SURF Onderwijsdagen – dag 2 – De niet-bestaande net-generatie en de impact op onderwijs

Nu verwacht iedereen een verslag van de sessie van Wilfred Rubens en normaal gesproken zou ik dat ook doen, maar nu een x niet (sorry Wilfred). Als je wilt weten wat Wilfred allemaal vertelde kijk dan even naar de presentatie die gewoon online staat, de flip-video’s die Willem maakte of lees het verslag bij andere bloggers.

Ik wil het graag hebben over de discussie die de presentatie van Wilfred opriep. Pierre schreef er ook al over maar ik geef graag mijn eigen versie van het geheel weer.

Het gaan om het volgende:

Zeggen beelden meer dan woorden? Begrijp je waar ik heen wil?

Nee…. wel….. misschien een beetje… Ik leg het uit. De sessie van Wilfred was de enige sessie waar ik bij was waar de techniek explosief gebruikt werd. Er werd getwittert, geblogd, gefilmd (live stream), gefotografeerd en er was een backchannel. Er was geen ontkomen aan, als je in de sessie aanwezig was ben je nu vast ergens online te vinden. En wil je dat? Nee misschien wel niet. Kon je wegkruipen, nee. Kon je opstaan en weglopen, nee niet echt. Werd je van te voren gewaarschuwd of had je het kunnen weten, nee. Of misschien toch wel. Iedereen die Wilfred kent weet dat hij graag experimenteert en wil laten zien wat nieuwe technologie voor het onderwijs kan betekenen.

Ik kan mij voorstellen dat een aantal mensen in de zaal zich rotgeschrokken is van het mediageweld en het gebruik van techniek. Ik kan mij ook voorstellen dat een aantal mensen denkt oeps ik sta met mijn kop online en dat wil ik helemaal niet. En ik kan mij ook voorstellen dat een aantal mensen niet wilden reageren op een kwestie die Wilfred in de groep gooide omdat zij dan een microfoon onder de neus geduwd kregen en gefilmd werden. Begrijp mij niet verkeerd, dit is geen verwijt aan het adres van Wilfred, ik probeer alleen duidelijk te maken dat de discussie die over dit onderwerp na de sessie plaatsvond een zinvolle is en dat wij moeten nadenken over datgene wat wij tijdens presentaties doen met techniek.

Want stel nu dat je gefotografeerd bent en je wilde dat niet. Kun je hier dan iets tegen doen. Ja! Je kan degene die de foto gemaakt heeft vragen deze te verwijderen. In mijn geval, de foto’s van de OWD2008 staan op Flickr en ik heb kiekjes gemaakt van mensen in de zaal. Ook van mensen alleen. Wil je dit niet, mail dan even dan haal ik de foto weg. Ik heb geen toestemming gevraagd aan degenen van wie ik de foto heb gemaakt. Sommigen wilden zelfs graag op de foto en vroegen mij er een te maken en die online te zetten. Ook SURF had een fotograaf ingehuurd die rondliep en de sfeer vastlegde. Deze foto’s komen vast niet allemaal online maar zullen, denk ik, wel gebruikt worden in materiaal van SURF. Hier heb ik geen controle over als deelnemer, ik kan niet op voorhand tegen SURF zeggen dat ik niet gefotografeerd wil worden aangezien SURF mij niet laat weten dat zij dit doen. Maar ik vind dit niet erg. Er zullen mensen zijn die dit wel erg vinden. Dus is het dan handig als SURF volgende keer laat weten dat het gebeurd en dat als je niet gefotografeerd kan worden je dit aan kan geven door het dragen van bijvoorbeeld een button?

Met betrekking tot de andere media die gebruikt werd, het ging snel en het was veel. Veel tweets, veel teksten die over het scherm van het backchannel rolden en waarvan Pierre probeerde een samenvatting te maken. Sommigen vonden dit afleiden, anderen niet. En met wie houd je rekening. Met degenen die qua mediagebruik voorop lopen en zich hierdoor niet bedreigd voelen of met hen die het allemaal een beetje over de top vinden en die liever een powerpoint te zien krijgen met binnen de presentatie weinig digitale interactie? Wat mij betreft met de eerste groep en probeer je de tweede groep op een sympathieke manier te laten zien wat er gebeurd. Ik heb geen oplossing voor dit “probleem”. Ik weet wel dat als ik naar de Onderwijsdagen ga ik verwacht dat er veel nieuwe techniek is, dat ik nieuwe dingen leer en dat ik verrast word. En dat is iets wat ik de laatste jaren een beetje mis bij de Onderwijsdagen. En daarom genoot ik erg van de sessie van Wilfred omdat het naar mijn idee hier gebeurde. Je kon erbij zijn (in de zaal of daarbuiten) en je kon je onderdompelen in het gebruik van nieuwe techniek/media in de hoop dat je toepassingen ziet voor het onderwijs.

