Waarom blog ik eigenlijk?

Ik ben blij met de vraag van WoW!ter omdat ik nu eindelijk eens een goed excuus heb om te schrijven waarom ik blog, wie ik wil bereiken en over de posts die mij het meeste bij zijn gebleven.

Mijn allereerste post schreef ik op 8 december 2004 en ging over de verschillende generaties zoekmachines die bestaan en die je als alternatief kan gebruiken voor Google.

Omdat ik toen nog niet wist of het bloggen een blijvertje zou zijn gebruikte ik Blogger. Waarom ik toen begon met bloggen kan ik mij nog heel goed herinneren. Een toenmalige collega van mij (Henk Ellerman) blogde al, ik begreep dat toen nog niet zo goed. Want waarom zou je schrijven…? Het bloggen begon toen net een beetje in te komen. Ik twijfelde. In november bezocht ik de SURF Onderwijsdagen en zag ik Sybilla Poortman spreken. Ik kan mij de details niet meer goed herinneren maar ik mailde met Sybilla en vroeg haar hoe het was om een blog te hebben. Zij overtuigde mij om een blog te beginnen. En waarom ook niet, uiteindelijk kun je pas iets zeggen over een programma of feature als je het ook zelf gebruikt en ervaren hebt. Voorzichtig zette ik de eerste stapjes, onder een pseudoniem, Moqub.

Slecht een enkele lezer wist wie ik werkelijk was en dat was goed. Het voelde namelijk veilig. Niet dat ik over mijn werkplek ging schrijven, of over collega’s maar toch wilde ik niet dat iedereen wist wie ik was. In april 2005 was het over met de anonimiteit. InformatieProfessional mailde mij namelijk met de vraag of zij mij mochten interviewen voor een artikel over biblio-bloggers. Mijn ego won het van de anonimiteit. Wel heb ik eerst even met mijn toenmalige directeur gesproken of hij ermee akkoord ging dat ik uit de anonimiteit stapte. Zijn bibliotheek zou tenslotte ook genoemd worden en ik vond het wel netjes om hem van te voren in te lichten. Gelukkig had hij er geen enkel probleem mee. Wat ik in deze nog steeds bijzonder vind is dat sommige lezers denken dat ik een man ben (al wordt dat wel steeds minder) en dat anderen mij consequent Moqub blijven noemen (zowel op de blog als in real life). En dat is prima. Moqub is gewoon een andere naam voor mij en ik luister er ook naar. Waar Moqub vandaan komt, die vraag krijg ik vaak. Het is een verzonnen naam, die ik lang geleden heb bedacht (toen het world wide web nog voluit geschreven werd).

Over statistieken van mijn blog in de beginjaren weet ik niets. Ik kan wel zien aan de comments wie mijn blog leest en door op congressen te vertellen over mijn blog weet ik ook dat steeds meer mensen deze gingen lezen. In juni 2005 werd het daarom tijd om over te stappen naar een eigen domein, een eigen server (dank aan Mark) en nieuwe software (Nucleus). Met Nucleus heb ik even gewerkt maar merkte dat ik niet genoeg kennis had om alles te kunnen wat ik wilde. In overleg met Mark ben ik toen overgestapt naar WordPress, een keuze waar ik tot op heden geen spijt van heb. Sinds kort heb ik ook een statistieken plugin draaien zodat ik veel beter kan zien op welke zoektermen bezoekers binnenkomen en wie zij zijn. Ook kijk ik regelmatig bij Google Analytics maar de verschillen tussen beide statistiekenprogramma’s zijn groot. En eigenlijk maakt het ook niet uit hoeveel mensen je blog lezen. Alhoewel het leuk is om te zien dat de bezoekersaantallen omhoog gaan (toen ik over de brand bij Bouwkunde schreef schoten die omhoog naar 1454!). Als ik schrijf doe ik dit om mijn eigen gedachten te ordenen, om informatie te bewaren en als anderen plezier hebben in het lezen daarvan dan word ik daar alleen maar blij van. Soms schrijf ik wel eens een post die kort door de bocht is, soms is dat om frustratie kwijt te raken. Maar vaker schrijf ik over dingen die ik signaleer en die mij opvallen of schrijf ik over een nieuw dingetje dat ik heb uitgeprobeerd.

