Een HappeNing vol Passie

Na de HappeNing tijdens OCN van 7 en 8 oktober moest ik echt even bijkomen. Het was zo overweldigend dat ik er gewoon moe van was in mijn hoofd. Ik kon er niet over schrijven, wel foto’s uploaden en dat heb ik ook gedaan.

Vanavond heb ik even tijd om stil te staan bij de twee dagen en om op te schrijven wat mij is bijgebleven. Eigenlijk begon de organisatie van de HappNing al ver voor de OCN. Bij een restaurant kwamen een aantal bibliobloggers eind mei samen om te brainstormen over een HappeNing – een evenement gekoppeld aan de Bibliotheek 2.0 Ning. De ideeën vlogen over tafel maar er waren een aantal maren. Bijvoorbeeld de financiën. Het organiseren van een evenement kost nu eenmaal geld en waar we dat vandaan moesten halen wisten we toen nog niet. Maar ook de vraag over de locatie, daar hadden we nog geen antwoord op. Toen Gerard het idee opperde om de HappeNing onder te brengen op de OCN was het snel geregeld. Het HappeNing-team kreeg de vrijheid om een programma samen te stellen van twee hele dagen. Keynote sprekers werden geregeld, workshop mensen gevraagd iets te knutselen en iedereen die wilde helpen kreeg een taak toebedeeld. Ik zelf heb mij beziggehouden met het maken van het logo voor de button en de shirts en deze met financiële ondersteuning van Jan besteld. Veel gebeurde er online en op zich is dat bijzonder. Want het liep fantastisch. De strubbelingen die wij tegenkwamen tijdens OCN (geen wifi, slechte bewegwijzering, programma dat niet duidelijk was, geen computers, etc.) lag meer aan de RAI en de organisatie van OCN dan aan de HappeNing.

De eerste dag heb ik weinig meegekregen van de keynote van Erwin Blom omdat ik buiten op de gang stond om mensen die naar ons op zoek waren te helpen. Aan het einde van zijn sessie kwam ik binnen, ben ik op de grond gaan zitten en heb ik interessante dingen gehoord. Ik heb geen aantekeningen gemaakt omdat Jaap alles filmde en ik ervan uitga dat deze opname binnenkort online zal staan. Na de keynote waren Marina en ik aan de beurt. Een sessie over delen 2.0.

delen 2.0

View SlideShare presentation or Upload your own. (tags: copyright auteursrecht)

En ere wie ere toekomt Marina heeft enorm veel tijd gestopt in deze presentatie! Ik was soort van de sidekick, wat ik helemaal niet erg vond overigens. Ik stelde de vragen aan het publiek en samen probeerden wij in gesprek te komen met de zaal. Marina’s verslag van de sessie staat op haar weblog.

Tijd voor de lunch. Een broodje halen en snel naar de stand van UGame – ULearn waar Dark Ink (de game voor en door studenten waar je mediawijs en informatievaardig van wordt) werd gereleased. Op de eerste etage waar – naar ik heb gehoord – niet veel mensen kwamen (wel bij onze stand hoor!). Als gevolg hiervan was de borrel aan het einde van de dag verplaatst naar bijna naast onze stand. Geweldig toch.


Ik ben erg blij met de collega’s die wilden meehelpen op de stand en ook met student Miriam, die – omdat zij aan Dark Ink heeft meegewerkt – de absolute kenner is van de game. En ook Harald was van de partij, hij was tijdens het proces de technisch projectleider, een rol die hij erg goed heeft vervuld. Veel bezoekers kwamen een kijkje nemen bij de stand, vragen stellen en Dark Ink spelen. De demo van de game kun je  downloaden zodat je hem thuis ook kan spelen. Het is een demo en hij is nog niet af (kan ook niet in zes maanden tijd), en ja er zitten ook nog enkele eigenaardigheden (bugs) in. Vaak kwam de vraag of wij de game nog af gaan maken. En wij doen dit graag maar zoeken hiervoor nog partners en sponsors dus heb je een suggestie, laat dan even een berichtje achter.

Tijdens de lunch mocht ik ook nog even een interviewtje doen met Tim Spalding. Niet voorbereid.. en dan ook nog in het Engels…. dit is wat er van is geworden.


OCN2008: Tim Spalding from Jaap van de Geer on Vimeo.

Na de lunch werd de HappeNing een hands-on experience met de workshop van Guus. En ook WoW!ter deed zijn presentatie over de Nederlandse biblioblogs. Dag 1 was ten einde. Maar niet voordat wij nog gingen eten met een aantal bibliobloggers om nog even na te praten over de dag. Als een tevreden mens ging ik naar huis.