Maar goed de discussie achteraf ging over grenzen, beeldrecht en het gebruik van techniek. Het was een interessante discussie waar het laatste woord nog niet over gezegd is. Jammer dat het bij sommige aanwezigen weer een jaar duurt voordat wij elkaar irl zien. Maar misschien kunnen wij de discussie online verder voeren.

Ik vraag aan de lezer het volgende:

  • verwacht je van een spreker dat hij/zij je van te voren uitlegt dat er live gestreamd, gefotografeerd, getwtitterd en gefilmd wordt?
  • verwacht je van de spreker tijd om dit tot je door te laten dringen zodat je de zaal kan verlaten
  • vind je dat de zaal uitmaakt of er nieuwe media gebruikt mag worden (dus als de meerderheid vindt dat het niet gebruikt mag worden dat een spreker dit ook niet doet)
  • of verwacht je van een spreker juist dat hij deze nieuwe media gebruikt en probeert uit te leggen wat dit kan toevoegen in het onderwijs, met andere woorden leren door te doen of leren door te beleven

Ik ben uiteraard erg benieuwd naar jullie antwoorden!!

SURF Onderwijsdagen – dag 2 – Content in context – innovative and reliable unlocking of publicly funded content

Een van de weinig Engelstalige presentatie op de SURF Onderwijsdagen kwam van Alastair Dunning van JISC, de SURF van de UK zeg maar.

Dunning sprak voornamelijk over de Strategic Content Alliance en dan met name dat deze Alliance fungeert als paraplu voor digitale content uit de UK.

The aim of the Strategic Content Alliance (SCA) is to build a common information environment where users of publicly funded e-content can gain best value from the investment that has been made by reducing the barriers that currently inhibit access, use and re-use of online content.

Dunning legde uit dat de reden om de Alliance op te richten de hoeveelheid digitale content was die beschikbaar wordt gesteld door verschillende organisaties uit de publieke sector. Iedere organisatie deed dit op zijn eigen manier zonder overleg te voeren of samen te werken.

to many agencies for different audiences

Vragen die de Alliance zichzelf stelde waren:

  • Is the content really used
  • Is the ocntent being discovered
  • Has the content been licensed
  • Is the ocntent being maintained
  • Is the content contextualised

Zoals gezegd er wordt weinig samengewerkt door scholen, universiteiten, ziekenhuizen, musea, etc. Daarnaast is er een gebrek aan gedeelde kennis over onder andere infrastructuur. Iedereen vindt, volgens Dunning, het wiel opnieuw uit. Er zijn geen best practices waar anderen van kunnen leren en dat kost veel tijd, geld en creatie van (onnodige) software.

De oplossing: Strategic Content Allience met onder andere het JISC Mass digitisation programme (2004-2009) en JISC Enriching digital resourses (2008-2009).

Eerst werd er gezocht naar gebruikers en werden doelgroepen geanalyseerd. Vragen als waarom willen gebruikers content, wat is de behoefte en hoe kunnen we de doelgroep opdelen in kleine groepjes werden opgelost en de creatie van een toolkit voor het meten van impact van gebruik en voor een analyse van de doelgroepen was een feit.

Hierna spreekt Dunning over zogeheten silo’s. Dit zijn containers met metadata waarbij de gebruiker de relatie tussen die silo’s moeilijk kan leggen. Hoe zorg je er nu voor dat die silo’s vol informatie samen komen? Dunning geeft voorbeelden, zoals de Virtual Manuscript Room. Er wordt onderzocht of web 2.0 onderdelen ingezet kunnen worden in het ontsluiten van het materiaal.

