Congres Intranet 2013

Afgelopen dinsdag was ik op het Congres Intranet. Ik heb dit congres al jaren op mijn ooit-misschien lijstje staan en toen ik een toegangskaartje won bij een Facebookactie van e-office was ik uiteraard enorm blij.

Screen Shot 2013-03-23 at 9.50.04 PM

De eerste keynote was van Euan Semple en had als titel the future proof intranet, business as usual?

Semple pleit ervoor dat we terug moeten naar de karakteristieken van een intranet die we vergeten zijn. Hij merkte dat het eenvoudiger was om met collega’s te verbinden via systemen buiten de organisatie zoals LinkedIn, wiki’s en blogs. En hij ziet het intranet als een internet binnen de firewall.

semple

Als je je dan beseft dat de mobiele telefoon een lifeline is naar productieve en leuke tools buiten het werk dan lijkt het logisch om deze systemen binnen de werkomgeving te brengen. Maar dan wel op een manier waarop de werkomgeving zich gedraagt, dus geen schreeuwende baas maar een baas die zijn best doet om interessant te zijn.

there is no point being 2.0 outside the firewall if you are not even 1.0 inside

Semple’s blog in zijn omgeving, ook al schrijft hij hier over werk. Hij vertelt dat de beste relaties zijn opgebouwd via zijn blog. Twitter is voor Semple een filter, hier wordt het internet voor hem gefilterd en krijgt hij alleen te zien wat interessant is. Semple laat via deze kanalen digitale voetsporen na. Hij schrijft tijdens in plaats van achteraf. Mensen kunnen je volgen en dus moet je mensen toestaan om dingen te vertellen die misschien nog niet verteld mogen worden.

De presentatie van Euan Semple vind je hier.

Luis Suarez vertelde over the evolving knowledge web worker.

Werk is allang geen fysieke plek meer waar je naar toe gaat maar een mentale staat waarin je verkeerd. En dus zijn er nieuwe vaardigheden nodig.

suarezZoals:

Openness – we moeten veel meer open zijn, onze comfort zone verlaten en kennis delen. Maar ook:

  • transparency – wat hebben we te verbergen
  • publicy
  • authenticity
  • honesty
  • leadership – een leider is iemand die volgers heeft
  • learning by doing –  als je iets probeert dan pas weet je of het iets voor je is
  • autonomy
  • motivation
  • ownership
  • responsibility
  • sense of belonging
  • purpose
  • meaning
  • caring – we lopen extra hard voor externen/klanten, maar niet voor onze eigen mensen/collega’s
  • empathy

De grootste uitdaging voor bedrijven is het verbinden van medewerkers aan het bedrijf. Volgens Suarez vinden 7 van de 10 Amerikanen het werkt dat ze doen oninteressant en zijn ze niet gemotiveerd. En onderzoek uit China toont aan dat je verbondenheid kan verhogen door sociale netwerken. Dan lijkt de oplossing niet lastig zou je denken. Want denk er maar eens over na. Doe je wel eens iets voor iemand uit je sociale netwerk (denk twitter/facebook vrienden) terwijl je diegene nog nooit ontmoet hebt? En doe je wel eens iets voor een collega die je niet kent?

making businesses more human – do not manage the resources but manage the relations

In de breakout sessies luisterde ik naar Mark Morrell die vertelde over digital workplace strategy. En naar Margriet de Jong die onderstaande prezi maakte en ons vertelde over hun intranet implementatie.

Luis Suarez ging in zijn breakoutsessie in op hoe zijn dag er uit ziet en beantwoordde ondertussen vragen uit de zaal. Hierdoor werd het niet een heel helder en duidelijk gestructureerd verhaal maar wel een inspirerende sessie met een boodschap. Namelijk stop met e-mailen. Hij gaf ons tips en als wij zijn tips volgens en over 3 maanden weer e-mailen neemt hij je mee uit eten.

Ondertussen las ik via twitter over andere sessies en kreeg ik enthousiaste meldingen door van de Coca-Cola sessie.

De dag werd afgesloten door Steven Van Belleghem en zijn centrale vraag was hebben we eigenlijk wel een intranet nodig. Want wees nu eerlijk, er zijn veel bedrijven waar nog steeds wordt ge-emailed en waar het intranet niet wordt gelezen.

belleghem

Laten we het hebben over communicatie. Van Belleghem neemt Tupperware als voorbeeld. Mond-op-mond reclame ligt aan de basis van dit product (er wordt geen reclame voor Tupperware gemaakt, vertegenwoordigers en klanten zijn ambassadeurs en Tupperware start vanuit sterke merk cultuur) en Van Belleghem stelt dat mond-op-mond reclame is de meest impactvolle manier van communicatie in de wereld en we weten dat maar we managen en faciliteren het niet. En hij ziet dat als de grote paradox in de zakenwereld. Daardoor bestaat er onderbenut conversatie-potentieel.

De bedrijfscultuur bepaald wat er wel en niet gezegd kan worden. Ons gedrag intern bepaald onze positionering extern, het zijn geen geschieden werelden. Neem als voorbeeld Tomorrowland. De dingen die zij doen gebruiken ze in de communicatie. Zij delen alles. Zij laten iedereen ambassadeur zijn. De experience begint al in het vliegtuig. Het is een goed doordachte manier van communiceren en delen.

Transparantie is een sterkte en de beste manier om transparant te zijn is via de eigen medewerkers. En wat mogen onze medewerkers vertellen? Het liefste dat wat via het internet bij hen komt. We willen van communicatie naar conversatie gaan. Medewerkers zijn vaak heel trots op het bedrijf waar ze werken maar ze weten niet wat ze wel en niet mogen zeggen en dus zeggen ze niets. Een idee is om verhalen van medewerkers te maken, van die verhalen die je vaak ziet in interne magazines. Van Belleghem ziet iedere medewerkers als een ambassadeur die getraind moet worden.

Als we medewerkers en klanten zien als ambassadeurs dan zijn er verschillende manieren waarop zij bereikt en betrokken kunnen worden met centraal de conversaties. Als bedrijf zijn er, volgens Van Belleghem, vier touwtjes waar aan je kan trekken: experience, conversatie, content en samenwerking – maar het begint bij hoe we de dingen doen, hoe behandelen we de klanten en de medewerkers, dat zijn conversaties-starters.

