gelezen: echte leiders hebben een goed verhaal

Astrid Schutte is de auteur van het boek Echte leiders hebben een goed verhaal : storytelling voor persoonlijk leiderschap. In het boek geeft Schutte drie storytellingtechnieken waarmee de lezer een boodschap scherper kunnen verwoorden zodat dit verhaal meer impact heeft.

een goed verhaal is de basis van een goed gesprek

De eerste techniek is de illustratiebrug. Deze gebruik je elke keer wanneer je een abstract woord gebruikt en dit illustreert met een concreet voorbeeld. De tweede techniek is de verhaalbrug. Met deze techniek introduceer je een concreet mens in je verhaal. Dit mens doet iets met een bepaald doel. Op deze  manier kun je abstracte concepten overbrengen. Met de verhaalbrug legt Schutte de basis ingrediënten uit van het verhaalmodel.

De zeven basis ingrediënten van een verhaal zijn:

  • hoofdpersonage
  • streven
  • gangmaker
  • helpers
  • tegenslag
  • begunstigde
  • ommekeer

De mens uit de verhaalbrug is de hoofdpersoon. De verhaalbrug maakt van een tekst een verhaal die effectiever wordt als er meer details in beschreven worden. Hoe beeldender en concreter het verhaal, hoe meer impact het heeft.

De derde techniek is de metafoorbrug. In dit geval gebruik je een metafoor die ervoor zorgt dat je je het verhaal herinnert. De metafoor blijft goed hangen, soms te goed. Zo kun je bijvoorbeeld een metafoor kiezen in de vorm van een gebouw of een voorbeeld kiezen uit de natuur.

Deze technieken kun je als leider (of gewoon als medewerker ook) gebruiken voor jouw verhaal. Maar wat voor verhaal vertel je dan? Is dat een visieverhaal, een verklaringsverhaal of een vertellers verhaal?

Een visieverhaal is een verhaal waarin je vertelt waar je naar streeft en waarom. Een verklaringsverhaal is jouw reactie op een visie van het bedrijf aan de hand van specifieke voorbeelden. En een vertellers verhaal is een verbinding tussen jouw geschiedenis, jouw normen en waarden en de visie van het bedrijf. Met dit verhaal wordt de visie authentiek.

een goed verhaal geeft richting, werkt motiverend en schept een band tussen mensen

Nu gaat dit boek over verhalen voor leiders. Leiders zijn praters en hebben dus een goed verhaal nodig. Persoonlijke verhalen maken je als leider aantrekkelijk omdat het anderen de kans geeft om je te leren kennen. Daarnaast houdt ons brein van informatie in verhaalvorm. Verhalen begrijpen we sneller en beter, we herinneren ons verhalen beter en verhalen overtuigen en motiveren meer.

Bij informatie die tot ons komt gebruiken wij 7 strategieën om deze te verwerken.

  1. samenhang
  2. betekenis
  3. doel of motief
  4. lege plekken opvullen
  5. menselijk perspectief
  6. conflict
  7. vertrouwen op wat bekend is

Samengevat:

Als leider moet je drie soorten verhalen kunnen vertellen: het visieverhaal waarin je beschrijft waar je naartoe wilt, het verklaringsverhaal waarin je reageert op kritiek en vragen en het het vertellersverhaal waarin je jezelf laat zien. In sommige gevallen kun je ze samenvoegen zodat in je verhaal zowel je visie en een uitleg als jezelf laat zien. Of je nu een of meerdere verhalen vertelt, je verhalen komen tot leven wanneer je gebruik maakt van de drie verhaalstrategieen: de illustratiebrug, de verhalenbrug en de metafoorbrug.

Na een uitleg van ongeveer 100 pagina’s geeft Schutte de voorbeelden. Zij begint met het visieverhaal van Hans Becker (ex-directeur van Humanitas) en zet dit tegenover het verhaal van Jos Elbers (voormalig voorzitter Inholland). Het eerste visieverhaal heeft impact. Het is beeldend, het is een echt verhaal waarin een beeld wordt gecreëerd dat de luisteraar herkend. Er worden concrete voorbeelden gegeven zodat abstracte begrippen duidelijk worden. Het is een krachtig verhaal.
Astrid Schutte waarschuwt om goed op te letten als je een metafoor voor je verhaal kiest. Metaforen blijven vaak lang hangen, dus ook een slecht gekozen metafoor. En een tip. Om een goed en interessant verklaringsverhaal te vertellen moet je voorbereiden en oefenen. Je hoeft ook niet te wachten totdat iemand je om het verhaal vraagt, goed luisteren en rondkijken helpt. Als er dan een verklaringsverhaal nodig is, sta jij klaar om het te vertellen.