BBC Memoryshare is een site waar gebruikers hun persoonlijke herinneringen kunnen uploaden, gesorteerd op plaats en tijd, lopend vanaf 1 janurai 1900. Wil je naast tekst ook beelden delen met anderen dan kun je deze uploaden naar de Flickr groep.

Bij het ter beschikking stellen van content door organisatie uit de publieke sector speelt uiteraard copyright ook een belangrijke rol. Het kost veel tijd en geld om rechten af te kopen en vooral bij gemengde content wordt het nog lastiger om duidelijk te krijgen hoe het precies zit met rechten. Hier helpt de Strategic Content Allience die rechtenkwesties onderzoekt en probeert om templates te creeren.

Tot zover niet veel nieuws. Totdat Dunning begint over sustainability – waarbij hij uitlegt dat veel digitaliseringsprojecten, juist ja, projecten zijn en dat na afloop van die projecten het geld vaak op is. En als het geld op is kunnen er geen nieuwe werkzaamheden plaatsvinden en is het mogelijk dat een initiatief doodbloed (eye-opener). Niet wenselijk. En dus geeft Dunning hier de bibliotheken een belangrijke rol. Zij moeten in het kader van de digitale bibliotheek of de bibliotheek van de toekomst deze projecten oppakken en verder uitwerken.

En als laatste staat Dunning stil bij context. Want zonder context zijn afbeeldingen soms niet te begrijpen. De context van een beeld wordt duidelijk door middel van metadata. Deze metadata moet bij het beeld aanwezig zijn voordat het onderwijs er mee aan de slag gaat.

In Engeland is er dus een Alliance. In Nederland…. ik weet het eigenlijk niet. Ik weet dat bibliotheken samenwerken en overleg voeren en ook musea. Maar bibliotheken en musea samen, ik ken de voorbeelden nog niet. En al helemaal niet tussen bibliotheken, ziekenhuizen, gemeentehuizen en andere publieke instellingen. Misschien wordt het in Nederland ook tijd voor een Alliance. En misschien moet de KB hiermee beginnen.

SURF Onderwijsdagen – dag 2 – Kennis als liefde; over metaforen die bepalen wat kennis is

In het programmaboekje staat:

in deze workshop staat een methode centraal om beelden uit te wisselen over kennis. Hierbij wordt gebruik gemaakt van metaforen.

Mijn aandacht is gewekt. Dit wordt leuk en bijzonder en dat werd het ook. Maar een verslag ervan maken is lastiger.

Daan Andriessen (Lector Hogeschool INHolland) spreekt over de rol van kennis binnen organisaties, een vraagstuk waar hij al ongeveer tien jaar mee bezig is en waar hij een nieuw boek over heeft geschreven.

Want wat is nu eigenlijk kennis? Al meer dan 2000 jaar worden er door denkers wijze woorden over dit onderwerp gezegd en geschreven. Een aantal dingen vallen Andriessen hieraan op. En hij vraagt wat de zaal denkt over het onderwerp. Zij komen met het volgende lijstje:

Leidt competentiegericht onderwijs naar kennis?
Knip-plak cultuur
Diep leren versus oppervlakkig leren
Toetsen van kennis
Parate kennis
Oude kennis versus kennis die nodig is voor innovatie
Eerste en tweede hands kennis

Hierna gaat Andriessen in op definities van kennis. Maar ook op wat nu precies metaforen zijn. Een metafoor is een beeldspraak. Je bedoelt het niet letterlijk, maar als voorbeeld. Recente inzichten tonen aan dat metaforen belangrijke mentale gereedschappen zijn, die veelal onbewust worden gebruikt, om structuur en betekenis te geven aan abstracte objecten. Als wij de toekomst willen aanduiden wijzen wij naar voren en voor het verleden naar achteren. Er is een volk in de Andes dat het precies andersom doet.

Andriessen heeft drie artikelen over kennismanagement geanalyseerd en kwam hierna tot een aantal categorieën:

kennis is een object (lokaliseren, verplaatsen, uitwisselen van kennis)
kennis is een bron (schaars goed, gebruiken, kennis is enige hulpbron die niet opgaat als je hem gebruikt)
kennis kun je opslaan en kennis groeit

In Japan wordt anders over kennis gedacht dan in Nederland. Daar is kennis ontastbaar, een gevoel, een gedachte. Je kan er woorden aan geven zoals gevoelens en gedachten. Kennis moet je koesteren en water geven zodat het kan groeien. Zij hebben als gevolg hiervan ook andere manier van kijken naar kennismanagement.


