De Onderwijsdagen – dag 1 – 9 november

Een paar weken geleden werden de Onderwijsdagen in Utrecht gehouden. Dit jaar een iets andere opzet, meer pauzes en tijd om te netwerken, geen beursvloer en geen feest. Toch kan ik tevreden terug kijken op het congres dat begon op de avond ervoor met het Edubloggersdiner. Ik heb heerlijk gegeten en bijgepraat met (on)bekenden. En nu heb ik 12 pagina’s aantekeningen voor me en moet ik besluiten. Maak ik er een lange post van of knip ik hem op, geef ik de sessies waar ik echt enthousiast van werd meer ruimte op mijn blog? Ik zal het tijdens het schrijven besluiten.

Wim Liebrand (directeur SURF) opent de Onderwijsdagen en heeft even een babbeltje met Sander Breur (voorzitter LSVb). Sander is echt een student van deze tijd. Hij gebruik Google en Ctrl F als hij een online tijdschrift leest. Hij heeft drie mobiele telefoons en zoekt met layer de dichtstbijzijnde pinautomaat tijdens een avondje stappen. Hij praat over docenten die verslagen per post willen krijgen terwijl Sander niet eens weet waar hij postzegels moet kopen. En dus zit in zijn beleving het probleem aan het begin, dus bij de docent als het gaat om onderwijs. Een beetje kort door de bocht maar ach, hij is nog jong zullen er veel zeggen. Zijn opmerking over twitter en dat anderen daar iets aan moeten hebben stoorde mij meer. Zeker als je deze tweet van Sander bekijkt.

Vertel eens Sander, wie heeft er iets aan deze informatie….

(registratie/filmpje)

Curtis Johnson – senior partner Education Evolving

Het boek dat Johnson schreef Disrupting Class, Expanded Edition: How Disruptive Innovation Will Change the Way the World Learns is nog steeds verkrijgbaar. Maar wat is disruptive innovation? Johnson legt uit dat het oude niet wordt verlaten maar dat het voor andere doelen wordt gebruikt, bijvoorbeeld paarden die nu worden gebruikt voor recreatie in plaats van handel.

wat zou Gutenberg denken als hij een ipad vast mag houden

Maar hoe zit dat dan in het onderwijs? Het onderwijs is geen industrie, waarom daar dan disruptive innovation inzetten. Johnson ziet het onderwijsmodel dat niet van deze tijd is. De politiek is niet het probleem. Het probleem is dat kinderen nog steeds achter elkaar in rijen zitten met een docent ervoor. Als je die situatie bekijkt lijkt het alsof onderwijs een schaars goed is maar niets is minder waar.

Jongeren van nu nemen kennis in zich op, ze verbinden het, maken mash-ups en als studenten niet mee gaan worden ze gestraft. Werkt dat? Johnson meent van niet.

Als studenten willen leren kunnen wij ze niet stoppen en als ze niet willen kunnen wij ze niet overtuigen. Standaardiseren helpt volgens Johnson niet, het is ook niet van deze tijd, maar het is wel handig voor de docent. In de optiek van Johnson is radical personalisation het enige dat helpt bij de groep die nu buiten de boot valt.

Johnson verwijst naar de S-curve die in de industrie vaak wordt gebruikt om vooruit- en achteruitgang te kunnen bepalen. Het onderwijs zit momenteel onderaan de S-vorm. In 2018 zal de meerderheid aan het plafond zitten. Maar stel dat dat gebeurd. Pas dan gaan scholen er volgens Johnson anders uitzien. En als voorbeeld geeft hij een school met 180 leerlingen die allemaal achter een pc zitten. Het ziet er niet naar uit alsof dit een onderwijsomgeving is, maar dat is het wel en alle leerlingen leren op hun eigen manier.

Moet je als onderwijs lijdzaam toezien terwijl je weet dat dit er aan zit te komen? Johsnon vindt van niet, hij meent dat het onderwijs disruptive innovation moet omarmen. Zoals bijvoorbeeld IBM heeft gedaan. Zij spenderen geld, ruimte en mensen aan disruptive innovation. Deze groep is autonoom en beslist zelf over innovatie. Zoiets hebben wij in Nederland niet.

by 2018 the majority of learning will be learning online

(registratie/filmpje)

Wilfred Rubens – vormt motivatie de sleutel tot leren in 2011?

