het begin van een nieuwe hobby

Met Pinksteren liep ik op de tuinfair in Midwoud tegen een kraam aan met spullen van Stampin’ Up. Mooie stempels en kaarten uit Amerika. Ik nam de nieuwe catalogus mee.

catalogus

Al vrij snel kwam ik tot de conclusie dat Stampin’ Up een heel fijn merk is en dat, als je door de catalogus bladert, je het liefste alles wilt kopen. Er zijn verschillende dingen die je kunt doen met de stempels, ponsen en papier van Stampin’ Up zoals bijvoorbeeld Project Life. Een eenvoudige manier op mooie foto-albums te maken van momenten die je wilt onthouden.

Toen ik me bedacht dat ik hiermee aan de slag wilde gaan heb ik veel filmpjes bekeken, pinterest borden bezocht en toen duizelde het me. Waar moest ik beginnen. Stampin’ Up is in Nederland nog maar 1,5 jaar te krijgen en als je wilt bestellen gaat dat via zogeheten demonstratrices, net zoals Tupperware. Ik zocht iemand bij mij in de buurt en dat werd Belinda. Ik stelde mijn vragen aan haar via de mail en ik kreeg zo’n enthousiaste reactie terug dat ik gister bij haar in Westmaas aan tafel zat om een workshop te volgen.

tijdensdeworkshop

We maakten een kerstkaart en dit is het resultaat.

kerstkaart

Ik heb gelijk allerlei spulletjes besteld voor mijn Project Life album en nu moet ik even wachten tot alles binnen is. Wel heb ik al een tafel ingericht zodat ik gelijk aan de slag kan als de spullen binnen zijn. En dan heb ik een nieuwe hobby. Lekker analoog, met mijn handen, een mooie bezigheid voor de komende winter. Omdat ik denk dat post over deze nieuwe hobby beter passen op mijn hebbedingetjes blog zal ik vanaf nu daar posten.
Over een paar maanden zal ik bij mij thuis een workshop hosten. Als je daar bij wilt zijn geef dan even een seintje dan nodig ik je tegen die tijd uit.

workshop hand lettering

Soms wil ik wel eens iets anders dan het digitale en zoek ik naar workshops waar ik met mijn handen bezig mag zijn. Ik vond deze in de vorm van een workshop hand lettering. Gegeven door Marloes de Vries bij Elle Aime, de winkel van Lisa Manuels in Rotterdam.

Op een zonnige zaterdagmiddag ging ik hier met collega Marion naar toe. Er waren ongeveer tien dames die van Marloes opdrachten kregen. We begonnen met het natekenen van verschillende soorten letters, gewoon met potlood.

opdracht1

Het was een goede oefening om even los te komen van alles en heel geconcentreerd te tekenen. Hierna gingen we aan de slag met, wat Marloes noemt, lettergevoel. Hoe voelt een letter of een woord. Hard voelt anders dan boom. Huppelen anders dan wraak. Loslaten en voelen wat een woord met je doet. Het is fijn dat er geen goed en fout is. Alles mag.

deelnemers

We ruilden het potlood in voor Oost-Indische inkt en een kroontjespen. We schreven onze eigen naam of een favoriet woord steeds maar opnieuw. Soms hard duwen op de punt en soms heel lichtjes. Om als laatste opdracht met een quote aan de slag te gaan. De meeste dames hadden een eigen quote meegenomen, maar mocht je dat niet hebben dan had Marloes veel inspiratie meegebracht. Welke woorden vallen op in de quote, welke moeten de meeste aandacht krijgen, hoe vallen de woorden onder of naast elkaar, allemaal vragen om te beantwoorden. Eerst maar wat schetsen dus. Toen ik de beste compositie gevonden had mocht ik het op mooi dik papier namaken.

Heb je me ooit zo geconcentreerd bezig gezien:

concentratie

en de quote waar ik aan werkte:

if your dreams don’t scare you they are not big enough

straatjutten – de workshop

Maanden geleden is het alweer, of zo voelt het. De waan van de dag slokt me zo op dat ik nog niet eens heb kunnen schrijven over de workshop straatjutten die ik 18 augustus volgde. En dat is jammer want het was ontzettend leuk en ik heb er veel van geleerd.

Straatjutten is een manier van kijken naar de wereld, een manier van ideeën vinden die op straat liggen en je verwonderen. Richard Stomp leerde ons  in een dag hoe dat moest.