Zo schreef ik vorig jaar maart over twitter. Dat leek mij zo stom iets. Ik begreep er niets van. Hoezo zou ik iemand vertellen waar ik uithing en wat ik aan het doen was. Non-informatie leek het mij. En dat dan anderen dat gingen volgen. Tijdverspilling. Of toch niet? Practice what you preach zou je denken, maar niet in dit geval. Het heeft meer dan een jaar geduurd voordat ik twitter een kans gaf en sindsdien twitter ik er vrolijk op los. Om op deze manier over een paar maanden te vertellen wat ik er nu echt van vind, onderbouwd met argumenten natuurlijk.

De post die mij tot op heden het meeste bij is gebleven is de post die ik schreef naar aanleiding van de IP-lezing in 2006 en die ging over de workshop van Boyd Hendiks. Binnen no time had namelijk Boyd Hendriks op deze post gereageerd, oeps! Hij was het niet helemaal eens met mijn post. En wat doe je dan, dan schrik je even en denk je, ach het is mijn mening, daar mag iemand het niet mee eens zijn. Maar ik heb wel geleerd dat ook sprekers aan egosurfen doen of zelfs misschien een google-alert op hun naam hebben staan (bestonden die toen al?).

Over sprekers gesproken. Ik ben dankzij mijn blog al enkele malen gevraagd om te komen spreken op congressen, workshops, themamiddagen en symposia. Leuk om te doen maar het geeft ook stress. Je moet je presentatie goed voorbereiden en in sommige gevallen is dat niet heel moeilijk. Als het bijvoorbeeld gaat over web 2.0 en social software dan weet ik wel wat ik wil vertellen. Het wordt anders als het gaat over een nieuw onderwerp waar ik mij mee bezig hou, zoals bijvoorbeeld gaming & bibliotheken. Omdat dit onderwerp nog zo nieuw is en toch wel wat weerstand met zich meebrengt vind ik het lastig om daar een presentatie over te geven. Ik doe het wel, omdat ik hier ook alleen maar van leer. Maar makkelijk is het niet. Leuker vind ik het om artikelen te schrijven. Zoals ik bijvoorbeeld deed met Gerard Bierens naar aanleiding van ons bezoek aan Computers in Libraries. Of het stuk dat ik schreef toen ik als Eduguide meemocht naar Educause in Dallas.

Het fijne van het hebben van een weblog is dat mensen je gaan herkennen en dat je makkelijker mensen ontmoet. Op congressen is dit handig, je hebt al snel een onderwerp om over te praten. Ik stap ook makkelijker op mensen af van wie ik het weblog lees. Vaak gewoon om even hoi te zeggen of te reageren op een post. Bijzonder vind ik dan ook het jaarlijkse edublogdiner, dat voor de onderwijsdagen wordt georganiseerd. Elk jaar komen er meer mensen bij en dat is goed om te zien. Het is een uitje waar ik zeker naar uitkijk. Ook omdat je sommige bloggers niet vaak in real life ziet. Het edublogdiner is dan de plek om even bij te kletsen.

Na bijna 4 jaar bloggen heb ik een aantal dingen geleerd:

  • van bloggen blijf je op de hoogte van ontwikkelingen in je eigen vakgebied
  • van bloggen leer je meer mensen kennen (je netwerk groeit erg snel) – mensen die je normaal gesproken nooit zou ontmoeten maar die wel in hetzelfde vakgebied werken als jij
  • bloggen kost energie, soms veel energie, soms energie die je eigenlijk niet meer hebt na een dag werken
  • soms wil je stoppen met bloggen omdat je je afvraagt waarom je het eigenlijk doet
  • bloggen hou je alleen vol als je er lol in hebt en het niet ziet als iets wat MOET
  • je lezers rekenen op je, dat voelt soms als een druk – zeker als je een congres hebt bezocht en je hebt er na een week nog niet over geschreven
  • de meeste spam komt binnen op de post Wikipedia imploft – een korte post met een comment waar ik nog steeds niet veel van begrijp
  • soms krijg je comments die niet aardig zijn
  • soms schrijf je posts die niet aardig zijn
  • ruzie heb ik nog niet gemaakt, maar misschien heb ik wel op tenen getrapt
  • soms krijg je helemaal geen comments, maar dit betekent niet dat mijn post niet wordt gelezen
  • ik hou ervan om de presentatie van mijn blog zo nu en dan aan te passen (dit jaar al 3x geloof ik)
  • soms zijn anderen je voor en schrijven zij over iets waarvan jij dacht de eerste te zijn
  • bloggen is geen wedstrijd, iedereen heeft een eigen manier waarop zij dingen benaderen en daarmee een eigen focus
  • als je blogt lees je veel (vooral rss-feeds in mijn geval)
  • het houdt niet op bij bloggen, als je blogt dan plaats je ook foto’s online, bewaar je misschien links bij delicious en ga zo maar door
  • bloggen is een manier van leven
  • bloggen leert je hoe anderen met content omgaan, zeker als zij tekst of foto’s zonder bronvermelding van je overnemen
  • als je blogt onder werktijd betekent dit dat je baas iets van je blog mag vinden (daarom blog ik niet onder werktijd)
  • MIJN BLOG DAT BEN IK!