Screen Shot 2013-03-23 at 10.13.21 PM

(afbeelding copyright Steven Van Belleghem)

Maar het is vaak zo dat wij anders doen naar klanten met veel volgers dan naar klanten met minder volgers. Daarnaast is het vaak zo dat medewerkers volop actief zijn op Facebook en twitter maar niet op het intranet. Van Belleghem vraagt zich af hoe dat komt en komt tot 2 conclusies. De eerste conclusie is dat je meer feedback krijgt op sociale netwerken dan op het intranet en de tweede conclusie is dat het intranet als een extra handeling wordt gezien als je al iets hebt gepost op Facebook/twitter. Betrek de gebruikers bij je communicatie. Als de content en de context goed is dan is de communicatie/conversatie eenvoudig. Het gaat om luisteren en zenden. En om samenwerking.

Presentaties van andere sessies staan verzameld op deze pagina. Het was goed om het Intranet Congres eens te bezoeken. Ik heb weer inspiratie opgedaan, voornamelijk bij de keynote sessies. De locatie was, wat mij betreft, minder geschikt. Ik vond het te druk om relaxed rond te lopen tijdens de pauzes en de stands hadden niet veel ruimte gekregen waardoor je ook niet even op je gemak ging kijken. Maar om toch positief te eindigen. Ik was erg blij met de toegangsprijs die ik heb gewonnen, ik kan weer een ooit-misschien congres van mijn lijstje schrappen en heb ideeën opgedaan voor ons eigen intranet.

op bezoek bij: SURFmarket

Op maandag 12 november bezocht ik samen met collega Karel SURFmarket in Utrecht. Wat ik heel erg leuk vind aan het nieuwe werken is dat iedere organisatie het op zijn eigen manier doet en je dus overal wel iets kan leren. Bijvoorbeeld bij SURFmarket noemen ze het nieuwe werken het nieuwe samenwerken. Klinkt weer net even aardiger vind je ook niet.

Jan Bakker en Jan Mulder ontvingen ons en vertelden het verhaal. Over de verhuizing van Houten naar Utrecht, naar minder m2 (van 960 naar 830), maar naar meer vergaderplekken (van 14 naar 40). Van een eigen kamer met vergaderplek naar grote open ruimtes met verschillende soorten werkplekken.
SURF is een samenwerkingsorganisatie, samenwerken speelt hier dus een cruciale factor en daar horen geen muren bij, maar wel een transparante omgeving die flexibel ingericht kan worden. Afhankelijk van met wie je moet samenwerken kies je een plek. Dus toen de mogelijkheid zich voordeed om een nieuwe omgeving te creëren greep SURFmarket de kans aan.  En inmiddels werken ze al 2 jaar op deze manier.

Als de ICT op orde is kun je bijna naadloos verhuizen. Iedereen had al een laptop en thuiswerken was geen probleem. Echt spannend is het qua ICT niet geweest. In 3-4 maanden was de verhuizing een feit. Wel spannend is hoe je anders gaat werken met elkaar. Vertrouwen en verantwoordelijkheid is wel iets om extra aandacht voor te hebben. Nieuwe manieren van leidinggeven horen daarbij. Leidinggevenden worden meer coaches.

Iedereen mocht meedenken en had een aandeel in het hele traject. Ze hebben veel met de architecten opgetrokken die ook een eigen visie op het nieuwe werken hebben. Na de oplevering deden ze geen concessies aan het concept.

Zijn pas in Utrecht aan ander gedrag gaan werken. Medewerkers worden begeleid op onderdelen als feedback geven aan elkaar, effectief communiceren, hoe ga je om met email, 360 graden feedback, hoe gedraag je je in de nieuwe omgeving. Er is ook een handboek het nieuwe samenwerken. En tijdens de functioneringsgesprekken wordt gevraagd hoeveel er is gedaan aan samenwerken.

Jan Bakker:

het is meer een huishouden geworden. Rommel wordt opgeruimd en vaat wordt in de vaatwasser gezet. Alles is meer zichtbaar geworden. Gedrag wordt meer uitvergroot dan in de oude situatie.

Jan Mulder:

het dwingt je met elkaar te blijven communiceren en verantwoordelijkheid te moeten nemen voor hoe het er uit ziet.

Een werkplek wordt meestal voor 1 dag ingenomen. Je ziet dat iemand er zit (ook al is hij niet op die plek) door een kopje of een adapter die is blijven liggen. Dat is geen probleem. Er is genoeg ruimte voor iedereen.

Na het verhaal werden we rondgeleid. Een aantal foto’s daarvan zie je terug in deze post. Verschillende soorten plekken wisselen elkaar af en bijna alle ruimtes staan met elkaar in verbinding. Als je binnenkomt kun je de centrale ruimte met koffiecorner/keuken in 1x overzien. Aanlanden wordt afgewisseld met vergaderplekken en loungeruimtes. Een mooie combi en een goed doordacht verhaal waaraan ze bij SURFmarket blijven werken, leren en doorgroeien.

8e edubloggersdiner

Het duurt nog een paar weken maar je kunt je al aanmelden voor het 8e Edubloggersdiner. Traditiegetrouw op de maandagavond voor de Onderwijsdagen. Dit keer dus op maandagavond 7 november. In Utrecht (zoals altijd). Karin en ik zoeken nog naar een geschikte locatie (op de een of andere manier werken restauranteigenaren dit keer niet zo goed mee). Verschillende walking diner arrangementen heb ik in de mail langs zien komen. Walking diner  ja, want zittend eten vinden wij saai. Lekker rondwandelen, veel onderwijsmensen spreken, oude bekenden en nieuwe mensen ontmoeten, maar ook veel lol hebben.

wanneer: maandag 7 november
waar: nog niet duidelijk maar in ieder geval in Utrecht
aanmelden: hier
voor wie: iedereen die onderwijs een warm hart toedraagt, wel of geen edublogger is, wel of niet de onderwijsdagen bezoekt, eigenlijk is iedereen gewoon welkom!

