SURFacademy: Onderwijsruimtes bepalen de didactiek: Next Generation Classroom

Vandaag was ik al blogger aanwezig bij het seminar Onderwijsruimtes bepalen de didactiek: Next Generation Classroom. Een volle Wim Crouwelzaal werd toegesproken door Piet van der Zanden (TU Delft) en Marij Veugelers (UvA). Vandaag ging het niet om het informele leren in studie landschappen maar om het formele leren: docent-student interactie in fysieke ruimtes. Piet vertelde ons over de zaal waar we zaten, een bijzondere ruimte die sinds vorig jaar december operationeel is. Het is een proefzaal die elke onderwijsactiviteit aan kan en dus ook elke werkvorm kan faciliteren. Al deze keuze zijn leuk voor het onderwijs, maar maken het voor de docent wel lastig. Hij/zij moet tenslotte wel alle techniek kunnen bedienen. De ruimte moet uitnodigen om onderwijs anders te beleven en docenten moeten anders onderwijs gaan geven. Piet is heel blij met de zaal en signaleert, samen met Marij, dat er in Nederland veel wordt gesproken en gedacht over het vernieuwen van onderwijszalen maar dat er maar weinig wordt uitgevoerd of geëxperimenteerd.

pietenmarij

Tijd voor een seminar dus. Om elkaar te leren kennen, van elkaar te leren en misschien samen op te trekken. In de zaal zijn ongeveer 12 vertegenwoordigers uit het onderwijs aanwezig, 18 vanuit de technische hoek en 14 facilitaire mensen. Een aantal van deze mensen heeft al wel iets gecreerd, zoals het Living Lab op de campus Den Haag en de Erasmus Universiteit die 222 zalen aan het inrichten is.

Na deze inleiding gaat Piet in een sneltreinvaart door zijn presentatie heen. Van eliteonderwijs, via de onderwijsfabriek naar co-creatie.

infographicpiet

Een mooie infographic van zijn verhaal zat in de map met presentaties. Kern van het verhaal van Piet is waarom je een flexibele onderwijszaal moet willen. Door massificatie wordt de studentpopulatie steeds groter waardoor je zou verwachten dat er steeds grotere collegezalen nodig zijn. Toch zie je aan de andere kant steeds meer toegepaste opleidingen die met kleine groepjes studenten willen werken en waarbij de studenten steeds meer samenwerkingsopdrachten moeten doen. Een voorbeeld daarvan zijn de Delftse DreamTeams waarbij studenten van verschillende opleidingen samenwerken aan een project. De behoefte aan andere onderwijsruimten wordt op deze manier gecreerd. Piet verteld ons dat er in Delft een trend waar te nemen is waarbij studenten steeds meer op zoek zijn naar samenwerkplekken of studieplekken op de campus. Dat is de reden waarvoor de studenten naar de campus komen.

En wat doe je dan? Richt je bestaande onderwijsruimten opnieuw in of besluit je tot nieuwbouw? Wat je ook kiest er zijn 3 uitgangspunten die belangrijk zijn bij de flexibilisering van onderwijsruimten.

  • maak het meubilair verplaatsbaar of convertibel
  • maak de doceeromgeving multifunctioneel
  • koppel de zaal virtueel

Op deze manier ontstaan er, volgens Piet, mogelijkheden voor werkvormen die daarvoor nog niet mogelijk waren. Let hierbij wel op hoe het beheer en de support van de systemen geregeld is en hoe de begeleiding van docenten wordt opgepakt. In de Wim Crouwelzaal zijn 2 soorten stoelen en tafels gebruikt. Er wordt gekeken welke stoel en tafel het beste werkt. De onderzoeksvragen wordt vanaf het komende studiejaar beschreven en onderzocht. Piet laat ons weten dat doordat er meerdere werkvormen in deze zaal toe te passen zijn de zaal ook beter wordt benut.

pietlegtuit

Het laatste gedeelte van zijn presentatie gebruikt Piet om ons de werking van de zaal en de schermen te laten zien. Twee grote schermen, een smartboard in het midden. Een groot scherm is in 4 vlakken te delen. Er hangen camera’s in de zaal. Veel is mogelijk.

Marij neemt het van Piet over. Zij vertelt over de onderwijszaal van de toekomst bij de Universiteit van Amsterdam. In Amsterdam lag er de vraag vanuit het bureau onderwijslogistiek voor een proeftuin, een labzaal, een plek om te experimenteren. Waar ze meer zicht op wilden krijgen waren de eisen en wensen voor de onderwijsruimten van de toekomst. En door het creeeren van een ruimte werden de antwoorden op die vragen gegeven. In 2009 begon Marij met een eerste idee en werden er algemene verkenningen gedaan, zoals literatuuronderzoek, werkbezoeken en een workshop. In 2011 was het plan klaar en is er verbouwd.

amsterdam

Gelukkig was er een ruimte beschikbaar, inclusief de hal om die ruimte heen.

hal

(bovenstaande foto’s zijn van Marij Veugelers)

Wensen voor de ruimte werden uit workshops duidelijk. Zo was er bijvoorbeeld behoefte aan een centraal punt voor de docent, een flexibele inrichting, een open sfeer, gebruik van kleur en was het fijn als er een thuisgevoel gecreëerd kon worden. In de ruimte zitten maximaal 30 studenten aan eigen tafels die in een groepje zijn opgesteld. Per groep hebben zij een scherm. De docent heeft een eigen tafel en scherm. Er kunnen gordijnen dichtgetrokken worden als studenten zich willen afsluiten om geconcentreerd te werken. Je kan de ruimte reserveren voor 2 tot 3 uur per keer. In de ruimte mag niet gegeten of gedronken worden, dit wordt gedaan in de gang. Hier zijn ook loungeplekken te vinden en kunnen studenten elkaar informeel ontmoeten en met elkaar samenwerken.

Na deze twee presentaties kreeg de groep een opdracht. Stoelen werden omgedraaid en in groepjes van 4 werd er een antwoord gezocht op de vraag: hoe ziet de onderwijszaal van de toekomst er uit.

groepswerk

Ik heb even rondgelopen en leuke dingen gehoord. De flipovervellen waarop werd getekend en geschreven hingen aan het einde van de middag op de muur zodat iedereen even kon kijken. Na de opdracht kwamen twee groepen studenten van de faculteit Industrieel Ontwerp een presentatie geven over een onderzoek en productontwikkeling die gebaseerd was op het gebruik van de Crouwelzaal. Omdat zij aanstaande dinsdag dit product moeten presenteren aan de docent kan ik er hier niets over vertellen. Ik mocht ook geen foto’s maken.

De laatste presentatie van vandaag was van Gert van Ginkel van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Hij had een prezi gemaakt die waarschijnlijk binnenkort beschikbaar komt. Als dat zo is, dan zal ik hem in deze post embedden. Gert vertelde dat er 222 zalen worden gecreerd die allemaal uitgerust worden met glasvezel, AVB-netwerk en een apart netwerk voor control. Ze zijn begonnen in het C-gebouw (de namen op de campus van de EUR hebben allemaal een letter). In dit C-gebouw is nu een technische ruimte aanwezig van waaruit alle ruimtes op de campus worden bedient. Gert laat zien hoe de infrastructuur voor ICT en AV is aangelegd. Een interessant verhaal wat wat lastiger is om na te vertellen.

