learning in context workshop

De afgelopen twee dagen was ik, samen met collega Willem, in Brussel voor Learning in Context Workshop. De organisatie van de workshop was in handen van (Open Universiteit) Centre of Learning Sciences and Technologies CELSTEC &  Network of Excellence STELLAR.

In this workshop current innovative practices on the use of mobile learning and research from the domain of Technology Enhanced Learning will be joint.  Contextualized learning will be addressed from different angles, including

  • case-studies from industry, Higher Education and Secondary Education
  • Current and future Research issues, and
  • Visions for the future of applying mobile learning in education and training.

In the 2-day event in Brussels a small group of experts has been invited to work with educational professionals from industry, formal education and CPD who have some experience in the application of Mobile Learning.

Vanwege vertraging met de trein kwamen we iets later binnen bij de presentatie van Marcus Specht met als onderwerp context. Specht begon met een uitdaging:

ontological challenge: what is context and can we conceptualize it to better understand learning in context?

# context is multidisciplinair
# context is er altijd
# context is dynamisch & gecreerd in de interactie
# context is sociaal
# context is verbindend

engineering challenge: what are the opportunities for technology to enhance learning in context ?

Met als uitgangspunt – als technologie verdwijnt omdat het ge-embed wordt, hoe verandert dit dan het leren?

#sensor technology can record data in a scalable way / sensors worden in allerlei apparaten opgenomen en kunnen veel data opslaan
#cloud technology can support seamless learning trajectories / als de data in de cloud wordt opgeslagen kun je er vanaf overal bij
#AR technology can augment your perception of a context …
#display technology can create feedback loops … / artikel in wired dat zeker de moeite waard is als je dit onderwerp interessant vindt
#display tech. can support awareness and reflection.
#visualisation technology can support personal sense making.

The plan: how to model and design this: ambient information channels -> AICHE

Artefacts, channels en users bevatten allemaal contextuele informatie, deze verzamelen, verrijken, synchroniseren en gebruiken voor leren. Oftewel:

AICHE brings together context-aware computing, semantic- web technologies, instructional design for adaptive and personal learning, HCI aspects as tangible computing and IOThings.

Samenvattend: 

#1 context is complex and always.
#2 engineering challenges need to focus then technology …
#3 … can enhance learning to be more dynamic, flexible, personal, social, connected … put in context.

John Traxler besprak de toekomst van mobiel en contextueel leren… als die er al is. Als Taxler terugkijkt op de experimenten die er zijn gedaan met contextueel mobiel leren dan ziet hij dure, geinstitutionaliseerde dingen maar ook dat het tegenwoordig veel goedkoper en eenvoudiger is geworden. De experimenten waren in het begin ook kleinschalig, gefixeerd op een kleine groep van veelal early adopters. Het waren de enthousiastelingen die de projecten deden. Als een project werd gesubsidieerd kreeg iedereen hetzelfde apparaat om mee uit te proberen. Er was ook niet veel anders.

Maar werd dan het artifact of de activiteit gesubsidieerd?

Tegenwoordig bezitten de gebruikers de technologie. Het is niet langer als voorheen waarbij je mensen hun leven verbeterd door technologie en na de test zegt dank je wel en nu het apparaat teruggeven. Traxler vraagt zich terecht af of dit wel ethisch verantwoord was.

Maar goed nu hebben gebruikers de technologie in handen en kun je dit gebruiken. Daarnaast is de technologie robuust en een onderdeel van het dagelijks leven. Je wilt niet dat commerciele partijen de rol van de onderzoekers overnemen maar hoe ga je dit voorkomen? En hoe ga je om met docenten die met verschillende soorten devices worden geconfronteerd (BYOD) en niet weten hoe hiermee om te gaan. En stel je eens voor een docent wordt door een student gecorrigeerd omdat die student met zijn mobiel toegang heeft tot internet en dus dingen op kan zoeken. Is dit dan een voorbeeld van disruptive learning en wat is dan de aard van de disruption. En Taxler vraagt zich ook nog af hoe het zit met de onderzoeken die worden gedaan, wordt alles wel verteld, welke informatie zien wij niet. En dan is er nog het dilemma van mobiel en contextueel leren, want dat betekent in Zuid-Afrika iets anders dan in Europa.

Norbert Pachler vertelde ons iets over the socio-cultural ecological approach to mobile learning. Het werk van de London Mobile Learning Group is in deze erg interessant om te volgen.

Mobiele technologie/devices worden steeds belangrijker. Lerenden maken deze technologie zich eigen door middel van:

  • identity formation
  • social interaction
  • meaning-making
  • entertainment
  • learning in informal contexts
Pachler vraagt zich af: en als dit dan is wat studenten doen waarom verbieden wij mobiele devices dan in het klaslokaal?

En er is een transformatie gaande. De wereld is niet langer stabiel, vast en voorspelbaar. Het individu is veel meer in controle en de wereld ligt aan zijn voeten. Zeker met de komst van mobiele technologie. Pachler ziet mobiele devices dan ook als culturele bronnen met een zeer belangrijke rol als het gaat om leren, grenzen en contexten worden overschreden.

the boundary and context crossing (user-generated contexts) mobile technologies enable in the context of learning; opportunities for learning in informal contexts

De lerenden willen hun kennis en hun begrip van de wereld op een eigen manier vormgeven. Dit heeft gevolgen voor geletterdheid. Tekst is multimodel, dynamic, fluid, contingent, multiply authored and ‘shared’ en consequently provisional.

‘text’’ making is being governed by new practices, aesthetics, ethics and epistemologies; the relationship between producers and users of artefacts is becoming increasingly blurred; the relationship of the user with the cultural artefacts they engage with in the process of knowledge production is frequently one of re-use underpinned by a fundamentally different attitude towards text

Hierna ging Pachler in op wat leren is, welke condities er nodig zijn om te leren en hoe die vorm te geven. Hij ging wat dieper in op de Circle of Knowing Building and Sharing van Brown & Adler uit 2007 en hij vraagt zich af waarom wij mobiele technologie hier niet voor gebruiken.

