Gestrand in Madrid

Je maakt het hopelijk maar 1x in je leven mee, stranden in een stad in het buitenland met geen idee wanneer je weer thuis zal zijn. Het overkwam mijn collega Wilma en mij en met ons nog duizenden anderen. De stad waar wij strandden heet Madrid.

Dat ik op zaterdag niet kon vertrekken werd in de loop van donderdag duidelijk. Maar eigenlijk maakte ik mij nog geen zorgen. Elke keer werd de tijd dat de vliegvelden open zouden gaan verschoven en iedere keer was er de hoop dat het wel zou gaan lukken. Op vrijdag had ik nog een congresdag met een diner en genoot ik nog van de stad. Maar zaterdag, zaterdag werd het ineens een heel ander verhaal.

Zaterdagochtend zaten Wilma en ik ’s morgens vroeg in de lobby van het hotel. Alle opties werden doorgesproken en met de gratis wifi konden wij nog wat zoekacties uitvoeren. De eerste gedachte was om te kijken of wij een trein konden krijgen. Dus samen op weg naar het treinstation. De rijen die wij daar zagen waren lang en het nummertje dat we moesten trekken liet ons zien dat er 90 mensen voor ons waren.
Toen wij een paar Engelse congresdeelnemers zagen werden wij enthousiast, wij hadden hen een uur eerder uit het hotel zien vertrekken. Wij vroegen of wij aan mochten haken en waren daarom al na 10 wachtenden voor ons aan de beurt. De eerste mogelijkheid om een treinkaartje te kunnen boeken was vrijdag….. Dus nog bijna een week wachten in Madrid…. Dat ging ons te ver. Wij sloegen het aanbod af, of dat slim was wisten wij toen nog niet.

Inmiddels hadden wij begrepen dat het huren van een auto onmogelijk zou zijn. Een Nederlandse vriend van Wilma die 300 kilometer onder Madrid woont heeft daar nog een auto proberen te huren en was ook niet geslaagd.

Toch maar naar het vliegveld dan, om in ieder geval ons ticket om te boeken.

Koen Rotteveel (DOK) en zijn vriendin Tina belden regelmatig om te horen hoe of wat. Ook zij kwamen naar het vliegveld. En toen Wilma en ik al een uur in de rij stonden schoven zij bij ons aan. Van een van de Deense deelnemers wisten wij dat het drie uur zou duren voordat wij geholpen zouden worden. Ondertussen kwamen dames van de KLM langs om ons een telefoonnummer te geven dat wij konden bellen zodat wij niet hoefden te wachten. Maar wij gingen nergens heen, wij bleven gewoon staan, wachten, slimme oplossingen bedenken om thuis te komen.

Een aantal ideeen:

  • liften
  • auto kopen
  • touringcar huren
  • Nederlandse vrachtwagenchauffeurs zoeken
  • twitter inzetten om mensen te zoeken die ook gestrand waren
  • twitter inzetten om hulp te krijgen
  • fietsen of met een brommer naar huis rijden
  • iemand vanuit Nederland laten komen in een auto om ons op te halen (kun je iemand zo gek krijgen….)
  • afwachten

Inmiddels kwamen op twitter berichten voorbij dat wij maar moesten genieten van die paar extra dagen van Madrid. Maar genieten zit er niet in als je niet weet of je nog een week moet blijven of misschien nog langer. Het is al helemaal niet genieten als je gewoon heel graag naar huis wilt. Je gaat niet de toerist uithangen als je opties om terug te komen aan het uitzoeken bent. Dat is het enige waar je aan denkt. En fijn op een terras zitten…. wat al niet kon omdat het regende in Madrid…. dat zat er dus niet in.