Volg @edubloggerdiner voor de laatste updates (weet iemand nog een goede hastag? – misschien moeten we eens en voor altijd de naam goed afspreken – ik heb al langs zien komen edublogdiner, edubloggerdiner, edubloggersdiner)

 

Work Smart Go Google

Gistermiddag was ik bij Mediaplaza in Utrecht voor het Work Smart Go Google event. In eerste instantie zou dit event in Tiel gehouden worden maar gelukkig voor mij werd het verplaatst naar Utrecht. De locatie in Tiel was met het openbaar vervoer zo goed als niet bereikbaar dus had ik niet kunnen gaan. Maar nu dus wel.

De middag werd geopend door Didier Goibert (emea mid-market sales director – Google Enterprise). Deze fransman sprak Engels en was daardoor soms lastig te volgen.Een aantal dingen heb ik toch kunnen opschrijven.

Trends impacting your business:

  • speed – bijvoorbeeld het ontwerpen van een auto gaat nu in maanden ipv jaren
  • mobile working – einde van 2010 meer mobieltjes en tablets verkocht dan laptops
  • innovation defines the leaders

Vervolgens vertelde hij over het Google model – 100% web. Het is een nieuw IT-model waarbij je betaald voor wat je gebruikt. Toegang tot de diensten heb je via elk device. Upgraden, onderhoud en back-ups ben je niet zelf verantwoordelijk voor, het wordt voor je gedaan.

the browser has become the universal desktop

Het platform waarop Google dit aanbiedt bestaat uit drie componenten:

  • Google apps for business – collaborate en communicate (gmail, Google calendar, Google docs, Google sites, Google video, Google groups, Google cloudconnect, Google postini security)
  • app-engine – run your webapps on Google infrastructure
  • marketplace – the IT supply chain is changing

Na deze keynote konden we kiezen voor twee sessies. Ik ging naar de sessie met de titel de €300 werkplek.

David Saris (g-company) legde uit hoe je de €300 werkplek realiseert. En eigenlijk is het heel simpel. Je huurt een Chromebook (€ 25 per maand) en neemt een abonnement op Google apps for business (€40 per jaar). Dan kom je iets hoger uit dan €300 maar dat verschil is marginaal. Voor onderwijs gelden overigens andere prijzen, deze zijn lager vanwege de onderwijskorting die Google geeft (€19 per maand voor een Chromebook).

Positief effect van het gebruik van de Chromebook is dat hij naarmate je hem langer gebruikt sneller wordt. Daarnaast staan alle gegevens in de cloud dus als je de laptop kwijt raakt is er weinig aan de hand. Ook is het handig dat de configuratie met je meereist omdat deze niet lokaal is opgeslagen en niet afhankelijk is van het device.

Paulo Rodriguez (engineer bij Google Spanje) demonstreerde de Chromebook. Ook liet hij de nieuwe vormgeving van Gmail zien. Het kunnen prioriteren van email (wordt voor je gedaan) werkt fijn en maakt de gebruiker efficiënter in de omgang met mail.

De middag werd afgesloten met een presentatie van André van der Riet (CIO – PON). Hij vertelde waarom PON was overgestapt op Google. Welke problemen en uitdagingen zij zijn tegengekomen en welke oplossingen er zijn bedacht.

Hierna was het mogelijk om in gesprek te gaan met de vijf partners van Google in Nederland. Deze vijf partners hebben het event georganiseerd. Eddy Veldhuizen (Google) legt in onderstaand filmpje uit waarom dat zo bijzonder is.

Omdat ik deze middag met een originele tweet een Chromebook kon winnen heb ik op twitter heel erg mijn best gedaan om op te vallen. De Chromebook heb ik niet gewonnen. Maar wel nieuwe mensen ontmoet, met bekenden bijgepraat en mij ondergedompeld in de wereld die Google heet.

Bijeenkomst: Atelier Het Nieuwe Werken/Leren in het WO

Gister was ik bij een bijeenkomst met als thema: Atelier Het Nieuwe Werken/Leren in het WO – georganiseerd door PRC (vanaf 1 juli Arcadis). De bijeenkomst werd gehouden in het David de Wiedgebouw van de Faculteit Bètawetenschappen van de Universiteit Utrecht. Dit gebouw is net nieuw en dus was, naast het programma van de bijeenkomst, de rondleiding een reden om naar Utrecht af te reizen.

Helaas kwamen collega Saskia en ik iets later aan en hebben wij het begin van de bijeenkomst gemist. Wij vielen binnen bij de presentatie over Smart @ Work van de VU. Nu ben ik daar laatst op visite geweest maar had ik door een afspraak bij de bibliotheek deze presentatie gemist.  Het is goed om te zien dat de VU, net als de TU Delft, bezig is met een visie voor de universiteit in 2025.

Wat de VU Smart @ Work naast bricks, bytes en behaviour heeft toegevoegd is broadcast. Uiteraard omdat communicatie naar en tussen mensen heel belangrijk is.

Na de presentatie hebben wij gediscusieerd over verschillende stellingen zoals wat maakt het nieuwe werken voor universiteiten zo bijzonder en hoe ga je met ontwikkelingen als het nieuwe werken om in tijden van bezuingingen.

Ik was duidelijk een vreemde eend in de bijt. De overige deelnemers werkten of bij Vastgoed-afdelingen of bij Facilitaire Zaken. Het gaat dan ook al snel om gebouwen en inrichting. Terwijl je volgens mij ook het nieuwe werken kan invoeren in een oud gebouw met oud meubilair.

De rondleiding was ook zeker interessant te noemen. Ik heb echt mijn best gedaan om te begrijpen hoe het inrichtingsconcept past bij het nieuwe werken. En of het alleen de inrichting was die het nieuwe werken moet weergeven of dat er ook aan de cultuurkant iets is gedaan.

Ik zag kantoortuinen waar iedereen (AIO’s en tijdelijke werknemers/onderzoekers) een vaste werkplek had (inclusief plantjes en foto’s), ik zag kantoren zoals we die allemaal wel kennen (voor meerdere personen) en ik zag concentratiewerkplekken.

Concentratiewerkplekken met een tafel. Geen stoel. Er werd niet veel gebruik van gemaakt hoorden wij later.

Het kantoorgedeelte is afgesloten voor het publiek. In de publiek toegankelijke ruimte bevinden zich de overlegplekken en loungeruimtes waar de koffiemachine staat.Dat concept vind ik erg goed, de onderzoekers halen koffie in de ruimte waar de studenten zich bevinden. Ik zie het al helemaal voor me om dat in de bibliotheek waar ik werk ook te doen, gezellig samen koffiedrinken met de klant.