Richard vraagt de groep wat ons is opgevallen op weg hier naartoe…. Euh…. niet zoveel…. Nee, niet zoveel. We hebben niet bewust gekeken. Dat is op zich niet gek, je kijkt wel vaker niet bewust. Behalve vandaag.
Hierna krijgen we twee filmpjes te zien. Een van een stel basketballende mensen, je kent hem wel. En een van een moordscene waarbij wel 21 dingen veranderen. Ik heb ze bij lange na niet allemaal gezien. En dat terwijl ik wel bewust aan het kijken was.

je mist de hele dag door veel kansen en ideeën

Het is niet zo heel moeilijk. Vaak zit ons denken ons kijken in de weg. Dus als we goed willen kijken moeten we minder denken. Richard noemt het de mind like child, vergeet alles wat je weet en word zo nieuwsgierig als een kind. Kinderen zijn vragers. Totdat ze naar school gaan dan worden het weters, kinderen beantwoorden de vragen van de leerkracht en worden niet gestimuleerd om zelf heel veel vragen te stellen. Toch komen de meeste grote doorbraken van vragers.

Het belangrijkste woord van vandaag is HEEJ. Stap 3 is hiermee de zin beginnen.

Maar eerst:

  1. vind een straat (studentensteden zijn interessanter dan niet studentensteden, kies voor straatjes naast de hoofdstraat)
  2. kijk
  3. heej = klik (denk vooral niet na tussen heej & klik)
  4. zet de foto’s op de computer
  5. kijk naar de foto’s en vraag je af waarom je heej dacht, waarom heb je de foto genomen – wat is het iDNA van de foto
  6. gebruik het iDNA om nieuwe ideeën te genereren voor je eigen doelstellingen

iDNA kan zijn patronen doorbreken, andere context toevoegen, twee werelden samenvoegen, schep nieuwsgierigheid door onduidelijkheid, breng iets op een plek waar je het niet verwacht, wees mysterieus, maak lelijk mooi, fun! toevoegen, etc.

Wij gingen 76,3 minuten alleen op stap. In de straten van Delft keken wij als een kind, omhoog, omlaag, en dachten niet na. Wij kregen Richards 06-nummer mee voor het geval dat. Bij terugkomst mochten we een foto laten zien. Dat hoefde geen WOW-moment te geven, een HEEJ is meer dan genoeg.

De groep kwam terug met heel verschillende foto’s. Bijvoorbeeld een van een ontbrekend huisnummer.

Je vraagt je gelijk af waarom. Waar is nummer 110 gebleven. Dus is het iDNA van deze foto, laat een onderdeel van een reeks weg om aandacht te krijgen voor iets anders.

Het belang van straatjutten werd door dit uurtje wel duidelijk. Doe dit eens in de zoveel tijd en je hebt teveel ideeën om direct uit te voeren. En het is zo eenvoudig, als je ideeën op zijn, ga je weer even straatjutten om met nieuwe ideeën aan de slag te gaan. En wie kan er tegen naar buiten gaan zijn, een frisse neus en een frisse blik.

Naast straatjutten (hoe is het werkelijk / wat is de realiteit) zijn er ook nog andere jut-manieren. Deze leerden wij in de middag. We konden kiezen uit klantjutten (wat doen klanten / hoe gedragen zij zich) of wereldjutten (in andere werelden zoeken naar oplossingen voor jou probleem).

Ik ging met collega Etty wereldjutten bij IKEA. Wij wilden weten hoe studenten een studieplek kiezen en vertaalden dit naar hoe kiezen mensen een bank of een bureaustoel. Bij IKEA namen we waar. En kwamen tot een paar conclusies. De mensen die bij IKEA rondlopen gaan bijna niet van het pad af, ze kijken op een afstand naar de producten. Olifantenpaadjes worden niet gemaakt of genomen. Als je bij IKEA in een toonkamer gaat zitten voel je je enorm bekeken, terwijl deze ruimtes ingericht zijn om te ervaren hoe dat is. Ook zagen Etty en ik dat er maar weinig werd geprobeerd. Mensen voelen aan een stofje, lopen rond een product, maar echt lang op een bank zitten hebben wij niet waargenomen.

