18 september – Symposium identiteit in Virtuele Werelden – verslag

Afgelopen donderdag was ik in Amsterdam bij de KNAW voor het symposium Identiteit in Virtuele Werelden. Een aantal sprekers namen het woord, onder andere Jos de Mul, Mireille Hildebrandt en Ronald Leenes. Tussen de sprekers was er tijd voor intermezzo’s. Een volle zaal, dus gezellig druk met jonge en oude mensen, mannen en vrouwen. Ook zag ik Webgrrl, nouja zij herkende mij en zei hoi. Liek was er blijkbaar ook, tenminste zij heeft haar verslag al geschreven, gezien/gesproken heb ik haar niet. En Magreet, die sprak in tijdens de pauze.

Wat mij is bijgebleven van de presentatie van Jos de Mul:

  • een aantal boeken komt op mijn te lees lijst – Database delirium van Jos de Mul, Alter Ego van Robbie Cooper (hier moet ik de tentoonstelling ook van bekijken, kan irl of in SL), Homo Ludens van Huizinga
  • vanuit verschillende wetenschappen kan een virtuele wereld worden bekeken, bijvoorbeeld wat kost een virtuele wereld (economie), wie straf je bij ongewenst gedrag in een virtuele wereld (jurist), hoeveel virtuele identiteiten zijn er (psycholoog)
  • er zijn verschillende soorten identiteiten, de (logische) persoonlijke identiteit, een spatio-temporele identiteit, een reflexieve identiteit en een narratieve identiteit. Kun je eigenlijk wel spreken van de identiteit?
  • er zijn verschillende realiteiten, de schijnbare realiteit en de potentiele realiteit

Wat mij is bijgebleven van de presentatie van Mireille Hildebrandt:

  • Mireille Hildebrandt vraagt zich af of virtuele identiteiten geestverruimend of bewustzijnvernauwend is
  • geestverruimend is verruiming van de vrijheid om de eigen identiteit anders te ontwikkelen (met onderstaand filmpje als voorbeeld)
  • bewustzijnvernauwing wordt bepaald door beslissingen die de drempel van het bewustzijn niet bereiken
  • heeft een persoon recht op een (of meerdere) virtuele identiteit(en)?
  • heeft een persoon recht op bescherming van de virtuele identiteit?

Wat mij is bijgebleven van de presentatie van Ronald Leenes:

  • sociale netwerken zijn lokaal gebonden (denk aan gebruik van Hyves in Nederland, maar weinig daarbuiten), daarom zijn sociale normen lokaal gekleurd
  • sociale netwerken vallen uiteen in social sites, social software en social services
  • eerste social networksite is classmates.com die is ontstaan in 1995
  • social network sites (SNS) zijn anders dan andere netwerken omdat er ICT wordt gebruikt in de communicatie tussen gebruikers
  • SNS = privacy ramp!
  • als gebruiker van SNS uitgaat van een vertrouwelijkheid binnen het netwerk dat er niet is, is dat een drama
  • zijn verschillende soorten netwerken (gemeinschaft / gesellschaft) – hoe denken gebruikers binnen het netwerk over het netwerk, is het een gemeinschaft of een gesellschaft, de regels binnen deze twee netwerken zijn anders
  • gebruikers geven onbewust informatie weg, denk aan een foto met op de achtergrond een duidelijk herkenbaar gebouw, andere gebruikers weten zonder dat je het zegt waar je geweest bent
  • privacy paradox: gebruikers hebben bezwaar tegen het afgeven van veel informatie maar in de praktijk lijkt dit toch anders te zijn en geven gebruikers veel informatie weg
  • wij begrijpen het gebruik van SNS-en niet omdat de onderzoeken zijn gedaan vanuit het perspectief van de digital immigrant
  • er zijn drie categorieen gebruikers van SNS-en: de categorie stay out (of my space) (claimen privacy in publieke ruimte), de categorie I’m proud of myself (ik heb niets te verbergen en laat dat zien ook) en de categorie none of this is real (SNS is een spel en profiel heeft geen relatie met de werkelijkheid)

De presentatie van Ronald Leenes heeft op mij de meeste indruk gemaakt, misschien omdat deze ging over social network sites en daar heb ik nu eenmaal meer mee dan met SL. Op zich een interessante middag waarbij vanuit wetenschappelijk oogpunt werd gekeken naar de (virtuele)wereld van nu.