Na de rondleiding kregen wij het boekje Het Nieuwe Werken : 54 do’s en don’t’s van Arcadis. De do’s en don’t’s zijn gerangschikt op processtappen zoals het besluit, de directie, de projectorganisatie, het proces, het inrichtingsconcept, de communicatie en de ingebruikname.

Bij elke processtap worden eerst de do’s en don’t’s gegeven en vervolgens wordt er dieper op ingegaan.

Een paar mooie om te onthouden:

  • laat duurzaamheid een drijfveer zijn
  • inspireer door de juiste vragen te stellen
  • leg de leiding niet bij de facilitaire dienst
  • benoem een groep ambassadeurs
  • Het Nieuwe Werken is meer dan een project
  • benader het gebouw vanuit het werkproces
  • blijf niet te lang bezig met tegenstanders, steun de voorstanders
  • de echte cultuuromslag begint pas na de verhuizing

Deze week komt het projectteam van IKWERK! (zoals we de pilot rondom het nieuwe werken bij de TU Delft Library noemen) voor het eerst samen. Ik zal een aantal do’s en don’t’s hier zeker gebruiken. En daarom alleen al was dit bezoek de moeite waard.

 

 

 

SURFspace – de stekker er uit of een andere stekker er in?

Een poosje geleden werd een oproep geplaatst op SURFspace om mee te doen aan een enquête. Deze enquête werd gehouden om de gebruikers van de site te vragen waar zij de site voor gebruiken, wat ze missen en wat zij graag anders zien. Ik heb de enquête ingevuld en toen aan het einde werd gevraagd of je een keer naar SURF in Utrecht wilde komen voor een bijeenkomst waar over de resultaten werd gediscussieerd zei ik geen nee. Op 8 maart was deze bijeenkomst.

Voor degene die SURFspace niet kennen.

SURFspace is een  portal vóór en dóór ICT Onderwijs- & Onderzoekprofessionals. Naast prikkelende columns, vacatures en de laatste nieuws- en agendaberichten biedt SURFspace actuele informatie over innovatieve thema’s.

Zelf heb ik ook wel eens een artikel voor SURFspace geschreven en ik ben lid van een zogeheten SIG (Special Interest Group). Ik bezoek nooit de site en in de trein op weg naar de bijeenkomst vroeg ik me af waarom. Ik lees wel de nieuwsbrief en soms klik ik door. Maar ik kom niet op de site omdat de informatie die hierop staat voor mij niet nieuw is. Ik lees nieuwe dingen liever op andere sites of krijg deze informatie via twitter. De Good practices bekijk ik ook niet, dat deed ik wel toen Eja Kliphuis ze nog per mail aan iedereen stuurde. Toen las ik ze bijna allemaal.

Nu is het misschien ook zo dat de thema’s op SURFspace niet de thema’s zijn waar ik me direct mee bezig houd. Maar aan de andere kant is de agenda met bijeenkomsten wel weer interessant. Ik kon dus niet echt mijn vinger er op leggen waarom SURFspace mij niet aanspreekt. Maar dat dat zo is, is een feit.

Tijdens de bijeenkomst waren er mensen van Fontys, Hogeschool van Amsterdam, Hogeschool Utrecht, Vrije Universiteit en de Hogeschool Leiden. Deze mededeelnemers hadden een duidelijke link met het onderwijs, zij zijn onderwijskundige of docent. En ik, als vreemde eend in de bijt, sta toch iets verder van het onderwijs af.
Hester Jelgerhuis begeleidde de discussie en Annette Peet van SURFfoundation maakte aantekeningen en discussieerde gezellig mee.

Alle deelnemers gebruiken SURFspace anders. Ik, waarvan gezegd kan worden dat ik de site niet gebruik, tot aan iemand die de nieuwsbrief tot in detail leest en stukjes doorstuurt aan collega’s en alles daar tussen in.

Als de sterke en minder sterke punten van SURFspace  werden genoemd:

  • wat is de site nu eigenlijk en wat kan ik ermee
  • onduidelijke navigatie
  • kraakheldere structuur
  • onduidelijk of je abonnee moet zijn
  • kwaliteit van artikelen is goed, zou iets meer wetenschappelijk mogen zijn
  • zeer actuele onderwerpen
  • zoekfunctie werkt erg goed
  • voel me niet verbonden met SURFspace, mis het gezicht van SURFspace

En dan komt al snel de vraag, waarom zou ik lid willen zijn van SURFspace? Als ik al lid ben van LinkedIn en daar collega’s ontmoet, waarom zou ik dat dan ook willen op SURFspace? Wat is de toegevoegde waarde?
En dan even doorredenerend,  wat kost het om de site te onderhouden en aan te passen, levert dat het ook op? Tien redacteuren die de site onderhouden en er tijd in stoppen. Is dat te verantwoorden als je het aantal bezoekers per maand bekijkt?

Moet de stekker er uit? Of een andere stekker erin?

Want als er al andere sites zijn die het communitygedeelte beter facililteren en de artikelen kunnen ook op een andere site van SURF geplaatst worden, waarom SURFspace dan onderhouden en updaten naar een nieuwe versie.

Al snel kwam de conclusie dat een portal met verschillende ingangen een optie zou kunnen zijn. Een portal waar alle SURF onderdelen een plek krijgen, dus SURFnet, SURFdiensten, SURFfoundation en SURFspot. Voor de gebruiker is het toch al onduidelijk hoe deze onderdelen zich tot elkaar verhouden. Maak er een smoel van, een gezicht naar buiten. Een gezicht waar je je mee verbonden kan voelen. Iemand waar je graag vrienden mee wilt zijn.

Daarnaast lijkt het logisch om voor de vulling van de portal gebruik te maken van bestaande initiatieven. Er zijn tenslotte veel edubloggers in Nederland. Aggregeer deze feeds en laat ze terugkomen in de portal. Doe hetzelfde met tweets van deze groep.