Dag twee was gelukkig minder hectisch dan de eerste dag. De keynote van Tim Spalding kon ik bijna in zijn geheel meemaken. En dat hij veel vertelde over LibraryThing is misschien wel mijn schuld. Tim vroeg namelijk aan Essen2punt0 en mij waar de focus van zijn presentatie moest liggen en wij antwoorden, bij LibraryThing natuurlijk. Ik kreeg van Tim nog een cadeautje, maar daarover in een andere post meer.

Na Tim mocht Wilma iets vertellen over Hyves en bibliotheken. Ik ben er nog niet helemaal uit of je als bibliotheek iets moet doen op Hyves want de belangrijkste vraag is wat dan? Dat onze doelgroep daar zit kan ik niet ontkennen maar maak er maar eens een originele pagina/content van zodat gebruikers van de bieb jouw vriend(in) willen worden. Wat ik ontzettend leuk vond aan de sessie van Wilma was dat wij via onze mobiel konden stemmen op stellingen en dat de uitkomsten niet veel later live werden getoond, je zag de balk met aantallen stemmers gewoon bewegen. Gaaf!

Na de lunch was er een sessie van Jeffrey Snijder over livecasten en werd er gediscusseerd met een panel over stellingen die het HappeNingteam op de dag zelf nog had bedacht.

Foto: Jeroen van Beijnen

Op de achtergrond kwamen de tweets en flickrfoto’s getagged met #ocn2008 voorbij in een twitterfountain. Ontzettend mooi gedaan door – als ik het goed heb – Guus. Jeroen van Beijnen heeft de fountain aangemaakt – thanks voor tip op twitter.

De tweede dag was er geen borrel (volgens mij waren er ook minder mensen dan op dag 1) waardoor iedereen de RAI snel verliet. Per DOK-bus werd een groep, inclusief Tim Spalding, naar de OBA gebracht waar wij nog hebben gegeten en rondgelopen. Onderweg naar huis kwamen er ontrustende berichten langs op twitter…. volgens mij zaten de meeste bibliobloggers met zenuwen de berichten van Marina te volgen. Het liep gelukkig allemaal goed af.

Conclusie van de twee dagen OCN:

  • negatieve publiciteit rondom OCN doet het aantal inschrijvingen voor een conferentie geen goed, geen reactie van de organisatie hierop is dan ook eigenlijk een beetje dom als je het mij vraagt
  • een HappeNing is een echte HappeNing als mensen op de grond moeten zitten omdat er te weinig stoelen zijn
  • wifi is een absolute must! (en zeg nou niet dat de RAI dat niet kan faciliteren want ik heb al een keer meegemaakt dat het wel kon)
  • twitter is de tool voor de snelle berichtgeving tijdens conferenties, eigenlijk kun je niet zonder
  • de HappeNing is een succes te noemen (wil je het HappeNingteam boeken voor de organisatie van een conferentie, workshopsessie oid laat dan een berichtje achter op de bibliotheek 2.0 Ning – hoop dat het HappeNing-team er net zo over denkt als ik 🙂 en dat het team wordt uitgebreid met andere enthousiastelingen)
  • het irl ontmoeten van online contacten zorgt soms voor hilarische momenten, joh jij lijkt ook niet op jouw foto!
  • ik heb in twee dagen voldoende PASSIE gezien om het de rest van het jaar vol te houden
  • wij zijn er nog lang niet, er is nog genoeg te doen in bibliotheekland maar het begin is er
  • volgend jaar geen OCN, over twee jaar wel?

En uiteraard een grote DANK voor iedereen die deze HappeNing mogelijk heeft gemaakt!!

Waarom blog ik eigenlijk?

Ik ben blij met de vraag van WoW!ter omdat ik nu eindelijk eens een goed excuus heb om te schrijven waarom ik blog, wie ik wil bereiken en over de posts die mij het meeste bij zijn gebleven.

Mijn allereerste post schreef ik op 8 december 2004 en ging over de verschillende generaties zoekmachines die bestaan en die je als alternatief kan gebruiken voor Google.

