Work in progress – (flex)werkplekken in Nederland

Je ziet de vraag regelmatig langskomen op twitter, maar soms krijg ik de vraag ook persoonlijk. Waar kan ik werken als ik niet naar kantoor wil komen en ook niet thuis wil zitten? Er zijn verschillende plekken in Nederland waar je kunt aanwaaien. Soms moet je reserveren, soms niet, soms moet je betalen, maar soms ook niet en soms moet je lid zijn, maar vaker niet.

Met alle mijn bekende adressen heb ik een Google Map gemaakt (Workspots Netherlands). Dit is een work in progress. Dus heb je aanvullingen, ideeen om de kaart beter te maken, of iets anders laat dan gerust een comment achter of stuur mij een email.


View Workspots Netherlands in a larger map

Op deze kaart vind je niet de lokaties waar je als ZZP-er kantoorruimte kan huren. Het gaat echt alleen om flexplekken waar je tijdelijk aan kan waaien.

BlijfBij bibliotheek

Via Infocaris werd ik getipt over een nieuwe nieuwssite. Hij beschreef vandaag in beeld, een initiatief van BlijfBij.nl.

In beelden wordt het nieuws van vandaag gepresenteerd. In verschillende categorieen, waaronder internet. Als je over een afbeelding gaat krijg je een mouseover te zien met de titel van het bericht. En door op een afbeelding te klikken kom je bij het nieuwsartikel. Mooi gedaan van BlijfBij.

Maar na even doorklikken kom ik erachter dat dit niet het enige interessante dat BlijfBij doet. Ze hebben namelijk op de nieuwssite een site voor bibliotheken. Met nieuws en een agenda over, je raadt het al, bibliotheken. Kopjes als UKB, OB en weblog. En het leuke aan die laatste is dat hier berichten staat die komen van de Bibliotheek 2.0 ning. Als bronnen gebruiken zij bekende bibliobloggers en sites van bibliotheken.

Nu kan ik bedenken dat deze site voor bibliotheekmensen interessant kan zijn omdat het op een mooie manier een overzicht geeft van het laatste nieuws (inclusief rss-feed). Maar om nu als eerste een subsite te maken voor deze doelgroep… zou er soms iemand uit de bibliotheekwereld achter dit initiatief zitten?

Waarom blog ik eigenlijk?

Ik ben blij met de vraag van WoW!ter omdat ik nu eindelijk eens een goed excuus heb om te schrijven waarom ik blog, wie ik wil bereiken en over de posts die mij het meeste bij zijn gebleven.

Mijn allereerste post schreef ik op 8 december 2004 en ging over de verschillende generaties zoekmachines die bestaan en die je als alternatief kan gebruiken voor Google.

Omdat ik toen nog niet wist of het bloggen een blijvertje zou zijn gebruikte ik Blogger. Waarom ik toen begon met bloggen kan ik mij nog heel goed herinneren. Een toenmalige collega van mij (Henk Ellerman) blogde al, ik begreep dat toen nog niet zo goed. Want waarom zou je schrijven…? Het bloggen begon toen net een beetje in te komen. Ik twijfelde. In november bezocht ik de SURF Onderwijsdagen en zag ik Sybilla Poortman spreken. Ik kan mij de details niet meer goed herinneren maar ik mailde met Sybilla en vroeg haar hoe het was om een blog te hebben. Zij overtuigde mij om een blog te beginnen. En waarom ook niet, uiteindelijk kun je pas iets zeggen over een programma of feature als je het ook zelf gebruikt en ervaren hebt. Voorzichtig zette ik de eerste stapjes, onder een pseudoniem, Moqub.