En wat de groep echt heel handig zou vinden is als op de site de agenda’s van de verschillende SURF onderdelen wordt samengevoegd tot een heldere en duidelijke agenda, met een aanmeldingsprocedure voor activiteiten. Dat je zelf artikelen kan toevoegen, of discussies kan starten, dit moet zo gemakkelijk gaan dat dat geen drempel hoeft te zijn. En natuurlijk moet de site toegankelijk zijn op allerlei soorten devices. Zorg voor een noodzaak om SURFspace te bezoeken.

Eigenlijk is het heel simpel. Er moeten keuzes gemaakt worden, een duidelijk doel/visie gecreëerd en dat er niet wordt gedaan wat anderen al doen en zelfs beter kunnen. Alleen dan is er de mogelijkheid dat SURFspace geen stille dood sterft. Kunnen we zonder SURFspace? De deelnemers in deze groep denken van wel. En dat is eigenlijk een conclusie die je als SURF niet zou willen horen. Werk aan de winkel dus!

Swung house en Rabobank Unplugged

Afgelopen week mocht ik twee keer op werkbezoek. Op woensdagmiddag bezochten @wvanwezenbeek en ik Swung House in Ypenburg en vrijdag ging ik met de werkgroep Flow naar Utrecht om het kantoorpand Rabobank Unplugged te bezoeken. De werkgroep Flow is een werkgroep die zich bezighoudt met het nieuwe werken op de gehele TU Delft.

Swung House

Na ongeveer een half uur fietsen kwamen Wilma en ik bij Swung House aan. Het eerste dat opviel waren de oplaadpunten voor elektrische voertuigen. Wilma en bedachten ons dat we misschien beter de elektrische scooters van de TU Delft hadden kunnen lenen. Maargoed fietsen is gezond en het was mooi weer.


Bron: Swung House

We werden opgewacht door Marinel van de Velde en Jean-Marc Verhoeven. De eerste indruk was meteen goed. Lockers voor de spullen, een mooie garderobe, een grote tafel om even te wachten en een ontvangstbalie. De kleuren die in het hele gebouw zijn gebruikt zijn lichtblauw, grijs, wit en bruin. Koele kleuren die niet koel aandoen.


Bron: Swung House

Marinel legde ons uit dat alles wat Swung House doet zo duurzaam mogelijk gebeurd. Dus wordt er een biologische lunch geserveerd en is de koffie en thee die geschonken wordt fairtrade. Ook is er duurzaam printpapier aanwezig voor hen die nog iets op papier willen lezen of meenemen. Maar ook in het interieur is gekeken naar duurzame meubels en inrichting, zo zijn er stoelen die gemaakt zijn van gerecyclede petflessen.


Bron: Swung House

Swung House is een flexkantoor waar ontmoeten en verbinden centraal staat. De Swung Manager zorgt er actief voor dat mensen met elkaar in contact komen en de ruimtes zijn zo ingedeeld dat ontmoeten mogelijk is. Er zijn lange tafels waar je met meerdere personen of individueel aan kan werken. Maar ook aanlandplekken, coachingsruimten, vergaderplekken en concentratie plekken.


Bron: Swung House

Een flexplek kost bij Swung House 40 euro per dagdeel, een aanlandplek 10 euro per persoon per uur. Meer prijzen vind je hier. Je hoeft geen abonnement te nemen bij Swung Housen en je kunt op de dag zelf nog reserveren (als er plek is). Koffie/thee, wifi en parkeren zit bij de prijs inbegrepen en voor de lunch betaal je 15 euro.

Swung House organiseert regelmatig events. Zo is er op 25 februari de dag van het nieuwe werken en op 28 februari Open Coffee Haaglanden (iedere laatste maandag van de maand).

Normaal gesproken maak ik zelf foto’s en plaats ik deze op Flickr, maar niet dit keer. Marinel heeft mij de foto’s toegestuurd.

Meer informatie en contact:
Swung House
Prinses Alexialaan 8
2496 XA Den Haag
T 015 310 78 44

Rabobank Unplugged

Vrijdag was het dan tijd om naar Utrecht af te reizen om het gebouw van de Rabobank Unplugged (Beneluxstaete) te bezoeken.

In dit filmpje wordt uitgelegd wat de Rabobank bedoelt met Unplugged en wat zij er mee wil bereiken.

In de ochtend heeft de werkgroep Flow nagedacht over haar rol en wat zij wel en niet wil doen.

Door middel van een groepsgesprek en brainstorm hebben wij rollen bepaald en als dat kon hier al poppetjes aangehangen. Er komt veel op ons af, er zijn op verschillende plekken binnen de TU Delft al initiatieven gestart, maar ook zijn er groepen die popelen om te kunnen beginnen. De TU Delft Library loopt voorop, zij heeft immers al een pilot gedaan vorig jaar onder de naam IKWERK!. Het projectplan voor de implementatie wordt nu geschreven en ook gaan wij met e-office persona’s of archetypes bepalen waar de bibliotheekmedewerkers zich mee kunnen identificeren. De keuze voor de persona’s is gemaakt op werkplekgebonden/veel onderweg, uniek of procesmatig werken, informatie brengen/informatie halen.

Na de lunch kregen wij een rondleiding door het Rabobank Unplugged (Beneluxstaete) gebouw. Wat opviel is dat de uitstraling luxe is en het werd ook aan ons uitgelegd waarom, elke besparing die wordt gedaan wordt geinvesteerd in luxe materialen zoals bijvoorbeeld het mooie bestek in de kantine en de houten vloeren.

Ook in dit gebouw vind je verschillende soorten werkplekken, voor groepen en individuen. Veel plekken met hoekjes, omdat het mensen het nu eenmaal fijn vinden om naast elkaar te zitten als zij samenwerken. Alle medewerkers die hier komen hebben een eigen laptop (maar ook een laptopstandaard, een muis en toetsenbord). Ze gebruiken pasjes die ze in de laptops stoppen om bij het netwerk te komen. De medewerker mocht zelf kiezen wat voor soort laptop hij wilde.

Op een aantal etages staan goede koffiemachines. De omgeving eromheen is ingericht op ontmoeten. De eerste twee etages zijn om samen te werken en de etages erboven om in stilte te werken. Je merkt door de inrichting dat je in een stilte-omgeving komt.

De kleuren die gebruikt zijn bij de inrichting zijn wit, grijs, zwart en blauw. Met af een toe een detail in kleur, zoals deze telefoonhoek.

