Educause: ACU Connected: Mobile Learning with the iPhone and iPod touch a Year Later

Deze presentatie werd gegeven door vier mannen: George Saltsman, C. Brad Crisp, Kyle Dickson en Scott Perkins en ging over het project ACU (Abilene Christian University) Connected, een project dat startte in 2008 en waarbij de universiteit alle eerstejaars een iPhone of iPod gaf om op deze manier een visie te ontwikkelen rondom mobiel leren. De doelen van dit initiatief zijn:

  • evalueren of op de lange termijn het gebruik van mobiel binnen het onderwijs succesvol is
  • educatieve content voor mobiel beschikbaar maken
  • faculteiten betrekken in het onderzoek naar mobiel gebruik binnen het onderwijs
  • samenwerken

In de afgelopen 18 maanden zijn 2000 devices aan studenten gegeven. De studenten kozen een iPhone of een iPod (touch). Een belangrijke reden voor de keuze waren de kosten die aan het iPhone-abonnement (ook al kregen zij korting) verbonden waren en voor sommige studenten te hoog bleek te zijn. Toch kiest 81% van de studenten een iPhone met een 2-jarig abonnement van AT&T. Binnen de sociale invloedssfeer speelden de ouders vaak een belangrijke rol in de keuze.
Ongeveer 50% van de studenten die meedoet is al lid van AT&T, deze groep is meer geneigd om een iPhone te kiezen ten opzichte van studenten die een abonnement bij andere provider hebben.

Aan het einde van het eerste jaar heeft de universiteit een onderzoek gedaan onder de studenten. Hierin stonden vragen als:

  • all things considered, I think that using this mobile device as part of my college experience is….
  • what impact has this mobile device had on you..?

In de beginfase ligt het gebruik van de iPhone en de iPod nog erg dicht bij elkaar. Volgens de sprekers komt de verwijding pas later in het jaar. En dan verliest de iPod het van de iPhone. De gebruikers van de iPhone gebruiken de device vaker, ook voor onderwijsdoeleinden en hebben de iPhone vaker bij zich. De iPhone wordt daarnaast vaker gebruikt voor sociale activiteiten. Dit komt door de spreker omdat dat een gewoonte is van studenten, onderwijs op de mobiel is nog geen gewoonte en moet dat dus nog worden. Ook zijn iPhone gebruikers enthousiaster over het device dan de iPod gebruikers, vooral de interactie en communicatie met docenten en onderwijsassistenten wordt hoog gewaardeerd.

Maar wat gebeurd er als zoveel extra studenten ineens gebruik gaan maken van mobiele devices die via wifi het netwerk bevragen. Dat kost enorm veel bandbreedte. En dat is een van de lessons learned die de sprekers ons mee willen geven.
Een andere geleerde les is dat zij wel hebben nagedacht over het aanbieden van de applicaties die zijn ontwikkeld door andere platformen (android en windows mobile). De appstore en het gebruik van docenten van applicaties hebben ervoor gezorgd dat zij zich in eerste instantie hebben gericht op de iPhone.

Na het eerste jaar werd een portal gelanceerd, speciaal voor mobiel. En er is een consortium van verschillende onderwijsinstellingen opgericht die onderzoek doen naar het gebruik van mobiel in het onderwijs.

Onderstaand filmpje is ook gemaakt en laat het volgende zien:

What might a university look like with a fully deployed program of converged devices like the iPhone? Connected is one possible vision. This fictional day-in-the-life account highlights some of the potential benefits in a higher education setting when every student, faculty, and staff member is “connected.” Though the applications and functions portrayed in the film are purely speculative, they’re based on needs and ideas uncovered by our research – and we’ve already been making strides to transform this vision of mobile learning into reality.

acu_movie

Update: Linda Tambuyser schreef op haar blog (even naar beneden scrollen) ook over deze sessie en heeft nog wat foto’s van de uitkomsten van de enquête onder studenten gemaakt. Interessant om ook te zien dus.

Privacy en mobiel internet

Vanmiddag was ik in Den Haag bij het seminar Privacy en mobiel internet, georganiseerd door ECP-EPN. Een vijftal sprekers kwam aan bod, met ongeveer 110 luisteraars in de zaal van verschillende bedrijven zoals advocatenkantoren, universiteiten, mobiele aanbieders en ministeries. Soms bekroop mij het gevoel dat ik in een groep terecht was gekomen die elkaar erg goed kende en onderling grapjes kon maken die ik en een stel anderen niet begreep, maar over het algemeen was het een zeer informatieve middag.