Na de presentatie van Gert gingen we nog een keer in groepjes samenwerken. Dit keer moesten we een onderbouwing schrijven waarom instellingen hun onderwijszalen moeten vernieuwen en hierbij een stappenplan bij maken.

opdrachten

De dag afsluitend concludeerden Piet en Marij samen met de mensen in de zaal een aantal dingen:

  • bepaald de onderwijsruimte de didactiek? Uit de zaal komt het commentaar dat de praktijk anders uitwijst, een hele dag kijken wij naar presentaties die frontaal aan ons gepresenteerd worden, als dit maatgevend is, moet je dan ruimtes wel inrichten met al die toeters en bellen? Piet geeft als antwoord dat je niet alle zo moet inrichten als de zaal waar wij vandaag zitten. Hoorcolleges doen het al heel lang en zullen het nog heel lang blijven doen. Wel moet je nadenken over zo efficient mogelijk gebruik maken van de ruimte en dat is in deze zaal goed gelukt. 
  • uit de zaal komt de opmerking dat we het vandaag niet gehad hebben over docentprofessionalisering. Nu is er vandaag over meer dingen niet gesproken, zoals techniek, andere vormen van didactiek. Wellicht is een tweede bijeenkomst in het najaar een goed idee. Er zijn een aantal mensen in de zaal die dit op gaan pakken.
  • een classroom is een gebied en niet een ruimte
  • je hebt lef en durf nodig om te experimenteren
  • begin met kleine stappen en een klein budget
  • de classroom van de toekomst bestaat niet, er zijn teveel variabelen om 1 lijn te trekken
  • er is behoefte om kennis rond dit onderwerp te delen. Hoe gaan we dat doen, wordt het een surfspace, een linkedingroep – hier kwam nog geen antwoord op
  • er is behoefte aan een richtlijnendocument – we hebben al veel kennis in huis rondom systemen en inrichtingen, kunnen we dit ergens delen

 

waar wil jij dat ik over blog tijdens de Onderwijsdagen

Elk jaar, zo ongeveer in oktober, begint de discussie in mijn hoofd. Ga ik wel of niet naar de SURF Onderwijsdagen  Belangrijkste vraag is natuurlijk wat ga ik er doen? Ga ik iedereen weer ontmoeten, zijn er interessante sessies die ik echt niet kan missen. Maar dit jaar speelde er nog meer. De Onderwijsdagen zijn dit jaar niet in Utrecht maar in Rotterdam. Voor mij een thuiswedstrijd. Maar dat alleen is niet voldoende reden om mij ook echt in te schrijven. Het programma dan. De laatste tijd houd ik me steeds minder met onderwijsdingen bezig. Ik heb wel wat aan mobiel gedaan dit jaar, maar dat was het dan ook wel. Geen grassroots begeleid, geen learning centre ingericht. Maar wel bezig geweest met sociale innovatie en het nieuwe werken. Nieuwe thema’s die misschien in de verte ook wel iets met onderwijs te maken hebben, maar dan moet ik wel even zoeken naar de connectie. Met nog wel een belangrijkere vraag, vind ik die connectie op de Onderwijsdagen. Ik zag het niet voor me en dus besloot ik om niet naar de Onderwijsdagen te gaan.

Punt.

Niet dus. De discussie in mijn hoofd werd weer geopend toen ik werd gevraagd om tijdens de Onderwijsdagen te komen bloggen. En deze discussie was nog lastiger dan enkel de vraag ga je wel of niet. Want schrijven over sessies, sfeerimpressies geven, zelfs een introblogpost werd gevraagd. Kun je het maken om te gaan bloggen als je al hebt besloten om niet te gaan. Het programma werd nog een keer kritisch bekeken. Er werd over en weer gemaild met SURF. De punt werd een komma. Ik ga naar de Onderwijsdagen. Op woensdag.

En dan de volgende vraag. Naar welke sessie ga je? En dat wil ik graag aan jou overlaten. Vind jij dat ik een bepaalde sessie echt moet volgen en er over moet schrijven, vertel het me in de comments. Ik beloof aan jou een eerlijk verslag terug. Het kan dan dus voorkomen dat ik ergens naar toe ga waar ik zelf niet voor zou kiezen. Dat geeft niet, ik laat me graag verrassen.

(Dit jaar wordt er ook volop geblogd tijdens de Onderwijsdagen, lees de bijdragen van Frank, Raymond, Willem, Wilfred, Joel, Erwin, Pierre, Karin en mijzelf op het Onderwijsdagenblog)

de onderwijsdagen

Afgelopen dinsdag en woensdag was ik bij DE Onderwijsdagen van SURF. Een vol programma stond klaar en was vanuit huis al te bekijken via de speciale iphone app die kort voor het congres was gelanceerd. Enige nadeel van de app was dat je niet je eigen programma kon bewaren dus was ik nog steeds elke sessie aan het kijken waar ik daarna naar toe zou gaan en op welke verdieping ik moest zijn.

Dag 1 begon met een keynote van Erik Duval (hoogleraar computerwetenschappen van de Katholieke Universiteit Leuven). Zijn presentatie is te vinden op slideshare en dus te embedden in deze post.

En zijn presentatie is opgenomen en staat op YouTube.

Interessant aan de presentatie van Duval is om na te denken over de consequenties van learning analytics. Waarbij analyse-instrumenten worden ingezet tijdens het leren om een betere kijk te krijgen op, hoe de efficiëntie is, welke materiaal er wordt gebruikt, etc. Trek dan de analogie door van een dashboard. Hoe snel of hoe traag ga je, hoe staat het met de brandstof (denk hierbij aan energieniveau), welke bronnen gebruik je – dit wordt gereduceerd naar een wijzer die laat zien of je nog op schema ligt. Zijn studenten maakten hiervoor de app Streamy. Voor studenten en docenten kunnen deze tools helpen. Maar helpen de tools ook? Duval onderzoekt dit met zijn studenten. Conclusie tot nu toe is dat docenten en studenten een betere grip krijgen op hoe het nu gaat. Interessante materie dus zeker kijken deze keynote.

Hierna ging ik naar de presentatie van Ronald van den Hoff die vertelde over Society 3.0 en de impact hiervan op het onderwijs.

