SURF Onderwijsdagen – dag 2 – Kennis als liefde; over metaforen die bepalen wat kennis is

In het programmaboekje staat:

in deze workshop staat een methode centraal om beelden uit te wisselen over kennis. Hierbij wordt gebruik gemaakt van metaforen.

Mijn aandacht is gewekt. Dit wordt leuk en bijzonder en dat werd het ook. Maar een verslag ervan maken is lastiger.

Daan Andriessen (Lector Hogeschool INHolland) spreekt over de rol van kennis binnen organisaties, een vraagstuk waar hij al ongeveer tien jaar mee bezig is en waar hij een nieuw boek over heeft geschreven.

Want wat is nu eigenlijk kennis? Al meer dan 2000 jaar worden er door denkers wijze woorden over dit onderwerp gezegd en geschreven. Een aantal dingen vallen Andriessen hieraan op. En hij vraagt wat de zaal denkt over het onderwerp. Zij komen met het volgende lijstje:

Leidt competentiegericht onderwijs naar kennis?
Knip-plak cultuur
Diep leren versus oppervlakkig leren
Toetsen van kennis
Parate kennis
Oude kennis versus kennis die nodig is voor innovatie
Eerste en tweede hands kennis

Hierna gaat Andriessen in op definities van kennis. Maar ook op wat nu precies metaforen zijn. Een metafoor is een beeldspraak. Je bedoelt het niet letterlijk, maar als voorbeeld. Recente inzichten tonen aan dat metaforen belangrijke mentale gereedschappen zijn, die veelal onbewust worden gebruikt, om structuur en betekenis te geven aan abstracte objecten. Als wij de toekomst willen aanduiden wijzen wij naar voren en voor het verleden naar achteren. Er is een volk in de Andes dat het precies andersom doet.

Andriessen heeft drie artikelen over kennismanagement geanalyseerd en kwam hierna tot een aantal categorieën:

kennis is een object (lokaliseren, verplaatsen, uitwisselen van kennis)
kennis is een bron (schaars goed, gebruiken, kennis is enige hulpbron die niet opgaat als je hem gebruikt)
kennis kun je opslaan en kennis groeit

In Japan wordt anders over kennis gedacht dan in Nederland. Daar is kennis ontastbaar, een gevoel, een gedachte. Je kan er woorden aan geven zoals gevoelens en gedachten. Kennis moet je koesteren en water geven zodat het kan groeien. Zij hebben als gevolg hiervan ook andere manier van kijken naar kennismanagement.


Opdracht 1: welke problemen doen zich binnen het onderwijs van jouw instelling voor op het gebied van kennis? Doe hierbij alsof kennis is als water? Welke oplossingen dienen zich aan?

Uit de zaal komen antwoorden als: vervuiling, niet zo lekker als bier, verdrinken, inbedden, wat is de bron, hoe kun je het vasthouden, kwaliteit, overvloed, bevriezen, schaars, wegsijpelen

Vervolgens komen de oplossingen uit de zaal: leren zwemmen, Willem Alexander, zuiveringsinstallatie, bruggen bouwen, in flessen stoppen – bottelen, energie opwekken / nieuwe ideeën genereren, innovatie, doseren.

Wat we net hebben gedaan is het souce domain (water) combineren met het target domain (kennis).

Wat betekent het in het onderwijs als we zeggen we moeten ze leren zwemmen? Dit betekent informatievaardigheden aanbieden en studenten leren om te denken en te studeren. En wat betekent elektriciteit opwekken? Kennis wekt iets op, innovatie, toepassen en met een bestaande bron iets nieuws creëren.

Opdracht 2: wat zijn de problemen met kennis in het onderwijs als we doen alsof kennis liefde is?

Antwoorden uit de zaal: ongrijpbaar, geen passie, verstandshuwelijk, vreemdgaan, ultieme doel maar tegelijkertijd wil je het beheersen, verwachtingen, moet van twee kanten komen, het klikt niet, verleiden, verslavend, voorspel, jaloezie.