Nu hoop ik natuurlijk dat WoW!ter van alle biblioblogs een verhaal krijgt en dat hij tijdens OCN hier een leuke, grappige, originele presentatie van kan maken. Uiteraard hoeft je post niet zo uitgebreid te zijn, kijk maar bij Gerard en Marina – die kunnen de essentie in veel minder woorden vatten.

Mijn online aanwezigheid is verdeeld over het web

In april las ik een post van D’Arcy Norman die in mijn deliciouslijst verdween om op een later moment nog eens te lezen en over na te denken. Vandaag is zo’n dag om dat te doen, zeker omdat er ook andere berichten inmiddels langs zijn gekomen die in combinatie met de post van D’Arcy Norman voor mij een ingang zijn om wat bedenkingen op te schrijven.

D’Arcy Norman’s post heet scattered vs. individual publishing en gaat over de content die hij online plaatst maar die verdeeld is over het web. Hij schrijft:

I’ve been thinking a lot lately about publishing things individually, on my own, as opposed to scattering stuff across the various services out there. Partially, it’s because of some sense of wanting to retain control and ownership of what I do. Partially, it’s a thought exercise to help figure out what it would really mean for an individual to fully maintain their own digital identity as opposed to relying on any number of ephemeral third parties to enable that.

“Scattered” publishing involves a bunch of people navigating a bunch of services in order to find relevant bits published by the people they care about. “Individual” publishing involves individuals managing their content in one place, and letting the people they care about have access in any way they need.

Dus samenbrengen van de content die online verspreid is zodat mensen die jou volgen dit eenvoudig op een plaats terug kunnen vinden. Waarbij de maker van de content controle houdt over waar zijn/haar content terecht komt en hoe het wordt gepubliceerd. Maar ook het samenbrengen van mensen die op een eigen manier jouw content tot zich kunnen nemen.

D’Arcy Norman heeft natuurlijk gelijk, een blogger die foto’s plaatst, zijn links online bewaard, podcasts opneemt en publiceert en doet aan microblogging is daarmee op vijf verschillende plaatsen terug te vinden. Hij/zij kan natuurlijk op zijn/haar weblog links opnemen naar de sites waar ook content staat maar dat betekent dat de lezer extra moet klikken om die content te zien.

Het mooiste zou natuurlijk zijn als je gebruik kan maken van een systeem waar je alles tegelijkertijd kan doen. Dus een tool waar je foto’s kan uploaden, links kan bewaren en blogposts kan schrijven. Waarbij het systeem er dan voor zorgt dat mijn foto’s ook automatisch bij Flickr terecht komen en mijn links bij Delicious.

Als je het andersom zou doen, dus alle content die er van jou bestaat op een plaats samenbrengen dan kun je gebruik maken van tools als Netvibes waar je dan een eigen publieke pagina aanmaakt. Maar tegenwoordig zijn er ook plugins voor bijvoorbeeld WordPress die dat voor jou doen. Lifestreaming heet het principe van het samenbrengen van content.

Lifestreaming is niet nieuw, het bestaat al sinds 1996 en is bedacht door Eric Freeman en David Gelernter van de universiteit van Yale. Op de website van het onderzoek staat:

A lifestream is a time-ordered stream of documents that functions as a diary of your electronic life; every document you create and every document other people send you is stored in your lifestream. The tail of your stream contains documents from the past (starting with your electronic birth certificate). Moving away from the tail and toward the present, your stream contains more recent documents — papers in progress or new electronic mail; other documents (pictures, correspondence, bills, movies, voice mail, software) are stored in between. Moving beyond the present and into the future, the stream contains documents you will need: reminders, calendar items, to-do lists.