Om mobiele technologie vervolgens vanuit een sociaal-cultureel en ecologische standpunt te bekijken heb je die elementen nodig die interactief zijn met elkaar. Dit zijn structures, agency en cultural practices. Hier komen dan nieuwe manieren van leren uit:

  • learning as purposive work with cultural resources
  • seeing ones life-worlds framed both as a challenge and as an environment and a potential resource for learning
  • expertise is individually appropriated in relation to personal definitions of relevance
  • the world has become the curriculum populated by mobile device users in a constant state of expectancy and contingency
  • interrelationship between target-orientation, self-representation and play
Vervolgens gaat Pachler in op user generated context en de rol van mobiele devices hierin. Het is met de komst van mobiele devices dat verschillende contexten tegelijk binnengebracht kunnen worden. Voorheen was dit niet mogelijk. Maar wanneer is een app goed? Hij geeft een lijst met uitgangspunten om een app op te beoordelen. Pachler verwijst naar de weblog van learning in hand omdat hier – als het gaat om apps  voor het onderwijs – goede informatie te vinden is, zoals deze.

Na deze 3 wat meer algemene visionaire presentaties was het tijd voor de projecten. Agnes Kukulska-Hulme van de Open Universiteit in de UK vertelde over context in mobile language learning. Kukulska-Hulme haar presentatie bevatte een statement:

a proficient language user… creates or finds meaning not simply by relying upon what is spoken in an utterance or written in a text… but by depending on the contrast between what is spoken or written and what could have been but is not…

… [so] the mobile device can be seen as a means for rendering visible what is crucial but otherwise invisible to the uninitiated learner

een vraag:

will mobile technologies/ activities play a role in bringing language (learning) to life?

enkele uitdagingen:

learners’ distance from the teacher
learners’ discovery and capture of new language/experiences
resources to support coping strategies & development of competences in situ

en een conclusie van wat zij uit onderzoek geleerd hebben:

General
popularity of voice recording, video, taking photos
mobile devices used for planning, structuring, reflecting
good fit with daily routines such as on the way to work
games used to fill ‘deadtime’

Language learning
motivational–frequent practice
notable variety of mobile media–increasing opportunities for communication

What learners want
formal and informal learning combined in a cyclical way
facilities to capture their attempts at communicating
opportunities to find mobile study-buddies

Meer informatie op I AM LEARN.

Roland Klemke gaf ons een inkijkje wat mobiel leren betekent in het vakgebied van de logistiek. Waarbij logistiek een erg mobiel vakgebied is maar je wel wilt dat het veilig blijft. Je ziet het al voor je een vrachtwagenchauffeur die tijdens het rijden met zijn mobiel aan het leren is.

Volgens Klemke is het mogelijk bij de volgende setting:

mobile education always bound to the concrete task context
formal educational topics not yet allowed to be taught in mobile way
acceptance of mobile learning increases with additional services

En hij geeft voorbeelden van apps die gebruikt worden. Zijn conclusie is als volgt:

education in Logistics is usually intervoven with concrete requirements
educational processes have to be synchronized with logistic processes
education is highly individualised

Eric Slaats vertelde enthousiast over iFontys.  Ik schreef al een keer eerder over iPresent dus dat zal ik niet nog een keer doen. Op 10 april is er een iFontys evenement waar alle projecten worden gepresenteerd.

En Marco Kalz gaf alvast enkele conclusies die zij uit een pilot met iPads bij de Open Universiteit in Nederland hebben getrokken. De pilot bestond uit 6 maanden, 4 cursussen & 12 studenten met een gemiddelde leeftijd van 29,5. Elke maand vulden de studenten een vragenlijst in. En de algemene conclusie is dat studenten flexibeler zijn met een mobiel device, dat zij de tijd beter gebruiken en nieuwe manieren leren toepassen. Maar ook dat er weinig adoptie is en dat de studenten weinig andere dingen met de iPad deden dan het gebruiken voor de pilot.

Een vakgebied (defensie) waar ik niet zo veel mee heb was het onderwerp van Christian Glahn zijn presentatie. De presentatie is op slideshare te vinden en dus embed ik hem hier.

Voor de afsluitende sessie van Erik Duval vertelden Stefaan Ternier and Fred de Vries over het project Mobile Augmented Reality in Higher Education waar het tegenwoordig gaat over een gemengde realiteit.

De voorbeelden die zij lieten zien zijn terug te vinden op deze portal van de Open Universiteit.

En toen kwam Erik Duval, na een lange dag binnenzitten terwijl buiten de zon scheen, was dit zeker de moeite van het blijven waard. Ik zag Duval al eerder, op de Onderwijsdagen en was toen al erg onder de indruk en ook nu weer, Duval is een heuse verhalenverteller en heeft enorm veel humor. Zijn presentatie staat nog niet op slideshare maar zal daar snel verschijnen.

worlds is complex -> messy and personal

En als het dan gaat over Learning Analytics en mobiele devices dan is het eigenlijk heel eenvoudig. Mobiele devices zijn voor Learning Analytics belangrijk omdat:
  • ze hebben een sensor
  • ze staan altijd aan

Maar er zijn ook issues:

  • wat kun je meten als het om leren gaat? tijd, geproduceerde artefacts zoals blogposts, tweets, sociale interactie, locatie
  • wat is er geleerd
  • hoe zit het met big brother en hoe wordt er naar je gekeken

Tijdens het diner wordt er verder gediscussieerd over de sessies van vandaag. Interessante materie maar vooral ook veel vragen die er nog zijn. Het zijn de experimenten die er nu voor zorgen dat we dingen leren, te weten komen, tegenaan lopen. Maar vooralsnog weten we nog niet precies welke kant het op gaat.

De tweede dag begint met een presentatie van Volker Zimmermann. Ik vond deze presentatie iets te commercieel dus heb niet veel opgeschreven. Het enige dat ik de moeite waard vond en zeker nog wel wil onderzoeken is het enthousiasme van Zimmermann over ePub3 (interactiviteit in ebooks toevoegen).

Tijd voor de workshop! In 5 groepen dachten we na over de toekomst van mobiel onderwijs met vragen als: 2017 – het onderwijs vindt niet langer plaats in een schoolgebouw, hoe ziet het mobiele onderwijs er dan uit? Wat voor milestones zijn er en als we morgen beginnen wat gaan we dan doen? Ik zat in de groep die nadacht over (middelbaar) beroepsonderwijs en ik mocht na drie rondes discussie de presentatie doen.

Alle groepen hadden interessante issues. De groep beroepsonderwijs zag wel problemen als het gaat om het leren van vaardigheden waarbij je je handen nodig hebt zoals haren knippen, muurtjes metselen, schilderen, etc. Hoe je dit mobiel wilt leren bleef voor onze groep een grote uitdaging. Wel zagen we mogelijkheden bij beroepsonderwijs dat erg ICT gerelateerd is.