Slecht een enkele lezer wist wie ik werkelijk was en dat was goed. Het voelde namelijk veilig. Niet dat ik over mijn werkplek ging schrijven, of over collega’s maar toch wilde ik niet dat iedereen wist wie ik was. In april 2005 was het over met de anonimiteit. InformatieProfessional mailde mij namelijk met de vraag of zij mij mochten interviewen voor een artikel over biblio-bloggers. Mijn ego won het van de anonimiteit. Wel heb ik eerst even met mijn toenmalige directeur gesproken of hij ermee akkoord ging dat ik uit de anonimiteit stapte. Zijn bibliotheek zou tenslotte ook genoemd worden en ik vond het wel netjes om hem van te voren in te lichten. Gelukkig had hij er geen enkel probleem mee. Wat ik in deze nog steeds bijzonder vind is dat sommige lezers denken dat ik een man ben (al wordt dat wel steeds minder) en dat anderen mij consequent Moqub blijven noemen (zowel op de blog als in real life). En dat is prima. Moqub is gewoon een andere naam voor mij en ik luister er ook naar. Waar Moqub vandaan komt, die vraag krijg ik vaak. Het is een verzonnen naam, die ik lang geleden heb bedacht (toen het world wide web nog voluit geschreven werd).

Over statistieken van mijn blog in de beginjaren weet ik niets. Ik kan wel zien aan de comments wie mijn blog leest en door op congressen te vertellen over mijn blog weet ik ook dat steeds meer mensen deze gingen lezen. In juni 2005 werd het daarom tijd om over te stappen naar een eigen domein, een eigen server (dank aan Mark) en nieuwe software (Nucleus). Met Nucleus heb ik even gewerkt maar merkte dat ik niet genoeg kennis had om alles te kunnen wat ik wilde. In overleg met Mark ben ik toen overgestapt naar WordPress, een keuze waar ik tot op heden geen spijt van heb. Sinds kort heb ik ook een statistieken plugin draaien zodat ik veel beter kan zien op welke zoektermen bezoekers binnenkomen en wie zij zijn. Ook kijk ik regelmatig bij Google Analytics maar de verschillen tussen beide statistiekenprogramma’s zijn groot. En eigenlijk maakt het ook niet uit hoeveel mensen je blog lezen. Alhoewel het leuk is om te zien dat de bezoekersaantallen omhoog gaan (toen ik over de brand bij Bouwkunde schreef schoten die omhoog naar 1454!). Als ik schrijf doe ik dit om mijn eigen gedachten te ordenen, om informatie te bewaren en als anderen plezier hebben in het lezen daarvan dan word ik daar alleen maar blij van. Soms schrijf ik wel eens een post die kort door de bocht is, soms is dat om frustratie kwijt te raken. Maar vaker schrijf ik over dingen die ik signaleer en die mij opvallen of schrijf ik over een nieuw dingetje dat ik heb uitgeprobeerd.

Zo schreef ik vorig jaar maart over twitter. Dat leek mij zo stom iets. Ik begreep er niets van. Hoezo zou ik iemand vertellen waar ik uithing en wat ik aan het doen was. Non-informatie leek het mij. En dat dan anderen dat gingen volgen. Tijdverspilling. Of toch niet? Practice what you preach zou je denken, maar niet in dit geval. Het heeft meer dan een jaar geduurd voordat ik twitter een kans gaf en sindsdien twitter ik er vrolijk op los. Om op deze manier over een paar maanden te vertellen wat ik er nu echt van vind, onderbouwd met argumenten natuurlijk.

De post die mij tot op heden het meeste bij is gebleven is de post die ik schreef naar aanleiding van de IP-lezing in 2006 en die ging over de workshop van Boyd Hendiks. Binnen no time had namelijk Boyd Hendriks op deze post gereageerd, oeps! Hij was het niet helemaal eens met mijn post. En wat doe je dan, dan schrik je even en denk je, ach het is mijn mening, daar mag iemand het niet mee eens zijn. Maar ik heb wel geleerd dat ook sprekers aan egosurfen doen of zelfs misschien een google-alert op hun naam hebben staan (bestonden die toen al?).

Over sprekers gesproken. Ik ben dankzij mijn blog al enkele malen gevraagd om te komen spreken op congressen, workshops, themamiddagen en symposia. Leuk om te doen maar het geeft ook stress. Je moet je presentatie goed voorbereiden en in sommige gevallen is dat niet heel moeilijk. Als het bijvoorbeeld gaat over web 2.0 en social software dan weet ik wel wat ik wil vertellen. Het wordt anders als het gaat over een nieuw onderwerp waar ik mij mee bezig hou, zoals bijvoorbeeld gaming & bibliotheken. Omdat dit onderwerp nog zo nieuw is en toch wel wat weerstand met zich meebrengt vind ik het lastig om daar een presentatie over te geven. Ik doe het wel, omdat ik hier ook alleen maar van leer. Maar makkelijk is het niet. Leuker vind ik het om artikelen te schrijven. Zoals ik bijvoorbeeld deed met Gerard Bierens naar aanleiding van ons bezoek aan Computers in Libraries. Of het stuk dat ik schreef toen ik als Eduguide meemocht naar Educause in Dallas.