In die tijd werden rssfeeds nog niet veel gebruikt en stond bloggen nog in de kinderschoenen. Maar met het gebruik van social software en web 2.0 tool werd ook de vraag naar een persoonlijk overzicht groter. Superglu speelde hierop in, een site waar je jouw content van delicious, flickr en weblog kan samenbrengen.

In 2007 schrijven een aantal bloggers al over de problemen die zij tegenkomen bij lifestreaming, bijvoorbeeld Emily Chang en Jeremy Keith. Zij probeerden verschillende tools uit en bouwden tenslotte zelf een lifestreamingpagina. Het valt mij op dat lifestreampagina’s niet het toppunt zijn van mooie vormgeving. De meeste lifestreampagina’s zijn saaie lijsten van data en content. Maar meer hoeft het niet te zijn toch?

Of toch wel? Op de ReadWriteWeb stond vorige week het artikel The Future of Blogging Revealed, Edwin schreef hier ook al over. In dit artikel aandacht voor Julia Allison, die een wel heel mooi vormgegeven lifestreamingpagina heeft gemaakt in plaats van een weblog. De pagina lees je van links naar rechts zodat het idee van een tijdlijn ontstaat.

Volgens ReadWriteWeb zijn lifestreamingpagina’s de nieuwe blogs, de tools zijn tenslotte voorhanden en Julia bewijst dat zij succesvol is met haar lifestream. Nu denk ik dat het wel mee zal vallen. Niet iedere blogger wil zijn hele hebben en houwen samenbrengen op een pagina. Misschien wel voor zichzelf om het overzicht te houden en om af en toe eens te kijken naar wat hij/zij twee jaar daarvoor ook alweer deed. Ik weet dat ik het erg grappig vond om van de week door oude blogposts te gaan om deze te editen. Je komt zo leuke en interessante dingen tegen. Een pagina waar ik in een tijdlijn kan zien wat ik heb gedaan lijkt mij dan ook handig. Maar niet als homepage van mijn blog. Mijn blog is mijn blog en daar schrijf ik posts. Wat ik wel graag zou willen en al eerder zei, is een blogsysteem waar ik mijn foto’s en links ook kan bewaren en die deze dan omzet naar Flickr en Delicious. Naar mijn weten is dat er (nog) niet, maar als iemand een tip heeft dan hoor ik het graag.

Gebruikt beeldmateriaal is afkomstig van Flickr –let there be lights van mag3737

Grote (online) schoonmaak

Beetje laat in het jaar, maar ach beter laat dan nooit. Het begon gister met het opschonen van Deliciouslinks en tags. Een rotklus dat ik niet langer volhield dan een klein uurtje. Het blijkt dat ik heel veel tags maar 1x gebruik en dat stoort mij dan. Ik bekijk dan een bewaarde link nog eens kritisch, wil ik hem echt bewaren dan geef ik ook zinvolle tags die ik vaker gebruik en anders druk ik op de deleteknop. Een aantal tags heb ik hernoemd. Waarom tag ik eigenlijk in het Engels….? Niet meer dus, vanaf nu Nederlandse tags tenzij het echt niet anders kan. Helaas is het klusje nog niet geklaard en zal ik er nog wel even mee bezig zijn, stug volhouden dan komt het wel een keer goed.

Vandaag viel mijn oog op de categorieën op mijn weblog, nadat ik eerst wat onnodige htmlcode had verwijderd uit de template en wat widgets had toegevoegd. Toen ik namelijk begin met bloggen bestond de term web 2.0 nog maar net en gebruikte ik nog geen tags (kon toen ook nog niet in Blogger). Inmiddels zijn wij een paar jaar verder en is web 2.0 dusdanig ingeburgerd dat het zijn betekenis wel een beetje verloren heeft. Ik bedacht dus dat het handiger zou zijn om de categorie social software en web 2.0 te vervangen door het nieuwe web. Ook om hiermee klaar te zijn voor het geval web 3.0 in opmars komt en ik daarover wil schrijven.

