innovatie, inspiratie en discussie

De afgelopen week was ik bij twee bijeenkomsten die in het teken stonden innovatie, inspiratie en discussie. Ik bezocht deze twee bijeenkomst vanwege mijn interesse in mobiel en de toepassingen daarvan in het onderwijs.

De eerste was Innovatie door Inspiratie in Maarssen, georganiseerd door SURFnet & Kennisnet. De dag werd geopend met een presentatie van Christian van ‘t Hof en Jelte Timmer (beide van het Rathenau Instituut) die ging over hoe internet ons leven leidt en die een samenvatting is van een boek dat binnenkort (27 maart) verschijnt.

Van ‘t Hof legt uit hoe het zit met hoe internet ons leven leidt. Bijvoorbeeld als je de stemwijzer invult tijdens de verkiezingen. Deze site is gratis en makkelijk te gebruiken maar bepaald wel een belangrijke beslissingen in ons leven. Dit soort sites zijn voorgeprogrammeerd.

Voorprogrammeren geeft de gebruiker meer mogelijkheden maar ontneemt ze ook. Dat voorprogrammeren helpt merk je dagelijks. Op Twitter krijg je suggesties wie je kan volgen. Of Lexa, je krijgt suggesties van dames/heren die bij jou passen, doel van deze site is natuurlijk wel dat je lid wordt en betaald voor de dienst. Soms is voorprogrammeren verleiden maar soms ook misleiden. Als bijvoorbeeld het vinkje bij ja staat ingevuld onderaan een webformulier.

voorprogrammeren is nieuwe dimensie in het bevatten van internet

Met een team hebben ze voorgeprogrammeerde sites onderzocht op 3 niveau’s. De voorbeelden die van ‘t Hof liet zien (google, lexa, twitter, facebook etc.) is het microniveau – de interactie tussen de gebruiker en de interface.

Het mesoniveau zijn de organisaties die erachter zitten, de bedrijven, maar ook de overheid en de aanbieders, hiervan zijn de businessmodellen onderzocht. Meeste van de sites zijn gratis dus hoe zit dat nu precies. Inkomsten komen natuurlijk van (subtiele) reclames. Die reclames gaan steeds meer over jou, passen goed bij jou, want ze worden aangepast op jouw klikgedrag. En wat nu in opkomst is zijn de identity providers, je kan inloggen met je facebookaccount op andere sites. Je voorkeuren worden opgeslagen en hergebruikt en de provider geeft aan dat je een echt en betrouwbaar persoon zijn. Single-sign-on met een afhankelijkheid.

Ook op het macroniveau, het internet als geheel, zijn trends waar te nemen. Zoals commercialisering, monopolisering en personalisering.

de paradox van de massapersonalisatie

Van ‘t Hof legt uit. Als je een website ziet, dan zie je een gepersonaliseerde website, met reclames die bij jou passen, vormgegeven voor jou. Aan de andere kant van dat scherm zitten bedrijven die profielen maken, die hokjes samenstellen van gebruikers die voldoen aan meetbare variabelen. Soms past zo’n reclame of vormgeving bij jou maar soms ook helemaal niet. Blijkbaar hoor je in het laatste geval bij een profiel wat in grote lijnen bij je past, maar net niet helemaal goed is.

Voorprogrammeren reduceert keuzes, maar vergroot ze ook. En dat is een dilemma, want waar heb je meer keuze en waar niet? En let er eens op hoe persoonlijk internet wordt, steeds vaker zie je foto’s van (echte) mensen verschijnen terwijl het computers zijn die achter die accounts zitten.
Van ‘t Hof geeft als tip: check de default. Soms staan instellingen zo dat gegevens met elkaar gedeeld worden, zoals Google en Facebook doen. Je hebt ooit aangegeven dat het mag, maar later wil je dit misschien niet meer. Af en toe instellingen controleren kan geen kwaad.

Best handig dat Google meteen suggesties doet bij je zoekterm. Of vind je het vooral irritant? Waarom heeft Facebook alleen een knop voor ‘vind ik leuk’ en niet ‘vind ik stom’? En die pop-up met “gaat u akkoord met de Algemene Voorwaarden?”. Klik je altijd “ja” of klik je hem weg?

Klikken is kiezen op internet. Dat kan handig zijn, maar soms word je tot iets verleid waar je niet om heb gevraagd. Of soms zijn de knoppen en teksten vooral grappig of irritant. Met deze prijsvraag zijn we op zoek naar ervaringen van internetgebruikers.

Zie je dit soort voorprogrammeringen (handig, irritant, grappig, etc) meld ze dan aan op www.rathenau/nl/webstrijd. Je kan er 199,99 euro mee winnen. Op 27 maart wordt de winnaar bekend gemaakt.

Jelte Timmer vertelt vervolgens nog iets over de aanpak waarbij 7 cases met 20 experts werden benaderd. Zij keken naar Google, Facebook/Hyves, datingsites, foursquare, gezondheidssites, stemhulpen en twitter. Ook werkten zij samen met de Haagse Hogeschool, met studenten van de minor Human Technology. De zogeheten Haagse Hackers.

Zij stelden zichzelf in het onderzoek drie vragen:

  • hoe worden we gestuurd
  • welke partijen sturen vanuit welke motieven
  • welke maatschappelijke trends en lange termijn effecten

hier werd een analyse op 3 niveau’s (micro, meso, macro) van gemaakt.