Presentatie “delen 2.0”: Stel hier alvast je vragen!

Web 2.0 is prachtig maar het delen van informatie heeft ook gevolgen die we misschien niet altijd overzien. Mag je zomaar alles zeggen wat je te binnen schiet? Mogen anderen jouw materiaal gebruiken? En als je zelf informatie van internet plukt, hoe zorg je er dan voor dat je recht doet aan de maker van het werk? Eerlijk zullen we alles delen, maar ik een beetje meer dan jij?

Op de Online Conferentie (dinsdag 7 oktober, vanaf 11:45 uur) geven Marina Noordegraaf en Liesbeth Mantel (Moqub) een presentatie met de titel “Delen 2.0” waarin je een indruk krijgt van de do’s and dont’s op het gebied van cyberspeech en het citeren en gebruiken van andermans werk. Ze leunen hierbij op de expertkennis van ICT-jurist Arnoud Engelfriet die zijn boek “De wet op internet” aan hen ter beschikking stelde. Tijdens de presentatie stellen wij vragen aan het publiek waarmee je een exemplaar van zijn boek kunt winnen.

(intekenen op het boek kan op de website van Arnoud)

Twijfel jij er wel eens aan of de wegen die je op internet bewandelt wel legaal zijn? Om zo goed mogelijk aan te sluiten op de vragen die er leven in de internetgemeenschap, kun je – als je dat wilt – hier (of bij Arnoud of Marina alvast je prangende vragen over “je recht op internet” achterlaten. Wij pikken er dan voor de presentatie een aantal uit.

CU (op de) Online (Conferentie)!!

Blauw, blauw, blauhauw

Toen ik gistermorgen aankwam op mijn werk was het grasdak van de bibliotheek ineens bevolkt met heel veel blauwe tulpen. Een ideetje van een collega om aandacht te vragen voor een nieuw product. Gaaf niet?! Het zag er zo vrolijk uit. En eigenllijk had het gewoon nog even moeten blijven staan. Maar de tulpen mochten meegenomen worden. Je denkt dan dat iemand er een, misschien twee, pakt. Maar nee, gistermiddag zag ik volwassen mannen met bossen blauwe tulpen van het dak aflopen. Geen idee wat zij ermee gingen doen. Conclusie, het dak was binnen 8 uur leeggeplukt. En dat is toch wel een beetje jammer. De tulpen zijn overigens niet het enige waarmee aandacht wordt gevraagd voor TUlib.

De website in puzzelvorm hoort daar ook bij. Gewoon een geintje maar leuk en origineel, gewoon weer eens iets anders.

Beide acties passen bij de kernwaarden van de TU Delft Library, namelijk opvallend, creatief / vindingrijk en vooruitstrevend.

Een actie die daar ook bij hoort is het uitdelen van (opvouwbare) broodtrommels.

Wij deden dit tijdens de opening van de tentoonstelling voor het (Library) Learning Centre. De tentoonstelling is een work in progress opgebouwd met bouwhekken met onder andere een bak zand met boeken erin begraven. De opening van de tentoonstelling was tijdens schafttijd. En daarbij passen broodtrommels dachten wij. Om onze ideeën zichtbaarder te maken hebben wij naast de tentoonstelling een webbased visualisatie laten maken waar een enquête aan hangt.

En door dit te doen stappen wij af van het traditionele postertje/foldertje. En dat vind ik heel erg leuk. Nu maar hopen dat onze gebruikers dat ook vinden.

Leestip: alleen voor vrouwen die het druk hebben

Gister vond ik in mijn rssfeeds een leestip van een boek dat ik direct op mijn wensenlijstje heb gezet. Het boek heet The Get Organized Guide for Busy Women en is geschreven door Stacey Crew. Op de website staat:

Are you overwhelmed with all you need to do and don’t have enough time to do what you want to do?
The Get Organized Guide for Busy Women first and foremost guides you to determine what you really want in your life. The 200-page book is a step-by-step guide to make time and space to do just that. You will discover your “why” for getting organized because without a goal and a reason, an organizing project-like so many other things in our lives-is doomed before you even begin.