Bart Schermer

De eerste spreker was Bart Schermer, juridisch adviseur ECP-EPN & Considerati. Maar ook is hij universitair docent bij de Universiteit van Leiden. Hij hield een algemeen verhaal over mobiel en privacy. Vroeg aan de zaal wat wij dachten dat privacy betekent. Het recht om alleen gelaten te worden, was een van de antwoorden. Maar dat is het niet alleen. Het is ook een recht om gegevens af te schermen van de buitenwereld en een middel om persoonlijke autonomie te waarborgen.
Het lastige van mobiel internet is dat het de fysieke wereld aan de virtuele kan koppelen. Stel je maakt een foto van waar je op dat moment bent en je twittert hierover. Op dat moment kan iedereen dat zien en lopen die twee werelden in elkaar over. Dat is soms een keuze en soms ook niet. Want wat als iemand anders een foto van jou maakt en jij weet dit niet en stel dat deze foto op internet komt. Dan hoeft dat niet altijd handig te zijn. Privacy zorgt ervoor dat je die deelidentiteiten (dus virtueel en fysiek) kan scheiden. Maar het zorgt er ook voor dat contexten van elkaar gescheiden worden. De context kan dan werk, vrienden, thuis, etc. zijn. Je wilt niet altijd dat deze contexten in elkaar overlopen. Privacy helpt hierbij.

Schermer stelde nog een aantal vragen:

  • wie heeft toegang tot gegevens op mobiel
  • hoe gaan we om met kwetsbare groepen
  • hoe gaan we om met locatiegebonden diensten
  • behavioral targeting, op basis van surfgedrag wordt een profiel samengesteld
  • augmented reality

Is de toekomst gezichtsherkenning? Dus je maakt een foto van iemand en ziet direct zijn of haar surfgedrag, hyvesprofiel, etc. Dit zijn privacyvraagstukken waar over nagedacht moet worden. Want dat het die kant op gaat lijkt alleen maar een kwestie van tijd.

De conclusie van Schermer:

  • mobiel biedt veel kansen maar maakt bestaande privacy issues groter
  • mobiel roept nieuwe vragen op
  • context = king!
  • oplossingen liggen in de zorgvuldige omgang

Hierna was het tijd voor een heleboel energie die de zaal in werd geknald door Ben van der Burg, je weet wel die schaatser.

Ben van der Burg

ben

Van der Burg werkt momenteel als Product Director bij WebAds, een bedrijf dat onder andere advertentieverkoop op mobiele telefoons verzorgt. Het verhaal was zo chaotisch dat een deelnemer in de zaal aan het einde vroeg: wat wilde je nu eigenlijk overbrengen? En eigenlijk was het heel simpel. We denken groot en willen multimediacontextualcrossmediaconceptual campaigns maar eigenlijk is simpel goed genoeg, een banner is vaak al voldoende. Dus begin simpel en bouw het stap voor stap uit.

En zorg er natuurlijk voor dat de gebruiker een noodzaak ervaart. Als de noodzaak er is willen mensen veranderen en staan zij wellicht advertenties op mobiel toe. Nu is mobiel adverteren nog niet geïntegreerd in het leven van de gebruiker en dus mist de noodzaak.

Gerrit-Jan Zwenne

Gerrit-Jan Zwenne advocaat bij Bird & Bird was een echte jurist. Nu is Schermer dat ook, maar zijn presentatie was duidelijk anders. Zwenne sprak over de wet en dat de telecommunicatiewet strenger is dan de wet bescherming persoonsgegevens. Uiteraard is dat fijn om te weten maar meer heb ik ook niet opgeschreven bij zijn presentatie.