En wat neem ik mee naar huis na 2 dagen Brussel? Ik heb veel geleerd over onderzoeksprojecten die met mobiel onderwijs te maken hebben, ik heb nieuwe mensen ontmoet waarvan ik weet dat ik van sommigen op de hoogte wil blijven van wat zij doen, ik weet dat wij als TU Delft niet achter de troepen aanlopen aangezien de troepen ook nog niet goed weten welke kant het op gaat, ik heb inzicht gekregen in hoe ons beleid er uit moet gaan zien (geen beleid maar eerder uitgangspunten en criteria – je wilt flexibel blijven) en ik heb fijn samen kunnen werken met Willem, even weg van de TU Delft is dat gemakkelijker dan on campus.

innovatie, inspiratie en discussie

De afgelopen week was ik bij twee bijeenkomsten die in het teken stonden innovatie, inspiratie en discussie. Ik bezocht deze twee bijeenkomst vanwege mijn interesse in mobiel en de toepassingen daarvan in het onderwijs.

De eerste was Innovatie door Inspiratie in Maarssen, georganiseerd door SURFnet & Kennisnet. De dag werd geopend met een presentatie van Christian van ‘t Hof en Jelte Timmer (beide van het Rathenau Instituut) die ging over hoe internet ons leven leidt en die een samenvatting is van een boek dat binnenkort (27 maart) verschijnt.

Van ‘t Hof legt uit hoe het zit met hoe internet ons leven leidt. Bijvoorbeeld als je de stemwijzer invult tijdens de verkiezingen. Deze site is gratis en makkelijk te gebruiken maar bepaald wel een belangrijke beslissingen in ons leven. Dit soort sites zijn voorgeprogrammeerd.

Voorprogrammeren geeft de gebruiker meer mogelijkheden maar ontneemt ze ook. Dat voorprogrammeren helpt merk je dagelijks. Op Twitter krijg je suggesties wie je kan volgen. Of Lexa, je krijgt suggesties van dames/heren die bij jou passen, doel van deze site is natuurlijk wel dat je lid wordt en betaald voor de dienst. Soms is voorprogrammeren verleiden maar soms ook misleiden. Als bijvoorbeeld het vinkje bij ja staat ingevuld onderaan een webformulier.

voorprogrammeren is nieuwe dimensie in het bevatten van internet

Met een team hebben ze voorgeprogrammeerde sites onderzocht op 3 niveau’s. De voorbeelden die van ‘t Hof liet zien (google, lexa, twitter, facebook etc.) is het microniveau – de interactie tussen de gebruiker en de interface.

Het mesoniveau zijn de organisaties die erachter zitten, de bedrijven, maar ook de overheid en de aanbieders, hiervan zijn de businessmodellen onderzocht. Meeste van de sites zijn gratis dus hoe zit dat nu precies. Inkomsten komen natuurlijk van (subtiele) reclames. Die reclames gaan steeds meer over jou, passen goed bij jou, want ze worden aangepast op jouw klikgedrag. En wat nu in opkomst is zijn de identity providers, je kan inloggen met je facebookaccount op andere sites. Je voorkeuren worden opgeslagen en hergebruikt en de provider geeft aan dat je een echt en betrouwbaar persoon zijn. Single-sign-on met een afhankelijkheid.

Ook op het macroniveau, het internet als geheel, zijn trends waar te nemen. Zoals commercialisering, monopolisering en personalisering.

de paradox van de massapersonalisatie

Van ‘t Hof legt uit. Als je een website ziet, dan zie je een gepersonaliseerde website, met reclames die bij jou passen, vormgegeven voor jou. Aan de andere kant van dat scherm zitten bedrijven die profielen maken, die hokjes samenstellen van gebruikers die voldoen aan meetbare variabelen. Soms past zo’n reclame of vormgeving bij jou maar soms ook helemaal niet. Blijkbaar hoor je in het laatste geval bij een profiel wat in grote lijnen bij je past, maar net niet helemaal goed is.

Voorprogrammeren reduceert keuzes, maar vergroot ze ook. En dat is een dilemma, want waar heb je meer keuze en waar niet? En let er eens op hoe persoonlijk internet wordt, steeds vaker zie je foto’s van (echte) mensen verschijnen terwijl het computers zijn die achter die accounts zitten.
Van ‘t Hof geeft als tip: check de default. Soms staan instellingen zo dat gegevens met elkaar gedeeld worden, zoals Google en Facebook doen. Je hebt ooit aangegeven dat het mag, maar later wil je dit misschien niet meer. Af en toe instellingen controleren kan geen kwaad.

Best handig dat Google meteen suggesties doet bij je zoekterm. Of vind je het vooral irritant? Waarom heeft Facebook alleen een knop voor ‘vind ik leuk’ en niet ‘vind ik stom’? En die pop-up met “gaat u akkoord met de Algemene Voorwaarden?”. Klik je altijd “ja” of klik je hem weg?

Klikken is kiezen op internet. Dat kan handig zijn, maar soms word je tot iets verleid waar je niet om heb gevraagd. Of soms zijn de knoppen en teksten vooral grappig of irritant. Met deze prijsvraag zijn we op zoek naar ervaringen van internetgebruikers.

Zie je dit soort voorprogrammeringen (handig, irritant, grappig, etc) meld ze dan aan op www.rathenau/nl/webstrijd. Je kan er 199,99 euro mee winnen. Op 27 maart wordt de winnaar bekend gemaakt.

Jelte Timmer vertelt vervolgens nog iets over de aanpak waarbij 7 cases met 20 experts werden benaderd. Zij keken naar Google, Facebook/Hyves, datingsites, foursquare, gezondheidssites, stemhulpen en twitter. Ook werkten zij samen met de Haagse Hogeschool, met studenten van de minor Human Technology. De zogeheten Haagse Hackers.

Zij stelden zichzelf in het onderzoek drie vragen:

  • hoe worden we gestuurd
  • welke partijen sturen vanuit welke motieven
  • welke maatschappelijke trends en lange termijn effecten

hier werd een analyse op 3 niveau’s (micro, meso, macro) van gemaakt.

De presentatie van Christian van ‘t Hof staat hier, die van Jelte Timmer hier. Meer informatie over het onderzoek/project voorgeprogrammeerd is hier te vinden.

Vanuit de zaal kwam de tip om de RamBam uitzending van 13 februari te kijken.

Get Microsoft SilverlightBekijk de video in andere formaten.

De rest van de dag stond in het teken van presentaties van innovatieprojecten. Ik luisterde voor de lunch naar Akke Faling (Pabo Leiden) die vertelde over het (iPad) project Coach in the Pocket.

Naar Paul Dirckx (Fontys) die vertelde over synchroon coachen met videocommunicatie en naar Anne-Petra Rozendal en Monique Orlemans van de Universiteit Utrecht die iPads hebben ingezet in de praktijklessen.

