SURFspace – de stekker er uit of een andere stekker er in?

Een poosje geleden werd een oproep geplaatst op SURFspace om mee te doen aan een enquête. Deze enquête werd gehouden om de gebruikers van de site te vragen waar zij de site voor gebruiken, wat ze missen en wat zij graag anders zien. Ik heb de enquête ingevuld en toen aan het einde werd gevraagd of je een keer naar SURF in Utrecht wilde komen voor een bijeenkomst waar over de resultaten werd gediscussieerd zei ik geen nee. Op 8 maart was deze bijeenkomst.

Voor degene die SURFspace niet kennen.

SURFspace is een  portal vóór en dóór ICT Onderwijs- & Onderzoekprofessionals. Naast prikkelende columns, vacatures en de laatste nieuws- en agendaberichten biedt SURFspace actuele informatie over innovatieve thema’s.

Zelf heb ik ook wel eens een artikel voor SURFspace geschreven en ik ben lid van een zogeheten SIG (Special Interest Group). Ik bezoek nooit de site en in de trein op weg naar de bijeenkomst vroeg ik me af waarom. Ik lees wel de nieuwsbrief en soms klik ik door. Maar ik kom niet op de site omdat de informatie die hierop staat voor mij niet nieuw is. Ik lees nieuwe dingen liever op andere sites of krijg deze informatie via twitter. De Good practices bekijk ik ook niet, dat deed ik wel toen Eja Kliphuis ze nog per mail aan iedereen stuurde. Toen las ik ze bijna allemaal.

Nu is het misschien ook zo dat de thema’s op SURFspace niet de thema’s zijn waar ik me direct mee bezig houd. Maar aan de andere kant is de agenda met bijeenkomsten wel weer interessant. Ik kon dus niet echt mijn vinger er op leggen waarom SURFspace mij niet aanspreekt. Maar dat dat zo is, is een feit.

Tijdens de bijeenkomst waren er mensen van Fontys, Hogeschool van Amsterdam, Hogeschool Utrecht, Vrije Universiteit en de Hogeschool Leiden. Deze mededeelnemers hadden een duidelijke link met het onderwijs, zij zijn onderwijskundige of docent. En ik, als vreemde eend in de bijt, sta toch iets verder van het onderwijs af.
Hester Jelgerhuis begeleidde de discussie en Annette Peet van SURFfoundation maakte aantekeningen en discussieerde gezellig mee.

Alle deelnemers gebruiken SURFspace anders. Ik, waarvan gezegd kan worden dat ik de site niet gebruik, tot aan iemand die de nieuwsbrief tot in detail leest en stukjes doorstuurt aan collega’s en alles daar tussen in.

Als de sterke en minder sterke punten van SURFspace  werden genoemd:

  • wat is de site nu eigenlijk en wat kan ik ermee
  • onduidelijke navigatie
  • kraakheldere structuur
  • onduidelijk of je abonnee moet zijn
  • kwaliteit van artikelen is goed, zou iets meer wetenschappelijk mogen zijn
  • zeer actuele onderwerpen
  • zoekfunctie werkt erg goed
  • voel me niet verbonden met SURFspace, mis het gezicht van SURFspace

En dan komt al snel de vraag, waarom zou ik lid willen zijn van SURFspace? Als ik al lid ben van LinkedIn en daar collega’s ontmoet, waarom zou ik dat dan ook willen op SURFspace? Wat is de toegevoegde waarde?
En dan even doorredenerend,  wat kost het om de site te onderhouden en aan te passen, levert dat het ook op? Tien redacteuren die de site onderhouden en er tijd in stoppen. Is dat te verantwoorden als je het aantal bezoekers per maand bekijkt?

Moet de stekker er uit? Of een andere stekker erin?

Want als er al andere sites zijn die het communitygedeelte beter facililteren en de artikelen kunnen ook op een andere site van SURF geplaatst worden, waarom SURFspace dan onderhouden en updaten naar een nieuwe versie.

Al snel kwam de conclusie dat een portal met verschillende ingangen een optie zou kunnen zijn. Een portal waar alle SURF onderdelen een plek krijgen, dus SURFnet, SURFdiensten, SURFfoundation en SURFspot. Voor de gebruiker is het toch al onduidelijk hoe deze onderdelen zich tot elkaar verhouden. Maak er een smoel van, een gezicht naar buiten. Een gezicht waar je je mee verbonden kan voelen. Iemand waar je graag vrienden mee wilt zijn.