Het fijne van het hebben van een weblog is dat mensen je gaan herkennen en dat je makkelijker mensen ontmoet. Op congressen is dit handig, je hebt al snel een onderwerp om over te praten. Ik stap ook makkelijker op mensen af van wie ik het weblog lees. Vaak gewoon om even hoi te zeggen of te reageren op een post. Bijzonder vind ik dan ook het jaarlijkse edublogdiner, dat voor de onderwijsdagen wordt georganiseerd. Elk jaar komen er meer mensen bij en dat is goed om te zien. Het is een uitje waar ik zeker naar uitkijk. Ook omdat je sommige bloggers niet vaak in real life ziet. Het edublogdiner is dan de plek om even bij te kletsen.

Na bijna 4 jaar bloggen heb ik een aantal dingen geleerd:

  • van bloggen blijf je op de hoogte van ontwikkelingen in je eigen vakgebied
  • van bloggen leer je meer mensen kennen (je netwerk groeit erg snel) – mensen die je normaal gesproken nooit zou ontmoeten maar die wel in hetzelfde vakgebied werken als jij
  • bloggen kost energie, soms veel energie, soms energie die je eigenlijk niet meer hebt na een dag werken
  • soms wil je stoppen met bloggen omdat je je afvraagt waarom je het eigenlijk doet
  • bloggen hou je alleen vol als je er lol in hebt en het niet ziet als iets wat MOET
  • je lezers rekenen op je, dat voelt soms als een druk – zeker als je een congres hebt bezocht en je hebt er na een week nog niet over geschreven
  • de meeste spam komt binnen op de post Wikipedia imploft – een korte post met een comment waar ik nog steeds niet veel van begrijp
  • soms krijg je comments die niet aardig zijn
  • soms schrijf je posts die niet aardig zijn
  • ruzie heb ik nog niet gemaakt, maar misschien heb ik wel op tenen getrapt
  • soms krijg je helemaal geen comments, maar dit betekent niet dat mijn post niet wordt gelezen
  • ik hou ervan om de presentatie van mijn blog zo nu en dan aan te passen (dit jaar al 3x geloof ik)
  • soms zijn anderen je voor en schrijven zij over iets waarvan jij dacht de eerste te zijn
  • bloggen is geen wedstrijd, iedereen heeft een eigen manier waarop zij dingen benaderen en daarmee een eigen focus
  • als je blogt lees je veel (vooral rss-feeds in mijn geval)
  • het houdt niet op bij bloggen, als je blogt dan plaats je ook foto’s online, bewaar je misschien links bij delicious en ga zo maar door
  • bloggen is een manier van leven
  • bloggen leert je hoe anderen met content omgaan, zeker als zij tekst of foto’s zonder bronvermelding van je overnemen
  • als je blogt onder werktijd betekent dit dat je baas iets van je blog mag vinden (daarom blog ik niet onder werktijd)
  • MIJN BLOG DAT BEN IK!

Nu hoop ik natuurlijk dat WoW!ter van alle biblioblogs een verhaal krijgt en dat hij tijdens OCN hier een leuke, grappige, originele presentatie van kan maken. Uiteraard hoeft je post niet zo uitgebreid te zijn, kijk maar bij Gerard en Marina – die kunnen de essentie in veel minder woorden vatten.

Flickr inspiratie

Van Willem kreeg ik van de week een link doorgestuurd waarvan hij dacht dat ik het wel interessant zou vinden en hij had helemaal gelijk.

De site How to: Make Flickr Work for Your Library – 50+ Resources geeft een overzicht van wat je allemaal met Flickr zou kunnen doen als je in een bibliotheek werkt. Zoals een virtuele tour geven, het delen van geschiedenis en evenementen (met handleidingen en tutorials voor de uitleg). Maar ook worden voorbeelden gegeven van hoe je Flickr nog beter in kan zetten, waaronder FlickrStorm (zoeken binnen Flickr), MachineTags, Flickr Backup en Motivator (om waanzinnige posters te maken met Flickr foto’s).