Ik kan een samenvatting geven van Wilfreds presentatie maar je kan hem ook gewoon bekijken.

Wilfred gebruikte – zoals al eerder – een twitter backchannel om de mensen in de zaal en thuis mee te laten doen. Hij schreef erover op zijn blog.

Wat zijn de factoren om intrinsieke motivatie te bevorderen:

  • autonomie – eigenaarschap – geef studenten autonomie over eigen leren, laat ze de keuze hebben over gebruik van technologie – geldt ook voor docenten
  • doelgerichtheid – betekenisvol en authentiek – discussies worden ingezet binnen ELO maar staan vaak los van het curriculum – wat is dan het doel van de discussie
  • meesterschap = betrokkenheid – meesterschap krijg je vaak pas door betrokkenheid te creëren – geef je door feedback en niet door het afnemen van toetsen – anders motiveer je niet om de lat hoger te leggen, geef zelf het voorbeeld van een goede meester te zijn
  • sociale verbondenheid en social presence – je doet het met anderen samen – dat leren – gevoel van vertrouwen en onderlinge verbondenheid
  • perceptie van interactie – gevoel dat studenten hebben dat zij in omgeving zitten waarin zij beroep kunnen doen op anderen (docenten en medestudenten) – skype als voorbeeld – mocht je wat willen vragen dan zijn vrienden online – geeft fijn gevoel
  • mogelijkheid om te delen met anderen = motiverend – gaat beter zijn best doen om kwaliteit te leveren – wij maken gesloten omgevingen
  • privacy – leerlingen zijn bereid om te publiceren maar willen ook dingen voor zichzelf houden
  • progressie zien – speelsheid – is arbeidsintensief maar levert wel veel op – geven feedback – wel voorstander van formatieve toetsen, voortgangstoetsen – play bevorderd motivatie – moeten we massaal gamen – nee – maar wat maakt game aantrekkelijk
  • gebruikersvriendelijkheid

Houd daarbij in gedachten dat:

  1. mensen/studenten gebruiken de eigen meegebrachte technologie
  2. social media met eigenschappen in relatie tot gebruik – eigenschappen die appelleren aan groot aantal factoren die eerder zijn genoemd
  3. server based computing – centraal beheerde en geïnstalleerde applicaties, gepersonaliseerde werkomgeving (mac, windows, linus, eigen applicaties) – voor lerenden en docenten werkt dit motiverend, ICT beheer is niet perse meer nodig – binnen beheersomgeving gebruik maken van de technologie

Wilfred eindigde met een bijzonder mooi initiatief.

EenTweeTien Documentaire from Jeroen Diks on Vimeo.

Op de website www.eentweetien.nl vind je meer informatie.

(registratie/filmpje)

Pierre Gorissen – meten is weten

Ik had even gemist dat Pierre aan het promoveren is en in deze sessie werd ik in drie kwartier bijgepraat.

In het kort – de resultaten van een onderzoek onder studenten:

  • studenten kijken thuis
  • technische problemen zijn er soms wel maar niet prominent in de antwoorden
  • studenten weten de opnames te vinden
  • studenten willen dat de opnames blijven en bij voorkeur voor alle vakken

23% kijkt nooit
21% kijkt minder dan 5 x

Waarom  studenten wel kijken:

  • inhalen gemist college
  • voorbereiden voor tentamen
  • verbeteren tentamenresultaten
  • verbeteren onthouden van de stof
  • verduidelijken van het materiaal

Waarom  studenten niet kijken:

  • al naar college geweest
  • geen tijd
  • hebben niet het gevoel iets gemist te hebben

68% kijkt ¾ van de opname

H.P Stuive / het gebruik van next generation e-readers en ipads in het hoger onderwijs

En wat ging meneer Stuive de mist in toen hij een productpresentatie van een idee dat hij zelf in de markt zet.

Als je achteraf zijn presentatie bekijkt dan is het geen slechte.