Wat mij is bijgebleven aan de twee iPad projecten is dat het niet zozeer om de iPad ging (of misschien juist wel). Dat wat het doel was van de projecten had ook met andere devices gerealiseerd kunnen worden. In sommige gevallen zelf beter. En dan vraag ik mij af, waarom de iPad? En wat is de toegevoegde waarde van de iPad geweest? Waarom niet met een ander device? Eventueel met twee verschillende om de voor- en nadelen naast elkaar te kunnen zetten. Het leek er op alsof eerst de iPad er was en er daarna een project bij bedacht is.

Na de lunch leerde ik meer over Augmented Reality bij de Vrije Universiteit en over wiki’s bij het vak levensbeschouwing.

Tijdens de borrel heb ik nog nagepraat met oude (en nieuwe) bekenden. Het SURFnet/Kennisnet innovatieprogramma, waar deze dag de afsluiting van was, is nu ook echt afgesloten. Het geld is op.

Afgelopen woensdag was ik bij de SIG Unwired (SIG = Special Interest Group) bijeenkomst.  Er waren twee presentaties en er stond een discussie over het jaarplan op de planning.

Frank Thuss vertelde over Learning on the GO bij de HAN.

Wat ik meeneem uit zijn presentatie is het idee om in een soort van Grassroots – pilots te doen om op die manier te onderzoeken waar de meerwaarde ligt van mobiele toepassingen. Dat ze bij de HAN uitgaan van bestaande technologie en apps vind ik ook heel slim. En dat het erg lastig is om concrete opbrengsten te formuleren. En misschien is het daar ook gewoon nog te vroeg voor. Misschien is dit juist de tijd van de experimenten en gaan we over een paar jaar pas grootschalig mobiel toepassen in het onderwijs.

Pierre Gorissen blogde live mee, hier vind je zijn verslag.

Floor Grouw van Saxion Hogescholen vertelde over hun project. Zonder gebruik van de beamer. Ouderwets, geen afleiding van beeld. In het project bij Saxion Hogescholen gaat het vooral om de juiste omgeving, dus de juiste infrastructuur, voldoende stopcontacten, overal wifi, maar ook kennis van zaken. Floor zag een grote behoefte aan best practices. Maar hij zag ook een verschuiving van netbooks naar tablets en van windows naar apple.

Het project mobile@saxion staat voor/onderzoekt:

  • gebruik van mobiele apparaten zo goed mogelijk faciliteren
  • onderzoeken wat goede tools zijn en adviseren – approved by …
  • als docenten tablet krijgen dan krijgen ze bedrag erbij om apps te kopen
  • hoe zorg je dat docenten geen stapels papier hoeven mee te nemen, gesprekken met uitgevers
  • docenten onderhouden zelf laptops maar tijd die hen dit kost is zo klein mogelijk

Pierre Gorissen blogde live mee, hier vind je zijn verslag.

Kisten Veelo vertelde nog iets over de vernieuwde SURFspace website waarna we onder leiding van Frank discussieerden over de eerste versie van het jaarverslag. Het lastige is dat in het jaarverslag het thema is opgedeeld in subthema’s. Toch merk je dat bijna iedereen die aanwezig is, interesse heeft voor alle subthema’s. En waarvoor kies je dan? Daarnaast staan we aan het begin van de ontwikkelingen van mobiel in het onderwijs. Er zijn voorbeelden van, zoals wij het in Delft noemen, educatie en informatie. Maar niemand weet nog precies welke kant het opgaat.

Het komende jaar informeren de leden van de SIG Unwired elkaar op de SURFspace. Hier discussieren we ook over het jaarplan en die richting die we als SIG op willen gaan. Heb je een mening over mobiel in het onderwijs, wil je die delen en wil je mee discussieren, meld je dan aan bij de SIG. Iedereen is uiteraard van harte welkom.

TU Delft & mobiel

Al enige tijd heeft de TU Delft een mobiel app, iTU Delft genoemd. Deze is zowel voor android als iOS beschikbaar en voor de andere platformen is er een mobiele website. Om de app meer onder de aandacht te brengen is er promotiemateriaal gemaakt. Ik vind de poster zo mooi geworden dat ik hem graag hier plaats.

Zoals je ziet staat Bb learn in de app opgenomen, voor Android is dit zo maar voor iOS nog niet. Op Willem’s blog lees je waarom.

gadget coffee

We zagen het voor onze ogen ontstaan, collega Karin en ik. Na een vergadering waarin een collega met een tablet-pc had gewerkt vroegen andere collega’s wat het precies voor soort laptop was, wat je er mee kon doen en of het beviel. De collega van de tablet-pc beantwoordde alle vragen en Karin en ik liepen naar buiten. Hier moeten we iets mee dachten we allebei. Het idee voor de gadget coffee was geboren.

Wat is een gadget coffee? Eigenlijk is het heel simpel. Je vraagt de collega’s met gadgets om op een bepaald ogenblik hun gadget te komen showen aan collega’s die er niets van weten, of iets van weten maar graag nog wat willen vragen. Een show & tell dus. Je neemt je gadget en koffie mee en Karin en ik zorgden voor iets lekkers erbij.

Op 27 oktober was het zover. Ongeveer 25 collega’s waren erbij, met of zonder gadget, met of zonder vragen. Het was heel gezellig, er werd veel gediscussieerd. Moet ik kiezen voor Apple of Android? Wacht ik op Windows8/Windows Mobile? Een tablet of een laptop? Wat voor mobiele telefoon zal ik kiezen? Sommige problemen werden ter plekke opgelost. Zo met zijn allen weet je best veel.

Zelf had ik mijn ereader en iPad meegenomen. Ik liet hetzelfde boek zien op beide devices. En ook al ben ik dol op mijn ereader, de meeste collega’s konden toch de iPad niet loslaten. Ermee spelen mocht, de gadget coffee was juist ook om te spelen.

We hebben de gadget coffee gekoppeld aan ons project IKwerk! (het nieuwe werken bij de TU Delft Library). Een aantal vragen komen dan meteen op zoals, gaat mijn leidinggevende dit soort gadgets voor mij kopen, als ik ze zelf koop hoe zit het dan met gebruik (wat gebeurt er als hij tijdens het werk kapot gaat of wordt gestolen), als ik nu iets zelf koop en de organisatie besluit volgend jaar om iedereen een gadget te geven, etc. Vragen waar we nu nog geen antwoord op hebben maar hopelijk in de loop van komend jaar wel. Iedereen snapt dat met de bezuinigingen op komst er misschien niet veel geld is voor gadgets en sommigen vinden het ook niet erg om een eigen device mee te nemen. Maar we moeten het er wel een keer serieus over hebben. Zeker als we papierloos gaan werken want dan is een gadget (tablet, laptop, mobiel, etc.) een voorwaarde voor succes.

