rembrandt in zwart – wit

Op een van de laatste dagen bezocht ik met vriendinnetje A. het museum in Gouda voor de tentoonstelling Rembrandt in zwart-wit. Gouda was de laatste van 5 musea waar de tentoonstelling te zien was. Elk museum had een eigen thema, in Gouda was dat Bijbelse taferelen. Er werden 100 originele etsen getoond en dat is al heel bijzonder. Maar wat ik nog bijzonderder vond is hoe je met een tablet door de tentoonstelling kon lopen. En zo meer informatie kreeg over de etsen.

scandeprent

Met de tablet scande je de prent (geen qr-code of iets anders, nee gewoon de hele prent). Je krijgt dan een verhaaltje, een filmpje of een vraag te zien. Ingesproken door de verzamelaar van de prenten die hiermee je persoonlijke digitale gids werd. Als het met het scannen niet lukte (en dat was niet vaak) kon je het nummer van de prent invoeren om alsnog de informatie te krijgen.

leesdetekst

Soms was het best een lange tekst. Andere keren alleen een opmerking, zoiets als heb je daar al op gelet, of heb je dit detail gezien.

tablet

Je hoefde natuurlijk niet alles te lezen maar het was wel fijn dat je het op je eigen tempo kon doen en dat je hiervoor niet voor de prent hoefde te blijven staan (handig als het druk is in het museum).

tablet1

Soms ging de koptelefoon ook even af om samen beter naar een prent te kijken. Ik vond de app heel mooi vormgegeven en hij werkte prima. Het scannen deed het ook goed, wat niet altijd zo is. Ik heb nog even gezocht naar de makers van de app en of de teksten/filmpjes nog ergens online te vinden zijn maar ik kom niet veel verder. Wel vond ik de website rembrandtinzwartwit hier vind je wel iets maar niet de naam van de makers. Dus mocht iemand het weten, ik hoor het graag.

Werkbezoeken in Gent

Afgelopen donderdag was ik met collega’s Wilma en Saskia naar Gent. De dag begon goed, het was zo druk in de trein dat we moesten staan en bij Roosendaal een extra overstap zodat wij de aansluitende trein in Antwerpen mis liepen. Rond kwart voor 11 waren we dan eindelijk bij de Universiteitsbibliotheek in Gent aangekomen. Hier kregen wij een rondleiding van Sylvia (de directeur) en twee van haar collega’s. De boekentoren blijft een bijzonder ding. Het uitzicht vanaf de bovenste etage is fenomenaal en in de depots onder de grond lopen een ware ervaring. Na anderhalf uur praten en wandelen (onder andere over het nieuwe werken, een idee over een subsidie-aanvraag en natuurlijk de problemen waar bibliotheken mee te kampen hebben) gingen we samen lunchen en werden wij afgeleverd bij het volgende adres, STAM.

Het STAM is een erfgoedforum, een wegwijzer naar andere culturele elementen van Gent en een platform voor een actief erfgoedbeleid. Op de Bijlokesite brengt het STAM het verhaal van de stad en maakt het u (nog) warm(er) voor Gent.

Wij kregen in dit museum een rondleiding van Maria de Waele, die uitgebreid de tijd voor ons nam. Op de eerste etage maak je kennis met het Gent van nu.Wij moesten sokjes over de schoenen aantrekken om de vloer niet te beschadigen. Op de vloer was een luchtfoto van Gent te zien. Maria vertelde dat Gentenaren het leuk vinden om hun eigen huis te zoeken.

Hierna ga je terug in de tijd, per zaal een eigen tijdvak. Zo wandel je van de ontluikende stad (…-1200), grootstad (1200-160), bedaarde stad (1600-1800), industriestad (1800-1950) en de groeiende stad (1950-vandaag) om te eindigen bij de toekomstige stad.

Wat opvalt is het gebruik van multimedia in de opstellingen. Grote schermen met plattegronden van Gent uit de periode van het thema van de zaal. Op elke plattegrond is van alles aanklikbaar. Je krijgt dan extra informatie over een wijk of een gebouw. Ontzettend mooi gedaan. Maria vertelde hoeveel tijd er in deze manier van presenteren heeft gezeten en gaf ons de tip dat als wij zoiets willen doen vooral veel content te verzamelen.

Op het toegangskaartje zit aan de achterkant een QR-code. Deze kun je gebruiken om in de zaal van de groeiende stad een film samen te stellen met behulp van een surface tafel. Deze samengestelde film wordt, als je klaar bent en je naam hebt ingegeven, getoond op een groot rond scherm. Erg mooi gedaan.

Ook staan er surface tafels in de zaal van de toekomstige stad. Hiervoor is een app gemaakt waarmee je de stad op verschillende manieren kan zien en waar je extra informatie krijgt over nieuwe projecten.