De presentatie van Christian van ‘t Hof staat hier, die van Jelte Timmer hier. Meer informatie over het onderzoek/project voorgeprogrammeerd is hier te vinden.

Vanuit de zaal kwam de tip om de RamBam uitzending van 13 februari te kijken.

Get Microsoft SilverlightBekijk de video in andere formaten.

De rest van de dag stond in het teken van presentaties van innovatieprojecten. Ik luisterde voor de lunch naar Akke Faling (Pabo Leiden) die vertelde over het (iPad) project Coach in the Pocket.

Naar Paul Dirckx (Fontys) die vertelde over synchroon coachen met videocommunicatie en naar Anne-Petra Rozendal en Monique Orlemans van de Universiteit Utrecht die iPads hebben ingezet in de praktijklessen.

Wat mij is bijgebleven aan de twee iPad projecten is dat het niet zozeer om de iPad ging (of misschien juist wel). Dat wat het doel was van de projecten had ook met andere devices gerealiseerd kunnen worden. In sommige gevallen zelf beter. En dan vraag ik mij af, waarom de iPad? En wat is de toegevoegde waarde van de iPad geweest? Waarom niet met een ander device? Eventueel met twee verschillende om de voor- en nadelen naast elkaar te kunnen zetten. Het leek er op alsof eerst de iPad er was en er daarna een project bij bedacht is.

Na de lunch leerde ik meer over Augmented Reality bij de Vrije Universiteit en over wiki’s bij het vak levensbeschouwing.

Tijdens de borrel heb ik nog nagepraat met oude (en nieuwe) bekenden. Het SURFnet/Kennisnet innovatieprogramma, waar deze dag de afsluiting van was, is nu ook echt afgesloten. Het geld is op.

Afgelopen woensdag was ik bij de SIG Unwired (SIG = Special Interest Group) bijeenkomst.  Er waren twee presentaties en er stond een discussie over het jaarplan op de planning.

Frank Thuss vertelde over Learning on the GO bij de HAN.

Wat ik meeneem uit zijn presentatie is het idee om in een soort van Grassroots – pilots te doen om op die manier te onderzoeken waar de meerwaarde ligt van mobiele toepassingen. Dat ze bij de HAN uitgaan van bestaande technologie en apps vind ik ook heel slim. En dat het erg lastig is om concrete opbrengsten te formuleren. En misschien is het daar ook gewoon nog te vroeg voor. Misschien is dit juist de tijd van de experimenten en gaan we over een paar jaar pas grootschalig mobiel toepassen in het onderwijs.

Pierre Gorissen blogde live mee, hier vind je zijn verslag.

Floor Grouw van Saxion Hogescholen vertelde over hun project. Zonder gebruik van de beamer. Ouderwets, geen afleiding van beeld. In het project bij Saxion Hogescholen gaat het vooral om de juiste omgeving, dus de juiste infrastructuur, voldoende stopcontacten, overal wifi, maar ook kennis van zaken. Floor zag een grote behoefte aan best practices. Maar hij zag ook een verschuiving van netbooks naar tablets en van windows naar apple.

Het project mobile@saxion staat voor/onderzoekt:

  • gebruik van mobiele apparaten zo goed mogelijk faciliteren
  • onderzoeken wat goede tools zijn en adviseren – approved by …
  • als docenten tablet krijgen dan krijgen ze bedrag erbij om apps te kopen
  • hoe zorg je dat docenten geen stapels papier hoeven mee te nemen, gesprekken met uitgevers
  • docenten onderhouden zelf laptops maar tijd die hen dit kost is zo klein mogelijk

Pierre Gorissen blogde live mee, hier vind je zijn verslag.

Kisten Veelo vertelde nog iets over de vernieuwde SURFspace website waarna we onder leiding van Frank discussieerden over de eerste versie van het jaarverslag. Het lastige is dat in het jaarverslag het thema is opgedeeld in subthema’s. Toch merk je dat bijna iedereen die aanwezig is, interesse heeft voor alle subthema’s. En waarvoor kies je dan? Daarnaast staan we aan het begin van de ontwikkelingen van mobiel in het onderwijs. Er zijn voorbeelden van, zoals wij het in Delft noemen, educatie en informatie. Maar niemand weet nog precies welke kant het opgaat.

Het komende jaar informeren de leden van de SIG Unwired elkaar op de SURFspace. Hier discussieren we ook over het jaarplan en die richting die we als SIG op willen gaan. Heb je een mening over mobiel in het onderwijs, wil je die delen en wil je mee discussieren, meld je dan aan bij de SIG. Iedereen is uiteraard van harte welkom.

innovatie door inspiratie

Een mooie titel voor een seminar – innovatie door inspiratie. Het seminar wordt georganiseerd door Kennisnet en SURFnet op 15 februari.

Leren via filmpjes en 3-dimensionale beelden, zien wat zich onder de grond bevindt aan aardlagen en hoe oud die lagen zijn, met behulp van een webcam als het ware door je eigen lichaam heen kijken om te zien welke organen zich daarin bevinden, op je stage gebruik maken van een iPad om je ervaringen daar te delen met je medestudenten en je begeleider, kijken naar een video over paleis Soestdijk waarbij je kunt inzoomen op alle details zonder scherpte te verliezen: het zijn maar enkele voorbeelden van de projecten die het afgelopen jaar in het kader van de Innovatieregeling 2011 zijn uitgevoerd door onderwijsinstellingen in Nederland.