De andere deelnemers aan de workshop hadden ook onze vraag als voorbeeld genomen. Hieruit kwamen de volgende ideeën:

  • laat plekken ontstaan en haak daarop aan – zet bijvoorbeeld meubilair ergens neer en kijk hoe het verplaatst wordt
  • maak lichte plekken voor interactie en donkere plekken om te werken
  • gebruik geur om je op je gemak te voelen, gebruik natuurlijke materialen die niet kil aanvoelen
  • zoek ook plekken buiten de campus
  • van WOH naar WOW! Je wilt ergens zitten, spelen en ontdekken, niet alles hoeft voor iedereen te zijn – richt het verschillend in voor verschillende groepen
Na zo’n dag straat&wereldjutten ben je wel leeg. Opladen is dan nodig en alles laten landen. Wat heb ik nu eigenlijk gezien, met welk idee kan ik snel iets oplossen, wat voer ik wel en wat niet uit. Richard beloofde veel ideeën en dat hebben wij ook gekregen. En zo eenvoudig, ga naar buiten, denk HEEJ, maak een foto en denk later na waarom.

Mijn straatjutfoto’s heb ik in een map op flickr gezet.

2FLOW – visie in een dag

Afgelopen donderdag was het dan zover de eerste bijeenkomst van 9 groepen van de TU Delft rondom Het Nieuwe Werken. De organisatie lag in handen van het 2FLOW team, het team dat initiatieven rondom Het Nieuwe Werken bij de TU Delft faciliteert en ondersteund. 2FLOW staat voor To Flexible Learn Organise and Work en bestaat uit collega’s van HR, O&S, ICT, FMVG, M&C, Liebje Paalman (bureau Fonk) en ik vanuit de TU Delft Library.

De 9 groepen kwamen van verschillende faculteiten en diensten. Iedereen had een eigen insteek en idee van wat zij onder Het Nieuwe Werken verstaan. Deze dag was niet ingericht om alle neuzen dezelfde kant op te krijgen maar wel om de groepen handvatten te geven om een projectvoorstel en een visie te schrijven. Tijdens de dag kregen zij telkens eerst een presentatie over een onderwerp, zoals cultuur, waarden en normen, huisvesting en ICT, waarna er werd nagedacht en gebrainstormd over wat het voor hen zou betekenen.

In de HR strategie (Freedom to Excel) van de TU Delft staat het volgende beschreven:

In de Human Resources-visie spelen kwaliteit, zelfsturing en coachend leiderschap een grote rol. Juist nu is het belangrijk dat medewerkers die met veranderingen worden geconfronteerd actief meedenken over hun toekomst en dat leidinggevenden hun medewerkers goed en open in deze processen begeleiden. Alleen zo kunnen we er zeker van zijn dat iedereen in een functie terechtkomt waar zij of hij zichzelf ten volle kan ontplooien én een wezenlijke bijdrage kan blijven leveren aan de organisatiedoelen.

Directeur P&O Nynke Jansen nam de HR strategie en koppelde deze aan Het Nieuwe Werken. Maar ook legde zij uit dat de studenten al op deze manier werken en studeren (flexibel, pro-actief, verantwoordelijkheid nemen). Kantoren van hokjes met dichte deuren en desktops hebben niet langer de uitstraling waar studenten die op zoek zijn. En dus moeten wij als werkgever meegaan in de veranderingen om de aansluiting met de arbeidsmarkt niet te verliezen. Het voordeel is dat Nynke al in eerdere banen heel flexibel heeft gewerkt met een team dat over de hele wereld verspreid was. Zij heeft een duidelijk beeld van Het Nieuwe Werken.

Henny van Egmond

Henny van Egmond kreeg na Nynke het woord. Zijn verhaal is een inleiding op Het Nieuwe Werken.

Henny begon al meteen goed. Hij vindt dat Het Nieuwe Werken bij de ambitie van de organisatie moet passen en niet een doel op zich moet zijn. Het filmpje dat hij liet zien van Charlie Chaplin (Modern Times) is een oude bekende maar zo een goed voorbeeld en voor iedereen duidelijk. In dit geval zeggen beelden meer dan woorden.

Discussie over het nieuwe werken de laatste tijd gaat voornamelijk over kostenbesparing en verhogen van productiviteit. Henny vindt dit denken uit de vorige eeuw want het gaat nog steeds om HR en het zo efficiënt en effectief inzetten van de mens en niet om betrokken en bevlogen medewerkers. Maar organisaties zijn aan het veranderen. Organisaties worden steeds meer netwerkstructuren met tijdelijke samenwerkingsverbanden. En als er meer netwerken ontstaan dan heeft dat tot gevolg dat organisaties minder macht krijgen. Medewerkers die zich veel in netwerken bevinden hebben veel minder met autoriteit. Gartner voorspelt dat in 2015 het werkt dat wij individueel kunnen doen nog maar 10% is van het totaal en dat wij dus veel meer aan het samenwerken zijn met anderen. Kantoren van (af)gesloten kamers, waar je 90% van de tijd eenzaam en alleen zit te werken is dan niet meer effectief, je moet er op uit om partners te vinden en om die samenwerking aan te gaan.

