learning in context workshop

De afgelopen twee dagen was ik, samen met collega Willem, in Brussel voor Learning in Context Workshop. De organisatie van de workshop was in handen van (Open Universiteit) Centre of Learning Sciences and Technologies CELSTEC &  Network of Excellence STELLAR.

In this workshop current innovative practices on the use of mobile learning and research from the domain of Technology Enhanced Learning will be joint.  Contextualized learning will be addressed from different angles, including

  • case-studies from industry, Higher Education and Secondary Education
  • Current and future Research issues, and
  • Visions for the future of applying mobile learning in education and training.

In the 2-day event in Brussels a small group of experts has been invited to work with educational professionals from industry, formal education and CPD who have some experience in the application of Mobile Learning.

Vanwege vertraging met de trein kwamen we iets later binnen bij de presentatie van Marcus Specht met als onderwerp context. Specht begon met een uitdaging:

ontological challenge: what is context and can we conceptualize it to better understand learning in context?

# context is multidisciplinair
# context is er altijd
# context is dynamisch & gecreerd in de interactie
# context is sociaal
# context is verbindend

engineering challenge: what are the opportunities for technology to enhance learning in context ?

Met als uitgangspunt – als technologie verdwijnt omdat het ge-embed wordt, hoe verandert dit dan het leren?

#sensor technology can record data in a scalable way / sensors worden in allerlei apparaten opgenomen en kunnen veel data opslaan
#cloud technology can support seamless learning trajectories / als de data in de cloud wordt opgeslagen kun je er vanaf overal bij
#AR technology can augment your perception of a context …
#display technology can create feedback loops … / artikel in wired dat zeker de moeite waard is als je dit onderwerp interessant vindt
#display tech. can support awareness and reflection.
#visualisation technology can support personal sense making.

The plan: how to model and design this: ambient information channels -> AICHE

Artefacts, channels en users bevatten allemaal contextuele informatie, deze verzamelen, verrijken, synchroniseren en gebruiken voor leren. Oftewel:

AICHE brings together context-aware computing, semantic- web technologies, instructional design for adaptive and personal learning, HCI aspects as tangible computing and IOThings.

Samenvattend: 

#1 context is complex and always.
#2 engineering challenges need to focus then technology …
#3 … can enhance learning to be more dynamic, flexible, personal, social, connected … put in context.

John Traxler besprak de toekomst van mobiel en contextueel leren… als die er al is. Als Taxler terugkijkt op de experimenten die er zijn gedaan met contextueel mobiel leren dan ziet hij dure, geinstitutionaliseerde dingen maar ook dat het tegenwoordig veel goedkoper en eenvoudiger is geworden. De experimenten waren in het begin ook kleinschalig, gefixeerd op een kleine groep van veelal early adopters. Het waren de enthousiastelingen die de projecten deden. Als een project werd gesubsidieerd kreeg iedereen hetzelfde apparaat om mee uit te proberen. Er was ook niet veel anders.

Maar werd dan het artifact of de activiteit gesubsidieerd?

Tegenwoordig bezitten de gebruikers de technologie. Het is niet langer als voorheen waarbij je mensen hun leven verbeterd door technologie en na de test zegt dank je wel en nu het apparaat teruggeven. Traxler vraagt zich terecht af of dit wel ethisch verantwoord was.

Maar goed nu hebben gebruikers de technologie in handen en kun je dit gebruiken. Daarnaast is de technologie robuust en een onderdeel van het dagelijks leven. Je wilt niet dat commerciele partijen de rol van de onderzoekers overnemen maar hoe ga je dit voorkomen? En hoe ga je om met docenten die met verschillende soorten devices worden geconfronteerd (BYOD) en niet weten hoe hiermee om te gaan. En stel je eens voor een docent wordt door een student gecorrigeerd omdat die student met zijn mobiel toegang heeft tot internet en dus dingen op kan zoeken. Is dit dan een voorbeeld van disruptive learning en wat is dan de aard van de disruption. En Taxler vraagt zich ook nog af hoe het zit met de onderzoeken die worden gedaan, wordt alles wel verteld, welke informatie zien wij niet. En dan is er nog het dilemma van mobiel en contextueel leren, want dat betekent in Zuid-Afrika iets anders dan in Europa.

Norbert Pachler vertelde ons iets over the socio-cultural ecological approach to mobile learning. Het werk van de London Mobile Learning Group is in deze erg interessant om te volgen.

