De beste voorbeelden van web 2.0 in erfgoed en cultuur

Op 14 november aanstaande organiseert Mediamatic in samenwerking met de Stichting DOEN het symposium Kom je ook? met als ondertitel De beste voorbeelden van web 2.0 in erfgoed en cultuur.

In de aankondiging staat:

Een Myspace of Hyves voor je instelling? Twitter in je museum? Amateurfoto’s van Flickr in de collectie? Recensies van bezoekers op de site?
Het symposium ‘Kom je ook?’ biedt musea, erfgoedinstellingen en andere culturele organisaties in 1 dag een up-to-date overzicht van de meest inspirerende web 2.0 practices uit binnen- en buitenland.

Identificeer kansrijke web 2.0-toepassingen voor je eigen organisatie. Werk aan je eigen web 2.0-plannen en maak kans op een gratis clinic met Stichting DOEN.

Op het programma staan sprekers als Nina Simon (van The Tech Museum of Innovation), Mike Ellis ( Electronic Museum) en Shelly Bernstein (Brooklyn Museum). Bijzonder aan dit symposium is dat je als instelling mee kan doen aan een pitch om jouw idee – als je wint – in een clinic van een dag uit te werken zodat het daarna klaar is om een subsidie-aanvraag mee te doen.

Kosten zijn 120 euro en als je met een collega komt is het tweede kaartje gratis.
Lokatie: Openbare Bibliotheek Amsterdam

18 september – Symposium identiteit in Virtuele Werelden

Vanmiddag kreeg ik het verzoek in de mail om aandacht te geven aan het symposium Identiteit in Virtuele Werelden.

Op 18 september organiseert de Commissie Wetenschap en Kunst van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) in samenwerking met de Universiteit van Tilburg en de Vrije Universiteit Brussel een symposium over Identiteit in Virtuele Werelden.

De vraag die deze middag centraal zal staan is ‘wie ben ik?’.
Virtuele werelden – web 2.0-applicaties zoals Hyves of Facebook, maar ook games als World of Warcraft – geven ons nieuwe mogelijkheden om compleet iemand anders te zijn, of juist meer onszelf te laten zien. Identificatie op het internet biedt nieuwe kansen voor zelfontplooiing, maar ook nieuwe bedreigingen, bijvoorbeeld voor privacyschending of manipulatie.

In het symposium worden deze uitdagingen belicht vanuit wetenschap en kunst. Hoe komt identiteit tot stand in virtuele werelden? Hoe verhouden iemands verschillende identiteiten zich tot elkaar, en wat betekent dat voor privacy en zelfbeeld? Beïnvloedt een virtuele wereld ons ‘echte’ leven? Waarom gaan mensen op zoek naar andere identiteiten?

Jos de Mul (Erasmus Universiteit Rotterdam) spreekt over identiteitsvorming in virtuele werelden als Second Life vanuit filosofisch en cultuurhistorisch perspectief.

Mireille Hildebrandt (Vrije Universiteit Brussel) zal onder de titel ‘Virtuele identiteit: geestverruiming of bewustzijnsvernauwing?’ ingaan op de wisselwerking tussen identificatie en zelfbeeld en de kansen en bedreigingen van profilering in virtuele omgevingen.

Ronald Leenes (Universiteit van Tilburg) analyseert identificatieprocessen in sociale-netwerkomgevingen (zoals Hyves en Facebook) en de noodzaak van privacy-vriendelijk identiteitsmanagement.

Ilja Leonard Pfeijffer (dichter) gaat in gesprek met Karin Spaink (publiciste) over het verblijven in Second Life, identiteitsvorming, en het leven na Second Life.

Aanmelden
Deelname is gratis. U dient zich wel voor 10 september 2008 aan te melden via het inschrijfformulier dat u hier vindt.  Hier vindt u ook meer informatie over de sprekers en de inhoud van het programma.

Interessante materie en dus zeker de moeite waard om voor naar Amsterdam af te reizen. Zal mijn agenda moeten omgooien om heen te gaan, maar dat heb ik er wel voor over.

Delicious is eindelijk vernieuwd

En dat mocht ook wel een keer. De grootste verandering is toch wel de vormgeving, nog steeds clean and simple maar net even wat aangenamer om naar te kijken en om mee te werken. De url is nu ook niet meer zo onhandig, het is nu gewoon delicious.com geworden.

