Digivaardig & Digibewust: een werkgroep over veiligheid

Lang twijfelde ik of ik zou gaan, naar die eerste bijeenkomst van de werkgroep Ouders en kinderen veilig online. Ik had mij op 5 februari aangemeld voor deze werkgroep (en voor de werkgroep Digibeten: offliners worden onliners) toen ik bij de kick-off was van het programma Digivaardig & Digibewust. Ik twijfelde omdat ik niet goed wist wat ik moest verwachten en omdat ik het gevoel had mij bij de verkeerde groep te hebben aangemeld vanwege het woordje veilig in de titel van de werkgroep.

Ik besloot toch te gaan. Met het idee, als het niets is, meld ik mij weer af en is er verder geen man over boord. De bijeenkomst werd gehouden in het nieuwe gebouw van ECP.NL-EPN in Leidschendam. Marjolein Bonthuis van ECP/EPN opende de meeting door iedereen zichzelf even voor te laten stellen. Het was een bont gezelschap aan tafel. Zo zag ik iemand van TNO, UPC, een mediacoach, de VOB, MTV & Nickelodeon, Digital Playground, Netwerk 6 producties, Vereniging Openbaar Onderwijs, IBM, ministerie van Economische Zaken en van het Mediawijsheidexpertisecentrum. Later schoven er nog meer mensen aan, waaronder Carola van Mama’s online. Haar had ik eerder gezien, bij een dag van het Mediawijsheidexpertisecentrum, met haar mocht ik toen speeddaten en ik weet nog dat ik er een beetje een vreemd gevoel aan had overgehouden. Ik kan mij nog herinneren dat zij kinderen het liefste achter de pc vandaan wilde halen en ze buiten wilde laten spelen. Toen ik begon over gamen in de bibliotheek…… Laten we het er op houden dat wij in compleet andere werelden leven.

Maargoed een gemengd gezelschap met verschillende standpunten en ideeen. Op zich interessant genoeg zou je zeggen. Alleen jammer dat de focus van de sessie steeds meer verschoof van algemeenheden naar veiligheid en op het einde het alleen nog maar ging over kinderporno op internet en cyberpesten. Begrijp mij niet verkeerd, ik vind het juist heel goed dat hier tegen wordt opgetreden en dat er iets aan wordt gedaan, maar het is niet iets dat deze groep op kan lossen. Hier moeten andere ministeries zich mee bezig houden. En eigenlijk vond ik het een beetje jammer dat het die kant op ging. Oke, de groep heeft veiligheid in de titel. Maar veiligheid kan op heel veel manieren en het kan zelfs ook vanuit een positieve kant benaderd worden. Tijdens deze meeting werd het meteen weer zo negatief en dat vond ik jammer.

De presentatie die Ancella Evers (VOO) deed over een idee dat subsidie heeft gekregen sneeuwde een beetje onder. Zij was voor dit idee op zoek naar partners en er waren een paar mensen aan tafel die reageerden. Maar het kwam niet echt van de grond. Of dit nu aan het idee ligt of aan de interesse van de tafelgenoten, ik ben er nog niet uit.

En toen het gesprek ook nog ging over een leeftijdsgrens aan wie deze werkgroep aandacht gaat schenken (op mijn initiatief dat weer wel) en deze grens gezet werd bij 18 jaar toen was ik helemaal teleurgesteld. Ik denk namelijk dat er een enorme grote groep vergeten gaat worden in de campagnes rondom mediawijsheid en ook binnen dit initiatief, deze groep is de groep studenten en 40/50-ers. Moeten zij niet geholpen worden om mediawijzer te worden? En wie pakt dit dan op? Wij hadden vanuit UGame – ULearn een voorstel geschreven voor een subsidie dat het niet haalde. Nu vind ik dat jammer maar wij vinden ergens anders wel geld. Waarom? Omdat ik het superbelangrijk vind dat er eens verder gekeken wordt dan scholieren, pubers en (vergeef mij) bejaarden.