Niet heel spannend maar wel wat ik verwacht van een bank. Dit bedoel ik niet vervelend, bij een bank denk ik nu eenmaal niet aan uitbundig kleurgebruik. Maar desondanks hing er een goede sfeer in het gebouw, je voelt je er welkom om te komen werken. Nu zou ik hier niet een hele dag kunnen werken, ik heb kleur nodig, veel kleur, en veel spulletjes om me heen. Des te chaotischer des te fijner ik het vind. Maar op mijn voorkeuren kun je niet een gebouw voor 100 mensen inrichten, dat snap ik ook wel. En misschien is werken in een sobere omgeving voor mij zo af en toe ook niet verkeerd.

De Onderwijsdagen – dag 2 – 10 november

De dag begint met Toine Maes (directeur Kennisnet) in gesprek met Steven de Jong (voorzitter LAKS). De centrale vraag is: moeten we het onderwijssysteem omgooien? Het antwoord: waarschijnlijk niet. Maar ICT maakt het wel mogelijk om het talent van een individu aan te spreken.

Moet er op schoolniveau vaart gemaakt worden als het gaat om ICT in het onderwijs? De Jong ziet ICT als onderdeel van de les. Wat hem betreft moet er zeker versnelt ingevoerd worden want hij ziet veel mis gaan. Bijvoorbeeld, er zijn veel projecten met smartboards, maar het smartboard wordt vaak alleen gebruikt voor de open dag of als beamer om een powerpoint op te presenteren.
Hoe zorg je ervoor dat ICT ook voor didactiek wordt ingezet? De Jong vindt dat zij (LAKS) scholieren hierop moeten wijzen zodat zij docenten kunnen aanspreken om het gebruik van ICT. Maar niet alleen aanspreken, ook helpen zou een oplossing kunnen zijn.

(registratie/filmpje)

Christiaan Alberdingk Thijm / hoe sociaal zijn social media?

Indrukwekkende intro om je presentatie mee te beginnen en zeker een film die ik wil zien.

Wat Alberdingk Thijm opvalt (en volgens mij vele anderen) is dat er steeds vaker mensen hun Hyvesprofiel deleten. Eigenlijk is het niet vreemd. Wat moet je op Hyves, als je ook op Facebook aanwezig bent? Hyves is toch meer iets voor scholieren. Orkut is zo’n site waar eigenlijk niemand het meer over heeft. Terwijl in 2003 dit echt een site was waar je bij wilde horen. Net als MySpace, ook in de zaal weinig mensen die hier een account hebben.

Als we het over social media hebben hebben we het over de mogelijkheid tot communiceren. Als die mogelijkheid er niet is, is zo’n site gedoemd te mislukken. Van alle tijd dat wij online zijn besteden we 22% aan social media en dat betekent dat wij meer tijd aan social media spenderen dan aan email.

Soms gaat het wel eens mis. Zeker als het gaat om zelfpromotie. Zoals KPN op Facebook.

Er zijn maar 178 mensen die KPN liken. Is het dan verstandig om een Facebook pagina te hebben als maar zo weinig mensen je leuk vinden?

Volgens Alberdingk Thijm praten we steeds meer via social media. Denk aan #durftevragen. Mensen stellen een vraag en vreemden of followers geven een antwoord. Uitstekend voorbeeld als we het over praten hebben is natuurlijk Youp en de T-mobile actie. Luisteren naar je consumenten is dus geen slechte zaak. Maar dan ook echt luisteren.

De privacy paradox

  • we geven vrijwillig steeds meer van onze privacy op
  • de wettelijke bescherming van onze privacy is sterk en neemt toe

Maar de beste wetgeving is de gemeenschap, dus wij allemaal. Als wij het te ver vinden gaan dan is dat ook zo.

  • sociale normen zijn belangrijk
  • de gemeenschap bepaalt wat die zijn
  • de gemeenschap bepaalt wat oke is
  • sociale media zijn als mensen: overwegend goed, soms slecht

Ik denk dat ik wel kan concluderen dat op de vraag hoe sociaal zijn sociale media, het antwoord is dat wij dat zelf bepalen. En als je dat dan doortrekt naar het onderwijs. Hoe sociaal kan het onderwijs worden? Net zo sociaal als wij willen dat het is.

Deze sessie is gefilmd en staat online.

Eric Klopfer – Augmented Learning Through Playing and Creating Location-Based Games

Eric Klopfer is Associate Professor of Science Education & Director, Teacher Education Program at Massachusetts Institute of Technology (MIT) en omdat hij een van de weinige buitenlandse sprekers op de Onderwijsdagen was en omdat zijn sessie over games ging ben ik in de zaal gaan zitten.

Klopfer praatte over computersimulaties die je op een mobiel kan spelen en die voor een deel bestaan uit context die uit de echte wereld komt. Hij ziet een verschil tussen light augmentation  (small amount of augmented information with real information) en  heavy augmentation (de omgeving is gebruikt als een physical way of navigating through virtual space). Hierna ging Klopfer in op het begrip gaminess. En daarmee op de features die een een game structuur geven. Zoals beslissingen nemen in een game, de consequenties die aan de beslissingen hangen, de doelen van de game, de feedback en de regels van het spel. En zo bestaan er spellen met weinig en veel gaminess.

Stel: je laat studenten rondlopen in een bibliotheek. De ene student loopt wat rond en vindt niets, de andere gaat in de kast neuzen en vindt een interessant boek, en nog een, en nog een. De laatste student zal hier iets van leren, de eerste hoogstwaarschijnlijk niets (behalve dan dat het niet leuk is in de bibliotheek). Sommige studenten structureren het leren en maken connecties, anderen weten niet waar ze moeten beginnen. Deze laatste groep moet je eerst een vraag stellen zodat zij ergens kunnen beginnen. En het is juist deze structuur van leren die een game wel of niet interessant maakt.

a game helps structure an experience, and ideally includes open-ended play and structure and support for learning

Meer informatie over de games waar Klopfer over heeft gesproken vind je op  education.mit.edu/ar en educationarcade.org. Wil je de sessie van Klopfer in zijn geheel bekijken, dan is hier de video te vinden.

De sessie het internet der dingen van Rob van Kranenburg van dusdanig interessant dat ik hier een aparte blogpost over ga schrijven.