Links die je nog niet wilt delen met anderen worden nu weergegeven door een slotje in plaats van een tekst. Door op het slotje te klikken kun je de link delen met anderen. De tags die je hebt toegevoegd zie je nu in een kader (een soort pijl) in plaats van als tekst achter elkaar. Taglijsten aan de rechterkant van het scherm kun je in- of uitklappen. Maar ook de navigatie heeft een opfrisbeurt gekregen. Bovenin de pagina verschijnen nu pull-downmenu’s als ik bijvoorbeeld op Bookmarks of People klik.

Ik heb laatst al een opschoonactie gehouden en wat tags gebundeld. Met de nieuwe vormgeving denk ik dat ik dat klusje vandaag maar even af ga maken. Delicious een frisse nieuwe start, ik dus ook!

Kewl – een kookboek

Maar wat voor kookboek. Geweldig, briljant en o zo mooi vormgegeven. Ik downloadde vanavond het kookboek en was er gewoon even stil van.

Maar het is niet zomaar een kookboek, het is het taxonomy / folksonomy kookboek, met recepten voor succes. Met name gericht op bedrijven en geschreven door Informatieprofessional Daniele Barbosa. Omdat ik nog aan het bijkomen ben van de vormgeving heb ik nog niet heel erg op de inhoud gelet maar volgens mij zit dat ook wel goed.

Op de weblog van Daniele staat een korte uitleg over de inhoud van het boek:

  • The business value of a taxonomy/folksonomy and how you can deploy a solution that will grow with an organization
  • The impact of social networking tools on the enterprise
  • The governance tools that can be or should be applied
  • How to (and if you really should) merge folksonomies with existing taxonomies
  • Best practices
  • Common challenges and obstacles

Edupunk, een nieuwe trend in leren?

Een paar weken hoorde ik een nieuwe term, Edupunk. Ik sloeg het op om er later nog eens beter naar te kijken en dat is wat ik nu ga doen.

Edupunk is volgens Wikipedia:

an approach to teaching and learning practices that result from a do it yourself (DIY) attitude. Many instructional applications can be described as DIY education or Edupunk. It describes inventive teaching and inventive learning.

Het gaat dus om nieuwe manieren van lesgeven en leren waarbij do it yourself een belangrijk onderdeel is. Wikipedia is er nog niet achter of deze term een pagina zou moeten krijgen en dus staan de pagina op de nominatielijst om verwijderd te worden.

Dit komt omdat Wikipedia de term Edupunk ziet als een Neologisme, oftewel een woord dat sinds kort bestaat en nog niet is opgenomen in woordenboeken, maar wel wordt gebruikt binnen bepaalde communities. En Edupunk is zo’n woord. De term is namelijk voor het eerst gebruikt op 25 mei van dit jaar op de weblog van Jim Groom. In een aantal posts gaat hij verder in op de term. Maar de term wordt vrij snel opgepikt door diverse andere bloggers, waaronder Stephen Downes.

De definitie die Downes aan Edupunk geeft is als volgt:

Edupunk is student-centered, resourceful, teacher- or community-created rather than corporate-sourced, and underwritten by a progressive political stance. …. Edupunk, it seems, takes old-school Progressive educational tactics–hands-on learning that starts with the learner’s interests–and makes them relevant to today’s digital age, sometimes by forgoing digital technologies entirely.

Downes ziet Barbara Ganley’s filosofie als het om leren en (digitale) expressie gaat als een goed voorbeeld. Maar ook Nina Simon wordt genoemd omdat zij de web 2.0 filosofie toepast op het inrichten van tentoonstellingen in musea.

Het muntje valt nog niet bij mij. Wat is Edupunk nu precies? Een YouTube filmpje maakt het iets duidelijker.

Het gaat dus om open content en open leren, Open Course Ware als voorbeeld. Het gaat ook om api’s, widgets en mashups, om het gebruik maken van content die al bestaat op een manier die leren en onderwijs mogelijk maakt.