Apple Seminar Leren met mobiele devices: The New Classroom

Afgelopen maandag was ik met collega Willem bij het Apple Seminar Leren met mobiele devices: The New Classroom in Amsterdam. Bill Rankin had ik vorig jaar ook al horen spreken maar deze man is zo inspirerend dat een tweede keer luisteren zeker niet als vervelend kan worden bestempeld. We mochten geen foto’s maken dus ik heb dit keer geen begeleidend beeldmateriaal.

Bill Rankin: the New classroom – how Information Technology is transforming Educational space

Volgens Rankin wacht momenteel iedereen op iedereen als het gaat om het radicaal wijzigen van het onderwijs met behulp van mobiele technologie. Hij ziet het als baanwielrenners die ook op elkaar wachten, totdat iemand los gaat en probeert te winnen. Als diegene in het onderwijs los gaat zal er, volgens Rankin, veel veranderen. Hij geeft een paar cijfers; 80% van de 0-5 jarigen gebruikt eens per week internet, 70% van deze leeftijdsgroep gebruikt dagelijks een mobiele telefoon (maar misschien heb ik dit verkeerd opgeschreven want het lijkt een beetje veel voor kinderen). Met dit in ons achterhoofd vraagt Rankin zich af hoe een nieuw klaslokaal er uit moet zien. Hij neemt de ruimte waarin wij zitten als voorbeeld. Netjes in rijen, hij staat voor ons en levert informatie. Na een paar uur zitten deze stoelen echt niet lekker meer. Er is weinig licht. Stoelen verplaatsen is niet mogelijk. Het leren is in deze ruimte passief.

Rankin heeft vijf onderdelen waarop hij een ruimte beoordeeld.

  • structuur (hoe is de ruimte opgebouwd, licht, ramen, etc.)
  • oriëntatie (hoe zit iedereen, waar staat de docent)
  • flexibel (kun je dingen verplaatsen)
  • gereedschap (wat voor soort gereedschap is er, staan er pc’s, kun je het licht dimmen, temperatuur verlagen, etc.)
  • infrastructuur

Rankin laat ons vervolgens nadenken over – wat hij noemt – de power differences. Aan de ene kant van de zaal zitten de nooduitgangen, dat is een verschil. Rankin heeft een microfoon, ook een verschil met de rest van de aanwezigen. Zijn deze verschillen erg? Hebben wij Rankin nodig om informatie te vinden over een bepaald onderwerp. In dit geval, het voorbeeld, Sugata Mitra. De conclusie, wij hebben Rankin niet nodig. Sugata Mitra zegt dat je voor onderwijs toegang en community nodig hebt. In de zaal waar wij nu zitten doen we niet aan community vorming, we zitten naast elkaar, neuzen dezelfde kant op. Maar tijdens de koffie en de lunch hebben we wel mogelijkheden, dan kunnen we met elkaar kennis maken, bijpraten en discussiëren. Rankin trekt de lijn door naar het onderwijs. In de manier  waarop wij onderwijsruimten inrichten houden wij geen rekening met communityvorming.

Vervolgens maakt Rankin de stap naar mobiele devices. Is het – als je gebruikt maakt van deze technologie – belangrijk waar je je bevindt. Rankin ziet de mobiele device als een productiestudio. Wij gaan van een consumptie- naar een creatiemodel. Wij creëren content en delen dit met anderen in een community. Het informatiemodel is gewijzigd en daarmee ook de inrichting van de ruimte.

Rankin ziet het als volgt

more access yields more participation -> more participations yields more custodianship -> more custodianship yields more diversity – more diversity yields more access.

We kregen een nieuwe opdracht van Rankin, namelijk het antwoord vinden op de vraag hoe je vuvuzela geluid uit een bestaande opname van een voetbalwedstrijd kan filteren. Hoe deden we dit, we discussieerden met de persoon naast ons, misschien zelfs met die daarnaast. Draaiden we ons om? Nee. Verplaatsten we onze stoelen? Nee. Toch weten we dat het niet optimaal is om naast elkaar te zitten als je zo’n opdracht krijgt. De mensen met een laptop of tablet waren in het voordeel. Zij zochten het antwoord gewoon op.

In onze generatie en de generaties boven ons is het belangrijk om het antwoord te vinden. De generaties onder ons vinden gebruiken belangrijker dan vinden. Jongeren gebruiken het materiaal en gaan van daaruit verder. Vreemd is het dus wel dat we klaslokalen ontwerpen die gericht zijn op vinden, terwijl de jongere generaties vragen om omgevingen waarin zij kunnen gebruiken. Rankin gaat nog een stap verder. Vroeger ging informatie naar 1 punt – de docent – hier werd de omgeving voor gebouwd. Nu – denk aan het internet – hebben wij toegang tot een informatie matrix. Maar onze klaslokalen zijn nog steeds hetzelfde ingericht. Er zijn veel voorste rijen, veel schermen, veel groepsplekken en er is flexibel meubilair. Maar de wereld is ons klaslokaal geworden.

In the digital age Information is a commodity -> informational delivery -> the architecture of creation and participation

En nu is het wachten op de eerste wielrenner die het lef heeft om harder te gaan rijden.

(Bron afbeelding Bill Rankin)

Martijn Luijks – Thieme Meulenhoff

Na Bill Rankin kwam Martijn Luijks van Thieme Meulenhoff aan het woord. Het is best erg maar wat mij het meest is bijgebleven is dat hij continu zijn laptop en iPad wisselde (met de wisseling van kabel naar de beamer). Niet dat wat hij liet zien op de iPad ook niet als een slide in powerpoint getoond kon worden. En dat leidde dus af, maar ik heb wel wat aantekeningen gemaakt.

Bron afbeelding: schooltas.q42.com

Luijks sprak over SCHOOLTAS, een (gratis) iPad app van de uitgever. Sinds de komst van de iPad vragen docenten en directies aan de uitgever om na te denken over een app. Werkt dat een boek op de ipad? Werkt een ipad in de klas? Om deze vragen te kunnen beantwoorden onderzocht Thieme Meulenhoff de mogelijkheden en ontstond SCHOOLTAS 1.0, die vanaf januari 2010 in de appstore beschikbaar was. Met deze app kun je de schoolboeken lezen en gebruiken. Dit grijpt minimaal in op het onderwijsproces. Iedere leerling heeft een eigen device waardoor er een nieuw speelveld voor leren ontstaat, met als veilig vangnet het boek.