Maar niet alleen organisatie veranderen, ook mensen veranderen. Zo is er een groep ontstaan die zich Cultural Creatives noemen. In Nederland zijn er ongeveer 2 miljoen mensen die tot deze groep behoren (wereldwijd meer dan een miljard). Zij zijn wars van grote organisaties en zijn op zoek naar zingeving. Daarnaast zijn zij kritisch op materialisme en geldelijk gewin en maken zij zich zorgen om de ecologische wereldcrisis. Zij streven naar een betere wereld waarbinnen hun persoonlijke levensstijl van belang is (zij zoeken gelijkgestemden via netwerken op internet). Deze groep kijkt ook heel anders naar werk en werkgevers. En dit is NIET de nieuwe generatie, die komt er ook nog eens aan. De generatie Y. Binnen deze groep zie je een tweedeling ontstaan, de groep die nieuwe technologie weinig tot niet gebruikt (omdat ze er niet mee om kunnen gaan en hiervan in de stress raken) en de groep die wel geniet van de technologie.

ICT ADHD

Je kan altijd met iedereen op elk moment in contact zijn. Maar zegt Henny er zijn in Nederland minder twitteraars dan dat er leden zijn van aquariumverenigingen. Het zijn naar zijn mening vooral een aantal verslaafde twitteraars die doen alsof het een heel belangrijk medium is. En de traditionele media duikt hier op. We denken dus dat iedereen twittert maar dat valt reuze mee. Nathan Zelden spreekt over death by information overload. We beschikken over zoveel informatie dat we niet meer weten wat we ermee moeten doen. En daarom vraagt Henny zich af, werkt al dat digitaliseren niet contraproductief? Geldt dit dan ook niet voor social media? Wordt het echte gesprek nog wel gevoerd? Hij is niet tegen al deze social media maar we moeten wel blijven nadenken of zij bijdragen aan een succesvolle organisatie.

De maakbaarheid van de samenleving neemt af terwijl we behoefte hebben om het maakbaar te krijgen. We willen alles kunnen beheersen en controleren en dat staat haaks op het idee van het nieuwe werken (vrijheid en verantwoordelijkheid). Regels zorgen ervoor dat je zelf niet meer nadenkt. Terwijl als je logisch nadenkt je altijd de goede keuze maakt. En hoe meer regels er zijn hoe vaker het fout gaat. De regels zorgen er ook voor dat patronen inslijten. En als je daarin iets wilt veranderen besef dan dat het tijd kost om mensen te laten wennen aan nieuwe omstandigheden. En geef mensen dan ook de kans om nieuwe patronen te verkennen, om ze vervolgens weer in te kunnen laten slijten.

Het Nieuwe Werken

En dan Het Nieuwe Werken. Plaats- en tijdonafhankelijk werken doen we al heel lang, zeker in een kennisintensieve organisatie doen we het al maar noemen we het niet zo. Het denken stopt niet als we op weg zijn naar huis of ‘s morgens onder de douche staan. Activiteit gerelateerde werkplekken zijn wel belangrijk, denk maar aan de hoogleraar die op zijn onderzoek “zit” en zich opsluit in zijn kamer. Is het niet veel logischer dat hij samenwerkt en de wereld in gaat om zijn kennis te delen en te vergaren. Sturen op resultaat doen we ook al heel lang maar is lastig, want wat is het resultaat van de wetenschap? Het aantal keren dat iemand geciteerd wordt? Sturen op resultaat betekent in Nederland zoeken naar meetbare dingen die eigenlijk geen resultaat zijn maar meer een controlemiddel zijn op wat er is afgesproken.
Het Nieuwe Werken is volgens Henny de verantwoordelijkheid overdragen aan de mensen die het werk doen en de verantwoordelijkheid weghalen waar het nu ligt. Dit kan alleen maar als je heel goed gedefinieerd hebt waarom je dit zou doen, wat is het doel van mijn team of mijn afdeling. Wat zijn de ambities en wat is de droom en wat draagt hieraan bij. En als laatste vraag wat is mijn rol en mijn waarde in dat geheel.  Als je dit doet gaat de betrokkenheid van medewerkers omhoog en zal er een betere balans werk-privé ontstaan. Je wordt als werkgever aantrekkelijker. Maar er zijn ook nadelen. Stoppen met werken is een probleem en de samenhang in afdelingen wordt minder. En soms komen mensen in een isolement terecht.