Tijdens de dag worden de resultaten van bovenstaande projecten gepresenteerd. Dus wil je meer weten over AR, nieuwe videotoepassingen, leren op afstand, online samenwerken of 4K video meld je dan aan.

De dag staat in het teken van uitwisseling en inspiratie: hoe kan het onderwijsveld gebruik maken van de projecten die door deze voorhoedespelers op het gebied van ict en onderwijs zijn uitgevoerd?

Het seminar Innovatie door Inspiratie vindt plaats in Meetingplaza in Maarssen. Een routebeschrijving is te vinden op http://bit.ly/meetingplazamaarssen. Het seminar is – na aanmelding en zolang er plaatsen beschikbaar zijn – gratis toegankelijk voor iedereen die in het onderwijsveld werkzaam is. De hashtag die gebruikt zal worden op Twitter is #snkninspiratie.

Meer informatie en aanmelden: http://www.surf-academy.nl

De TU Delft presenteert haar project ook op deze dag.

Voor studenten die met ontwerpen bezig zijn, zijn erfgoedcollecties bijzonder belangrijk. De student moet kennishiaten op dit vlak zich min of meer op eigen houtje eigen maken.

De TU Delft bezit een niet onaanzienlijke collectie erfgoed. De ontsluiting hiervan is problematisch. Er worden sporadisch tentoonstellingen opgezet rond deze collectie(s) maar het grootste deel van de tijd bevindt het erfgoed zich in verschillende opslagruimtes bij verschillende diensten en faculteiten. Deze ruimtes zijn weliswaar goed beheerd maar het betekent wel dat de stukken beperkt en alleen op verzoek toegankelijk zijn en daardoor in het onderwijs weinig worden ingezet.

In het project Virtuele collectie-ontsluiting TU Delft wordt de erfgoedcollectie met behulp van hard- en software-oplossingen (deels) vastgelegd in 3D en ontsloten voor de samenleving in het algemeen en studenten van de TU Delft in het bijzonder. In het project zal eerst een database van 3D-filmpjes worden aangelegd van voor studenten relevante stukken. De volgende stap zal zijn het samenstellen van één of meer computerapplicaties waarmee het gemaakte 3D-materiaal zichtbaar wordt gemaakt waardoor het erfgoed wordt ontsloten, bijv. op een iPod of iPad.

Expertiseseminar Grensverleggend samenwerken

Vanmiddag was ik bij SURFnet voor het Expertiseseminar Grensverleggend samenwerken, stand van zaken en toekomstbeeld. In de aankondiging stond het volgende:

Enkele instellingen vertellen over hun eigen uitdagingen om ICT-voorzieningen aan te bieden voor studenten en medewerkers, waarbij de bronnen en applicaties niet alleen vanuit de instelling maar ook vanuit diverse externe leveranciers komen.

Daarnaast presenteert SURFnet de voortgang van het innovatieve project Collaboration Infrastructure (COIN) die een instellingsoverstijgende infrastructuur voor samenwerking in het hoger onderwijs beoogt. Op deze samenwerkingsinfrastructuur, gebaseerd op open standaarden, kunnen samenwerkingsdiensten worden aangeboden, gedeeld en gebruikt.

Ik was vooral erg geinteresseerd in het verhaal van Bert Kremer van ArtEZ maar eerst vertelde Andres Steijaert  iets over SURFnet en hoe zij aankijken tegen samenwerking. De opmerking – online samenwerking van monolitisch naar modulair is mij bijgebleven.

Hierna kwam Fred Gaasendam – informatiemanager dienst ICT van de Tu Eindhoven aan het woord. Hij vertelde over hun DLWO-project waarbij hij vanaf fase 2 bij betrokken is. Om met een DLWO te beginnen werd eigenlijk gepushed door de komst van de 3TU-federatie. Voor studenten moest doorstroom van de ene TU naar de andere TU gemakkelijk zijn. Maar ook waren er vier verschillende systemen waar de studenten van de TUE op in moesten loggen. Single logon was wenselijk.

– processen houden zich niet aan systeemgrenzen
– student moet iedere keer inloggen en uitloggen
– informatie is niet overal gelijk en actueel

En dus waren er wensen:

– uitwisseling van informatie in 3tu verband
– single logon
– gegevens actueel en real time
– gepersonaliseerde informatievoorziening
– 1 userinterface
– eenvoudige uitbreiding voor toekomstige functionaliteit

Het project is onderverdeeld in vier fasen:
Fase 1: single logon = portal
Fase 2: geintegreerde omgeving met toegang tot 4 onderliggende systemen
Fase 3: toevoegen functionaliteit uit oude interfaces, verbeteringen, toevoegen nieuwe functionaliteit
Fase 4: toeoegen nieuwe bronsysteem en nieuwe zoeksysteem (is even opzij gezet en wordt misschien later nog opgepakt)

In de nieuwe omgeving zijn een aantal uitgangspunten:
– gebruiker staat centraal
– SOA is het enige uitgangspunt
– gebruik van algemeen erkende standaarden
– meerder afdelingen met een aandachtsgebied DLWO
– geen synchronisaties meer nodig (uitfasering)

Met een DLWO dat is opgebouwd uit drie lagen:
GUI
Service Bus
Legacies

Waarbij de uitwisseling tussen de TU’s op Service Bus niveau plaatsvindt.