En in die rij op het vliegveld bedachten wij dat iemand ons op moest komen halen. Wilma haar auto stond tenslotte in Delft. Maar iemand alleen laten rijden is ondoenlijk dus moesten wij twee chauffeurs regelen en een busje, omdat Wilma’s auto met twee chauffeurs en ons vieren te klein zou zijn. En geld om de chauffeurs de benzine en tol te laten betalen. Het kostte ons ongeveer twee uur en een aantal telefoontjes om een chauffeur te regelen. We hebben echt iedereen die wij kenden ingezet. Toen dachten wij nog dat de chauffeur op zaterdag zou gaan rijden. Om 5 uur ’s middags hebben wij dat idee opgegeven. Het werd maandag lunchtijd voordat iemand kon gaan rijden. Nu is het zo dat iemand van onder de 21 geen auto mag huren (dachten wij toen) en onze chauffeur was 20. En dus hadden wij een chauffeur die wel een vriend mee wilde nemen maar geen auto. Collega Linda bracht uitkomst, in dit noodgeval mochten wij haar busje wel lenen.

En toen was het 8 uur en hadden wij eindelijk tijd om te genieten van de stad in de wetenschap dat wij, als alles meezat, woensdag weer thuis zouden zijn. Wij gingen uit eten met onze Belgische collega bij een waanzinnig goede Italiaan. Na het eten teruggewandeld naar het hotel en daar werden wij aangeschoten door mede Liber board members. De Denen hadden misschien een touringcar geregeld voor maandag. Het was nog niet zeker maar als het zou lukken konden wij met die bus mee naar Parijs. En toen werd het ineens toch weer anders, moesten wij ons op zondagmorgen melden in het hotel voor het laatste nieuws en ’s middags om 6 uur weer om te betalen en het reisplan door te nemen.

En in zo’n lobby van het hotel gaan dingen ineens een eigen leven leiden. Mensen horen je praten, ook al spreek je veel Nederlands en soms een beetje Engels. Wildvreemden schieten je aan, ook zij willen mee, maar wij hadden ook niet alle informatie. Het enige dat wij konden zeggen was dat zij zich om 18.00 uur in de lobby van het hotel moesten melden en geld moesten meenemen.

Een aantal Nederlanders die wij in die dagen spraken beloofden ons op de hoogte te houden van hun vorderingen. Ook wij hadden dat aan hen beloofd dus toen wij gingen bellen dat wij een bus hadden voor maandag bleek het ene stel al in een taxi naar Amsterdam te zitten en de andere groep ook al onderweg te zijn. En ook al is het begrijpelijk dat mensen in zo’n situatie aan zichzelf denken, het viel mij toch tegen.

Uiteindelijk kwam de bus redelijk vol, met zo’n 40 personen vertrokken wij dus op maandagmorgen op weg naar Parijs.

Het was de planning dat wij om 2 uur ‘s nachts in Parijs zouden aankomen. Dit werd iets later. Maar onze chauffeurs waren er, misschien niet helemaal wakker, maar met een aantal energiedrankjes en af en toe stoppen voor een frisse neus lukte het prima. En dus kwamen wij de volgende ochtend vroeg in Nederland aan.

Je maakt het maar 1x in je leven mee. Je beseft je dat het er midden in zitten anders is en voelt dan dat je het van de zijlijn meemaakt. Het is fijn dat alle vliegtuigen weer vliegen en iedereen (met vertraging) weer naar huis kan. En misschien met de kennis die ik nu heb, hadden wij moeten wachten. En misschien hadden we dan kunnen genieten van de musea en andere bezienswaardigheden in Madrid. Maar met de kennis die wij toen hadden denk ik dat wij de beste beslissing hebben genomen. Ik heb deelnemers van de conferentie veel beter leren kennen tijdens de busreis en weer wat bezoekjes aan buitenlandse bibliotheken in de planning. De reis van 22 uur is dus niet voor niets geweest. Wij hebben weer een mooi verhaal om te vertellen.