Concluderend: denk na over de visie, bespreek het doel van het team of de afdeling, praat over waar iedereen verantwoordelijk voor is. Maar ook spreek af wanneer je elkaar ziet, want hoe leuk skype, twitter, etc. ook is er gaat niets boven samen een kop koffie drinken.

Chiel van der Heide

Tijdens de sessie van Chiel van der Heide van de Rabobank discussieerden we over ongeschreven regels en dingen die wij op de automatische piloot doen. De eerste opdracht was nadenken over de volgorde van een werkdag en de woorden wie, waarmee, wanneer, wat en waar. Verschillende mensen aan de zaal kwamen aan het woord en zij hadden allemaal een andere volgorde want het is nu eenmaal nog zo dat we eerst naar het werk gaan en dan pas nadenken over wat we daar gaan doen in plaats van denken over wat we moeten doen en daar een locatie bij zoeken die het beste past.

De tweede stelling waar we over spraken was: de leiding die ik wil ontvangen is gelijk aan de leiding die ik geef.
In de discussie met mijn groep kwamen we al snel op een aantal patronen die voor iedereen heel herkenbaar zullen zijn.
Computer aanzetten, koffie halen, mail lezen, vergaderen en meetings, mail lezen en afsluiten. De vraag is nu, doen wij dit werk op de meest efficiënte manier, kunnen er dingen veranderen, is het gebouw geschikt voor deze activiteiten en waar zijn deze activiteiten op gebaseerd.

Thijs Edelkoort

Thijs Edelkoort van AT Osborne ging in op huisvesting en begon zijn presentatie met een dag uit het leven van…. Hij refereerde met deze twee voorbeelden naar activiteit en beleving gerelateerd werken. Ook liet hij zien wat voor soort werkplekken hierbij hoorde. Een mooi voorbeeld vond ik het emotie-archief. Veel mensen hebben een boekenkast in hun kantoor staan waar zij niets mee doen. Edelkoort noemt dit het emotie-archief, mensen kunnen er geen afstand van doen maar gebruiken doen zij het niet. Deze boeken kun je goed gebruiken om afscheidingen te creëren, de boeken zijn niet beschikbaar om te lezen, maar fungeren als ruimtevullers. Een ander goed voorbeeld vond ik het beleving gerelateerd werken. De omgeving beïnvloed de mensen die er in werken, doe hier dus iets mee.
Sebastiaan Star van het SSC-ICT van de TU Delft vertelde over de visie van zijn dienst. Hierin staat de medewerker centraal en als alles wordt uitgevoerd kan ik alleen maar zeggen dat ik daar heel blij van zal worden. Ook liet Sebastiaan Lync zien, een product van Microsoft. Met twee 360graden camera’s, een collega thuis via skype en ons in de zaal werd een online meeting gecreëerd. En dat spreekt tot de verbeelding.
Om de dag af te sluiten was Liebje Paalman (van bureau Fonk) gevraagd om de dag samen te vatten en om het veranderproces dat wij ingaan toe te lichten.
Om het veranderproces te verduidelijken gebruikte Liebje een model van Beerenschot. Deze checklist helpt je bij het veranderproces.
  1. waarom gaan we het doen? Wat gebeurd er als wij het niet doen?
  2. waar gaan wij naartoe? (tip: begin met hen die willen en zoek naar verleiding)
  3. is het mogelijk? (kleine successen zorgen voor vertrouwen)
  4. werkt onze inrichting mee in onze verandering
  5. kunnen we dat?
  6. doe ik het zo goed?
  7. op welke manier brengen we energie in verandering?

Eventueel kun je hieraan toevoegen, hoe ver willen we gaan?

Als je deze vragen hebt beantwoord kom je tot de volgende zeven krachten:

  1. Noodzaak – doet bewegen
  2. Visie – geeft richting
  3. Succes – doet geloven
  4. Sfeer – geeft energie
  5. Structuren – lokken uit
  6. Capaciteiten – maken haalbaar
  7. Systemen – bekrachtigen

Ik vond het erg interessant om met een groep van TBM na te denken over Het Nieuwe Werken en wat dat voor die faculteit kan betekenen. Het waren goede discussies en iedereen was ontzettend enthousiast. In de komende weken zullen de groepen het stappenplan van de dag omzetten naar een projectplan en zullen zij een visie ontwikkelen. Hierbij worden zij ondersteunt door het team van 2FLOW.