Als een goed en bijzonder voorbeeld wordt een Wikiproject van de universiteit van British Colombia genoemd met de titel Murder Madness and Mayhem. In 15 weken hebben studenten nagedacht, gedeeld en meegeschreven in een open online omgeving (wikipedia). Het doel was om van een aantal geselecteerde artikelen een paar featured artikelen te maken, dus een artikel dat Wikiwaardig is en na beoordeling op een aantal voorafgestelde punten door de Wikipediaredactie geplaatst wordt. Momenteel is het zo dat 1 op de ruim 1100 artikelen op Wikipedia wordt beoordeeld als featured en zo’n artikel krijgt een bronzen ster in de bovenhoek. Het is dus erg bijzonder wat de studenten gedaan hebben. Want zij hebben het voor elkaar gekregen om 3 featured artikelen te schrijven en 8 artikelen die het predicaat goed hebben gekregen (dus bijna featured). De artikelen die de studenten hadden gekregen om als bronmateriaal te gebruiken waren niet goed of featured of bestonden zelfs niet. De docent heeft naar aanleiding van zijn experiment een wiki-essay geschreven waarin hij beschrijft hoe het proces is verlopen, maar ook aangeeft dat hij de studenten de kracht en zwakten van Wikipedia wilde laten ontdekken door ermee te werken.

Maar ik dwaal af. Edupunk daar gaat het nog steeds over. Wilfred Rubens viel het ook al op dat Edupunk als term steeds vaker genoemd werd op verschillende weblogs. Hij schrijft:

Het gaat dus om een stroming van -volgens mij- voornamelijk edubloggers die zich verzetten tegen het fenomeen dat bedrijven zoals BlackBoard tools als wiki’s, social bookmarking tools of weblogs integreren in hun ‘traditionele’ (t)e-learningproducten.

Als voorbeeld wordt op de verschillende blogs Blackboard genoemd. Blackboard gebruikt in zijn nieuwste versie weblogs en wiki’s. De content die in Bb geplaatst wordt, wordt hiermee niet opener. Het zit nog steeds achter een login en de eigenaar van de content legt zich neer bij de regels die het bedrijf, Bb in dit geval, daaraan stelt.

Nu kun je je afvragen of Edupunk als term blijft bestaan. Maar eigenlijk is dat niet relevant. Het is een – vind ik – mooie term die waarschijnlijk te verwarrend is en teveel verschillende betekenissen kan hebben. Maar het gaat om het idee achter de term en dat idee is goed. Het is natuurlijk prima als er een tegenbeweging ontstaat tegen de grote bedrijven die denken dat het toevoegen van web 2.0 onderdelen in bestaande omgevingen ervoor zorgt dat er gebruik wordt gemaakt van web 2.0 in het onderwijs. Maar het openbaar maken van content, het delen, het hergebruiken, dat kan niet in die bestaande commerciele systemen. En wordt het niet hoog tijd dat dat nu eens wel mogelijk wordt.

Gebruikt beeldmateriaal is afkomstig van Flickr – Punk van WhatWhat

Homepages voor iedere LibraryThing gebruiker

Vorige week zaterdag werd het aangekondigd op de LTblog. Vanaf dat moment is het namelijk voor iedere LibraryThing gebruiker mogelijk zijn/haar homepage aan te passen. Niet langer kom je in de eigen catalogus uit, maar op een pagina die er zo uitziet:

De pagina is opgebouwd uit onderdelen die je kan aanpassen. Zo kan ik bijvoorbeeld kiezen voor de boekomslagen in mijn catalogus of voor een titellijst, maar ook het aantal boeken aanpassen. Ik lees ineens berichten in fora waar ik lid van ben en die anders teveel verstopt zaten om op te vallen. Ik zie aan de rechterkant van de pagina boeken die “hot” zijn deze maand. En als ik bepaalde onderdelen niet op mijn pagina wil hebben kan ik deze verwijderen. Het verplaatsen en reorganiseren van de onderdelen kan nog niet omdat Tim Spalding eerst van de gebruikers wil weten wat zij belangrijk vinden als default.

Tim Spalding en zijn LibraryThing team laat zien dat zij nog lang niet klaar zijn met ontwikkelen en bedenken van nieuwe toeters en bellen. Altijd met de gebruiker in gedachten en het gemak dat deze moet ondervinden door het gebruik. LibraryThing staat bij mij hoog in het lijstje van coole web 2.0 toepassingen en zal daar voorlopig wel even blijven staan.