Liber Architecture Group – pre-seminar visits

Deze week ben ik in Madrid voor de Liber Architecture Group Seminar met de titel Fit for what purpose? Planning libraries for the users of the future. Het seminar is interessant voor bibliotheekmensen die te maken krijgen met een verbouwing van de bibliotheek of nieuwbouw. Op de sprekerslijst staan collega’s die hier al mee te maken hebben gehad en architecten, maar ook wordt er gesproken over nieuwe technologie en de bibliotheek als onderdeel van een groter geheel zoals bijvoorbeeld een historisch centrum. Het seminar wordt elke twee jaar gehouden en eerlijk is eerlijk, ik had nog niet eerder van deze groep gehoord totdat ik gevraagd werd om deel te nemen in de programmacommissie. De deelnemers komen uit alle landen van Europa en het zijn er ongeveer 130.

Vandaag stonden de pre-seminar visits op het programma. Oftewel een bezoek aan drie bibliotheken in de buitenwijken van Madrid.
Wij begonnen bij de Biblioteca Regional de Madrid Joaquin Leguina. Hier kregen wij een inleiding over de verschillende bibliotheken die wij gingen bezoeken.  In Madrid zijn een groot aantal boekenlezers. 4 van elke 10 boeken worden in Madrid verkocht en 1 op de 4 boeken in Spanje bevindt zich in Madrid. En dus zijn er 232 openbare bibliotheken, 13 bibliotheekbussen en een aantal bibliotheekmetro’s (bibliotheken in metrostations).

De Biblioteca Regional de Madrid Joaquin Leguina is gehuisvest in een oude brouwerij die in 2002 is verbouwd tot bibliotheek. Een bijzonder gebouw met nog oude details die bewaard zijn gebleven. De bibliotheek is 12.500 m2 groot en opgericht om het bibliografisch erfgoed van Madrid te behouden en te ontsluiten. Dit betekent dat het een bibliotheek is waar iedereen mag komen maar waar niets geleend mag worden. Ik zag dan ook voornamelijk jonge mannen die achter de internetpc’s aan het werk waren. Veel bezoekers waren er niet en dat is ook een van de problemen, gebruikers hebben moeite om de bibliotheek te vinden.

De tweede bibliotheek was Biblioteca Publica Usera Jose Hierro. Deze openbare bibliotheek is heel hoog, wel 7 verdiepingen en wordt door de architect omschreven als de tower of knowledge. Deze bibliotheek is in 2003 gebouwd en omvat 4.138 m2. De ruimtes waren groot en hoog en een enkele boekenkast stond in de weg van het vrije uitzicht. De jeugdafdeling was groot maar niet heel gezellig. Er waren ook geen kinderen maar dat kan omdat de ruimte wellicht pas later op de dag open zou gaan. Wat ook opviel waren de dames die de boeken terugzetten en die handschoenen droegen.

En de laatste bibliotheek die wij bezochten was de Biblioteca Publica de Carabanchel. Dit gebouw is nog niet af en wordt als alles goed gaat in mei geopend. De buitenkant is een betonnen blok met af en toe een raam, maar de binnenkant is waanzinnig mooi open, wit en een uitzicht over de stad waar je alleen maar wouw op kan zeggen. Meteen vroeg ik mijzelf af, wordt het niet heel warm in de zomer, maar hier schijnt in de bouw rekening mee gehouden te zijn. Ik vond het kleurgebruik van de meubels soms mooi (bij de stoelen aan de tafels) en op andere momenten echt heel lelijk (banken en poef). Maar smaken verschillen en misschien is het kleurgebruik wel heel erg Spaans.

Foto’s van deze werkbezoeken vind je hier.

Gebruikt beeldmateriaal: MnGyver op Flickr

15 th Seminar of The LIBER Architecture Group

Sinds deze week is het mogelijk om je in te schrijven voor het 15 th Seminar of The LIBER Architecture Group dat in april 2010 in Madrid plaatsvindt. Het thema van het symposium is Fit for what purpose? Planning libraries for the users of the future.

Op 12 en 13 april zijn er werkbezoeken naar onder andere de bibliotheek UNED University Library (Universidad Nacional de Educación a Distancia) en de Biblioteca Pública de Guadalajara.

Op 14 april start het symposium. Het programma vind je hier.