Nu ben ik als bibliotheekmens natuurlijk overgeorganiseerd en gealfabetiseerd maar soms, ja soms, is het chaos in mijn hoofd en op mijn bureau. Op dat soort momenten kan dit boek mij helpen. En dat maar voor $21,95 voor het boek, kaartjes en labels).

Uitproberen: Joongel

Joongel is een zoekmachine die zoals zij zelf zeggen:

Get results from the 10 leading websites, 100 million users cant be wronge
De homepage doet je direct al duizelen, al die logo’s, zou dit wel werken?
De zoekterm waar ik mee probeer is moqub. In de zoekbalk kan ik deze term intypen, vervolgens kan ik een categorie kiezen:
(bijvoorbeeld images, health, social media en blogs) maar ik kies voor general en klik op search.
De zoekresultaten starten met Google. Maar ik kan door op de logo’s te klikken gemakkelijk de resultaten veranderen. Op zich werkt dit wel, je hoeft niet de verschillende zoekmachines af om toch de resultaten te zien. Ook fijn is dat de zoekresultaten in een pop-up worden getoond. Bovenin de zoekresultaten zie ik dat ik ook de categorieën kan aanpassen. En ik kan de zoekbalk bovenin de resultatenpagina laten verdwijnen. Handig!
De naam is niet echt super maar het werkt wel.

PICNIC 2008

Nog even en dan is het zover. Misste ik het vorig jaar door een symposium in Utah waar ik heen mocht, dit jaar wijkt niets, ik ga naar PICNIC! Alleen welke dag, dat is nog de grote vraag. Het programma is te interessant en ik kan niet zo goed kiezen. Maar 1 dag ga ik, dat is zeker.

Afgelopen vrijdag heb ik toch maar even mijn profiel aangepast en kreeg ik nog dezelfde dag het verzoek van Simone Brummelhuis om te connecten. Ik ken Simone niet maar was wel nieuwsgierig. In haar profiel staat dat zij oprichter is van TheNextWomen.com en eigenaar van iens.nl. Maar zij schrijft ook voor DutchCowGirls. Drie sites die ik regelmatig lees en/of bezoek. Tijdens PICNIC is er een TheNextWomen Breakfast sessie en een Brainstorm Camp. De laatste is toegankelijk voor maximaal 30 vrouwen dus die ga ik niet bezoeken, ik heb geen eigen bedrijf dus wil ik geen plaats innemen van iemand die dat wel heeft. Het ontbijt lijkt mij leuk als ik op donderdag naar PICNIC ga. Het is mij alleen niet duidelijk, moet ik hier nu wel of niet een extra kaartje voor kopen?

Het bijzondere aan het netwerk rondom PICNIC is dat je heel snel met andere bezoekers in contact komt. Mensen die je nog niet kent en die je misschien wel ontmoet in Amsterdam. Zou Simone mij aangeklikt hebben omdat ik een vrouw ben? In ieder geval ben ik vereerd met de connectie en als ik haar zie zal ik dat zeggen ook.

En dan nu nog maar even het programma doorkijken en kiezen. Ga ik woensdag of toch donderdag?

Waarom blog ik eigenlijk?

Ik ben blij met de vraag van WoW!ter omdat ik nu eindelijk eens een goed excuus heb om te schrijven waarom ik blog, wie ik wil bereiken en over de posts die mij het meeste bij zijn gebleven.

Mijn allereerste post schreef ik op 8 december 2004 en ging over de verschillende generaties zoekmachines die bestaan en die je als alternatief kan gebruiken voor Google.