Gaasendam vertelde verder over de uitdagingen die zij tegen zijn gekomen:
– afdelingen die apart werkten moeten nu onder regie werken (moeten onder architectuur werken)
– keuzes uit het verleden staan ter discussie
– belevingswerelden synchroniseren (OTAP)
– bewustwording onderlinge afhankelijkheden, afdelingen en diensten (geen eilanden)
– een communicatiemiddel (de ESB)
– contracten voor iedere applicatielaag
– methodisch testen op elk niveau
– patches en migraties moeten worden afgestemd met meer systeem eigenaren

In het proces moest men wennen aan elkaar en werden culturele verschillen tussen afdelingen zichtbaar. De TUE heeft deze verschillen niet bestreden maar naar de sterke kanten van elkaar gezocht. Ook is het besef dat programmeurs hun eigen systeem moesten inleveren iets geweest wat aandacht vroeg.

Momenteel is het project in de eindfase gekomen en wordt het aan het einde van het jaar afgerond.

Gaasendam geeft ons nog een aantal tips:
– creeer commitment bij systeemeigenaren en belanghebbenden (van te voren doen!)
– zorg dat nieuwe beheerorganisatie staat zodra de bouw begint
– begin klein en doe geen nieuwe dingen, de oude dingen zijn al moeilijk genoeg, het hoeft ook niet ineens (SOA)
– afstemmen, afstemmen, afstemmen!!
– SOA is net een huwelijk, kies de juiste partner(s)
– de voordelen van SOA komen later, qua investering alsook qua functionaliteit

Hierna vertelde Bert Kremer (hoofd ICT van ArtEZ) over hoe zij Sharepoint inzetten. ArtEZ is een Hogeschool voor de Kunsten met 3000 studenten en 860 medewerkers. Zij hebben ervoor gekozen om een website (www.artez.nl) aan te bieden waar studenten en docenten inloggen om in de digitale leeromgeving te komen. Binnen deze omgeving kunnen zij kiezen uit zes componenten:

– studenten portfolio (student blogt over voortgang)
– leeromgeving – primaire communicatieplatform voor onderwijsproces (studiemateriaal, proefopdrachten)
– digoport III (digitaal en kwaliteits instrument)
– student network (onofficiele informatie van studenten onderling)
– teamsites
– ArtEZ organisatie (voorheen intranet)

Het systeem is puur functioneel, je wisselt informatie uit, het is dus niet mooi in de vormgeving maar puur functioneel.

Deze zes componenten zijn allemaal apart geïnstalleerd (aparte instances) zodat als een systeem uitvalt de rest het gewoon nog doet.

Het afgelopen jaar hebben zij geëxperimenteerd met WordPress en Sharepoint voor de studentenportfolios.
– sharepoint ziet er saai uit, inhoud boven vorm, werkt wel efficient voor docent, sjablonen van te voren te definieren
– wordpress veel grafische vrijheid, student heeft beheerrechten, navigatie voor docent is lastiger, vaste onderelen niet af te dwingen
De docent gaf aan dat voor hem Sharepoint beter werkte en dus zijn zij gestopt met WordPress.

Wat interessant was maar los stond van het onderwerp is dat de communicatieafdeling van ArtEZ alle tweets waar ArtEZ in staat op de teamsite zien verschijnen.

Als laatste spreker vanmiddag vertelde Frank Pinxt iets over COIN. De vorige keer hoorde ik hier al over en heb ik er ook over geschreven. Tijdens de relatiedagen die in december plaatsvinden zal de eerste versie van COIN worden gelanceerd. Wij kregen al even een voorproefje.

Innovatieregeling Hoger Onderwijs – de projecten

Voor de zomervakantie kon het Hoger Onderwijs projectvoorstellen indienen voor de Innovatieregeling van SURFnet/Kennisnet. De voorstellen moesten voldoen aan een aantal eisen:

  • de innovatiekracht van het hoger onderwijs versterken;
  • onderwijskundig relevante problemen trachten op te lossen;
  • activiteiten omvatten die gebruik van één van de thema’s stimuleren.

De thema’s waren Weblectures, Serious Gaming of Mobiel Leren.

Binnen de Innovatieregeling zijn in totaal 35 projectvoorstellen ingediend: 11 binnen het thema Mobiel Leren, 11 binnen Serious Gaming en 13 voor Weblectures. In totaal zijn 15 voorstellen gehonoreerd; 5 binnen elk thema.

Momenteel worden de projecten uitgevoerd en kun je op de website www.innovatieregeling.nl lezen over de voortgang. Door middel van blogpost laten de deelnemers weten hoe het gaat, tegen welke problemen zij aanlopen en welke oplossingen hiervoor worden bedacht.

30 november worden de projecten afgerond en op 16 december zal er een slotbijeenkomst plaatsvinden. Op de website kan ik niet vinden of deze slotbijeenkomst open staat voor buitenstaanders. Ik hoop het wel want er zitten leuke projecten bij waar ik graag meer over zou willen weten.

SURFacademy: Workshop voor samenwerkende onderzoekers

Vanmiddag was ik met een aantal collega’s aanwezig bij de workshop voor samenwerkende onderzoekers die georganiseerd werd door SURFacademy. Er waren ongeveer 30 mensen in de zaal, een groot aantal van SURF Foundation en SURFnet, maar ook van verschillende universiteiten en hogescholen. Tijdens de middag werd gesproken over de mogelijkheden van een virtuele samenwerkingsomgeving die onderzoekers ondersteunen tijdens het onderzoeksproces.