Opvallend is dat het ineens gaat over twee mensen. Dit komt omdat in liefde gevoel zit en omdat de ander nodig is om tot een oplossing te komen. Water is als begrip tastbaarder dan het begrip liefde dat meer abstract is.

De oplossingen uit de zaal: datingsite, speeddaten, relatietherapeut, samenspel, contract/afspraak, luisteren, moet relatie zijn voordat er liefde kan zijn, niet toetsen maar vieren (celebrate).

Vanwege de tijd werd deze workshop voor mij abrupt beëindigd en heb ik de conclusie niet meegekregen, maar leuk was het wel.

SURF Onderwijsdagen – dag 1 – Onderwijs ontwerpen voor de netgeneratie: de gaming mindset…

Willem Jan Renger is helemaal overdonderd door de hoeveelheid mensen in de zaal. Het is inmiddels half zes en toch zit de zaal vol. En dat is niet voor niets. Renger is een enthousiast spreker en zijn presentatie is verfrissend en uitdagend. En daar komen mensen graag naar luisteren, zelfs zo laat op de dag.

De eerste vraag die Renger stelt is: hoe ontwerp je onderwijs voor jongeren die specifieke vaardigheden ontwikkelen in de eigen tijd.

Hij gaat niet al te diep in op wat er nu met die jongeren aan de hand is. De een zegt dat ze Einstein zijn, de andere zegt dat ze niet kunnen rekenen en het debat zit er ergens tussen in volgens Renger. Maar duidelijk is dat je de boot mist als je niet meedoet met internet, games, second life of web 2.0. Tenminste dat wil men ons doen geloven.

Maar wat is er dan precies aan de hand? Renger geeft als voorbeeld het concert van de Stones uit 1964. Citaten uit krant van die tijd kunnen toegepast worden op het heden. Alles is gevaarlijk (pas op, kijk uit!) of het wordt veel te rooskleurig voorgesteld. De jongerencultuur en de gamecultuur hebben zich onderwater voltrokken en dat hebben wij even gemist. Pas sinds een aantal jaren is het mainstream geworden. De publieke bewustwording loopt erg achter bij wat er zich heeft voltrokken.

Wij (de mensen in de zaal) zijn opgegroeid met leanback media, de media werd je aangeboden op bijvoorbeeld televisie, radio en in het theater/museum. Met de komst van computers, internet en games wordt media een lean forward media. Je moet iets doen om bijvoorbeeld een game te spelen, zo ontstaat er een pro-actieve houding ten opzichte van games.

Renger verzet zich tegen generatie-aanduidingen. Het is, volgens hem, een voortgaande beweging die een kritiek punt heeft bereikt en waar traditionele methoden niet langer werken. De geijkte trainings- en overdrachtsmethoden beginnen barsten te vertonen. De nood is groter dan ooit. Inspiratiebronnen voor Renger zijn Jenkings en Gee. Jenkins, die spreekt over vaardigheden die jongeren nodig hebben. Het onderwijs moet jongeren die vaardigheden aanleren. Want wie heeft de jongeren googlen geleerd? Niemand! Het onderwijs heeft het gewoon laten liggen en dus worden de jongeren autodidact en op dat moment zegt het onderwijs, we hebben het ook niet goed aangeleerd. Het onderwijs heeft een gidsfunctie waarmee zij jongeren dingen aan kan leren. Renger ziet een overgangsfase waarin we zitten, van oude naar nieuwe media en van oude naar nieuwe geletterdheid.

Jenkins schrijft in een whitepaper over de vaardigheden die jongeren nodig hebben:

play
negotiation
networking
performance (spelen met identiteit)
simulation
appropriation (noemen wij knip- en plakcultuur)
multitasking
distributed cognition
judgement
collective intelligence
transmedia navigation

Confronting the challenges of participatory culture (Jenkins). Dus het vermogen om informatie af te tappen van  verschillende kanalen. Renger geeft als voorbeeld Pokemon. Pokemon is voor een deel een game, voor een deel televisie en voor een deel speelt dit zich af op het schoolplein met het ruilen van kaartjes.