Nu dacht ik al eerder dat dit niet de juiste groep voor mij was (ik twijfelde niet voor niets om wel of niet te gaan) en ik heb dat ook uitgesproken in een kort gesprekje met Marjolein dat wij aan het einde van de meeting hadden. Voor de werkgroep Digibeten was ik dus niet aangemeld en dat wordt alsnog geregeld. Ik denk dat ik daar een meer zinvolle bijdrage aan kan doen namelijk. Of ik nog een keer bij deze groep aanhaak, ik laat het even in het midden. Ik wacht de interactie die op de Linkedin groep plaatsvindt nog even af en besluit dan om mij al dan niet af te melden.

UGame – ULearn – een symposium over Nieuwe Media, Marketing en Mediawijsheid

UGame - ULearn - symposium poster

Uitnodiging UGame – ULearn Symposium

Meer info: www.ugame-ulearn.com

En Annemarie van Gaal heeft er ook zin in!

Het woord ‘bibliotheek’ is misschien wel het meest ouderwetse woord wat ik ken en ‘communicatie’ is een platgeslagen begrip. Maar in mijn voorbereiding op deze dag ben ik er van overtuigd geraakt dat deze twee woorden samen met ‘UGame – ULearn’ een revolutie gaan creëren. Een nieuwe wereld met nieuwe regels, inzichten en kansen. Ik kijk, net als u, enorm uit naar 23 april.

Wim Veen en Moqub

Gister hield Wim Veen ter opening van de Mediawijsheid Markt bij Beeld & Geluid in Hilversum een presentatie. Niets aan de hand, ik genoot rustig van een kopje thee en de omgeving. Op een gegeven moment had Wim het over Plaxo Pulse, een site om met vrienden in contact te blijven, en liet hij de pagina zien waar onderstaande tekst op stond.

Het was een bericht dat ik ‘s morgens in de trein op weg naar Hilversum via Twitter de wereld ingeschoten had. Wim en ik zijn geconnect op Plaxo en dus wist hij dat ik onderweg was. Nu kennen Wim en ik elkaar, wij zijn collega’s en hadden die ochtend al even gedag gezegd tegen elkaar. Groot was mijn verbazing toen Wim zei: ik weet niet wie Moqub M is, maar blijkbaar is deze persoon hier ook. Hij vroeg ook aan de zaal waar is Moqub… dus ik stak mijn vinger op. Wim was ook verbaasd en zei: ik wist niet dat jij Moqub was.
Achteraf wist Wim natuurlijk best dat ik Moqub was, alleen was hij dat even vergeten. Hij gaf ook toe dat als hij op de naam had geklikt en mijn foto had gezien hij natuurlijk de link wel had gelegd.

Maar wat ik bijzonder vind en dat blijf ik bijzonder vinden, is dat je door het aan elkaar knopen van verschillende diensten (Twitter en Plaxo Pulse) een ontzettend groot bereik hebt. Zonder dat Wim en ik vrienden zijn op Twitter weet hij toch dat ik ook in Hilversum was.

Zo las ik bij Timon_nl dat JeroenGerth ook in Hilversum aanwezig was. Ik voegde Jeroen aan mijn Twitter leeslijstje toe en kwam erachter dat wij woensdag ook bij dezelfde Surfnet meeting in Utrecht waren. Twitter maakt de wereld heel groot maar tegelijkertijd ook heel klein.

Is online lezen ook echt lezen?

Sommige mensen lezen graag een boek, anderen lezen liever op een andere manier, bijvoorbeeld online. Maar zeg nou zelf, dat is toch gewoon hetzelfde, lezen is toch lezen, onafhankelijk van de device?

Lezen in het digitale tijdperk wat betekent dat nu eigenlijk? Momenteel is er een debat gaande tussen beleidsmensen uit het onderwijs en lees-experts. Zij discussiëren over wat lezen nu eigenlijk is en wat lezen dus niet is. Sommigen zijn namelijk van mening dat het urenlang afstruinen van internet de vijand van lezen is. Zij zeggen dat dit surfgedrag funest is voor geletterdheid, aandachtig ergens mee bezig kunnen zijn en daarnaast de leescultuur om zeep helpt.