Het programma was als volgt:

Programma

13:00 – 13:20 Welkom door Dagvoorzitter (Roel Rexwinkel)

13:20 – 13:40 Ervaringen, Resultaten en Plannen rondom Collaboratories binnen SURFshare (SURFfoundation)

13:40 – 14:00 De ontwikkeling van een Infrastructuur voor Online Multimediale Samenwerking (SURFnet)

14:15 – 15:15 Resultaten Marktverkenningen ‘Collaboration Infrastructure’ met aansluitend discussie

15:15 – 16:15 Resultaten SURFshare Tenders en Vervolgactiviteiten

Roel Rexwinkel opende de middag en gaf wat achtergrondinformatie, zoals de website van de e-infrastructure reflection group en het boek Microsoft Research: the Fourth Paradigm: data-intensive scientific discovery.

Hierna gaf hij het woord aan John Doove van SURF Foundation die iets vertelde over het project SURFshare. SURF Share is in het leven geroepen om met behulp van ICT middelen het delen van wetenschappelijke kennis te bevorderen. In vier jaar (2007-2011) worden collaboratories opgezet, publicaties verrijkt, toegankelijkheid van de onderzoeksdata vergoot en de infrastructuur verbeterd. In 2007 wordt de eerste ronde voor tenders uitgeschreven die in 2008 worden uitgevoerd. Hier stond de vraag: wat is een collaboratory en wat kun je ermee? centraal. Vier projecten vielen binnen deze tender:

  1. Universiteit van Amsterdam: testweeklab (op basis van Sakai en Fedora)
  2. Universiteit Utrecht: Evidence based critical reviews (op basis van Sharepoint)
  3. Erasmus Universiteit Rotterdam, Universiteit Maastricht, KNAW: Virtual Knowledge Studio (op basis van Surfgroepen)
  4. Hublab (op basis van Liferay)

De conclusies die getrokken zijn naar aanleiding van deze tenders is dat 6 maanden te kort is om een omgeving te ontwikkelen en om gebruikersdata te verzamelen. De technische implementaties hebben veel langer geduurd dan gedacht.

In de 2e ronde tenders stond de gebruiker centraal. Deze tenders zijn in 2009 uitgevoerd.

Naar aanleiding van de tenders zijn filmpjes gemaakt. Een ervan werd getoond.

Meer informatie en rapporten zijn hier te vinden.

Paul van Dijk vertelde vervolgens iets over de ontwikkeling van een Infrastructuur voor Online Multimediale Samenwerking. Met name de SURF federatie en Open Social werd uitgebreid behandeld.

Gera Pronk liet ons kennis maken met de markt en vertelde over COIN.

SURFnet zet een volgende stap met het innovatieve project Collaboration Infrastructure (COIN). In COIN ontwikkelt SURFnet in samenwerking met het hoger onderwijs en onderzoek, een op open standaarden gebaseerde infrastructuur, waarmee online applicaties en systemen onderling informatie kunnen uitwisselen. Dit maakt flexibele online samenwerking op maat mogelijk.

Het onderzoek dat zij hebben uitgevoerd heeft bestaan uit deskresearch, gebruikersonderzoek, use cases en een onderzoek dat Alares heeft gedaan. Het blijkt dat onderzoekers weinig samenwerken in online samenwerkingsomgevingen. Het is moeilijk om een goed beeld te krijgen van wat onderzoekers precies voor systemen gebruiken, als zij al iets nodig hebben zoeken zij ad hoc een oplossing of vragen collega’s en ontwikkelen ook veel zelf. Gera liet ons nog een aantal vragen beantwoorden door middel van stemkastjes. Nu kon zij niet met zekerheid zeggen of er iets met deze input zou worden gedaan aangezien de aanbevelingen naar aanleiding van het onderzoek al aan de stuurgroep was gepresenteerd. Maar toch was het goed om te zien dat de deelnemers in de zaal eenzelfde beeld hadden bij wat belangrijk is om te onderzoeken en wat niet.

Sabita Behari is een jong talent dat op verschillende afdelingen bij SURFnet. Zij deed een marktverkenning onder instellingen voor COIN. Haar conclusie was dat er vaak wel portals zijn voor medewerkers en studenten, maar niet voor onderzoekers. Hierna ontstond er discussie, want zijn onderzoekers niet gewoon medewerkers? Waarom hebben zij andere portals nodig? En nog een conclusie was dat er behoefte is aan een landelijke COIN. Naar mijn idee ging zij een beetje te kort door de bocht en volgens mij was ik niet de enige die dit dacht.

Paul van Dijk kwam terug om het perspectief vanuit de marktpartijen te laten zien. Het delen van bestanden en versiebeheer is het belangrijkste. Hij liet een mindmap zien van mindmaster die zeker de moeite waard is om nog eens aandachtig te bekijken. Voor zijn onderzoek deed hij deskresearch en selecteerde op basis van criteria een lijst van 6 systemen. Aan deze partijen werd het project COIN uitgelegd en werd met hen gezocht naar een business case. Live@edu en GoogleApps vielen op dit moment af. Wel doorgingen zijn: Alfresco, Liferay, Sakai, Acrobat, Knowledge Tree en Emc2. Op papier zijn de eerste twee het beste en dus wordt met hen de business case opgezet. Momenteel is het onduidelijk of zij deze systemen gratis kunnen aanbieden voor onderzoek dat organisatie-overstijgend wordt uitgevoerd.