Omdat ik toen nog niet wist of het bloggen een blijvertje zou zijn gebruikte ik Blogger. Waarom ik toen begon met bloggen kan ik mij nog heel goed herinneren. Een toenmalige collega van mij (Henk Ellerman) blogde al, ik begreep dat toen nog niet zo goed. Want waarom zou je schrijven…? Het bloggen begon toen net een beetje in te komen. Ik twijfelde. In november bezocht ik de SURF Onderwijsdagen en zag ik Sybilla Poortman spreken. Ik kan mij de details niet meer goed herinneren maar ik mailde met Sybilla en vroeg haar hoe het was om een blog te hebben. Zij overtuigde mij om een blog te beginnen. En waarom ook niet, uiteindelijk kun je pas iets zeggen over een programma of feature als je het ook zelf gebruikt en ervaren hebt. Voorzichtig zette ik de eerste stapjes, onder een pseudoniem, Moqub.

Slecht een enkele lezer wist wie ik werkelijk was en dat was goed. Het voelde namelijk veilig. Niet dat ik over mijn werkplek ging schrijven, of over collega’s maar toch wilde ik niet dat iedereen wist wie ik was. In april 2005 was het over met de anonimiteit. InformatieProfessional mailde mij namelijk met de vraag of zij mij mochten interviewen voor een artikel over biblio-bloggers. Mijn ego won het van de anonimiteit. Wel heb ik eerst even met mijn toenmalige directeur gesproken of hij ermee akkoord ging dat ik uit de anonimiteit stapte. Zijn bibliotheek zou tenslotte ook genoemd worden en ik vond het wel netjes om hem van te voren in te lichten. Gelukkig had hij er geen enkel probleem mee. Wat ik in deze nog steeds bijzonder vind is dat sommige lezers denken dat ik een man ben (al wordt dat wel steeds minder) en dat anderen mij consequent Moqub blijven noemen (zowel op de blog als in real life). En dat is prima. Moqub is gewoon een andere naam voor mij en ik luister er ook naar. Waar Moqub vandaan komt, die vraag krijg ik vaak. Het is een verzonnen naam, die ik lang geleden heb bedacht (toen het world wide web nog voluit geschreven werd).

Over statistieken van mijn blog in de beginjaren weet ik niets. Ik kan wel zien aan de comments wie mijn blog leest en door op congressen te vertellen over mijn blog weet ik ook dat steeds meer mensen deze gingen lezen. In juni 2005 werd het daarom tijd om over te stappen naar een eigen domein, een eigen server (dank aan Mark) en nieuwe software (Nucleus). Met Nucleus heb ik even gewerkt maar merkte dat ik niet genoeg kennis had om alles te kunnen wat ik wilde. In overleg met Mark ben ik toen overgestapt naar WordPress, een keuze waar ik tot op heden geen spijt van heb. Sinds kort heb ik ook een statistieken plugin draaien zodat ik veel beter kan zien op welke zoektermen bezoekers binnenkomen en wie zij zijn. Ook kijk ik regelmatig bij Google Analytics maar de verschillen tussen beide statistiekenprogramma’s zijn groot. En eigenlijk maakt het ook niet uit hoeveel mensen je blog lezen. Alhoewel het leuk is om te zien dat de bezoekersaantallen omhoog gaan (toen ik over de brand bij Bouwkunde schreef schoten die omhoog naar 1454!). Als ik schrijf doe ik dit om mijn eigen gedachten te ordenen, om informatie te bewaren en als anderen plezier hebben in het lezen daarvan dan word ik daar alleen maar blij van. Soms schrijf ik wel eens een post die kort door de bocht is, soms is dat om frustratie kwijt te raken. Maar vaker schrijf ik over dingen die ik signaleer en die mij opvallen of schrijf ik over een nieuw dingetje dat ik heb uitgeprobeerd.

Zo schreef ik vorig jaar maart over twitter. Dat leek mij zo stom iets. Ik begreep er niets van. Hoezo zou ik iemand vertellen waar ik uithing en wat ik aan het doen was. Non-informatie leek het mij. En dat dan anderen dat gingen volgen. Tijdverspilling. Of toch niet? Practice what you preach zou je denken, maar niet in dit geval. Het heeft meer dan een jaar geduurd voordat ik twitter een kans gaf en sindsdien twitter ik er vrolijk op los. Om op deze manier over een paar maanden te vertellen wat ik er nu echt van vind, onderbouwd met argumenten natuurlijk.