Een boeiend verhaal over veranderende systemen en samenlevingen. Met de volgende conclusie:

ga experimenteren, probeer niet het bestaande van binnenuit te veranderen maar probeer iets nieuws naast het bestaande. Het oude wordt dan steeds kleiner en het nieuwe groeit er in verder. Laat mensen die niet willen of kunnen het oude doen, laat de anderen zich met het nieuwe bezig houden. Je leert alleen van dingen die fout gaan, laat die fouten zien, leer ervan. We moeten elkaar helpen om weer te leren lopen. Als we geen fouten maken groeit het systeem niet.

toegang is belangrijker dan bezit

Voor de volgende sessie koos ik voor de sessie over Creative Labs in het HO van Frank Kresin (Waag Society). Kresin liet de zaal zien wat je nodig hebt aan faciliteiten en methoden om een creative lab te maken in de eigen onderwijsinstelling. Een paar kernbegrippen kwamen voorbij, als mensgericht ontwerpen, bouwen om te leren en interdisciplinair samenwerken. Kresin gaf ook voorbeelden van Creative Labs in Nederland (Hogeschool Utrecht – Concept Space, Rijkswaterstaat – LEF Future Center, TU Delft – ID studio Lab, Universiteit Twente – Smart Xplab, Leeuwarden – Gameship, Fablab in Arnhem en VU Amsterdam – C@mera)

bouwen om te leren / denken door te maken

Een Creative Lab is een omgeving die creativiteit stimuleert, die flexibel in te richten is en waar je kan samenwerken in multidisciplinaire teams. In een Creative Lab zijn technologisch mogelijkheden voorhanden die je niet elders zo gemakkelijk vindt.  In het onderwijs kan een Creative Lab gebruikt worden om samen te werken, te brainstormen, te ontwerpen, te bouwen, te programmeren, te implementeren, te onderzoeken, te verpakken of te ondersteunen. De mogelijkheden zijn eindeloos en dus vraag ik mij af, waarom zijn er niet veel meer Creative Labs in Nederland te vinden. Misschien kan ik de TU Delft Library ervan overtuigen om er een in het gebouw in te richten.

Na de lunch ging ik naar de sessie Weg met de computer! Lang leve de tablet! van Michael van Wetering (Kennisnet) en Kees Versteeg (Hondsrug college). Van de Wetering liet ons nadenken over het tablet eco systeem, welke soorten zijn er, hoe ga je online (onderweg, thuis, werk), waar bewaar je je content. Hij ziet drie mogelijkheden voor de tablet binnen het onderwijs.

  • consumptie / lezen van boeken en tijdschriften
  • interactie / browsen, nieuws lezen en games
  • creatie / samenstellen, maken, schrijven en presenteren

Voor het laatste is het de tablet misschien nog niet het meest geschikte apparaat maar leveranciers van software pakketten denken wel steeds meer na over toepassingen van hun product op een tablet. Het kost nog een paar jaar of we weten niet beter en gebruiken de tablet net zo makkelijk voor creatie als voor consumptie.

Kees Versteeg vertelde over het iPadproject bij het Hondsrug College in Emmen. Zijn verhaal had ik al eerder gehoord maar het blijft inspirerend. Een mooi voorbeeld van het gewoon doen.

Bas Haring sloot de dag af met een reflectie op het thema van de dag.

Op dag twee werd  de ochtendkeynote van Hans Aarsman verplaatst naar de middag en dat was fijn want het was mijn laatste sessie van de dag en zorgde ervoor dat ik met een glimlach naar buiten vertrok, wat een leuk verhaal!

Verder zag ik op dag twee een presentatie van Peter Stadhouders en Yvette van den Bersselaar over Augmented Reality in het groen onderwijs.

Na een uitleg over hoe AR in het groen onderwijs wordt ingezet werd uitgelegd wat AR is en wat je ermee kan. Ik vond het jammer dat het om een project ging dat net nieuw is, waar nog geen conclusies getrokken kunnen worden en wat eigenlijk nog een experiment is. Maargoed leerlingen vinden het fantastisch en de docenten zijn inmiddels ook om. Volgens Stadhouders zijn de voordelen voor het onderwijs als volgt:

  • versnelling in het proces, je bent sneller bij de kern
  • kan individueel, zelfstandig kunnen studenten door werken
  • je zet een stap in de belevingswereld van de leerling, ze vinden dit leuker dan een boek lezen, Stadhouders denkt dat de stof beter beklijfd maar hier is nog geen onderzoek naar gedaan

Over de sessie Leren van de toekomst zal ik niet veel vertellen. De opname spreekt voor zich.

3 weken – 2 klassen – 30 innovatieve toepassingen – in gebruikelijke les – een experiment.

De laatste keynote van de dag, van Russell Prue zag ik vanuit huis. De verbinding was niet helemaal perfect dus wil ik deze keynote op een later moment terugkijken.

Het lastige aan de Onderwijsdagen is het diverse aanbod aan sessies. De ene sessie is inhoudelijk veel beter dan de andere, soms zijn titels verkeerd gekozen en zit je echt fout, soms is de zaal vol en moet je je haasten om een alternatieve sessie te kunnen volgen. Dit jaar was ik minder geïnspireerd dan vorig jaar. Wat dat betreft was vorig jaar wel een topjaar, ik denk nog steeds na over dingen die ik daar heb gehoord en ik heb nog steeds niet geschreven over een sessie over het internet der dingen waar ik toen bij aanwezig was.
Het is te makkelijk om te zeggen dat de formule van de Onderwijsdagen misschien een update kan gebruiken zonder met een alternatief te komen. Maar op de een of andere manier bruist het niet, er is geen buzz op de beursvloer, de energie mist.
Wat ik ook mis zijn de echt innovatieve sessies, de spannende zaken, de bijzondere experimenten. Maar misschien zijn de onderwijsdagen daar niet voor, het gaat tenslotte om ICT in  onderwijs en daar proven technology meestal leidend. Laat ik afsluiten met iets positiefs, de app was mooi vormgegeven en werkte goed.

Slides van de presentaties staan op slideshare en de video’s van sommige sessies en keynotes op YouTube.

SURFspace – de stekker er uit of een andere stekker er in?

Een poosje geleden werd een oproep geplaatst op SURFspace om mee te doen aan een enquête. Deze enquête werd gehouden om de gebruikers van de site te vragen waar zij de site voor gebruiken, wat ze missen en wat zij graag anders zien. Ik heb de enquête ingevuld en toen aan het einde werd gevraagd of je een keer naar SURF in Utrecht wilde komen voor een bijeenkomst waar over de resultaten werd gediscussieerd zei ik geen nee. Op 8 maart was deze bijeenkomst.

Voor degene die SURFspace niet kennen.

SURFspace is een  portal vóór en dóór ICT Onderwijs- & Onderzoekprofessionals. Naast prikkelende columns, vacatures en de laatste nieuws- en agendaberichten biedt SURFspace actuele informatie over innovatieve thema’s.

Zelf heb ik ook wel eens een artikel voor SURFspace geschreven en ik ben lid van een zogeheten SIG (Special Interest Group). Ik bezoek nooit de site en in de trein op weg naar de bijeenkomst vroeg ik me af waarom. Ik lees wel de nieuwsbrief en soms klik ik door. Maar ik kom niet op de site omdat de informatie die hierop staat voor mij niet nieuw is. Ik lees nieuwe dingen liever op andere sites of krijg deze informatie via twitter. De Good practices bekijk ik ook niet, dat deed ik wel toen Eja Kliphuis ze nog per mail aan iedereen stuurde. Toen las ik ze bijna allemaal.

Nu is het misschien ook zo dat de thema’s op SURFspace niet de thema’s zijn waar ik me direct mee bezig houd. Maar aan de andere kant is de agenda met bijeenkomsten wel weer interessant. Ik kon dus niet echt mijn vinger er op leggen waarom SURFspace mij niet aanspreekt. Maar dat dat zo is, is een feit.