Maar wat moeten we doen om plank raak te staan, want we slaan hem nog te vaak mis binnen het Nederlandse onderwijs. Renger denkt aan een game mindset, of een lean forward mindset of een internet mindset. Oftewel het op een andere manier bedienen van de studenten. Renger meent dat niet alles wat we deden is fout maar we moeten reframen of herorienteren.

Het onderwijs wil onder andere beoordelen, monitoren, bewijs, vragen, feedback en een platform (hard values). Terwijl studenten het tegenovergestelde wil. Studenten willen onder andere erkenning, bevestiging, aanzien, status, delen en oplossen (soft values). Binnen de HKU op de faculteit waar Renger werkt zoeken zij naar manieren om de studenten meer aan te spreken, met een gaming mindset in gedachten. Studenten leren van de dingen die zij niet zien. Communities zijn belangrijk. Maar ook authenticiteit. Renger geeft toe dat nog niet alles doordacht is en dat zij vaak dingen maar gewoon proberen. Het is dus nog te vroeg om met een doos vol oplossingen te komen waar anderen iets mee kunnen. Maar dat geeft niet, voor de HKU werkt het en dat is het belangrijkste.

SURF Onderwijsdagen – dag 1 – Open Content: de gebruiker aan zet

Joeri van den Steenhoven gaf ons een kijkje in de keuken van Kennisland door te spreken over de projecten die zij momenteel uitvoeren. Kennisland wil Nederland slimmer maken omdat ze bij Kennisland geloven dat het nodig is en omdat zij denken dat het kan.

Eerst liet van den Steenhoven een filmpje zien van Charles Leadbeater.

Hierna ging hij in op open content. Open content kan gebruikt en gemaakt worden door allerlei verschillende partijen en individuen. Dit betekent dat er nieuwe spelers meedoen die gebruik maken van de nieuwe technologie die momenteel beschikbaar is via het web. Van den Steenhoven noemt de Digitale Stad Facebook avant la lettre. Dus eigenlijk was de Digitale Stad de eerste social networking site.

Degenen die de veranderingen als eerste doorhadden waren de individuen. Het web wordt ons externe brein, met wikipedia als mooiste voorbeeld. Met deze nieuwe mogelijkheden en open content zie je ook het mediagebruik onder jongeren veranderen. Er wordt meer gebruik gemaakt van internet dan dat er televisie wordt gekeken. Het dataverkeer van en naar consumenten is tegenwoordig groter dan het dataverkeer van bedrijven en dat is bijzonder te noemen.

Maar wat betekent dit nu?

Er is een enorme stroom aan informatie, misschien zelfs wel een overload. Een van de uitdagingen is hoe je dat moet filteren. Hier ligt een nieuwe taak voor individuen en organisatie die op gaan staan en die op een of andere manier gaan filteren.

Find it, rip it, mix it, share it!

Er bestaan drie soorten domeinen: het publieke domein, het commerciële domein en het maatschappelijke domein. Alledrie met eigen media zoals het web bij het derde domein hoort. Op dit web komen wij op massaal niveau met elkaar in gesprek. We willen gehoord worden en op fora worden levendige discussies gevoerd. Deze fora hebben geen winstoogmerk en consumenten gebruiken ze om onder andere over content te praten. Maar content betekent pas iets als het binnen context wordt geplaatst en hier ligt een rol voor het onderwijs. Dit nieuwe kennisdomein dat ontstaat is uitermate geschikt om als onderwijs in te duiken. Het onderwijs kan vragen stellen over kwaliteit en betrouwbare informatie beschikbaar stellen. Daarnaast zijn netwerken het organisatiemiddel van deze tijd. Het onderwijs moet hier dus iets mee doen.