to be a person is to have a story to tell – Isak Dinesen

Als leider heb je vertrouwen nodig en om dat vertrouwen te winnen heb je persoonlijke verhalen nodig. Dit soort verhalen zijn gemakkelijk te onthouden. Put uit je eigen verleden, ga op zoek naar verhalen die als voorbeeld of als metafoor kunnen dienen en gebruik ze. Een verhaal schrijf je samen. Er zijn een aantal methoden om dit aan te pakken, zoals de dilemmamethode (kies een thema voor een verhaal), story picking (verzamel verhalen van collega’s, klanten, of leden) of de fabelmethode (verwoord je visie in een fabel). Als je iets in de wereld wilt betekenen, als je iets wilt bereiken, als je mensen wilt coachen of begeleiden; je hebt een verhaal nodig. Astrid Schutte leert je met dit boek hoe je dat verhaal moet bedenken, maken en vertellen.

Astrid Schutte geeft ook workshops, meer informatie daarover vind je op de website Story Ventures.

Green Buildings

Op 17 februari was ik bij het Kluwer congres over Het Nieuwe Werken. Bij een van de standjes lag het boek Green Buildings : trends en best practices op het gebied van duurzamheid, kostenreductie en Het Nieuwe Werken.

Het boek is een uitgave van Corporate Facility Partners (CFP) uit Apeldoorn.

Het boek bestaat uit interviews met onder andere Bram Adema (directeur CFP), Willem Lageweg (MVO Nederland), Jacqueline Cramer (ex-minister VROM), Erik de Jonge (ANWB), Theo Rinsema (Microsoft Nederland) en Manja Jongsma-Lievaart (SNS Reaal). Daarnaast worden per onderwerp (duurzaamheid, kostenreductie en Het Nieuwe Werken) praktijkvoorbeelden gegeven. Met afsluitend bij elk onderwerp een lijstje publikaties en tips.

Bram Adema: Het Nieuwe Werken is niet Het Nieuwe Werken, maar Het Werken van Vandaag.

 

Duurzaamheid

Het eerste gedeelte van het boek, over duurzaamheid, heb ik even doorgebladerd. Ik heb niet zoveel met CO2-reductie en besparing op energiekosten. En dan bedoel ik natuurlijk dat in mijn werk dat geen aandachtspunt is, tenminste niet voor mij. Ik heb wel weer iets met cradle-to-cradle en dan met name als het gaat om meubilair. Interessant is dan het voorbeeld van de Gemeente Amsterdam (Dienstverlening en Facilitair Management) die dit principe gebruikten om een ambtswoning duurzamer te maken.

Het bedrijf Ecodrukkers kende ik nog niet, dus ook hier heb ik iets langer stilgestaan om te lezen over hoe zij duurzaam produceren. Deze drukkerij gebruikt geen materialen die schadelijk zijn voor het milieu, ze gebruiken bio-inkt, produceren CO2-neutraal en gebruiken groene stroom. Mooi initiatief!

Kostenreductie

Schokkend om te lezen dat facilitaire kosten 10-20% van de totale kosten zijn en dat zij naast personeelskosten vaak de grootste kostenpost is voor organisaties. Hierop besparen is dus erg interessant. De ANWB heeft dit gedaan door onder andere het aantal m2 per werkplek te verlagen, maar ook door verhuur van ruimte aan derden. KPMG koopt 100% duurzame (CO2-vrije) energie in tegen een scherpe prijs. En Van Dijk Educatie bespaarde op repro, schoonmaak, technisch onderhoud, beveiliging en mobiele telefonie. Zij gebruikten hier een facility scan voor.

het digitaliseren van documentstromen kan een besparing betekenen tot 35% op de totale kosten van archief, repro en documentlogistiek

Het laatste gedeelte van het boek is voor mij het meest interessant want dit gaat over Het Nieuwe Werken.

Het Nieuwe Werken

In de inleiding wordt geschreven over de drie onderdelen waaruit het nieuwe werken bestaat: de technologie, de werkplek en de medewerker. De vaste werkplek verdwijnt, de technologie zorgt ervoor dat je altijd en overal contact kan hebben met elkaar en de medewerker krijgt vrijheid, verantwoordelijkheid en wordt uitgedaagd.