Meer informatie over 2FLOW vind je op de website. Rob Speekenbrink schreef ook een blogpost over deze bijzondere dag, die vind je hier.

Gezonde chocolade

Een maand of twee geleden ging ik naar een workshop gezonde chocolade maken met rauwe cacao. Nu vind ik chocolade erg lekker, maar dan vooral de melkvariant waar noten in zitten. Of degene met caramel. Pure chocolade vind ik niet zo heel lekker en ik vermoedde dat ik dat tijdens de workshop veel pure chocolade ging proeven.

En dat was ook zo, maar dan niet de pure chocolade die ik gewend ben maar pure chocolade van rauwe (ongebrande) cacaobonen. En dit smaakt toch heel anders dan je gewend bent. Wij kregen een chocoladedrankje om uit te proberen en allemaal verschillende smaakjes, zoals chocolade met noten, gojibessen, vijg, gember, dadel en een mix van dat alles.

De zoetstoffen die gebruikt werden tijdens de workshop waren ahorn- en agavesiroop.

De smaak is niet zoals je gewend bent en dat is even wennen, maar als je eenmaal wat vaker deze chocolade hebt geproefd is het heel lekker. En je krijgt er lekker veel energie van (dus voor het slapengaan is het beter om niet van deze chocolade te eten). Ook heb je aan een heel klein stukje genoeg.

De workshop die ik heb gevolgd wordt nog steeds gegeven bij ‘t Cursuspunt in Rotterdam. 17 april is zelfs de volgende. Wat mij betreft een aanrader als je dol bent op chocolade!

Hoe dragen Universiteitsbibliotheken bij aan de kwaliteit van het onderwijs van hun instelling?

Of:

Hoe (on)zichtbaar zijn UB’s in het onderwijs?

Op 18 februari organiseert de UKB werkgroep Learning Spaces over dit onderwerp een informele bijeenkomst van 13:30 tot 16:00 uur in Utrecht.

Locatie: SURF, Hojel City Center gebouw D, 5e verdieping, zaal 5, Graad van Roggenweg 340, Utrecht.

Op deze dag demonstreren collega’s van diverse UB’s hoe zij, op uiteenlopende manieren, betrokken zijn bij het onderwijsproces van hun instelling. Doel van deze bijeenkomst is het presenteren van good practices, het uitwisselen van ervaringen en inventariseren van wensen op dit gebied en manieren waarop de werkgroep dit alles kan ondersteunen. Daartoe nodigen we de bibliothecarissen uit hun visie te geven op deze UB taak en willen we een ieder de gelegenheid bieden om actief mee te discussiëren over mogelijke nieuwe rollen die UB’s in het onderwijsproces kunnen spelen. Tom Dousma legt de link tussen hetgeen UB’s doen en willen en de activiteiten van het SURF-platform ICT&Onderwijs.

Doelgroep:

* Bibliothecarissen UKB
* Collega’s van UB’s die betrokken bij / verantwoordelijk zijn voor het thema onderwijs
* Collega’s op het grensvlak van (UB)onderwijs en technologie
* LOOWI
* Hogescholen

Ben je geïnteresseerd, geef je dan op via een berichtje aan Gaby Lutgens: g[punt]lutgens[at]maastrichtuniversity[punt]nl. Als je een eigen toepassing wilt laten zien, kun je dat ook aangeven.

Programma:

12:45 Ontvangst – met lunch – en inleiding (13:30, Gert Goris):

* Aanleiding en doel van de workshop:

Disseminatie, samenwerking, beleid UKB op het gebied van onderwijs. Uitgangspunten:

o UB’s hebben de plicht om hun gebruikers te leren omgaan met de bronnen en applicaties die zij aanbieden
o De gebruikers stellen andere eisen aan de (ontsluiting van die) bronnen
o Binnen IV moet ook expliciet aandacht zijn voor de zich ontwikkelende technologie: om IV te worden / blijven, om IV mee aan te bieden
o presenteren van de werkgroep en vergroten draagvlak / daadkracht

* vorm: carrousel (4 thema’s), discussie

13:45 Carrousel

Thema’s

* Informatievaardigheden
* Beheer en ontsluiting van digitale leermiddelen
* Nieuwe media en het onderwijs
* De bibliotheek in de Elektronische LeerOmgeving

Ieder thema wordt kort – in drie minuten – ingeleid

Daarna worden aanwezigen uitgenodigd om de carrousel in te gaan waar alle good practices worden gedemonstreerd middels posters, laptops, enz.