Maar de spreker maakte geen vrienden toen hij zei dat studenten voor onderwijscontent moeten betalen, dat bibliotheken onhandig zijn (wist hij wel dat zij vaak het materiaal al in huis hebben en dat studenten er dus niet voor hoeven te betalen) en dat je met een laptop niet in de trein gaat zitten (maar met een iPad wel).
Ik heb het niet afgewacht en ben weggegaan. Had beter een andere sessie kunnen kiezen.

Michiel Muller / oprichter route mobiel

Wat een feest om tijdens de laatste sessie van de dag te mogen luisteren naar Michiel Muller. De oprichter van Route Mobiel gaf ons een kijkje in dit bedrijf en wat zij er aan hebben gedaan om ANWB-leden te trekken. De voorbeelden waren grappig, interessant en leerzaam.

Hoe zij de creatiespiraal van Marinus Knoope hebben gebruikt en alle fasen hebben doorlopen.

De wens was:

  • een alternatief bieden voor ANWB
  • zonder hoge investeringen (gebruik bestaand netwerk, landelijke en internationale dekking)
  • met de beste partners
  • en uitbestede operaties

Verbeelden:

  • publiek kunnen overtuigen dat alternatief bestaat
  • prikkelend en confronterend
  • effectief

Geloven & uiten

  • 4 miljoen anwb leden
  • recessie
  • sleeping giant
  • tango ervaring
  • intuïtie (laatste 20% is gewoon een gok)

Onderzoeken en plannen

  • marktonderzoek
  • marketing plan
  • communicatieplan
  • pr plan
  • financiering
  • operaties

Conclusie:

De samenwerking is cruciaal geweest – je hoeft niet alles zelf te doen. Ideeën van buiten de organisatie binnen brengen, stap over not invented here en ideeën van binnen naar buiten brengen en een ander het laten doen.

(registratie/filmpje staat helaas niet online)

Je kent het wel. Het bedrijf waar je werkt zit op punt A en iedereen draait rondjes om dit punt. Er zijn collega’s die veel mogelijkheden zien buiten punt A maar die worden belemmerd door het systeem om hier iets mee te doen. Totdat iemand gewoon besluit om naar punt B te gaan. Ook al is dit niet altijd even succesvol. Je hebt vanaf punt B wel weer meer mogelijkheden. Zo zie je ineens punt C, die je niet zag vanaf punt A.  Dus, innoveer, doe om verder te komen, open nieuwe perspectieven door los te laten en gewoon te gaan.

Er zijn video’s van een aantal van bovenstaande sprekers, die vind je hier. En de presentaties van alle sprekers van dag 1 staan op slideshare.

SURF Onderwijsdagen – dag 2 – De niet-bestaande net-generatie en de impact op onderwijs

Nu verwacht iedereen een verslag van de sessie van Wilfred Rubens en normaal gesproken zou ik dat ook doen, maar nu een x niet (sorry Wilfred). Als je wilt weten wat Wilfred allemaal vertelde kijk dan even naar de presentatie die gewoon online staat, de flip-video’s die Willem maakte of lees het verslag bij andere bloggers.

Ik wil het graag hebben over de discussie die de presentatie van Wilfred opriep. Pierre schreef er ook al over maar ik geef graag mijn eigen versie van het geheel weer.

Het gaan om het volgende:

Zeggen beelden meer dan woorden? Begrijp je waar ik heen wil?

Nee…. wel….. misschien een beetje… Ik leg het uit. De sessie van Wilfred was de enige sessie waar ik bij was waar de techniek explosief gebruikt werd. Er werd getwittert, geblogd, gefilmd (live stream), gefotografeerd en er was een backchannel. Er was geen ontkomen aan, als je in de sessie aanwezig was ben je nu vast ergens online te vinden. En wil je dat? Nee misschien wel niet. Kon je wegkruipen, nee. Kon je opstaan en weglopen, nee niet echt. Werd je van te voren gewaarschuwd of had je het kunnen weten, nee. Of misschien toch wel. Iedereen die Wilfred kent weet dat hij graag experimenteert en wil laten zien wat nieuwe technologie voor het onderwijs kan betekenen.