Opdracht 1: welke problemen doen zich binnen het onderwijs van jouw instelling voor op het gebied van kennis? Doe hierbij alsof kennis is als water? Welke oplossingen dienen zich aan?

Uit de zaal komen antwoorden als: vervuiling, niet zo lekker als bier, verdrinken, inbedden, wat is de bron, hoe kun je het vasthouden, kwaliteit, overvloed, bevriezen, schaars, wegsijpelen

Vervolgens komen de oplossingen uit de zaal: leren zwemmen, Willem Alexander, zuiveringsinstallatie, bruggen bouwen, in flessen stoppen – bottelen, energie opwekken / nieuwe ideeën genereren, innovatie, doseren.

Wat we net hebben gedaan is het souce domain (water) combineren met het target domain (kennis).

Wat betekent het in het onderwijs als we zeggen we moeten ze leren zwemmen? Dit betekent informatievaardigheden aanbieden en studenten leren om te denken en te studeren. En wat betekent elektriciteit opwekken? Kennis wekt iets op, innovatie, toepassen en met een bestaande bron iets nieuws creëren.

Opdracht 2: wat zijn de problemen met kennis in het onderwijs als we doen alsof kennis liefde is?

Antwoorden uit de zaal: ongrijpbaar, geen passie, verstandshuwelijk, vreemdgaan, ultieme doel maar tegelijkertijd wil je het beheersen, verwachtingen, moet van twee kanten komen, het klikt niet, verleiden, verslavend, voorspel, jaloezie.

Opvallend is dat het ineens gaat over twee mensen. Dit komt omdat in liefde gevoel zit en omdat de ander nodig is om tot een oplossing te komen. Water is als begrip tastbaarder dan het begrip liefde dat meer abstract is.

De oplossingen uit de zaal: datingsite, speeddaten, relatietherapeut, samenspel, contract/afspraak, luisteren, moet relatie zijn voordat er liefde kan zijn, niet toetsen maar vieren (celebrate).

Vanwege de tijd werd deze workshop voor mij abrupt beëindigd en heb ik de conclusie niet meegekregen, maar leuk was het wel.

SURF Onderwijsdagen – dag 1 – Onderwijs ontwerpen voor de netgeneratie: de gaming mindset…

Willem Jan Renger is helemaal overdonderd door de hoeveelheid mensen in de zaal. Het is inmiddels half zes en toch zit de zaal vol. En dat is niet voor niets. Renger is een enthousiast spreker en zijn presentatie is verfrissend en uitdagend. En daar komen mensen graag naar luisteren, zelfs zo laat op de dag.

De eerste vraag die Renger stelt is: hoe ontwerp je onderwijs voor jongeren die specifieke vaardigheden ontwikkelen in de eigen tijd.

Hij gaat niet al te diep in op wat er nu met die jongeren aan de hand is. De een zegt dat ze Einstein zijn, de andere zegt dat ze niet kunnen rekenen en het debat zit er ergens tussen in volgens Renger. Maar duidelijk is dat je de boot mist als je niet meedoet met internet, games, second life of web 2.0. Tenminste dat wil men ons doen geloven.

Maar wat is er dan precies aan de hand? Renger geeft als voorbeeld het concert van de Stones uit 1964. Citaten uit krant van die tijd kunnen toegepast worden op het heden. Alles is gevaarlijk (pas op, kijk uit!) of het wordt veel te rooskleurig voorgesteld. De jongerencultuur en de gamecultuur hebben zich onderwater voltrokken en dat hebben wij even gemist. Pas sinds een aantal jaren is het mainstream geworden. De publieke bewustwording loopt erg achter bij wat er zich heeft voltrokken.

Wij (de mensen in de zaal) zijn opgegroeid met leanback media, de media werd je aangeboden op bijvoorbeeld televisie, radio en in het theater/museum. Met de komst van computers, internet en games wordt media een lean forward media. Je moet iets doen om bijvoorbeeld een game te spelen, zo ontstaat er een pro-actieve houding ten opzichte van games.