Een van de projecten van Kennisland is digitale pioniers. Dit project is ontstaan om:

financiële en organisatorische ondersteuning te geven aan innovatieve internetinitiatieven van kleinschalige maatschappelijke organisaties.

Dit project is opgezet omdat Kennisland meent dat vernieuwing komt van individuen of kleine groepen en niet van bedrijven. Deze groepen of individuen hebben vaak weinig geld nodig om idee uit te werken. Met ongeveer 25.000 euro ondersteunt Kennisland dit soort initiatieven. Kennisland is nu aan het onderzoeken of zij dit project kunnen overbrengen naar het onderwijs. Docenten kunnen dan als individu of in een kleine groep ideeen inbrengen en uitvoeren. Begin volgend jaar zal een pilot gestart worden en daarna zal worden omgeschaald. Maar eigenlijk bestaat zo’n initiatief in Nederland al, Grassroots genaamd.

Een ander project waar van den Steenhoven over spreekt is beelden voor de toekomst, een groot digitaliseringsproject om het nationale beeldgeheugen van Nederland te ontsluiten. Kennis van professionals en kennis van consumenten wordt gecombineerd. Flickr the Commens en de beelden van het Nationaal Archief zijn succesvol, met al 300.000 bezoekers in een de eerste week.

De presentatie van van den Steenhoven staat al online bij Slideshare en dus plaats ik hem ook maar even hier.

SURF Onderwijsdagen – dag 1 – Hellep! De school vergaat!

In het programmaboekje wordt de sessie met deze spectaculaire titel beschreven als:

Het web is de primaire communicatie voor jongelui geworden. De vraag is hoe onderwijs daar aansluiting bij kan zoeken; anderso is geen issue. Zodra iets nieuws teveel naar school riekt, gaat de interesse er gauw af. Dat geldt voor gaming en ook voor MSN, Hyves en Ebuddy. Wat moeten we dus doen? Juist ja; vooral binnen de school efficienter werken, waardoor meer tijd overblijft voor het eigen sociale netwerk van de leerling.

Piet Kommers en Dick Slettenhaar (Universiteit Twente) willen met de deelnemers in de zaal in dialoog maar daar komt niet heel veel van. Het eerste half uur geven de mannen een soort van inleiding over de wereld van het kind.

De wereld van het kind is technologisch (web 2.0), sociaal (collaboratief), leerstijl (lerende gemeenschappen) en spelen in tegenstelling tot gaming. Kommers spreekt over de systeemscheiding tussen school en straat en de manier waarop kinderen/jongeren in deze twee werelden leren.

Moet je de twee werelden (school en straat) combineren of juist niet? Het is een uitdaging voor de school om voort te bouwen op wat er op straat gebeurd. Spelen op straat houdt in dan er geen centrale regie is, je doet dingen op straat waar de straat eigenlijk niet voor gemaakt is. Op school zie je dit ook gebeuren. Op het moment dat onderwijs te formeel wordt zie je dat studentengemeenschappen dingen doen die een tegenwicht vormen, zoals het voorbeeld dat gegeven wordt van Japan waar gewerkt wordt in projectgroepen en de mening van de student voorop staat.

Kommers geeft ook het voorbeeld van een onderwijsinstelling in Goes waar kleine laptops worden gebruikt binnen het onderwijs. Toch blijft papier en pen hier belangrijk. De laptops worden ingezet, maar na niet al te lange tijd weer vervangen door ouderwetse schrijfmiddelen. Ik had het idee dat Kommers dit jammer vindt, maar echt gezegd heeft hij dat niet.

De vraag die de sprekers stellen is: moet je het onderwijs breder maken en netwerken die jongeren gebruiken binnen de school brengen of moet je juist het onderwijs smaller maken en je richten op de kern (inzichtelijkheid en basisvaardigheden)? Volgens Kommers is het onderwijs in Nederland bang om de discussie hierover aan te gaan en af te glijden naar inhoudsloos onderwijs. Misschien dat ICT hier de oplossing kan bieden. Kommers vindt dat je als docent stelling moet nemen en moet kiezen voor de conceptuele kant of de sociale kant. En dan vooral: durf te spelen met ICT.