De eerste categorie social software liet zich gemakkelijk wijzigen. De tweede categorie (web 2.0) niet, waarschijnlijk omdat de categorie het nieuwe web al bestond. Ik moest dus handmatig meer dan 50 posts door om de categorie aan te passen. En terwijl ik dat deed heb ik ook maar even de SEO-velden aanvullen en tags toegevoegd. Halverwege bedacht ik mij ineens dat ik aan het valsspelen was. Ik schreef eerst namelijk veel posts in de categorie web 2.0 en internet. Die categorieën zijn nu niet langer terug te vinden. Wel als tag maar niet als categorie. Trouwens wat zegt de categorie internet nu eigenlijk. Niets toch zeker. De tag internet heeft het daarom ook niet gehaald. Web 2.0 wel en daar is dus nog veel content op te vinden. Misschien vervang ik het nieuwe web nog wel door het sociale web, ik denk daar nog even over na. Net als dat ik nadenk over het vervangen van de categorie bibliotheken, door de digitale bibliotheek.

En terwijl ik de oude posts aan het doornemen was kwam ik leuke en interessante dingen tegen. Soms dacht ik, joh heb ik hier over geschreven, bij andere posts dacht ik zou die site nog bestaan? Fleck bijvoorbeeld. Ik schreef erover in mei 2006, toen de site nog in beta was. Ik heb er nadien nooit meer over gehoord maar Fleck bestaat nog. Door Fleck te gebruiken kun je bookmarks opslaan en van notities voorzien, maar ook deze delen met groepen of met een groep een collectie van links opbouwen en je kunt de bewaarde links pushen naar Twitter, PlaxoPulse of email. Leuk verzonnen maar delicious werkt prima voor mij dus zal ik niet snel overstappen naar een site die zo goed als hetzelfde doet.

En zo ben je zomaar even een tijdje zoet met op het oog nutteloze dingen, of toch niet? Door het toevoegen van de SEO-velden en misschien wel het gebruik van twitter zijn de bezoeken aan mijn blog bijna verdubbeld en zeg nou zelf, wie vindt dat nu een vervelende bijkomstigheid?

Gebruikt beeldmateriaal is afkomstig van Flickr – cleaning the crawlspace van ClintJCL

Kinderboeken 2.0

Toen ik jaren geleden keuzevakken moest kiezen op de bibliotheekopleiding vond ik dat niet zo heel moeilijk. Een mogelijkheid was namelijk het vak kinderboeken. En wat ik ook allemaal van te voren had gedacht over het vak, het viel vies tegen. Niet omdat het vak niet leuk was, of de docent vervelend. Nee, ik moest mij ineens gaan verplaatsen in peuters, kleuters en tieners om zo te bedenken of een boek wel of niet zou aanslaan. Zoals iedereen inmiddels weet heb ik na het volgen van het vak nooit meer iets met kinderboeken gedaan maar mocht het er ooit nog van komen dat ik in een openbare bibliotheek ga werken dat wil ik dat alleen doen als ik op de jeugdafdelding terecht kom.

Een leuk initiatief dat ik dan zeker zou introduceren is het maken van podcasts over kinderboeken. Net als de site Just One More Book!!


Opgenomen in hun favoriete coffeeshop praten Andrea en Mark met auteurs en over kinderboeken. De podcasts zijn te beluisteren via de website of via iTunes. De podcasts duren 5 tot 30 minuten en bevatten reviews en interviews. Al vanaf de zomer van 2006 zijn zij bezig en de lijst met entries en categorieen is daarom enorm. Zeker de moeite waard om eens een kijkje te nemen als je iets doet met kinderboeken, of als je het gewoon leuk vind om op de hoogte te zijn van het laatste nieuws in kinderboekenland.

Moqub’s bibiotheek van dingen – nieuwe vorm

De afgelopen dagen ben ik lekker bezig geweest met het installeren van een nieuw thema op mijn weblog. Een aantal hebben het niet overleefd (teveel toeters en bellen die ik niet zelf op een eenvoudige manier in kon stellen, rare footers, etc.) Degene die nu te zien is heeft nog een aantal dingen die niet naar mijn zin zijn of niet werken (zoals de mailfunctie rechts bovenin), maar het moet maar even zo. Ik heb genoeg ge-php-ed en te lang dreamweaver open gehad. Ik wil nu gewoon weer even feeds lezen en schrijven.

Een beetje reclame

Volgende week zaterdag vertrek ik naar Dallas om in de week die er op volgt me te laten overladen door informatie op Educause. Ik heb alle lezingen die worden gegeven doorgenomen en een keuze gemaakt, nouja ik heb alles aangevinkt wat mij interessant lijkt.