Mobiele technologie/devices worden steeds belangrijker. Lerenden maken deze technologie zich eigen door middel van:

  • identity formation
  • social interaction
  • meaning-making
  • entertainment
  • learning in informal contexts
Pachler vraagt zich af: en als dit dan is wat studenten doen waarom verbieden wij mobiele devices dan in het klaslokaal?

En er is een transformatie gaande. De wereld is niet langer stabiel, vast en voorspelbaar. Het individu is veel meer in controle en de wereld ligt aan zijn voeten. Zeker met de komst van mobiele technologie. Pachler ziet mobiele devices dan ook als culturele bronnen met een zeer belangrijke rol als het gaat om leren, grenzen en contexten worden overschreden.

the boundary and context crossing (user-generated contexts) mobile technologies enable in the context of learning; opportunities for learning in informal contexts

De lerenden willen hun kennis en hun begrip van de wereld op een eigen manier vormgeven. Dit heeft gevolgen voor geletterdheid. Tekst is multimodel, dynamic, fluid, contingent, multiply authored and ‘shared’ en consequently provisional.

‘text’’ making is being governed by new practices, aesthetics, ethics and epistemologies; the relationship between producers and users of artefacts is becoming increasingly blurred; the relationship of the user with the cultural artefacts they engage with in the process of knowledge production is frequently one of re-use underpinned by a fundamentally different attitude towards text

Hierna ging Pachler in op wat leren is, welke condities er nodig zijn om te leren en hoe die vorm te geven. Hij ging wat dieper in op de Circle of Knowing Building and Sharing van Brown & Adler uit 2007 en hij vraagt zich af waarom wij mobiele technologie hier niet voor gebruiken.

Om mobiele technologie vervolgens vanuit een sociaal-cultureel en ecologische standpunt te bekijken heb je die elementen nodig die interactief zijn met elkaar. Dit zijn structures, agency en cultural practices. Hier komen dan nieuwe manieren van leren uit:

  • learning as purposive work with cultural resources
  • seeing ones life-worlds framed both as a challenge and as an environment and a potential resource for learning
  • expertise is individually appropriated in relation to personal definitions of relevance
  • the world has become the curriculum populated by mobile device users in a constant state of expectancy and contingency
  • interrelationship between target-orientation, self-representation and play
Vervolgens gaat Pachler in op user generated context en de rol van mobiele devices hierin. Het is met de komst van mobiele devices dat verschillende contexten tegelijk binnengebracht kunnen worden. Voorheen was dit niet mogelijk. Maar wanneer is een app goed? Hij geeft een lijst met uitgangspunten om een app op te beoordelen. Pachler verwijst naar de weblog van learning in hand omdat hier – als het gaat om apps  voor het onderwijs – goede informatie te vinden is, zoals deze.

Na deze 3 wat meer algemene visionaire presentaties was het tijd voor de projecten. Agnes Kukulska-Hulme van de Open Universiteit in de UK vertelde over context in mobile language learning. Kukulska-Hulme haar presentatie bevatte een statement:

a proficient language user… creates or finds meaning not simply by relying upon what is spoken in an utterance or written in a text… but by depending on the contrast between what is spoken or written and what could have been but is not…

… [so] the mobile device can be seen as a means for rendering visible what is crucial but otherwise invisible to the uninitiated learner

een vraag:

will mobile technologies/ activities play a role in bringing language (learning) to life?

enkele uitdagingen:

learners’ distance from the teacher
learners’ discovery and capture of new language/experiences
resources to support coping strategies & development of competences in situ

en een conclusie van wat zij uit onderzoek geleerd hebben:

General
popularity of voice recording, video, taking photos
mobile devices used for planning, structuring, reflecting
good fit with daily routines such as on the way to work
games used to fill ‘deadtime’

Language learning
motivational–frequent practice
notable variety of mobile media–increasing opportunities for communication

What learners want
formal and informal learning combined in a cyclical way
facilities to capture their attempts at communicating
opportunities to find mobile study-buddies

Meer informatie op I AM LEARN.

Roland Klemke gaf ons een inkijkje wat mobiel leren betekent in het vakgebied van de logistiek. Waarbij logistiek een erg mobiel vakgebied is maar je wel wilt dat het veilig blijft. Je ziet het al voor je een vrachtwagenchauffeur die tijdens het rijden met zijn mobiel aan het leren is.