De post die mij tot op heden het meeste bij is gebleven is de post die ik schreef naar aanleiding van de IP-lezing in 2006 en die ging over de workshop van Boyd Hendiks. Binnen no time had namelijk Boyd Hendriks op deze post gereageerd, oeps! Hij was het niet helemaal eens met mijn post. En wat doe je dan, dan schrik je even en denk je, ach het is mijn mening, daar mag iemand het niet mee eens zijn. Maar ik heb wel geleerd dat ook sprekers aan egosurfen doen of zelfs misschien een google-alert op hun naam hebben staan (bestonden die toen al?).

Over sprekers gesproken. Ik ben dankzij mijn blog al enkele malen gevraagd om te komen spreken op congressen, workshops, themamiddagen en symposia. Leuk om te doen maar het geeft ook stress. Je moet je presentatie goed voorbereiden en in sommige gevallen is dat niet heel moeilijk. Als het bijvoorbeeld gaat over web 2.0 en social software dan weet ik wel wat ik wil vertellen. Het wordt anders als het gaat over een nieuw onderwerp waar ik mij mee bezig hou, zoals bijvoorbeeld gaming & bibliotheken. Omdat dit onderwerp nog zo nieuw is en toch wel wat weerstand met zich meebrengt vind ik het lastig om daar een presentatie over te geven. Ik doe het wel, omdat ik hier ook alleen maar van leer. Maar makkelijk is het niet. Leuker vind ik het om artikelen te schrijven. Zoals ik bijvoorbeeld deed met Gerard Bierens naar aanleiding van ons bezoek aan Computers in Libraries. Of het stuk dat ik schreef toen ik als Eduguide meemocht naar Educause in Dallas.

Het fijne van het hebben van een weblog is dat mensen je gaan herkennen en dat je makkelijker mensen ontmoet. Op congressen is dit handig, je hebt al snel een onderwerp om over te praten. Ik stap ook makkelijker op mensen af van wie ik het weblog lees. Vaak gewoon om even hoi te zeggen of te reageren op een post. Bijzonder vind ik dan ook het jaarlijkse edublogdiner, dat voor de onderwijsdagen wordt georganiseerd. Elk jaar komen er meer mensen bij en dat is goed om te zien. Het is een uitje waar ik zeker naar uitkijk. Ook omdat je sommige bloggers niet vaak in real life ziet. Het edublogdiner is dan de plek om even bij te kletsen.

Na bijna 4 jaar bloggen heb ik een aantal dingen geleerd:

  • van bloggen blijf je op de hoogte van ontwikkelingen in je eigen vakgebied
  • van bloggen leer je meer mensen kennen (je netwerk groeit erg snel) – mensen die je normaal gesproken nooit zou ontmoeten maar die wel in hetzelfde vakgebied werken als jij
  • bloggen kost energie, soms veel energie, soms energie die je eigenlijk niet meer hebt na een dag werken
  • soms wil je stoppen met bloggen omdat je je afvraagt waarom je het eigenlijk doet
  • bloggen hou je alleen vol als je er lol in hebt en het niet ziet als iets wat MOET
  • je lezers rekenen op je, dat voelt soms als een druk – zeker als je een congres hebt bezocht en je hebt er na een week nog niet over geschreven
  • de meeste spam komt binnen op de post Wikipedia imploft – een korte post met een comment waar ik nog steeds niet veel van begrijp
  • soms krijg je comments die niet aardig zijn
  • soms schrijf je posts die niet aardig zijn
  • ruzie heb ik nog niet gemaakt, maar misschien heb ik wel op tenen getrapt
  • soms krijg je helemaal geen comments, maar dit betekent niet dat mijn post niet wordt gelezen
  • ik hou ervan om de presentatie van mijn blog zo nu en dan aan te passen (dit jaar al 3x geloof ik)
  • soms zijn anderen je voor en schrijven zij over iets waarvan jij dacht de eerste te zijn
  • bloggen is geen wedstrijd, iedereen heeft een eigen manier waarop zij dingen benaderen en daarmee een eigen focus
  • als je blogt lees je veel (vooral rss-feeds in mijn geval)
  • het houdt niet op bij bloggen, als je blogt dan plaats je ook foto’s online, bewaar je misschien links bij delicious en ga zo maar door
  • bloggen is een manier van leven
  • bloggen leert je hoe anderen met content omgaan, zeker als zij tekst of foto’s zonder bronvermelding van je overnemen
  • als je blogt onder werktijd betekent dit dat je baas iets van je blog mag vinden (daarom blog ik niet onder werktijd)
  • MIJN BLOG DAT BEN IK!