Voor deze trip, die ook wel Edutrip wordt genoemd zijn twee belangrijke sites voor de thuisblijvers. Een wiki waar alle verslagen online op verschijnen en een blog, die wordt volgeschreven door Gerard Dümmer.

En voor hen die liever van papier lezen zal SURF, net als ieder jaar, een boekje uitgeven (maar dat duurt nog wel even).

PS: ik twijfel heel erg of ik mijn Ibook wel of niet mee zal nemen (schijnen zalen vol pc’s aanwezig te zijn). Kan iemand mij vertellen hoe de Amerikaanse douane momenteel omgaat met laptops en of ik mijn maccie beter thuis kan laten?

Educause 2006 – voorbereiding

Afgelopen donderdag was ik aanwezig bij de voorbereidingsbijeenkomst van de Edutrip naar Educause 2006 (Dallas – oktober). Volgens Pierre had ik eigenlijk dezelfde dag al moeten bloggen zoals Gerard heeft gedaan maar er kwam iets tussen en dus ben ik er niet aan toegekomen. Maar aangezien Gerard de officiele blogger voor deze trip is geef ik hem alle eer om als eerste een post te plaatsen.

nmiddels staan ook mijn foto’s van die middag op Flickr. En hier had ik al direct een dilemma. Want als mijn foto’s onder het SURF account staan dan kan ik ze niet gebruiken in mijn blog – tenminste niet zoals ik met mijn eigen foto’s doe. En foto’s dubbel op Flickr zetten zodat zij ook bij mijn eigen account staan is natuurlijk onzin. Ik heb er even over gedacht de foto’s onder mijn account te uploaden en dan in de groep van SURF te plaatsen, maar die groep is er nog niet. Dus dan toch maar het SURF account gebruiken. Het is tenslotte voor de trip waar we allemaal mee gaan.

Ik schreef er al eerder over. Ik mag dit jaar mee naar Dallas als eduguide voor het onderwerp Social Software in leerprocessen. Afgelopen donderdag leerde ik tijdens de bijeenkomst “mijn groep mannen” kennen. Een aantal deelnemers kende ik al van Lorenet-2 of de HIVE-gebruikersgroep Nederland. We hebben met de groep gediscussieerd over het onderwerp en de probleemstellingen die al op de wiki staan. Deze wiki wordt tijdens de reis gebruikt om verslagen te plaatsen zodat ook de thuisblijvers kunnen meelezen en kunnen reageren op wat wij meemaken.

De middag was heel informatief en gezellig en ik heb al enorm veel zin om met de groep naar Dallas af te reizen. Nog 20 dagen en 15 uur wachten……

Ken jij je lezers?

Een nieuwe tool om de lezers van je weblog te leren kennen: MyBlogLog.

MyBlogLog Communities is a social network for blog readers. You know a lot about your favorite bloggers, but how much do you know about their readers, or the readers of your own blog?

Bij MyBlogLog kun je een profiel aanmaken, een foto van jezelf uploaden en usernames van Flickr, MySpace en bijvoorbeeld LinkedIn toevoegen. Daarna kun je de eigen blog en een screenshot hiervan aan het profiel hangen. Als je dit allemaal hebt gedaan kun je je aanmelden bij verschillende communities en aangeven wie je vrienden zijn (met verschillende opties: wij zijn vrienden (two-way), ik bewonder hem/haar (one-way).

Vooralsnog geef je door comments aan dat je iemand entries interessant vindt en door blogrols kun je aangeven wie je vaak leest en welke blogs jij interessant vindt zodat anderen die ook kunnen lezen.

But MyBlogLog Communities serves a different purpose – it helps you to find the readers who don’t comment, don’t have their own blogs or the ability to link to you, but still want to appear on your radar.

Een community als MyBlogLog werkt natuurlijk alleen maar als veel gebruikers zich aanmelden en serieus aangeven wie er in de “vriendengroep” zitten. En dat kan, volgens mij, alleen maar als die “vrienden” ook al in het systeem zitten. Of deze community iets toevoegt aan het sociale netwerk dat je sowieso al opbouwt door te bloggen is moeilijk te zeggen. Misschien leuk om uit te proberen, maar misschien ook niet.

Meer info: MyBlogLog
Via: Mashable