En toen was het tijd voor Sugata Mitra. Wat een fantastische man en wat een mooi verhaal. Veel is er al over geschreven dus ik laat het hierbij. Ik verwijs alleen naar de filmopnamen die zijn gemaakt en naar dit nieuws:

Wil je erbij zijn:

On the 6th of January, Sugata Mitra will be our guest at the TPM faculty, and will give a lecture providing you with the opportunity to discuss with him afterwards. Because of limited capacity, we kindly ask you to register in advance by sending an email to Thieme Hennis. You will receive an update about the location. Please use as mail-subject “Interest in Sugata Mitra talk”.

Ik heb mij al aangemeld. Misschien zie ik jou ook in de zaal. Want wie wil deze man nu missen als hij zo dichtbij is.

De Onderwijsdagen – dag 1 – 9 november

Een paar weken geleden werden de Onderwijsdagen in Utrecht gehouden. Dit jaar een iets andere opzet, meer pauzes en tijd om te netwerken, geen beursvloer en geen feest. Toch kan ik tevreden terug kijken op het congres dat begon op de avond ervoor met het Edubloggersdiner. Ik heb heerlijk gegeten en bijgepraat met (on)bekenden. En nu heb ik 12 pagina’s aantekeningen voor me en moet ik besluiten. Maak ik er een lange post van of knip ik hem op, geef ik de sessies waar ik echt enthousiast van werd meer ruimte op mijn blog? Ik zal het tijdens het schrijven besluiten.

Wim Liebrand (directeur SURF) opent de Onderwijsdagen en heeft even een babbeltje met Sander Breur (voorzitter LSVb). Sander is echt een student van deze tijd. Hij gebruik Google en Ctrl F als hij een online tijdschrift leest. Hij heeft drie mobiele telefoons en zoekt met layer de dichtstbijzijnde pinautomaat tijdens een avondje stappen. Hij praat over docenten die verslagen per post willen krijgen terwijl Sander niet eens weet waar hij postzegels moet kopen. En dus zit in zijn beleving het probleem aan het begin, dus bij de docent als het gaat om onderwijs. Een beetje kort door de bocht maar ach, hij is nog jong zullen er veel zeggen. Zijn opmerking over twitter en dat anderen daar iets aan moeten hebben stoorde mij meer. Zeker als je deze tweet van Sander bekijkt.

Vertel eens Sander, wie heeft er iets aan deze informatie….

(registratie/filmpje)

Curtis Johnson – senior partner Education Evolving

Het boek dat Johnson schreef Disrupting Class, Expanded Edition: How Disruptive Innovation Will Change the Way the World Learns is nog steeds verkrijgbaar. Maar wat is disruptive innovation? Johnson legt uit dat het oude niet wordt verlaten maar dat het voor andere doelen wordt gebruikt, bijvoorbeeld paarden die nu worden gebruikt voor recreatie in plaats van handel.

wat zou Gutenberg denken als hij een ipad vast mag houden

Maar hoe zit dat dan in het onderwijs? Het onderwijs is geen industrie, waarom daar dan disruptive innovation inzetten. Johnson ziet het onderwijsmodel dat niet van deze tijd is. De politiek is niet het probleem. Het probleem is dat kinderen nog steeds achter elkaar in rijen zitten met een docent ervoor. Als je die situatie bekijkt lijkt het alsof onderwijs een schaars goed is maar niets is minder waar.

Jongeren van nu nemen kennis in zich op, ze verbinden het, maken mash-ups en als studenten niet mee gaan worden ze gestraft. Werkt dat? Johnson meent van niet.

Als studenten willen leren kunnen wij ze niet stoppen en als ze niet willen kunnen wij ze niet overtuigen. Standaardiseren helpt volgens Johnson niet, het is ook niet van deze tijd, maar het is wel handig voor de docent. In de optiek van Johnson is radical personalisation het enige dat helpt bij de groep die nu buiten de boot valt.

Johnson verwijst naar de S-curve die in de industrie vaak wordt gebruikt om vooruit- en achteruitgang te kunnen bepalen. Het onderwijs zit momenteel onderaan de S-vorm. In 2018 zal de meerderheid aan het plafond zitten. Maar stel dat dat gebeurd. Pas dan gaan scholen er volgens Johnson anders uitzien. En als voorbeeld geeft hij een school met 180 leerlingen die allemaal achter een pc zitten. Het ziet er niet naar uit alsof dit een onderwijsomgeving is, maar dat is het wel en alle leerlingen leren op hun eigen manier.

Moet je als onderwijs lijdzaam toezien terwijl je weet dat dit er aan zit te komen? Johsnon vindt van niet, hij meent dat het onderwijs disruptive innovation moet omarmen. Zoals bijvoorbeeld IBM heeft gedaan. Zij spenderen geld, ruimte en mensen aan disruptive innovation. Deze groep is autonoom en beslist zelf over innovatie. Zoiets hebben wij in Nederland niet.

by 2018 the majority of learning will be learning online

(registratie/filmpje)

Wilfred Rubens – vormt motivatie de sleutel tot leren in 2011?

Ik kan een samenvatting geven van Wilfreds presentatie maar je kan hem ook gewoon bekijken.

Wilfred gebruikte – zoals al eerder – een twitter backchannel om de mensen in de zaal en thuis mee te laten doen. Hij schreef erover op zijn blog.

Wat zijn de factoren om intrinsieke motivatie te bevorderen:

  • autonomie – eigenaarschap – geef studenten autonomie over eigen leren, laat ze de keuze hebben over gebruik van technologie – geldt ook voor docenten
  • doelgerichtheid – betekenisvol en authentiek – discussies worden ingezet binnen ELO maar staan vaak los van het curriculum – wat is dan het doel van de discussie
  • meesterschap = betrokkenheid – meesterschap krijg je vaak pas door betrokkenheid te creëren – geef je door feedback en niet door het afnemen van toetsen – anders motiveer je niet om de lat hoger te leggen, geef zelf het voorbeeld van een goede meester te zijn
  • sociale verbondenheid en social presence – je doet het met anderen samen – dat leren – gevoel van vertrouwen en onderlinge verbondenheid
  • perceptie van interactie – gevoel dat studenten hebben dat zij in omgeving zitten waarin zij beroep kunnen doen op anderen (docenten en medestudenten) – skype als voorbeeld – mocht je wat willen vragen dan zijn vrienden online – geeft fijn gevoel
  • mogelijkheid om te delen met anderen = motiverend – gaat beter zijn best doen om kwaliteit te leveren – wij maken gesloten omgevingen
  • privacy – leerlingen zijn bereid om te publiceren maar willen ook dingen voor zichzelf houden
  • progressie zien – speelsheid – is arbeidsintensief maar levert wel veel op – geven feedback – wel voorstander van formatieve toetsen, voortgangstoetsen – play bevorderd motivatie – moeten we massaal gamen – nee – maar wat maakt game aantrekkelijk
  • gebruikersvriendelijkheid