Een briljant overzicht voor een ieder die al bekend is met Flickr maar er nog meer mee wil doen en voor hen die Flickr nog niet zo goed kennen maar er wel mee willen werken in de bibliotheek. Kijken dus!

Het afgelopen jaar zag ik

Ging ik in 2006 nog 41x naar de bioscoop, dit jaar zag ik Pathe maar 32x van binnen en wel voor de volgende films:

Datum Film
21 januari Apocalypto
11 februari The Prestige
17 februari Smokin’ Aces
18 februari Blood Diamond
24 februari Little Childern
24 maart 300
25 maart Ghost Rider
8 april The Curse of he Golden Flower
21 april Shooter
22 april Sunshine
28 april Next
29 april Pan’s Labyrinth
2 mei Spider-Man 3
13 mei The Reaping
20 mei The Number 23
27 mei Pirates of the Carribean – At World’s End
9 juni Fracture
10 juni Premonition
17 juni Ocean’s Thirteen
29 juni Transformers
1 juli Die Hard 4.0
22 juli Harry Potter – Order of the Phoenix
29 juli The Last Legion
onbekend Fantastic Four – The Rise of the Silver Surfer
16 september The Bourne Ultimatum
13 oktober The Kingdom
10 november Lions for Lambs
25 november Beowulf
5 december Hitman
9 december The Golden Compass
23 december I Am Legend
25 december Elizabeth: the Golden Years

Met absoluut dieptepunt Beowulf en als briljant hoogtepunt Shooter.

Web 2.0 gids

Chris Smith heeft een uitgebreid overzicht gemaakt van web 2.0 applicaties. Ook heeft hij een lijst samengesteld van web 2.0 applicaties die gebruikt worden in het onderwijs. Om te beoordelen of een website 2.0 genoemd mag worden is er een validator ontwikkeld die hij ook noemt.

The score for http://www.moqub.com is 14 out of 51

mhmhm ik mag nog wel wat werken aan mijn web 2.0 dingen. Ik mis bijvoorbeeld inline Ajax, python, ik benoem niet less is more, heb geen favicon, benoem geen cool words of nitro en ik noem het sematisch web niet. Van sommige dingen heb ik geen idee wat het is.. zoals favicon (is dat een ikoon van favorieten?), of nitro.

De lijst die Chris geeft over social bookmarking is lang! Veel programma’s ken ik nog niet maar zal ik zeker in de komende weken eens proberen. Hetzelfde geldt voor de lijst voor mindmapping en blogfilters.

Meer info: Chris Smith
Via: Resource Shelf

25 nieuwe dingen op het web

Ik loop een beetje achter met schrijven. Op 3 maart schreef CNNmoney.com er namelijk al over The Next Net 25.

25 websites om in de gaten te houden verdeeld over vijf categorieen (social media, mashup and filters, the new phone, the webtop, under the hood). Sommige sites zijn bekend, sommigen ook niet (tenminste ik kende ze nog niet) zoals Digg, Trulia, Wink, Zimbra of Six Apart. Allen maken gebruik van nieuwe combinaties in features en daarom zijn zij waarschijnlijk ook uitgekozen.

Meer info: CNNmoney.com

Library 2.0 – een inleiding op de hype

Al een aantal maanden is er een discussie aan de gang op verschillende weblogs. Het onderwerp: Library 2.0. Niet alleen de techniek achter dit nieuwe verschijnsel wordt ter discussie gesteld, ook de inhoud en de vraag of het wel een nieuw verschijnsel is of niet. Daarnaast is het onduidelijk wat nu precies wordt bedoeld met Library 2.0 (L2). Om meer inzicht te krijgen in dit nieuwe fenomeen heeft Walt Crawford in Cites & Insights (volume 6, number 2: Midwinter 2006) een overzicht geschreven waarbij hij een groot aantal uitspraken op weblogs behandelt. Dit overzicht is een goed uitgangspunt voor deze inleiding die mij (en misschien ook anderen) een beter inzicht geeft in deze materie.