Tijdens de bijeenkomst waren er mensen van Fontys, Hogeschool van Amsterdam, Hogeschool Utrecht, Vrije Universiteit en de Hogeschool Leiden. Deze mededeelnemers hadden een duidelijke link met het onderwijs, zij zijn onderwijskundige of docent. En ik, als vreemde eend in de bijt, sta toch iets verder van het onderwijs af.
Hester Jelgerhuis begeleidde de discussie en Annette Peet van SURFfoundation maakte aantekeningen en discussieerde gezellig mee.

Alle deelnemers gebruiken SURFspace anders. Ik, waarvan gezegd kan worden dat ik de site niet gebruik, tot aan iemand die de nieuwsbrief tot in detail leest en stukjes doorstuurt aan collega’s en alles daar tussen in.

Als de sterke en minder sterke punten van SURFspace  werden genoemd:

  • wat is de site nu eigenlijk en wat kan ik ermee
  • onduidelijke navigatie
  • kraakheldere structuur
  • onduidelijk of je abonnee moet zijn
  • kwaliteit van artikelen is goed, zou iets meer wetenschappelijk mogen zijn
  • zeer actuele onderwerpen
  • zoekfunctie werkt erg goed
  • voel me niet verbonden met SURFspace, mis het gezicht van SURFspace

En dan komt al snel de vraag, waarom zou ik lid willen zijn van SURFspace? Als ik al lid ben van LinkedIn en daar collega’s ontmoet, waarom zou ik dat dan ook willen op SURFspace? Wat is de toegevoegde waarde?
En dan even doorredenerend,  wat kost het om de site te onderhouden en aan te passen, levert dat het ook op? Tien redacteuren die de site onderhouden en er tijd in stoppen. Is dat te verantwoorden als je het aantal bezoekers per maand bekijkt?

Moet de stekker er uit? Of een andere stekker erin?

Want als er al andere sites zijn die het communitygedeelte beter facililteren en de artikelen kunnen ook op een andere site van SURF geplaatst worden, waarom SURFspace dan onderhouden en updaten naar een nieuwe versie.

Al snel kwam de conclusie dat een portal met verschillende ingangen een optie zou kunnen zijn. Een portal waar alle SURF onderdelen een plek krijgen, dus SURFnet, SURFdiensten, SURFfoundation en SURFspot. Voor de gebruiker is het toch al onduidelijk hoe deze onderdelen zich tot elkaar verhouden. Maak er een smoel van, een gezicht naar buiten. Een gezicht waar je je mee verbonden kan voelen. Iemand waar je graag vrienden mee wilt zijn.

Daarnaast lijkt het logisch om voor de vulling van de portal gebruik te maken van bestaande initiatieven. Er zijn tenslotte veel edubloggers in Nederland. Aggregeer deze feeds en laat ze terugkomen in de portal. Doe hetzelfde met tweets van deze groep.

En wat de groep echt heel handig zou vinden is als op de site de agenda’s van de verschillende SURF onderdelen wordt samengevoegd tot een heldere en duidelijke agenda, met een aanmeldingsprocedure voor activiteiten. Dat je zelf artikelen kan toevoegen, of discussies kan starten, dit moet zo gemakkelijk gaan dat dat geen drempel hoeft te zijn. En natuurlijk moet de site toegankelijk zijn op allerlei soorten devices. Zorg voor een noodzaak om SURFspace te bezoeken.

Eigenlijk is het heel simpel. Er moeten keuzes gemaakt worden, een duidelijk doel/visie gecreëerd en dat er niet wordt gedaan wat anderen al doen en zelfs beter kunnen. Alleen dan is er de mogelijkheid dat SURFspace geen stille dood sterft. Kunnen we zonder SURFspace? De deelnemers in deze groep denken van wel. En dat is eigenlijk een conclusie die je als SURF niet zou willen horen. Werk aan de winkel dus!

Studenten met gadgets in de klas? Ja graag!

Voor het decembernummer van SURF Magazine mocht ik de trendwatch-column schrijven. Heel vereerd en trots voelde ik me, zeker als je mijn voorgangers bekijkt (Pierre Gorissen, Wilfred Rubens en Willem Karssenberg) en om als vrouw de achterpagina van het magazine te sieren.

Studenten met gadgets in de klas? Ja graag!

Morgen wordt het SURF Magazine verzonden aan de abonnees, maar online kun je hem al bekijken. Wil je liever een papieren exemplaar ontvangen, word dan lid. Dit gratis kwartaalmagazine met nieuws en achtergrondinformatie over ICT voor het hoger onderwijs en onderzoek bestel je op www.surf.nl/magazine

De Onderwijsdagen – dag 2 – 10 november

De dag begint met Toine Maes (directeur Kennisnet) in gesprek met Steven de Jong (voorzitter LAKS). De centrale vraag is: moeten we het onderwijssysteem omgooien? Het antwoord: waarschijnlijk niet. Maar ICT maakt het wel mogelijk om het talent van een individu aan te spreken.

Moet er op schoolniveau vaart gemaakt worden als het gaat om ICT in het onderwijs? De Jong ziet ICT als onderdeel van de les. Wat hem betreft moet er zeker versnelt ingevoerd worden want hij ziet veel mis gaan. Bijvoorbeeld, er zijn veel projecten met smartboards, maar het smartboard wordt vaak alleen gebruikt voor de open dag of als beamer om een powerpoint op te presenteren.
Hoe zorg je ervoor dat ICT ook voor didactiek wordt ingezet? De Jong vindt dat zij (LAKS) scholieren hierop moeten wijzen zodat zij docenten kunnen aanspreken om het gebruik van ICT. Maar niet alleen aanspreken, ook helpen zou een oplossing kunnen zijn.

(registratie/filmpje)

Christiaan Alberdingk Thijm / hoe sociaal zijn social media?

Indrukwekkende intro om je presentatie mee te beginnen en zeker een film die ik wil zien.

Wat Alberdingk Thijm opvalt (en volgens mij vele anderen) is dat er steeds vaker mensen hun Hyvesprofiel deleten. Eigenlijk is het niet vreemd. Wat moet je op Hyves, als je ook op Facebook aanwezig bent? Hyves is toch meer iets voor scholieren. Orkut is zo’n site waar eigenlijk niemand het meer over heeft. Terwijl in 2003 dit echt een site was waar je bij wilde horen. Net als MySpace, ook in de zaal weinig mensen die hier een account hebben.

Als we het over social media hebben hebben we het over de mogelijkheid tot communiceren. Als die mogelijkheid er niet is, is zo’n site gedoemd te mislukken. Van alle tijd dat wij online zijn besteden we 22% aan social media en dat betekent dat wij meer tijd aan social media spenderen dan aan email.

Soms gaat het wel eens mis. Zeker als het gaat om zelfpromotie. Zoals KPN op Facebook.

Er zijn maar 178 mensen die KPN liken. Is het dan verstandig om een Facebook pagina te hebben als maar zo weinig mensen je leuk vinden?

Volgens Alberdingk Thijm praten we steeds meer via social media. Denk aan #durftevragen. Mensen stellen een vraag en vreemden of followers geven een antwoord. Uitstekend voorbeeld als we het over praten hebben is natuurlijk Youp en de T-mobile actie. Luisteren naar je consumenten is dus geen slechte zaak. Maar dan ook echt luisteren.