Delicious zuigt

Tenminste dat vind ik op dit moment (normaal gesproken niet maar nu even wel). Ben ik afgelopen weken hard bezig geweest om alle links die ik in de presentatie van aanstaande donderdag gebruik netjes in Delicious te zetten met een speciale tag…

staan er inmiddels 53 volgens de lijst. Maar als ik dan op de tag klik krijg ik dit

en daar word ik dan niet echt heel erg blij van. Zeker omdat ik zeker weet dat ik de tag ook echt gebruikt heb, kijk maar

Nu hoop ik natuurlijk dat het een foutje is bij Delicious en dat het weer opgelost wordt, anders moet ik toch van de week nog aan de slag om alle 53 bewaarde links te hertaggen (en daar heb ik eigenlijk niet zo heel veel zin in!)

Update 14.43 uur: na een aantal zinvolle suggesties komt Willem met de oplossing. Zet de showing items per page op 100 en alles werkt weer. Hoe kom je er op?!?!?!

Een plat klaslokaal

Vorig jaar kocht ik in Amerika het boek The World Is Flat: A Brief History of the Twenty-First Century van Thomas L. Friedman. Ik ben er direct in begonnen met lezen maar helaas nooit verder gekomen dan het eerste hoofdstuk. Toch staat het boek nog steeds op mijn te lezen lijstje.

Nu lees ik op het weblog van The Cat Teacher Blog over het flatclassroom project dat het boek van Friedman als basis neemt. Ik lees op de About Us pagina het volgende:

The Flat Classroom Project is a global Hands-on working together project for middle and senior high school students.
It was founded by Vicki Davis (Westwood Schools, USA) and Julie Lindsay (Qatar Academy, Qatar) in 2006.

The Project uses Web 2.0 tools to make communication and interaction between students and teachers from all participating classrooms easier. The topics studied and discussed are real-world scenarios based on ‘The World is Flat‘ by Thomas Friedman.

The Flat Classroom Project 2006 is featured in the latest edition of Friedman’s book in Chapter 13, ‘If it’s not happening it’s because you’re not doing it’, page 501-503.

One of the main goals of the project is to ‘flatten’ or lower the classroom walls so that instead of each class working isolated and alone, 2 or more classes are joined virtually to become one large classroom. This will be done through the Internet through Wikispaces and Ning.

Op de wiki is een apart gedeelte voor docenten en voor studenten te vinden. Met voor de docenten How to’s, bronnen en leerplannen. En het zijn niet alleen Amerikaanse scholen die aan dit project meedoen, ook scholen in China, Australie en Oostenrijk hebben zich aangesloten. Een mooi initiatief met elk jaar een wedstrijd voor het beste idee (winnaars 2007).

Waarom bewaar ik zoveel?

Had ik gister alle achterstallige rssfeeds gelezen was het vandaag tijd voor een ander online opruimklusje.

Sinds juni vorig jaar gebruik ik Google Reader in plaats van Bloglines. En ik moet zeggen dat ik erg tevreden ben over deze online rss-reader. Het enige verschil dat mij enorm lastigvalt op een dag als vandaag is dat Bloglines items bewaard bij de originele blog en dat je ze zag als je de feed van die blog leest. Zo pakte ik nog wel eens een oude post op om te lezen of om te verwijderen. Bij Google Reader geef je een post die je later nog eens terug wilt lezen een ster en kun je desgewenst tags toevoegen (wat ik natuurlijk niet heb gedaan).

Vandaag leek het mij een goed plan om alle items met een ster door te nemen en te beslissen wat ermee te doen, direct weggooien, eerst lezen en dan wegggooien of bewaren in delicious. Al bij de start van deze actie zonk de moed mij in de schoenen. Ik had meer dan 700 posts een ster gegeven. Tsja en dan verbijt je je en begin je en ga je vooral stug door, om 5 uur later alle posts doorgewerkt te hebben en er nog een aantal over te hebben (133 in dit geval) waarvan ik nog niet weet wat ermee te doen.

Waarom bewaar ik eigenlijk zoveel? Waarom wordt er over zoveel interessante dingen geschreven? Waarom verleg ik het probleem van bewaarde items van Google Reader naar Delicious? En nog veel belangrijker, ga ik binnenkort Delicious ook opschonen? Ik vraag mij dan ook af hoe andere bloggers met dit probleem omgaan, of misschien vinden zij het wel geen probleem? Vertel het mij als ik een handige tool over het hoofd zie en er een antwoord voor mijn bewaarwoede bestaat.