Renger verzet zich tegen generatie-aanduidingen. Het is, volgens hem, een voortgaande beweging die een kritiek punt heeft bereikt en waar traditionele methoden niet langer werken. De geijkte trainings- en overdrachtsmethoden beginnen barsten te vertonen. De nood is groter dan ooit. Inspiratiebronnen voor Renger zijn Jenkings en Gee. Jenkins, die spreekt over vaardigheden die jongeren nodig hebben. Het onderwijs moet jongeren die vaardigheden aanleren. Want wie heeft de jongeren googlen geleerd? Niemand! Het onderwijs heeft het gewoon laten liggen en dus worden de jongeren autodidact en op dat moment zegt het onderwijs, we hebben het ook niet goed aangeleerd. Het onderwijs heeft een gidsfunctie waarmee zij jongeren dingen aan kan leren. Renger ziet een overgangsfase waarin we zitten, van oude naar nieuwe media en van oude naar nieuwe geletterdheid.

Jenkins schrijft in een whitepaper over de vaardigheden die jongeren nodig hebben:

play
negotiation
networking
performance (spelen met identiteit)
simulation
appropriation (noemen wij knip- en plakcultuur)
multitasking
distributed cognition
judgement
collective intelligence
transmedia navigation

Confronting the challenges of participatory culture (Jenkins). Dus het vermogen om informatie af te tappen van  verschillende kanalen. Renger geeft als voorbeeld Pokemon. Pokemon is voor een deel een game, voor een deel televisie en voor een deel speelt dit zich af op het schoolplein met het ruilen van kaartjes.

Maar wat moeten we doen om plank raak te staan, want we slaan hem nog te vaak mis binnen het Nederlandse onderwijs. Renger denkt aan een game mindset, of een lean forward mindset of een internet mindset. Oftewel het op een andere manier bedienen van de studenten. Renger meent dat niet alles wat we deden is fout maar we moeten reframen of herorienteren.

Het onderwijs wil onder andere beoordelen, monitoren, bewijs, vragen, feedback en een platform (hard values). Terwijl studenten het tegenovergestelde wil. Studenten willen onder andere erkenning, bevestiging, aanzien, status, delen en oplossen (soft values). Binnen de HKU op de faculteit waar Renger werkt zoeken zij naar manieren om de studenten meer aan te spreken, met een gaming mindset in gedachten. Studenten leren van de dingen die zij niet zien. Communities zijn belangrijk. Maar ook authenticiteit. Renger geeft toe dat nog niet alles doordacht is en dat zij vaak dingen maar gewoon proberen. Het is dus nog te vroeg om met een doos vol oplossingen te komen waar anderen iets mee kunnen. Maar dat geeft niet, voor de HKU werkt het en dat is het belangrijkste.

SURF Onderwijsdagen – dag 1 – Open Content: de gebruiker aan zet

Joeri van den Steenhoven gaf ons een kijkje in de keuken van Kennisland door te spreken over de projecten die zij momenteel uitvoeren. Kennisland wil Nederland slimmer maken omdat ze bij Kennisland geloven dat het nodig is en omdat zij denken dat het kan.

Eerst liet van den Steenhoven een filmpje zien van Charles Leadbeater.

Hierna ging hij in op open content. Open content kan gebruikt en gemaakt worden door allerlei verschillende partijen en individuen. Dit betekent dat er nieuwe spelers meedoen die gebruik maken van de nieuwe technologie die momenteel beschikbaar is via het web. Van den Steenhoven noemt de Digitale Stad Facebook avant la lettre. Dus eigenlijk was de Digitale Stad de eerste social networking site.

Degenen die de veranderingen als eerste doorhadden waren de individuen. Het web wordt ons externe brein, met wikipedia als mooiste voorbeeld. Met deze nieuwe mogelijkheden en open content zie je ook het mediagebruik onder jongeren veranderen. Er wordt meer gebruik gemaakt van internet dan dat er televisie wordt gekeken. Het dataverkeer van en naar consumenten is tegenwoordig groter dan het dataverkeer van bedrijven en dat is bijzonder te noemen.

Maar wat betekent dit nu?

Er is een enorme stroom aan informatie, misschien zelfs wel een overload. Een van de uitdagingen is hoe je dat moet filteren. Hier ligt een nieuwe taak voor individuen en organisatie die op gaan staan en die op een of andere manier gaan filteren.