De privacy paradox

  • we geven vrijwillig steeds meer van onze privacy op
  • de wettelijke bescherming van onze privacy is sterk en neemt toe

Maar de beste wetgeving is de gemeenschap, dus wij allemaal. Als wij het te ver vinden gaan dan is dat ook zo.

  • sociale normen zijn belangrijk
  • de gemeenschap bepaalt wat die zijn
  • de gemeenschap bepaalt wat oke is
  • sociale media zijn als mensen: overwegend goed, soms slecht

Ik denk dat ik wel kan concluderen dat op de vraag hoe sociaal zijn sociale media, het antwoord is dat wij dat zelf bepalen. En als je dat dan doortrekt naar het onderwijs. Hoe sociaal kan het onderwijs worden? Net zo sociaal als wij willen dat het is.

Deze sessie is gefilmd en staat online.

Eric Klopfer – Augmented Learning Through Playing and Creating Location-Based Games

Eric Klopfer is Associate Professor of Science Education & Director, Teacher Education Program at Massachusetts Institute of Technology (MIT) en omdat hij een van de weinige buitenlandse sprekers op de Onderwijsdagen was en omdat zijn sessie over games ging ben ik in de zaal gaan zitten.

Klopfer praatte over computersimulaties die je op een mobiel kan spelen en die voor een deel bestaan uit context die uit de echte wereld komt. Hij ziet een verschil tussen light augmentation  (small amount of augmented information with real information) en  heavy augmentation (de omgeving is gebruikt als een physical way of navigating through virtual space). Hierna ging Klopfer in op het begrip gaminess. En daarmee op de features die een een game structuur geven. Zoals beslissingen nemen in een game, de consequenties die aan de beslissingen hangen, de doelen van de game, de feedback en de regels van het spel. En zo bestaan er spellen met weinig en veel gaminess.

Stel: je laat studenten rondlopen in een bibliotheek. De ene student loopt wat rond en vindt niets, de andere gaat in de kast neuzen en vindt een interessant boek, en nog een, en nog een. De laatste student zal hier iets van leren, de eerste hoogstwaarschijnlijk niets (behalve dan dat het niet leuk is in de bibliotheek). Sommige studenten structureren het leren en maken connecties, anderen weten niet waar ze moeten beginnen. Deze laatste groep moet je eerst een vraag stellen zodat zij ergens kunnen beginnen. En het is juist deze structuur van leren die een game wel of niet interessant maakt.

a game helps structure an experience, and ideally includes open-ended play and structure and support for learning

Meer informatie over de games waar Klopfer over heeft gesproken vind je op  education.mit.edu/ar en educationarcade.org. Wil je de sessie van Klopfer in zijn geheel bekijken, dan is hier de video te vinden.

De sessie het internet der dingen van Rob van Kranenburg van dusdanig interessant dat ik hier een aparte blogpost over ga schrijven.

En toen was het tijd voor Sugata Mitra. Wat een fantastische man en wat een mooi verhaal. Veel is er al over geschreven dus ik laat het hierbij. Ik verwijs alleen naar de filmopnamen die zijn gemaakt en naar dit nieuws:

Wil je erbij zijn:

On the 6th of January, Sugata Mitra will be our guest at the TPM faculty, and will give a lecture providing you with the opportunity to discuss with him afterwards. Because of limited capacity, we kindly ask you to register in advance by sending an email to Thieme Hennis. You will receive an update about the location. Please use as mail-subject “Interest in Sugata Mitra talk”.

Ik heb mij al aangemeld. Misschien zie ik jou ook in de zaal. Want wie wil deze man nu missen als hij zo dichtbij is.

De Onderwijsdagen – dag 1 – 9 november

Een paar weken geleden werden de Onderwijsdagen in Utrecht gehouden. Dit jaar een iets andere opzet, meer pauzes en tijd om te netwerken, geen beursvloer en geen feest. Toch kan ik tevreden terug kijken op het congres dat begon op de avond ervoor met het Edubloggersdiner. Ik heb heerlijk gegeten en bijgepraat met (on)bekenden. En nu heb ik 12 pagina’s aantekeningen voor me en moet ik besluiten. Maak ik er een lange post van of knip ik hem op, geef ik de sessies waar ik echt enthousiast van werd meer ruimte op mijn blog? Ik zal het tijdens het schrijven besluiten.

Wim Liebrand (directeur SURF) opent de Onderwijsdagen en heeft even een babbeltje met Sander Breur (voorzitter LSVb). Sander is echt een student van deze tijd. Hij gebruik Google en Ctrl F als hij een online tijdschrift leest. Hij heeft drie mobiele telefoons en zoekt met layer de dichtstbijzijnde pinautomaat tijdens een avondje stappen. Hij praat over docenten die verslagen per post willen krijgen terwijl Sander niet eens weet waar hij postzegels moet kopen. En dus zit in zijn beleving het probleem aan het begin, dus bij de docent als het gaat om onderwijs. Een beetje kort door de bocht maar ach, hij is nog jong zullen er veel zeggen. Zijn opmerking over twitter en dat anderen daar iets aan moeten hebben stoorde mij meer. Zeker als je deze tweet van Sander bekijkt.

Vertel eens Sander, wie heeft er iets aan deze informatie….

(registratie/filmpje)

Curtis Johnson – senior partner Education Evolving

Het boek dat Johnson schreef Disrupting Class, Expanded Edition: How Disruptive Innovation Will Change the Way the World Learns is nog steeds verkrijgbaar. Maar wat is disruptive innovation? Johnson legt uit dat het oude niet wordt verlaten maar dat het voor andere doelen wordt gebruikt, bijvoorbeeld paarden die nu worden gebruikt voor recreatie in plaats van handel.

wat zou Gutenberg denken als hij een ipad vast mag houden

Maar hoe zit dat dan in het onderwijs? Het onderwijs is geen industrie, waarom daar dan disruptive innovation inzetten. Johnson ziet het onderwijsmodel dat niet van deze tijd is. De politiek is niet het probleem. Het probleem is dat kinderen nog steeds achter elkaar in rijen zitten met een docent ervoor. Als je die situatie bekijkt lijkt het alsof onderwijs een schaars goed is maar niets is minder waar.

Jongeren van nu nemen kennis in zich op, ze verbinden het, maken mash-ups en als studenten niet mee gaan worden ze gestraft. Werkt dat? Johnson meent van niet.

Als studenten willen leren kunnen wij ze niet stoppen en als ze niet willen kunnen wij ze niet overtuigen. Standaardiseren helpt volgens Johnson niet, het is ook niet van deze tijd, maar het is wel handig voor de docent. In de optiek van Johnson is radical personalisation het enige dat helpt bij de groep die nu buiten de boot valt.

Johnson verwijst naar de S-curve die in de industrie vaak wordt gebruikt om vooruit- en achteruitgang te kunnen bepalen. Het onderwijs zit momenteel onderaan de S-vorm. In 2018 zal de meerderheid aan het plafond zitten. Maar stel dat dat gebeurd. Pas dan gaan scholen er volgens Johnson anders uitzien. En als voorbeeld geeft hij een school met 180 leerlingen die allemaal achter een pc zitten. Het ziet er niet naar uit alsof dit een onderwijsomgeving is, maar dat is het wel en alle leerlingen leren op hun eigen manier.