Daarnaast lijkt het logisch om voor de vulling van de portal gebruik te maken van bestaande initiatieven. Er zijn tenslotte veel edubloggers in Nederland. Aggregeer deze feeds en laat ze terugkomen in de portal. Doe hetzelfde met tweets van deze groep.

En wat de groep echt heel handig zou vinden is als op de site de agenda’s van de verschillende SURF onderdelen wordt samengevoegd tot een heldere en duidelijke agenda, met een aanmeldingsprocedure voor activiteiten. Dat je zelf artikelen kan toevoegen, of discussies kan starten, dit moet zo gemakkelijk gaan dat dat geen drempel hoeft te zijn. En natuurlijk moet de site toegankelijk zijn op allerlei soorten devices. Zorg voor een noodzaak om SURFspace te bezoeken.

Eigenlijk is het heel simpel. Er moeten keuzes gemaakt worden, een duidelijk doel/visie gecreëerd en dat er niet wordt gedaan wat anderen al doen en zelfs beter kunnen. Alleen dan is er de mogelijkheid dat SURFspace geen stille dood sterft. Kunnen we zonder SURFspace? De deelnemers in deze groep denken van wel. En dat is eigenlijk een conclusie die je als SURF niet zou willen horen. Werk aan de winkel dus!

Zijn we klaar voor de Free Agent Learners?

Deze column heb ik naar aanleiding van het bezoek aan Educause geschreven voor SURFspace.

In Nederland zijn er legio voorbeelden. Docenten die wiki’s, blogs, twitter, flickr, hyves en andere sociale media inzetten in het onderwijs. Als je weet waar je moet zoeken, vind je ze. Nederlanders schreeuwen het alleen niet van de daken als ze vinden dat ze briljant zijn of als ze iets nieuws bedacht hebben om in het onderwijs in te zetten. Amerikanen doen dat wel. De kleinste overwinningen worden gedeeld met de rest van de wereld. Zo trots als zij zijn op hun onderwijs en de inzet van sociale media….. Maar is het eigenlijk genoeg? Studenten vinden van niet.
Dat blijkt uit een grootschalig onderzoek Unleashing the Future: Educators “Speak Up” about the use of Emerging Technologies for Learning van Julie Evans (2010). Ze presenteerde de resultaten tijdens de Educause-conferentie 2010. Studenten zijn aan het wachten. Aan het wachten op een leeromgeving die tegemoet komt aan hun persoonlijke leerstijlen en interesses. Evans vroeg 300.000 studenten naar hun visie op het onderwijs van de 21e eeuw. Wat blijkt? Het is allang niet meer de vraag of mobiele telefoons ingezet moeten worden binnen het onderwijs. Studenten gebruiken hun mobiel al in het onderwijs: op hun eigen manier en buiten de kaders van de traditionele onderwijsomgeving. Dat wel. Ze zijn Free Agent Learners die 24/7 technologie gebruiken om hun onderwijsbeleving te personaliseren. Logisch dus dat studenten verschillende manieren van leren in de klas wensen. In hun visie op hoe het 21e eeuws leren eruit moet zien, stellen zij drie eisen: leren moet social based, un-tethered en digitally rich zijn. Een korte toelichting is op zijn plaats.

Social-based learning

Studenten willen innovatieve communicatiemiddelen en samenwerkingstools gebruiken om expertnetwerken te creëren, te personaliseren en te voeden.

Un-tethered learning

Studenten willen een op technologie gebaseerd onderwijs dat grenzeloos is en niet beperkt wordt door de muren van een klaslokaal, traditionele onderwijsmethoden, geografie of de kennis en competenties van de docent.

Digitally-rich learning

Studenten zien het gebruik van relevante digitale tools, content en bronnen als een sleutel voor de leerproductiviteit en niet alleen maar als een manier om hen tegemoet te komen in hun leren.