Find it, rip it, mix it, share it!

Er bestaan drie soorten domeinen: het publieke domein, het commerciële domein en het maatschappelijke domein. Alledrie met eigen media zoals het web bij het derde domein hoort. Op dit web komen wij op massaal niveau met elkaar in gesprek. We willen gehoord worden en op fora worden levendige discussies gevoerd. Deze fora hebben geen winstoogmerk en consumenten gebruiken ze om onder andere over content te praten. Maar content betekent pas iets als het binnen context wordt geplaatst en hier ligt een rol voor het onderwijs. Dit nieuwe kennisdomein dat ontstaat is uitermate geschikt om als onderwijs in te duiken. Het onderwijs kan vragen stellen over kwaliteit en betrouwbare informatie beschikbaar stellen. Daarnaast zijn netwerken het organisatiemiddel van deze tijd. Het onderwijs moet hier dus iets mee doen.

Een van de projecten van Kennisland is digitale pioniers. Dit project is ontstaan om:

financiële en organisatorische ondersteuning te geven aan innovatieve internetinitiatieven van kleinschalige maatschappelijke organisaties.

Dit project is opgezet omdat Kennisland meent dat vernieuwing komt van individuen of kleine groepen en niet van bedrijven. Deze groepen of individuen hebben vaak weinig geld nodig om idee uit te werken. Met ongeveer 25.000 euro ondersteunt Kennisland dit soort initiatieven. Kennisland is nu aan het onderzoeken of zij dit project kunnen overbrengen naar het onderwijs. Docenten kunnen dan als individu of in een kleine groep ideeen inbrengen en uitvoeren. Begin volgend jaar zal een pilot gestart worden en daarna zal worden omgeschaald. Maar eigenlijk bestaat zo’n initiatief in Nederland al, Grassroots genaamd.

Een ander project waar van den Steenhoven over spreekt is beelden voor de toekomst, een groot digitaliseringsproject om het nationale beeldgeheugen van Nederland te ontsluiten. Kennis van professionals en kennis van consumenten wordt gecombineerd. Flickr the Commens en de beelden van het Nationaal Archief zijn succesvol, met al 300.000 bezoekers in een de eerste week.

De presentatie van van den Steenhoven staat al online bij Slideshare en dus plaats ik hem ook maar even hier.

SURF Onderwijsdagen – dag 1 – Hellep! De school vergaat!

In het programmaboekje wordt de sessie met deze spectaculaire titel beschreven als:

Het web is de primaire communicatie voor jongelui geworden. De vraag is hoe onderwijs daar aansluiting bij kan zoeken; anderso is geen issue. Zodra iets nieuws teveel naar school riekt, gaat de interesse er gauw af. Dat geldt voor gaming en ook voor MSN, Hyves en Ebuddy. Wat moeten we dus doen? Juist ja; vooral binnen de school efficienter werken, waardoor meer tijd overblijft voor het eigen sociale netwerk van de leerling.

Piet Kommers en Dick Slettenhaar (Universiteit Twente) willen met de deelnemers in de zaal in dialoog maar daar komt niet heel veel van. Het eerste half uur geven de mannen een soort van inleiding over de wereld van het kind.

De wereld van het kind is technologisch (web 2.0), sociaal (collaboratief), leerstijl (lerende gemeenschappen) en spelen in tegenstelling tot gaming. Kommers spreekt over de systeemscheiding tussen school en straat en de manier waarop kinderen/jongeren in deze twee werelden leren.

Moet je de twee werelden (school en straat) combineren of juist niet? Het is een uitdaging voor de school om voort te bouwen op wat er op straat gebeurd. Spelen op straat houdt in dan er geen centrale regie is, je doet dingen op straat waar de straat eigenlijk niet voor gemaakt is. Op school zie je dit ook gebeuren. Op het moment dat onderwijs te formeel wordt zie je dat studentengemeenschappen dingen doen die een tegenwicht vormen, zoals het voorbeeld dat gegeven wordt van Japan waar gewerkt wordt in projectgroepen en de mening van de student voorop staat.

