, zinnig en handig. Maar de iPhone blijft voor mij gewoon handiger in het gebruik en de app-store zorgt ervoor dat ik de applicaties vind die ik wil gebruiken.

Ligtvoet geeft in zijn presentatie nog wat voorbeelden zoals Blyk, een dienst die binnenkort in Nederland gelanceerd wordt.

blyke

Blyk is een dienst die jongeren verbindt met hun favoriete merken (na invullen van een profiel) en elke maand gratis belminuten en sms-jes daarvoor in ruil teruggeeft.

Of de Heineken campagne rondom introductie van het nieuwe merk Jillz.

jillz

Vrouwen die in de kroeg de bluetooth van hun mobiel aanzetten kregen een berichtje en een gratis Jillz drankje. 40% van de vrouwen voelden zich aangesproken door het schatje bericht en kregen een gratis drankje. Succesvol dus volgens Ligtvoet. De vrouwen in de zaal hadden het schatje gedeelte liever niet geweten geloof ik.

En als laatste het voorbeeld van het Filmfestival Rotterdam waar je via bluetooth gratis mobiele filmpjes opgestuurd kon krijgen.

Bluetoothreclame.nl lanceerde in samenwerking met NPS en filmfestival Rotterdam haar nieuwste innovatie. Een interactieve zuil waarvan festivalbezoekers NPS Micromovies konden downloaden op hun mobiel. Via een touchscreen kon de bezoeker een keuze maken en de film via bluetooth op zijn mobiel downloaden. De downloadmogelijkheid werd in zeven theaters geboden. Deze interactie tussen een touchscreen en bluetooth is uniek. De filmfestivalbezoekers ontvingen een bericht op hun telefoon waarin ze werd gevraagd of ze van deze mogelijkheid gebruik wilden maken, 90% accepteerde.

Bron: Admanager

En als je als merk of instelling nu wilt dat meer mensen gebruik gaan maken van jouw mobiele site dan kun je altijd sms 9009 gebruiken. De consumenten sms-en MERKNAAM naar 9009 en krijgen gratis de link van de mobiele website terug. Superhandig om te gebruiken in advertenties of tijdens open dagen van bijvoorbeeld een universiteit.

Natuurlijk maakte Ligtvoet ook even reclame voor een mobiele site die zij gemaakt hebben en die binnenkort voor KFC wordt geïntroduceerd, maar dat was niet erg. Zijn presentatie was boeiend, interessant en leerzaam dus dat beetje reclame stoorde mij in ieder geval niet.

veelo

Kirsten Veelo van SURFnet liet vervolgens een aantal voorbeelden zien van mobiel en onderwijs. Zij vertelde over Mscape waarbij leerlingen met gebruik van een PDA buiten dingen doen. Zoals bijvoorbeeld rondlopen in Delft en ondertussen leren over Willem van Oranje waarbij de leerlingen meer leerden over geschiedenis dan dat zij dat doen met een boek in een leslokaal.
Mobiel leren gaat tenslotte over leren met mobiele techniek en kan dus meer zijn dan alleen een mobiele telefoon. Denk ook maar eens aan een Asus EEE of een Nintendo DS of een E-book reader.

Momenteel draaien er vijf pilots rondom mobiel leren bij het platform. Veelo noemt  WRTS.nl waarbij de leerlingen woordjes leren door gebruik te maken van een iPhone waarbij momenteel wordt getest welke groep (degene met of zonder iPhone) het beste de woordjes leert. Ook geeft zij het voorbeeld van het UMCG waarbij tijdens de college’s radiologie de studenten op een PDA rontgenfoto’s toegestuurd krijgen en door middel van het aanklikken van zones op de afbeelding op de PDA aan de docent laten weten of zij de stof goed begrepen hebben. De docent kan dan pas verder met het college als iedereen een antwoord heeft gegeven wat zorgt voor meer interactie en betrokkenheid. De studenten krijgen na het college de afbeeldingen mee op hun PDA zodat zij er thuis ook nog eens naar kunnen kijken.

Toch zijn er volgens Veelo nog technische drempels die ervoor zorgen dat implementatie niet zomaar uit te voeren is. Te denken valt aan kleine beeldschermen van de mobiel, traag internet, veilige netwerken zeker als het gaat om authenticatie van gebruikers, maar ook de veiligheid van de data. Ook zijn er onderwijskundige drempels, is mobiel wel een effectief en efficient leermiddel? Hier proberen zij antwoord op te krijgen door het doen van pilots.

Op de website mobielonderwijs.nl vind je meer informatie over de pilots en kun je ook het boek de wereld als leeromgeving downloaden.