Volgens Klemke is het mogelijk bij de volgende setting:

mobile education always bound to the concrete task context
formal educational topics not yet allowed to be taught in mobile way
acceptance of mobile learning increases with additional services

En hij geeft voorbeelden van apps die gebruikt worden. Zijn conclusie is als volgt:

education in Logistics is usually intervoven with concrete requirements
educational processes have to be synchronized with logistic processes
education is highly individualised

Eric Slaats vertelde enthousiast over iFontys.  Ik schreef al een keer eerder over iPresent dus dat zal ik niet nog een keer doen. Op 10 april is er een iFontys evenement waar alle projecten worden gepresenteerd.

En Marco Kalz gaf alvast enkele conclusies die zij uit een pilot met iPads bij de Open Universiteit in Nederland hebben getrokken. De pilot bestond uit 6 maanden, 4 cursussen & 12 studenten met een gemiddelde leeftijd van 29,5. Elke maand vulden de studenten een vragenlijst in. En de algemene conclusie is dat studenten flexibeler zijn met een mobiel device, dat zij de tijd beter gebruiken en nieuwe manieren leren toepassen. Maar ook dat er weinig adoptie is en dat de studenten weinig andere dingen met de iPad deden dan het gebruiken voor de pilot.

Een vakgebied (defensie) waar ik niet zo veel mee heb was het onderwerp van Christian Glahn zijn presentatie. De presentatie is op slideshare te vinden en dus embed ik hem hier.

Voor de afsluitende sessie van Erik Duval vertelden Stefaan Ternier and Fred de Vries over het project Mobile Augmented Reality in Higher Education waar het tegenwoordig gaat over een gemengde realiteit.

De voorbeelden die zij lieten zien zijn terug te vinden op deze portal van de Open Universiteit.

En toen kwam Erik Duval, na een lange dag binnenzitten terwijl buiten de zon scheen, was dit zeker de moeite van het blijven waard. Ik zag Duval al eerder, op de Onderwijsdagen en was toen al erg onder de indruk en ook nu weer, Duval is een heuse verhalenverteller en heeft enorm veel humor. Zijn presentatie staat nog niet op slideshare maar zal daar snel verschijnen.

worlds is complex -> messy and personal

En als het dan gaat over Learning Analytics en mobiele devices dan is het eigenlijk heel eenvoudig. Mobiele devices zijn voor Learning Analytics belangrijk omdat:
  • ze hebben een sensor
  • ze staan altijd aan

Maar er zijn ook issues:

  • wat kun je meten als het om leren gaat? tijd, geproduceerde artefacts zoals blogposts, tweets, sociale interactie, locatie
  • wat is er geleerd
  • hoe zit het met big brother en hoe wordt er naar je gekeken

Tijdens het diner wordt er verder gediscussieerd over de sessies van vandaag. Interessante materie maar vooral ook veel vragen die er nog zijn. Het zijn de experimenten die er nu voor zorgen dat we dingen leren, te weten komen, tegenaan lopen. Maar vooralsnog weten we nog niet precies welke kant het op gaat.

De tweede dag begint met een presentatie van Volker Zimmermann. Ik vond deze presentatie iets te commercieel dus heb niet veel opgeschreven. Het enige dat ik de moeite waard vond en zeker nog wel wil onderzoeken is het enthousiasme van Zimmermann over ePub3 (interactiviteit in ebooks toevoegen).

Tijd voor de workshop! In 5 groepen dachten we na over de toekomst van mobiel onderwijs met vragen als: 2017 – het onderwijs vindt niet langer plaats in een schoolgebouw, hoe ziet het mobiele onderwijs er dan uit? Wat voor milestones zijn er en als we morgen beginnen wat gaan we dan doen? Ik zat in de groep die nadacht over (middelbaar) beroepsonderwijs en ik mocht na drie rondes discussie de presentatie doen.

Alle groepen hadden interessante issues. De groep beroepsonderwijs zag wel problemen als het gaat om het leren van vaardigheden waarbij je je handen nodig hebt zoals haren knippen, muurtjes metselen, schilderen, etc. Hoe je dit mobiel wilt leren bleef voor onze groep een grote uitdaging. Wel zagen we mogelijkheden bij beroepsonderwijs dat erg ICT gerelateerd is.