Anderen zijn van mening dat het internet voor een nieuwe manier van lezen heeft gezorgd. Zij vinden dat het web jongeren juist inspireert om te lezen en schrijven (online) in plaats van voor de televisie te gaan hangen. Jongeren die online lezen, schrijven, commentaar geven of zich verdiepen in verschillende visies van anderen, verbinden zich net zo veel met teksten die zij tegenkomen dan diegene die een boek lezen.

Bovenstaande is gebaseerd op een artikel van de NY Times dat ongeveer twee weken geleden verscheen. Wilfred Rubens schreef er toen ook al over. Het artikel is natuurlijk doorspekt met Amerikaanse voorbeelden. Maar geldt hetzelfde niet voor de Nederlandse situatie?

Op de website van het taaluniversum vind ik een pdf waarin traditionele geletterdheid wordt vergeleken met digitale geletterdheid.

Traditionele en digitalegeletterheid zijn in hoge mate met elkaar verstrengeld en er is sprake van eenwederzijdse beïnvloeding. Vaak wordt opgemerkt dat de digitale geletterdheid niet alleen een nieuwe vorm van lezen en schrijven heeft gevormd, maar tegelijkertijd ook de traditionele geletterdheden beïnvloedt. Die traditionele geletterdheid kan niet meer los gezien worden van de ontwikkelingen in de nieuwe media. Wie vandaag een boek leest, houdt zich niet meer enkel bezig met papier. De leeservaring wordt vaak uitgebreid door het opzoeken van extra informatie op internet, het opzoeken van recensies, het discussiëren op fora, etc. Wie over literatuur of cultuur wil schrijven, blijft niet bij het boek, de cd, de film steken, maar betrekt gegarandeerd Google of een andere zoekrobot in zijn onderzoek. Lezen lijkt bijna onvermijdelijk aan te sporen tot surfen. In die zin is ook de traditionele geletterdheid interactief geworden.

Lezen is daarmee niet langer verbonden met alleen tekst. Lezen is een ervaring geworden, een belevenis, iets wat je kan voelen en zien. Iets ook, waar dankzij het internet, iedereen aan mee kan doen. Niet langer ben je afhankelijk van een uitgever om jouw verhaal te delen met het grote publiek.

Nadeel van terminologie is dat het soms de lading niet helemaal dekt of veel meer dekt. Voor mijn gevoel gaat digitale geletterdheid over meer dan alleen (online) lezen, maar ook mediawijsheid is meeromvattend, net als nieuwe geletterdheid. Maar ik dwaal af. Het gaat om online lezen en of dat wel het echte lezen is. Blijkbaar speelt deze vraag in Nederland nog niet zo want er is niet veel over te vinden. Dat de Amerikanen hier een debat van maken verbaast mij eigenlijk wel. Is het zo belangrijk dan of online lezen wel of geen lezen is? Worden jongeren er slechter van als zij wel online lezen en niet uit een boek? Blijkbaar denken er mensen van wel want er wordt onderzoek naar gedaan.

En ik denk dan, hebben we echt niets beters om ons druk om te maken? Waarom zijn we niet blij dat er in ieder geval gelezen wordt, ook al zijn het internetpagina’s en geen (wereld)literatuur. Sommige mensen (zowel jong en oud) houden nu eenmaal niet van boeken lezen maar wel van online lezen. Juist omdat het geen dikke boeken zijn, maar korte stukken tekst met afbeeldingen. En nee we hoeven ook geen oordeel te hebben over wat er gelezen wordt. Natuurlijk kunnen we jongeren leren over het vinden van betrouwbare informatie en hoe zij moeten zoeken. Laten we dat vooral blijven doen. En voor de rest, ieder zijn eigen ding en er vooral geen debat over voeren. Dat doen ze maar lekker aan de overkant van de plas.