Op 6 domeinen wil Thieme Meulenhoff nog ontwikkelen:

  • samenwerken
  • social networks (delen met het netwerk)
  • interactie (werken met werkboeken en audiofragmenten)
  • intelligentie
  • augmented reality
  • gamification.

Kees Versteeg – Hondsrug College

Kees Versteeg (rector Hondsrug College) vertelde een mooi verhaal over de digitiek van de toekomst – leren op maat via de iPad. Het project heet Leren op Maat waarbij iedere leerling op deze school een iPad krijgt. Niet omdat het een leuk device is maar omdat de school het onderwijs wil veranderen. Hier wordt onderwijs iets dat persoonlijker is, met persoonlijke content en organisatie op maat. De rol van de docent verandert hiermee ook. Hij wordt iemand die de leerling helpt iets te vinden. En dat spreekt eigenlijk het verhaal van Rankin tegen waarin het vinden niet het belangrijkste is, maar het gebruiken. Deze nieuwe vorm van onderwijs wordt niet alleen toegepast op de iPad maar ook op andere mobiele devices. Versteeg gaf mooie voorbeelden van het gebruik van een roosterapp (inclusief jaarrooster) en het volgen van studievoortgang en behoefte van een student.

Eric Slaats – Fontys

De laatste spreker van de middag was Eric Slaats van Fontys. Hij sprak over mobiele interactieve non-lineaire presentaties. Vorig jaar deed Fontys een breed experiment met smart mobile Learning (looptijd sept 2010 – april 2011, 160 ipads, 120 studenten, 35 docenten, 10 instituten, 3 diensten). Slaats, zelf ook docent, heeft veel content die je vaker wilt hergebruiken.Hij maakte een ipad app waarbij het eenvoudig is om tijdens een presentatie te kiezen voor de slides die je wilt gebruiken. Aan het einde van de les krijgen de studenten een pdf van de slides die zijn gebruikt.Tijdens de les kunnen studenten anoniem vragen stellen en links doorgeven (die de docent met een preview kan zien). De docent heeft op zijn scherm de slides (links onder elkaar), de actieve slide groot in het midden, een timer en kan hij notes toevoegen. Er is samengewerkt met …. (heb zijn naam niet meegekregen) om video’s van de colleges te maken. Recording box heet deze app. KI zorgt ervoor dat de video doorzoekbaar is.

De app heet iPresent en zal binnenkort aanwezig zijn in de app store (gratis – zowel voor ipad als android tablets). Meer achtergrond over iFontys waar iPresent onderdeel van is vind je hier.

Misschien komt het niet over in deze post maar de app is werkelijk waanzinnig. Erg jammer dus dat we niet mochten fotograferen en dat Apple het zo lastig maakt om een app te laten testen. Binnenkort wellicht meer (als de app te downloaden is en ik hem heb kunnen testen).

Frank Thuss was ook aanwezig (las ik op twitter en hij zat bijna naast mij) en zijn verslag van de dag lees je hier.

De iPad en de Galaxy Tab – deel 2

Vorige week mocht ik een iPad en een (Samsung) Galaxy Tab ophalen om te testen voor een van de nieuwe projecten rondom mobiel.

Nadat ik de iPad had uitgepakt en geïnstalleerd was het tijd voor de Galaxy Tab, ook wel SGT genoemd. Wat meteen opvalt is dat de SGT veel kleiner is dan de iPad en gemakkelijk in een hand gehouden kan worden. Overigens doet dit niets af aan het scherm, ook al is het kleiner, het is scherp en geeft een mooi beeld.
Daarnaast is de standby tijd van de SGT korter dan die van de iPad. Ik denk dat dit komt omdat de SGT in standby modus nog gewoon een telefoon is en de iPad in standby modus dat niet is. Dit is wel iets om rekening mee te houden.
Je kan de SGT ook zonder simkaart gebruiken, dan kan hij alleen op internet via wifi.

Om in de market van Android apps te kunnen downloaden heb je een gmail account nodig. Dit gmail account kun je dan ook gebruiken voor de mail en agenda functie. In het mailprogramma dat standaard op de SGT zit kun je je mail laten binnenkomen, het nadeel is dat dit POP/IMAP/ActiveSync gebruikt. Je kan dus beter de gmail-app gebruiken die er ook standaard op de SGT zit als je van plan bent het gmail account optimaal te benutten.

De apps die ik geinstalleerd heb zijn:

  • NU
  • Elsevier
  • Teletekst
  • NYTimes
  • Flickr Free
  • TED Talks
  • TED Mobile
  • Evernote
  • Thinking Space
  • NASA Images
  • Street view in Google Maps
  • Twitter
  • Coolfacts
  • Dictionary
  • Today in history
  • Bb Mobile Learn
  • Factbook
  • Advanced Task Killer

Vooral deze laatste app is handig omdat alle active apps in een keer worden gesloten (kan ook op automatisch ingesteld worden).

De SGT wordt al met een groot aantal apps geleverd. Ik heb nog niet alles ontdekt maar dat zal ik de komende tijd zeker doen. Ook het gebruik van de camera moet ik nog beter onderzoeken.
Dymphie heeft ook al een poosje een SGT en schrijft hierover op haar blog, zeker de moeite waard als je wilt weten hoe een informatiespecialist de SGT gebruikt.

Wat me tot nu toe is opgevallen is dat niet alle apps in de iTunesstore ook automatisch in de Android Market te vinden zijn, soms moet je dus op zoek naar een alternatief. Ik denk dat dit de komende tijd wel zal veranderen, zeker als Android een groter marktaandeel krijgt en het betalen in de Market niet langer via een creditcard hoeft (lees hiervoor dit voorbeeld of kijk hier).

In de volgende posts wil ik apps met elkaar gaan vergelijken. Ook wil ik de SGT en de iPad tijdens het werk gebruiken en deze door collega’s laten testen.

De iPad en de Galaxy Tab – deel 1

Vorige week mocht ik een iPad en een (Samsung) Galaxy Tab ophalen om te testen voor een van de nieuwe projecten rondom mobiel.