Menno Biesiot

De presentatie van Biesiot was ongewild eigenlijk heel grappig. Zijn expertise bij Ilse Media Groep is mobiel maar hij maakte een uitstapje naar internet en vertelde dat Ilse Media verschillende sites beheerd. Niets nieuws. Vervolgens vertelde hij dat deze sites informatie van gebruikers opslaat (anoniem) en profielen opstelt, veelal op basis van aannames. Dus stel ik surf naar Nu.nl en bekijk nieuws over een auto bij Nu.nl/auto (aanname ik ben een man), vervolgens ga ik naar kieskeurig en zoek informatie over kinderzitjes (aanname man – van die auto – met kids). Als ik dan een advertentie krijg van een nieuwe auto dan is dit er een waar kinderen achterin kunnen, een echte familiewagen zeg maar. De zaal ging uit zijn dak, hoe konden zij informatie van ons opslaan zonder dat wij dat weten…… Interessante discussie volgde. Volgens Biesiot kon je dit uitzetten, maar hoe dat wist hij niet precies.

Een paar andere dingen die mij zijn bijgebleven:

  • gestolen mobiel wordt gemiddeld binnen 68 minuten aangegeven, een gestolen portemonnee gemiddeld na 26 uur
  • sms startpagina naar 9009 en je krijgt een op iconen gebaseerde eigen startpagina terug
  • 2% iPhonegebruikers in NL zijn verantwoordelijk voor 50% van het mobiele dataverkeer

En een leuk dingetje. Aan het einde van de presentatie kon je Ilse + je e-mailadres mailen naar 4422 om de presentatie toegestuurd te krijgen. Dit sms-je kreeg ik terug:

presentatiemail

De laatste spreker was Jeroen Kaandorp, contentmanager TV & Media van KPN Mobile NV. Hij vertelde over de gedragscode voor mobiel die minderjarigen moet beschermen. Slides vol tekst kwamen langs en zo aan het einde van de middag was ik niet scherp genoeg meer om dit allemaal in me op te nemen.

Wat ik nog wel heb opgeschreven is dit. Er bestaat een organisatie die IT producten and IT-based services keurt op privacy. Deze organisatie heet EuroPriSe.

Al met al dus een interessante middag, leuke nieuwe mensen ontmoet, ook bekenden terug gezien en voldoende voer gekregen om over na te denken. Want ja, ook de TU Delft (Library) denkt na over mobiele applicaties. En dan is privacy een onderwerp dat je niet kan negeren.

Het mobiele verschil

De laatste tijd kijk ik met zeer veel interesse naar de ontwikkelingen op het mobiele vlak. En dan met name de ontwikkelingen in de bibliotheekwereld. Vandaar dat ik laatst ook bij de CWIS dag was met de mobiel als thema. Direct valt dan ook het nieuwe onderzoek van PEW op met als titel The Mobile Difference (pdf). En ook al is dit een Amerikaans onderzoek. Wij kunnen hier van leren.

Kijk maar eens rond in een broodjeszaak, een station, een vliegveld of een bibliotheek. Als je dit doet dat zie je waarschijnlijk een aantal laptops waar op gewerkt wordt maar vooral ook mobiele telefoon waar mensen van alles mee aan het doen zijn. Met veel gemak wordt informatie uitgewisseld via wireless netwerken. Maar niet iedereen houdt van het altijd maar online aanwezig zijn. En toch, is het mogelijk dat met het gemakkelijker toegankelijk worden van internet op de mobiel ook zij overstag gaan?

PEW verdeelde de groep ondervraagden in verschillende subgroepen. Erg origineel zijn zij met de keuze voor de namen van de subgroepen. Kijk maar hieronder in de twee schema’s.

typology-summary-1

typology-summary-2

Ik ben er nog niet uit tot welke subgroep ik zou behoren als ik ondervraagd was, maar ik denk dat ik in de buurt zou komen van de Digital Collaborators. De groepen in het eerste schema staan gelijk aan 39% van de volwassen Amerikanen. PEW noemt deze groep de Motivated by Mobility. De andere groep (61%) noemen zij de Stationary Media Majority. Uiteraard zitten in de eerste groep de mensen die echt houden van hun mobiel en geen dag zonder kunnen. In de tweede groep is dat gevoel er wellicht ook maar lang niet bij iedereen. In deze groep zitten namelijk ook de mensen die geen mobiele telefoon gebruiken.

Nu is het zo dat PEW dit onderzoek al eerder heeft uitgevoerd en dus vergelijkingen kan geven van de resultaten van toen en die van nu.