En dan op 17 april is er nog een bezoek aan Toledo, als je daar zin in hebt natuurlijk.

Als je mee wilt met de werkbezoeken en aanwezig bent bij het symposium betaal je 350 euro. Als je met meer mensen van dezelfde organisatie komt betalen de tweede, derde, etc. deelnemers minder voor het symposium.  Het bezoek aan Toledo kost 70 euro en is zoals gezegd optioneel. Inschrijven voor 1 februari geeft korting.

liber

Het programma ziet er goed uit en ik ben erbij. Maar dat komt vooral omdat ik sinds dit jaar als vertegenwoordiger vanuit Nederland in de programmacommissie zit.

Liber Architecture Group Meeting – Parijs

Van woensdag 30 september tot vrijdag 2 oktober was ik in Parijs voor de Liber Architecture Group Meeting. Deze groep is onderdeel van Liber (Ligue des Bibliothèques Européennes de Recherche – Association of European Research Libraries) en houdt zich bezig met de uitwisseling van ervaringen tussen bibliotheken en architecten binnen Europa om op die manier informatie te verzamelen over nieuwbouw- en herinrichtingsprojecten. Dit doen zij door de organisatie van een tweejaarlijks symposium. Het volgende symposium vindt plaats in Madrid in april 2010.

Het interessante aan het symposium, dat 5 of 6 dagen duurt, is dat het niet alleen lezingen zijn die worden gehouden, maar dat er ook werkbezoeken worden georganiseerd. Zo ook tijdens deze Liber Architecture Group Meeting die plaatsvond om het symposium van volgend jaar voor te bereiden. Met een groep van 9 personen (bijna allemaal directeuren van universiteitsbibliotheken) bezochten wij de Nationale Bibliotheek van Frankrijk in Parijs, de Bibliothèque Sainte-Barbe en de Bibliothèque de la Sorbonne.

Nationale Bibliotheek Frankrijk

Marie de Laubier (curator in charge of the refurbishment program) vertelde ons iets over het verbouwings- en herinrichtingsproject. Het project heeft de naam Richelieu gekregen en is al erg lang bezig. Voor Marie waren er al twee andere projectleiders bezig met dit project.

Marie de Laubier
Momenteel bestaat het gebouw uit 58.500 m2, heeft de bibliotheek een collectie van 13 miljoen boekbanden, 350.000 kranten- en tijdschrifttitels en 20 miljoen items in bijzondere collecties, zijn er verschillende leeszalen en tentoonstellingsruimten, 4 restauratieateliers, 450 medewerkers en heeft de bibliotheek eigen brandweermannen. Het gebouw is in zeer slechte staat, zeker als het gaat om brandveiligheid en toegang voor gehandicapten. Het Richelieu-project omvat drie instituten die in 2016 in een vernieuwd gebouw plaats nemen. Het gaat om het BNF (Nationale Bibliotheek Frankrijk), BINHA (geschiedenis van Frankrijk) en de École des chartes.

Met de verbouwing wil de Nationale Bibliotheek bereiken dat er een betere toegang voor het publiek wordt gegeven, betere werkomstandigheden voor het personeel en betere omstandigheden voor de collectie, maar ook wil zij de diensten voor het publiek uitbreiden – met name een educatief programma voor kinderen waar nu geen ruimte voor is. Om de werkzaamheden uit te kunnen voeren gaat de bibliotheek niet in zijn geheel dicht maar is de bibliotheek in twee zones verdeeld die om beurten worden afgesloten. De architect die de bibliotheek heeft uitgekozen is Bruno Gaudin. Het budget is 200 miljoen euro, wat veel lijkt, maar als je in het gebouw rondloopt merk je dat er veel gedaan moet worden en dat het budget wellicht niet voldoende zal zijn om alle plannen te realiseren.
De verbouwde bibliotheek krijgt twee ingangen, een via de nieuwe hoofdingang en een via de tuin. Ook wordt er nagedacht over creation of common space waaronder een boekwinkel en een café. Ook worden ruimtes die nu nog zijn afgesloten voor het publiek geopend. En de collectie wordt ook aangepakt door het te digitaliseren, de ambitie is om 3 miljoen afbeeldingen per jaar te doen.