John Doove kwam ook nog even terug om iets te zeggen over de starterskit die wordt gemaakt voor organisaties die willen beginnen met collaboratories. Het onderzoek van Lilian van der Vaart werd nog even aangehaald. En Peter Verhaar van de Universiteit van Leiden sloot de dag af. Hij liet twee systemen zien: Research Information Centre (RIC) van Microsoft en e-SciDoc van Fiz Karlsruhe en Max Planck Instituten.

Het onderzoek van Tales of the Revolt werd uitgevoerd met RIC dat een aanvulling is op Sharepoint 2007. De aanvulling is gericht op het onderzoeksproces. RIC is ontwikkeld door Microsoft samen met de British Library.
Voordelen van dit systeem is dat het gekoppeld kan worden met externe databases, er wordt gewerkt aan OAI-ORE en dat metadatarecords automatisch worden aangemaakt.
Nadelen zijn dat het een systeem in ontwikkeling is en dat er dus hardnekkige bugs zijn, ook verliep de installatie niet vlekkeloos, dat er gebrekkige documentatie is en dat het verkeer naar RIC niet via SSL wordt versleuteld. Deze nadelen waren te groot om het product aan te bieden aan onderzoekers en dus is het niet in productie genomen.
E-SciDoc is in 2004 gestart en is een open source applicatie. Ook dit systeem biedt ondersteuning voor het gehele onderzoeksproces. De opslag van wetenschappelijke data vindt plaats in repositories. Ook andere data van onderzoekers kan via dit systeem opgeslagen en beheerd worden. Maar vragen als is het schaalbaar, wat moet er lokaal allemaal nog ontwikkeld worden, documentatie is te technisch waren voldoende om ook hier niet mee verder te gaan.

De laatste presentatie was naar mijn idee het meest interessant, hier leer je duidelijk van anderen en wat zij al hebben onderzocht. Ik had graag veel meer voorbeelden in de praktijk gezien. Ook heb ik mij op een aantal momenten afgevraagd waar is de bibliotheek. Het leek soms alsof Surfnet de rol van de bibliotheek wil overnemen in de beschikking stellen van systemen voor de opslag en het beheer van onderzoeksdata. Ik denk dat zij samen met de bibliotheken veel krachtiger kunnen opereren. Bij de bibliotheken zit tenslotte de kennis van opslag en beheer van data. Toch heb ik veel geleerd en nieuwe dingen gezien, het was dus een zeer de moeite waard. Nu met mijn collega’s nog even napraten over hoe wij hiermee verder willen. En vooral onderzoeken wat onze onderzoekers willen.

21eDingen of eDingen

Als Margreet vraagt om mee te helpen om de aankondiging van 21e Dingen bij zoveel mogelijk mensen onder de aandacht te brengen dan doe je dat gewoon. Dus bij deze, de tekst is van Margreet, ik ben nu even gewoon een doorgeefluik.

Na de aankondiging op De SURF Onderwijsdagen, gaat SURFnet nu echt van start met 21eDingen, een blended learning cursus over ict-tools (eDingen) voor het Hoger Onderwijs. Deze cursus is een mengvorm van face-to-face-leren en online leren en is bedoeld voor ICTO-medewerkers en docenten van hoger onderwijsinstellingen.

Wat zijn de 21eDingen?

21eDingen is een cursus waarin je leert over het gebruik van allerlei ict-tools in het onderwijs, variërend van SURFmedia tot YouTube, van weblogs tot sms-stemmen en van wiki’s tot SURFgroepen. Er worden dus zowel SURFnet diensten als commerciële tools van het web behandeld naast en door elkaar behandeld. Belangrijkste doel is mensen uit het hoger onderwijs kennis te laten maken met het toepassen van deze handige hulpmiddelen in het onderwijs.

De cursus wordt aangeboden in het kader van het programma SURFacademy, een samenwerkingsverband van SURFnet en SURFfoundation.

De cursus 21eDingen omvat op dit moment de volgende eDingen:

  • Weblogs;
  • RSS;
  • Stemmen;
  • Videomateriaal zoeken en gebruiken;
  • Video maken;
  • Bellen via internet;
  • Wiki’s;
  • Weblectures;
  • Screencasting;
  • Repositories;
  • Reference Management Tools;
  • Informatievaardigheden;
  • Videocommunicatie.

Voor 20 januari worden daar de volgende eDingen aan toegevoegd:

  • Social bookmarks;
  • Sociale netwerken;
  • Instant Messaging;
  • Samenwerkingsomgevingen;
  • Creative Commons.

De cursus 21eDingen wordt gratis aangeboden aan onderwijsinstellingen. ICTO-diensten kunnen de cursus in zijn geheel of gedeeltelijk overnemen en aanbieden aan de medewerkers van hun eigen onderwijsinstelling. Op 20 januari is er een startbijeenkomst voor de cursus. Doel van deze bijeenkomst is in kaart te brengen welke verwachtingen de onderwijsinstellingen hebben van de 21eDingen en welke ondersteuning ze nodig hebben om de cursus intern aan te kunnen bieden.  In deze bijeenkomst zal ook besloten worden of er gestart wordt met een pilotcursus waarin de toekomstige cursusbegeleiders zelf aan de slag gaan met de 21eDingen.