Nu hoop ik natuurlijk dat WoW!ter van alle biblioblogs een verhaal krijgt en dat hij tijdens OCN hier een leuke, grappige, originele presentatie van kan maken. Uiteraard hoeft je post niet zo uitgebreid te zijn, kijk maar bij Gerard en Marina – die kunnen de essentie in veel minder woorden vatten.

Ontwerp je eigen bibliotheekpas

Was het maar waar. Kon ik maar bij de bibliotheek mijn eigen pas ontwerpen, met eigen foto, of tekst. Een kaart om trots op te zijn dus. Het kan al jaren bij de Postbank.

En nu ook bij Starbucks (ik schreef al eerder over de kaartjes van Starbucks die je mee kan nemen en waar je online geld op kan zetten om later producten mee te betalen).

Hoelang duurt het nog voordat ik mijn eigen bibliotheekpas kan ontwerpen. Wie o wie wordt de eerste bibliotheek die het mogelijk maakt?

Met dank aan: Michael Stephens

18 september – Symposium identiteit in Virtuele Werelden

Vanmiddag kreeg ik het verzoek in de mail om aandacht te geven aan het symposium Identiteit in Virtuele Werelden.

Op 18 september organiseert de Commissie Wetenschap en Kunst van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) in samenwerking met de Universiteit van Tilburg en de Vrije Universiteit Brussel een symposium over Identiteit in Virtuele Werelden.

De vraag die deze middag centraal zal staan is ‘wie ben ik?’.
Virtuele werelden – web 2.0-applicaties zoals Hyves of Facebook, maar ook games als World of Warcraft – geven ons nieuwe mogelijkheden om compleet iemand anders te zijn, of juist meer onszelf te laten zien. Identificatie op het internet biedt nieuwe kansen voor zelfontplooiing, maar ook nieuwe bedreigingen, bijvoorbeeld voor privacyschending of manipulatie.

In het symposium worden deze uitdagingen belicht vanuit wetenschap en kunst. Hoe komt identiteit tot stand in virtuele werelden? Hoe verhouden iemands verschillende identiteiten zich tot elkaar, en wat betekent dat voor privacy en zelfbeeld? Beïnvloedt een virtuele wereld ons ‘echte’ leven? Waarom gaan mensen op zoek naar andere identiteiten?

Jos de Mul (Erasmus Universiteit Rotterdam) spreekt over identiteitsvorming in virtuele werelden als Second Life vanuit filosofisch en cultuurhistorisch perspectief.

Mireille Hildebrandt (Vrije Universiteit Brussel) zal onder de titel ‘Virtuele identiteit: geestverruiming of bewustzijnsvernauwing?’ ingaan op de wisselwerking tussen identificatie en zelfbeeld en de kansen en bedreigingen van profilering in virtuele omgevingen.

Ronald Leenes (Universiteit van Tilburg) analyseert identificatieprocessen in sociale-netwerkomgevingen (zoals Hyves en Facebook) en de noodzaak van privacy-vriendelijk identiteitsmanagement.

Ilja Leonard Pfeijffer (dichter) gaat in gesprek met Karin Spaink (publiciste) over het verblijven in Second Life, identiteitsvorming, en het leven na Second Life.

Aanmelden
Deelname is gratis. U dient zich wel voor 10 september 2008 aan te melden via het inschrijfformulier dat u hier vindt.  Hier vindt u ook meer informatie over de sprekers en de inhoud van het programma.

Interessante materie en dus zeker de moeite waard om voor naar Amsterdam af te reizen. Zal mijn agenda moeten omgooien om heen te gaan, maar dat heb ik er wel voor over.