Houd daarbij in gedachten dat:

  1. mensen/studenten gebruiken de eigen meegebrachte technologie
  2. social media met eigenschappen in relatie tot gebruik – eigenschappen die appelleren aan groot aantal factoren die eerder zijn genoemd
  3. server based computing – centraal beheerde en geïnstalleerde applicaties, gepersonaliseerde werkomgeving (mac, windows, linus, eigen applicaties) – voor lerenden en docenten werkt dit motiverend, ICT beheer is niet perse meer nodig – binnen beheersomgeving gebruik maken van de technologie

Wilfred eindigde met een bijzonder mooi initiatief.

EenTweeTien Documentaire from Jeroen Diks on Vimeo.

Op de website www.eentweetien.nl vind je meer informatie.

(registratie/filmpje)

Pierre Gorissen – meten is weten

Ik had even gemist dat Pierre aan het promoveren is en in deze sessie werd ik in drie kwartier bijgepraat.

In het kort – de resultaten van een onderzoek onder studenten:

  • studenten kijken thuis
  • technische problemen zijn er soms wel maar niet prominent in de antwoorden
  • studenten weten de opnames te vinden
  • studenten willen dat de opnames blijven en bij voorkeur voor alle vakken

23% kijkt nooit
21% kijkt minder dan 5 x

Waarom  studenten wel kijken:

  • inhalen gemist college
  • voorbereiden voor tentamen
  • verbeteren tentamenresultaten
  • verbeteren onthouden van de stof
  • verduidelijken van het materiaal

Waarom  studenten niet kijken:

  • al naar college geweest
  • geen tijd
  • hebben niet het gevoel iets gemist te hebben

68% kijkt ¾ van de opname

H.P Stuive / het gebruik van next generation e-readers en ipads in het hoger onderwijs

En wat ging meneer Stuive de mist in toen hij een productpresentatie van een idee dat hij zelf in de markt zet.

Als je achteraf zijn presentatie bekijkt dan is het geen slechte.

Maar de spreker maakte geen vrienden toen hij zei dat studenten voor onderwijscontent moeten betalen, dat bibliotheken onhandig zijn (wist hij wel dat zij vaak het materiaal al in huis hebben en dat studenten er dus niet voor hoeven te betalen) en dat je met een laptop niet in de trein gaat zitten (maar met een iPad wel).
Ik heb het niet afgewacht en ben weggegaan. Had beter een andere sessie kunnen kiezen.

Michiel Muller / oprichter route mobiel

Wat een feest om tijdens de laatste sessie van de dag te mogen luisteren naar Michiel Muller. De oprichter van Route Mobiel gaf ons een kijkje in dit bedrijf en wat zij er aan hebben gedaan om ANWB-leden te trekken. De voorbeelden waren grappig, interessant en leerzaam.

Hoe zij de creatiespiraal van Marinus Knoope hebben gebruikt en alle fasen hebben doorlopen.

De wens was:

  • een alternatief bieden voor ANWB
  • zonder hoge investeringen (gebruik bestaand netwerk, landelijke en internationale dekking)
  • met de beste partners
  • en uitbestede operaties

Verbeelden:

  • publiek kunnen overtuigen dat alternatief bestaat
  • prikkelend en confronterend
  • effectief

Geloven & uiten

  • 4 miljoen anwb leden
  • recessie
  • sleeping giant
  • tango ervaring
  • intuïtie (laatste 20% is gewoon een gok)

Onderzoeken en plannen

  • marktonderzoek
  • marketing plan
  • communicatieplan
  • pr plan
  • financiering
  • operaties

Conclusie:

De samenwerking is cruciaal geweest – je hoeft niet alles zelf te doen. Ideeën van buiten de organisatie binnen brengen, stap over not invented here en ideeën van binnen naar buiten brengen en een ander het laten doen.

(registratie/filmpje staat helaas niet online)

Je kent het wel. Het bedrijf waar je werkt zit op punt A en iedereen draait rondjes om dit punt. Er zijn collega’s die veel mogelijkheden zien buiten punt A maar die worden belemmerd door het systeem om hier iets mee te doen. Totdat iemand gewoon besluit om naar punt B te gaan. Ook al is dit niet altijd even succesvol. Je hebt vanaf punt B wel weer meer mogelijkheden. Zo zie je ineens punt C, die je niet zag vanaf punt A.  Dus, innoveer, doe om verder te komen, open nieuwe perspectieven door los te laten en gewoon te gaan.

Er zijn video’s van een aantal van bovenstaande sprekers, die vind je hier. En de presentaties van alle sprekers van dag 1 staan op slideshare.

7e edublogdiner

Dit jaar alweer de zevende keer. De tijd gaat snel. De eerste keer was ik er niet bij, voelde me nog niet echt een blogger, laat staan een edublogger. De jaren daarna was ik van de partij en organiseerde ik zelf ook een edublogdiner, bij de Winkel van Sinkel. De groep werd elk jaar een beetje groter. Mijn eerste keer waren we met zijn 10-en geloof ik. Erg knus was dat. Vorig jaar kon ik er niet bij zijn maar dat werd zeker goed gemaakt door alle tweets die aan mij werden gestuurd tijdens het eten. Omdat ik het dit keer niet wilde missen hebben Karin Winters en ik gewoon al iets geregeld. Lekker Italiaans eten. In buffetvorm zodat je tijd krijgt om bij te kletsen en nieuwe mensen te ontmoeten.

Wanneer: 8 november
Waar: Utrecht – Delano
Inschrijven kan op de wiki.

Het duurt nog even maar ik heb er nu al zin in!