Iedereen die de cursus 21eDingen dit jaar of volgend jaar wil aanbieden binnen hun eigen (hoger) onderwijsinstelling, zelf de cursus wil volgen of mee wil denken over hoe de cursus verder vormgegeven zal worden, kan zich aanmelden bij harriet[punt]damen@SURFnet[punt]NL voor het overleg bij SURFnet op 20 januari, van 10.00-11.30 uur.

PROGRAMMA 20 januari 2010

Locatie: kantoor SURFnet, Hoog Catharijne Radboudkwartier, te Utrecht

10.00 – 11.30 uur

  1. Kennismaking in het kort
  2. Toelichting op de 21 eDingen die er nu zijn – stand van zaken. De 21 eDingen op een rij: welke dingen zijn het?
  3. Hoe kun je de cursus gaan gebruiken, hoe pak je het aan, wat heb je ervoor nodig?
  4. Reacties uit de groep op de 21edingen en het draaiboek: Hoe zien jullie  het voor je? Wat wil je ermee?
  5. Afspraken over vervolg, wanneer starten, etc.

Mobiel… zijn we er klaar voor?

Dit was de titel van de CWIS-NL bijeenkomst van 17 maart. Vanwege de locatie (SURFnet) konden er niet zo heel veel mensen bij zijn dit keer en was het snel volgeboekt. Hopelijk volgende keer dus gewoon weer bij Mediaplaza.

kamphuis

De dag werd geopend met Toine Kamphuis van de Hogeschool Utrecht (centrum voor communicatie en journalistiek). Hij sprak over de uitdagingen en obstakels die je tegenkomt als je met mobiel aan de slag gaat. Nu is Kamphuis iemand die erg van het geschreven woord houdt en meent dat beelden subjectief zijn. Liever dus een korte tekst mobiel presenteren dan een afbeelding. Mijn nekharen gingen nog net niet overeind staan want kun je in een tijd waarin visuele geletterdheid naast “gewone” geletterdheid een belangrijke rol speelt nog vinden dat beelden niet zo belangrijk zijn? Is het niet zo dat jongeren meer met beelden hebben dan met tekst? En als het antwoord op de vorige vraag ja is, en als deze jongeren hun mobiel gebruiken om informatie te vergaren, moet je dan niet juist met beelden werken in plaats van met tekst?

Ik kan Kamphuis volgen als hij zegt dat het omzetten van webteksten naar mobiel niet voldoende is. Je moet eigenlijk nog meer knippen in de tekst en er nog kleinere brokken van maken om het op een mobiel leesbaar te krijgen. En ook begrijp ik dat je moet inspelen op de behoefte van de moderne informatieconsument die communicatie (netwerken) en nieuws updates en actualiteit belangrijk vindt en dat je mobiel op opnemen in de mediamix. Maar als Kamphuis dan aan het einde van zijn praatje zijn goeroepet op zet (zoals hij het zelf noemt) en zegt dat het eigenlijk nog te vroeg is om je met mobiel bezig te houden omdat het lastig is en veel geld kost, naast dat het tijdrovend en ondankbaar werk is om teksten over te zetten naar een mobiele versie. Sorry dan ben je mij dus gewoon kwijt.

De volgende spreker was Joost Ligtvoet van Biggerworks. Hij zegt dat mobiel je content aanbieden effectief betere resultaten geeft dan op het web hetzelfde doen en vindt mobiel nog steeds een erg innovatief medium. Zeker vanwege de locatiebepaling die tegenwoordig mogelijk is kun je inspelen op de context van waar de gebruiker zich bevindt. Belangrijke doelgroep om je op te richten zijn dan toch wel de 15-35 jarigen. Ook geeft hij wat getallen als het gaat om iPhone gebruik. Ik wist bijvoorbeeld niet dat iPhone gebruikers 5x meer surfen op internet dan andere mobielgebruikers die ook internet op hun mobiel hebben. En dat iPhone gebruikers 8x meer downloaden. Maar ook dat zij 3x meer aan social networking doen. Als gevolg hiervan komen contentpartijen met applicaties voor de iPhone en komen andere fabrikanten met iPhone look-a-likes. Ligtvoet pakt vervolgens zijn iPhone en Google-phone uit zijn tas en laat deze rondgaan. De Google-phone ziet er ook mooi uit en ik heb de kans gehad om er al wat langer mee te spelen maar voor mij is de Google-phone het nog net niet. Oke als je het kompas gebruikt en hiermee op zoek gaat naar interessante dingen in de buurt van waar jij staat is dat leuk, zinnig en handig. Maar de iPhone blijft voor mij gewoon handiger in het gebruik en de app-store zorgt ervoor dat ik de applicaties vind die ik wil gebruiken.

Ligtvoet geeft in zijn presentatie nog wat voorbeelden zoals Blyk, een dienst die binnenkort in Nederland gelanceerd wordt.

blyke

Blyk is een dienst die jongeren verbindt met hun favoriete merken (na invullen van een profiel) en elke maand gratis belminuten en sms-jes daarvoor in ruil teruggeeft.

Of de Heineken campagne rondom introductie van het nieuwe merk Jillz.

jillz

Vrouwen die in de kroeg de bluetooth van hun mobiel aanzetten kregen een berichtje en een gratis Jillz drankje. 40% van de vrouwen voelden zich aangesproken door het schatje bericht en kregen een gratis drankje. Succesvol dus volgens Ligtvoet. De vrouwen in de zaal hadden het schatje gedeelte liever niet geweten geloof ik.

En als laatste het voorbeeld van het Filmfestival Rotterdam waar je via bluetooth gratis mobiele filmpjes opgestuurd kon krijgen.