Het fijne van dit soort werkbezoeken is dat je weer allerlei ideeën krijgt om mee te nemen naar de eigen werkvloer. Ik was zeer onder de indruk van de multimediatoepassingen. Het zag er allemaal zo mooi uit, er was zeer veel aandacht besteed aan de opstellingen en goed nagedacht over wat zij precies wilden vertellen aan de bezoekers. Mocht je ooit in Gent tijd doorbrengen dan is het STAM zeker de moeite waard.

Meer foto’s van dit werkbezoek staan in deze set op Flickr.

Het (internationale) bereik van Flickr

Vorig jaar bezocht ik met Gerard & Kathryn de National Portrait Gallery in Washington en ik maakte daar deze foto:

nationalportraito

Een aardige foto, zeker niet bijster briljant, gewoon wel oke. Op de foto staan tasjes van gerecycled materiaal.

Op 27 april van dit jaar kreeg ik een mail, vanuit Flickr verstuurd, van de webmaster van de National Portrait Gallery in Washington. In de mail verwees zij naar bovenstaande foto en vroeg mij of zij een detail uit deze foto als banner mochten gebruiken op hun nieuw vormgegeven website. Direct vertelde zij erbij hoe zij dat wilde doen. Een detail van de foto wilde zij dus als banner gebruiken, de volledige foto zou dan ook een plaatsje krijgen op de website in een sidebar met, als je daar op klikt, een popup met een groter formaat foto (500 x 333 pixels), informatie over de maker van de foto en een link naar de foto op Flickr.

Ik hoefde hier niet lang over na te denken. Natuurlijk mogen zij deze foto gebruiken. Ook al heeft de foto een CC-licentie die commercieel gebruik niet toestaat, als men het gewoon vraagt is er veel mogelijk.

Vervolgens stond er in de mail nog dit:

The National Portrait Gallery’s website receives between 5 and 6 million visits, annually.  Your image would be widely viewed with interested viewers linked directly to your Flickr site.

En toen heb ik meteen terug gemaild. Want wie wil nu niet dat zijn foto door zoveel mensen bekeken wordt.

De link die mij werd gestuurd ging naar de testversie van de site en ik heb hier eigenlijk nooit meer aan teruggedacht tot vandaag. Ineens nam ik mij voor om een kijkje te nemen op de site en jawel hoor mijn foto is gebruikt.

nationalportrait

En als je op de afbeelding aan de rechterkant klikt krijg je ook de beloofde pop-up.

nationalportrait2

Uiteraard ben ik hier superblij mee. En het is voor mij alleen maar weer een bewijs dat het (internationale) bereik van Flickr enorm is.

Gestart: 2e seizoen DROPSTUFF

Op 29 augustus werd in Rotterdam het tweede seizoen van Dropstuff officieel geopend. Met een mobiele kunstopstelling (inclusief beeldscherm van 60m²) wordt door Nederland gereisd, langs steden als Rotterdam, Den Bosch en Amsterdam.

Op het grote beeldscherm worden van 9.00 uur ‘s morgens tot 10.00 uur ‘s avonds kunstwerken getoond van professionele kunstenaars, maar ook van werken van jongeren, games en stellingen en meningen van bezoekers komen langs. Rondom het thema communicatiecultuur (en dan specifiek kunst en de vrijheid van meningsuiting) wordt de bezoeker uitgedaagd om vragen te stellen en stellingen achter te laten. Door het sturen van een sms-je, email naar U@dropstuff.nl of het sturen van live webcambeelden kun je meedoen aan deze kunstmanifestatie.

Enkele stellingen die nu al online staan:

Games = Art?
Mag de CIA gamers controleren op gedrag?
Wanneer ben je Nederlander?

Om Dropstuff in Rotterdam te laten landen is nauw samengewerkt met Museum Boijmans van Beuningen. Dit museum heeft aan hedendaagse kunstenaars gevraagd hun visie op communicatiecultuur en vrijheid van meningsuiting in een interactief en experimenteel kunstwerk samen te vatten.

Maar het grote beeldscherm is niet het enige dat te zien is. Wat Dropstuff mede interessant maakt is dat er op het paviljoen rondom het beeldscherm kunstwerken van middelbare scholieren te zien zijn. Zij maken namelijk, als onderdeel van het eduactieprogramma, in een workshop video’s rondom het thema censuur en manipulatie. Deze video’s zijn ook te zien op YouTube. Maar ook is er op het paviljoen een programmering met onder andere open podium avonden te zien. Voor het programma, klik hier.

Om een zo groot mogelijk publiek te bereiken zal Dropstuff in de komenden maanden op allerlei verschillende lokaties (musea, kunstacademies, bibliotheken, jongerencafes en scholen) beeldschermen van 6×3 meter ophangen. De programmering hiervoor wordt live gedaan vanuit het mobiele paviljoen. De bedoeling is dat ook hier kunstwerken, jongerenfilms, games en stellingen en meningen te zien zullen zijn.