Cell phones: In 2006, 73% of adults had a cell phone, a number that grew to 79% in 2007.
Broadband at home: In 2006, 44% adults had a high-speed connection at home, a number that increased to 56% in 2007.
Laptop computers: 31% of adults had a laptop in 2006, and 36% had one by the end of 2007.
MP3 players: 19% of adults had an MP3 player or iPod in 2006 and 26% had one in 2007.

Naast de vergelijking met eerder jaren gaat PEW erg diep in op de groepen. Vertellen zij over wie zij zijn (demografisch gezien), welk gedrag zij vertonen, welke wensen zij hebben en wat hun houding is ten opzichte van mobiele telefoons en internet. PEW laat zien dat sommige groepen de verhouding met digitale bronnen zal verdiepen, maar dat er ook een grote groep is die afwacht. En dit heeft consequenties.

Mobile access to the internet constitutes an inflection point in technology adoption.
The bar of what qualifies sophisticated tech behavior has changed.
The cost of not having little or no access rises in a multiplatform world.
Mobile access creates demand for capacity on wireless and wireline networks.
Heavy use of ICTs is mainly a young person’s game, but older Americans are minority members in good standing of even some of the most ardent tech groups.

Zoals ik al zei, het onderzoek is Amerikaans. Maar op zich is dat niet erg. Ik denk namelijk dat Nederland redelijk vergelijkbaar is met Amerika in deze. Misschien dat de aantallen en percentages verschillen. Dus mocht je interesse hebben in gebruik van mobiel internet dan is dit onderzoek zeker een aanrader. Als uitgangspunt, om de verschillende groepen beter te begrijpen en om jouw diensten beter op de verschillende groepen aan te kunnen passen.

Met dank aan: Stephen’s Lighthouse

Gebruikt beeldmateriaal is afkomstig van Flickr – mobile phone van Milica Sekulic

Mobiel… zijn we er klaar voor?

Dit was de titel van de CWIS-NL bijeenkomst van 17 maart. Vanwege de locatie (SURFnet) konden er niet zo heel veel mensen bij zijn dit keer en was het snel volgeboekt. Hopelijk volgende keer dus gewoon weer bij Mediaplaza.

kamphuis

De dag werd geopend met Toine Kamphuis van de Hogeschool Utrecht (centrum voor communicatie en journalistiek). Hij sprak over de uitdagingen en obstakels die je tegenkomt als je met mobiel aan de slag gaat. Nu is Kamphuis iemand die erg van het geschreven woord houdt en meent dat beelden subjectief zijn. Liever dus een korte tekst mobiel presenteren dan een afbeelding. Mijn nekharen gingen nog net niet overeind staan want kun je in een tijd waarin visuele geletterdheid naast “gewone” geletterdheid een belangrijke rol speelt nog vinden dat beelden niet zo belangrijk zijn? Is het niet zo dat jongeren meer met beelden hebben dan met tekst? En als het antwoord op de vorige vraag ja is, en als deze jongeren hun mobiel gebruiken om informatie te vergaren, moet je dan niet juist met beelden werken in plaats van met tekst?

Ik kan Kamphuis volgen als hij zegt dat het omzetten van webteksten naar mobiel niet voldoende is. Je moet eigenlijk nog meer knippen in de tekst en er nog kleinere brokken van maken om het op een mobiel leesbaar te krijgen. En ook begrijp ik dat je moet inspelen op de behoefte van de moderne informatieconsument die communicatie (netwerken) en nieuws updates en actualiteit belangrijk vindt en dat je mobiel op opnemen in de mediamix. Maar als Kamphuis dan aan het einde van zijn praatje zijn goeroepet op zet (zoals hij het zelf noemt) en zegt dat het eigenlijk nog te vroeg is om je met mobiel bezig te houden omdat het lastig is en veel geld kost, naast dat het tijdrovend en ondankbaar werk is om teksten over te zetten naar een mobiele versie. Sorry dan ben je mij dus gewoon kwijt.