Bluetoothreclame.nl lanceerde in samenwerking met NPS en filmfestival Rotterdam haar nieuwste innovatie. Een interactieve zuil waarvan festivalbezoekers NPS Micromovies konden downloaden op hun mobiel. Via een touchscreen kon de bezoeker een keuze maken en de film via bluetooth op zijn mobiel downloaden. De downloadmogelijkheid werd in zeven theaters geboden. Deze interactie tussen een touchscreen en bluetooth is uniek. De filmfestivalbezoekers ontvingen een bericht op hun telefoon waarin ze werd gevraagd of ze van deze mogelijkheid gebruik wilden maken, 90% accepteerde.

Bron: Admanager

En als je als merk of instelling nu wilt dat meer mensen gebruik gaan maken van jouw mobiele site dan kun je altijd sms 9009 gebruiken. De consumenten sms-en MERKNAAM naar 9009 en krijgen gratis de link van de mobiele website terug. Superhandig om te gebruiken in advertenties of tijdens open dagen van bijvoorbeeld een universiteit.

Natuurlijk maakte Ligtvoet ook even reclame voor een mobiele site die zij gemaakt hebben en die binnenkort voor KFC wordt geïntroduceerd, maar dat was niet erg. Zijn presentatie was boeiend, interessant en leerzaam dus dat beetje reclame stoorde mij in ieder geval niet.

veelo

Kirsten Veelo van SURFnet liet vervolgens een aantal voorbeelden zien van mobiel en onderwijs. Zij vertelde over Mscape waarbij leerlingen met gebruik van een PDA buiten dingen doen. Zoals bijvoorbeeld rondlopen in Delft en ondertussen leren over Willem van Oranje waarbij de leerlingen meer leerden over geschiedenis dan dat zij dat doen met een boek in een leslokaal.
Mobiel leren gaat tenslotte over leren met mobiele techniek en kan dus meer zijn dan alleen een mobiele telefoon. Denk ook maar eens aan een Asus EEE of een Nintendo DS of een E-book reader.

Momenteel draaien er vijf pilots rondom mobiel leren bij het platform. Veelo noemt  WRTS.nl waarbij de leerlingen woordjes leren door gebruik te maken van een iPhone waarbij momenteel wordt getest welke groep (degene met of zonder iPhone) het beste de woordjes leert. Ook geeft zij het voorbeeld van het UMCG waarbij tijdens de college’s radiologie de studenten op een PDA rontgenfoto’s toegestuurd krijgen en door middel van het aanklikken van zones op de afbeelding op de PDA aan de docent laten weten of zij de stof goed begrepen hebben. De docent kan dan pas verder met het college als iedereen een antwoord heeft gegeven wat zorgt voor meer interactie en betrokkenheid. De studenten krijgen na het college de afbeeldingen mee op hun PDA zodat zij er thuis ook nog eens naar kunnen kijken.

Toch zijn er volgens Veelo nog technische drempels die ervoor zorgen dat implementatie niet zomaar uit te voeren is. Te denken valt aan kleine beeldschermen van de mobiel, traag internet, veilige netwerken zeker als het gaat om authenticatie van gebruikers, maar ook de veiligheid van de data. Ook zijn er onderwijskundige drempels, is mobiel wel een effectief en efficient leermiddel? Hier proberen zij antwoord op te krijgen door het doen van pilots.

Op de website mobielonderwijs.nl vind je meer informatie over de pilots en kun je ook het boek de wereld als leeromgeving downloaden.

Christian Hesselman van het Telematica Instituut liet ons een aantal voorbeelden zien van mobiel internet als extensie van de desktop. Waarbij hij twee trends waarneemt; een waarbij de mobiele telefoon als sensor dient en een waarbij de mobiele telefoon als interface wordt gebruikt voor andere diensten.

Voor de eerste trend gaf hij het voorbeeld IYOUIT oftewel een mobile 24×7 life recorder. Hierbij wordt de mobiel gebruikt als een apparaat dat alle informatie over je opneemt en deelt op internet en met vrienden.

iyouit

Volgens Hesselman wordt met IYOUIT rauwe sensordata naar een hoger niveau getilt. Het systeem herkend coordinatoen en vraagt aan de gebruiker of dit een plaats van betekenis is, hierna kan de gebruiker door middel van tags aangeven of dit zo is of niet. Bijvoorbeeld tags als kantoor, thuis, oma, etc. Het systeem kan ook automatisch taggen. Je maakt dan een foto en op basis van wat de camera ziet worden er tags aan het beeld gekoppeld. Momenteel wordt er gewerkt aan een holiday recorder waar locatie, weerconditie en foto’s samenkomen. Een digitaal vakantiealbum zeg maar. Geweldig speelgoed als je het mij vraagt, jammergenoeg niet beschikbaar voor andere telefoons dan de Nokia Series 60-terminal (2e en 3e generatie).

Voor een voorbeeld van de tweede trend liet Hesselman dit filmpje zien (een aanrader – helemaal afkijken dus!):

Aan het einde van de dag was er nog ruimte voor enkele praktijkvoorbeelden waarbij Stefan van den Dungen Gronovius (HAN) als enige het podium nam om te vertellen over de inzet van QR-code tijdens een open dag.

cwistwitter

Collega John vroeg op Twitter of iemand even een fotootje wilde maken en dat heb ik dus maar gedaan.