15:15 Tom Dousma: reflectie op good practices, het UKB beleid en een link naar het platform ICT&Onderwijs van SURF

15:30 Discussie (Gert & Tom) in de vorm van een debat tussen Dick van Zaane en Mark van den Berg op basis van stellingen, zoals bij ieder thema geformuleerd. Uiteraard mag het publiek participeren.

Algemene onderwerpen:

* Gebruikersonderzoeken
* Professionaliteit / expertise van de UB?
* Wat moeten UB’s doen om optimaal bij te dragen aan WO / kwaliteit onderwijs?
* Variatie in taakstelling diverse UB’s
* Onbekendheid van UB’s binnen universiteiten is probleem
* Innovatiekracht UB’s?

16:00 Afsluiting & borrel

Omdat ik sinds kort deel neem aan deze werkgroep zal ik op de 18e ook aanwezig zijn in Utrecht. Vind je het leuk/interessant/leerzaam om er ook bij te zijn, geef je dan op bij Gaby.

Workshop – Aan de slag met gaming in de bibliotheek

Afgelopen dinsdag mocht ik voor tien geïnteresseerden een workshop geven over gaming in de bibliotheek. De workshop duurde de hele dag en ik heb in de maanden voorafgaand aan de workshop mijzelf regelmatig de vraag gesteld: hoe vul ik in hemelsnaam een hele dag met een gaming workshop? Ik heb veel verschillende mensen gevraagd en naar informatie gezocht bij anderen en uiteindelijk een programma bedacht met een uitstapje.

Maar eerst een plenair gedeelte dat om 10 uur begon. Ik had van te voren de lijst met deelnemers gekregen dus wist van een aantal wie ze waren en hoe vaak zij al iets met gaming hadden gedaan. Maar van het merendeel wist ik niets. Ik heb hen dus eerst een kennismakingsopdracht laten uitvoeren. Met als centrale vraag: als je nu 5000 euro van mij krijgt hoe zet je dat dan in als het gaat om gaming in de bibliotheek? Hier kwamen al leuke ideeën uit voort. Hierna heb ik iets verteld over consoles, soorten games en wat getallen laten zien met name uit een onderzoek dat Wehkamp laatst heeft gehouden onder ouderen en jongeren. Een vraag in dat onderzoek vind ik bijzonder interessant en dat is deze:

gamingworkshop

Jammer is natuurlijk dat Wehkamp niet heeft gevraagd waarom deze mensen nooit thuis een game-avond organiseren en of zij misschien de bibliotheek als logische plaats zien om dat te doen. Dat had ik bijvoorbeeld erg interessante informatie gevonden. Want misschien wil deze groep ondervraagden wel helemaal niet samen gamen. Ik kan het mij niet voorstellen, maar het is wel mogelijk.

Na het ochtendgedeelte gingen wij op pad. Met zijn allen wandelen door Rotterdam, over de markt (zorgen dat je niemand kwijtraakt als hij even een boek wil kopen) op weg naar The Game Syndicate. Hier kregen wij lunch en mochten wij een uur lang allerlei games uitproberen.

img_0096

Natuurlijk was er een Guitar Hero opstelling inclusief drumstel. Ik had het weekend ervoor nog geoefend dus was er helemaal klaar voor. Jammer dan het drumstel kapot was en ik dus niet kon laten zien wat ik kon, maar ook op de gitaar kon ik het winnen van Tom 🙂

img_0098

Buzzzzzz is altijd leuk. Ben er wel achter dat het mij net even te lang duurt om een potje te spelen.

img_0099

Het waren niet alleen de consoles die aantrokken. Ook de gamepc’s waren in trek. Er werd volop geraced, geschoten en Prince of Persia gespeeld en weer anderen kregen uitleg over World of Warcraft. Als je dit nog niet eerder hebt gezien is het best overweldigend en lastig om te begrijpen hoe het spel in elkaar zit.