Als eerste haalde ik de iPad uit de doos en ben ik ongeveer een dag bezig geweest met apps downloaden en installeren. Nu heb ik al eerder een iPad mogen inrichten, deze staat op de balie van de bibliotheek. De apps had ik er op gezet met de pc die op het werk staat. Die apps zag ik nu niet terug toen ik thuis deze tweede iPad inrichtte. Ik dacht altijd dat je iTunes-account informatie opgeslagen was in de cloud maar ik kwam er achter dat ik de apps die ik op mijn werk heb gekocht pas op mijn nieuwe iPad kan zetten als ik die ook heb gesynchroniseerd met de pc op het werk.

De apps die ik al heb geïnstalleerd zijn:

  • Flickit
  • TED
  • NU
  • Telegraaf
  • Elsevier
  • Teletekst
  • Volkskrant
  • Parool
  • Bright
  • Life
  • Flipboard
  • NYTimes
  • Inkling
  • Evernote
  • Dropbox
  • MindMeister
  • SoundNote
  • 7th Guest
  • TU/e Library
  • Duke Mobile
  • LibAnywhere
  • DCPL
  • NASA
  • HistoryMaps
  • GoSkyWatchP
  • CoolFacts
  • Dictionary
  • On this day…
  • Discover
  • Foursquare
  • iTU Delft
  • Bb Mobile Learn

Sommige apps zijn speciaal voor de iPad gemaakt, anderen alleen nog maar voor de iPhone. Deze laatste worden verkleind op de iPad weergegeven waarna je de keuze hebt om deze 2x te vergroten. In sommige gevallen werkt dat prima maar soms wordt de beeldkwaliteit er niet beter op, zoals bij de app van de Telegraaf.

De apps van de Volkskrant en het Parool werken prima. Als je de app hebt geïnstalleerd kun je 10x gratis een krant downloaden. Hierna betaal je door de weeks voor een krant 0,79 euro en in het weekend 1,59 euro. Een jaarabonnement is 149 euro. De app is eigenlijk gewoon de krant. De extra’s zitten er in dat je een foto uit de krant kan delen als je eerst hiervan een screenshot hebt gemaakt. Een keer klikken op een artikel vergroot deze in een nieuwe pagina, twee keer snel klikken vergroot het artikel op dezelfde pagina. Ook is er een knop overzicht, hiermee verschijnt de inhoudsopgave en kun je snel naar een artikel dat je wilt lezen. De knop live news laat het laatste nieuws zien.

In het menu onderaan de pagina zie je de knoppen kopen, mijn kranten, mijn account en help. Ik heb al twee gratis kranten gedownload (je kan tot een week terug kranten kopen). Als ik ze wil verwijderen dan kan dat eenvoudig met de knop bovenin het scherm.

Gisteravond heb ik met de iPad op schoot op de bank een krant gelezen. Je moet hem op schoot houden als je geen hoes hebt die je neer kan zetten. De iPad kun je niet met een hand bedienen dus je hebt twee handen nodig om hem vast te houden en door de krant te bladeren. En om dat te doen vind ik de iPad te zwaar. Al na een paar minuten beginnen mijn spieren te protesteren. En dus lees ik vandaag de krant met de iPad voor me op tafel. Ik hoef hem dan niet vast te houden en heb aan een hand genoeg om te kunnen bladeren.

Maar even terug naar de app van de Volkskrant. Een mooie app die doet wat hij moet doen. Maar de krant blijft gewoon de krant, het is alleen een digitale versie van het papieren exemplaar. En eigenlijk is dat jammer, er kan zoveel meer dan dat maar ik geloof dat uitbreidingen van de app snel volgen als ik dit bericht lees.

Ook heb ik al snel even gekeken naar de Blackboard Mobile Learn app (ik had hiervan een demo gekregen tijdens Educause). Omdat ik niet veel courses volg blijft mijn lijst een beetje leeg en kan ik nog niet zoveel met de app. Maar voor onze studenten lijkt het mij een prima app.

De overige apps moet ik nog uitgebreid gaan testen en bekijken.
Maar eerst de Galaxy Tab installeren en ook daarover zal ik een post schrijven.

Update: 28 december 2010
In iTunes ben ik ingelogd met het bibliotheekaccount, maar ik heb ook met mijn privéaccount even aan de iPad gezeten (maar niets gedownload). In de store op de iPad zie ik dat er updates zijn voor bepaalde apps. Ik kan deze bijwerken maar moet dan inloggen met mijn privéaccount, terwijl ik – als ik kijk onder uitgelicht bij accountinformatie – ben ingelogd met het bibliotheekaccount. Ook onder instellingen ben ik ingelogd met mijn bibliotheekaccount. Raar. Foutje van Apple?

Mobiel in de bibliotheek

Vorig jaar schreef ik voor Digitale Bibliotheek twee artikelen over mobiel in de bibliotheek. Het eerste was naar aanleiding van een interview met Joost Ligtvoet van Biggerworks die ik had horen spreken tijdens de CWIS bijeenkomst over mobiel.

Op de mobiele toer – de uitdaging ligt in serviceverlening

Joost en ik bespraken toen de mogelijkheden om een discussie te hebben met mensen uit de bibliotheek over dit onderwerp. Voor hem zou dat input geven voor de ontwikkeling van nieuwe apps, voor de bibliotheekmensen zou het een interessant platform kunnen zijn om ideeën te ventileren. Digitale Bibliotheek dacht op dat moment net  na over de organisatie van een Digicafe en het onderwerp mobiel mocht als eerste.

Mobiel in de Bieb – discussieren in het Digicafe

Inmiddels zijn we een jaar verder en ik weet dat er in bibliotheekland wordt nagedacht over mobiele apps voor de bibliotheek. De TU Delft heeft laatst een iPhone-app gelanceerd en de bibliotheek heeft daar een plaatsje in gekregen. Maar er kan zoveel meer. Er werd tijdens het Digicafe ook gesproken over samenwerking….. maar dat is volgens mij nog niet opgepakt door de NVB, VOB, of een andere brancheorganisatie. Misschien dat wij tijdens het UGame – ULearn symposium een stapje verder kunnen komen met zijn allen. Dus wil je over dit onderwerp praten, geef dan even een seintje, dan faciliteren wij een plek. Ook zijn wij nog op zoek naar bedrijven die mobiele apps ontwikkelen, maar met The Mobile Convention in Amsterdam op dezelfde dag is dat nog lastig, wij doen in ieder geval ons uiterste best om een aantal partijen op de Beursvloer te krijgen. En daarvoor geldt ook, ken je bedrijven die zich willen presenteren op 1 april, geef het dan even door.

Afbeelding: DB Digicafe van DOK Delft (nu heb ik niet de gewoonte om een all rights reserved foto te gebruiken op mijn blog maar aangezien ik er zelf opsta denk ik dat het wel mag. Zo nee, dan hoor ik het vast wel van DOK Delft :))

TU Delft gaat mobiel

Afgelopen dinsdag was het eindelijk zover, de lancering van de TU Delft op iTunesU en de iPhone app.