Het vreemde aan deze sessie is dat hij abrupt eindigde door een opmerking uit de zaal. Een dame die Slettenhaar niet goed kon verstaan omdat hij zacht sprak vond het nodig om haar opmerking te beginnen met … ik val bijna in slaap…. wanneer komt het vuurwerk. Dat Slettenhaar zacht sprak kan ik niet ontkennen maar om nu te zeggen dat je in slaap valt gaat mij een beetje te ver. Loop dan weg of ga iets anders doen. Als deze dame had gevraagd aan de spreker om harder te praten was de boodschap ook overgekomen. Dat je bij een titel van een sessie een ander idee hebt over de inhoud, tsja dat kan gebeuren. De titel van deze sessie deed nu eenmaal vermoeden alsof er heftige discussies zouden plaatsvinden en dat is helaas niet gebeurd. Na de opmerking van de dame waren de sprekers en de mensen in de zaal een beetje … ik weet even niet hoe ik het moet noemen, maar een discussie kwam er niet meer. En dus waren wij een kwartier te vroeg weer op de markt om een drankje te drinken.


SURF Onderwijsdagen – dag 1 – de opening

Gistermiddag begon voor mij de eerste dag van de SURF Onderwijsdagen in Utrecht. Uitgerust met mijn maccie, fotocamera en mobiele telefoon betrad ik de grote zaal van het Beatrix Theater om er al snel achter te komen dat de batterij van mijn maccie nog maar op 10% stond. Het werd dus luisteren en proberen te onthouden waar de opening keynote over ging.

En op zich was dat niet moeilijk, het ging over het onderwijs van 11-11-2020. In vier thema’s (de supermarkt, het warenhuis, de beurs, de luchthaven) legden setjes van twee personen uit wat het thema inhield en werd er een kort filmpje getoond.

En ik moet zeggen dat SURF zich hier heeft overtroffen, het zag er supergelikt uit en het was goed voorbereid. Na de presentatie van de 4 thema’s mocht de zaal stemmen voor het beste thema. Er waren geen winnaars/verliezers maar sommige thema’s spraken meer aan dan andere. Zelf was ik erg gecharmeerd van het thema Beurs waarbij het gaat om talent. Jonge kinderen kunnen zich al aanmelden voor de talentenbeurs en leren door middel van een systeem dat al in de Middeleeuwen bestond, namelijk dat van de gilden met leerlingen, gezellen en meesters. Ik was geloof ik een van de weinigen die dit thema het beste vond. Maar zoals ik al zei er waren geen winnaars of verliezers. Met een opening als deze waren uiteraard de verwachtingen hoog gespannen.

OWD – edublogdiner

Elk jaar is het de avond voor de Onderwijsdagen feest! Dan komen de edubloggers (en iedereen die er graag bij wil zijn, blogger of niet, Zuiderbuur of Hollander, etc.) bij elkaar in Utrecht om onder het genot van een hapje en drankje bij te kletsen.

2008 – restaurant nog niet bekend, datum 10 november. Aanmelden kan hier. Wil je eerst weten wie er komt voordat je je aanmeldt, hier is de lijst. (Karin & Jeroen bij deze alvast dank voor de organisatie).

Wat we tot nu toe hebben gegeten:

2007 – Chinees

2006 – Tapas bij de Winkel van Sinkel

2005 – ik was erbij maar maakte toen nog geen foto’s
2004 – was ik er helaas niet bij.

SURFnet en Kennisnet Ict op School starten pilot social tagging

In de laatste SURFnet Nieuwsbrief een bericht over een erg interessante pilot social tagging.