Omdat ik toen nog niet wist of het bloggen een blijvertje zou zijn gebruikte ik Blogger. Waarom ik toen begon met bloggen kan ik mij nog heel goed herinneren. Een toenmalige collega van mij (Henk Ellerman) blogde al, ik begreep dat toen nog niet zo goed. Want waarom zou je schrijven…? Het bloggen begon toen net een beetje in te komen. Ik twijfelde. In november bezocht ik de SURF Onderwijsdagen en zag ik Sybilla Poortman spreken. Ik kan mij de details niet meer goed herinneren maar ik mailde met Sybilla en vroeg haar hoe het was om een blog te hebben. Zij overtuigde mij om een blog te beginnen. En waarom ook niet, uiteindelijk kun je pas iets zeggen over een programma of feature als je het ook zelf gebruikt en ervaren hebt. Voorzichtig zette ik de eerste stapjes, onder een pseudoniem, Moqub.

Slecht een enkele lezer wist wie ik werkelijk was en dat was goed. Het voelde namelijk veilig. Niet dat ik over mijn werkplek ging schrijven, of over collega’s maar toch wilde ik niet dat iedereen wist wie ik was. In april 2005 was het over met de anonimiteit. InformatieProfessional mailde mij namelijk met de vraag of zij mij mochten interviewen voor een artikel over biblio-bloggers. Mijn ego won het van de anonimiteit. Wel heb ik eerst even met mijn toenmalige directeur gesproken of hij ermee akkoord ging dat ik uit de anonimiteit stapte. Zijn bibliotheek zou tenslotte ook genoemd worden en ik vond het wel netjes om hem van te voren in te lichten. Gelukkig had hij er geen enkel probleem mee. Wat ik in deze nog steeds bijzonder vind is dat sommige lezers denken dat ik een man ben (al wordt dat wel steeds minder) en dat anderen mij consequent Moqub blijven noemen (zowel op de blog als in real life). En dat is prima. Moqub is gewoon een andere naam voor mij en ik luister er ook naar. Waar Moqub vandaan komt, die vraag krijg ik vaak. Het is een verzonnen naam, die ik lang geleden heb bedacht (toen het world wide web nog voluit geschreven werd).

Over statistieken van mijn blog in de beginjaren weet ik niets. Ik kan wel zien aan de comments wie mijn blog leest en door op congressen te vertellen over mijn blog weet ik ook dat steeds meer mensen deze gingen lezen. In juni 2005 werd het daarom tijd om over te stappen naar een eigen domein, een eigen server (dank aan Mark) en nieuwe software (Nucleus). Met Nucleus heb ik even gewerkt maar merkte dat ik niet genoeg kennis had om alles te kunnen wat ik wilde. In overleg met Mark ben ik toen overgestapt naar WordPress, een keuze waar ik tot op heden geen spijt van heb. Sinds kort heb ik ook een statistieken plugin draaien zodat ik veel beter kan zien op welke zoektermen bezoekers binnenkomen en wie zij zijn. Ook kijk ik regelmatig bij Google Analytics maar de verschillen tussen beide statistiekenprogramma’s zijn groot. En eigenlijk maakt het ook niet uit hoeveel mensen je blog lezen. Alhoewel het leuk is om te zien dat de bezoekersaantallen omhoog gaan (toen ik over de brand bij Bouwkunde schreef schoten die omhoog naar 1454!). Als ik schrijf doe ik dit om mijn eigen gedachten te ordenen, om informatie te bewaren en als anderen plezier hebben in het lezen daarvan dan word ik daar alleen maar blij van. Soms schrijf ik wel eens een post die kort door de bocht is, soms is dat om frustratie kwijt te raken. Maar vaker schrijf ik over dingen die ik signaleer en die mij opvallen of schrijf ik over een nieuw dingetje dat ik heb uitgeprobeerd.

Zo schreef ik vorig jaar maart over twitter. Dat leek mij zo stom iets. Ik begreep er niets van. Hoezo zou ik iemand vertellen waar ik uithing en wat ik aan het doen was. Non-informatie leek het mij. En dat dan anderen dat gingen volgen. Tijdverspilling. Of toch niet? Practice what you preach zou je denken, maar niet in dit geval. Het heeft meer dan een jaar geduurd voordat ik twitter een kans gaf en sindsdien twitter ik er vrolijk op los. Om op deze manier over een paar maanden te vertellen wat ik er nu echt van vind, onderbouwd met argumenten natuurlijk.

De post die mij tot op heden het meeste bij is gebleven is de post die ik schreef naar aanleiding van de IP-lezing in 2006 en die ging over de workshop van Boyd Hendiks. Binnen no time had namelijk Boyd Hendriks op deze post gereageerd, oeps! Hij was het niet helemaal eens met mijn post. En wat doe je dan, dan schrik je even en denk je, ach het is mijn mening, daar mag iemand het niet mee eens zijn. Maar ik heb wel geleerd dat ook sprekers aan egosurfen doen of zelfs misschien een google-alert op hun naam hebben staan (bestonden die toen al?).