Moet je als onderwijs lijdzaam toezien terwijl je weet dat dit er aan zit te komen? Johsnon vindt van niet, hij meent dat het onderwijs disruptive innovation moet omarmen. Zoals bijvoorbeeld IBM heeft gedaan. Zij spenderen geld, ruimte en mensen aan disruptive innovation. Deze groep is autonoom en beslist zelf over innovatie. Zoiets hebben wij in Nederland niet.

by 2018 the majority of learning will be learning online

(registratie/filmpje)

Wilfred Rubens – vormt motivatie de sleutel tot leren in 2011?

Ik kan een samenvatting geven van Wilfreds presentatie maar je kan hem ook gewoon bekijken.

Wilfred gebruikte – zoals al eerder – een twitter backchannel om de mensen in de zaal en thuis mee te laten doen. Hij schreef erover op zijn blog.

Wat zijn de factoren om intrinsieke motivatie te bevorderen:

  • autonomie – eigenaarschap – geef studenten autonomie over eigen leren, laat ze de keuze hebben over gebruik van technologie – geldt ook voor docenten
  • doelgerichtheid – betekenisvol en authentiek – discussies worden ingezet binnen ELO maar staan vaak los van het curriculum – wat is dan het doel van de discussie
  • meesterschap = betrokkenheid – meesterschap krijg je vaak pas door betrokkenheid te creëren – geef je door feedback en niet door het afnemen van toetsen – anders motiveer je niet om de lat hoger te leggen, geef zelf het voorbeeld van een goede meester te zijn
  • sociale verbondenheid en social presence – je doet het met anderen samen – dat leren – gevoel van vertrouwen en onderlinge verbondenheid
  • perceptie van interactie – gevoel dat studenten hebben dat zij in omgeving zitten waarin zij beroep kunnen doen op anderen (docenten en medestudenten) – skype als voorbeeld – mocht je wat willen vragen dan zijn vrienden online – geeft fijn gevoel
  • mogelijkheid om te delen met anderen = motiverend – gaat beter zijn best doen om kwaliteit te leveren – wij maken gesloten omgevingen
  • privacy – leerlingen zijn bereid om te publiceren maar willen ook dingen voor zichzelf houden
  • progressie zien – speelsheid – is arbeidsintensief maar levert wel veel op – geven feedback – wel voorstander van formatieve toetsen, voortgangstoetsen – play bevorderd motivatie – moeten we massaal gamen – nee – maar wat maakt game aantrekkelijk
  • gebruikersvriendelijkheid

Houd daarbij in gedachten dat:

  1. mensen/studenten gebruiken de eigen meegebrachte technologie
  2. social media met eigenschappen in relatie tot gebruik – eigenschappen die appelleren aan groot aantal factoren die eerder zijn genoemd
  3. server based computing – centraal beheerde en geïnstalleerde applicaties, gepersonaliseerde werkomgeving (mac, windows, linus, eigen applicaties) – voor lerenden en docenten werkt dit motiverend, ICT beheer is niet perse meer nodig – binnen beheersomgeving gebruik maken van de technologie

Wilfred eindigde met een bijzonder mooi initiatief.

EenTweeTien Documentaire from Jeroen Diks on Vimeo.

Op de website www.eentweetien.nl vind je meer informatie.

(registratie/filmpje)

Pierre Gorissen – meten is weten

Ik had even gemist dat Pierre aan het promoveren is en in deze sessie werd ik in drie kwartier bijgepraat.

In het kort – de resultaten van een onderzoek onder studenten:

  • studenten kijken thuis
  • technische problemen zijn er soms wel maar niet prominent in de antwoorden
  • studenten weten de opnames te vinden
  • studenten willen dat de opnames blijven en bij voorkeur voor alle vakken

23% kijkt nooit
21% kijkt minder dan 5 x

Waarom  studenten wel kijken:

  • inhalen gemist college
  • voorbereiden voor tentamen
  • verbeteren tentamenresultaten
  • verbeteren onthouden van de stof
  • verduidelijken van het materiaal

Waarom  studenten niet kijken:

  • al naar college geweest
  • geen tijd
  • hebben niet het gevoel iets gemist te hebben

68% kijkt ¾ van de opname

H.P Stuive / het gebruik van next generation e-readers en ipads in het hoger onderwijs

En wat ging meneer Stuive de mist in toen hij een productpresentatie van een idee dat hij zelf in de markt zet.

Als je achteraf zijn presentatie bekijkt dan is het geen slechte.

Maar de spreker maakte geen vrienden toen hij zei dat studenten voor onderwijscontent moeten betalen, dat bibliotheken onhandig zijn (wist hij wel dat zij vaak het materiaal al in huis hebben en dat studenten er dus niet voor hoeven te betalen) en dat je met een laptop niet in de trein gaat zitten (maar met een iPad wel).
Ik heb het niet afgewacht en ben weggegaan. Had beter een andere sessie kunnen kiezen.

Michiel Muller / oprichter route mobiel

Wat een feest om tijdens de laatste sessie van de dag te mogen luisteren naar Michiel Muller. De oprichter van Route Mobiel gaf ons een kijkje in dit bedrijf en wat zij er aan hebben gedaan om ANWB-leden te trekken. De voorbeelden waren grappig, interessant en leerzaam.

Hoe zij de creatiespiraal van Marinus Knoope hebben gebruikt en alle fasen hebben doorlopen.

De wens was:

  • een alternatief bieden voor ANWB
  • zonder hoge investeringen (gebruik bestaand netwerk, landelijke en internationale dekking)
  • met de beste partners
  • en uitbestede operaties

Verbeelden:

  • publiek kunnen overtuigen dat alternatief bestaat
  • prikkelend en confronterend
  • effectief

Geloven & uiten

  • 4 miljoen anwb leden
  • recessie
  • sleeping giant
  • tango ervaring
  • intuïtie (laatste 20% is gewoon een gok)

Onderzoeken en plannen

  • marktonderzoek
  • marketing plan
  • communicatieplan
  • pr plan
  • financiering
  • operaties

Conclusie:

De samenwerking is cruciaal geweest – je hoeft niet alles zelf te doen. Ideeën van buiten de organisatie binnen brengen, stap over not invented here en ideeën van binnen naar buiten brengen en een ander het laten doen.

(registratie/filmpje staat helaas niet online)

Je kent het wel. Het bedrijf waar je werkt zit op punt A en iedereen draait rondjes om dit punt. Er zijn collega’s die veel mogelijkheden zien buiten punt A maar die worden belemmerd door het systeem om hier iets mee te doen. Totdat iemand gewoon besluit om naar punt B te gaan. Ook al is dit niet altijd even succesvol. Je hebt vanaf punt B wel weer meer mogelijkheden. Zo zie je ineens punt C, die je niet zag vanaf punt A.  Dus, innoveer, doe om verder te komen, open nieuwe perspectieven door los te laten en gewoon te gaan.