De volgende spreker was Joost Ligtvoet van Biggerworks. Hij zegt dat mobiel je content aanbieden effectief betere resultaten geeft dan op het web hetzelfde doen en vindt mobiel nog steeds een erg innovatief medium. Zeker vanwege de locatiebepaling die tegenwoordig mogelijk is kun je inspelen op de context van waar de gebruiker zich bevindt. Belangrijke doelgroep om je op te richten zijn dan toch wel de 15-35 jarigen. Ook geeft hij wat getallen als het gaat om iPhone gebruik. Ik wist bijvoorbeeld niet dat iPhone gebruikers 5x meer surfen op internet dan andere mobielgebruikers die ook internet op hun mobiel hebben. En dat iPhone gebruikers 8x meer downloaden. Maar ook dat zij 3x meer aan social networking doen. Als gevolg hiervan komen contentpartijen met applicaties voor de iPhone en komen andere fabrikanten met iPhone look-a-likes. Ligtvoet pakt vervolgens zijn iPhone en Google-phone uit zijn tas en laat deze rondgaan. De Google-phone ziet er ook mooi uit en ik heb de kans gehad om er al wat langer mee te spelen maar voor mij is de Google-phone het nog net niet. Oke als je het kompas gebruikt en hiermee op zoek gaat naar interessante dingen in de buurt van waar jij staat is dat leuk, zinnig en handig. Maar de iPhone blijft voor mij gewoon handiger in het gebruik en de app-store zorgt ervoor dat ik de applicaties vind die ik wil gebruiken.

Ligtvoet geeft in zijn presentatie nog wat voorbeelden zoals Blyk, een dienst die binnenkort in Nederland gelanceerd wordt.

blyke

Blyk is een dienst die jongeren verbindt met hun favoriete merken (na invullen van een profiel) en elke maand gratis belminuten en sms-jes daarvoor in ruil teruggeeft.

Of de Heineken campagne rondom introductie van het nieuwe merk Jillz.

jillz

Vrouwen die in de kroeg de bluetooth van hun mobiel aanzetten kregen een berichtje en een gratis Jillz drankje. 40% van de vrouwen voelden zich aangesproken door het schatje bericht en kregen een gratis drankje. Succesvol dus volgens Ligtvoet. De vrouwen in de zaal hadden het schatje gedeelte liever niet geweten geloof ik.

En als laatste het voorbeeld van het Filmfestival Rotterdam waar je via bluetooth gratis mobiele filmpjes opgestuurd kon krijgen.

Bluetoothreclame.nl lanceerde in samenwerking met NPS en filmfestival Rotterdam haar nieuwste innovatie. Een interactieve zuil waarvan festivalbezoekers NPS Micromovies konden downloaden op hun mobiel. Via een touchscreen kon de bezoeker een keuze maken en de film via bluetooth op zijn mobiel downloaden. De downloadmogelijkheid werd in zeven theaters geboden. Deze interactie tussen een touchscreen en bluetooth is uniek. De filmfestivalbezoekers ontvingen een bericht op hun telefoon waarin ze werd gevraagd of ze van deze mogelijkheid gebruik wilden maken, 90% accepteerde.

Bron: Admanager

En als je als merk of instelling nu wilt dat meer mensen gebruik gaan maken van jouw mobiele site dan kun je altijd sms 9009 gebruiken. De consumenten sms-en MERKNAAM naar 9009 en krijgen gratis de link van de mobiele website terug. Superhandig om te gebruiken in advertenties of tijdens open dagen van bijvoorbeeld een universiteit.

Natuurlijk maakte Ligtvoet ook even reclame voor een mobiele site die zij gemaakt hebben en die binnenkort voor KFC wordt geïntroduceerd, maar dat was niet erg. Zijn presentatie was boeiend, interessant en leerzaam dus dat beetje reclame stoorde mij in ieder geval niet.

veelo

Kirsten Veelo van SURFnet liet vervolgens een aantal voorbeelden zien van mobiel en onderwijs. Zij vertelde over Mscape waarbij leerlingen met gebruik van een PDA buiten dingen doen. Zoals bijvoorbeeld rondlopen in Delft en ondertussen leren over Willem van Oranje waarbij de leerlingen meer leerden over geschiedenis dan dat zij dat doen met een boek in een leslokaal.
Mobiel leren gaat tenslotte over leren met mobiele techniek en kan dus meer zijn dan alleen een mobiele telefoon. Denk ook maar eens aan een Asus EEE of een Nintendo DS of een E-book reader.