Over sprekers gesproken. Ik ben dankzij mijn blog al enkele malen gevraagd om te komen spreken op congressen, workshops, themamiddagen en symposia. Leuk om te doen maar het geeft ook stress. Je moet je presentatie goed voorbereiden en in sommige gevallen is dat niet heel moeilijk. Als het bijvoorbeeld gaat over web 2.0 en social software dan weet ik wel wat ik wil vertellen. Het wordt anders als het gaat over een nieuw onderwerp waar ik mij mee bezig hou, zoals bijvoorbeeld gaming & bibliotheken. Omdat dit onderwerp nog zo nieuw is en toch wel wat weerstand met zich meebrengt vind ik het lastig om daar een presentatie over te geven. Ik doe het wel, omdat ik hier ook alleen maar van leer. Maar makkelijk is het niet. Leuker vind ik het om artikelen te schrijven. Zoals ik bijvoorbeeld deed met Gerard Bierens naar aanleiding van ons bezoek aan Computers in Libraries. Of het stuk dat ik schreef toen ik als Eduguide meemocht naar Educause in Dallas.

Het fijne van het hebben van een weblog is dat mensen je gaan herkennen en dat je makkelijker mensen ontmoet. Op congressen is dit handig, je hebt al snel een onderwerp om over te praten. Ik stap ook makkelijker op mensen af van wie ik het weblog lees. Vaak gewoon om even hoi te zeggen of te reageren op een post. Bijzonder vind ik dan ook het jaarlijkse edublogdiner, dat voor de onderwijsdagen wordt georganiseerd. Elk jaar komen er meer mensen bij en dat is goed om te zien. Het is een uitje waar ik zeker naar uitkijk. Ook omdat je sommige bloggers niet vaak in real life ziet. Het edublogdiner is dan de plek om even bij te kletsen.

Na bijna 4 jaar bloggen heb ik een aantal dingen geleerd:

  • van bloggen blijf je op de hoogte van ontwikkelingen in je eigen vakgebied
  • van bloggen leer je meer mensen kennen (je netwerk groeit erg snel) – mensen die je normaal gesproken nooit zou ontmoeten maar die wel in hetzelfde vakgebied werken als jij
  • bloggen kost energie, soms veel energie, soms energie die je eigenlijk niet meer hebt na een dag werken
  • soms wil je stoppen met bloggen omdat je je afvraagt waarom je het eigenlijk doet
  • bloggen hou je alleen vol als je er lol in hebt en het niet ziet als iets wat MOET
  • je lezers rekenen op je, dat voelt soms als een druk – zeker als je een congres hebt bezocht en je hebt er na een week nog niet over geschreven
  • de meeste spam komt binnen op de post Wikipedia imploft – een korte post met een comment waar ik nog steeds niet veel van begrijp
  • soms krijg je comments die niet aardig zijn
  • soms schrijf je posts die niet aardig zijn
  • ruzie heb ik nog niet gemaakt, maar misschien heb ik wel op tenen getrapt
  • soms krijg je helemaal geen comments, maar dit betekent niet dat mijn post niet wordt gelezen
  • ik hou ervan om de presentatie van mijn blog zo nu en dan aan te passen (dit jaar al 3x geloof ik)
  • soms zijn anderen je voor en schrijven zij over iets waarvan jij dacht de eerste te zijn
  • bloggen is geen wedstrijd, iedereen heeft een eigen manier waarop zij dingen benaderen en daarmee een eigen focus
  • als je blogt lees je veel (vooral rss-feeds in mijn geval)
  • het houdt niet op bij bloggen, als je blogt dan plaats je ook foto’s online, bewaar je misschien links bij delicious en ga zo maar door
  • bloggen is een manier van leven
  • bloggen leert je hoe anderen met content omgaan, zeker als zij tekst of foto’s zonder bronvermelding van je overnemen
  • als je blogt onder werktijd betekent dit dat je baas iets van je blog mag vinden (daarom blog ik niet onder werktijd)
  • MIJN BLOG DAT BEN IK!

Nu hoop ik natuurlijk dat WoW!ter van alle biblioblogs een verhaal krijgt en dat hij tijdens OCN hier een leuke, grappige, originele presentatie van kan maken. Uiteraard hoeft je post niet zo uitgebreid te zijn, kijk maar bij Gerard en Marina – die kunnen de essentie in veel minder woorden vatten.