Christian Hesselman van het Telematica Instituut liet ons een aantal voorbeelden zien van mobiel internet als extensie van de desktop. Waarbij hij twee trends waarneemt; een waarbij de mobiele telefoon als sensor dient en een waarbij de mobiele telefoon als interface wordt gebruikt voor andere diensten.

Voor de eerste trend gaf hij het voorbeeld IYOUIT oftewel een mobile 24×7 life recorder. Hierbij wordt de mobiel gebruikt als een apparaat dat alle informatie over je opneemt en deelt op internet en met vrienden.

iyouit

Volgens Hesselman wordt met IYOUIT rauwe sensordata naar een hoger niveau getilt. Het systeem herkend coordinatoen en vraagt aan de gebruiker of dit een plaats van betekenis is, hierna kan de gebruiker door middel van tags aangeven of dit zo is of niet. Bijvoorbeeld tags als kantoor, thuis, oma, etc. Het systeem kan ook automatisch taggen. Je maakt dan een foto en op basis van wat de camera ziet worden er tags aan het beeld gekoppeld. Momenteel wordt er gewerkt aan een holiday recorder waar locatie, weerconditie en foto’s samenkomen. Een digitaal vakantiealbum zeg maar. Geweldig speelgoed als je het mij vraagt, jammergenoeg niet beschikbaar voor andere telefoons dan de Nokia Series 60-terminal (2e en 3e generatie).

Voor een voorbeeld van de tweede trend liet Hesselman dit filmpje zien (een aanrader – helemaal afkijken dus!):

Aan het einde van de dag was er nog ruimte voor enkele praktijkvoorbeelden waarbij Stefan van den Dungen Gronovius (HAN) als enige het podium nam om te vertellen over de inzet van QR-code tijdens een open dag.

cwistwitter

Collega John vroeg op Twitter of iemand even een fotootje wilde maken en dat heb ik dus maar gedaan.

Edupunk, een nieuwe trend in leren?

Een paar weken hoorde ik een nieuwe term, Edupunk. Ik sloeg het op om er later nog eens beter naar te kijken en dat is wat ik nu ga doen.

Edupunk is volgens Wikipedia:

an approach to teaching and learning practices that result from a do it yourself (DIY) attitude. Many instructional applications can be described as DIY education or Edupunk. It describes inventive teaching and inventive learning.

Het gaat dus om nieuwe manieren van lesgeven en leren waarbij do it yourself een belangrijk onderdeel is. Wikipedia is er nog niet achter of deze term een pagina zou moeten krijgen en dus staan de pagina op de nominatielijst om verwijderd te worden.

Dit komt omdat Wikipedia de term Edupunk ziet als een Neologisme, oftewel een woord dat sinds kort bestaat en nog niet is opgenomen in woordenboeken, maar wel wordt gebruikt binnen bepaalde communities. En Edupunk is zo’n woord. De term is namelijk voor het eerst gebruikt op 25 mei van dit jaar op de weblog van Jim Groom. In een aantal posts gaat hij verder in op de term. Maar de term wordt vrij snel opgepikt door diverse andere bloggers, waaronder Stephen Downes.

De definitie die Downes aan Edupunk geeft is als volgt:

Edupunk is student-centered, resourceful, teacher- or community-created rather than corporate-sourced, and underwritten by a progressive political stance. …. Edupunk, it seems, takes old-school Progressive educational tactics–hands-on learning that starts with the learner’s interests–and makes them relevant to today’s digital age, sometimes by forgoing digital technologies entirely.

Downes ziet Barbara Ganley’s filosofie als het om leren en (digitale) expressie gaat als een goed voorbeeld. Maar ook Nina Simon wordt genoemd omdat zij de web 2.0 filosofie toepast op het inrichten van tentoonstellingen in musea.

Het muntje valt nog niet bij mij. Wat is Edupunk nu precies? Een YouTube filmpje maakt het iets duidelijker.

Het gaat dus om open content en open leren, Open Course Ware als voorbeeld. Het gaat ook om api’s, widgets en mashups, om het gebruik maken van content die al bestaat op een manier die leren en onderwijs mogelijk maakt.

Als een goed en bijzonder voorbeeld wordt een Wikiproject van de universiteit van British Colombia genoemd met de titel Murder Madness and Mayhem. In 15 weken hebben studenten nagedacht, gedeeld en meegeschreven in een open online omgeving (wikipedia). Het doel was om van een aantal geselecteerde artikelen een paar featured artikelen te maken, dus een artikel dat Wikiwaardig is en na beoordeling op een aantal voorafgestelde punten door de Wikipediaredactie geplaatst wordt. Momenteel is het zo dat 1 op de ruim 1100 artikelen op Wikipedia wordt beoordeeld als featured en zo’n artikel krijgt een bronzen ster in de bovenhoek. Het is dus erg bijzonder wat de studenten gedaan hebben. Want zij hebben het voor elkaar gekregen om 3 featured artikelen te schrijven en 8 artikelen die het predicaat goed hebben gekregen (dus bijna featured). De artikelen die de studenten hadden gekregen om als bronmateriaal te gebruiken waren niet goed of featured of bestonden zelfs niet. De docent heeft naar aanleiding van zijn experiment een wiki-essay geschreven waarin hij beschrijft hoe het proces is verlopen, maar ook aangeeft dat hij de studenten de kracht en zwakten van Wikipedia wilde laten ontdekken door ermee te werken.