Momenteel draaien er vijf pilots rondom mobiel leren bij het platform. Veelo noemt  WRTS.nl waarbij de leerlingen woordjes leren door gebruik te maken van een iPhone waarbij momenteel wordt getest welke groep (degene met of zonder iPhone) het beste de woordjes leert. Ook geeft zij het voorbeeld van het UMCG waarbij tijdens de college’s radiologie de studenten op een PDA rontgenfoto’s toegestuurd krijgen en door middel van het aanklikken van zones op de afbeelding op de PDA aan de docent laten weten of zij de stof goed begrepen hebben. De docent kan dan pas verder met het college als iedereen een antwoord heeft gegeven wat zorgt voor meer interactie en betrokkenheid. De studenten krijgen na het college de afbeeldingen mee op hun PDA zodat zij er thuis ook nog eens naar kunnen kijken.

Toch zijn er volgens Veelo nog technische drempels die ervoor zorgen dat implementatie niet zomaar uit te voeren is. Te denken valt aan kleine beeldschermen van de mobiel, traag internet, veilige netwerken zeker als het gaat om authenticatie van gebruikers, maar ook de veiligheid van de data. Ook zijn er onderwijskundige drempels, is mobiel wel een effectief en efficient leermiddel? Hier proberen zij antwoord op te krijgen door het doen van pilots.

Op de website mobielonderwijs.nl vind je meer informatie over de pilots en kun je ook het boek de wereld als leeromgeving downloaden.

Christian Hesselman van het Telematica Instituut liet ons een aantal voorbeelden zien van mobiel internet als extensie van de desktop. Waarbij hij twee trends waarneemt; een waarbij de mobiele telefoon als sensor dient en een waarbij de mobiele telefoon als interface wordt gebruikt voor andere diensten.

Voor de eerste trend gaf hij het voorbeeld IYOUIT oftewel een mobile 24×7 life recorder. Hierbij wordt de mobiel gebruikt als een apparaat dat alle informatie over je opneemt en deelt op internet en met vrienden.

iyouit

Volgens Hesselman wordt met IYOUIT rauwe sensordata naar een hoger niveau getilt. Het systeem herkend coordinatoen en vraagt aan de gebruiker of dit een plaats van betekenis is, hierna kan de gebruiker door middel van tags aangeven of dit zo is of niet. Bijvoorbeeld tags als kantoor, thuis, oma, etc. Het systeem kan ook automatisch taggen. Je maakt dan een foto en op basis van wat de camera ziet worden er tags aan het beeld gekoppeld. Momenteel wordt er gewerkt aan een holiday recorder waar locatie, weerconditie en foto’s samenkomen. Een digitaal vakantiealbum zeg maar. Geweldig speelgoed als je het mij vraagt, jammergenoeg niet beschikbaar voor andere telefoons dan de Nokia Series 60-terminal (2e en 3e generatie).

Voor een voorbeeld van de tweede trend liet Hesselman dit filmpje zien (een aanrader – helemaal afkijken dus!):

Aan het einde van de dag was er nog ruimte voor enkele praktijkvoorbeelden waarbij Stefan van den Dungen Gronovius (HAN) als enige het podium nam om te vertellen over de inzet van QR-code tijdens een open dag.

cwistwitter

Collega John vroeg op Twitter of iemand even een fotootje wilde maken en dat heb ik dus maar gedaan.

Vrouwen en hun mobiel

Er zijn vrouwen (en natuurlijk ook mannen) die hun mobiel alleen maar gebruiken om te sms-en en te bellen. Maar er zijn ook vrouwen (en mannen) die wel iets meer verwachten van hun mobiel. Zelf ben ik wel een zo’n type dat alles op haar mobiel wil uitproberen en uitkijkt naar nieuwe modelletjes met nog meer features.

En hoe ik nu precies op de site kwam weet ik niet meer precies (vast doorgeklikt uit mijn feedlijst) maar deze groep vind ik zo interessant dat ik er graag bij wil horen. En dus heb ik mij aangemeld.

mobiladies

En misschien dat ik dan in augustus wel naar de conferentie ga – je weet maar nooit. En misschien wel met mijn nieuwe telefoon….. WAT?!?!? Ja een nieuwe telefoon van de baas….. Ik verklap nog niet welke…. Maar ik kijk er al enorm naar uit dat hij wordt afgeleverd….. Hopen dat het geen 4 weken gaat duren.

Gebruikt beeldmateriaal is afkomstig van Flickr – Woman in red van René Ehrhardt