One More Thing maakte een video-impressie van de lancering van iTunesU.

One More Thing #178 from One More Thing on Vimeo.

Ik was, samen met Willem, betrokken bij de iPhone app. Maanden geleden spraken wij al met de mensen van Blackboard Mobile in Denver en laatst was Kayvon ook in Nederland om iets over de app te vertellen. Van de weekend kwam de app in de iTunes Store en ik heb hem natuurlijk direct gedownload.

Je kan een aantal dingen met deze app.

Zo staan de events er in, gerangschikt op verschillende categorieen als cultuur, debat, sport en feest.

Als je op alle evenementen kijkt dan zie je dat er vandaag een promotie is en een massage.

Als je op maps klikt krijg je de kaart van de campus met de gebouwen met de gebouwnummers. In de nieuwe bewegwijzering die binnenkort op de campus wordt geplaatst en waarvan je nu al een voorproefje kan zien in de bibliotheek worden deze gebouwnummers ook gebruikt. Het gebouw met de rare vorm is de bibliotheek.

Video’s gaat naar het YouTube kanaal van de TU Delft. Hier vind je onder andere een filmpje over hoe je iTunesU moet gebruiken.

Het nieuws is ook gecatagoriseerd en bevat zowel Engels- als Nederlandstalige nieuwsberichten.

Uitermate content ben ik natuurlijk met de catalogusknop. Uit de enquete – ingevuld door ongeveer 2300 studenten – kwam de catalogus van de bibliotheek hoger uit dan het nieuws. Altijd fijn om zoiets te horen.

Zoals je ziet zijn de afbeeldingen van de boeken nog niet te zien in deze versie van de app maar daar wordt aan gewerkt.

Eigenlijk laat de app precies genoeg informatie over een boek zien. Wie is de auteur, uitgever en is het boek beschikbaar of niet. En zo ja, waar staat het boek dan.

Natuurlijk zou je willen dat een gebruiker vanaf hier ook het boek kan reserveren. En dat hij met de app zijn boeken kan verlengen, misschien ook boetes betalen. Ideeen zijn er genoeg, ze moeten alleen nog even uitgevoerd worden. De eerste release is er en er zullen er zeker vele volgen.

De lancering heeft in de pers de nodige aandacht gekregen. Zo schreef de Volkskrant er al over, maar ook de iPhoneclub en Mobielbieuwsnet pakten het nieuws op. En natuurlijk schreef Willem ook een aantal posts op zijn blog.

Op m.tudelft.nl vind je de komende tijd meer informatie over de app. De (gratis) app downloaden ga dan hier naartoe.

Iphone app voor TU Delft

Afgelopen woensdag was ik bij de presentatie van mTU Delft, de nieuwe mobiele applicatie van de TU Delft. Geïnitieerd door Willem van Valkenburg omdat Kayvon Beykour, de oprichter van TerriblyClever in Nederland was. De TU Delft heeft in november 2009 contract gesloten voor het platform Blackboard Mobile. De applicaties die ontwikkeld zijn komen oorspronkelijk van het bedrijf TerriblyClever, dat bestaat uit een aantal studenten van Stanford, wat vorig jaar is overgenomen door Blackboard.

Willem opende een filmpje over de ontwikkeling van mobiele telefonie van de afgelopen 25 jaar.

Leuk om te zien welke telefoons ik zelf ook allemaal heb gehad en soms wel en soms niet lang heb gebruikt. In het begin nam ik namelijk altijd een jaarcontract en had ik dus elk jaar een nieuwe mobiele telefoon. De laatste tijd doe ik langer met mijn telefoons, ook omdat de aanbieders niet meer zo stunten met gratis toestellen. Wel jammer. Ik vond het altijd wel leuk om een nieuw toestel in te richten en te ontdekken hoe hij werkt. En als het niet beviel hoefde ik hem maar een jaar te gebruiken.

Na Willem nam Kayvon het over. Ik had Kayvon afgelopen jaar al in Denver tijdens Educause gesproken maar wat hij toen vertelde moest ik voor me houden. Ik heb toen erg interessante dingen gezien die vast in de komende tijd voor het grote publiek toegankelijk worden. De app die hij heeft ontwikkeld is niet alleen voor de iPhone maar ook voor de Blackberry beschikbaar. De reden om de app te ontwikkelen was omdat Kayvon zag dat op de campus van Stanford, waar hij studeerde, studenten vaak met hun mobiel in hun handen liepen. Zij waren dan aan het internetten of aan het bellen of sms-en, maar hadden geen interactie met de universiteit. Toen de mogelijkheid zich aanbood heeft hij samen met een paar andere studenten een app ontwikkeld die die interactie met de universiteit wel mogelijk maakt. En in oktober 2008 was de eerste release van de Stanford app een feit (gratis en te vinden in de iTunes appstore). Al snel volgden andere universiteiten waaronder Duke.

Maar hoe zorg je er nu voor dat het grote publiek weet dat de app bestaat? Hiervoor maakten zij een tweetal filmpjes:

iStanford Commercial – Stanford iPhone Apps from Kayvon Beykpour on Vimeo.

iStanford Commercial, Version 2.0 from Kayvon Beykpour on Vimeo.

Inmiddels is de iStanford app 60.000 keer gedownload terwijl er maar 12.000 studenten op de universiteit rondlopen. Dus wie gebruikt de app nog meer? Kayvon denkt aan Alumni en aan studenten die zich nog niet hebben ingeschreven bij de universiteit maar hier wel willen gaan studeren. Maar ook toeristen (gebruiken de plattegrond), ouders en omwonenden gebruiken de app vermoed Kayvon.

Als laatste presenteerde Willem de resultaten van een enquête die in december is gehouden onder de studenten van de TU Delft. Wij waren erg tevreden over de respons van ruim 2300 in een week tijd. Wat ik ook interessant vond om te zien dat de catalogus van de bibliotheek meer gewenst is dan het nieuws.

In de eerste release, die snel zal komen, zitten de volgende onderdelen:

  • evenementen
  • video’s (YouTube kanaal van de TU Delft)
  • nieuws (onder andere TU nieuws, Delta, OCW en ICT onderhoud)
  • Discover (catalogus van de bibliotheek)
  • plattegrond campus

De iPhone app is dus zo goed als af maar moet nog in de app-store worden opgenomen en dat duurt een aantal weken. Zodra hij er is zal ik dat hier natuurlijk melden.