Maar ik dwaal af. Edupunk daar gaat het nog steeds over. Wilfred Rubens viel het ook al op dat Edupunk als term steeds vaker genoemd werd op verschillende weblogs. Hij schrijft:

Het gaat dus om een stroming van -volgens mij- voornamelijk edubloggers die zich verzetten tegen het fenomeen dat bedrijven zoals BlackBoard tools als wiki’s, social bookmarking tools of weblogs integreren in hun ‘traditionele’ (t)e-learningproducten.

Als voorbeeld wordt op de verschillende blogs Blackboard genoemd. Blackboard gebruikt in zijn nieuwste versie weblogs en wiki’s. De content die in Bb geplaatst wordt, wordt hiermee niet opener. Het zit nog steeds achter een login en de eigenaar van de content legt zich neer bij de regels die het bedrijf, Bb in dit geval, daaraan stelt.

Nu kun je je afvragen of Edupunk als term blijft bestaan. Maar eigenlijk is dat niet relevant. Het is een – vind ik – mooie term die waarschijnlijk te verwarrend is en teveel verschillende betekenissen kan hebben. Maar het gaat om het idee achter de term en dat idee is goed. Het is natuurlijk prima als er een tegenbeweging ontstaat tegen de grote bedrijven die denken dat het toevoegen van web 2.0 onderdelen in bestaande omgevingen ervoor zorgt dat er gebruik wordt gemaakt van web 2.0 in het onderwijs. Maar het openbaar maken van content, het delen, het hergebruiken, dat kan niet in die bestaande commerciele systemen. En wordt het niet hoog tijd dat dat nu eens wel mogelijk wordt.

Gebruikt beeldmateriaal is afkomstig van Flickr – Punk van WhatWhat

I know that

iknowthat.gif

De makers van I know that willen met de site kinderen de liefde voor het leven-lang-leren bijbrengen en doen dit door middel van multimedia en op een interactieve manier van leren.
Op de site vinden kinderen allerlei verschillende manieren om te leren, van leuke games tot plekken waar zij zelf content kunnen maken. Wiskunde, taal en kunst komen allemaal aan bod. Voor elke leeftijdgroep zijn er andere digen om te doen.
Voor docenten zijn er docentenhandleidingen voorhanden en er is een docent/ouders forum.
Meer info: I know that

SURF Onderwijsdagen 2007 – Antoine van den Beemt over jongerencultuur, games en leren

De sessie die het meeste indruk op mij heeft gemaakt is de sessie van Antoine van den Beemt. Hij sprak over jongerencultuur, games en leren – het onderwerp van zijn promotieonderzoek. Van den Beemt zegt dat de uitspraken en opinies van anderen die over jongerencultuur gaan zijn gebaseerd op enkele cases, zoals bijvoorbeeld Prensky die vaak verwijst naar zijn eigen kinderen. Van den Beemt is van mening dat het daarom gaat om een geloof en niet om onderzoek. De bestaande informatie is mager en er zijn weinig boeken, tijd dus voor empirisch onderzoek.

Van den Beemt geeft geen oplossingen in deze sessie maar aandachtspunten, daarvoor gaat hij eerst in op de hedendaagse samenleving. De samenleving waarin wij nu leven is de laatmoderne samenleving. Deze samenleving is een combinatie van traditie en ambivalentie, chaos en complexiteit. Wij hebben een schijnbare keuzevrijheid binnen de traditionele kaders. Als je denkt aan consumptie dan heeft de consument een onnoemelijke keuzevrijheid en bestaan er veel opties en mogelijkheden. Als je dit terugbrengt naar het onderwijs dan bestaan er enorm veel domeinen waaruit je kunt kiezen. Naast deze keuzevrijheid ziet van den Beemt dat tradities nog steeds heel belangrijk zijn. Ook jongeren zoeken vastigheid, zij willen ook gewoon een gezin, een baan en een auto voor de deur.

Van den Beemt onderzoekt welke invloed de laat moderniteit heeft op jeugdcultuur en leren? Daarbij vraagt hij zich af of jongeren interactieve media gebruiken om betekenis te geven aan de “dubbele moraal” van de moderne samenleving.

Continue reading SURF Onderwijsdagen 2007 – Antoine van den Beemt over jongerencultuur, games en leren