Wat is Library 2.0?
Dezelfde vraag kan gesteld worden voor Web 2.0 omdat deze termen van elkaar afgeleid zijn. Er bestaan verschillende definities (Crawford geeft 62 standpunten en 7 definities), de meest heldere is afkomstig van Sarah Houghton:Library 2.0 simply means making your library’s space (virtual and physical) more interactive, collaborative, and driven by community needs. Examples of where to start include blogs, gaming nights for teens, and collaborative photo sites. The basic drive is to get people back into the library by making the library relevant to what they want and need in their daily lives…to make the library a destination and not an afterthought.

Waar het kort gezegd op neerkomt, is dat de bibliotheek zijn bestanden, serverruimte en medewerkers open laat staan voor inbreng van de gebruiker. Dit kan zijn door metadata, gemaakt door de gebruiker, toe te voegen aan titelbeschrijvingen in de catalogus, recensies van gebruikers te plaatsen bij artikelen die zich in de repositories bevinden of het door middel van een weblog of IM (instant messaging) contact tussen gebruiker en informatiebalie te bevorderen.
Het gaat om een geheel nieuw internet, waarbij de gebruiker door middel van samenwerking en participatie context geeft aan het nieuwe fenomeen. Tegelijkertijd maakt de gebruiker deel uit van een (sociaal) netwerk dat online ontstaat en bestaat.

Naast het faciliteren van fysieke en virtuele ruimte gaat L2 ook over het tegemoet komen aan de wensen van de gebruiker die 24/7 gebruik wil maken van de bibliotheek en de informatiebronnen. Hierbij moet de bibliotheek voldoen aan de wensen/eisen van de gebruiker. Of zoals Kevin Dames het zegt: “create Multimedia Informatie Centra where people can “mashup” the library, both creating content for themselves but also through incentives, contests and enthousiasm, roll that content right back into promoting the library.”

Meredith Farkas ziet een duidelijke verschuiving in de manier waarop er wordt aangekeken tegen bibliotheekdiensten:
The idea of Library 2.0 represents a significant paradigm shift in the way we view library services. It’s about a seamless user experience, where usability, interoperability, and flexibility of library systems is key. It’s about the library being more present in the community through programming, community building (both online and physical), and outreach via technology (IM, screencasting, blogs, wikis, etc.). It’s about allowing user participation through writing reviews and tagging in the catalog and making their voice heard through blogs and wikis. It’s about making the library more transparent through its Web presence and its physical design. We need to make the library human, ubiquitous, and user-centered. This involves a change in our systems, our Web presence, and our very attitudes. It will take a lot of work for a library to be completely 2.0, but the idea should inform every decision made at the library.

Welke functionaliteiten kun je verwachten binnen Library 2.0?
Een groot deel van de functionaliteiten van L2 wordt gevormd door zogeheten “social software”, zoals WIKI’s, weblogs, rss-feeds, flickr-achtige toepassingen, furl-achtige toepassingen, etc. Eric Sievers, redacteur van Informatie Professional omschrijft het als volgt: “iedereen is zijn eigen journalist, iedereen is zijn eigen fotograaf, iedereen is zijn eigen bibliothecaris, iedereen is zijn eigen encyclopedist, iedereen is zijn eigen boek- of filmrecensent, iedereen is zijn eigen (sociale) netwerkbouwer, iedereen is zijn eigen veilingmeester, iedereen is zijn eigen radio- of tv-station, iedereen is zijn eigen zoekmachine en iedereen zijn eigen software.”
Sievers heeft de essentie van Web 2.0 duidelijk onder woorden weten te brengen. De gebruiker wordt steeds meer in staat gesteld “in control” te zijn als het gaan om de eigen uitingen dus waarom hier geen gebruik van maken in de bibliotheek? Waarom de gebruiker niet uitnodigen om mee te doen in de bibliotheek en op deze manier nieuwe gebruikers aan je binden?
Michael Casey omschrijft Library 2.0 als volgt: “Library 2.0 is not strictly a tech-driven philosophy. L2 is first and foremost an effort to reach out to those people who, for whatever reason, are not using the services libraries offer.” Een uitwerking hiervan kan zijn dat de bibliotheek voor zowel oude, als nieuwe, gebruikers een plaats zal zijn waar zij, dankzij allerlei nieuwe soorten techniek, kunnen doen wat zij willen doen. Om dit aan gebruikers aan te kunnen bieden is het noodzakelijk dat de bibliotheekmedewerker weet wat “social software” inhoudt en hoe het werkt. Het meest eenvoudige is Instant Messaging, als bibliotheekmedewerkers onderling over werkgerelateerde onderwerpen chatten leren zij vaardigheden die zij in het klantcontact goed kunnen gebruiken. Het lezen, of het onderhouden, van een weblog kan een gezamenlijk initiatief zijn van een aantal bibliotheekmedewerkers. Dit kan zelf zo eenvoudig zijn als het beschrijven van de boeken die men gelezen heeft, het is enkel en alleen bedoeld om de vaardigheden te leren die bij het onderhouden van een weblog horen. Hier moet uiteraard wel ruimte voor zijn binnen de dagelijkse werkzaamheden. Om de gebruiker te kunnen begrijpen is het noodzakelijk om op de hoogte te blijven van de laatste ontwikkelingen, en dat betekent meer dan er alleen iets over lezen of iets over gehoord te hebben. Dat betekent concreet hands-on en uitproberen om te beoordelen wat voor jouw bibliotheek wel of niet werkt.