In het kader van het SURFnet/Kennisnet Innovatieprogramma onderzoekt SURFnet samen met Kennisnet Ict op school hoe de kwaliteit van social tags zich verhoudt tot die van metadata die professionals hebben toegekend en tot die van automatisch afgeleide sleutelwoorden. Driehonderdvijftig bovenbouwleerlingen uit het hele land doen vanaf 1 oktober mee aan een experiment met social tagging, het toekennen van trefwoorden aan video’s. Het Telematica Instituut heeft de tag- en zoekapplicatie ontwikkeld.

Eindelijk begint mij iets te dagen. Begin oktober kreeg ik namelijk een mail van Marjan Grootveld (Telematica Instituut) met een uitnodiging om deel te namen aan een workshop met als onderwerp social tagging. In de mail staat dat Telematica Instituut samen met Kennisnet, SURFnet en Teleblik een onderzoek naar social tagging als onderdeel van het onderzoeksprogramma MultimediaN. Waarbij de Stichting MultimediaN als doel heeft om nieuwe oplossingen te vinden voor de ontsluiting van multimediale informatie.

En nu ik de nieuwsbrief van SURFnet heb gelezen snap ik dat dit over hetzelfde gaat en vind ik het nog interessanter dat ik mee mag denken in de besloten workshop die gepland staat voor 21 november aanstaande.

Even terug in de tijd

In de nieuwsbrief van mei op de e-learning site van SURF staat tussen verhalen over streaming video en Second Life een bijdrage van mijn hand. Nouja niet echt, of misschien toch wel.

Vorig jaar schreef ik op de Edutripwiki een bijdrage over social software in leerprocessen. Dit stuk staat al een poos online en na de laatste update in januari heb ik er eigenlijk niets meer aan gedaan. Misschien moet ik er toch maar weer eens naar kijken. Want als SURF er in de nieuwsbrief aandacht aan schenkt zijn er vast mensen die het gaan lezen…..

Om verwarring te voorkomen: in de tijd dat ik op deze wiki schreef werkte ik bij de Erasmus Universiteit van Rotterdam en dus staat deze werkgever achter mijn naam.

Dit deed ik de afgelopen week

Schrijven! Veel schrijven en onderzoeken. Morgen moet ik het eerste concepthoofdstuk inleveren voor het SURF Educause boekje dat – als alles meezit – begin volgend jaar zal verschijnen. Mijn onderwerp bij Educause was Social Software in leerprocessen maar behalve een preconference was er weinig social software te bespeuren (moet eerlijk zijn er was ook een sessie over PennTags die erg inspirerend was). Het is dus lastig om te schrijven over iets wat er niet was. Dus ben ik op zoek gegaan naar Nederlandse voorbeelden. Ik kom alleen niet verder dan het volgende lijstje:

  • Edublogs
  • Wikikids
  • Campuswiki Universiteit Twente
  • Reflectieblogs van de Digitale Universiteit
  • Social Networking van de Digitale Universiteit
  • Manja’s podcast
  • Edukast
  • Marloes Mesken die Hyves inzet in het onderwijs
  • ….

En ik heb werkelijk op van alles gezocht en veel doorgeklikt. Het valt mij een beetje tegen en ik kan mij bijna niet voorstellen dat dit alles is wat er in Nederland gebeurd.
Dus wie heeft er nog een tip? Een leuke suggestie of een link?

Maar er is meer. Naast het schrijven voor Educause ben ik begonnen met schrijven voor een presentatie die ik 20 november moet houden en die gaat over het inzetten van blogs als marketinginstrument bij kunstbibliotheken. Weer eens iets anders! Nu zijn daar in Nederland ook niet echt voorbeelden van te vinden, gelukkig in het buitenland wel. Ik heb 15 minuten om te praten over wat blogs zijn, hoe je ze in kan zetten, wat rss is, moet je zelf gaan hosten of het uitbesteden en nog wat andere interessante dingen. Ik zie het als een uitdaging 🙂