En wat neem ik mee naar huis na 2 dagen Brussel? Ik heb veel geleerd over onderzoeksprojecten die met mobiel onderwijs te maken hebben, ik heb nieuwe mensen ontmoet waarvan ik weet dat ik van sommigen op de hoogte wil blijven van wat zij doen, ik weet dat wij als TU Delft niet achter de troepen aanlopen aangezien de troepen ook nog niet goed weten welke kant het op gaat, ik heb inzicht gekregen in hoe ons beleid er uit moet gaan zien (geen beleid maar eerder uitgangspunten en criteria – je wilt flexibel blijven) en ik heb fijn samen kunnen werken met Willem, even weg van de TU Delft is dat gemakkelijker dan on campus.

Apple seminar – Mobile Learning in Higher Education

Vanmorgen was ik in Amsterdam bij Apple om een seminar bij te wonen over mobile learning. In twee lezingen van een en dezelfde spreker werd ingegaan op het onderwerp. In de aankondiging stond het volgende:

Literacies: How Technologies Shape Teaching and Learning
Almost six centuries ago, when Gutenberg’s press first made printed information widely available, the world saw an explosion of creativity. Educational, political, and religious institutions were radically transformed as those who had once been excluded gained access and found new opportunities to participate. The resulting transformation unleashed the waves of invention that created the modern world. Unfortunately, some of that creativity has gone stale, and mechanisms have developed that once again leave many feeling alienated, disengaged, and overwhelmed… Yet a new generation of mobile technologies is emerging to reenergize the system. The first true digital books—books that are location-aware, media-rich, broadly-interlinked, and socially-connected—are just on the horizon, offering a new kind of access that could be just as disruptive and transformative as Gutenberg’s revolution. This presentation will explore the historical trajectory, describe some of the ways that books are metamorphosing, and consider the creative possibilities offered by the new age of information.

How to Envision (and Realize!) What’s Next for Your School
It’s often not really that difficult to develop a vision for using technology in education. However, getting faculty, technologists, administrators, and students to share that vision can be extraordinarily difficult. This problem is made worse by the fact that, in many cases, these groups simply don’t talk to one another, and the language they use about learning and technology is rarely the same. As you consider deploying or furthering new technology initiatives at your own institutions, it may be helpful to hear some of the ways one school worked to overcome the internal and external barriers as they developed a campus-wide mobility initiative based on the iPhone and iPod touch. This session will offer both a historical overview of Abilene Christian University’s Connected mobile initiative and will offer some practical steps for those wishing to develop a vision and realize it.

Nu heb ik vorig jaar tijdens Educause ook sprekers van Abilene Christian University gehoord en toen was ik erg onder de indruk van het project waarbij zij aan alle studenten iPhone’s en iPods uitdeelden.

Maar terug naar vandaag. Bill Rankin van ACU gaf vandaag twee presentaties. De eerste was een inleiding op ons tijdperk en hoe technologie daarin een rol speelt. Maar om over ons tijdperk te kunnen praten moeten we eerste kijken naar wat er in de geschiedenis heeft plaatsgevonden en wat de rol van technologie daarbinnen is geweest. Technologie is succesvol als het een probleem oplost, maar veelal wordt er tegelijkertijd een nieuwe cultuur ontwikkeld en worden er nieuwe problemen zichtbaar.
Rankin noemde als voorbeeld de technolgiecyclus (als ik goed heb van Marshall McLuhan):
innovating – building – solidifying – destabilising – innovating
Veelal bevinden opleidingen zich bij destabilising en studenten bij innovating.

Rankin neemt ons mee en legt uit welke gereedschappen wij hebben als het gaat om leren en hoe die de cultuur kunnen veranderen.

Het handen tijdperk

De middeleeuwen – is een tijdperk van handen. Handen maken informatie en degene die de informatie bezit geeft het met de hand over aan een ander. Locus (de plaats) is belangrijk.