Wat moet je doen om van L1 naar L2 te gaan?
In het artikel van Michael Stephens (Do Libraries Matter) verwijst hij naar een viertal discussieonderwerpen die plaats moeten vinden in de bibliotheek en vult deze zelf nog aan met drie aandachtspunten.

  • the library is everywhere (dus altijd en overal heeft de gebruiker toegang tot de bibliotheek(bestanden))
  • the library has no barriers (dus vanuit huis moet het geen probleem zijn om bij de bibliotheekdiensten/bestanden te komen en het gebruik van mobiele telefoons, instant messaging en met een groep aan een pc werken moet mogelijk zijn, als dit niet het geval is gaat de gebruiker ergens anders naartoe)
  • the library invites participation (dus laat de gebruiker meehelpen aan het beter toegankelijk maken van de digitale bronnen)
  • the library uses flexible, best-of-breed systems (dus maak je gebruik van de beste systemen die aan alle verschillende gebruikers hetzelfde bieden)
  • the library encourages the heart (dus de bibliotheek is er om mijn emotionele behoeften aan te vullen door vermaak, informatie en de mogelijkheid om mijn eigen bronnen aan de hoeveelheid bronnen van de bibliotheek te koppelen)
  • the library is human (dus de bibliotheek blijft een organisatie met een duidelijk gezicht naar buiten)
  • the library recognizes that its users are human too (dus de bibliotheek laat samenwerken toe, doet niet moeilijk over gemakkelijke stoelen en ruimtes om te hangen en te discussi�ren over de studie)

Daarnaast is het zinvol om naar de huidige dienstverlening te kijken en te beoordelen of deze voldoet aan de service die je wilt bieden aan de gebruikers.

Waar is Library 2.0 ontstaan?
Volgens sommigen is L2 een hype die enkele maanden duurt en dan voorbij trekt. Anderen menen dat het niets nieuws is omdat de bibliotheek altijd al open staat voor gebruikers en nieuwe manieren om deze van dienst te zijn. Voor hen die wel enthousiast zijn over L2 is de “sky the limit”, er worden bijna dagelijks nieuwe tools en programmaatjes op de markt gebracht die kunnen helpen bij L2.
Het ontstaan van L2 is bijzonder, een aantal bloggers zijn een aantal maanden geleden over het onderwerp gaan schrijven, misschien vanuit een onvrede over bestaande bibliotheken of het gebrek aan verandering. Duidelijk is wel dat deze beweging door veel bloggers wordt opgepikt en er veel over wordt gediscussieerd. Er kan worden verwacht dat een aantal symposia en congressen het komende jaar over L2 zullen gaan. Het laatste woord is namelijk nog lang niet gezegd.

Het gaat er nog steeds om dat de gebruikers in contact wordt gebracht met informatiebronnen, alleen misschien op wat meer verschillende manieren dan we momenteel doen. Dat de nieuwe manieren van dienstverlening worden omschreven als Library 2.0 hoeft geen probleem te zijn, zolang het woord er maar voor zorgt dat er over gediscussieerd wordt en er nieuwe ontwikkelingen plaatsvinden.

Bronnen: