Privacy en mobiel internet

Vanmiddag was ik in Den Haag bij het seminar Privacy en mobiel internet, georganiseerd door ECP-EPN. Een vijftal sprekers kwam aan bod, met ongeveer 110 luisteraars in de zaal van verschillende bedrijven zoals advocatenkantoren, universiteiten, mobiele aanbieders en ministeries. Soms bekroop mij het gevoel dat ik in een groep terecht was gekomen die elkaar erg goed kende en onderling grapjes kon maken die ik en een stel anderen niet begreep, maar over het algemeen was het een zeer informatieve middag.

Bart Schermer

De eerste spreker was Bart Schermer, juridisch adviseur ECP-EPN & Considerati. Maar ook is hij universitair docent bij de Universiteit van Leiden. Hij hield een algemeen verhaal over mobiel en privacy. Vroeg aan de zaal wat wij dachten dat privacy betekent. Het recht om alleen gelaten te worden, was een van de antwoorden. Maar dat is het niet alleen. Het is ook een recht om gegevens af te schermen van de buitenwereld en een middel om persoonlijke autonomie te waarborgen.
Het lastige van mobiel internet is dat het de fysieke wereld aan de virtuele kan koppelen. Stel je maakt een foto van waar je op dat moment bent en je twittert hierover. Op dat moment kan iedereen dat zien en lopen die twee werelden in elkaar over. Dat is soms een keuze en soms ook niet. Want wat als iemand anders een foto van jou maakt en jij weet dit niet en stel dat deze foto op internet komt. Dan hoeft dat niet altijd handig te zijn. Privacy zorgt ervoor dat je die deelidentiteiten (dus virtueel en fysiek) kan scheiden. Maar het zorgt er ook voor dat contexten van elkaar gescheiden worden. De context kan dan werk, vrienden, thuis, etc. zijn. Je wilt niet altijd dat deze contexten in elkaar overlopen. Privacy helpt hierbij.

Schermer stelde nog een aantal vragen:

  • wie heeft toegang tot gegevens op mobiel
  • hoe gaan we om met kwetsbare groepen
  • hoe gaan we om met locatiegebonden diensten
  • behavioral targeting, op basis van surfgedrag wordt een profiel samengesteld
  • augmented reality

Is de toekomst gezichtsherkenning? Dus je maakt een foto van iemand en ziet direct zijn of haar surfgedrag, hyvesprofiel, etc. Dit zijn privacyvraagstukken waar over nagedacht moet worden. Want dat het die kant op gaat lijkt alleen maar een kwestie van tijd.

De conclusie van Schermer:

  • mobiel biedt veel kansen maar maakt bestaande privacy issues groter
  • mobiel roept nieuwe vragen op
  • context = king!
  • oplossingen liggen in de zorgvuldige omgang

Hierna was het tijd voor een heleboel energie die de zaal in werd geknald door Ben van der Burg, je weet wel die schaatser.

Ben van der Burg

ben

Van der Burg werkt momenteel als Product Director bij WebAds, een bedrijf dat onder andere advertentieverkoop op mobiele telefoons verzorgt. Het verhaal was zo chaotisch dat een deelnemer in de zaal aan het einde vroeg: wat wilde je nu eigenlijk overbrengen? En eigenlijk was het heel simpel. We denken groot en willen multimediacontextualcrossmediaconceptual campaigns maar eigenlijk is simpel goed genoeg, een banner is vaak al voldoende. Dus begin simpel en bouw het stap voor stap uit.

En zorg er natuurlijk voor dat de gebruiker een noodzaak ervaart. Als de noodzaak er is willen mensen veranderen en staan zij wellicht advertenties op mobiel toe. Nu is mobiel adverteren nog niet geïntegreerd in het leven van de gebruiker en dus mist de noodzaak.

Gerrit-Jan Zwenne

Gerrit-Jan Zwenne advocaat bij Bird & Bird was een echte jurist. Nu is Schermer dat ook, maar zijn presentatie was duidelijk anders. Zwenne sprak over de wet en dat de telecommunicatiewet strenger is dan de wet bescherming persoonsgegevens. Uiteraard is dat fijn om te weten maar meer heb ik ook niet opgeschreven bij zijn presentatie.

Menno Biesiot

De presentatie van Biesiot was ongewild eigenlijk heel grappig. Zijn expertise bij Ilse Media Groep is mobiel maar hij maakte een uitstapje naar internet en vertelde dat Ilse Media verschillende sites beheerd. Niets nieuws. Vervolgens vertelde hij dat deze sites informatie van gebruikers opslaat (anoniem) en profielen opstelt, veelal op basis van aannames. Dus stel ik surf naar Nu.nl en bekijk nieuws over een auto bij Nu.nl/auto (aanname ik ben een man), vervolgens ga ik naar kieskeurig en zoek informatie over kinderzitjes (aanname man – van die auto – met kids). Als ik dan een advertentie krijg van een nieuwe auto dan is dit er een waar kinderen achterin kunnen, een echte familiewagen zeg maar. De zaal ging uit zijn dak, hoe konden zij informatie van ons opslaan zonder dat wij dat weten…… Interessante discussie volgde. Volgens Biesiot kon je dit uitzetten, maar hoe dat wist hij niet precies.

Een paar andere dingen die mij zijn bijgebleven:

  • gestolen mobiel wordt gemiddeld binnen 68 minuten aangegeven, een gestolen portemonnee gemiddeld na 26 uur
  • sms startpagina naar 9009 en je krijgt een op iconen gebaseerde eigen startpagina terug
  • 2% iPhonegebruikers in NL zijn verantwoordelijk voor 50% van het mobiele dataverkeer

En een leuk dingetje. Aan het einde van de presentatie kon je Ilse + je e-mailadres mailen naar 4422 om de presentatie toegestuurd te krijgen. Dit sms-je kreeg ik terug:

presentatiemail

De laatste spreker was Jeroen Kaandorp, contentmanager TV & Media van KPN Mobile NV. Hij vertelde over de gedragscode voor mobiel die minderjarigen moet beschermen. Slides vol tekst kwamen langs en zo aan het einde van de middag was ik niet scherp genoeg meer om dit allemaal in me op te nemen.

Wat ik nog wel heb opgeschreven is dit. Er bestaat een organisatie die IT producten and IT-based services keurt op privacy. Deze organisatie heet EuroPriSe.

Al met al dus een interessante middag, leuke nieuwe mensen ontmoet, ook bekenden terug gezien en voldoende voer gekregen om over na te denken. Want ja, ook de TU Delft (Library) denkt na over mobiele applicaties. En dan is privacy een onderwerp dat je niet kan negeren.

18 september – Symposium identiteit in Virtuele Werelden

Vanmiddag kreeg ik het verzoek in de mail om aandacht te geven aan het symposium Identiteit in Virtuele Werelden.

Op 18 september organiseert de Commissie Wetenschap en Kunst van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) in samenwerking met de Universiteit van Tilburg en de Vrije Universiteit Brussel een symposium over Identiteit in Virtuele Werelden.

De vraag die deze middag centraal zal staan is ‘wie ben ik?’.
Virtuele werelden – web 2.0-applicaties zoals Hyves of Facebook, maar ook games als World of Warcraft – geven ons nieuwe mogelijkheden om compleet iemand anders te zijn, of juist meer onszelf te laten zien. Identificatie op het internet biedt nieuwe kansen voor zelfontplooiing, maar ook nieuwe bedreigingen, bijvoorbeeld voor privacyschending of manipulatie.

In het symposium worden deze uitdagingen belicht vanuit wetenschap en kunst. Hoe komt identiteit tot stand in virtuele werelden? Hoe verhouden iemands verschillende identiteiten zich tot elkaar, en wat betekent dat voor privacy en zelfbeeld? Beïnvloedt een virtuele wereld ons ‘echte’ leven? Waarom gaan mensen op zoek naar andere identiteiten?

Jos de Mul (Erasmus Universiteit Rotterdam) spreekt over identiteitsvorming in virtuele werelden als Second Life vanuit filosofisch en cultuurhistorisch perspectief.

Mireille Hildebrandt (Vrije Universiteit Brussel) zal onder de titel ‘Virtuele identiteit: geestverruiming of bewustzijnsvernauwing?’ ingaan op de wisselwerking tussen identificatie en zelfbeeld en de kansen en bedreigingen van profilering in virtuele omgevingen.