Rankin geeft het voorbeeld van de scroll versus de codex, waarom heeft deze overgang eigenlijk plaatsgevonden? Dit was met name omdat de scroll een lineair product is. Een codex of een boek is een technologie waar je random toegang tot hebt. Daarnaast vereist een scroll een tafel, het is dus een device die om een bepaalde situatie vraagt. Een boek daarentegen is portable. En als je er goed over nadenkt dus een mobiel device. In de 3e eeuw was er vraag naar informatie die niet plaatsgebonden was. Mensen wilden informatie daar waar zij waren. En dus werd er technologie ontwikkeld die dat mogelijk maakte, het boek.
De afbeeldingen in een boek zijn, als je er verder over nadenkt, eigenlijk multimedia. Het voorbeeld dat wordt getoond is een afbeelding in een boek van datzelfde boek, een soort augmented reality, meent Rankins.
Het primaire doel van docenten is om anderen iets te leren. Als ik van mensen iets wil leren in dit tijdperk moet ik bij die mensen in de buurt zijn of de mogelijkheid hebben om te reizen. Een boek is iets wat je niet bij je hebt, je moet naar mensen toegaan die boeken bezitten. In dit tijdperk kunnen weinig mensen produceren en consumeren. Veel mensen kunnen niet participeren. Er worden dus veel mensen overgeslagen als het gaat om onderwijs en toegang tot informatie.
Het model van universiteiten in die tijd was een model van leerlingen die bij een docent wonen. De waardevolle context, het van hand naar hand overgaan van informatie is heel dichtbij. De relatie docent – student is heel hecht. De docent is een guide. Je herhaalt dingen totdat je het snapt. Als het niet goed gaat doe je het opnieuw. Niet iedereen leert hetzelfde en niet iedereen is even snel, maar dat is geen probleem.

Het zoeken naar informatie tijdperk

Het probleem is de toegang tot informatie die beperkt is. Gutenberg lost dit probleem op met de boekdrukkunst. Het geprinte boek is een gemechaniseerd en gestandaardiseerd iets. Je kan bibliotheken van boeken bouwen. Tot die tijd hadden bibliotheken misschien 100 boeken in de collectie. Nu kan de bibliotheek groeien.

En dit zorgt meteen voor een nieuw probleem. Als er zoveel informatie voorhanden is, hoe weet ik dan waar die informatie te vinden is. En dus wordt er iets ontwikkelt dat mij helpt bij het zoeken van informatie, het classificatiesysteem. In de tijd van de kaartenbak moest je eerst de onderwerpscode van een onderwerp zien te achterhalen, daarna ging je zoeken in de kaartenbak, vervolgens liep je naar de kast en vond je een boek. Nog steeds had je de informatie niet te pakken. Die vond je pas als je de juiste pagina had gevonden.

Rankin legt uit. In deze tijd zijn docenten primair de toegangverschaffers tot informatie, met de student als ontvanger. Er wordt in deze tijd veel aandacht besteed aan classificatie en catalogiseren. Als je niet weet hoe het werkt dan ben je nergens. In deze tijd is er ook veel aandacht voor het uit je hoofd leren van data, alleen al omdat je op deze manier sneller informatie kan vinden omdat het context geeft. Repetitie is het eerste dat je doet, de analyse komt daarna. Omdat iedereen hetzelfde boek gebruikt kan een docent zeggen, sla open op pagina 37. Iedereen is gelijk. En daarmee komt ook het besef dat mensen gelijk zijn en dus standaardiseerbaar zijn.

Niet langer speelt de locus een rol maar de nexus. Informatie kan naar mij toekomen vanuit verschillende plaatsen. Veel mensen kunnen participeren en nog meer kunnen creëren maar nog steeds vallen mensen buiten de boot dankzij het nieuwe probleem, het vinden van informatie.

Het tijdperk van de data

En dan komen we in het derde tijdperk. Het tijdperk van de data. In deze tijd worden studenten gezien als machines (Pink Floyd the Wall laten studenten al zien als gestandaardiseerd product). Zo veel mogelijk studenten moeten door een studie gejaagd worden alsof zij allemaal op dezelfde manier studeren en kennis tot zich nemen. Is dit wat wij willen? Marshall McLuhan schrijft dat sommige dingen opvallen terwijl andere dingen naar de achtergrond verdwijnen. Elke nieuwe technologie legt een focus op iets, maar dingen die ook belangrijk zijn verdwijnen naar de achtergrond. Elk medium heeft hiermee zijn eigen ondergang in zich. Zodra het medium omvalt komen nieuwe problemen naar voren. De nieuwe media in dit tijdperk is data. Als je op Google bijvoorbeeld zoekt naar educational technologie krijg je in 0,2 seconden 64 miljoen hits. Dit is teveel informatie, meer dan mensen in hun gehele carrière in zich op kunnen nemen. Je verliest in dit tijdperk minder mensen, maar de wereld wordt er niet minder gecompliceerd op. Het is niet de locus of de nexus die hier belangrijk is maar de matrix. Het probleem in de film is dat je niet weet wat echt is en hetzelfde geldt voor informatie. Als je googled hoe weet je dan wat waar is en wat niet, welke informatie kun je vertrouwen? Dit probleem wordt alleen nog maar groter aangezien de snelheid waarmee informatie wordt toegevoegd toeneemt. Hoe leef je in een wereld die bol staat van de informatie en hoe zorg je ervoor dat je niet in een informatiecrisis belandt?
Als je als docent informatie geeft aan studenten is dat dan handig of maak je het probleem alleen nog maar groter?