Ik kan mij voorstellen dat een aantal mensen in de zaal zich rotgeschrokken is van het mediageweld en het gebruik van techniek. Ik kan mij ook voorstellen dat een aantal mensen denkt oeps ik sta met mijn kop online en dat wil ik helemaal niet. En ik kan mij ook voorstellen dat een aantal mensen niet wilden reageren op een kwestie die Wilfred in de groep gooide omdat zij dan een microfoon onder de neus geduwd kregen en gefilmd werden. Begrijp mij niet verkeerd, dit is geen verwijt aan het adres van Wilfred, ik probeer alleen duidelijk te maken dat de discussie die over dit onderwerp na de sessie plaatsvond een zinvolle is en dat wij moeten nadenken over datgene wat wij tijdens presentaties doen met techniek.

Want stel nu dat je gefotografeerd bent en je wilde dat niet. Kun je hier dan iets tegen doen. Ja! Je kan degene die de foto gemaakt heeft vragen deze te verwijderen. In mijn geval, de foto’s van de OWD2008 staan op Flickr en ik heb kiekjes gemaakt van mensen in de zaal. Ook van mensen alleen. Wil je dit niet, mail dan even dan haal ik de foto weg. Ik heb geen toestemming gevraagd aan degenen van wie ik de foto heb gemaakt. Sommigen wilden zelfs graag op de foto en vroegen mij er een te maken en die online te zetten. Ook SURF had een fotograaf ingehuurd die rondliep en de sfeer vastlegde. Deze foto’s komen vast niet allemaal online maar zullen, denk ik, wel gebruikt worden in materiaal van SURF. Hier heb ik geen controle over als deelnemer, ik kan niet op voorhand tegen SURF zeggen dat ik niet gefotografeerd wil worden aangezien SURF mij niet laat weten dat zij dit doen. Maar ik vind dit niet erg. Er zullen mensen zijn die dit wel erg vinden. Dus is het dan handig als SURF volgende keer laat weten dat het gebeurd en dat als je niet gefotografeerd kan worden je dit aan kan geven door het dragen van bijvoorbeeld een button?

Met betrekking tot de andere media die gebruikt werd, het ging snel en het was veel. Veel tweets, veel teksten die over het scherm van het backchannel rolden en waarvan Pierre probeerde een samenvatting te maken. Sommigen vonden dit afleiden, anderen niet. En met wie houd je rekening. Met degenen die qua mediagebruik voorop lopen en zich hierdoor niet bedreigd voelen of met hen die het allemaal een beetje over de top vinden en die liever een powerpoint te zien krijgen met binnen de presentatie weinig digitale interactie? Wat mij betreft met de eerste groep en probeer je de tweede groep op een sympathieke manier te laten zien wat er gebeurd. Ik heb geen oplossing voor dit “probleem”. Ik weet wel dat als ik naar de Onderwijsdagen ga ik verwacht dat er veel nieuwe techniek is, dat ik nieuwe dingen leer en dat ik verrast word. En dat is iets wat ik de laatste jaren een beetje mis bij de Onderwijsdagen. En daarom genoot ik erg van de sessie van Wilfred omdat het naar mijn idee hier gebeurde. Je kon erbij zijn (in de zaal of daarbuiten) en je kon je onderdompelen in het gebruik van nieuwe techniek/media in de hoop dat je toepassingen ziet voor het onderwijs.

Maar goed de discussie achteraf ging over grenzen, beeldrecht en het gebruik van techniek. Het was een interessante discussie waar het laatste woord nog niet over gezegd is. Jammer dat het bij sommige aanwezigen weer een jaar duurt voordat wij elkaar irl zien. Maar misschien kunnen wij de discussie online verder voeren.

Ik vraag aan de lezer het volgende:

  • verwacht je van een spreker dat hij/zij je van te voren uitlegt dat er live gestreamd, gefotografeerd, getwtitterd en gefilmd wordt?
  • verwacht je van de spreker tijd om dit tot je door te laten dringen zodat je de zaal kan verlaten
  • vind je dat de zaal uitmaakt of er nieuwe media gebruikt mag worden (dus als de meerderheid vindt dat het niet gebruikt mag worden dat een spreker dit ook niet doet)
  • of verwacht je van een spreker juist dat hij deze nieuwe media gebruikt en probeert uit te leggen wat dit kan toevoegen in het onderwijs, met andere woorden leren door te doen of leren door te beleven

Ik ben uiteraard erg benieuwd naar jullie antwoorden!!