Ook aandacht voor het NY Times artikel op Volkskrant Opinie.

Met dank aan: Weblogg-ed.

Gebruikt beeldmateriaal is afkomstig van Flickr – Day 14 – Visual Representation of a Reading List van Margolove

Creative Learning Studio/Lab

Vorige week woensdag was ik in Amsterdam om te kijken en te luisteren naar wat de Waag Society (en anderen) te vertellen hadden over Creative Learning Studio/Lab. Voordat het officiele programma begon nam Eboman (inclusief SenSorSuit) korte filmpjes op die hij bewerkte tot een muziekstuk met beweging. Er werd gezegd dat dit filmpje online zou komen maar ik kan het nog niet vinden en dat is jammer wat ook ik kom er in voor.

Na de opening van Henk van Zeijts (directeur Creative Learning Lab) was het tijd voor Anna van Someren (creative manager Media Literacy van MIT). Anna sprak over Corporate Media Studies een onderdeel van MIT dat zich bezighoudt met culture in plaats van technology. Henry Jenkins in bij dit onderdeel van MIT projectleider van een zestal projecten en New Media Literacies is daar een van. Dit project legt de focus op onderwijs. Anna refrereerde vaak aan de whitepaper van Jenkins die hier (pdf) te vinden is en de titel Confronting the Challenges of Participatory Culture: Media Education for the 21st Century gekregen heeft.

In de whitepaper wordt gesproken over 12 vaardigheden die tieners zouden moeten bezitten. Dit zijn play, simulation, performance, appropriation, multitasking, distributed cognition, collective intelligence, judgement, transmedia navigation, networking, negotiation en visualization. Daarnaast zijn de vier E’s belangrijk. De vier E’s zijn exercise (develop technical skills and cultural competencies, exemplars (critically analyze media text), expressions (create new media content) en ethics.

Om deze vaardigheden en E’s te leren aan tieners worden er drie initiatieven gestart. De eerste is het opzetten van een Learning Library.
Op de website staat:

We are currently in alpha phase, designing a framework that will go live on October 2008. This framework will house a collection of interactive learning modules offering teens a rich variety of ways to explore and practice the skills needed in the new media culture. Learning modules consist of online, offline, individual, and group activities, launched by media prompts. Examples of media prompts include video interviews with media makers, animations, data visualizations, and podcasts. Activities offer various ways for teens to “close the loop” by creating material in response to what they’ve experienced.

Voor dit onderdeel is MIT nog op zoek naar partners die eigen collecties voorbeelden maken waarmee de bibliotheek gevuld kan worden. Als voorbeeld laat Anna Reading in a Participatory Culture zien waarbij het gaat om het remixen van bestaande content om nieuwe content te maken, in dit geval het verhaal van Moby Dick. Hoe zij dat doen kun je zien in dit filmpje. Een ander voorbeeld is Cosplay. Hierbij worden kostuums gemaakt naar aanleiding van bijvoorbeeld kostuums die comic of anime karakters dragen in strips. Tijdens het dragen van de kostuums worden foto’s gemaakt en deze worden weer geplaatst op de website cosplay.com. Een bijzondere community. Anna gebruikt dit voorbeeld omdat een van de leden van deze community leren terwijl zij bezig zijn met datgene dat zij leuk vinden. Zo leren zij te zoeken naar informatie, deze samen te vatten en te gebruiken, maar ook de (onloine) vriendschap speelt hierbij een belangrijke rol. Volgens Anna vaardigheden die je in deze tijd niet kan missen.

Het tweede initiatief is de Teachers’ Strategy Guide. De eerste guide die gemaakt wordt is Reading in a Participatory Culture. Deze guide (bestaande uit 6 onderdelen) zal in de herfst van dit jaar getest worden op een aantal scholen.

Het derde initiatief is de Ethics Casebook (in samenwerking met Harvard). Meer hierover is op deze website te vinden.