Het onderwijs ziet er als volgt uit. Docenten werken met studenten, zij doen het voor en de student doet het na, de content wordt door de docent in de klas gemaakt, de docent geeft de context aan, studenten oefenen net zo lang totdat zij de stof begrijpen. Dit komt overeen met hoe er onderwijs gegeven werd in het eerste tijdperk dat Rankin heeft besproken.

Rankin wil in zijn onderwijs een onderzoekslaboratorium opzetten. Hij wil leren buiten het leslokaal en de iPhone en iPod spelen hierbij een belangrijke rol. Problemen die wij nu hebben is dat wij de connectie van dingen niet zien, Rankin geeft het klimaatprobleem als voorbeeld. Is dat een technologisch, economisch, esthetisch of cultureel probleem? Of is het het allemaal? Hoe krijgen wij die interconnectiviteit weer terug.

Dit tijdperk draait om de survival of the most connected.

Voor docenten heeft mobiel leren het voordeel dat zij niet in het klaslokaal hoeven te blijven. Zij kunnen context geven op een andere manier:

  • real world knowledge
  • service and field based learning
  • challenge based learning
  • hybrid courses emphasizing on site, online and in-class components
  • flexible teaching based on just-in-time student response

Als docent moet je de echte wereld opzoeken, deze niet simuleren, maar gebruiken om problemen op te lossen.

Voor de community heeft deze manier van onderwijs het voordeel dat alle informatie wordt gedeeld, studenten doen echte dingen voor hun omgeving (real world community services).

Rankin doet hier ook echt iets mee. Hij laat studenten informatie meenemen waaromheen hij een les bouwt. Hij bereid niets voor, laat het afhangen van waar studenten mee komen. Hij heeft hierdoor meer tijd om een persoonlijke relatie met zijn studenten op te bouwen. Studenten helpen lesmateriaal maken dus moeten zij het ook beoordelen. Docent en studenten samen maken er iets betekenisvols van. Rankin wilde dit eerst doen met drie groepen uit zijn klas, maar de gehele klas wilde meehelpen. Zij komen zelfs samen terwijl hij er niet bij is. Hij volgt ze dan via een blog en met andere online tools.

De tweede presentatie van Rankin ging voornamelijk over het iPhone/iPod project. Inmiddels hebben alle studenten een device en wordt het veel gebruikt. Zelf hebben zij apps hiervoor gemaakt waar de broncode van te downloaden is. Wat zeker helpt is als oude technologie overboord wordt gegooid, bijvoorbeeld de toegang tot vaste telefoonaansluitingen. Als je collega’s dus verplicht om de nieuwe technologie te gebruiken. Wat ook helpt is om het een experiment te noemen, dan mag je falen, dan mag je fouten maken en hoeft niet iedereen meteen mee te doen. Op een gegeven moment is de peer presure zo groot dat iedereen wel mee wil doen. Begin met de voorlopers die graag willen uitproberen.

Rankin geeft een lijstje van wat nodig is voor succes:

  • ubiquity of devices
  • killing old technologies and inititives
  • redesign of facilities for mobility and collaboration
  • infrastructure to support creation and participation
  • infrastructure for all-the-time everywhere learning
  • bulletproof, pervasive, high-bandwidth networking
  • extension of services and reach beyond campus

Sommige docenten gebruiken nog steeds papieren boeken in het onderwijs maar dat is omdat hiervoor geen goed digitaal alternatief is. Anderen gebruiken alleen YouTube als lesmateriaal.

Rankin heeft vanmorgen in zijn twee presentaties een helder verhaal neergezet waarvan ik hoop dat ik het goed verwoord heb. Meer informatie over het project is te vinden op de website van ACU. Het was zeker de moeite waard om naar Amsterdam af te reizen.

Een puntje van kritiek, niet voor Rankin, maar voor Apple. Het is niet handig als je moet wachten op een groepje voor je naar boven wordt begeleid. Zeker niet als er maar 20 minuten pauze is en je daarvan 10 minuten in de lobby zit te wachten. Die tijd had ik liever besteed aan nieuwe mensen leren kennen en napraten over de eerste sessie van Rankin.