Kommers geeft ook het voorbeeld van een onderwijsinstelling in Goes waar kleine laptops worden gebruikt binnen het onderwijs. Toch blijft papier en pen hier belangrijk. De laptops worden ingezet, maar na niet al te lange tijd weer vervangen door ouderwetse schrijfmiddelen. Ik had het idee dat Kommers dit jammer vindt, maar echt gezegd heeft hij dat niet.

De vraag die de sprekers stellen is: moet je het onderwijs breder maken en netwerken die jongeren gebruiken binnen de school brengen of moet je juist het onderwijs smaller maken en je richten op de kern (inzichtelijkheid en basisvaardigheden)? Volgens Kommers is het onderwijs in Nederland bang om de discussie hierover aan te gaan en af te glijden naar inhoudsloos onderwijs. Misschien dat ICT hier de oplossing kan bieden. Kommers vindt dat je als docent stelling moet nemen en moet kiezen voor de conceptuele kant of de sociale kant. En dan vooral: durf te spelen met ICT.

Het vreemde aan deze sessie is dat hij abrupt eindigde door een opmerking uit de zaal. Een dame die Slettenhaar niet goed kon verstaan omdat hij zacht sprak vond het nodig om haar opmerking te beginnen met … ik val bijna in slaap…. wanneer komt het vuurwerk. Dat Slettenhaar zacht sprak kan ik niet ontkennen maar om nu te zeggen dat je in slaap valt gaat mij een beetje te ver. Loop dan weg of ga iets anders doen. Als deze dame had gevraagd aan de spreker om harder te praten was de boodschap ook overgekomen. Dat je bij een titel van een sessie een ander idee hebt over de inhoud, tsja dat kan gebeuren. De titel van deze sessie deed nu eenmaal vermoeden alsof er heftige discussies zouden plaatsvinden en dat is helaas niet gebeurd. Na de opmerking van de dame waren de sprekers en de mensen in de zaal een beetje … ik weet even niet hoe ik het moet noemen, maar een discussie kwam er niet meer. En dus waren wij een kwartier te vroeg weer op de markt om een drankje te drinken.


SURF Onderwijsdagen – dag 1 – de opening

Gistermiddag begon voor mij de eerste dag van de SURF Onderwijsdagen in Utrecht. Uitgerust met mijn maccie, fotocamera en mobiele telefoon betrad ik de grote zaal van het Beatrix Theater om er al snel achter te komen dat de batterij van mijn maccie nog maar op 10% stond. Het werd dus luisteren en proberen te onthouden waar de opening keynote over ging.

En op zich was dat niet moeilijk, het ging over het onderwijs van 11-11-2020. In vier thema’s (de supermarkt, het warenhuis, de beurs, de luchthaven) legden setjes van twee personen uit wat het thema inhield en werd er een kort filmpje getoond.

En ik moet zeggen dat SURF zich hier heeft overtroffen, het zag er supergelikt uit en het was goed voorbereid. Na de presentatie van de 4 thema’s mocht de zaal stemmen voor het beste thema. Er waren geen winnaars/verliezers maar sommige thema’s spraken meer aan dan andere. Zelf was ik erg gecharmeerd van het thema Beurs waarbij het gaat om talent. Jonge kinderen kunnen zich al aanmelden voor de talentenbeurs en leren door middel van een systeem dat al in de Middeleeuwen bestond, namelijk dat van de gilden met leerlingen, gezellen en meesters. Ik was geloof ik een van de weinigen die dit thema het beste vond. Maar zoals ik al zei er waren geen winnaars of verliezers. Met een opening als deze waren uiteraard de verwachtingen hoog gespannen.

OWD – edublogdiner

Elk jaar is het de avond voor de Onderwijsdagen feest! Dan komen de edubloggers (en iedereen die er graag bij wil zijn, blogger of niet, Zuiderbuur of Hollander, etc.) bij elkaar in Utrecht om onder het genot van een hapje en drankje bij te kletsen.

2008 – restaurant nog niet bekend, datum 10 november. Aanmelden kan hier. Wil je eerst weten wie er komt voordat je je aanmeldt, hier is de lijst. (Karin & Jeroen bij deze alvast dank voor de organisatie).

Wat we tot nu toe hebben gegeten:

2007 – Chinees

2006 – Tapas bij de Winkel van Sinkel

2005 – ik was erbij maar maakte toen nog geen foto’s
2004 – was ik er helaas niet bij.