Er zijn video’s van een aantal van bovenstaande sprekers, die vind je hier. En de presentaties van alle sprekers van dag 1 staan op slideshare.

Hoe dragen Universiteitsbibliotheken bij aan de kwaliteit van het onderwijs van hun instelling?

Of:

Hoe (on)zichtbaar zijn UB’s in het onderwijs?

Op 18 februari organiseert de UKB werkgroep Learning Spaces over dit onderwerp een informele bijeenkomst van 13:30 tot 16:00 uur in Utrecht.

Locatie: SURF, Hojel City Center gebouw D, 5e verdieping, zaal 5, Graad van Roggenweg 340, Utrecht.

Op deze dag demonstreren collega’s van diverse UB’s hoe zij, op uiteenlopende manieren, betrokken zijn bij het onderwijsproces van hun instelling. Doel van deze bijeenkomst is het presenteren van good practices, het uitwisselen van ervaringen en inventariseren van wensen op dit gebied en manieren waarop de werkgroep dit alles kan ondersteunen. Daartoe nodigen we de bibliothecarissen uit hun visie te geven op deze UB taak en willen we een ieder de gelegenheid bieden om actief mee te discussiëren over mogelijke nieuwe rollen die UB’s in het onderwijsproces kunnen spelen. Tom Dousma legt de link tussen hetgeen UB’s doen en willen en de activiteiten van het SURF-platform ICT&Onderwijs.

Doelgroep:

* Bibliothecarissen UKB
* Collega’s van UB’s die betrokken bij / verantwoordelijk zijn voor het thema onderwijs
* Collega’s op het grensvlak van (UB)onderwijs en technologie
* LOOWI
* Hogescholen

Ben je geïnteresseerd, geef je dan op via een berichtje aan Gaby Lutgens: g[punt]lutgens[at]maastrichtuniversity[punt]nl. Als je een eigen toepassing wilt laten zien, kun je dat ook aangeven.

Programma:

12:45 Ontvangst – met lunch – en inleiding (13:30, Gert Goris):

* Aanleiding en doel van de workshop:

Disseminatie, samenwerking, beleid UKB op het gebied van onderwijs. Uitgangspunten:

o UB’s hebben de plicht om hun gebruikers te leren omgaan met de bronnen en applicaties die zij aanbieden
o De gebruikers stellen andere eisen aan de (ontsluiting van die) bronnen
o Binnen IV moet ook expliciet aandacht zijn voor de zich ontwikkelende technologie: om IV te worden / blijven, om IV mee aan te bieden
o presenteren van de werkgroep en vergroten draagvlak / daadkracht

* vorm: carrousel (4 thema’s), discussie

13:45 Carrousel

Thema’s

* Informatievaardigheden
* Beheer en ontsluiting van digitale leermiddelen
* Nieuwe media en het onderwijs
* De bibliotheek in de Elektronische LeerOmgeving

Ieder thema wordt kort – in drie minuten – ingeleid

Daarna worden aanwezigen uitgenodigd om de carrousel in te gaan waar alle good practices worden gedemonstreerd middels posters, laptops, enz.

15:15 Tom Dousma: reflectie op good practices, het UKB beleid en een link naar het platform ICT&Onderwijs van SURF

15:30 Discussie (Gert & Tom) in de vorm van een debat tussen Dick van Zaane en Mark van den Berg op basis van stellingen, zoals bij ieder thema geformuleerd. Uiteraard mag het publiek participeren.

Algemene onderwerpen:

* Gebruikersonderzoeken
* Professionaliteit / expertise van de UB?
* Wat moeten UB’s doen om optimaal bij te dragen aan WO / kwaliteit onderwijs?
* Variatie in taakstelling diverse UB’s
* Onbekendheid van UB’s binnen universiteiten is probleem
* Innovatiekracht UB’s?

16:00 Afsluiting & borrel

Omdat ik sinds kort deel neem aan deze werkgroep zal ik op de 18e ook aanwezig zijn in Utrecht. Vind je het leuk/interessant/leerzaam om er ook bij te zijn, geef je dan op bij Gaby.

SURF Onderwijsdagen – dag 2 – De niet-bestaande net-generatie en de impact op onderwijs

Nu verwacht iedereen een verslag van de sessie van Wilfred Rubens en normaal gesproken zou ik dat ook doen, maar nu een x niet (sorry Wilfred). Als je wilt weten wat Wilfred allemaal vertelde kijk dan even naar de presentatie die gewoon online staat, de flip-video’s die Willem maakte of lees het verslag bij andere bloggers.

Ik wil het graag hebben over de discussie die de presentatie van Wilfred opriep. Pierre schreef er ook al over maar ik geef graag mijn eigen versie van het geheel weer.

Het gaan om het volgende:

Zeggen beelden meer dan woorden? Begrijp je waar ik heen wil?

Nee…. wel….. misschien een beetje… Ik leg het uit. De sessie van Wilfred was de enige sessie waar ik bij was waar de techniek explosief gebruikt werd. Er werd getwittert, geblogd, gefilmd (live stream), gefotografeerd en er was een backchannel. Er was geen ontkomen aan, als je in de sessie aanwezig was ben je nu vast ergens online te vinden. En wil je dat? Nee misschien wel niet. Kon je wegkruipen, nee. Kon je opstaan en weglopen, nee niet echt. Werd je van te voren gewaarschuwd of had je het kunnen weten, nee. Of misschien toch wel. Iedereen die Wilfred kent weet dat hij graag experimenteert en wil laten zien wat nieuwe technologie voor het onderwijs kan betekenen.

Ik kan mij voorstellen dat een aantal mensen in de zaal zich rotgeschrokken is van het mediageweld en het gebruik van techniek. Ik kan mij ook voorstellen dat een aantal mensen denkt oeps ik sta met mijn kop online en dat wil ik helemaal niet. En ik kan mij ook voorstellen dat een aantal mensen niet wilden reageren op een kwestie die Wilfred in de groep gooide omdat zij dan een microfoon onder de neus geduwd kregen en gefilmd werden. Begrijp mij niet verkeerd, dit is geen verwijt aan het adres van Wilfred, ik probeer alleen duidelijk te maken dat de discussie die over dit onderwerp na de sessie plaatsvond een zinvolle is en dat wij moeten nadenken over datgene wat wij tijdens presentaties doen met techniek.

Want stel nu dat je gefotografeerd bent en je wilde dat niet. Kun je hier dan iets tegen doen. Ja! Je kan degene die de foto gemaakt heeft vragen deze te verwijderen. In mijn geval, de foto’s van de OWD2008 staan op Flickr en ik heb kiekjes gemaakt van mensen in de zaal. Ook van mensen alleen. Wil je dit niet, mail dan even dan haal ik de foto weg. Ik heb geen toestemming gevraagd aan degenen van wie ik de foto heb gemaakt. Sommigen wilden zelfs graag op de foto en vroegen mij er een te maken en die online te zetten. Ook SURF had een fotograaf ingehuurd die rondliep en de sfeer vastlegde. Deze foto’s komen vast niet allemaal online maar zullen, denk ik, wel gebruikt worden in materiaal van SURF. Hier heb ik geen controle over als deelnemer, ik kan niet op voorhand tegen SURF zeggen dat ik niet gefotografeerd wil worden aangezien SURF mij niet laat weten dat zij dit doen. Maar ik vind dit niet erg. Er zullen mensen zijn die dit wel erg vinden. Dus is het dan handig als SURF volgende keer laat weten dat het gebeurd en dat als je niet gefotografeerd kan worden je dit aan kan geven door het dragen van bijvoorbeeld een button?