Na The Game Syndicate met zijn allen naar de buren (openbare bibliotheek Rotterdam) waar Mischa van Vlaardingen en Lonneke Leenaars ons iets meer gingen vertellen over de binnenkort te openen jongerenvloer. Nu dacht ik dat de jongerenvloer al open was, maar ik had mij vergist, het 4YOUplein bestaat al en daarnaast is de jongerenvloer in aanbouw. 22 april aanstaande is de officiele opening. Er werden interessante vragen gesteld door de deelnemers, waaronder hoe zorg je er nu voor dat kleine kinderen niet meekijken als ouderen een first person shooter aan het spelen zijn? Ga je volwassenen weren van het jongerenplein? Hoe lang mogen ze gamen? etc.

Na het uitstapje wandelden we terug naar het WTC waar de workshop verder ging. Ik liet een aantal inspirerende voorbeelden zien van Amerikaanse en Nederlandse bibliotheken. En daarna was het al tijd voor de laatste opdracht. Geïnspireerd op een Amerikaans voorbeeld waar de ALA vorig jaar een Nationale Gamingdag heeft georganiseerd. Naar aanleiding van deze dag is een website gelanceerd (toolkit) met voorbeelden, praktische tips en overige zinvolle informatie. De groep werd in 3-en gesplitst en er werd nagedacht over hoe wij in Nederland ook een Nationale Gamingdag op kunnen zetten. Een groep dacht na over communicatie en marketing, een andere over financien en de laatste over de organisatie. Ik zou het helemaal geweldig vinden als wij in Nederland ook zo’n dag van de grond kunnen krijgen en een aantal deelnemers zag het ook zeker zitten. Misschien toch eens met Jaap en Erik gaan babbelen om vanuit UGame – ULearn alle bibliotheken in Nederland mee te krijgen, want als wij het doen doen wij het goed en doet uiteraard iedereen mee, ja ook de bibliotheken van Urk en Bunschoten Spakenburg 🙂

Ik ben een luie asotagger

Afgelopen woensdag werd mij ineens iets heel duidelijk, ik ben een luie asotagger en ik ben er nog trots op ook. Als ik tag doe ik dat voor mijzelf, ik interesser mij niet of anderen iets aan mijn tags hebben, ik tag omdat ik zelf content terug wil vinden. Sommigen noemen dit asociaal. Dat maakt mij een asotagger. Of egotagger zou ook een prima benaming kunnen zijn. Ik maakt wel gebruik van andermans tags, bijvoorbeeld in Delicious, dan klik ik op tags die anderen aan content toegevoegd hebben. Dat maakt van mij een lui persoon. En dus ben ik een luie asotagger.

Woensdag 21 november was een dag die in het teken stond van taggen. Het Telematica Instituut organiseerde namelijk een workshop Social Tagging in Utrecht. Voor deze workshop waren verschillende mensen uitgenodigd die werkzaam zijn in bijvoorbeeld onderwijs, omroepen, gemeente of commerciele bedrijven. Een bont gezelschap waar veel input van werd verwacht.

Zo mochten wij ons introduceren met behulp van tags, hebben wij antwoorden gegeven op vragen als waarom vindt mijn doelgroep social tagging interessant en de sector waarin ik werk reageert op internetontwikkelingen (met als antwoord snel of niet snel en alles daartussen in) en brainstormden wij over de toekomst van tagging. Ook kregen wij een kijkje in het onderzoek dat momenteel plaatsvindt rondom social tagging en jongeren. Cijfers en conclusies werden helaas niet gegeven. Wel mochten wij even kijken naar het systeem waar de jongeren de tags invoeren. Jammer dat de ontbrekende usability van het systeem ervoor zorgde dat ik te weinig aandacht had voor de door jongeren toegevoegde tags.

Wat heb ik overgehouden aan deze dag? Wat neem ik mee naar huis?

  • een leuke nieuwe site die ik nog niet kende wat een web 2.0 applicatie voor Nederlandse straatkunst is: ondergrond.org
  • een collectief geheugen site over de wijk Roombeek: droombeek.nl
  • website/game human brain cloud
  • de discussie over de toekomst ging over de waarde van tags, de authoriteit van degene die de tag maakt, wat betekent social in social tagging, hoe stimuleer je tagging, de vragen die al vaker gesteld zijn en waar nog niet een eenduidig antwoord op te geven is.
  • moet een tag een woord zijn (of mag het ook een beeld, geluid, kleur, film, etc. zijn) en heeft een tag een houdbaarheidsdatum? Iets om over na te denken dus.

De discussie was goed en de deelnemers waren erg actief in reageren op elkaar. Er waren geen antwoorden aan het einde van de dag, maar dat is niet erg. Het is goed om over (de toekomst van) tagging na te denken. En ik, als luie asotagger, ik asotag nog even door.