In bibliotheken, dat is leuk. Komt er ook een scherm in de OB van Rotterdam?

Met dank aan: Young Marketing

Flickr – The Commons – evaluatie

In juli van dit jaar schreef ik over The Commons, waarbij fotoarchieven van musea openbaar worden gemaakt met behulp van Flickr. Sindsdien haken meer en meer musea aan bij dit project. Maar wat levert het op voor een museum die hieraan meedoet? Wat hebben de andere musea de afgelopen maanden geleerd? Wat doen gebruikers wel of niet met de foto’s?

Het powerhouse museum doet een evaluatie na de eerste drie maanden en dit is wat zij onder andere geleerd hebben:

  • de target van het uploaden van 50 foto’s per week werd na week vijf overboord gegooid. Het bleek namelijk dat de foto’s die het meest bekeken werden en waar het meeste commentaar op kwam niet de foto’s waren waarvan het museum dit verwacht had. Zij gingen op zoek naar vergelijkbare foto’s in de collectie. Helaas waren deze vaak niet gecatalogiseerd of gedigitaliseerd. Omdat het digitaliseren en catalogiseren extra werk opleverde werd de nieuwe target op 25 foto’s per week gezet.
  • in de eerste vier weken werden de foto’s die op de commons-flickr werden geplaatst meer bekeken dan dezelfde foto’s op de eigen website van het museum. De eigen website wordt geïndexeerd door Google, de foto’s zijn te vinden via de catalogus en de foto’s zijn terug te vinden via een landelijke fotozoekmachine. Het is dus niet zo dat de foto’s op die site heel moeilijk terug te vinden zijn.
  • het powerhouse museum heeft ook een eigen flickraccount waar foto’s uit de collectie te vinden zijn. Toch gedragen bezoekers van de commons-flickr zich anders dan bezoekers van de eigen flickrsite, voornamelijk in hoe zij taggen en het commentaar dat zij achterlaten.
  • na een paar weken werd besloten dat iedereen die vrienden wilde worden met het museum werd geaccepteerd. Het museum keek daarna ook naar foto’s van de vrienden en voegde tags en commentaren toe. En ook al is dit een tijdrovend klusje het zorgt wel voor binding.
  • het museum merkt dat als nieuwe musea foto’s plaatsen er over geschreven wordt op blogs en dat de foto’s van hen dan weer even meer worden bekeken.
  • om foto’s te uploaden gebruikt het museum een aangepaste api. Op deze manier kunnen zij vanuit de eigen database op een eenvoudige manier de foto’s bij flickr plaatsen.

Het museum heeft naast het commons-flickr account en eigen flickr account. Maar ook zijn zij creatief in het maken van groepen (pools), zoals de Tyrrell Today Group en de Modern Times (modernism in Australia). Voor de eerste groep worden flickrgebruikers opgeroepen om eigentijdse foto’s te plaatsen van foto’s uit de collectie. Dus een foto uit de collectie van een kerk wordt opniew gemaakt in deze tijd en in de pool geplaatst. Voor de tweede groep worden gebruikers gevraagd om modernisme in Australie in beeld vast te leggen.

Met dank aan: Fresh + New(er)

Nu zijn er natuurlijk ook musea die niet in de Commons meedoen maar die wel een flickr account hebben. Sinds een jaar is ook de Nationale Bibliotheek van Australië met een fotocollectie op flickr te vinden. Zij schreven in juli een evaluatie van het eerste jaar. Opmerkelijk in deze evaluatie vind ik dat gebruikers het toevoegen aan favorieten het meeste doen, daarna commentaar geven en als laatste taggen.

Maar wat moet je nu als bibliotheek (met fotocollectie) of museum. Wel of niet meedoen met flickr, wel of niet meedoen aan de Commons? Duidelijk wordt na het lezen van beide evaluaties, is dat het zinvol is om van te voren een aantal dingen te bedenken. Zoals welke creative commons voeg ik toe of plaats ik de afbeeldingen in het publieke domein, welke foto’s zet ik online en hoeveel tijd heb ik om mij bezig te houden met de commentaren die worden achtergelaten? Als je alleen tijd hebt om content op flickr te zetten en niet om contact te leggen met gebruikers dan kun je het naar mijn idee beter laten. Flickrgebruikers nemen deel aan de community, ook als die community rondom een museum of bibliotheek gevormd wordt. Als je niet in deze community wilt investeren dan is het niet nodig om foto’s bij flickr te plaatsen. Dan kun je misschien beter de afbeeldingen gewoon via de eigen site beschikbaar stellen waarbij het achterlaten van commentaar vaak nog gebeurd via email.

Bridget McKenzie van weblog Cultural Interpretation & Creative Education heeft een worddocument geschreven over musea en flickr. Dus denk je er over na om foto’s bij flickr onder te brengen, dan is dit document zeker een goed startpunt.