Met betrekking tot de andere media die gebruikt werd, het ging snel en het was veel. Veel tweets, veel teksten die over het scherm van het backchannel rolden en waarvan Pierre probeerde een samenvatting te maken. Sommigen vonden dit afleiden, anderen niet. En met wie houd je rekening. Met degenen die qua mediagebruik voorop lopen en zich hierdoor niet bedreigd voelen of met hen die het allemaal een beetje over de top vinden en die liever een powerpoint te zien krijgen met binnen de presentatie weinig digitale interactie? Wat mij betreft met de eerste groep en probeer je de tweede groep op een sympathieke manier te laten zien wat er gebeurd. Ik heb geen oplossing voor dit “probleem”. Ik weet wel dat als ik naar de Onderwijsdagen ga ik verwacht dat er veel nieuwe techniek is, dat ik nieuwe dingen leer en dat ik verrast word. En dat is iets wat ik de laatste jaren een beetje mis bij de Onderwijsdagen. En daarom genoot ik erg van de sessie van Wilfred omdat het naar mijn idee hier gebeurde. Je kon erbij zijn (in de zaal of daarbuiten) en je kon je onderdompelen in het gebruik van nieuwe techniek/media in de hoop dat je toepassingen ziet voor het onderwijs.

Maar goed de discussie achteraf ging over grenzen, beeldrecht en het gebruik van techniek. Het was een interessante discussie waar het laatste woord nog niet over gezegd is. Jammer dat het bij sommige aanwezigen weer een jaar duurt voordat wij elkaar irl zien. Maar misschien kunnen wij de discussie online verder voeren.

Ik vraag aan de lezer het volgende:

  • verwacht je van een spreker dat hij/zij je van te voren uitlegt dat er live gestreamd, gefotografeerd, getwtitterd en gefilmd wordt?
  • verwacht je van de spreker tijd om dit tot je door te laten dringen zodat je de zaal kan verlaten
  • vind je dat de zaal uitmaakt of er nieuwe media gebruikt mag worden (dus als de meerderheid vindt dat het niet gebruikt mag worden dat een spreker dit ook niet doet)
  • of verwacht je van een spreker juist dat hij deze nieuwe media gebruikt en probeert uit te leggen wat dit kan toevoegen in het onderwijs, met andere woorden leren door te doen of leren door te beleven

Ik ben uiteraard erg benieuwd naar jullie antwoorden!!

SURF Onderwijsdagen – dag 2 – Content in context – innovative and reliable unlocking of publicly funded content

Een van de weinig Engelstalige presentatie op de SURF Onderwijsdagen kwam van Alastair Dunning van JISC, de SURF van de UK zeg maar.

Dunning sprak voornamelijk over de Strategic Content Alliance en dan met name dat deze Alliance fungeert als paraplu voor digitale content uit de UK.

The aim of the Strategic Content Alliance (SCA) is to build a common information environment where users of publicly funded e-content can gain best value from the investment that has been made by reducing the barriers that currently inhibit access, use and re-use of online content.

Dunning legde uit dat de reden om de Alliance op te richten de hoeveelheid digitale content was die beschikbaar wordt gesteld door verschillende organisaties uit de publieke sector. Iedere organisatie deed dit op zijn eigen manier zonder overleg te voeren of samen te werken.

to many agencies for different audiences

Vragen die de Alliance zichzelf stelde waren:

  • Is the content really used
  • Is the ocntent being discovered
  • Has the content been licensed
  • Is the ocntent being maintained
  • Is the content contextualised

Zoals gezegd er wordt weinig samengewerkt door scholen, universiteiten, ziekenhuizen, musea, etc. Daarnaast is er een gebrek aan gedeelde kennis over onder andere infrastructuur. Iedereen vindt, volgens Dunning, het wiel opnieuw uit. Er zijn geen best practices waar anderen van kunnen leren en dat kost veel tijd, geld en creatie van (onnodige) software.

De oplossing: Strategic Content Allience met onder andere het JISC Mass digitisation programme (2004-2009) en JISC Enriching digital resourses (2008-2009).

Eerst werd er gezocht naar gebruikers en werden doelgroepen geanalyseerd. Vragen als waarom willen gebruikers content, wat is de behoefte en hoe kunnen we de doelgroep opdelen in kleine groepjes werden opgelost en de creatie van een toolkit voor het meten van impact van gebruik en voor een analyse van de doelgroepen was een feit.

Hierna spreekt Dunning over zogeheten silo’s. Dit zijn containers met metadata waarbij de gebruiker de relatie tussen die silo’s moeilijk kan leggen. Hoe zorg je er nu voor dat die silo’s vol informatie samen komen? Dunning geeft voorbeelden, zoals de Virtual Manuscript Room. Er wordt onderzocht of web 2.0 onderdelen ingezet kunnen worden in het ontsluiten van het materiaal.

BBC Memoryshare is een site waar gebruikers hun persoonlijke herinneringen kunnen uploaden, gesorteerd op plaats en tijd, lopend vanaf 1 janurai 1900. Wil je naast tekst ook beelden delen met anderen dan kun je deze uploaden naar de Flickr groep.

Bij het ter beschikking stellen van content door organisatie uit de publieke sector speelt uiteraard copyright ook een belangrijke rol. Het kost veel tijd en geld om rechten af te kopen en vooral bij gemengde content wordt het nog lastiger om duidelijk te krijgen hoe het precies zit met rechten. Hier helpt de Strategic Content Allience die rechtenkwesties onderzoekt en probeert om templates te creeren.

Tot zover niet veel nieuws. Totdat Dunning begint over sustainability – waarbij hij uitlegt dat veel digitaliseringsprojecten, juist ja, projecten zijn en dat na afloop van die projecten het geld vaak op is. En als het geld op is kunnen er geen nieuwe werkzaamheden plaatsvinden en is het mogelijk dat een initiatief doodbloed (eye-opener). Niet wenselijk. En dus geeft Dunning hier de bibliotheken een belangrijke rol. Zij moeten in het kader van de digitale bibliotheek of de bibliotheek van de toekomst deze projecten oppakken en verder uitwerken.

En als laatste staat Dunning stil bij context. Want zonder context zijn afbeeldingen soms niet te begrijpen. De context van een beeld wordt duidelijk door middel van metadata. Deze metadata moet bij het beeld aanwezig zijn voordat het onderwijs er mee aan de slag gaat.

In Engeland is er dus een Alliance. In Nederland…. ik weet het eigenlijk niet. Ik weet dat bibliotheken samenwerken en overleg voeren en ook musea. Maar bibliotheken en musea samen, ik ken de voorbeelden nog niet. En al helemaal niet tussen bibliotheken, ziekenhuizen, gemeentehuizen en andere publieke instellingen. Misschien wordt het in Nederland ook tijd voor een Alliance. En misschien moet de KB hiermee beginnen.