Overigens, niet alleen de ondervraagde studenten, maar ook de schoolleiding omarmt deze visie. Helaas, de beren op de weg zijn enorm. De technologie is er, studenten willen die gebruiken, maar worden tegengehouden door docenten, ICT-afdelingen en een niet werkende ICT-infrastructuur. Schokkend is de conclusie niet: Wij (het onderwijsveld), hebben nog een lange weg te gaan om te komen waar de student ons verwacht te zijn.

Kan Cloud Computing helpen die lange weg wat sneller te doorlopen of is Cloud Computing slechts een hype? David Cealey vindt dat laatste. Cloud Computing is niets nieuws, het is een groeimodel. En dan is het de vraag wat jouw onderwijsinstelling ermee wil. Toen Cealy begon te praten op Educause, was er geen houden meer aan. Benieuwd? Ga er eens rustig voor zitten en laat de inhoud tot je doordringen. Moet je als onderwijsinstelling mee willen doen aan deze hype?  Of maak je alleen gebruik van die dingen die voor jouw instelling nuttig zijn?

Als je gaat rondkijken, ontkom je niet aan de twee grote spelers in de markt: Google Apps en Microsoft Live@edu. Eric Pierce van de University of South Florida is erg te spreken over Google Apps. Natuurlijk zijn er verbeteringen wenselijk en willen de studenten altijd meer. Maar er zijn ook voldoende gratis alternatieven die je los van elkaar kunt gebruiken. Ik zie het werken in de Cloud als een onontkoombaar iets. Zeker als we altijd, overal en met elk device bij onze content willen.

Zijn wij in Nederland klaar voor de Free Agent Learners en Un-tethered learning? Voor de student die zijn eigen onderwijs wil inrichten, 24/7, gebruik makend van een mobiel en niet gebonden aan institutionele grenzen? Nee, ik denk het niet. Maar mocht het wel zo zijn, laat dan van je horen. Schreeuw het van de daken, laten we een voorbeeld nemen aan de Amerikanen!

Liesbeth Mantel is als productonderzoeker werkzaam bij de afdeling Innovations van de TU Delft Library.

De gebruikte afbeelding is van Mike Baird en te vinden op Flickr.

En het winnende artikel is….

Niet zo heel lang geleden schreven Harald Warmelink en ik een artikel dat wij plaatsten op SURFspace. En eigenlijk maar met één reden, wij wilden de flip winnen die werd verloot onder de auteur van de nieuw geplaatste artikelen. Harald en ik hadden al langer het idee om een artikel te schrijven over Dark Ink om uit te leggen hoe het proces was verlopen en wat wij hadden geleerd. Dit artikel wilden wij aan een aantal tijdschriften aanbieden maar toen SURFspace in mijn blikveld kwam…. ja toen was snel besloten, zij kregen de primeur.

Die primeur kreeg ik niet. SURFspace zelf trouwens ook niet. Mij werd gevraagd om vooral niet te vertellen dat wij hadden gewonnen, ik moest het bijna een hele week voor mij houden. Vorige week vrijdag werd ik gebeld met het nieuws, maandag gingen Harald en ik naar Leiden om de flip in ontvangst te nemen en pas vandaag werd het nieuws bekend gemaakt via de nieuwsbrief van SURFspace. Helaas, helaas, helaas, tegen de andere genomineerden was niet verteld dat zij er nog niet over mochten communiceren en dus verscheen het bericht al op blogs en werd ik bij twitter gefeliciteerd.


Om mij toch aan de afspraak te houden meld ik pas vandaag dat Harald en ik hebben gewonnen en dat wij er enorm blij mee zijn. De flip is al volop in gebruik maar de filmpjes zijn te persoonlijk om te plaatsen. Uiteraard zal ik snel filmpjes maken die ik wel online kan zetten.

Over het gebruik van de flip ben ik super enthousiast, wat een gebruikersgemak! Ik kan mij zo goed voorstellen dat de camera gebruikt wordt op symposia, bij etentjes of gewoon op straat als je iets ziet gebeuren dat je wilt vastleggen. In ieder geval zal ik hem volgende week gebruiken voor de eerste Game-in Battle bij DOK. En belofte maakt schuld…. ik zal iedereen die op het UGame – ULearn symposium op 23 april Delft aandoet interviewen en filmen, tenminste als de deelnemers daar aan mee willen werken. Maar ik denk dat in ieder geval Essen2punt0 dat wel wil 🙂