En ook al zijn de drie initiatieven nog lang niet uitgewerkt of bewezen, toch hoopt Anna dat er volgend jaar lokale initiatieven zullen ontstaan en dat de Learning Library zal worden gevuld met internationale content.

Na Anna van Someren wordt het Creatief Onderwijsmanifest door het Platform Educatie & Creatieve Sector door Willem-Jan Renger (HKU) en Marleen Stikker (Waag Society) uitgereikt aan de Directeur Generaal Cultuur en Media (OC&W) Judith van Kranendonk. Helaas kon zij niet komen en nam Bart Hofstede het manifest in ontvangst. De speech had hij wel van Judith van Kranendonk gekregen en die kon hij, na ontvangst van het manifest, voorlezen. Het manifest kon ik aan het einde van de middag meenemen, maar dat ben ik in alle haast vergeten (dom dom dom). Maar waar het manifest om gaat is of scholen/docenten goed omgaan met vraagarticulatie ofwel het benoemen van mediaklachten/vragen. Nieuwe media is prachtig maar wat kun je er eigenlijk mee? En vooral belangrijk, als je dan een mooi project hebt gedraaid met een briljant eindproduct, hoe schaal je dan op? Willem-Jan Renger neemt het podium over van Marleen Stikker en vertelt over het debat dat over de betekenis van termen is gevoerd door de makers van het manifest. Maar hij vertelt ook over het nog niet klaar zijn van het onderwijs voor de veranderende jongeren, of dat er weinig ruimte is voor experimenterende docenten. Opmerkingen als ach die nieuwe media dat leren jongeren wel thuis, dat hoeft niet op school hoor je nog dagelijks en dat is jammer. Niet iedereen heeft thuis de mogelijkheid om met nieuwe media te experimenteren. Daarnaast is nieuwe media niet transparant en waar leer je dan beter hoe om te gaan met die nieuwe media dan op school.
Bart Hofstede vertelde over het nieuwe expertisecentrum Mediawijsheid dat een dag later geopend zou worden. De 140 initiatieven die daar zijn aangemeld wordt door het expertisecentrum aan elkaar verbonden.

Na deze sessie was het tijd voor een carrousel programma waar ik in drie rondes kennis maakte met de diensten van de Waag Society. Het project Mijn naam is Haas (HKU) kreeg in een van deze sessies tijd om te vertellen over het initiatief en de opschaalproblemen waar zij nu tegenaan lopen. Iets waar ik mij heel goed in kan verplaatsen. De demo/game die voor UGame – ULearn wordt gemaakt is op 15 juni klaar en ook in onze hoofden speelt nu de vraag… en hoe nu verder?

Mediawijsheid – het centrum

Eindelijk gaat het expertisecentrum Mediawijsheid haar deuren openen. De website staat al online met een hele mooie mediawijsheidkaart (met een CC 3.0 licentie zodat ik hem met naamsvermelding mag gebruiken, YES).

Het expertisecentrum zal een netwerk van organisaties zijn waarbij bestaande mediawijheid initiatieven worden gebundeld. Op de mediawijskaart is te zien welke initiatieven er allemaal in Nederland al aanwezig zijn en dat zijn er meer dan 140. Indrukwekkend hoor. Maar het bundelen van krachten is niet het enige dat het centrum gaat doen, zij gaat ook onderzoek doen en innovaties op het gebied van mediawijsheid stimuleren.

En ook de openbare bibliotheek speelt een rol in dit geheel. Hier zullen loketten komen waar ouders met al hun vragen over media en onderwijs terecht kunnen en aan workshops kunnen deelnemen.


Een van de initiatieven die ik opgenomen op de kaart is UGame – ULearn. En ook al is de url van de website verkeerd (het is tenslotte .com en niet .nl) Binnen een dag aangepast! Ik vind het dus gaaf om te zien dat wij op de kaart staan. Wil je weten welke initiatieven er nog meer op de website zijn opgenomen, kijk dan onder de knop zoeken en klik op een categorie of kies een programmalijn.