Ronald Leenes (Universiteit van Tilburg) analyseert identificatieprocessen in sociale-netwerkomgevingen (zoals Hyves en Facebook) en de noodzaak van privacy-vriendelijk identiteitsmanagement.

Ilja Leonard Pfeijffer (dichter) gaat in gesprek met Karin Spaink (publiciste) over het verblijven in Second Life, identiteitsvorming, en het leven na Second Life.

Aanmelden
Deelname is gratis. U dient zich wel voor 10 september 2008 aan te melden via het inschrijfformulier dat u hier vindt.  Hier vindt u ook meer informatie over de sprekers en de inhoud van het programma.

Interessante materie en dus zeker de moeite waard om voor naar Amsterdam af te reizen. Zal mijn agenda moeten omgooien om heen te gaan, maar dat heb ik er wel voor over.

Tieners en sociale netwerken

Als social softwareminded persoon kan ik mij altijd maar moeilijk verplaatsen in mensen die ik ontmoet en die niets hebben met het nieuwe web. Vaak is dit omdat ik niet begrijp dat zij niet begrijpen dat web 2.0 en social software toepassingen ontzettend handig zijn en veel kunnen toevoegen in het dagelijks leven. Dan denk ik alleen maar aan het leggen van contact en het (online) ontmoeten van interessante mensen. Dat missen zij dan allemaal en ik vind dat toch jammer.

Interessant in deze vind ik dan ook het onderzoek dat onlangs is gedaan onder Engelse tieners en hun gebruik van sociale netwerken. Voor het onderzoek zijn 1004 tieners gevraagd in de leeftijd van 13 tot 17 jaar. Naast het feit dat zij tech savvy zijn, zijn zij ook voorzichtig met het achterlaten van digitale voetstappen:

Social ‘not’ working – Majority prefer ‘face-time’ than Facebook; 78% not posting personal information online; are more concerned about internet security or have stopped using social networking sites – savvy and secure!

Opvallend is dat zij liever face-to-face contact hebben dan online contact. Wacht even, ik lees even verder. In het artikel over het onderzoek staat ook:

Research commissioned by international IT solutions provider Logicalis, has revealed that today’s 13-17 year olds are becoming far savvier about managing their digital fingerprint, preferring instead to mix and match their use of mobile gadgets and social networking sites with traditional methods such as face-to-face communications, according to formal or informal correspondence. In fact, the majority (29%) would prefer to have face-time with, for example, prospective universities, than any other communications or technology medium.

In de laatste zin. De meerderheid (29%) heeft liever face-to-face contact met bijvoorbeeld de universiteit waar zij willen studeren dan contact door middel van een andere technologisch medium (ik neem aan dat zij hier internet mee bedoelen). 29% – een meerderheid…. Lees ik het nu verkeerd?

Ik vind het vreemd dat de meerderheid liever face-to-face contact heeft, mede omdat verder op in het artikel staat:

Whilst the Realtime Generation is able to better manage its use of technology, it still expects and demands the availability of mobile gadgets and the latest social technologies in order to best communicate, study, and work. Businesses and education establishments will therefore need to consider multi-channel communication policies that support the use of formal and informal practices.

De generatie 13-17 jarigen (ze worden hier de Realtime Generatie genoemd) verwacht en eist dat er mobiele gadgets en de laatste technology aanwezig is op onder andere de universiteit waar zij gaan studeren. En een suggestie wordt gedaan dat de universiteit daarom maar door middel van verschillende kanalen moet communiceren. Terwijl, eerder gezegd, de meerderheid de behoefte heeft aan face-to-face contact.

Het onderzoek zelf heb ik niet kunnen vinden, alleen verwijzingen er naartoe. Misschien dat het hele onderzoek meer duidelijk zou maken, want nu snap ik niets van de resultaten en de combinaties van aanwezig zijn op sociale netwerken, privacy en de universiteit waar je zou willen studeren.

Gebruikte bronnen: Global Security Mag, Real Wire
Met dank aan: Dutch Cowgirls

Gebruikt beeldmateriaal is afkomstig van Flickr –teens read van circulating