De eerste case die wordt besproken is die van Microsoft Nederland. Zij hadden drie doelstellingen toen zij met het nieuwe werken begonnen: het verhogen van de productiviteit met behulp van informatietechnologie, verhogen van de vitaliteit van mensen en groei van de ondernemening. Duurzaamheid werd hier later nog aan toegevoegd. Het voordeel was dat de medewerkers van Microsoft al konden wennen aan de verandering voordat zij naar het nieuwe gebouw verhuisden.
Microsoft is een goed voorbeeld van het nieuwe werken en er komen ook veel geïnteresseerden langs om te kijken hoe zij het doen.  Om niet het risico te lopen dat de organisatie teveel in zichzelf gaat geloven is er een Raad van Anders ingesteld. Deze raad krijgt een opdracht en 3 maanden toegang tot het gebouw. De raad koppelt dan de positieve en negatieve punten terug. Inmiddels zijn er 3 raden geweest, een raad met jongeren van 14-21 jaar, een raad van rijksambtenaren en een raak van vrouwen uit de diversiteitsbeweging.

Bij SNS Reaal werden na de beursgang een aantal bedrijven overgenomen. Deze bedrijven werken geïntegreerd binnen bestaande processen en locaties en dat was niet altijd even gemakkelijk.  Voor Manja Jongsma was dit het moment om te onderzoeken of een nieuwe manier van werken gerealiseerd kon worden. In het eerste jaar (2008) werd er vooral veel aandacht besteed aan het creëren van draagvlak. Ook werden er twee premières ingevoerd (2009), geen pilots omdat die een go/no go moment kennen, maar een première omdat dit de introductie van een nieuwe ontwikkeling betekent. Tijdens de premières werden allerlei verschillende dingen uitgeprobeerd waar ze veel van hebben geleerd. Onder andere dat de techniek veel meer vervlochten moet worden in het proces en dat er altijd en door verschillende kanalen gecommuniceerd moet worden. Medewerkertevredenheid staat centraal bij SNS Reaal, maar ook een goede balans tussen werk en privé. Dat ze daarnaast ook kosten besparen door reductie van m2 is mooi meegenomen. De medewerker krijgt bij SNS Reaal veel vrijheid maar er is wel de afspraak om ten minste 2 dagen per week op kantoor door te brengen. Dit om de sociale cohesie te bevorderen.

Manja Jongsma: het mentale programma is in eerste instantie ontwikkeld op basis van de competentieprofielen van de leidinggevende en de medewerkers in het nieuwe werken en de benodigde transitie. Het programma is zo samengesteld dat de leidinggevende en medewerker wordt klaargestoomd voor de verandering.

Voor de leidinggevende betekent dit 9 maanden en voor de medewerker 6 maanden training. Onderdeel van het mentale programma zijn de 360 graden feedback, e-learning, IT instructie, een workshop afspraken maken en een plattegrondspel. En het is een succes. 94% (was 70%) raadt SNS Reaal aan als werkgever als gevolg van de invoering van het nieuwe werken. Daarnaast vindt 78% dat zij effectiever en efficiënter werken.

Naast de interviews worden er nog een aantal praktijkvoorbeelden beschreven van onder andere ABN-AMRO, Steelcase en de Rijksgebouwendienst en dat is wat dit boekje zo interessant maakt. Er worden voorbeelden gegeven waar iedereen,die met het nieuwe werken aan de slag gaat of is, iets aan heeft. De voorbeelden zijn breed (bedrijfsleven, overheid, non/profit organisaties) en iedereen heeft toch net een eigen insteek. Je moet er tegen kunnen dat CFP in elk voorbeeld genoemd wordt, het is tenslotte ook een boek dat laat zien wat zij doen. En zij doen veel, van onderzoek, scans, tot uitrol. CFP ondersteunt het proces naar een nieuwe manier van werken in vijf stappen, schrijven zij in een van de laatste hoofdstukken.

Het boek wordt afgesloten met 5 tips:

  • maak als bedrijf de verwachtingen kenbaar; het speelveld en de spelregels
  • de mens centraal zetten waardoor gedragsverandering plaatsvindt
  • hanteer een integrale aanpak bij het implementeren van het nieuwe werken
  • faciliteiten aanpassen aan verschillende groepen binnen de organisatie
  • formuleren van een duidelijke visie

Een boek met interessante voorbeelden, case studies en interviews. Een boek om door te bladeren en af en toe stoppen om echt te lezen.