Bibliothèque Sainte-Barbe

Na het bezoek aan de Nationale Bibliotheek was het tijd om de Bibliothèque Sainte-Barbe te bezichtigen. De directeur François Michaud vertelde ons over het verbouwingsproject. Omdat ik geen aantekeningen heb gemaakt moet ik even uit mijn hoofd vertellen wat mij is bijgebleven. Het gebouw is pas geleden opgeleverd en zit er nog erg fris en schoon uit.

François Michaud
Het is er heel erg stil. Met François Michaud had ik nog een discussie over deze stilte omdat ook in de algemene ruimten niemand met elkaar aan het kletsen was. Hij vertelde dat het wel gepraat mag worden maar dat dat nog niet is gecommuniceerd en dus houden de studenten zich stil. Er zijn in het gebouw enorm lange zalen met tafels en boekenkasten. Blauw is een kleur die veel wordt gebruikt. De gietvloeren glimmen erg, je moet hier van houden. Vanaf de binnenplaats heb je zicht op alle gebouwen en zie je de studenten de bibliotheek gebruiken. Onder de binnenplaats bevindt zich het depot. Als je op de binnenplaatst staat zie je ook een soort van souterain, dit schijnt in Frankrijk heel gebruikelijk te zijn bij oude gebouwen. In dat souterain zijn hoge ramen, uiteraard voor het licht en is de oorspronkelijk staat van het gebouw hersteld. Dit betekent vloeren van mozaik, kleuren als turquoise en bruin en tochtgaten boven de ramen en deuren. Dit betekent ook dat in de marmeren tafels houten planken zijn geplaatst voor de stopcontacten, zodat studenten met een laptop ook gebruik kunnen maken van deze ruimte. Of hier veel studenten gaan zitten is de vraag, het zal er namelijk in de winter erg koud zijn.

Bibliothèque de la Sorbonne

De volgende dag begon om 9 uur de vergadering. Tot half twee spraken wij over het symposium, het programma, de bezoekjes aan de verschillende bibliotheken rondom Madrid en aanverwante zaken.

sorbonne
Na de lunch kregen wij van Philippe Marcerou een rondleiding in de Bibliothèque de la Sorbonne. Wat mij opviel was dat er bij de ingang van deze bibliotheek beveiligers staan die iedereen die binnenkomt controleren. Studenten laten hun pasje zien en gasten, zoals mijn groep, moeten onder begeleiding naar binnen. Als je in het gebouw rondloopt zie je waarom er wordt verbouwd. Het is oud, brandgevaarlijk en niet langer geschikt om te werken of te studeren. Voor dit project is 28 miljoen euro beschikbaar en de verbouwing zal naar verwachting in 2013 klaar zijn.

Als ik in dit soort gebouwen rondloop en zie wat er allemaal gedaan moet worden dan heb ik bijna medelijden met de projectleiders van deze projecten. Want waar begin je? En hoe omvat je zo’n grote verbouwing? En om nu iedereen die zich hiermee bezighoudt te informeren en te laten delen is het Liber Architecture Group symposium opgezet. Volgend jaar dus in april, in Madrid. Als ik meer informatie heb zal ik die hier delen.

Al met al waren het interessante dagen in Parijs. Zo ontmoette ik de grondlegger van het Learning Centre concept Graham Bulpitt. Zat ik aan tafel met een groot aantal directeuren van Europese universiteitsbibliotheken. En kon ik af en toe Nederlands praten met Sylvia van Peteghem, bibliothecaris van de bibliotheek van de Universiteit van Gent. En kreeg ik vragen als waarom de bibliotheek van de TU Delft al zo snel na de bouw een herinrichting aan het realiseren is. En misschien is 12 jaar na de bouw snel te noemen, maar in mijn ogen is het hard nodig om de wensen van de huidige studenten tegemoet te komen.